Het Plan
inzending, lezen, schrijfwedstrijd, schrijverschap

Het plan (inzending Editio debutantenwedstrijd 2015)

Hij stopte zijn mobiele telefoon terug in zijn zak. Liever had hij het niet zo ver laten komen, het lag niet in zijn aard om fysiek te worden; dat liep vrijwel altijd uit de hand. Daarom was het ook geen onderdeel van het plan geweest. De lichamen zouden nu snel genoeg gevonden worden. En ze hadden hem geen keus gelaten. Dat deden ze nooit, dacht hij. Het zou gekker geweest zijn als ze het nu wel hadden gedaan. Gekker, een passend woord gezien de situatie.

Die ochtend was er weer een gesprek geweest. Deze keer met een mevrouw die zich psychiater noemde. Ze had een duidelijk Frans accent. Dat kon hij zich goed herinneren, want ze was de hele tijd aan het woord geweest. Daarbij had ze een lijst van gedragskenmerken voorgelezen. Blijkbaar die van hem. En de uitslag was niet best. Hij kon zich de exacte woorden niet meer herinneren, maar ze deden er ook niet toe. Het zou hem toch niet veranderen. Zijn ouders hadden er meer moeite mee gehad, Zijn moeder was in tranen uitgebarsten en zijn vader had geroepen dat hun zoon niet gek was. De mevrouw met het Franse accent had begripvol geknikt en een lijst met adressen over de tafel geschoven, ze hield blijkbaar van lijstjes. Zijn vader had het papier opgepakt en zonder te kijken in zijn binnenzak gestoken. Daarna hadden ze beleefd afscheid genomen van elkaar.

In de auto terug naar huis hadden ze gezwegen. Nu er geen publiek meer was, was ook zijn moeder gestopt met huilen. Daar was hij blij om, het geluid maakte hem nerveus en als hij nerveus werd, dan ging het vaak mis.
Eenmaal thuis was zijn vader naar zolder gelopen waar de computer stond. Hij was met zijn moeder in de zitkamer gaan zitten, zij voor de televisie en hij achter de iPad, koptelefoon op zijn hoofd. Toen zijn vader een uur later weer naar beneden kwam, zaten ze zo nog steeds; in versteende harmonie.
´De verzekering dekt niet alles,´ had hij zijn vader horen zeggen en zijn moeder had geknikt, haar blik strak op het scherm van de televisie gericht.
´Kan hij ergens terecht?’ was haar vraag tenslotte geweest.
‘Als we meedoen aan de sessies voor ouders.’
Nu had ze opgekeken. ‘Het is te gek voor woorden. Ik kan echt niet elke dag vrij nemen.´
´Het is wekelijks en hij gaat morgen gewoon naar school.’
‘Daar mag ik niet meer komen,’ hij had snel geantwoord, voordat zijn moeder iets kon zeggen. Als het over hem ging, wilde hij graag onderdeel van het gesprek zijn.
Zijn vader had een wenkbrauw opgetrokken. ‘Hoe lang gaat die schorsing nog duren?’
‘Tot het eind van de week.’ Hij was zijn moeder weer voor geweest. ‘Ik mis ook de Sinterklaasintocht.´
´Nee hoor, daar ga je gewoon naar toe.´ Zijn moeder klonk beslist. ‘Hoeveel vragen ze?’ Dat laatste was weer tegen zijn vader gericht. Die noemde een bedrag.
‘Belachelijk.’
‘Het is inclusief weekenden en vakanties.´
‘En je weet zeker dat het niet goedkoper kan?’
‘Absoluut, ik heb ze allemaal gebeld.’
‘Oké, dan brengen we hem er morgen heen.’
En daarmee was het onderwerp afgehandeld.

En had het plan urgentie gekregen. Dat hij zijn vader die avond op de overloop tegen zou komen, had niet bij het plan gehoord.
‘Waar ga je naar toe?’
‘Ik ga weg.’
‘Weg?’
‘Ja.’
‘Waar naar toe?’
‘Dat zie ik nog wel.’
‘Dat zie je nog wel?’
‘Ja.’ Hij keek zijn vader aan. Volwassenen konden soms heel dom zijn.
‘Ik dacht het niet,’ zei zijn vader.
Hij knikte begripvol. Nee, hij had ook niet verwacht dat zijn vader het er mee eens zou zijn. Niet op deze manier.
Zijn moeder verscheen in de deuropening van de slaapkamer.
´Is er wat aan de hand?’
‘Hij gaat weg.’
‘Toch morgen pas?’ Ze leek oprecht verbaasd.
‘Ik ga,’ zei hij nogmaals. ‘Dag.’
‘Jij gaat helemaal niet.’ Zijn vader ging voor hem staan. Volwassenen waren vaak erg vermoeiend.
‘Hoe ver denk je dat je komt? Een kind ‘s avonds in het donker op straat? Wat denk je dat de mensen zullen zeggen als ze je zo laat nog buiten zien lopen?´
Het kon hem niet schelen wat mensen er van dachten, maar hij wist dat het voor zijn ouders belangrijk was.
´Nou, geef je nog antwoord?’
Hij keek naar de mond van zijn vader die open en dicht ging. Waarom sprak hij toch zo veel?
´Ik ga,´ zei hij, nu voor de derde keer en hij draaide zich om naar de trap.
Een hand schoot uit en belette hem door te lopen. Hij voelde de warmte van zijn vaders huid door de mouw van zijn winterjas heen branden.
‘Jij blijft hier.’
Ergens in zijn hoofd ging vuurwerk af. Het konden ook sirenes zijn, hij wist het niet zo goed. Wat hij wel wist, was dat de warmte op zijn arm ondraaglijk werd.
Met een ruk draaide hij zich om en zag nog net hoe zijn vader achterover de trap afviel. Zijn moeder gilde. Nog meer geluid. Hij probeerde zich af te sluiten, maar het was al bij hem binnengedrongen.
Zijn moeder rende langs hem heen de trap af. Hij volgde haar langzaam en zag hoe ze bij zijn vader neerknielde. ‘Die is tenminste stil,’ dacht hij.
‘Bel 112,’ hoorde hij haar roepen.
Waarom? vroeg hij zich af, hij ging alleen maar weg. Dat was toch ook wat zij wilden?
‘Ik ga,’ zei hij voor de vierde keer.
‘Bel 112,’ ze klonk inmiddels hysterisch, hij moest nu echt weg. Voorzichtig liep hij om zijn beide ouders heen, opende de glazen tussendeur en stapte de voorhal in. Achter hem hoorde hij zijn moeder overeind komen.
Ik ga, ik ga, ik ga, de woorden waren een mantra geworden. De tussendeur vloog open, maar hij was er op voorbereid. Met een krachtige beweging sloeg hij de deur terug. Het glas rinkelde toen het in frontaal contact met het hoofd van zijn moeder kwam. Hij kon nog net een stap opzij doen, zodat ze niet tegen hem aanviel, maar op de grond. Even bleef hij kijken naar haar lichaam, waaronder zich langzaam een donkerrode plas bloed vormde.
Toen draaide hij zich om en opende de deur.

De kou van de buitenlucht werkte kalmerend en eenmaal op de dijk stopte het vuurwerk. Hij voelde zich rustig, ontladen. 112 bellen zat niet in het plan, maar zijn moeder had serieus geklonken en zoals altijd na een uitbarsting wilde hij haar graag tegemoet komen. Het gesprek hield hij kort, een ambulance naar een adres. Nu ging hij echt weg, volgens plan.


Dit korte verhaal was mijn inzending voor de Debutantenwedstrijd van Editio 2015.
Ik werkte toen al aan mijn boek Familiegeluk, maar was nog niet aan het bloggen.

Previous Post Next Post

You Might Also Like

No Comments

Leave a Reply