lezen Archieven - barbarasevenstern.nl

Categorie: lezen

  • Waarom jij straks mijn boek koopt

    Waarom jij straks mijn boek koopt

    Sinds ik vijf jaar geleden besloot een boek te schrijven, zijn er twee vragen die me regelmatig worden gesteld. De eerste is of het al af is, waarbij inmiddels het woord ‘al’ steeds vaker vervangen wordt door het woord ‘eindelijk‘. De tweede vraag is waarom de betreffende vragensteller mijn boek zou moeten kopen?

    ‘Waarom koop ik je boek?’

    Deze keer is het collega R die de vraag stelt. Hij is heel serieus, verkopen is zijn vak. Daarnaast is hij een enorme yogi. De zeldzame combinatie van een commerciële man, die zijn gevoel volgt. Ik realiseer me dat ik niet wegkom met mijn vaste ‘omdat ik het heb geschreven’ antwoord.

    ‘Omdat mijn boek wel goed geschreven is.’

    R kijkt me niet-begrijpend aan.

    ‘Dat klinkt als een open deur,’ zeg ik, ‘maar je moest eens weten hoeveel boeken onleesbaar zijn.’

    Hij is niet overtuigd.

    ‘Omdat je zin hebt in een spannend verhaal?’

    Dan heeft R nog wel alternatieven.

    ‘Maar mijn boek is ook grappig. En ontspannend.’

    Het zegt R allemaal niets.

    ‘Eigenlijk is het meer een vrouwenboek,’ verdedig ik mezelf. ‘Die herkennen zich erin. Mannen lezen het vervolgens omdat hun vriendin er enthousiast over is.’

    ‘Maar waarom moet ik het lezen?’

    Ik val stil. Ja, waarom eigenlijk?

    ‘Misschien moet je dat gewoon zelf bepalen?’

    Volgens R is er een beter antwoord. Hij leest om geraakt worden, zijn vrouw overigens ook. Wat gaat hem raken in mijn boek? Wat neem hij mee als hij mijn boek heeft gelezen? Wanhopig zoek ik in mijn hoofd naar het juiste antwoord. Wat wil R horen?

    ‘Omdat ik het heb geschreven?’ probeer ik dan toch maar.

    Geen antwoord.

    Ik blokkeer totaal en R ziet het. Het raakt hem. Ik doe iets wat ik blijkbaar heel belangrijk vind, maar ik kan hem niet overtuigen van het belang ervan?

    Droom versus marketing

    Ons gesprek laat me niet los. Waarom moet iemand mijn boek kopen? Waarom koop jij mijn boek?

    ‘Voor de ontspanning,’ roept vriendin T een paar weken later tegen me. ‘En ik hou van thrillers.’

    ‘Maar dat zegt niets over mijn boek,’ beargumenteer ik.

    T kijkt me verbaasd aan.

    ‘Ik ben opzoek naar een antwoord op dieper niveau,’ leg ik uit. ‘Zo is dit boek het tastbare bewijs dat ik mijn droom heb waargemaakt. En als ik dat kan, kan jij het ook.’

    ‘Daarvoor koop ik toch niet je boek?’

    ‘Het kan een reden zijn.’

    T schudt haar hoofd. Haar boekkeuzes worden bepaald door marketing.  “Als er een boek is dat je dit jaar leest, is het dit”, “Het beste thriller debuut van 2019”, “De verrassing van dit jaar” of “Nederland is weer een talentvolle thrillerschrijfster rijker.”

    ‘Als het uitkomt, ga ik het zeker kopen,’ zegt een moeder op het schoolplein. Ik weet niet of ze van thrillers houdt of opzoek is naar meer zelfinzicht. Ze wilt mijn boek hebben, omdat ze al jaren meeleeft met mijn schrijfperikelen op Facebook.

    Rotsvast

    Koopmotivatie, het is iets ongrijpbaars. Wat voor de een de doorslag geeft, is voor de ander totaal geen reden. En dan heb ik het nog niet eens over de praktische zichtbaarheid van het boek in kwestie. De top tien lijstjes, de tafel met bestseller auteurs in de boekwinkel en de aanraders van de redactie. Zie daar als debutant maar eens tussen te komen en genoeg op te vallen.

    Toch heb ik er een rotsvast vertrouwen in dat mijn boek daar volgend jaar ligt. Waarom? Omdat het een heerlijke feelgood thriller is. En omdat de aanhouder wint.

  • Marie Kondo: opruimen in theorie

    Marie Kondo: opruimen in theorie

    Mijn leven inrichten zoals ik dat zelf wil? Dat lijkt me wel wat. Volgens de Japanse opruimguru Marie Kondo is het ook mogelijk. Als je maar O P R U I M T. Het is precies dit woord waar ik op aansla, want opruimen is nou niet echt mijn ding. Zoals mijn echtgenoot regelmatig verzucht, ‘jij ruimt niet op, jij verplaatst.’ 

    Ken je dat? De uitpuilende kledingkast waar je echt een keer doorheen moet, de stapel knutselwerkjes van de kinderen of foto’s van jezelf, om nog maar te zwijgen over de zolder, garage, gangkast of elke plek waarvan je kunt doen alsof er niets achter zit. Uit het oog, uit het zicht. Of in de terminologie van Marie Kondo gesproken: het hart.

    Een groot hart

    Volgens Kondo gaat het bij het opruimen niet om het functionele besef dat je iets nodig hebt of dat iets nog zo goed als nieuw is (en dus zonde om weg te doen). Nee, de vraag die je jezelf volgens haar moet stellen, is hoeveel je van je spullen houdt. Het komt neer op omdenken: kijken (voelen) wat je wilt houden in plaats van wat je wilt weggooien. De liefde voor je spullen bepaalt de uitkomst.

    Maar wat als ik nou eens een heel groot hart heb?

    Heft in eigen hand

    Volgens Marie Kondo biedt haar KonMari-methode uitkomst. Wie op deze manier opruimt, ontdekt waar hij of zij blij van wordt en dat effect geeft vertrouwen in het eigen vermogen om beslissingen te nemen. Als je kamer vervolgens schoon en netjes is, kun je niets anders dan naar binnen kijken. Het resultaat is dat je veel duidelijker ziet wat je nodig hebt in het leven en wat niet.

    Onkunde

    Het voorwoord van Kondo’s besteller Opgeruimd! vertelt me niet alleen wat de KonMari-methode voor me kan betekenen, het benadrukt vooral het enorme succes ervan. Deze “wij van wc-eend” houding maakt me nogal kregelig, maar met het vooruitzicht op een opgeruimd leven, geef ik het een kans.

    “Opruimen,” zo lees ik, “is een reeks simpele handelingen waarbij objecten van de ene plek naar de andere verplaatst worden”. Zou echtgenoot dan toch ongelijk krijgen? Nee, blijkt als snel, want waar het om gaat, is dat je de objecten terugzet waar ze thuishoren. En dat is precies waar het misgaat, aldus onze Japanse opruimgoeroe. De meeste mensen zijn hiertoe niet in staat, omdat ze simpelweg nooit hebben geleerd op te ruimen.

    Obsessie

    Gelukkig, ik ben een opruimsukkel, maar deze onkunde ligt niet aan mij. En vanaf nu biedt de KonMari-methode mij redding. Mijn kregeligheid gaat langzaam over in ergernis. Kondo’s obsessie met het opruimen van werkelijk alles om haar heen voelt anorectisch, waarbij elke hap wordt afgewogen op calorieën en er continue slimme manieren worden gevonden om nog meer af te vallen. Haar devotie tot het opruimen (en correct opvouwen!) van spullen roept associaties op met sektes, bepaalde geloofsovertuigingen of zelfverrijkingstromingen. Ze is enorm oordelend, wat pijnlijk schuurt op de momenten dat je je er niet in kunt vinden. Zoals haar mening over boeken. “Hun doel is dat ze gelezen worden…. Dat ze op de boekenplank staan, heeft geen nut.”

    Gelukkig

    En toch kruipt Kondo langzaam onder mijn huid. Het is haar eigen zoektocht naar een structureel opgeruimd bestaan dat me aanspreekt. Daarbij spaart ze zichzelf niet. De tegenslagen, de smoesjes, het uitstelgedrag, de neuroses en het opgeven. O zo herkenbaar en menselijk. En uiteindelijk legt ze de keus bij mij en mijn gevoel. Als ik gelukkig word van het boek, dan hoort het bij me en mag ik het houden.

    Alles verkeerd

    Dus lees ik door. Om tot de onomstotelijke conclusie te komen: ik doe werkelijk alles verkeerd. Van het denken dat ik die jas nog wel zal dragen tot het bolletjesdraaien van mijn sokken. Ik scoor bijzonder goed in de categorie Komono, Japans voor kleine dingen, verschillende spulletjes, accessoires, gadgets of kleine hulpmiddelen, onderdelen of gereedschappen. En ook ik val in de verleiding spullen te kopen die mij gaan helpen bij mijn opruimwens.

    De herkenning is te groot om nog langer te ontkennen. Het is tijd voor de KonMarie-methode!

    Wordt vervolgd…

  • Over het spoor | Eva Keuris

    Over het spoor | Eva Keuris

    Schrijven is ook lezen, want van wie beter leren dan van hen die je voorgingen? Een spannende opening, een smakelijke vrijscène, goed uitgewerkte personages, je kunt er een workshop over volgen, maar er ook een boek voor openslaan. 

    Het nadeel van lezen-als-schrijver is dat je een nogal gedeformeerde lezer wordt, ik in ieder geval wel. De grote vraag is niet meer ‘hoe loopt dit af?’ maar ‘is deze informatie werkelijk relevant?’, ‘wat onderscheidt de personages van elkaar?’ of ‘welke persoonlijke ontwikkeling heeft de hoofdpersonage eigenlijk doorlopen?’. Wanneer ik dan ook nog eens word uitgekozen een recensie te schrijven over een boek, dan gaat het beoordelend stemmetje in mijn hoofd helemaal los.

    272 losse A4’tjes

    Het boek in kwestie is Over het spoor van Eva Keuris. Ik heb meegedaan aan een actie op internet en ben door uitgever Prometheus geselecteerd om de thriller te mogen recenseren. Hiermee ben ik ook een stapje dichterbij om een gesigneerd exemplaar te ontvangen, maar voor nu wordt mij een geprinte proef gestuurd.

    Enkele dagen later ontvang ik 272 losse A4’tjes, inclusief snijranden. Ik weet dan nog niet dat de losbladerigheid van dit pakket een nogal afleidende werking op mij heeft en voel me bij ontvangst vooral een echte recensent. Dat het hier om een debuut gaat, spreekt mij ook erg aan. Ik ben benieuwd naar de kwaliteit van een beginneling, ofschoon je je af kunt vragen in hoeverre deze benaming opgaat voor iemand die al ruim vijftien jaar ervaring heeft als dialoogschrijver en eindredacteur en les geeft aan de Schrijversacademie.

    Vlot geschreven debuut

    Natuurlijk, een scenario schrijven is iets anders dan een psychologische thriller, maar hoe meer schrijfervaring, des te groter de kans dat er goed geschreven wordt. Over het spoor, bewijst deze stelling ook maar weer. Het is een vlot geschreven verhaal, met personages die werkelijk tot leven komen. Hoofdpersoon is dertiger Stella, ghostwriter en gefascineerd door de moord op de elfjarige Jordi de Wit in 2008, zeven jaar geleden. De grote vraag die haar bezighoudt, is of de indertijd veroordeelde pubers Ingmar, Remi en Julian daadwerkelijk schuldig waren of dat er sprake is van een gerechtelijke dwaling. Wanneer Ingmar de wens uit een boek te willen laten schrijven over wat er werkelijk gebeurd is al die jaren geleden, grijpt ze haar kans.

    De zoektocht van Stella naar het verhaal dat ze wil vertellen, brengt haar naar Hilversum. Niet alleen de stad waar de inmiddels vrijgekomen jongens hun leven weer proberen op te pakken, maar ook waar Stella’s vader na de scheiding van haar moeder met zijn nieuwe gezin is gaan wonen. We lezen over Stella’s ontmoetingen met de jongens en hun familie en zijn deelgenoot van haar struggle zich in te passen in het gezin van haar vader, bij wie ze gedurende het schrijven van het boek intrekt.

    Niet verrassend, wel leuk

    Keuris kiest ervoor het ik-perspectief van Stella af te wisselen met verslagen vanuit de geïnterviewden, wat bijdraagt aan de vaart in het verhaal. In tegenstelling tot wat ik lees in de vele reviews vind ik de plotontwikkeling verre van verrassend en wordt het nergens nagelbijtend spannend. Dat is niet erg, het verhaal over Ingmar, Remi en Julian leest lekker weg. De persoonlijke ontwikkeling die Stella zelf doormaakt, komt wat minder goed uit de verf. Als lezer kom je veel over haar te weten, maar haar eigenaardigheden en onzekerheden zijn vooral beschouwend. Omdat ze nergens een barrière oproepen, lijken ze los te staan van de rest van het verhaal. Zo vraag ik me nog steeds af wat de relevantie is van haar angst om in gezelschap te eten en vind ik de houding van haar moeder aan het eind van het boek ronduit ongeloofwaardig.

    Over het spoor moet het hebben van een sterke pen en aansprekende hoofdpersonages, waardoor je ondanks de weinig verrassende ontwikkelingen met plezier blijft doorlezen.

    Conclusie: een prima debuut en zeker een aanrader voor in de vakantietas.


    Over het Spoor bestel je o.m. bij de uitgever Prometheus, Bol.com en Bruna.

  • Internationale vrouwendag: Barbara of Bas?

    Internationale vrouwendag: Barbara of Bas?

    Vandaag is het internationale vrouwendag en in dit licht vroeg ik mij af hoe het gesteld is met de vrouw en het geschreven woord. Een brede benadering, ik weet het, maar ik ben nogal associatief van aard.

    Immers, naast de vrouwelijke auteur zijn er vele noemenswaardige vrouwelijke personages en mag de noodzakelijke vrouwelijke lezer niet vergeten worden.

    De vrouw als boekenverslinder

    ‘Vrouwen lezen meer dan mannen,’ hoor je vaak zeggen. Toch is dat een misvatting, mannen lezen gemiddeld slechts 2 minuten minder dan vrouwen, het verschil zit hem in wat ze lezen. Daar waar de man zich vooral richt op kranten, pakt de vrouw liever een boek. Dat kan literatuur zijn, maar ook thrillers en detectives, romantische boeken, streekromans, kinder- en jeugdboeken of gedichten. De enige verhalende genres die populairder zijn onder mannen, zijn oorlogs- en verzetsboeken, science fiction-boeken en strips. Als we het over stereotypes hebben, dan lijkt mij dit een mooi voorbeeld.

    De vrouw als auteur

    De digitale bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) geeft ietwat opgelucht aan dat er in elke eeuw schrijvende vrouwen zijn geweest die een prominente positie in de literatuur van hun tijd bekleedden. Als voorbeelden noemen zij vervolgens Hadewijch, Anna Bijns, Betje Wolff, Aagje Deken, Trui Bosboom-Toussaint en Carry van Bruggen. Ik geef onmiddellijk toe dat ik slechts twee auteurs uit deze rij gelezen heb en dan ook alleen nog als duo. Persoonlijk haak ik af bij ´God, Jesus, die door zijn deugdenleven de klare Minne heeft geopenbaard, verlichte u en leere u met zijn klaarheid.´ ofschoon ik warme herinneringen heb aan de ´Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart´. Hoogstwaarschijnlijk heb ik een aangepaste versie gelezen. Dat gezegd hebbend, een bezoek aan de website van de DBNL is zeker de moeite waard als je je wilt verwonderen of verdiepen in de (oud) Nederlandse literatuur.

    Ongelijke behandeling

    In het licht van het thema van vandaag – strijdbaarheid en het gevoel van solidariteit van vrouwen overal ter wereld – dien ik hier uiteraard ook nog te vermelden dat in de loop van de twintigste eeuw vrouwelijke auteurs langzaam maar zeker terrein op hun mannelijke collega’s veroverden.

    Tegelijkertijd zijn er nog altijd de verhalen van (onbewuste) ongelijke behandeling van mannelijke versus vrouwelijke schrijvers. De Britse Catherine Nichols ging zelfs zo ver om een persoonlijk experiment uit te voeren: ze stuurde de eerste pagina’s van haar tot dan toe weinig enthousiast ontvangen romanmanuscript onder de naam George Leyer naar een literair agent. De reactie? ‘Mr. Leyer. Delighted. Excited. Please send the manuscript’. En dat bleek geen toeval. Daar waar Catherine slechts twee verzoeken mocht ontvangen, kreeg de George er maar liefst 17. Terwijl ‘beiden’ hetzelfde aantal literair agenten had aangeschreven. Daarbij kwam: als George een afwijzing kreeg, was die vriendelijker en respectvoller en bevatte de mail meer constructieve feedback.

    Bas in plaats van Barbara?

    Ik vraag mij af: moet ik mijn manuscript Familiegeluk ook maar onder de naam Bas in plaats van Barbara uitsturen? Mannelijke auteurs schijnen sowieso vaker gerecenseerd te worden en veel vaker genomineerd voor prijzen. Als dat zo is, dan moet ik misschien ook maar direct mijn twee vrouwelijke hoofdpersonen in mannen veranderen. Onderzoek van schrijver Nicola Griffith geeft namelijk aan dat boeken met een mannelijke hoofdpersoon veel vaker een literaire prijs in de wacht slepen dan romans met een vrouwelijke protagonist.

    Maar hé, was het niet vandaag internationale vrouwendag en ging het er niet om juist op te komen voor gelijke behandeling? Dan lijkt me een dergelijke gender-wijziging, fictief of niet, onterecht en alleen zinvol om een punt te maken.

    Inhoud, standvastigheid en wilskracht

    Uiteindelijk gaat het binnen het schrijverschap om de inhoud en hoe stevig je in je schoenen staat als (aspirant) schrijver om deze over de bühne te krijgen. J.K. Rowling kreeg niet alleen vele malen ‘nee’ te horen op haar Harry Potter manuscript, maar ook voor haar onder pseudoniem geschreven Cormoran Strike-serie. Een mannelijk pseudoniem (Robert Galbraith) met een zeer mannelijk hoofdpersonage. Die overigens ook weer een slimme en sterke vrouwelijke partner in crime (Robin Ellacott) naast zich heeft staan.

    Barbara blijft dus Barbara en mijn manuscript Familiegeluk behoudt zijn vrouwelijke hoofdpersonages. Mijn primaire doel is tenslotte geen literaire prijzen winnen, maar een vrouwelijke doelgroep een paar uur de mogelijkheid bieden te ontspannen door op te kunnen gaan in een fictieve werkelijkheid. Gelukkig is daar geen internationale vrouwendag voor nodig.


    Voor deze blog heb ik dankbaar gebruik gemaakt van onderstaande bronnen:

    Wie lezen er? Leesmonitor

    Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

    Schrijver versus schrijfster | Opzij

  • Welk boek lees jij?

    Welk boek lees jij?

    Ik ben een enorme leesfanaat, maar sinds ik kinderen heb, is daar behoorlijk de klad ingekomen. Veelal kom ik niet verder dan een tijdschrift (en dan eerder Allerhande of VT Wonen in plaats van Psychologie of Opzij) en meestal scrol ik tussen de bedrijven door op mijn telefoon, te opgejaagd om mij te focussen op een heel boek.

    Met kinderen in de leeftijd zes tot en met elf duurt het avondritueel bij ons thuis minstens tot een uur of tien, waarna ik uitgeput op de bank val. Dit zou het uitgelezen moment voor een boek zijn, maar aangezien echtgenoot alleen leest op vakantie, kies ik er sneller voor om samen met hem Netflix te kijken (ook al praat je niet, het geeft toch een gevoel van bonding). En als ik dan wel een boek pak, omdat er bepaalde tv-programma’s gekeken moeten worden, waar mijn hart minder snel bij gaat kloppen, betrap ik mijzelf erop al snel weer afgeleid te zijn. De onmogelijkheid van een boze buurman die zijn huurder het huis uit wil zetten, trekt op één of andere manier toch mijn aandacht, evenals het overspannen leven van een hysterische vlogger.

    De voordelen van het lezen

    Veel oppervlakkige vluchtigheid en gluren-bij-de-buren dus, terwijl ik weet dat het lezen van een boek mij veel meer brengt. En mij niet alleen, onderzoek heeft uitgewezen dat lezen een groot aantal voordelen kent. Zo leef je langer, train je je brein doordat je je moet focussen op die ene taak voor je, neemt het stresshormoon in je lijf af (zelfs meer dan bij het luisteren naar muziek of het maken van een ommetje) en kan je beter slapen. Ik zeg, wie wil dat niet?

    En er is ook een ander punt. Door zelf te lezen in plaats van aan mijn mobiel gekleefd te zitten of voor de televisie te hangen, laat ik mijn kinderen zien dat lezen normaal is. En dat niet alleen, dat het vooral iets is wat leuk is. Daarnaast is lezen ook belangrijk voor hun ontwikkeling. Denk hierbij aan spelling en woordenschat, maar ook aan fantasie en inlevingsvermogen.

    Veel kinderen lezen niet vanzelf

    Dus lezen wij de twee jongsten nog elke avond voor, mogen ze tijdens de Kinderboekenweek altijd een boek uitkiezen, bezoek ik regelmatig met hen de bibliotheek en zeul ik elke vakantie een stapel kinderboeken mee naar het vakantieadres. Het gaat daarbij niet om wat ze lezen, maar dat ze lezen. Met uitzondering van boeken waar ze nog niet aan toe zijn.

    De grote vraag is natuurlijk of ze hierdoor zelf meer of minder gaan lezen? Het antwoord is voorlopig nog nee. De oudste van elf blijft van mening dat die grote boekenkast in onze zitkamer hopeloos ouderwets is en zijn drie jaar jongere broertje vindt lezen per definitie stom (maar voorgelezen worden fantastisch). Mijn hoop is gevestigd op de jongste van zes, die sinds september is begonnen aan groep 3. ‘Met de kerstvakantie kunnen ze dan ineens lezen,’ zei men toen de jongens haar voorgingen. Ik heb nooit begrepen wat daar precies mee bedoeld werd. Tot nu. Van Nijntje tot Vos en Haas, het wordt allemaal verslonden. En moet ook nog eens door haar zelf worden voorgelezen in de klas.

    De zoektocht naar jouw boek

    Daarmee blijkt maar weer dat iedereen kan lezen, maar dat een voorliefde voor lezen ook zeer persoonlijk is. En toch heb ik hoop, want hoeveel mensen waren geen lezers, tot ze dat ene boek tegenkwamen? Dat boek dat hen raakte en waarvan ze meer wilden.

    Met het huidige aanbod van zeer toegankelijk geschreven kinderboeken van schrijvers als Geronimo Stilton, Peirce Lincoln of Jeff Kinney, herkenbare verhalen van Francine Oomen, Jacques Vriens of Carry Slee en spannende verhalen van J.K. Rowling of Marcel van Driel zal het aan het aanbod niet liggen. En anders heb ik nog altijd de klassiekers van Thea Beckman, Tonke Dragt en Jan Terlouw in mijn kast staan.

     

    Deze blog werd ook gepubliceerd bij De Mama Company  | uitgelichte afbeelding: Shutterstock

  • De kracht van spannend schrijven

    De kracht van spannend schrijven

    Wie mij volgt, weet dat ik niet meer in de race zit voor de publiekswedstrijd van De Pennen zijn Geslepen. Dat betekent niet dat ik het programma en de wedstrijd niet meer volg. Het blijft immers leuk en vooral ook leerzaam om de complete verhalen van de tien finalisten te lezen.

    Ga ik ook stemmen? Natuurlijk. Al vind ik dat nog best lastig. Niet omdat ik er zelf niet tussen zit. Hoe spijtig ook, die teleurstelling heb ik inmiddels achter mij gelaten.

    Onbevredigd gevoel

    Wat ik lastig vind, is dat er niet één inzending direct tussenuit springt. In ieder geval niet voor mij. Ik lees alle verhalen, waarin vrouwen veelal de hoofdrol spelen en moeders en geliefden een belangrijke bijrol hebben. Ik lees ze nog een keer en kom tot de conclusie dat een groot deel mij onbevredigd achterlaat. Dat zegt waarschijnlijk veel meer over mij, dan over de kwaliteit van het schrijfwerk, maar als schrijver is het toch interessant te analyseren waarom dit zo is.

    Het brengt mij tot een aantal punten:

    • Ik kan mij niet identificeren met de hoofdpersoon. Vaak omdat de intrinsieke motivatie achter haar handelen onduidelijk is: waarom doet ze wat ze doet? Een enkele keer omdat ik te weinig achtergrond heb: waarom overkomt haar dit?
    • Aan het eind lijkt alles voor niets geweest. Omdat ik na 750 woorden het gevoel heb terug bij af te zijn of omdat er iets is gebeurd waar niemand wat mee is opgeschoten. En dit wordt alleen maar versterkt, wanneer de sfeer in het verhaal goed is neergezet en ik enorm meeleefde met de hoofdpersoon.
    • In dit verlengde heb ik ook een hekel aan een slechte afloop, ofschoon dat in het geval van De Vrijheid dermate origineel is, dat ik het wel weer kan waarderen. En hier geldt: het verhaal is verder gegaan, zij het in de voor de hoofdpersoon onprettige richting.
    • Een ander voor de hand liggend punt is de leesbaarheid van het verhaal. Vooral gevechten om uit te breken of juist iemand te doden zijn voor mij niet altijd even helder. Ik moet direct kunnen zien wat er gebeurd en dat moet geloofwaardig zijn.

    Persoonlijke ontwikkeling

    Uiteindelijk blijven er drie verhalen over, waartussen ik moet kiezen. Drones vind ik erg goed geschreven, maar geen thriller en valt dus als eerste af. De keuze is dan tussen Losgelaten en Moeder, vast ook omdat ik zelf kinderen heb. Ik lees beide verhalen nog een keer kritisch door en kies voor Moeder. Niet alleen omdat ik het in zijn geheel beter geschreven vind, maar ook omdat de hoofdpersoon een duidelijke ontwikkeling doormaakt, wat belangrijk is voor een goed verhaal.

    Ik heb mijn stem uitgebracht en ben zeer benieuwd welk verhaal de jury zal kiezen.

    Met de eigen billen bloot

    Na bovenstaande kritische beschouwing ben je wellicht nieuwsgierig naar het eind van de eerste alinea die ik zelf had ingezonden. Mijn complete verhaal vind je hier: De Afspraak. Constructieve feedback is uiteraard van harte welkom.


    Ook stemmen?
    Dat kan nog tot en met woensdag 7 december middernacht op de website van De Pennen zijn Geslepen.

  • De afspraak (inzending schrijfwedstrijd)

    De afspraak (inzending schrijfwedstrijd)

    De pijn is terug, heviger deze keer. Sam knijpt zijn ogen stijf dicht, zijn handen tot vuisten gebald. Het liefst zou hij die vuisten recht in het gezicht van de man achter hem slaan, maar hij weet dat dit geen optie is. De man heeft foto’s van hem gemaakt, foto´s die Sam niet op internet wil terugzien.
    Harde vingers boren zich in zijn heupen en hij moet op zijn lippen bijten om het niet uit te schreeuwen. God, wat haat hij deze man. Deze man, waarvan hij dacht dat hij hem kon vertrouwen.
    De zware ademhaling achter hem versnelt en Sam weet wat er gaat komen.
    Dit moet stoppen, denkt hij, en er is maar één manier waarop dat kan.

    De voordeur valt met een harde klap in het slot, gevolgd door het gestommel van voetstappen in de gang. Over tafel kijken Roos en Tom elkaar veelbetekenend aan. Er was een tijd dat ze niet konden wachten tot Sam thuiskwam, maar sinds enkele maanden brengt zijn aanwezigheid een onaangename spanning met zich mee.
    ‘Laat hem maar aan mij over. ‘ Roos doet haar best neutraal te klinken, onpartijdig. Haar vriend haalt zijn schouders op met de gelatenheid van iemand die al te vaak op de proef is gesteld.

    Achter hen gaat de kamerdeur open. Roos draait zich om. ´Sam..’ de rest van de woorden blijft in haar keel steken. Naast Sam staat een man die ze uit duizenden zou herkennen, al was het maar omdat ze hem elke dag in het gezicht van haar zoon terugziet. In haar maag vormt zich een harde knoop; wat heeft die twee bij elkaar gebracht?

    ‘Victor Sanders.’ De man steekt zijn hand uit naar Tom, die hem aarzelend aanneemt. Roos ziet hoe een spiertje bij zijn mond ongecontroleerd is gaan trillen. Ze kan het hem niet kwalijk nemen, niemand zit te wachten op een bezoek van één van Nederland’s topcriminelen.
    Een onverwacht gevoel van verontwaardiging overvalt haar. Hoe durft Victor zo haar huis binnen te vallen?
    ‘De afspraak is dat jij je hier niet laat zien.´
    Victor’s ogen staan koud als hij haar aankijkt en de knoop in haar maag wordt harder aangetrokken.
    ‘De afspraak is dat hij hier veilig opgroeit.’
    ‘Wat hij ook doet.’
    De stilte die valt, is hoorbaar en Roos’ blik glijdt naar Sam, die nog steeds naast zijn vader staat.
    ‘Sam,’ zeg ze zachtjes, ‘wat is er aan de hand?’
    Sam schudt zijn hoofd en tot haar schrik ziet ze dat er een traan over zijn wang naar beneden rolt. De laatste keer dat ze hem zag huilen was drie jaar geleden. Hij was toen acht.
    ‘Misschien kan je vriend daarop antwoord geven.’
    Verbaasd draait Roos zich om naar Tom, die zwijgt. Het spiertje bij zijn mond is harder gaan trillen.

    De beweging komt onverwacht. Tom´s blouse schuurt kort haar blote arm als hij de kamer uitrent, Victor op zijn hielen. Enkele seconden later klinkt vanuit de keuken het geluid van brekend glas.
    ‘Blijf hier,’ roept Roos tegen Sam, die nog altijd roerloos in de kamer staat.

    Wanneer ze de keuken binnenkomt, heeft Victor Tom tegen het aanrecht gedrukt.
    ´Victor, laat hem los.´
    In plaats van te luisteren, trekt hij Tom’s hoofd hard naar achteren. Tot haar ontsteltenis ziet Roos hoe hij een stuk glas zachtjes langs de keel van haar vriend laat glijden.
    ´Victor, je gaat hem geen pijn doen.´
    ´Niet zoveel pijn als hij Sam heeft gedaan.´
    ´Wat bedoel je?’
    Ondanks dat Victor zijn mond bij Tom´s oor heeft, kan ze hem duidelijk verstaan. ´Wat was het? Lust, macht of beiden?’
    Roos kijkt naar het gezicht van haar vriend, vertrokken van angst. ‘Tom, waar heeft hij het over?’
    ‘Tom houdt van kleine jongens, Roos. Alleen niet op de manier die jij en ik graag zien.’
    Om haar heen lijkt de wereld stil te staan.
    ‘Nee,’ zegt ze zachtjes, ‘dat kan niet.’
    ‘Waarom niet? Omdat hij braaf elke dag naar kantoor gaat?’
    Een geluid bij de keukendeur doet haar omdraaien. ‘Sam, jij zou in de zitkamer blijven.’
    Sam negeert haar en kijkt naar Victor. ‘Wat ga je met hem doen?’ vraagt hij op vlakke toon.
    ‘Wat we hebben afgesproken.‘
    Haar blik glijdt van de één naar de ander, vader en zoon. Dan kijkt ze naar Tom, die met grote, angstige ogen terugkijkt. Ze voelt niets meer.
    ‘Ik ben moe, mamma,’ zegt Sam naast haar.
    Roos slaat haar arm om zijn tengere schouders. ‘We gaan slapen,’ antwoordt ze geruststellend. ‘Je vader ruimt het hier wel op.’


    Bovenstaand is het complete verhaal (750 woorden) dat ik heb geschreven voor de publiekswedstrijd van De Pennen zijn Geslepen en waarvan de eerste alinea hier op hun website is te vinden. Mijn alinea heeft het helaas niet gehaald tot de beste tien inzendingen. Mijn teleurstelling was inspiratie voor de blog Zelfvertrouwen.

    Nieuwsgierig naar wat ik vind van de juryselectie van de wedstrijd? Ik schreef er de blog De kracht van spannend schrijven over.

  • Ik ♥ van wonen (inzending blogwedstrijd)

    Ik ♥ van wonen (inzending blogwedstrijd)

    Mijn ideale huis staat in een jaren dertig woonwijk achter de duinen. Het is gelegen op een hoek en heeft een grote tuin op het zuidwesten. Achterin deze tuin, verscholen tussen hoge hortensia’s, staat een boomhut. Het is de favoriete speelplek van mijn kinderen.

    De natuur in huis

    Ikzelf ben het liefst in onze serre, een grote glazen uitbouw midden in het groen. Als je goed luistert, hoor je in de verte het ruisen van de zee. Overdag zit ik hier achter het houten bureau, dat we tijdens een vakantie op een lokale markt in Zuid-Frankrijk op de kop hebben getikt. Ik werk dan in alle rust aan mijn roman en blogs. De zon schijnt door het glazen dak naar beneden en verwarmt mijn rug, de geur van vers gezette koffie houdt mij scherp.

    Centrale ontmoetingsplek

    ´s Avonds schuift iedereen aan de hoge, witte bar, die onze open keuken van het woongedeelte scheidt. Deze bar is de centrale ontmoetingsplek van ons huis; vele mooie gesprekken zijn hier al begonnen en geëindigd.

    Na het eten lig ik languit gestrekt op de rode bank voor de open haard. Of ik kijk met echtgenoot een filmpje in televisiehoek, terwijl de kinderen in de achterkamer hun eigen ding doen. Dat is het fijne van mijn ideale huis, er is ruimte genoeg om bij elkaar te zitten, zonder dat je elkaar in de weg zit.

    Tot zoverre de fantasie.

    Hoe het echt zit

    Mijn werkelijke huis staat in een niet zo hippe, maar wel gezellige buitenwijk van Den Haag. De eerste keer dat mijn echtgenoot de wijk bij mij onder de aandacht bracht, dacht ik dat hij gek geworden was. Ik kwam uit Amsterdam, wat moest ik in de Vinex? Nog niet dood wilde ik er gevonden worden.

    Inmiddels zijn we tien jaar verder en ben ik steeds meer gehecht geraakt aan de omgeving. Mijn huis mag dan wel geen visgraat parket hebben en ook de plafonds zijn angstvallig laag vergeleken met een authentiek dertiger jaren woning, de buurt is extreem kindvriendelijk en mijn stookkosten zijn betaalbaar. Het enige punt is de ruimte of eigenlijk het gebrek eraan.

    Relatieve ruimte

    Ruimte is een relatief begrip, er zijn genoeg mensen die met veel minder vierkante meters dan ik prima uitkomen. Zelfs met drie drukke kinderen die er ook niet kleiner op worden. En ik ken ook mensen die in veel grotere huizen wonen en nog steeds ruimtegebrek ervaren, ook zonder die kinderen. Toch zit ik dagelijks te broeden op een plan om mijn huis op z’n minst groter te doen lijken.

    Onlangs dacht ik de oplossing gevonden te hebben: een glazen schuifpui aan de achterkant, zodat de zitkamer en tuin meer één geheel worden. ‘Ik dacht dat je met een goedkope oplossing zou komen,’ was de reactie van mijn echtgenoot hierop. Hij is van mening dat opruimen al een heleboel zou schelen. ‘De boekenkast eruit?’ was de hoopvolle suggestie van de oudste van elf, die onze inrichting hopeloos ouderwets vindt. Maar ik hou van mijn boeken en ik kan niet alle knutselwerkjes van de kinderen zomaar weggooien.

    Nee, ik broed op iets anders. Iets met veel glas en een hoge, witte bar en heel misschien zelfs een open haard.


    Deze blog is geschreven naar aanleiding van een oproep door VT Wonen voor nieuw blog talent. Het thema was ‘ik ♥ van wonen’. Ofschoon ik zeker niet een pur sang wonen blogger ben, vond ik het toch leuk om mee te doen.

  • Proeflezers, wat is het nut ervan?

    Proeflezers, wat is het nut ervan?

    Het moest er een keer van komen, mijn schrijverskind uit handen geven, dus dat is wat ik enkele weken geleden deed. Drie proeflezers lazen gedurende de zomervakantie het manuscript van Familiegeluk.  Inmiddels heb ik hun feedback ontvangen, de vraag is of ik er ook iets mee kan?

    Laat ik direct beginnen met te stellen dat het leuke van proeflezers is dat je direct bewondering oogst.

    ‘Je hebt gewoon een boek geschreven!’

    ‘Nou ja, boek, boek, het is een manuscript,’ antwoord ik dan snel.

    ‘Het heeft een begin, midden en eind,’ is het antwoord, ‘hoe super is dat!’

    En ze hebben gelijk, hoe super is dat? De afgelopen periode ben ik vooral bezig geweest met het comprimeren van mijn 550 pagina´s naar de 475 die het momenteel zijn. Het is makkelijk te vergeten dat het traject om zover te komen ook een hele prestatie is.

    ‘Het leest als een trein!’

    ‘Het is een echte pageturner!’

    Ik neem de complimenten in ontvangst. Het is goed ze te horen, maar nu wil ik weten wat er beter kan.

    Eigenaardigheden

    Want dat dit het geval is, weet ik zeker. Zoals ik eerder schreef ben je als schrijver op een gegeven moment blind voor de lacunes in je verhaal. Daarnaast heb je ook je eigenaardigheden. Zo blijk ik een onverwachte voorliefde voor eikenhouten tafels te hebben. En alle meelezers zijn het er over eens dat er te veel cappuccino’s en wijn gedronken wordt. Terwijl het op z´n minst opvallend is dat niemand rookt, zelfs niet begin jaren zestig, waarin een deel van mijn verhaal zich afspeelt.

    Taalgebruik

    Frappant is ook mijn soms archaïsch taalgebruik, waarschijnlijk een overblijfsel uit de tijd dat ik diep in de oudere meisjesboeken zat. Mensen zetten zich neer en deuren openen zich. Terwijl de uitdrukking dat iets je niet boeit weer ongepast is in 1963.

    Tijdens mijn eigen redactie betrapte ik mijzelf op een te veelvuldig gebruik van bijwoorden en hoewel ik daar sindsdien meer alert op ben, zijn mensen alsnog vertwijfeld of wanhopig als ze het even niet meer weten. Datzelfde geldt voor woorden en uitdrukkingen die ongemerkt in mijn hoofd zijn blijven hangen; zo opent de hoofdrolspeelster op één pagina twee keer haar mond om iets te zeggen en zijn staalblauwe ogen een te groot cliché.

    Taal Tikfouten

    Proeflezers kijken naar je verhaal. Loopt het lekker? Is het geloofwaardig? Grammatica en taalfouten (of zoals één van hen troostend zei ’tikfouten’) zijn in principe van latere zorg. Toch is het prettig als iemand ze al voor je aanstreept, want ondanks alle eigen checks blijkt ‘die versus dat’ of  ‘ij versus ei’ niet altijd even makkelijk. En zelfs de beginnersfout ‘ik wordt’ komt ook in mijn manuscript meerdere keren terug. Ik troost mij met de gedachte dat dictee nooit mijn sterkste punt is geweest en dat je simpelweg over je eigen fouten heen leest. Ik weet natuurlijk ook wel dat een bardame niet haar glazen met haar geblondeerde haren poetst.

    Meningen

    Kun je over taal nog het Groene Boekje erbij halen of de heerlijke Schrijfwijzer van Jan Renkema, voor de inhoud geldt: zoveel monniken, zoveel kappen. Ook mijn proeflezers hadden totaal verschillende meningen over een aantal gebeurtenissen in mijn verhaal. Wat de één niet meer dan een logisch gevolg vond, ging voor de ander veel te snel. Van geen van hen heb ik overigens gehoord dat de seks-scenes eruit moesten.

    Overeenkomsten waren vooral te vinden in de motivatie van personages. Zo vindt mijn hoofdpersonage Lisette een kistje met documentatie van haar overleden moeder. Een moeder met wie ze geen goede band had. Waarom wil ze dan toch de betekenis van de documentatie achterhalen? En waarom neemt de ‘slechterik’ zoveel risico?

    De feedback van de meelezers bevestigt ook dat door het verwijderen en samenvoegen van personages en scènes, relevante informatie is weggevallen. Dit zijn o zo belangrijke punten, die je als schrijver vaak niet meer opmerkt, omdat je teveel in het verhaal zit.

    Hoe nu verder?

    Het mag duidelijk zijn: er is weer werk aan de winkel. Met alle feedback in mijn achterhoofd ga ik nu zelf mijn manuscript in boekvorm doorlezen. Ik verwacht dat ik op deze manier vanzelf merk wat ik wel en wat ik niet aan moet passen. Het zou nog wel eens tot een verrassende wending kunnen leiden.

  • Niet storen, ik lees!

    Niet storen, ik lees!

    Het zal je niet verbazen dat ik vind dat iedereen zou moeten lezen. Lezen is verrijking en ontwikkeling, maar ook ontspanning en ontsnapping. Lezen kan je dichter bij jezelf brengen, maar ook dichter bij anderen.

    Dat wil niet zeggen dat ikzelf dagelijks lees, die tijden zijn helaas voorbij. Met drie kinderen op de basisschool en mijn eigen schrijven heb ik vaak niet de rust om met een boek op de bank te gaan zitten. Zelfs in de vakantie grijp ik sneller naar een tijdschrift of (bekentenis!) social media. Het vluchtige lezen, vaak zonder inhoud en veel plaatjes.

    Lezen is stom

    Mijn kinderen zijn wonderbaarlijk genoeg geen lezers. ´Lezen is leuk!´ roep ik regelmatig door het huis. ´Lezen is stom,´ roepen mijn twee oudsten dan in koor. Want zij vinden lezen moeilijk en dus niet leuk. ´Lezen is moeilijk, omdat je het nog niet goed kan,´ is mijn redenering dan, want voorlezen vinden ze allemaal prachtig. ´Je hebt gewoon nog niet jouw boek gevonden,´ is mijn andere motto, want ik geloof oprecht dat er voor iedereen een boek is dat van een niet-lezer een leesliefhebber maakt.

    De kracht van voorlezen

    Ik ben groot geworden met lezen. Toen ik vroeger thuis kwam van school om te lunchen, las mijn moeder altijd voor. Gezeten op een hoge, rode kruk in de keuken werden mijn zus en ik meegenomen naar de chocoladefabriek van Willy Wonka, huilden we bittere tranen om de eenzaamheid van Remi (en de dood van het aapje) en wilden we net als Minoes ook kunnen praten met poezen.

    Kruistochten, mannen en moordenaars

    Toen ik eenmaal zelf kon lezen, beleefde ik woeste avonturen met Tiuri uit de boeken van Tonke Dragt, wist ik alles van de honderd jarige oorlog en kruistochten dankzij Thea Beckman en wilde ik door Enid Blyton ook op kostschool. Ik huilde wederom bij Schoolidyllen en Onder moeder vleugels en las op mijn twaalfde stiekem alle boeken van Leni Saris. Om nog maar te zwijgen over de Bouquetreeks. Dit werd ietwat rechtgetrokken door de fantastische regency boeken van Georgette Heyer en de betere chicklits van schrijvers als Marian Keyes.

    Later ontdekte ik het detective genre en verslond ik alle boeken van Agatha Christie, Ellery Queen en Patrick Quentin en werd ik verliefd op Lord Peter Wimsey. Ook ik bleef tot diep in de nacht op voor de avonturen van Harry Potter, kon niet wachten op de meer praktische pocket uitgave van een nieuwe Nicci French of Robert Galbraith en over ´De waarheid achter de zaak Harry Quebert‘ schreef ik onlangs nog een blog.

    Pareltjes

    Tegenwoordig probeer ik ook buiten mijn favoriete genres te lezen, want als schrijver is dat heel leerzaam. In mijn geval betekent dat meer Nederlandse boeken en meer literatuur. Soms zitten daar onverwachte pareltjes tussen, zoals het aangrijpende Niets weerstaat de nacht van Delphine de Vigan, het bizarre, maar toch pakkende De consequenties van Niña Weijers en het geestige As in tas van Jelle Brandt Corstius .

    #NSPP2016

    Gisteren werd mijn aandacht getrokken door de volgende oproep:

    MELD JE AAN VOOR DE NS PUBLIEKSPRIJS KERNJURY!

    275 leden, die een afspiegeling vormen van het Nederlandse lezerspubliek. Lezers die niet bang zijn om hun mening te geven en die ook bereid zijn om actief stemmen te werven. Zes boeken in diverse genres.

    Je begrijpt, ik heb mijzelf opgegeven!


    Ook kans maken tot de kernjury van de NS Publieksprijs te behoren?
    Iedere Nederlander van 18 jaar en ouder kan lid worden. Aanmelden kan nog t/m 25 september a.s.