schrijverschap Archieven - barbarasevenstern.nl

Categorie: schrijverschap

Over het schrijven van een eigen boek, bloggen en alles wat daar bij komt kijken.

  • Rebellen en dwarsdenkers

    Rebellen en dwarsdenkers

    Ik ben hem zojuist gaan volgen, schrijver en programmamaker Özcan Akyol, maar waar ik echt nieuwsgierig naar ben, is zijn nu al veelbesproken essay voor de aankomende Boekenweek, waarin hij het boekenvak geheel binnen het thema van dit jaar (rebellen en dwarsdenkers) onderzoekt.

    Aanleiding van de commotie rondom het essay is de (mogelijke) reputatieschade van een zekere boekhandel in Veenendaal. Als je het mij vraagt is het een prachtig PR mogelijkheid, waarop de boekhandel in kwestie op gepaste wijze inhaakt. Alle klanten krijgen bij aanschaf van het essay een boekenlegger met de tekst: “elke overeenkomst met bestaande personen berust op toeval. Veel leesplezier, boekhandel Van Kooten”. Inclusief smiley. Briljant! En laat ik deze week nou heel toevallig in de buurt van Veenendaal vertoeven ;-).

    Aan de rebelse literatuur schrijvers

    Akyols vraagstuk in zijn essay richt zich echter op de rebelse literatuur schrijvers; waar zijn ze gebleven? Of zoals Toef Jaeger dinsdag in het NRC schreef ‘het essay is een tirade tegen de elitaire boekenwereld die de ontlezing aan zichzelf heeft te danken’.

    Ik ben benieuwd.

    De niet-lezer

    Ik schrijf geen literatuur. Mijn debuut Familiegeluk is een verhaal met een gedoseerde hoeveelheid spanning en romantiek. Zo’n boek dat, zo begrijp ik uit de interviews met Akyol, volgens die elitaire boekenwereld gelezen wordt door niet-lezers.

    Inmiddels is deze groep niet-lezers echter een stuk groter dan de groep lezers. Sterker nog, dankzij hen wordt er überhaupt nog een beetje gelezen. En dus is het hoog tijd om iedereen in zijn waarde te laten én om het verschil te gaan maken als literair schrijver. Dat is tenminste wat ik uit de voorgesprekken met Akyol begrijp. En o ja, iedereen kan en mag zelf zijn keus maken welk boek hij wel of niet leest.

    De schoen wringt

    AHA! Maar daar wringt in mijn ogen ook een schoen.

    Want het mag je dan een zorg zijn (of niet) dat De Bestseller 60 voor het overgrote deel bestaat uit boeken gelezen door niet-lezers, feit blijft dat zo’n lijst gedomineerd wordt door de bekende namen.

    Oké, die hebben zich in het verleden bewezen of hebben een onderwerp, naam of netwerk dat deuren opent. Good for them. Maar wanneer je weet dat de fysieke boekhandels hun inkoopbeleid baseren op deze lijst (ze moeten tenslotte verkopen), dan snap je dat het voor de beginnende auteur, zijnde geen Bekende Nederlander of schrijvend over één, behoorlijk lastig is om gezien en dus gelezen te worden.

    ‘Zorg dan dat je in die lijst terecht komt,’ zeg jij nu wellicht. En daarin heb je een punt. Maar om in die lijst te geraken, moet je eerst serieus verkopen. En om serieus te verkopen, moet je zichtbaar zijn. En dat kip-ei dilemma is precies waar de schoen wringt.

    Serieus verkopen

    Ik heb serieus verkocht tijdens mijn boekpresentatie bij Paagman in Den Haag. Zo serieus dat ik die week zelfs op nummer 1 van hun Boek Top 5 belandde. Voor Geert Mak, Simone van der Vlugt en Auke Kok’s boek over Cruijff. Hoe cool was dat. En hoe zichtbaar was mijn boek. Niet alleen in de winkel, maar ook in de nieuwsbrief en op de website. Want zo gaat dat met lijstjes.

    Dankzij de inspanning van mijn uitgever was het e-book van Familiegeluk opgenomen in de Hebban Adventskalender 2019, wat resulteerde in een vierde plaats in de Hebban Rank. Wederom een grote zichtbaarheid onder de lezersdoelgroep. En zo waren er nog meer geslaagde marketingacties rondom mijn boeklancering.

    Maar wat daarna?

    Boekmarketing

    Daarna is het toch echt aan mij als auteur zelf om met mijn boek de boer op te gaan. Boekwinkels, journalisten, bibliotheken, leesclubs en talkshow te benaderen. Haakjes zoeken, zodat mijn verhaal relevant wordt voor de aangesproken partij. Elke gebeurtenis rondom het boek bekijken vanuit PR waarde. Is die er, hup, nieuwsbericht eruit. Tijdrovende zaken en bij lange na niet iets waar elke auteur zich comfortabel onder voelt of het netwerk voor heeft.

    Ako op Schiphol

    En laten we wel wezen, in het licht van het wereldnieuws en de roddel en achterklap, valt een verhaal rondom het schrijven van Familiegeluk al snel af. Als onbekende auteur ben ik vooral afhankelijk van de gunfactor van de lokale boekhandel en media. Iets wat ik koester, maar het blijft wel regionale zichtbaarheid, die mij niet bij de Ako op Schiphol doet belanden. Een plek waar een boek als Familiegeluk juist uitermate geschikt voor is.

    Natuurlijk, er blijven onbekende auteurs doorbreken. Auteurs die wel Thriller van de Maand worden bij gerenommeerde boekhandels en besproken worden in praatprogramma’s. Van wie de rechten verkocht worden aan het buitenland. Gelukkig maar. En ik weet ook dat een grote media exposure geen garantie voor hoge verkoopcijfers is.

    Zichtbaarheid

    Toch breek ik graag een lans voor al die “onzichtbare” boeken die het verdienen om gelezen te worden. In een tijdperk waarin er steeds minder gelezen wordt en het CPNB de lezer centraal wil zetten, zou er meer zichtbaarheid moeten zijn voor (debuterende) auteurs wiens boeken geen maatschappelijke impact zullen hebben, maar wel garant staan voor een paar uur leesplezier bij een hele grote groep lezers. Niet-lezers zo uw wil. Maar die wel moeten weten dat die boeken er zijn.

    Misschien een leuk thema voor de Boekenweek 2021?

  • Schrijfweek, ofwel écht vrij schrijven

    Schrijfweek, ofwel écht vrij schrijven

    Eindelijk is het zover, mijn schrijfweek op de Utrechtse Heuvelrug gaat beginnen. Zeven dagen van vrijheid, waarin ik me volledig kan richten op mijn schrijven. Geen werk, huisgenoot of ander persoon om mijn aandacht op te eisen. Alleen ik en mijn fantasie.

    Of in ieder geval ik en mijn laptop. En een lijstje van alles wat ik de komende dagen wil doen. Nee, gá doen. Het is een ambitieuze opsomming van activiteiten, maar een hele week voor mezelf voelt dan ook als een eeuwigheid. Nu is het moment om meters te maken.

    Vliegende start

    De prioriteit ligt bij Boek 2, want ja, die gaat er echt komen. Het schrijven van Familiegeluk was voor mij niet een bucketlist-ding, die nu afgevinkt is, maar mijn opleiding tot schrijver. Nu ik die heb afgerond, is het tijd om alles wat ik de afgelopen zes jaar heb geleerd, aan het begin van mijn schrijfproces toe te passen en niet halverwege of tegen het eind. Als dat geen winst oplevert!

    Dat is tenminste het idee.

    Vastgelopen

    De praktijk is weerbarstiger. Want als ik me afvraag wat ik dan zo anders ga doen, loop ik direct vast. Het meest impactvolle leermoment tijdens het schrijven van Familiegeluk was namelijk mijn keus om mijn verhaal als thriller te benaderen in plaats van als spannende roman. Een spannende roman zou immers niet bestaan in boekwinkelland; ik moest kleur bekennen.

    Indekken

    Ik koos voor het thriller genre, wat me handvatten gaf om mijn verhaal krachtiger neer te zetten. Maakte het van Familiegeluk een bloedstollend verhaal? Nee, zeker niet. En dus noemde ik het een feelgood thriller. Ter waarschuwing voor de lezer, ‘let op, dit boek is niet nagelbijtend spannend’.

    Waarom voelde ik me zo geroepen om mezelf in te dekken?

    Een roman die extra spannend is, kan in recensies lovend worden vergeleken met een thriller, terwijl een thriller met een gedoseerde hoeveelheid spanning toch al snel als minder wordt ervaren. Een literaire thriller is dan weer wel positief.

    Schizofreen

    De meeste lezers snappen mijn toevoeging niet; feelgood en thriller zijn dan ook geen zaken die van nature bij elkaar horen. Familiegeluk wordt een lichte thriller genoemd, een familieroman met een vleugje spanning of een toegankelijke vrouwenthriller. En in sommige gevallen een psychologische thriller; niet altijd even spannend, maar wel meeslepend en boeiend. Gelukkig wel een boek dat prima thuishoort in het rijtje thrillers van mijn uitgever de Crime Compagnie.

    Mens, ga schrijven!

    En ineens vraag ik me af waar ik me druk om maak. Ik sta aan het begin van mijn schrijfweek en in plaats van mijn vrij te voelen, hou ik mezelf gevangen met de gedachte in een hokje te moeten passen. Ik ga, net als bij Familiegeluk, gewoon een boek schrijven. Mijn boek, dat dan weer wel.

  • De echte schrijver

    De echte schrijver

    ‘Een echte schrijver kenmerkt zich door een grote mate van egoïsme,’ zei iemand tegen me. ‘Het schrijven gaat immers voor alles.’ Ik liet de woorden bij me binnenkomen en realiseerde me dat ik nooit een echte schrijver zou worden.

    Ik ben namelijk een pleaser en pleasers zetten hun eigen behoeften zelden op de eerste plaats. In mijn schrijven leidt dat tot een innerlijke strijd tussen Schuldgevoel en Frustratie.

    Schuldgevoel

    Schuldgevoel vindt namelijk dat ik een slechte moeder ben als ik de kinderen een paar uur alleen beneden laat, zeker als het betekent dat ze achter een schermpje kruipen. En aangezien mijn echtgenoot nog altijd meer verdient dan ik met mijn schrijven, is Schuldgevoel van mening dat de zorgtaak in onze huis navenant verdeeld moet worden. Hoezo een week in schrijfretraite?

    Frustratie

    Tegelijkertijd komt Frustratie om de hoek kijken. Frustratie wil met haar vuist op tafel slaan en de kinderen vertellen dat het thuis geen hotel is en dat ze prima zichzelf een paar uur kunnen vermaken, terwijl mama boven aan het werk is. Frustratie wil dapper genoeg zijn om echtgenoot te vertellen dat hij twee keer per jaar een week op de kinderen moet passen, omdat deze schrijver op schrijfretraite is. Maar Frustratie is niet opgewassen tegen Schuldgevoel en zwijgt in alle talen.

    Wilskracht

    En toch ligt er 13 december een boek in de winkel. Mijn boek. Want terwijl de innerlijke strijd tussen Schuldgevoel en Frustratie in volle gang is, dient Wilskracht zich aan. Wilskracht heeft geen boodschap aan Schuldgevoel of Frustratie. Wilskracht oordeelt niet, maar is vastbesloten van mijn schrijversambitie een succes te maken. Met ongekend doorzettingsvermogen en veerkracht houdt ze me op het schrijverspad. Wilskracht geeft nooit op. Met een boek als resultaat.

    En dat maakt van mij toch mooi een echte schrijver.

    Deze blog werd eerder gepubliceerd als zomercolumn bij Perfecte Buren.

  • ThrillerAcademie, opleiding tot auteur

    ThrillerAcademie, opleiding tot auteur

    Een beetje schrijver anno nu weet dat hij of zij er met het schrijven van een boek alleen niet komt.  Het verhaal moet gepromoot worden en dat niet alleen, de lezer wil ook graag weten wie jij als schrijver bent.

    Daar kan je natuurlijk van alles over vinden. Tenslotte verkochten de boeken van Dan Brown, Nicci French, JK Rowling, Mulisch of Reve ook vóórdat er sprake was van persoonlijke auteursblogs en video’s. En Stieg Larsson was al dood toen zijn boeken als zoete broodjes over de toonbank vlogen. Moet je dan je toch al zo kostbare schrijftijd ook nog eens besteden aan (online) zelfpromotie?

    Wij van wc-eend

    De recentelijk opgerichte ThrillerAcademie vindt van wel. En omdat ik de dames achter dit initiatief hoog in het vaandel heb zitten, besloot ik een van hun Thrillermiddagen te bezoeken. Dat riekt natuurlijk naar een ‘wij van wc-eend’ verslag, maar wees gerust. Wie hoog staat, kan ook diep vallen. Maken Antoinette Kalkman en Marelle Boersma met de presentatie van hun lesmateriaal en workshops mijn verwachtingen waar?

    Aan de locatie van de Thrillermiddag kan het in ieder geval niet liggen. Mijn reis leidt me door ‘oneindig laagland’ en eindbestemming Hoeve Rijlaarsdam is een voorbeeld van een “in de geweldige ruimte verzonken” boerderij, “verspreid door het land”. Met de zege van Marsman sta je toch met 1-0 voor, zou ik zo zeggen. 

    Theorie en praktijk

    De middag is opgedeeld in twee delen met in het midden een groepsactiviteit. Want Antoinette en Marelle zijn beiden van de praktijk: wat betekent de theorie voor jouw verhaal?

    De ThrillerAcademie biedt haar lessen dan ook aan in modules. Je kiest zelf welke onderdelen je online volgt, waarbij de afsluitende schrijfopdracht altijd gericht is op jouw eigen verhaal. Dat kan een thriller zijn, maar ook een spannend (kort) verhaal, een roman, een levensverhaal of een kinderboek. Alle boeken hebben tenslotte een zekere vorm van spanning nodig.

    “We brengen netwerken bij elkaar”

    De presentatie is persoonlijk en gedreven, zoals ik van Marelle en Antoinette gewend ben. Marelle is stellig, ‘Ik wil voorkomen dat jullie in een van die valkuilen vallen, waar ik ben ingedonderd.’ Als auteur van dertien – ‘Of is het veertien? Ik ben de tel inmiddels kwijt’– boeken, heeft ze recht van spreken. ‘En als je boek af is, laten we je nog niet los,’ gaat ze enthousiast verder. ‘We brengen netwerken bij elkaar. Uitgevers en schrijvers, maar ook schrijvers onderling en schrijvers en lezers. Dat laatste doet geen enkele schrijfschool.’

    De ThrillerAcademie positioneert zichzelf dan ook niet als schrijfopleiding, maar als opleiding tot auteur.  ‘Jij bent een bedrijf en de lezers zijn je klanten,’ zegt Marelle. ‘Je moet weten waarvoor je staat met je boeken.’ Als voorbeeld noemt ze haar eigen verhuizing naar Portugal. Het is de inspiratie geweest voor haar nieuwe ‘Ik vertrek’ serie. Zo versterkt haar eigen verhaal haar boeken en andersom.

    Een fan per dag is genoeg

    Zichtbaarheid zorgt voor verbinding, het laat de mens achter de schrijver zien. ‘Zoek wel iets wat bij je past,’ is hierbij het advies van Antoinette. ‘Wees onderscheidend en sta daarvoor.’ Als zakenvrouw en marketeer in de financiële dienstverlening kent ze het belang van personal branding als geen ander. Ook weet ze uit ervaring tot wat voor olievlek één interview kan leiden. En hoe dit drie jaar later nog steeds effect kan hebben. ‘Leg de lat zo hoog dat je er net bij kan,’ zegt ze. ‘Een fan per dag is genoeg, maar zorg wel dat je hem krijgt.’ Authenticiteit en relevantie staan daarbij hoog in het vaandel. ‘Laat de mens achter de schrijver zien, maar kies zelf wat je laat zien. En zorg voor een haakje naar je verhaal.’

    Een beetje mooier

    Na een middag met onverwacht veel inhoudelijke schrijftips (de dames weten waar ze over praten en delen graag) en inspirerende gesprekken met mededeelnemers, rij ik om half zes traag, maar tevreden door oneindig laagland naar huis. De dames hebben ze me zeker niet teleurgesteld. En de essentie van de ThrillerAcademie? Verbinden.

    In de woorden van Marelle: ‘Wij zijn we allemaal. Als we met elkaar de boekenwereld een beetje mooier kunnen maken, is de ThrillerAcademie geslaagd.’


    Meer weten? Neem dan een kijkje op ThrillerAcademie.nl, volg de Facebookpagina of lees een van mijn blogs over mijn schrijftrainingen bij Marelle.

  • De last van NaNoWriMo

    De last van NaNoWriMo

    Wie een beetje van het schrijven is, kan er niet omheen: het is bijna National Novel Writing Month, kortweg NaNoWriMo genoemd.

    NaNoWriMo is een uit Amerika overgewaaid initiatief met als doel het schrijven van een roman van minstens 50.000 woorden in één maand, te weten november.

    Reëel? Ik denk het niet.

    Zinvol? Dat dan weer wel.

    NaNoWriMo gaat inmiddels zijn twintigste levensjaar in en is (hoe kan het ook anders) veel meer dan de ambitie een boek te schrijven in een extreem korte tijdspanne. Zelf omschrijven ze hun doel als volgt: “encouraging creativity, education, and the power of the imagination through the largest writing event in the world”.

    Schrijvers als bruggenbouwers

    Met dit jaar een verwachte 40.000 deelnemers wereldwijd kun je stellen dat ze aardig succesvol zijn. Dat daarvan slechts een klein deel zijn gestelde schrijfdoel behaalt, lijkt minder belangrijk. Het punt is verhalen te schrijven en te delen, waardoor we niet alleen onszelf beter begrijpen, maar ook bruggenbouwers worden in een steeds meer verdeelde wereld.

    Het doel om binnen een maand 50.000 woorden te schrijven, klinkt onverwacht een stuk meer haalbaar.

    Chagrijnig

    Het internationale platform biedt hiervoor ook allerlei tools aan, waaronder pepp talks en interactieve webcasts met gevestigde auteurs. Ook is er een speciale focus op jongeren. Ondertussen tikt de klok zichtbaar verder en zijn er daar je NaNoWriMo buddies die je aanmoedigen je wordcount te halen.

    Ik word al chagrijnig bij de gedachte.

    Iets ‘moeten‘ is nooit mijn sterkste punt geweest. Zoals een sportmaatje voor de een de noodzakelijke stok achter de deur is, is die voor mij de reden om mijn kont tegen de krib te gooien. ‘Hoezo dat jij me gaat vertellen dat ik MOET sporten???’ Dat sportmaatje is immers mijn barrière tussen wel en niet hoeven gaan en in feite dus de oorzaak van al mijn ellende.

    Het Gevaar van Afleiding

    Nu is schrijven over het algemeen een solitaire bezigheid. En de aangeboden mentale en praktische online support kan net dat ene duwtje in de juiste richting zijn. Maar wanneer de schrijftijd beperkt is, loert ook het Grote Gevaar van Afleiding (GGA). Want hoezeer ik het huishouden kan laten voor wat het is, alles over schrijven is een heel ander verhaal. Voordat ik het weet, heb ik al mijn kostbare uren besteed aan het aanmoedigen van mijn NaNoWriMo buddies, om nog maar te zwijgen over alle handige schrijftips die ook gelezen of bekeken moeten worden.

    Focus SchrijfMaand

    Terug naar de zinvolle kant van dit schrijfinitiatief. Want een maand lang eindelijk eens werk van je schrijfambitie maken, is op zichzelf een mooi streven. Schrijven is tenslotte vooral gaan zitten en doen. Ook als je – zoals ik – een groot deel van je tijd daadwerkelijk aan dat schrijven kunt besteden, blijft het realiseren van een leesbaar verhaal uiteindelijk een kwestie van zelfdiscipline.

    Dus heb ik besloten net zoals in 2015 mijn eigen draai aan NaNoWriMo te geven en november te gebruiken als Focus SchrijfMaand (FSM). Niet een minimaal aantal woorden, wel een uitgewerkt nieuw boekidee. Ik heb genoeg ingevingen, maar wat op de fiets of onder de douche briljant voelt, kan op papier een snelle dood sterven. Hoe waardevol om hier een maand lang gericht mee aan de slag te gaan!

    Cadeautje

    En misschien is dat wel de crux. Wie meedoet aan NaNoWriMo moet in een maand 50.000 woorden hebben geschreven. Doe je dat niet, dan heb je toch een soort van ‘gefaald’. Mijn FSM geeft me een maand de tijd om mijn verhaal te kickstarten. En dat voelt toch wel als een cadeautje.

  • Waarom jij straks mijn boek koopt

    Waarom jij straks mijn boek koopt

    Sinds ik vijf jaar geleden besloot een boek te schrijven, zijn er twee vragen die me regelmatig worden gesteld. De eerste is of het al af is, waarbij inmiddels het woord ‘al’ steeds vaker vervangen wordt door het woord ‘eindelijk‘. De tweede vraag is waarom de betreffende vragensteller mijn boek zou moeten kopen?

    ‘Waarom koop ik je boek?’

    Deze keer is het collega R die de vraag stelt. Hij is heel serieus, verkopen is zijn vak. Daarnaast is hij een enorme yogi. De zeldzame combinatie van een commerciële man, die zijn gevoel volgt. Ik realiseer me dat ik niet wegkom met mijn vaste ‘omdat ik het heb geschreven’ antwoord.

    ‘Omdat mijn boek wel goed geschreven is.’

    R kijkt me niet-begrijpend aan.

    ‘Dat klinkt als een open deur,’ zeg ik, ‘maar je moest eens weten hoeveel boeken onleesbaar zijn.’

    Hij is niet overtuigd.

    ‘Omdat je zin hebt in een spannend verhaal?’

    Dan heeft R nog wel alternatieven.

    ‘Maar mijn boek is ook grappig. En ontspannend.’

    Het zegt R allemaal niets.

    ‘Eigenlijk is het meer een vrouwenboek,’ verdedig ik mezelf. ‘Die herkennen zich erin. Mannen lezen het vervolgens omdat hun vriendin er enthousiast over is.’

    ‘Maar waarom moet ik het lezen?’

    Ik val stil. Ja, waarom eigenlijk?

    ‘Misschien moet je dat gewoon zelf bepalen?’

    Volgens R is er een beter antwoord. Hij leest om geraakt worden, zijn vrouw overigens ook. Wat gaat hem raken in mijn boek? Wat neem hij mee als hij mijn boek heeft gelezen? Wanhopig zoek ik in mijn hoofd naar het juiste antwoord. Wat wil R horen?

    ‘Omdat ik het heb geschreven?’ probeer ik dan toch maar.

    Geen antwoord.

    Ik blokkeer totaal en R ziet het. Het raakt hem. Ik doe iets wat ik blijkbaar heel belangrijk vind, maar ik kan hem niet overtuigen van het belang ervan?

    Droom versus marketing

    Ons gesprek laat me niet los. Waarom moet iemand mijn boek kopen? Waarom koop jij mijn boek?

    ‘Voor de ontspanning,’ roept vriendin T een paar weken later tegen me. ‘En ik hou van thrillers.’

    ‘Maar dat zegt niets over mijn boek,’ beargumenteer ik.

    T kijkt me verbaasd aan.

    ‘Ik ben opzoek naar een antwoord op dieper niveau,’ leg ik uit. ‘Zo is dit boek het tastbare bewijs dat ik mijn droom heb waargemaakt. En als ik dat kan, kan jij het ook.’

    ‘Daarvoor koop ik toch niet je boek?’

    ‘Het kan een reden zijn.’

    T schudt haar hoofd. Haar boekkeuzes worden bepaald door marketing.  “Als er een boek is dat je dit jaar leest, is het dit”, “Het beste thriller debuut van 2019”, “De verrassing van dit jaar” of “Nederland is weer een talentvolle thrillerschrijfster rijker.”

    ‘Als het uitkomt, ga ik het zeker kopen,’ zegt een moeder op het schoolplein. Ik weet niet of ze van thrillers houdt of opzoek is naar meer zelfinzicht. Ze wilt mijn boek hebben, omdat ze al jaren meeleeft met mijn schrijfperikelen op Facebook.

    Rotsvast

    Koopmotivatie, het is iets ongrijpbaars. Wat voor de een de doorslag geeft, is voor de ander totaal geen reden. En dan heb ik het nog niet eens over de praktische zichtbaarheid van het boek in kwestie. De top tien lijstjes, de tafel met bestseller auteurs in de boekwinkel en de aanraders van de redactie. Zie daar als debutant maar eens tussen te komen en genoeg op te vallen.

    Toch heb ik er een rotsvast vertrouwen in dat mijn boek daar volgend jaar ligt. Waarom? Omdat het een heerlijke feelgood thriller is. En omdat de aanhouder wint.

  • Kill your darlings

    Kill your darlings

    ‘Kill your darlings,’ het is een bekende uitspraak in schrijversland en een enorm cliché, maar (zoals vaker met clichés) ook zeer effectief. Als schrijver is het een van de bewezen editing technieken om tot de beste versie van je verhaal te komen. En ik zeg dit uit ervaring.

    Toen ik enkele jaren geleden het conflict voor Familiegeluk op papier zette, was ik totaal niet bezig met een genre. Ik zocht naar een manier om de lezer te raken en haalde inspiratie uit mijn eigen ervaringen, voorkeuren en emoties. Je kunt gerust stellen dat ik Familiegeluk gewoon ben gaan schrijven. Weliswaar met een indrukwekkende tijdslijn, locatie schema’s, diepgaande karakterschetsen en een overkoepelend thema, maar nooit met een vooropgesteld genre. Ik schreef gewoon mijn verhaal. Een beetje spanning, beetje liefde en een tijdsgeest. In feite een spannend boek.

    Een spannend boek bestaat niet

    Het probleem is echter dat een spannend boek niet bestaat. Je hebt thrillers, detectives, YA, chicklits, science fiction, romans etc. Wat je niet hebt, is een spannend boek.

    Klinkt dat gek? Als lezer vind ik van wel. Hoeveel spannende boeken heb jij in de kast staan? En zijn het dan thrillers of romans? De scheidslijn is soms zeer dun en persoonsgebonden.

    Zo niet voor de uitgever, die voor zijn inkoop duidelijke categorieën hanteert. En dat kan betekenen dat jouw roman als thriller gezien wordt. Of dat je thriller wordt afgewezen, omdat het niet spannend genoeg is en dus te veel een roman.

    Kies en blijf kritisch

    Wie slim is, bepaalt zijn genre op voorhand. Het bepaalt immers de inhoud en het tempo van je verhaal en neem van mij aan, die wetenschap voorkomt een hoop herschrijven achteraf. Daar staat tegenover dat ik juist door mijn vrij-uit schrijven, ben gaan inzien waarom een bepaalde passage niet bij mijn thriller genre past of juist wel.

    Na al zo’n honderd pagina’s te hebben verwijderd (je schrijft een thriller, geen roman!), zou je denken dat ik er wel zou zijn. Niets is minder waar. Naarmate het manuscript zijn finale staat nadert, telt elk hoofdstuk, elke gebeurtenis zwaarder mee.

    En dan lig ik in mijn bed en ineens weet ik het. Mijn mooiste, meest kwetsbare hoofdstuk uit het verhaal vertraagt het tempo van mijn thriller. Het moet eruit. Ik woel en ik draai, maar het feit blijft: kill your darlings.

    Gisteren was een treurige dag.

  • Schrijven in het digitale tijdperk

    Schrijven in het digitale tijdperk

    Gisteren was het de internationale dag van het handschrift. Het Platform Handschriftontwikkeling greep die gelegenheid aan om bij de Tweede Kamer een petitie neer te leggen, waarin ze voorstelt van schrijven een apart vak te maken. Want in ons digitale tijdperk is een net handschrift een rariteit aan het worden.

    Mijn handschrift is niet mooi te noemen, op z’n best is het leesbaar. Ik kijk immer met een jaloerse blik naar briefjes waarop de letters op vloeiende en creatief-ogende wijze uit de pen zijn gerold. Oefening baart kunst, vandaar natuurlijk de roep om een apart schrijfvaardigheid vak.

    Karakteramnesie

    Het doet me denken aan China. Sinds de intrede van smartphones en tablets hebben ze daar te kampen met ’karakteramnesie’: je herkent een karakter als je het ziet, maar weet niet hoe het te schrijven. Nu telt het Chinese schrift duizenden karakters, die ook nog eens aan strenge regels zijn gebonden. Elke streep, punt of haal moet in de juiste volgorde en de juiste richting worden gezet. Dat gaat veel verder dan een correcte spelling. Dat gaat om een oude cultuur en hoe die te interpreteren.

    Overtrokken

    Terug naar Nederland. Het handschrift van oudste (jongen, linkshandig en ADHD) was jaren een Serieus Probleem op school, tot het moment dat hij in groep vijf belandde en ik er van de ene op de andere dag nooit meer iets over hoorde. Inmiddels zit hij in groep acht en schrijft hij volgens zijn klasgenoten als een meisje, zo netjes. Vanuit deze ervaring vind ik al die stress over netjes schrijven dan ook overtrokken. Sommige problemen lossen zich ook op door er niet te zwaar aan te tillen en het de tijd te geven.

    Creativiteit

    En toch. Ik ben ervan overtuigd dat we naast tikken op een toetsenbord of beeldscherm ook met regelmaat de pen moeten oppakken. Waarom? Omdat je op papier niet constant aan het verbeteren slaat, wat je focus op het creatieve proces houdt in plaats van een zo mooi mogelijke zin maken. Dat redactieproces is belangrijk, maar wie aan het begin van een verhaal, werkstuk of mindmap staat, dient zich primair bezig te houden met het bedenken ervan. Mijn thriller-in-wording Familiegeluk is zo ontstaan. Liggend in de hangmat met alleen pen en papier, kon ik vrij denken en hoepla, daar was ineens het plot van mijn verhaal.

    Trage computer

    Het is ook wetenschappelijk bewezen: tijdens het handmatig schrijven leggen je linker en rechter hersenhelft verbindingen waardoor je je beter kunt concentreren en sneller denken. ‘Je hoofd wordt een trage computer als je niet genoeg schrijft,’ stelt oud-docent Aartje Schoemaker in een NOS interview van gisteren.

    Een trage computer, in een tijdperk waarin nu niet snel genoeg is. Hoe erg is dat? We hebben toch Siri of YouTube, aan wie we mondeling kunnen vragen iets voor ons op te zoeken? En onze spellingscontrole vertelt ons niet alleen als we iets foutief intikken, hij corrigeert het betreffende woord ook nog eens voor ons. Dat is toch vooral makkelijk?

    Winst

    Natuurlijk is dat ook zo. Zeker wanneer spelling – zoals bij mij – niet je sterkste punt is. Maar wanneer je – ook zoals ik – bent opgegroeid in een tijd dat een werkstuk handgeschreven werd ingeleverd, dan is het ondenkbaar dat je niet schrijft. Met de hand. Ik begrijp evenwel ook dat dat geen reden is om het te blijven doen, maar eerder een teken van inflexibiliteit en misplaatst romantisme.

    Waar het mij om gaat is het gevaar van gemak, dat voorbij gaat aan de winst die er te behalen valt wanneer je wel even die extra moeite doet. Schrijven is een prestatie van het geheugen. Wie een woord opschrijft, zal merken dat hij het beter onthoudt dan wanneer hij het alleen maar leest. Hetzelfde geldt voor klakkeloos intikken van wat er gezegd wordt versus dezelfde informatie in eigen woorden opschrijven. Actief iets met de informatie doen, daar gaat het hier om.

    Achterliggend probleem

    Is een apart schrijfvak de oplossing? Ik denk het niet. Een onleesbaar handschrift is immers slechts één van de aspecten van het veel grotere achterliggende probleem: de negatieve gevolgen van digitalisering. Want van een slechte schrijfvaardigheid is het een kleine stap naar de achteruitgang van leesvaardigheid. Waarom immers een artikel lezen als ik een video kan kijken? In het geval van mijn kinderen maar al te vaak opgenomen door een puber of Tijdelijke BN’er wiens taalgebruik zich beperkt tot ‘jó bro‘ en ‘fucking this‘. Wat mij direct op spreekvaardigheid brengt.

    Verantwoordelijkheid

    Voor mijn kinderen is de meer en meer gedigitaliseerde wereld de werkelijkheid waarin zij leven. Als ouder heb ik de keus dit hun enige werkelijkheid te laten zijn of hen ook een andere aan te reiken, waarin digitalisering een toegevoegde waarde heeft, maar niet allesbepalend is. Als school hieraan bijdraagt, juich ik dat van harte toe.


    Bij het schrijven van deze blog heb ik dankbaar gebruik gemaakt van de volgende bronnen:

    Je hoofd wordt een trage computer als je niet genoeg schrijft
    Tabletgeneratie in China worstelt met karakters van het oeroude handschrift
    Sommige Chinezen verleren het schrijven
    Chinese jeugd verleert het handschrift

  • Schrijfweek in Portugal

    Schrijfweek in Portugal

    Iedereen die een boek schrijft, komt op het punt dat het manuscript af is. Je weet, het kan vast beter en over een aantal zaken twijfel je zelfs nog, maar er is niets wat jij vanuit jezelf als schrijver nu nog zou kunnen verzinnen dat het verhaal beter maakt.

    Ik ben op zo’n punt wanneer De Schrijf Compagnie Masterclass zich presenteert. Een samenwerkingsverband van thriller auteurs Marelle Boersma en Linda Jansma en hun uitgeverij De Crime Compagnie. Een prettig geprijsde masterclass voor gevorderde schrijvers wiens manuscript zo goed als af is. Het enige wat ik hoef te doen is mijn eerste 10.000 woorden in te sturen, zodat bepaald kan worden of ik gevorderd genoeg ben voor deelname.

    En dat ben ik! Mijn deelname wordt geaccepteerd en na zes weken ontvang ik een constructieve manuscriptbeoordeling door Linda. Enkele maanden later meld ik mij aan de poort van Casa Perspectiva in Portugal voor het vervolg: een schrijfweek bij Marelle.

    Ode aan Casa Perspectiva

    Casa Perspectiva

    Casa Perspectiva, ik had er al veel over gehoord en van gezien via social media. Een huis bovenop een berg en – tot schrik van mijn taxichauffeur – zonder adres. Een landgoed waar sinaasappels, vijgen, mispel, kweepeer, druiven en olijven voor het plukken hangen en de zoete aardappelen, uien, wortels en boontjes van eigen land komen. Waar de honden Boy en Lucky je elke dag enthousiast begroeten en soms tijdens het schrijven aan je voeten komen liggen, altijd waakzaam op de roep van de ander. En waar Bink de zwarte poes ongegeneerd op je schoot kruipt om luid smakkend zijn voorpootjes tegen je aan te drukken. Voor wie minder van de honden en katten is, de dieren worden op verzoek ook binnen gehouden.

    Het geheim van schrijven

    Een prachtige plek dus, maar bovenal een schrijfhaven. Want tussen al dit natuurschoon staan twee schrijfhuisjes en verspreid over het terrein zijn diverse schrijfplekken gecreëerd. Waar kan de creativiteit beter stromen dan onder de Mispelblom of tussen de sinaasappelbomen? Met de warmte van de zon op je huid en als enige geluid het ruisen van de wind door de bladeren boven me, kom ik tot rust. En rust is het grote geheim van schrijven.

    Schrijfhaven

    Gouden koppel

    Maar Casa Perspectiva is nog meer. Het is immers het landgoed van Marelle en haar vriend Jan. Een meer gouden combinatie is moeilijk te vinden. Met 13 boeken op haar naam, een achtergrond in lesgeven en een hartelijke en open manier van communiceren is Marelle voor mij de ideale schrijfdocent. Eerder volgde ik al een schrijfweekend bij haar in de Betuwe. Het feit dat ik ervoor gekozen heb nu voor een week bij haar in Portugal te komen schrijven, geeft wel aan dat ik fan ben. Jan is nieuw voor mij, maar aangezien hij de maaltijden verzorgt en luistert naar de naam Kostelijk, heb ik er alle vertrouwen in dat dit wel goed komt.

    Ik word niet teleurgesteld. Zowel Marelle als Jan laten de hele week zien waar ze goed in zijn. In een welkome sfeer het hoofd en de maag vullen, zodat inzichten worden geboren en de creativiteit gaat stromen.

    De moordlustige schrijver

    Of om het anders te stellen: dat ik mij realiseer dat er nog veel te weinig spanning in mijn verhaal zit en dat mijn hoofdpersonage nog steeds om meer diepgang vraagt. Had Linda in haar feedback dat ook al niet gezegd? Hier op de berg in Portugal leer ik waar precies de pijnpunten liggen en bovenal: hoe ik ervoor kan zorgen dat ze verdwijnen.

    Schrijfdokter Marelle

    Ik duik letterlijk in het personage van mijn hoofdpersoon en in gesprek met de rest van de groep, ervaar ik hoe perfect ze is. Veel te perfect. En dus saai. Ik zie waar de spanning in mijn verhaal ontbreekt en waar ik weliswaar mooi schrijf, maar verder dan amusant wordt het voor een groot deel niet. En een thriller moet schuren, er moeten conflicten zijn, verdenkingen en barrières. Focus is mijn nieuwe mantra. En Kill your darlings. Bovenop de berg van Marelle en Jan wordt het een bloederige boel.

    De chemie van de groep

    Naast docent, verzorging en locatie is een ander zeer belangrijk deel van het welslagen van een schrijfweek de groep. Die andere schrijvers die net als ik zo graag hun boek willen uitgeven dat ze bereid zijn thuis de boel de boel te laten en zich vreugdevol een week lang terugtrekken om te schrijven. Mijn ervaring is dat wanneer je gelijkgestemde mensen bij elkaar zet in een afgeschermde, veilige omgeving er mooie dingen ontstaan.

    Elke dag heerlijk eten van Jan

    Wordt er in het begin nog wat afgetast, na twee dagen is iedereen geland en krijgen de gesprekken steeds meer diepgang. Verhalen worden gedeeld en reacties kunnen in alle openheid worden gegeven. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje en dat creëert begrip en oplossingen voor elkaars knelpunten, dilemma’s en blinde vlekken. En mooie gesprekken.

    Het meest opvallende van de groep is wel de gedrevenheid. Ben ik gewend dat er ’s avonds nog wordt doorgezakt met een fles wijn, vijf van de zes avonden trek ik al om acht uur de deur van mijn slaapkamer in de B&B achter mij dicht. En ik vind het prima. De eerste avond ben ik überhaupt gesloopt van de reis en alle indrukken en ook de avonden erna merk ik hoe inspannend een hele dag workshops, gesprekken en schrijven is. Ik wil en kom tot rust.

    Debuutjaar 2018

    Veel te snel is de schrijfweek voorbij. ‘Eigenlijk zouden we nu nog drie dagen schrijfretraite moeten hebben,’ is de algemene conclusie. Want we weten allemaal dat, eenmaal thuis, de waan van de dag ons leven weer gaat beheersen. Toch zijn we vol goede moed, hier staan mooie verhalen op papier. En we nemen met elkaar voor: 2018 wordt ons debuutjaar. Want in de woorden van Marelle, ‘je moet een doel hebben, dan hou je je eraan’.
    Debutanten 2018
    Ben je van de thrillers, dan volg je dus vanaf nu niet alleen mijn Facebook pagina van Familiegeluk, maar ook de blog van Antoinette Kalkman en straks de pagina’s van Ellis Souwerbren en Tamara Onos. De liefhebber van historische romans doet datzelfde voor Kristel Flinzner.

  • ADHD en ODD op school – met 9 praktische tips

    ADHD en ODD op school – met 9 praktische tips

    Klassen van dertig kinderen, een leerkracht die aan zijn taks zit en dan jouw drukke en opstandige kind dat net die druppel is die de emmer doet overlopen. School roept om een onderzoek op ADHD en voordat je het weet, word je verzocht over te gaan op medicatie voor je kind en je alvast te verdiepen in bijzonder onderwijs.

    Het zijn verhalen uit de krant en mijn omgeving. Ik weet dus dat het gebeurt. En toch zakt elke keer mijn broek weer af als ik er over hoor. Het kan toch niet zo zijn dat de school van mijn zoon de enige school in Nederland is die wel in staat is om te gaan met een kind met ADHD en ODD?

    Regulier onderwijs zonder al te veel excessen

    Ik schreef al eerder een blog over opstandige kinderen in de klas en de schorsing van oudste vorig jaar geeft aan dat ook in ons geval het niet altijd loopt zoals je zou willen. En toch zit hij nog steeds op regulier onderwijs, zonder al te veel excessen. Ja, hij slikt medicatie om zijn schoolperiode te kunnen overbruggen. Niet vanuit het uitgangspunt dat zijn leerkracht hem anders niet aan kan, maar omdat hij zelf dan stukken minder last heeft van geluid en beweging om hem heen, dat bij hem veel harder binnenkomt dan bij ons. Minder last, betekent niet alleen beter kunnen concentreren, maar ook dat hij minder overprikkeld raakt en dus minder (snel) geïrriteerd reageert op zijn omgeving. Fijn voor zijn klasgenoten en juf, maar bovenal fijn voor hemzelf!

    Geaccepteerd en gewaardeerd om wie hij is

    Dit alles wil niet zeggen dat medicatie het antwoord is, het is slechts één van de hulpmiddelen die je kunt inzetten om ADHD en ODD hanteerbaar te maken voor zowel het kind als diens omgeving. Oudste heeft geluk dat zijn klas geen 30 maar 24 leerlingen telt, toch denk ik dat het allerbelangrijkste de houding van zijn klasgenoten en leerkrachten is. Hij wordt geaccepteerd en gewaardeerd om wie hij is. School is daarmee een veilige plek voor hem, waar hij welkom is, ook als het een keer mis is gegaan.

    Waarom werkt het bij ons op school?

    Het heeft mij aan het denken gezet. Hoe komt het dat het voor onze oudste wel werkt op school? Ik kom tot een aantal cruciale factoren:

    1. Erken dat er een probleem is en dat je bereid bent hieraan te werken
      Je mag als ouder wellicht het gedrag niet herkennen, maar als school aangeeft dat jouw kind zich onhandelbaar opstelt in de klas, zul je er toch iets mee moeten. En dat gaat verder dan het probleem terugleggen bij school, het gaat immers om jouw kind. School heeft jou nodig. Zeker als het negatieve gedrag zich thuis niet voordoet, is de stap om een diagnose te laten stellen wellicht groot, maar als het handvatten biedt om verder te kunnen, zou ik het zeker aanraden.
    2. Wees duidelijk en open in je communicatie met school
      Toen de oudste dwars en opstandig gedrag begon te vertonen, heb ik alle lijnen met school strak aangetrokken. Ik zorgde ervoor altijd bereikbaar te zijn, stuurde updates over zijn diagnosetraject en coaching en vroeg aan het begin van elk schooljaar een kennismakingsgesprek aan met zijn nieuwe leerkracht. Ik liet de leerkrachten weten als er thuis iets was voorgevallen wat een negatief effect kon hebben op zijn gedrag in de klas en deelde tips en trucs die in de omgang met mijn oudste werkte.
    3. Het kind hoort op school
      Het patroon van ‘opstandig in de klas = naar huis mogen’ is zelfs voor een vierjarige makkelijk te herkennen, met als gevolg dat hij daar naar gaat handelen. In feite wordt zijn dwarse gedrag beloond, terwijl hij moet leren dat hij overdag op school hoort te zitten. Naast mijn eigen bereidwilligheid is mijn uitgangspunt dat daar waar het probleem zich voordoet, het ook opgelost dient te worden. Dat wil niet zeggen dat ik mijn kind nooit een middag thuis heb gehouden, soms is het voor alle partijen in kwestie beter om even niet met elkaar geconfronteerd te worden. Het mag echter niet het uitgangspunt of een patroon worden.
    4. Zorg voor een plek waar het kind zich terug kan trekken
      Als het even niet meer gaat, is het heel fijn dat je weet dat er een plek is waar je (onder toezicht) naar toe kunt. Een leeg klaslokaal of kantoortje waar het kind na een woedeuitbarsting tot rust kan komen, maar ook waar hij naar toe kan om zo’n uitbarsting juist te voorkomen. In sommige situaties kan even alleen op de gang al uitkomst bieden.
    5. Maak duidelijke afspraken met school waar iedereen zich aan dient te houden
      Onze oudste kan praten als Brugman en als het hem uitkomt neemt hij alles letterlijk. Het is dus de zaak hem bij de les te houden en geen ruimte voor vrije interpretatie te geven. Zo is de afspraak dat hij na drie waarschuwingen de klas uit moet. De vraag is alleen, wat is precies een waarschuwing? Zeker voor een kind bij wie al zoveel tegelijkertijd binnenkomt. Visualeer het, was mijn oplossing. Elke waarschuwing is een gele kaart, twee gele kaarten betekent daarna een rode en hij weet dondersgoed wat dat inhoudt. En zeg als leerkracht nooit ‘wie niet wil meedoen met de les, kan naar huis gaan.’
    6. Kijk naar de behoefte van het kind
      Een kind met ADHD en ODD kan minder lang stil zitten dan een kind die dit niet heeft. Je kunt dit als docent maar beter accepteren, zodat je de onrust voor kunt zijn. Mijn oudste heeft regelmatig met onbeschreven briefjes naar de administratie van school gelopen, puur om hem even zijn bewegingsvrijheid te geven. Ook zit hij al jaren achterin de klas, het liefst in een hoek, waar hij zo min mogelijk last heeft van de ruis om hem heen. Hij heeft een koptelefoon en een studiebuddy die hij naar eigen gelieven in kan zetten. Eigenlijk is het net als bij een puppy cursus: veel liefde en korte, heldere instructies met een beloning achteraf.
    7. Vermijd fysiek contact
      Dit geldt in ieder geval voor mijn oudste zoon. De natuurlijke neiging om hem tegen te houden wanneer hij ontploft, is groot. Zeker als hij los wil gaan op de uitdager in kwestie. Toch is het verstandig in het geval van een vechtpartij de ander mee te nemen in plaats van mijn oudste tegen te houden. Woede maakt hem ongekend sterk en omdat het hier om ADHD en ODD gaat, zal elk kalmerend advies op dat moment niet tot hem doordringen. Wij hebben de duidelijke afspraak met school dat ze hem in zo’n situatie laten gaan, mede omdat we inmiddels weten dat hij altijd naar huis zal lopen.
    8. Neem het niet persoonlijk
      Een kind met ADHD en ODD zal jou, als docent, zeker uitproberen. Dat heeft niets met jou als persoon te maken, maar alles met het feit dat je nieuw voor hem bent. En nieuw is veelal beangstigend. Hij wil weten waar hij staat en valt daarmee terug in gedrag dat voor hem bekend is, namelijk dwars en opstandig. Het risico dat hij daarmee neemt, is nihil, want de klas uit gestuurd worden, is een vertrouwd verschijnsel voor hem. Datzelfde kind zal je gezag niet automatische accepteren omdat je nou eenmaal de leerkracht bent, je zult het moeten verdienen om wie je bent. Benader hem daarom ook op ‘eyelevel’, ga niet in de verdediging om je gelijk te krijgen, maar geef hem ruimte om aan je te wennen. Realiseer je dat het kind zichzelf evenveel in de weg zit als jou en waarschijnlijk meer.
    9. Een gedragsstoornis is niet per definitie negatief
      Een kind met ADHD en ODD zal vaak niet op zijn beurt wachten, maar het antwoord of zijn reactie door de klas roepen. Dat komt wellicht dwars over, maar wat als het nou eens enthousiasme is? Als zijn late reactie op het niet wegleggen van zijn boeken, voortkomt uit het feit dat hij helemaal op was gegaan in zijn werk of spel? Als zijn commentaar op zijn medeleerlingen voortkomt uit het feit dat de kinderen naast hem al de hele tijd zitten te fluisteren (wat bij hem tien keer zo hard binnenkomt)?  Als zijn directe antwoord oprecht bedoeld is en niet brutaal? Of de vechtpartij op het schoolplein getriggerd werd door de uitdagende opmerking van een heel ander kind dat pas praat als de leraar zich heeft omgedraaid? Realiseer je dat dit soort kinderen vaker bekritiseerd worden dan gecomplimenteerd. Wat als hij doorkrijgt dat jij hem voor vol aanziet en niet als de vanzelfsprekende onruststoker in de klas? Je zou zomaar je meest loyale leerling hebben gevonden.

    Natuurlijk is bovenstaand niet zaligmakend. Elk kind is anders en de éne docent is beter dan de ander in de omgang met kinderen die graag buiten de lijntjes kleuren. Je kunt als ouder het gevoel hebben niet gehoord te worden door school en vice versa. Is het dan verstandig tegen de klippen op je kind op die school te willen houden? Ik denk het persoonlijk niet. Uiteindelijk gaat het om zijn belang en dat is een omgeving die het beste uit hem weet te halen binnen de bandbreedte waar hij om vraagt.

    In bovenstaande tekst spreek ik over het kind als ‘hij’, maar het kan natuurlijk net zo goed ‘zij’ zijn.