schrijven Archieven - barbarasevenstern.nl

Tag: schrijven

  • Schrijfweek, ofwel écht vrij schrijven

    Schrijfweek, ofwel écht vrij schrijven

    Eindelijk is het zover, mijn schrijfweek op de Utrechtse Heuvelrug gaat beginnen. Zeven dagen van vrijheid, waarin ik me volledig kan richten op mijn schrijven. Geen werk, huisgenoot of ander persoon om mijn aandacht op te eisen. Alleen ik en mijn fantasie.

    Of in ieder geval ik en mijn laptop. En een lijstje van alles wat ik de komende dagen wil doen. Nee, gá doen. Het is een ambitieuze opsomming van activiteiten, maar een hele week voor mezelf voelt dan ook als een eeuwigheid. Nu is het moment om meters te maken.

    Vliegende start

    De prioriteit ligt bij Boek 2, want ja, die gaat er echt komen. Het schrijven van Familiegeluk was voor mij niet een bucketlist-ding, die nu afgevinkt is, maar mijn opleiding tot schrijver. Nu ik die heb afgerond, is het tijd om alles wat ik de afgelopen zes jaar heb geleerd, aan het begin van mijn schrijfproces toe te passen en niet halverwege of tegen het eind. Als dat geen winst oplevert!

    Dat is tenminste het idee.

    Vastgelopen

    De praktijk is weerbarstiger. Want als ik me afvraag wat ik dan zo anders ga doen, loop ik direct vast. Het meest impactvolle leermoment tijdens het schrijven van Familiegeluk was namelijk mijn keus om mijn verhaal als thriller te benaderen in plaats van als spannende roman. Een spannende roman zou immers niet bestaan in boekwinkelland; ik moest kleur bekennen.

    Indekken

    Ik koos voor het thriller genre, wat me handvatten gaf om mijn verhaal krachtiger neer te zetten. Maakte het van Familiegeluk een bloedstollend verhaal? Nee, zeker niet. En dus noemde ik het een feelgood thriller. Ter waarschuwing voor de lezer, ‘let op, dit boek is niet nagelbijtend spannend’.

    Waarom voelde ik me zo geroepen om mezelf in te dekken?

    Een roman die extra spannend is, kan in recensies lovend worden vergeleken met een thriller, terwijl een thriller met een gedoseerde hoeveelheid spanning toch al snel als minder wordt ervaren. Een literaire thriller is dan weer wel positief.

    Schizofreen

    De meeste lezers snappen mijn toevoeging niet; feelgood en thriller zijn dan ook geen zaken die van nature bij elkaar horen. Familiegeluk wordt een lichte thriller genoemd, een familieroman met een vleugje spanning of een toegankelijke vrouwenthriller. En in sommige gevallen een psychologische thriller; niet altijd even spannend, maar wel meeslepend en boeiend. Gelukkig wel een boek dat prima thuishoort in het rijtje thrillers van mijn uitgever de Crime Compagnie.

    Mens, ga schrijven!

    En ineens vraag ik me af waar ik me druk om maak. Ik sta aan het begin van mijn schrijfweek en in plaats van mijn vrij te voelen, hou ik mezelf gevangen met de gedachte in een hokje te moeten passen. Ik ga, net als bij Familiegeluk, gewoon een boek schrijven. Mijn boek, dat dan weer wel.

  • De echte schrijver

    De echte schrijver

    ‘Een echte schrijver kenmerkt zich door een grote mate van egoïsme,’ zei iemand tegen me. ‘Het schrijven gaat immers voor alles.’ Ik liet de woorden bij me binnenkomen en realiseerde me dat ik nooit een echte schrijver zou worden.

    Ik ben namelijk een pleaser en pleasers zetten hun eigen behoeften zelden op de eerste plaats. In mijn schrijven leidt dat tot een innerlijke strijd tussen Schuldgevoel en Frustratie.

    Schuldgevoel

    Schuldgevoel vindt namelijk dat ik een slechte moeder ben als ik de kinderen een paar uur alleen beneden laat, zeker als het betekent dat ze achter een schermpje kruipen. En aangezien mijn echtgenoot nog altijd meer verdient dan ik met mijn schrijven, is Schuldgevoel van mening dat de zorgtaak in onze huis navenant verdeeld moet worden. Hoezo een week in schrijfretraite?

    Frustratie

    Tegelijkertijd komt Frustratie om de hoek kijken. Frustratie wil met haar vuist op tafel slaan en de kinderen vertellen dat het thuis geen hotel is en dat ze prima zichzelf een paar uur kunnen vermaken, terwijl mama boven aan het werk is. Frustratie wil dapper genoeg zijn om echtgenoot te vertellen dat hij twee keer per jaar een week op de kinderen moet passen, omdat deze schrijver op schrijfretraite is. Maar Frustratie is niet opgewassen tegen Schuldgevoel en zwijgt in alle talen.

    Wilskracht

    En toch ligt er 13 december een boek in de winkel. Mijn boek. Want terwijl de innerlijke strijd tussen Schuldgevoel en Frustratie in volle gang is, dient Wilskracht zich aan. Wilskracht heeft geen boodschap aan Schuldgevoel of Frustratie. Wilskracht oordeelt niet, maar is vastbesloten van mijn schrijversambitie een succes te maken. Met ongekend doorzettingsvermogen en veerkracht houdt ze me op het schrijverspad. Wilskracht geeft nooit op. Met een boek als resultaat.

    En dat maakt van mij toch mooi een echte schrijver.

    Deze blog werd eerder gepubliceerd als zomercolumn bij Perfecte Buren.

  • De last van NaNoWriMo

    De last van NaNoWriMo

    Wie een beetje van het schrijven is, kan er niet omheen: het is bijna National Novel Writing Month, kortweg NaNoWriMo genoemd.

    NaNoWriMo is een uit Amerika overgewaaid initiatief met als doel het schrijven van een roman van minstens 50.000 woorden in één maand, te weten november.

    Reëel? Ik denk het niet.

    Zinvol? Dat dan weer wel.

    NaNoWriMo gaat inmiddels zijn twintigste levensjaar in en is (hoe kan het ook anders) veel meer dan de ambitie een boek te schrijven in een extreem korte tijdspanne. Zelf omschrijven ze hun doel als volgt: “encouraging creativity, education, and the power of the imagination through the largest writing event in the world”.

    Schrijvers als bruggenbouwers

    Met dit jaar een verwachte 40.000 deelnemers wereldwijd kun je stellen dat ze aardig succesvol zijn. Dat daarvan slechts een klein deel zijn gestelde schrijfdoel behaalt, lijkt minder belangrijk. Het punt is verhalen te schrijven en te delen, waardoor we niet alleen onszelf beter begrijpen, maar ook bruggenbouwers worden in een steeds meer verdeelde wereld.

    Het doel om binnen een maand 50.000 woorden te schrijven, klinkt onverwacht een stuk meer haalbaar.

    Chagrijnig

    Het internationale platform biedt hiervoor ook allerlei tools aan, waaronder pepp talks en interactieve webcasts met gevestigde auteurs. Ook is er een speciale focus op jongeren. Ondertussen tikt de klok zichtbaar verder en zijn er daar je NaNoWriMo buddies die je aanmoedigen je wordcount te halen.

    Ik word al chagrijnig bij de gedachte.

    Iets ‘moeten‘ is nooit mijn sterkste punt geweest. Zoals een sportmaatje voor de een de noodzakelijke stok achter de deur is, is die voor mij de reden om mijn kont tegen de krib te gooien. ‘Hoezo dat jij me gaat vertellen dat ik MOET sporten???’ Dat sportmaatje is immers mijn barrière tussen wel en niet hoeven gaan en in feite dus de oorzaak van al mijn ellende.

    Het Gevaar van Afleiding

    Nu is schrijven over het algemeen een solitaire bezigheid. En de aangeboden mentale en praktische online support kan net dat ene duwtje in de juiste richting zijn. Maar wanneer de schrijftijd beperkt is, loert ook het Grote Gevaar van Afleiding (GGA). Want hoezeer ik het huishouden kan laten voor wat het is, alles over schrijven is een heel ander verhaal. Voordat ik het weet, heb ik al mijn kostbare uren besteed aan het aanmoedigen van mijn NaNoWriMo buddies, om nog maar te zwijgen over alle handige schrijftips die ook gelezen of bekeken moeten worden.

    Focus SchrijfMaand

    Terug naar de zinvolle kant van dit schrijfinitiatief. Want een maand lang eindelijk eens werk van je schrijfambitie maken, is op zichzelf een mooi streven. Schrijven is tenslotte vooral gaan zitten en doen. Ook als je – zoals ik – een groot deel van je tijd daadwerkelijk aan dat schrijven kunt besteden, blijft het realiseren van een leesbaar verhaal uiteindelijk een kwestie van zelfdiscipline.

    Dus heb ik besloten net zoals in 2015 mijn eigen draai aan NaNoWriMo te geven en november te gebruiken als Focus SchrijfMaand (FSM). Niet een minimaal aantal woorden, wel een uitgewerkt nieuw boekidee. Ik heb genoeg ingevingen, maar wat op de fiets of onder de douche briljant voelt, kan op papier een snelle dood sterven. Hoe waardevol om hier een maand lang gericht mee aan de slag te gaan!

    Cadeautje

    En misschien is dat wel de crux. Wie meedoet aan NaNoWriMo moet in een maand 50.000 woorden hebben geschreven. Doe je dat niet, dan heb je toch een soort van ‘gefaald’. Mijn FSM geeft me een maand de tijd om mijn verhaal te kickstarten. En dat voelt toch wel als een cadeautje.

  • Kill your darlings

    Kill your darlings

    ‘Kill your darlings,’ het is een bekende uitspraak in schrijversland en een enorm cliché, maar (zoals vaker met clichés) ook zeer effectief. Als schrijver is het een van de bewezen editing technieken om tot de beste versie van je verhaal te komen. En ik zeg dit uit ervaring.

    Toen ik enkele jaren geleden het conflict voor Familiegeluk op papier zette, was ik totaal niet bezig met een genre. Ik zocht naar een manier om de lezer te raken en haalde inspiratie uit mijn eigen ervaringen, voorkeuren en emoties. Je kunt gerust stellen dat ik Familiegeluk gewoon ben gaan schrijven. Weliswaar met een indrukwekkende tijdslijn, locatie schema’s, diepgaande karakterschetsen en een overkoepelend thema, maar nooit met een vooropgesteld genre. Ik schreef gewoon mijn verhaal. Een beetje spanning, beetje liefde en een tijdsgeest. In feite een spannend boek.

    Een spannend boek bestaat niet

    Het probleem is echter dat een spannend boek niet bestaat. Je hebt thrillers, detectives, YA, chicklits, science fiction, romans etc. Wat je niet hebt, is een spannend boek.

    Klinkt dat gek? Als lezer vind ik van wel. Hoeveel spannende boeken heb jij in de kast staan? En zijn het dan thrillers of romans? De scheidslijn is soms zeer dun en persoonsgebonden.

    Zo niet voor de uitgever, die voor zijn inkoop duidelijke categorieën hanteert. En dat kan betekenen dat jouw roman als thriller gezien wordt. Of dat je thriller wordt afgewezen, omdat het niet spannend genoeg is en dus te veel een roman.

    Kies en blijf kritisch

    Wie slim is, bepaalt zijn genre op voorhand. Het bepaalt immers de inhoud en het tempo van je verhaal en neem van mij aan, die wetenschap voorkomt een hoop herschrijven achteraf. Daar staat tegenover dat ik juist door mijn vrij-uit schrijven, ben gaan inzien waarom een bepaalde passage niet bij mijn thriller genre past of juist wel.

    Na al zo’n honderd pagina’s te hebben verwijderd (je schrijft een thriller, geen roman!), zou je denken dat ik er wel zou zijn. Niets is minder waar. Naarmate het manuscript zijn finale staat nadert, telt elk hoofdstuk, elke gebeurtenis zwaarder mee.

    En dan lig ik in mijn bed en ineens weet ik het. Mijn mooiste, meest kwetsbare hoofdstuk uit het verhaal vertraagt het tempo van mijn thriller. Het moet eruit. Ik woel en ik draai, maar het feit blijft: kill your darlings.

    Gisteren was een treurige dag.

  • Schrijven in het digitale tijdperk

    Schrijven in het digitale tijdperk

    Gisteren was het de internationale dag van het handschrift. Het Platform Handschriftontwikkeling greep die gelegenheid aan om bij de Tweede Kamer een petitie neer te leggen, waarin ze voorstelt van schrijven een apart vak te maken. Want in ons digitale tijdperk is een net handschrift een rariteit aan het worden.

    Mijn handschrift is niet mooi te noemen, op z’n best is het leesbaar. Ik kijk immer met een jaloerse blik naar briefjes waarop de letters op vloeiende en creatief-ogende wijze uit de pen zijn gerold. Oefening baart kunst, vandaar natuurlijk de roep om een apart schrijfvaardigheid vak.

    Karakteramnesie

    Het doet me denken aan China. Sinds de intrede van smartphones en tablets hebben ze daar te kampen met ’karakteramnesie’: je herkent een karakter als je het ziet, maar weet niet hoe het te schrijven. Nu telt het Chinese schrift duizenden karakters, die ook nog eens aan strenge regels zijn gebonden. Elke streep, punt of haal moet in de juiste volgorde en de juiste richting worden gezet. Dat gaat veel verder dan een correcte spelling. Dat gaat om een oude cultuur en hoe die te interpreteren.

    Overtrokken

    Terug naar Nederland. Het handschrift van oudste (jongen, linkshandig en ADHD) was jaren een Serieus Probleem op school, tot het moment dat hij in groep vijf belandde en ik er van de ene op de andere dag nooit meer iets over hoorde. Inmiddels zit hij in groep acht en schrijft hij volgens zijn klasgenoten als een meisje, zo netjes. Vanuit deze ervaring vind ik al die stress over netjes schrijven dan ook overtrokken. Sommige problemen lossen zich ook op door er niet te zwaar aan te tillen en het de tijd te geven.

    Creativiteit

    En toch. Ik ben ervan overtuigd dat we naast tikken op een toetsenbord of beeldscherm ook met regelmaat de pen moeten oppakken. Waarom? Omdat je op papier niet constant aan het verbeteren slaat, wat je focus op het creatieve proces houdt in plaats van een zo mooi mogelijke zin maken. Dat redactieproces is belangrijk, maar wie aan het begin van een verhaal, werkstuk of mindmap staat, dient zich primair bezig te houden met het bedenken ervan. Mijn thriller-in-wording Familiegeluk is zo ontstaan. Liggend in de hangmat met alleen pen en papier, kon ik vrij denken en hoepla, daar was ineens het plot van mijn verhaal.

    Trage computer

    Het is ook wetenschappelijk bewezen: tijdens het handmatig schrijven leggen je linker en rechter hersenhelft verbindingen waardoor je je beter kunt concentreren en sneller denken. ‘Je hoofd wordt een trage computer als je niet genoeg schrijft,’ stelt oud-docent Aartje Schoemaker in een NOS interview van gisteren.

    Een trage computer, in een tijdperk waarin nu niet snel genoeg is. Hoe erg is dat? We hebben toch Siri of YouTube, aan wie we mondeling kunnen vragen iets voor ons op te zoeken? En onze spellingscontrole vertelt ons niet alleen als we iets foutief intikken, hij corrigeert het betreffende woord ook nog eens voor ons. Dat is toch vooral makkelijk?

    Winst

    Natuurlijk is dat ook zo. Zeker wanneer spelling – zoals bij mij – niet je sterkste punt is. Maar wanneer je – ook zoals ik – bent opgegroeid in een tijd dat een werkstuk handgeschreven werd ingeleverd, dan is het ondenkbaar dat je niet schrijft. Met de hand. Ik begrijp evenwel ook dat dat geen reden is om het te blijven doen, maar eerder een teken van inflexibiliteit en misplaatst romantisme.

    Waar het mij om gaat is het gevaar van gemak, dat voorbij gaat aan de winst die er te behalen valt wanneer je wel even die extra moeite doet. Schrijven is een prestatie van het geheugen. Wie een woord opschrijft, zal merken dat hij het beter onthoudt dan wanneer hij het alleen maar leest. Hetzelfde geldt voor klakkeloos intikken van wat er gezegd wordt versus dezelfde informatie in eigen woorden opschrijven. Actief iets met de informatie doen, daar gaat het hier om.

    Achterliggend probleem

    Is een apart schrijfvak de oplossing? Ik denk het niet. Een onleesbaar handschrift is immers slechts één van de aspecten van het veel grotere achterliggende probleem: de negatieve gevolgen van digitalisering. Want van een slechte schrijfvaardigheid is het een kleine stap naar de achteruitgang van leesvaardigheid. Waarom immers een artikel lezen als ik een video kan kijken? In het geval van mijn kinderen maar al te vaak opgenomen door een puber of Tijdelijke BN’er wiens taalgebruik zich beperkt tot ‘jó bro‘ en ‘fucking this‘. Wat mij direct op spreekvaardigheid brengt.

    Verantwoordelijkheid

    Voor mijn kinderen is de meer en meer gedigitaliseerde wereld de werkelijkheid waarin zij leven. Als ouder heb ik de keus dit hun enige werkelijkheid te laten zijn of hen ook een andere aan te reiken, waarin digitalisering een toegevoegde waarde heeft, maar niet allesbepalend is. Als school hieraan bijdraagt, juich ik dat van harte toe.


    Bij het schrijven van deze blog heb ik dankbaar gebruik gemaakt van de volgende bronnen:

    Je hoofd wordt een trage computer als je niet genoeg schrijft
    Tabletgeneratie in China worstelt met karakters van het oeroude handschrift
    Sommige Chinezen verleren het schrijven
    Chinese jeugd verleert het handschrift

  • De toewijding van de schrijver

    De toewijding van de schrijver

    Met drie kinderen in de basisschoolleeftijd is de zomervakantie – en in feite elke kindervakantie – mijn minst productieve periode als schrijver. Best frustrerend en de grote vraag die zich bij mij opdringt, is: ben ik wel toegewijd genoeg aan mijn boek?

    Er zijn schrijvers die om vijf uur ’s ochtends opstaan, zodat ze tegen achten al drie uur hebben geschreven. Ook zijn er die ’s nachts schrijven, wanneer iedereen op bed ligt. Of tussendoor, op elk moment dat ze tijd over hebben.

    Ik ben niet één van die mensen. 

    Afleiding

    ’s Ochtends vroeg ben ik überhaupt niet op mijn best en als ik ’s avonds opleef, richt mijn hernieuwde energie zich voornamelijk op samen met echtgenoot een serie kijken. Het liefst met een fles glas wijn en een schaal nootjes binnen handbereik. En die tussendoor momenten? Dan grijp ik naar mijn mobiele telefoon voor de laatste Achterklaproddels, social media berichten of stylingtips en foodporn op Pinterest.

    Focus

    Waarom? Omdat ik binnen die vijftien minuten die ik heb niet de focus op kan brengen om te schrijven. Een blog dient zich niet aan op het moment dat ik weet dat mijn tijd beperkt is en het herschrijven van mijn manuscript vraagt om een flow die zich überhaupt pas voordoet na enkele uren zwoegen op de tekst.

    Frustratie

    En ja, daar komt ook Frustratie om de hoek kijken. Frustratie uit zich niet alleen in chagrijn en ongeduld, ze is ook meesteres in ontkennen en uitstellen. Dat klinkt tegenstrijdig. Frustratie zou juist ten strijde moeten trekken tegen de barrières die mijn schrijfactiviteiten in de weg zitten. Frustratie zou met haar vuist op tafel moeten slaan en de kinderen vertellen dat het thuis geen hotel is en dat ze prima zichzelf een paar uur zelf kunnen vermaken, terwijl mama boven aan het werk is. Frustratie zou dapper genoeg moeten zijn om echtgenoot te vertellen dat schrijven nou eenmaal belangrijk voor haar is en dat hij daarom tijdens de vakantie twee dagen in de week op de kinderen moet passen en alleen naar Netflix zal moeten kijken. Maar Frustratie zwijgt in alle talen.

    Schuldgevoel

    Frustratie wordt namelijk bestreden door Schuldgevoel. En Schuldgevoel is veel sterker dan Frustratie. Schuldgevoel vindt dat ik een slechte moeder ben als ik de kinderen een paar uur alleen beneden laat, zeker als het betekent dat ze achter een schermpje kruipen. En aangezien echtgenoot hier voor het brood op tafel zorgt (zodat ik dat boek kan schrijven), is Schuldgevoel van mening dat ik op z’n minst die moedertaak op mij kan nemen in plaats van echtgenoot hiervoor in te schakelen. Schuldgevoel is daar heel duidelijk in: alleen als ik geld verdien met schrijven of aan een opdrachtgever verantwoording heb af te leggen, dan pas heb ik het recht om op mijn strepen te staan.

    Prioriteit

    Dit alles werd me maar weer eens duidelijk, toen ik enkele weken geleden voor een betaalde communicatieopdracht werd gevraagd. In de vakantieperiode, met alle kinderen thuis, heb ik bij echtgenoot werkdagen geclaimd in de agenda. Ik heb besprekingen gevoerd op locatie, ben ’s ochtends vroeg opgestaan om op zolder te gaan werken en heb de kinderen meegenomen naar de indoor in plaats van de dierentuin, zodat ik mij met een laptop kon terugtrekken. Het enige wat ik niet heb gedaan, is echtgenoot alleen Netflix laten kijken. Er zijn tenslotte grenzen.

    De vraag is of het erg is dat ik mijn schrijverschap nog steeds niet op hetzelfde niveau zet als een betaalde opdracht met een opdrachtgever en een deadline. Volgens Schuldgevoel uiteraard niet. Frustratie heeft hier onverwacht wat anders over te zeggen. Want waarom is ‘moeten leveren’ sterker dan ‘willen schrijven’?

    ‘Ho!’ roept Frustratie verontwaardigd uit. ‘Waren de kinderen ontroostbaar toen je een paar uur achter de computer kroop? En deed echtgenoot moeilijk over het extra opvangen van de kinderen?’ Ik zwijg, wetend wat het antwoord is. ‘Nou dan,’ zegt Frustratie, nu op meer begripvolle toon. ‘Waar wacht je nog op?’

  • Over het spoor | Eva Keuris

    Over het spoor | Eva Keuris

    Schrijven is ook lezen, want van wie beter leren dan van hen die je voorgingen? Een spannende opening, een smakelijke vrijscène, goed uitgewerkte personages, je kunt er een workshop over volgen, maar er ook een boek voor openslaan. 

    Het nadeel van lezen-als-schrijver is dat je een nogal gedeformeerde lezer wordt, ik in ieder geval wel. De grote vraag is niet meer ‘hoe loopt dit af?’ maar ‘is deze informatie werkelijk relevant?’, ‘wat onderscheidt de personages van elkaar?’ of ‘welke persoonlijke ontwikkeling heeft de hoofdpersonage eigenlijk doorlopen?’. Wanneer ik dan ook nog eens word uitgekozen een recensie te schrijven over een boek, dan gaat het beoordelend stemmetje in mijn hoofd helemaal los.

    272 losse A4’tjes

    Het boek in kwestie is Over het spoor van Eva Keuris. Ik heb meegedaan aan een actie op internet en ben door uitgever Prometheus geselecteerd om de thriller te mogen recenseren. Hiermee ben ik ook een stapje dichterbij om een gesigneerd exemplaar te ontvangen, maar voor nu wordt mij een geprinte proef gestuurd.

    Enkele dagen later ontvang ik 272 losse A4’tjes, inclusief snijranden. Ik weet dan nog niet dat de losbladerigheid van dit pakket een nogal afleidende werking op mij heeft en voel me bij ontvangst vooral een echte recensent. Dat het hier om een debuut gaat, spreekt mij ook erg aan. Ik ben benieuwd naar de kwaliteit van een beginneling, ofschoon je je af kunt vragen in hoeverre deze benaming opgaat voor iemand die al ruim vijftien jaar ervaring heeft als dialoogschrijver en eindredacteur en les geeft aan de Schrijversacademie.

    Vlot geschreven debuut

    Natuurlijk, een scenario schrijven is iets anders dan een psychologische thriller, maar hoe meer schrijfervaring, des te groter de kans dat er goed geschreven wordt. Over het spoor, bewijst deze stelling ook maar weer. Het is een vlot geschreven verhaal, met personages die werkelijk tot leven komen. Hoofdpersoon is dertiger Stella, ghostwriter en gefascineerd door de moord op de elfjarige Jordi de Wit in 2008, zeven jaar geleden. De grote vraag die haar bezighoudt, is of de indertijd veroordeelde pubers Ingmar, Remi en Julian daadwerkelijk schuldig waren of dat er sprake is van een gerechtelijke dwaling. Wanneer Ingmar de wens uit een boek te willen laten schrijven over wat er werkelijk gebeurd is al die jaren geleden, grijpt ze haar kans.

    De zoektocht van Stella naar het verhaal dat ze wil vertellen, brengt haar naar Hilversum. Niet alleen de stad waar de inmiddels vrijgekomen jongens hun leven weer proberen op te pakken, maar ook waar Stella’s vader na de scheiding van haar moeder met zijn nieuwe gezin is gaan wonen. We lezen over Stella’s ontmoetingen met de jongens en hun familie en zijn deelgenoot van haar struggle zich in te passen in het gezin van haar vader, bij wie ze gedurende het schrijven van het boek intrekt.

    Niet verrassend, wel leuk

    Keuris kiest ervoor het ik-perspectief van Stella af te wisselen met verslagen vanuit de geïnterviewden, wat bijdraagt aan de vaart in het verhaal. In tegenstelling tot wat ik lees in de vele reviews vind ik de plotontwikkeling verre van verrassend en wordt het nergens nagelbijtend spannend. Dat is niet erg, het verhaal over Ingmar, Remi en Julian leest lekker weg. De persoonlijke ontwikkeling die Stella zelf doormaakt, komt wat minder goed uit de verf. Als lezer kom je veel over haar te weten, maar haar eigenaardigheden en onzekerheden zijn vooral beschouwend. Omdat ze nergens een barrière oproepen, lijken ze los te staan van de rest van het verhaal. Zo vraag ik me nog steeds af wat de relevantie is van haar angst om in gezelschap te eten en vind ik de houding van haar moeder aan het eind van het boek ronduit ongeloofwaardig.

    Over het spoor moet het hebben van een sterke pen en aansprekende hoofdpersonages, waardoor je ondanks de weinig verrassende ontwikkelingen met plezier blijft doorlezen.

    Conclusie: een prima debuut en zeker een aanrader voor in de vakantietas.


    Over het Spoor bestel je o.m. bij de uitgever Prometheus, Bol.com en Bruna.

  • Is dat boek nou nog niet af?

    Is dat boek nou nog niet af?

    Een jaar of twee geleden kreeg ik regelmatig de vraag hoe het met mijn boek was. Gevolgd door de vraag wanneer het te koop zou zijn. 

    ‘Hopelijk met de zomer,’ antwoordde ik in januari 2015, dat leek me namelijk wel een commercieel wenselijk tijdstip. Mijn verhaal Familiegeluk is tenslotte bij uitstek een vakantieboek. ‘Ik denk toch wel rond de feestdagen,’ was mijn reactie in september van dat jaar, het boek is namelijk ook zeer geschikt om cadeau te geven. Vanaf 2016 stopte ik met het noemen van een beschikbaarheidsdatum.

    Te kritisch of te weinig talent?

    Inmiddels vraagt ook niemand meer wanneer mijn boek er is. Ze vragen hooguit of ik er nog mee bezig ben. En onlangs vroeg een vriendin heel eerlijk waarom het zolang duurde. Haar stem had niet verwijtend of neerbuigend geklonken, ze was oprecht nieuwsgierig hoe het kon dat ik al drie jaar aan mijn manuscript aan het schrijven was en een andere vriendin van haar in drie maanden er een verhalenbundel had uitgepoept. Het antwoord moest ik haar schuldig blijven.

    Laat ik me te veel afleiden? Heb ik te weinig talent? Ik denk het niet. Ben ik te kritisch? Te perfectionistisch? Ik weet het niet. Wat ik wel weet, is dat ik de lat hoog leg en dat het schrijven van Familiegeluk ongemerkt mijn opleiding tot schrijver is geworden.

    Manuscriptbeoordeling

    Voor mijn boek heb ik honderden pagina’s geschreven en evenveel zijn ook weer in de prullenbak beland. Ik heb schrijfcursussen gevolgd, eindeloos research gedaan en uiteindelijk proeflezers om hun kritisch oordeel gevraagd. Dit alles heeft geleid tot een manuscript van een kleine 400 pagina’s, waarvan ik deze week de professionele beoordeling van Linda Jansma terugkreeg. Linda is een succesvolle thrillerschrijfster, haar boeken zijn vlot en goed geschreven en kenmerken zich door Spanning met een hoofdletter.

    Mijn werk nog beter maken

    Die Spanning in kwadraat voel ik als geen ander als de mail van Linda binnenkomt. Je verhaal laten lezen door weliswaar kritische, maar ook bekende mensen uit je omgeving is één ding, een beoordeling van iemand uit het vak iets heel anders. Ik hou mij braaf aan Linda’s advies eerst haar leesverslag te lezen en pas daarna mijn manuscript te bekijken (voor elke kleine wijzing wordt al een hele rode ballon aangemaakt, wat op het eerste gezicht nogal ontmoedigend kan overkomen). Ik hou mij vast aan haar woorden dat alles wat ze heeft aangestipt uitsluitend bedoeld is om mijn werk nog beter te maken dan het al is en dat ik al een hele prestatie heb geleverd. ‘Jouw verhaal verdient het om gelezen te worden.’ Waarschijnlijk geldt dit voor iedereen die zo ver gekomen is als ik, maar toch leest het als een bevestiging van mijn kunnen.

    Herkenning en handvatten

    Het leesverslag is een feest. Van herkenning, maar ook van concrete aanwijzingen. Herkenning vanwege de verbeterpunten die ik zelf al vermoedde, maar niet verder mee kwam of voor blind was geworden. Concrete aanwijzingen, omdat Familiegeluk mijn eerste boek is en Linda negen thrillers heeft geschreven. Natuurlijk dien je open te staan voor kritiek, maar wanneer deze zo constructief en helder verwoord wordt, kan ik alleen maar heel blij zijn dat iemand de tijd heeft genomen om met kennis en ervaring mijn hele manuscript door te nemen. Natuurlijk betaald, maar dubbel en dwars de investering waard.

    Serieus aan de bak

    Als de manuscriptbeoordeling mij één ding heeft geleerd dan is het wel dat ik er nog steeds niet ben. Van structuur verbeteringen tot verdieping van de hoofdpersoon en van taalhantering tot ingeslepen patronen, ik moet serieus aan de bak. En dan heb ik het nog niets eens over de mate van spanning in het verhaal; in hoeverre is die goed genoeg voor een thriller of moet ik tevreden zijn met de door mijzelf gekozen insteek van een spannende roman?

    Vragen waar ik in de loop van de komende weken antwoorden op hoop te vinden. Tot het 30 september is en ik bij Marelle Boersma op Masterclass mijn aanpassingen onder de loep kan laten nemen.

    Nee, dat boek is voorlopig nog niet af!


    Mijn manuscriptbeoordeling door Linda is onderdeel van mijn deelname aan De Schrijf Compagnie Masterclass, een samenwerkingsverband tussen thrillerauteurs Marelle Boersma en Linda Jansma en hun uitgeverij De Crime Compagnie, met als doel van een manuscript een publicatie waardig verhaal te maken.

  • Afgewezen!

    Afgewezen!

    Wanneer je, zoals ik, een gelezen schrijver wilt zijn, komt er een moment dat je je schrijverskind met de buitenwereld moet delen. Dat is best spannend, mensen hebben nou eenmaal een mening en die hoeft niet aan te sluiten bij die van jou. En hoezeer ik ook geloof in mijn eigen schrijverskunnen, kritiek blijft confronterend.

    Kritiek, mits constructief, is echter ook de beste manier om je schrijven naar een hoger plan te tillen. Als schrijver komt er immers een moment dat je blind bent geworden voor je eigen werk. Van verhaallijn tot personages tot grammatica, je ziet het simpelweg niet meer. Al eerder schreef ik over de voordelen van het meedoen aan schrijfwedstrijden (ondanks het ongelofelijk nadeel van de impact van afwijzing).

    Het schrijfproces van dit boek is mijn opleiding tot schrijver

    Wat betreft Familiegeluk ben ik ook nog eens een beginnend schrijver, het schrijfproces van dit boek is in feite mijn opleiding tot schrijver. Misschien dat het daarom ook zo lang duurt voordat het boek er is. Want wanneer is het manuscript goed genoeg om weg te sturen? Je hebt immers maar één kans voor een goede indruk bij een uitgever of literair agent. En het is algemeen bekend dat slechts een schamele één procent van het aantal ingezonden manuscripten de zogehete slush pile van de uitgever ontstijgt en het tot publicatie door diezelfde uitgever brengt.

    Eén kans dus, die je niet wilt verprutsen door overschatting van je eigen kunnen en onderschatting van de werkelijkheid. Maar ook al heb je beide zaken afgevinkt en denk je dat je eerste vijftig pagina’s goed genoeg zijn om gedeeld te worden, dan nog is de kans op afwijzing zeer groot.

    Ik bevind mij in een nieuwe arena

    ‘Ben je erg teleurgesteld?’ vroeg echtgenoot toen ik hem vertelde dat de literair agent mij niet wilde vertegenwoordigen? Ik dacht even na, het logische antwoord zou toch ‘ja’ moeten zijn. Maar ik voelde niets. Hooguit opluchting. Natuurlijk was het zeer prettig geweest als de agent in kwestie joelend om de rest van het manuscript had gevraagd, maar de afwijzing deed mij vooral beseffen dat ik mij in een nieuwe arena bevond: die van manuscript naar publicabel verhaal. De eerste stap was gezet en de eerste klap geïncasseerd. En in tegenstelling tot een schrijfwedstrijd, waarbij je wel of niet wint, leiden er met een manuscript meer wegen naar Rome.

    Dat wil overigens niet zeggen dat ik de feedback van deze agent niet ter harte neem. Ik realiseer mij als geen ander dat het überhaupt al bijzonder is om binnen een week een terugkoppeling te krijgen, waarin ook nog verbeterpunten benoemd worden. Waar ik alleen voor waak is met deze input voor de zoveelste keer mijn verhaal te herschrijven. Dat voelt een beetje als een hond die zijn eigen staart achterna loopt. De terugkoppeling geeft immers alleen aan ‘wat’ er beter kan, maar niet ‘hoe’.  Daarnaast heb ik geen afspraak met de agent om mijn document, eenmaal herschreven, nogmaals toe te sturen.

    Het is tijd voor een gerichte aanpak

    De afwijzing doet mij ook beseffen dat ik mijn manuscript helder moet pitchen: een spannend verhaal voor de 30+ vrouw, die ontspanning zoekt in het lezen ervan. Van een bevriende uitgever krijg ik een lijstje van uitgeverijen, waarvan hij denkt dat mijn boek in hun fonds past. Durf ik die na mijn eerste afwijzing direct te benaderen? Moet ik eerst weer op schrijfcursus of is dat te onzeker? Te vrijblijvend? Een manuscriptbeoordeling dan? Geen proeflezer uit mijn eigen omgeving, maar iemand uit schrijversland die mijn hele verhaal kritisch doorneemt in plaats van de eerste tien of vijftig pagina’s. Maar dan wel graag iemand die vervolgens met mij bespreekt hoe ik de gewenste verbeterpunten kan verwezenlijken en de daaruit voortkomende aanpassingen opnieuw beoordeelt. En mij het liefst ook nog kan helpen in het vinden van een uitgever.

    Klinkt als de ideale wereld? Soms komt alles samen.

    Wordt vervolgd…

  • Internationale vrouwendag: Barbara of Bas?

    Internationale vrouwendag: Barbara of Bas?

    Vandaag is het internationale vrouwendag en in dit licht vroeg ik mij af hoe het gesteld is met de vrouw en het geschreven woord. Een brede benadering, ik weet het, maar ik ben nogal associatief van aard.

    Immers, naast de vrouwelijke auteur zijn er vele noemenswaardige vrouwelijke personages en mag de noodzakelijke vrouwelijke lezer niet vergeten worden.

    De vrouw als boekenverslinder

    ‘Vrouwen lezen meer dan mannen,’ hoor je vaak zeggen. Toch is dat een misvatting, mannen lezen gemiddeld slechts 2 minuten minder dan vrouwen, het verschil zit hem in wat ze lezen. Daar waar de man zich vooral richt op kranten, pakt de vrouw liever een boek. Dat kan literatuur zijn, maar ook thrillers en detectives, romantische boeken, streekromans, kinder- en jeugdboeken of gedichten. De enige verhalende genres die populairder zijn onder mannen, zijn oorlogs- en verzetsboeken, science fiction-boeken en strips. Als we het over stereotypes hebben, dan lijkt mij dit een mooi voorbeeld.

    De vrouw als auteur

    De digitale bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) geeft ietwat opgelucht aan dat er in elke eeuw schrijvende vrouwen zijn geweest die een prominente positie in de literatuur van hun tijd bekleedden. Als voorbeelden noemen zij vervolgens Hadewijch, Anna Bijns, Betje Wolff, Aagje Deken, Trui Bosboom-Toussaint en Carry van Bruggen. Ik geef onmiddellijk toe dat ik slechts twee auteurs uit deze rij gelezen heb en dan ook alleen nog als duo. Persoonlijk haak ik af bij ´God, Jesus, die door zijn deugdenleven de klare Minne heeft geopenbaard, verlichte u en leere u met zijn klaarheid.´ ofschoon ik warme herinneringen heb aan de ´Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart´. Hoogstwaarschijnlijk heb ik een aangepaste versie gelezen. Dat gezegd hebbend, een bezoek aan de website van de DBNL is zeker de moeite waard als je je wilt verwonderen of verdiepen in de (oud) Nederlandse literatuur.

    Ongelijke behandeling

    In het licht van het thema van vandaag – strijdbaarheid en het gevoel van solidariteit van vrouwen overal ter wereld – dien ik hier uiteraard ook nog te vermelden dat in de loop van de twintigste eeuw vrouwelijke auteurs langzaam maar zeker terrein op hun mannelijke collega’s veroverden.

    Tegelijkertijd zijn er nog altijd de verhalen van (onbewuste) ongelijke behandeling van mannelijke versus vrouwelijke schrijvers. De Britse Catherine Nichols ging zelfs zo ver om een persoonlijk experiment uit te voeren: ze stuurde de eerste pagina’s van haar tot dan toe weinig enthousiast ontvangen romanmanuscript onder de naam George Leyer naar een literair agent. De reactie? ‘Mr. Leyer. Delighted. Excited. Please send the manuscript’. En dat bleek geen toeval. Daar waar Catherine slechts twee verzoeken mocht ontvangen, kreeg de George er maar liefst 17. Terwijl ‘beiden’ hetzelfde aantal literair agenten had aangeschreven. Daarbij kwam: als George een afwijzing kreeg, was die vriendelijker en respectvoller en bevatte de mail meer constructieve feedback.

    Bas in plaats van Barbara?

    Ik vraag mij af: moet ik mijn manuscript Familiegeluk ook maar onder de naam Bas in plaats van Barbara uitsturen? Mannelijke auteurs schijnen sowieso vaker gerecenseerd te worden en veel vaker genomineerd voor prijzen. Als dat zo is, dan moet ik misschien ook maar direct mijn twee vrouwelijke hoofdpersonen in mannen veranderen. Onderzoek van schrijver Nicola Griffith geeft namelijk aan dat boeken met een mannelijke hoofdpersoon veel vaker een literaire prijs in de wacht slepen dan romans met een vrouwelijke protagonist.

    Maar hé, was het niet vandaag internationale vrouwendag en ging het er niet om juist op te komen voor gelijke behandeling? Dan lijkt me een dergelijke gender-wijziging, fictief of niet, onterecht en alleen zinvol om een punt te maken.

    Inhoud, standvastigheid en wilskracht

    Uiteindelijk gaat het binnen het schrijverschap om de inhoud en hoe stevig je in je schoenen staat als (aspirant) schrijver om deze over de bühne te krijgen. J.K. Rowling kreeg niet alleen vele malen ‘nee’ te horen op haar Harry Potter manuscript, maar ook voor haar onder pseudoniem geschreven Cormoran Strike-serie. Een mannelijk pseudoniem (Robert Galbraith) met een zeer mannelijk hoofdpersonage. Die overigens ook weer een slimme en sterke vrouwelijke partner in crime (Robin Ellacott) naast zich heeft staan.

    Barbara blijft dus Barbara en mijn manuscript Familiegeluk behoudt zijn vrouwelijke hoofdpersonages. Mijn primaire doel is tenslotte geen literaire prijzen winnen, maar een vrouwelijke doelgroep een paar uur de mogelijkheid bieden te ontspannen door op te kunnen gaan in een fictieve werkelijkheid. Gelukkig is daar geen internationale vrouwendag voor nodig.


    Voor deze blog heb ik dankbaar gebruik gemaakt van onderstaande bronnen:

    Wie lezen er? Leesmonitor

    Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

    Schrijver versus schrijfster | Opzij