schrijfwedstrijd Archieven - barbarasevenstern.nl

Tag: schrijfwedstrijd

  • Zelfvertrouwen

    Zelfvertrouwen

    Degenen die mij al langer volgen, weten dat ik een hekel heb aan schrijfwedstrijden. Dat ik mij soms toch laat verleiden tot deelname, ligt geheel aan het feit dat ik wat mijn schrijven betreft blaak van zelfvertrouwen.

    Ja, je leest het goed: ik vind dat ik goed schrijf. En dat niet alleen, ik vind ook dat ik goede verhalen bedenk. Nu schijnt in literair schrijversland het woord ‘goed’ uit den boze te zijn, net zoals de opmerking ‘het leest als een trein’, maar omdat ik niet de ambitie heb een literair schrijver te worden, trekt Zelfvertrouwen zich daar niets van aan.

    Vlotte pen

    Mijn manuscript valt in de categorie commerciële fictie voor (30+) vrouwen en mijn blogs zijn bedoeld als herkenbare non-fictie voor diezelfde doelgroep. Gemene deler: het moet vlot lezen én inhoud hebben. Dan komt je toch al snel terug op die trein.

    Zelfvertrouwen tikt dan ook onverstoorbaar verder.

    Nu al een uitgever?

    ‘Heb je al een uitgever?’ wordt mij dikwijls gevraagd. ‘Nee,’ antwoord ik dan naar waarheid, ‘laat ik eerst maar dat boek afschrijven.’ Vervolgens lees je dan in allerlei schrijfhulpboeken dat het geen kwaad kan alvast je eerste hoofdstukken naar een uitgever of literair agent te sturen. Als die het namelijk niets vinden, bespaar je jezelf een hoop werk en met name teleurstelling. Tenzij je natuurlijk van plan bent je verhaal in eigen beheer uit te geven, maar daar hebben diezelfde schrijfhulpboeken het vaak niet zo mee op, zeker als het om fictie gaat.

    Gelukkig is Zelfvertrouwen er van het begin af aan van overtuigd dat mijn manuscript een uitgever vindt. Niet omdat mijn verhaal zo uniek is, wel omdat het typisch zo’n boek is dat je als dertig plus vrouw meeneemt op vakantie. Of thuis op de bank leest. Jij en je boek. Even Helemaal Niets. Zelfvertrouwen begrijpt heel goed dat er dagelijks heel veel van dergelijke manuscripten op de zogenoemde slush pile van de uitgevers en agentschappen belanden en toch twijfelt ze er niet aan, dat mijn manuscript naar boven komt drijven.

    Zelfvertrouwen is wat je noemt, de beste vriendin van mijn schrijversambitie.

    Een platform voor schrijverstalent

    Er is helaas één ding dat Zelfvertrouwen heel snel onder de schrijftafel doet verdwijnen en dat is deelname aan schrijfwedstrijden. Niet in het begin, dan is ze nog groot voorstander. Zo’n wedstrijd is immers een mooi platform om mijn schrijverstalent te etaleren en wat Zelfvertrouwen betreft, kan ik daar niet vroeg genoeg mee beginnen. Zelfvertrouwen blaakt van positieve energie en geeft zich honderd, nee honderdvijftig procent. En ze is tevreden met het resultaat. Ze begrijpt dat bij een wedstrijd met nog 1350 andere deelnemers het best lastig is om tot de laatste tien door te dringen, maar aangezien haar geloof in mijn schrijverskunnen rotsvast is, en ze ook weet wat ik ervoor heb gedaan, blijft dit in haar ogen een onvermijdelijk, maar niet onoverkomelijk gegeven.

    Tot het moment van oordeel van de jury en het blijkt dat ik zelfs niet eens door de eerste ronde ben gekomen. Dan verschrompelt Zelfvertrouwen gelijk Voldemort in boek zeven van Harry Potter al snel tot een jankend hoopje niets. In eerste instantie doet ze nog een poging tot relativering. Ze had het leuk gevonden om aan de wedstrijd mee te doen en ze had er ook weer veel van geleerd. Manmoedig leest ze de verhalen van degenen die door de jury wél goed genoeg bevonden zijn. Ze doet echt haar best neutraal te blijven, maar de oude bravoure is weg.

    Twijfel

    Dit is het moment dat Twijfel zijn kans ziet. Ik schreef al eerder over Twijfel en hij is genadeloos. Het feit dat ik ook maar één moment serieus heb kunnen denken met mijn verhaal die wedstrijd te winnen! Hoe naïef en vooral ook zo zelfoverschattend. Ja, mijn blogs mogen dan goed ontvangen worden en de proeflezers van mijn manuscript zijn blij verrast met mijn schrijfresultaat. Maar als we eerlijk zijn (en dat zijn we tegen elkaar), dan is dat natuurlijk niet te vergelijken met de redactie van een agentschap, uitgeverij of lezersplatform. Daar zitten de echte critici. Daar zitten de mensen die weten wat schrijven werkelijk inhoudt. Want goed is niet goed genoeg, en met beter kom je er ook niet. Het gaat om best, en Twijfel weet zeker dat Zelfvertrouwen aan Hoogmoed leidt.

    Ervaring leert dat Twijfel bij gebrek aan aandacht de kamer zal verlaten. Tot die tijd zitten Zelfvertrouwen en ik stilletjes onder de tafel en likken onze wonden.

  • Ik ♥ van wonen (inzending blogwedstrijd)

    Ik ♥ van wonen (inzending blogwedstrijd)

    Mijn ideale huis staat in een jaren dertig woonwijk achter de duinen. Het is gelegen op een hoek en heeft een grote tuin op het zuidwesten. Achterin deze tuin, verscholen tussen hoge hortensia’s, staat een boomhut. Het is de favoriete speelplek van mijn kinderen.

    De natuur in huis

    Ikzelf ben het liefst in onze serre, een grote glazen uitbouw midden in het groen. Als je goed luistert, hoor je in de verte het ruisen van de zee. Overdag zit ik hier achter het houten bureau, dat we tijdens een vakantie op een lokale markt in Zuid-Frankrijk op de kop hebben getikt. Ik werk dan in alle rust aan mijn roman en blogs. De zon schijnt door het glazen dak naar beneden en verwarmt mijn rug, de geur van vers gezette koffie houdt mij scherp.

    Centrale ontmoetingsplek

    ´s Avonds schuift iedereen aan de hoge, witte bar, die onze open keuken van het woongedeelte scheidt. Deze bar is de centrale ontmoetingsplek van ons huis; vele mooie gesprekken zijn hier al begonnen en geëindigd.

    Na het eten lig ik languit gestrekt op de rode bank voor de open haard. Of ik kijk met echtgenoot een filmpje in televisiehoek, terwijl de kinderen in de achterkamer hun eigen ding doen. Dat is het fijne van mijn ideale huis, er is ruimte genoeg om bij elkaar te zitten, zonder dat je elkaar in de weg zit.

    Tot zoverre de fantasie.

    Hoe het echt zit

    Mijn werkelijke huis staat in een niet zo hippe, maar wel gezellige buitenwijk van Den Haag. De eerste keer dat mijn echtgenoot de wijk bij mij onder de aandacht bracht, dacht ik dat hij gek geworden was. Ik kwam uit Amsterdam, wat moest ik in de Vinex? Nog niet dood wilde ik er gevonden worden.

    Inmiddels zijn we tien jaar verder en ben ik steeds meer gehecht geraakt aan de omgeving. Mijn huis mag dan wel geen visgraat parket hebben en ook de plafonds zijn angstvallig laag vergeleken met een authentiek dertiger jaren woning, de buurt is extreem kindvriendelijk en mijn stookkosten zijn betaalbaar. Het enige punt is de ruimte of eigenlijk het gebrek eraan.

    Relatieve ruimte

    Ruimte is een relatief begrip, er zijn genoeg mensen die met veel minder vierkante meters dan ik prima uitkomen. Zelfs met drie drukke kinderen die er ook niet kleiner op worden. En ik ken ook mensen die in veel grotere huizen wonen en nog steeds ruimtegebrek ervaren, ook zonder die kinderen. Toch zit ik dagelijks te broeden op een plan om mijn huis op z’n minst groter te doen lijken.

    Onlangs dacht ik de oplossing gevonden te hebben: een glazen schuifpui aan de achterkant, zodat de zitkamer en tuin meer één geheel worden. ‘Ik dacht dat je met een goedkope oplossing zou komen,’ was de reactie van mijn echtgenoot hierop. Hij is van mening dat opruimen al een heleboel zou schelen. ‘De boekenkast eruit?’ was de hoopvolle suggestie van de oudste van elf, die onze inrichting hopeloos ouderwets vindt. Maar ik hou van mijn boeken en ik kan niet alle knutselwerkjes van de kinderen zomaar weggooien.

    Nee, ik broed op iets anders. Iets met veel glas en een hoge, witte bar en heel misschien zelfs een open haard.


    Deze blog is geschreven naar aanleiding van een oproep door VT Wonen voor nieuw blog talent. Het thema was ‘ik ♥ van wonen’. Ofschoon ik zeker niet een pur sang wonen blogger ben, vond ik het toch leuk om mee te doen.

  • Het plan (inzending Editio debutantenwedstrijd 2015)

    Het plan (inzending Editio debutantenwedstrijd 2015)

    Hij stopte zijn mobiele telefoon terug in zijn zak. Liever had hij het niet zo ver laten komen, het lag niet in zijn aard om fysiek te worden; dat liep vrijwel altijd uit de hand. Daarom was het ook geen onderdeel van het plan geweest. De lichamen zouden nu snel genoeg gevonden worden. En ze hadden hem geen keus gelaten. Dat deden ze nooit, dacht hij. Het zou gekker geweest zijn als ze het nu wel hadden gedaan. Gekker, een passend woord gezien de situatie.

    Die ochtend was er weer een gesprek geweest. Deze keer met een mevrouw die zich psychiater noemde. Ze had een duidelijk Frans accent. Dat kon hij zich goed herinneren, want ze was de hele tijd aan het woord geweest. Daarbij had ze een lijst van gedragskenmerken voorgelezen. Blijkbaar die van hem. En de uitslag was niet best. Hij kon zich de exacte woorden niet meer herinneren, maar ze deden er ook niet toe. Het zou hem toch niet veranderen. Zijn ouders hadden er meer moeite mee gehad, Zijn moeder was in tranen uitgebarsten en zijn vader had geroepen dat hun zoon niet gek was. De mevrouw met het Franse accent had begripvol geknikt en een lijst met adressen over de tafel geschoven, ze hield blijkbaar van lijstjes. Zijn vader had het papier opgepakt en zonder te kijken in zijn binnenzak gestoken. Daarna hadden ze beleefd afscheid genomen van elkaar.

    In de auto terug naar huis hadden ze gezwegen. Nu er geen publiek meer was, was ook zijn moeder gestopt met huilen. Daar was hij blij om, het geluid maakte hem nerveus en als hij nerveus werd, dan ging het vaak mis.
    Eenmaal thuis was zijn vader naar zolder gelopen waar de computer stond. Hij was met zijn moeder in de zitkamer gaan zitten, zij voor de televisie en hij achter de iPad, koptelefoon op zijn hoofd. Toen zijn vader een uur later weer naar beneden kwam, zaten ze zo nog steeds; in versteende harmonie.
    ´De verzekering dekt niet alles,´ had hij zijn vader horen zeggen en zijn moeder had geknikt, haar blik strak op het scherm van de televisie gericht.
    ´Kan hij ergens terecht?’ was haar vraag tenslotte geweest.
    ‘Als we meedoen aan de sessies voor ouders.’
    Nu had ze opgekeken. ‘Het is te gek voor woorden. Ik kan echt niet elke dag vrij nemen.´
    ´Het is wekelijks en hij gaat morgen gewoon naar school.’
    ‘Daar mag ik niet meer komen,’ hij had snel geantwoord, voordat zijn moeder iets kon zeggen. Als het over hem ging, wilde hij graag onderdeel van het gesprek zijn.
    Zijn vader had een wenkbrauw opgetrokken. ‘Hoe lang gaat die schorsing nog duren?’
    ‘Tot het eind van de week.’ Hij was zijn moeder weer voor geweest. ‘Ik mis ook de Sinterklaasintocht.´
    ´Nee hoor, daar ga je gewoon naar toe.´ Zijn moeder klonk beslist. ‘Hoeveel vragen ze?’ Dat laatste was weer tegen zijn vader gericht. Die noemde een bedrag.
    ‘Belachelijk.’
    ‘Het is inclusief weekenden en vakanties.´
    ‘En je weet zeker dat het niet goedkoper kan?’
    ‘Absoluut, ik heb ze allemaal gebeld.’
    ‘Oké, dan brengen we hem er morgen heen.’
    En daarmee was het onderwerp afgehandeld.

    En had het plan urgentie gekregen. Dat hij zijn vader die avond op de overloop tegen zou komen, had niet bij het plan gehoord.
    ‘Waar ga je naar toe?’
    ‘Ik ga weg.’
    ‘Weg?’
    ‘Ja.’
    ‘Waar naar toe?’
    ‘Dat zie ik nog wel.’
    ‘Dat zie je nog wel?’
    ‘Ja.’ Hij keek zijn vader aan. Volwassenen konden soms heel dom zijn.
    ‘Ik dacht het niet,’ zei zijn vader.
    Hij knikte begripvol. Nee, hij had ook niet verwacht dat zijn vader het er mee eens zou zijn. Niet op deze manier.
    Zijn moeder verscheen in de deuropening van de slaapkamer.
    ´Is er wat aan de hand?’
    ‘Hij gaat weg.’
    ‘Toch morgen pas?’ Ze leek oprecht verbaasd.
    ‘Ik ga,’ zei hij nogmaals. ‘Dag.’
    ‘Jij gaat helemaal niet.’ Zijn vader ging voor hem staan. Volwassenen waren vaak erg vermoeiend.
    ‘Hoe ver denk je dat je komt? Een kind ‘s avonds in het donker op straat? Wat denk je dat de mensen zullen zeggen als ze je zo laat nog buiten zien lopen?´
    Het kon hem niet schelen wat mensen er van dachten, maar hij wist dat het voor zijn ouders belangrijk was.
    ´Nou, geef je nog antwoord?’
    Hij keek naar de mond van zijn vader die open en dicht ging. Waarom sprak hij toch zo veel?
    ´Ik ga,´ zei hij, nu voor de derde keer en hij draaide zich om naar de trap.
    Een hand schoot uit en belette hem door te lopen. Hij voelde de warmte van zijn vaders huid door de mouw van zijn winterjas heen branden.
    ‘Jij blijft hier.’
    Ergens in zijn hoofd ging vuurwerk af. Het konden ook sirenes zijn, hij wist het niet zo goed. Wat hij wel wist, was dat de warmte op zijn arm ondraaglijk werd.
    Met een ruk draaide hij zich om en zag nog net hoe zijn vader achterover de trap afviel. Zijn moeder gilde. Nog meer geluid. Hij probeerde zich af te sluiten, maar het was al bij hem binnengedrongen.
    Zijn moeder rende langs hem heen de trap af. Hij volgde haar langzaam en zag hoe ze bij zijn vader neerknielde. ‘Die is tenminste stil,’ dacht hij.
    ‘Bel 112,’ hoorde hij haar roepen.
    Waarom? vroeg hij zich af, hij ging alleen maar weg. Dat was toch ook wat zij wilden?
    ‘Ik ga,’ zei hij voor de vierde keer.
    ‘Bel 112,’ ze klonk inmiddels hysterisch, hij moest nu echt weg. Voorzichtig liep hij om zijn beide ouders heen, opende de glazen tussendeur en stapte de voorhal in. Achter hem hoorde hij zijn moeder overeind komen.
    Ik ga, ik ga, ik ga, de woorden waren een mantra geworden. De tussendeur vloog open, maar hij was er op voorbereid. Met een krachtige beweging sloeg hij de deur terug. Het glas rinkelde toen het in frontaal contact met het hoofd van zijn moeder kwam. Hij kon nog net een stap opzij doen, zodat ze niet tegen hem aanviel, maar op de grond. Even bleef hij kijken naar haar lichaam, waaronder zich langzaam een donkerrode plas bloed vormde.
    Toen draaide hij zich om en opende de deur.

    De kou van de buitenlucht werkte kalmerend en eenmaal op de dijk stopte het vuurwerk. Hij voelde zich rustig, ontladen. 112 bellen zat niet in het plan, maar zijn moeder had serieus geklonken en zoals altijd na een uitbarsting wilde hij haar graag tegemoet komen. Het gesprek hield hij kort, een ambulance naar een adres. Nu ging hij echt weg, volgens plan.


    Dit korte verhaal was mijn inzending voor de Debutantenwedstrijd van Editio 2015.
    Ik werkte toen al aan mijn boek Familiegeluk, maar was nog niet aan het bloggen.

  • Heel Nederland schrijft, maar één Nederlander wint

    Heel Nederland schrijft, maar één Nederlander wint

    Weet je het nog, de schrijfwedstrijd van Heel Nederland Schrijft (HNS)?
    Ik deed er aan mee met mijn inzending ZIJ.
    Het thema was je mooiste herinnering, die overigens ook fictief mocht zijn.

    Gisteravond was de prijsuitreiking in de Verkadefabriek in Den Bosch.
    En ik ging er heen.
    Niet omdat ik mij enige illusie maakte dat ik zou winnen, hoewel het een opsteker zou zijn voor het zelfvertrouwen om bij de eerste vijftig (van de 377 inzendingen) te horen.
    Nee, ik ging er heen uit nieuwsgierigheid. Nieuwsgierig naar wie er naar zo’n evenement gaat, wat er vertelt wordt en wat ik ervan kan leren.

    Vooroordeel
    Eigenlijk is het helemaal niets voor mij, zo’n bijeenkomst van aspirant schrijvers. En de naam Heel Nederland Schrijft roept toch sterke associaties op van truttige huismoeders, stoffige vijftigplussers en o-wat-ben-ik-verheven-bezig vrijgezellen types. Die dan dus allemaal heel erg schrijven.

    Dat is natuurlijk een enorm vooroordeel.

    Net als de angst om als enige in de zaal te zitten. Goed voor mijn zichtbaarheid, maar het heeft ook iets beschamends; zowel voor de organisatie, als voor mijzelf.

    Diverse pluimage
    De Verkadefabriek  is 10 minuten lopen vanaf het centraal station van Den Bosch. Om half acht loop ik de foyer van de afgehuurde ruimte in, waar gratis koffie en thee klaar staat. Mijn eerdere vooroordelen moet ik direct bijstellen: het publiek is van diverse pluimage. De vijftig plussers en vrouwen zijn zeker goed vertegenwoordigd, maar ik zie ook mijn eigen type (40+, maar van mening nog best jong te zijn, of in ieder geval zeker niet oud) en ook twintigers en dertigers. Het is zoals ze zeggen: heel Nederland schrijft.

    Om tien over half acht schuifelen we achter elkaar de zaal binnen, waar we direct overvallen worden door het typetje ‘werkster’. Ze doet wat lolligs met een kruimeldief en wenst ons veel succes. Haar toegevoegde waarde ontgaat me.

    Spanning
    Dan begint het lange wachten en ik betrap mijzelf erop dat ik toch wel wat nerveus ben, alsof ik degene ben die straks een presentatie moet houden. Dat is wat een theaterzaal met mij doet.

    Mensen druppelen binnen, de organisatie direct herkenbaar aan de formele blik en de stapel papieren onder de arm. Een echtpaar komt de zaal in en even denk ik dat ze bij de werkster-act horen. Ze nemen echter plaats op de voorste rij.

    We wachten inmiddels zo’n kwartier en ik vraag mij af of ik iets gemist heb over ‘om acht uur beginnen’.  Om mij heen zijn de spontane gesprekken met onbekende buren losgekomen. Dat is wat wachten met mensen doet. Ik heb mij strategisch tussen twee lege stoelen geplaatst, en staar naar het podium waar een grote bank en leeststoel in combinatie met een staande lamp en vloerkleed de suggestie van een zitkamer oproepen. Op een scherm op de achterwand wordt het logo van de wedstrijd, een groot hoofd met tekst, geprojecteerd. Onverwacht verschijnt daar nog meer tekst overheen:´new version of dvx software is available’.

    Dan is het tien over acht en komt het werkster typetje het podium opgelopen. Ze stelt zich voor als Mientje en geeft aan dat ze Linda de Mol vervangt, omdat die vanavond helaas niet kan presenteren. Dit kan nog een lange zit worden. Het licht gaat uit en Gijs Wanders (oud NOS presentator) verschijnt op het projectiescherm. Hij leest een verhaal voor en ik ben verward. Ging Gijs Wanders niet het winnende verhaal voorlezen? Daar zouden ze toch niet direct al mee beginnen, zonder enige vorm van aankondiging? Het verhaal is uit en de schrijver blijkt niet aanwezig. Gelukkig maar, want wat als hij dezelfde gedachte had als ik? Dat had tot gênante vertoningen kunnen leiden.

    Natte dromen en meer
    Mientje neemt het weer over en ondervraagt het publiek over hun inzendingen. De belangrijke vraag daarbij is ´welke boodschap wil je met je verhaal vertellen?’.
    Ik schrik op, over een boodschap heb ik helemaal niet nagedacht, ik heb gewoon geschreven. Gelukkig zit ik hoog genoeg om niet in de ondervragingsronde terecht te komen.

    De thema’s zijn zeer uiteenlopend; er komen jeugdherinneringen voorbij, herinneringen aan vakanties, afscheid nemen, muziek en er is zelfs iemand die over een natte droom in relatie tot de Heilige Familie heeft geschreven. Mientje reageert gepast en ik stel mijn eerste indruk over haar bij.

    Primaire levensbehoefte
    Dan neemt Ric Hofmans het woord. Hij is één van de initiatiefnemers van Heel Nederland Schrijft en degene die alle 377 inzendingen ook daadwerkelijk heeft gelezen. Ik neem aan dat hij dus ook de voorselectie van 50 beste verhalen voor de vakjury heeft gedaan. Ric geeft aan dat hij het vertellen van verhalen beschouwt als een primair menselijke behoefte, zoals eten en drinken, en dat hij vanuit deze gedachte samen met de afwezige Carin Wormsbecher het Heel Nederland Schrijft platform is gestart. Zodat iedereen die een verhaal wil vertellen dat kan delen. Ik vraag mij serieus af of de presentatrice-werkster Mientje deze Carin Wormsbecher is; haar kennis over de ingezonden verhalen is duidelijk van incrowd niveau. Ook houdt ze er lekker de vaart in en verwoordt ze menig gedachte als ze Peter van Loon, met Wonderful tonight (230 Facebook likes) als winnaar van de publieksprijs, aankondigt. ´Of je hebt heel veel vrienden, een grote familie en mensen omgekocht, of een echt goed verhaal.´ Ook Peter zit niet in de zaal om zijn waardebon van 150 euro voor het realiseren van zijn boek bij Drukkerij Wedding in ontvangst te nemen en zo zal het helaas met alle auteurs van de voorgelezen verhalen zijn.

    Ric Hofman leest één van zijn favoriete inzendingen voor, Dierennamenverzinner van Lucien Roosen. Wat hem aanspreekt is dat het is geschreven vanuit de insteek van een kind.
    ‘Há,’ denk ik, ‘dat is die van mij ook.’
    Ik luister naar het verhaal. Bloemrijk, schiet door mijn hoofd als ik de draad begin kwijt te raken.
    ‘Bloemrijk,’ is ook wat Ric verzucht, als hij klaar is met lezen. ‘Je merkt meteen dat het is geschreven door een Vlaming, die kunnen dat zo veel beter dan Nederlanders.’
    Daar gaat definitief mijn hoop op een plaatsje bij de beste 50.

    And the winner is…
    De vakjury wordt voorgesteld, bestaande uit Jan Dijkgraaf (publicist, hoofdredacteur), Maaike Gerritsen (romanschrijfster en docent bij de Schrijversacademie) en Diederik van Leeuwen (oud-directeur BNL en expert op gebied van lezen en publiceren). Ze zijn blij dat ze zich alleen over de voorselectie van de 50 beste inzendingen hoefden te buigen, want ´er zaten vast ook hele slechte verhalen tussen´.  Mientje gaat daar wijselijk niet op in. We krijgen te horen dat er meer inzendingen van vrouwen dan van mannen zijn ontvangen, wat niemand verbaast. De flauwe opmerking van Jan Dijkgraaf dat vrouwen meer tijd hebben, wordt afgewezen en hij corrigeert zichzelf door te stellen dat vrouwen meer talig zijn (ik versta in eerste instantie meer tanig), en mannen sneller voor de bèta-kant kiezen. Dit leidt tot de onvermijdelijke vraag of schrijvers als Saskia Noort en Esther Verhoef wel of niet onder het kopje literatuur vallen en ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de jury meer van de Literatuur met de hoofdletter L is.

    Dan is het tijd voor de winnaar van de avond. Eigenlijk moet ik schrijven winnaars, met een ´s´ erachter, want er is een eerste en tweede prijs. Toch gaat het er in de laatst tien minuten echt om wie er met de hoofdprijs van door gaat. De strijd, die overigens al lang en unaniem door de jury beslist is, wordt gestreden door twee heren, Gert-Jan van den Bemd met Ex en Hein van der Sloot met Kus. Beide heren worden verzocht het podium te betreden en mogen hun eigen verhaal voorlezen. Ik heb met ze te doen, één van hen wordt nummer twee. Een hele prestatie, maar toch ongemakkelijk met die nummer één zo vlak naast je.
    Twee verhalen, allebei over de eindigheid van een relatie. Het is uiteindelijk Gert-Jan die met de opleiding van de Schrijversacademie naar huis gaat. Hij had wel een vermoeden, want de organisatie had hem laten weten dat het wel de moeite waard was om vanavond aanwezig te zijn. Zijn reactie is ingetogen, hij hoopt dat de roman die hij heeft geschreven nu wellicht wel gepubliceerd gaat worden. Hein wint een waardecheque van Euro 500 voor het publiceren van zijn eigen boek bij Drukkerij Wedding.

    Om half tien is de presentatie afgelopen en kan er met een drankje nog nagepraat worden in de foyer. Dit is natuurlijk het moment om mij onder de mede-aspirant schrijvers te begeven en mijn visitekaartjes in de handen van de organisatie en jury te drukken. Ik werp een blik op de aanwezigen en besluit lafhartig dat ik liever mijn trein naar Den Haag pak. Ik netwerk wel virtueel via deze blog.

    Wat heb ik geleerd?
    In de trein haal ik het boekje van de vijftig beste verhalen uit de ontvangen goodybag en begin te lezen. Mooiste herinneringen beslaan veel gebieden, maar de thema’s liefde (beginnende, eindigende, ongewenste, eeuwigdurende, bloederige) en vrijheid zijn toch wel favoriet. Sommige verhalen spreken mij aan, bij anderen haak ik al snel af. Ik ben niet zo van de metaforen en over bloemrijke omschrijvingen heb ik het al gehad. De vraag waarom mijn inzending het niet tot die vijftig heeft gehaald wordt door het lezen ervan niet beantwoord. Misschien gebeurde er te weinig? Ik realiseer mij in ieder geval dat ik meer zal moeten nadenken over de boodschap achter mijn verhaal. En nog meer oefenen in het beeldend schrijven, wat iets anders is dan bloemrijk.

    De stem van de conducteur schalt door de luidsprekers: ‘Goedenavond dames en heren, voor wie net in Utrecht is ingestapt heet ik u namens het personeel van de NS hartelijk welkom. Met deze trein brengen wij u, via Gouda, naar de residentie Duh Haag.’
    ‘Goed verhaal’, zegt de jongen naast me.
    En zo is het maar net!


    Ook lezen?

    Op de website van Heel Nederland Leest kun je de fysieke exemplaren aanschaffen:

     

  • Netwerkcommunicatie: slim of rete-irritant (2)

    Netwerkcommunicatie: slim of rete-irritant (2)

    Een tijdje geleden deed ik iets heel engs.
    Ik deelde mijn inzending voor een schrijfwedstrijd op social media.

    Hoezo eng? hoor ik je denken.
    Geloof me, voor menig (beginnend) schrijver is het delen van zijn eigen creatie zenuwslopend. Het is toch een beetje je kindje. En je wilt ook niet horen dat die lelijk is. Daarom zijn alle baby’s op z´n minst schattig. Van een verhaal kan je dat niet zeggen, in ieder geval niet als het geschreven is door iemand van boven de acht jaar.

    Enfin.
    Ik deelde dus mijn inzending en ik kreeg heel veel likes. Minder dan de foto van mij en mijn dochter in dezelfde bloemetjes jurk, maar toch. Genoeg om opgelucht adem te halen.
    Tot mij iets opviel.

    Barrière
    De verwonnen likes zijn op mijn eigen FB pagina. En niet op de pagina van de wedstrijd organisator. Op die pagina heb ik slechts één like (stem), en die is van mijzelf. Best triest.

    Hoe kan dat?
    Het antwoord is simpel: het publiek kan alleen op je verhaal stemmen wanneer ze een profiel hebben aangemaakt op de website van Heel Nederland Schrijft.
    Barrière! In ieder geval voor mijn virtuele achterban.

    Inhoud versus marketing
    Vanuit marketing begrijp ik de oproep heel goed. Een groot aantal deelnemers zal hetzelfde hebben gedaan als ik, waardoor Heel Nederland Schrijft eenvoudig en voor niets haar bereik, op z’n minst eenmalig, heeft vergroot.

    Vanuit de inhoud blijf ik daar toch wat sceptisch over. Gaan die likes van de eigen achterban nou echt mee bepalen welk verhaal het best geschreven is? En wat is dan doorslaggevend?

    De huidige fotowedstrijd van het NRC heeft dat in mijn ogen beter opgezet. Iedereen kan stemmen zonder in te loggen en aan het eind van de maand is er een publieks- en vakjury prijs. Op deze manier wordt én de moeite van de fanatieke eigen promotor beloond én de inzending apart beoordeeld op kwaliteit van inhoud.

    Voordat de verontwaardiging losbarst:
    Ik zeg niet dat het één niet samen kan gaan met het ander. Iemand kan fantastisch fotograferen of schrijven en ook nog eens zeer veel stemmen daarvoor werven. Good for you!
    En dat een platform zijn leden, deelnemers of andere vorm van volgers inzet om zijn eigen zichtbaarheid te vergroten juich ik alleen maar toe.
    Ik heb wel mijn twijfels over een verplichte inlog voor stemmen. En het vermengen van publiek- en jury opinie.

    En jij? Hoe denk jij hier over?

     

    P.S. De links naar mijn inzendingen vind je achter de vetgedrukte woorden:

     

  • Schrijfwedstrijd: wel of niet meedoen?

    Schrijfwedstrijd: wel of niet meedoen?

    Eén van de tips die je als beginnend schrijver vaak hoort is mee te doen aan schrijfwedstrijden.

    Ik heb een hekel aan schrijfwedstrijden.

    Oké, er zijn mooie schrijfprijzen te winnen. En ja, het een goede oefening om gericht te schrijven (überhaupt te schrijven). En soms, met veel talent en een beetje geluk, kom je op een long list of val je zelfs in de prijzen, wat weer fijn staat op je schrijf-C.V.

    Wat als dit alles niet gebeurt?
    Dan blijf ik achter met het gevoel vooral veel tijd te hebben verloren. Wat natuurlijk zeer kinderachtig is, maar met het uitblijven van een positieve bevestiging op mijn stuk daalt mijn schrijfvertrouwen tot het vriespunt.

    Niet eens de long list gehaald!!

    Het kan dagen duren voordat ik deze uitkomst weet te relativeren, laat staan voordat ik open sta voor een objectieve blik op het winnende verhaal.

    En nu komt de catch, want uiteindelijk haal ik enorm veel uit een deelname:

    • ik heb iets afgeschreven, want er was een deadline;
    • ik heb geschrapt, want het mocht maar 400 woorden zijn;
    • ik heb kritisch naar spelfouten gekeken, want het moest ingeleverd worden;
    • ik heb het lef gehad iets met anderen te delen;
    • doordat de winnende inzending dezelfde randvoorwaarden heeft als mijn verhaal, kan ik ze goed met elkaar vergelijken, waardoor ik in creatief opzicht weer leer.

    Mijn mooiste herinnering
    Dus heb ik meegedaan aan de korte verhalen schrijfwedstrijd van Heel Nederland Schrijft.
    Samen met nog meer dan 300 andere Nederlands.
    Dus….
    Je kunt mijn inzending lezen op hun website, daarvoor klik je HIER.

    Nu begint het grote wachten…

    Tot en met 31 augustus kun je mij ook nog helpen door het verhaal te liken via Facebook (daarvoor dien je je aan te melden bij heelnederlandschrijft, dat heeft tot nog toe niemand uit mijn netwerk aangedurfd ;-)). Delen mag uiteraard ook. Evenals mij laten weten wat je er van vindt.

    Enjoy!

  • Zij (inzending schrijfwedstrijd)

    Zij (inzending schrijfwedstrijd)

    De ruimte was te klein geworden, één van ons zou moeten vertrekken. Op korte termijn. Ik zag niet uit naar dat moment. Zolang ik me kon herinneren waren we bij elkaar geweest: zij en ik, een onafscheidelijk duo. Ik kon me een leven zonder haar simpelweg niet voorstellen.

    Ik bewoog en hoorde iets knappen.
    Ze keek op. ‘Wat is dat?’
    ‘Ik denk dat ik iets kapot heb gemaakt.’
    Haar gezicht kreeg een verschrikte uitdrukking.
    ‘Wat is er?’ vroeg ik.
    Ze wees naar beneden. Mijn blik volgde haar hand en nu zag ik het ook. Een gevoel van paniek bekroop mij. Tegelijkertijd ging mijn verstand in rationele overlevingsmodus.
    ‘We wisten dat dit zou gebeuren,’ zei ik rustig. ‘Nu weten we ook wie van ons vertrekt.’
    Ze kon mij alleen maar angstig aankijken. Ik wilde haar geruststellen, zeggen dat ik er altijd voor haar zou zijn, maar de woorden kwamen niet uit mijn mond. Want wat wist ik er van? Met een laatste blik op alles wat mij vertrouwd en dierbaar was, draaide ik mij om en begon de tocht naar het onbekende.

    Het gat dat ik had gemaakt, was groot genoeg om mij er doorheen te wurmen. Daarna werd het lastiger. De doorgang was nauw en hoe meer ik bewoog, hoe vaster ik kwam te zitten. Op mijn netvlies stond het laatste beeld van haar gebrand, en mijn hart kromp ineen bij de gedachte nooit meer samen te zijn. ‘Nu niet opgeven,’ sprak ik mijzelf streng toe en met alle kracht die ik in mij had, duwde ik mijzelf de lange smalle tunnel door.

    Een zee van helder licht overspoelde mij.
    ‘Jullie hebben een gezonde dochter,’ klonk een lage stem.
    Ik werd tegen iemand aangelegd en opende voorzichtig mijn ogen. Ik zag een onbekend gezicht en een onbeschrijfelijk gevoel van eenzaamheid overviel mij.

    Een man kwam aanlopen met een kleine bundel in zijn armen.
    ‘Ontmoet je tweelingzus,’ zei hij.
    Het enige wat ik kon doen was staren. Een vertrouwd paar ogen keek mij vreugdevol aan en ik voelde hoe mijn hart een sprong maakte. Later zou ik wel van haar horen waarom ze ook ons veilig onderkomen had verlaten. Het belangrijkste was nu dat ze er was. Hier. Bij mij.

    De man legde ons naast elkaar.
    ‘Kijk, ze passen precies,’ zei hij.
    Dat had ik hem ook kunnen vertellen.


    Dit is mijn inzending voor de korte verhalen wedstrijd 2015 van Heel Nederland Schrijft met als thema ´mijn mooiste herinnering´.

    Naar aanleiding van mijn deelname aan deze wedstrijd schreef ik ook de blog Schrijfwedstrijd, wel of niet meedoen? en Heel Nederland Schrijft, maar één Nederlander wint.