me-time Archieven - barbarasevenstern.nl

Categorie: me-time

Tijd voor jezelf om in balans te komen of te blijven.

  • Waarom ik geen trampoline wil (en hij er toch kwam)

    Waarom ik geen trampoline wil (en hij er toch kwam)

    Zomervakantie. En omdat we gaan verbouwen blijven we dit jaar thuis. Wanneer je drie kinderen onder de twaalf jaar hebt, zijn dat zes hele lange weken. Te lang, moet echtgenoot gedacht hebben toen er twee weken voorbij waren. 

    ‘Mam, mag ik naar de indoor?’

    ‘Nee.’

    ‘Mam, mag ik op een schermpje?’

    ‘Nee.’

    ‘Mám, ik verveel me.’

    ‘Dat is goed voor je creativiteit.’

    Fataal moment van onoplettenheid

    Als het er op aankomt, kan ik mij zeer goed afschermen van het verveelde gehang van mijn kinderen. Daarnaast heb ik het de afgelopen weken druk. Er is een werkopdracht opgekomen en die kent een deadline. Ik ben, met andere woorden, de laatste tijd dan ook wat afgeleid. En het zijn dergelijke momenten van onoplettendheden, die later fataal blijken.

    Echtgenoot: ‘Ik ga die trampoline kopen.’

    Ik: ‘Ja, echt?’

    Dit laatste op ietwat meelevende, maar afwezige toon. Ik begrijp best dat echtgenoot gek wordt van de rol van politieagent, taxichauffeur en catering, maar hé, ik heb een betaalde opdracht. En daarnaast moeten de kinderen leren zichzelf te vermaken.

    Dat vindt echtgenoot dus ook. Met het verschil dat hij de oplossing ziet in een eigen trampoline. Lekker buiten in de eigen tuin.

    Leuk voor op de boerderij

    Ik zal eerlijk zijn, nog niet zo heel lang geleden heb ikzelf ook onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van een dergelijk speeltuig. Om al snel tot de conclusie te komen dat het onmogelijk is om een geschikt exemplaar voor onze drie kinderen te vinden. Want het moet er wel eentje zijn waar meerdere salto’s en flips op gedaan kunnen worden. En vier man zonder problemen op gelanceerd. Met andere woorden: één van zeker drie meter, met dubbele vering, beschermrand en veiligheidsnet. Leuk voor op de boerderij, stukken minder realistisch in onze Vinex stadstuin.

    MIJN Vinex stadstuin.

    En dan heb ik het nog niet eens over:

    • de prijs van zo’n ding;
    • potentiële botbreuken, losse tanden en hersenschuddingen;
    • ruzies en huilpartijen;
    • gevraagde en ongevraagde aanloop van springfanaten;
    • en natuurlijk de gewenste catering rondom het hele springfeest.

    Nee, zo’n trampoline komt er bij mij niet in.

    Onder één hoedje

    Zo daadkrachtig als echtgenoot die bewuste ochtend was, zo weinig alert was ikzelf. Het directe bewijs hiervan is dat ik echtgenoot SAMEN MET oudste liet vertrekken. De oudste, die al weken lang zeurde om een eigen trampoline. Voor wie groot nooit groot genoeg is en alles altijd beter kan. En die meer dan wie dan ook in staat is om zijn vader met datgeen thuis te laten komen wat hij, oudste, zelf wil. En dat echtgenoot dan nog tegen mij beweert dat het zijn keus is.

    Niet blij

    ‘Mama gaat straks om twee dingen niet blij zijn,’ zei echtgenoot enkele uren later tegen oudste in de auto.

    Tot zover de realiteitszin van die dag.

    ‘Bekijk het van de positieve kant, mama. De trampoline is ideaal om op te zonnen.’

    Oudste kan daar wel eens gelijk in krijgen. Zoals het ding nu staat, blokkeert hij hoogstwaarschijnlijk vanaf drie uur s middags elke zonnestraal in mijn lounge hoek.

    ‘En je kunt er topless in liggen,’ vulde echtgenoot aan. ‘Ik span er zo een extra zeil overheen.’

    Panorama Mesdag

    Hier is schuldgevoel aan het woord. Echtgenoot vindt inmiddels ook de 3.30 meter van het gekochte exemplaar aan de te grote kant. Op de buitenplaats van het springparadijs had hij toch echt kleiner geleken.

    Tussen onze schutting en de schuur ziet de realiteit er beduidend anders uit. Het ding is zo groot, dat heel Panorama Mesdag aan de binnenkant niet zou misstaan. Het is een helikopterplatform, die het leefbare gedeelte van mijn tuin heeft gedegradeerd tot patio.

    In de woorden van onze oppas: ‘Jij hebt zeker wel een tas verdiend!’

    Hoe camoufleer ik een trampo?

    Ze heeft gelijk. Ik ben namelijk niet alleen niet-blij, ik ben woest! Het liefst stuur ik het hele gevaarte direct terug naar de winkel. Maar dat is iets wat in ons gezin wat gevoelig ligt.

    Dus ga ik opzoek naar het antwoord op de vraag “Hoe camoufleer ik een trampoline?” Zelfs Google heeft geen oplossing, Pinterest geeft wel suggesties voor alternatief gebruik.

    Zo is het hoge net ideaal voor het vertonen van films; een buitenbioscoop in je eigen achtertuin. Ook kun je er een basketbalnet in maken of de combinatie met water opzoeken. In dit laatste geval wordt wel gewaarschuwd voor de veiligheid van het springende kind in kwestie. En natuurlijk is het ding uitermate geschikt om eindelijk van mijn eigen overtollige kilo’s af te komen. Alsof je op mijn leeftijd en na drie bevallingen nog in staat bent langdurig rond te springen!

    Na lang zoeken, heb ik één potentiële ontsnappingsmogelijkheid gevonden. Een Amerikaanse dame liep tegen het feit aan dat haar verzekering verdubbelde door de aanschaf van een trampoline. Money talks!

    En als dat niet werkt, richt ik hem alsnog in als Bedoeïenentent, inclusief lichtjes en genoeg kussens om overdag comfortabel in te zonnen. Misschien zelfs topless.

  • Over het spoor | Eva Keuris

    Over het spoor | Eva Keuris

    Schrijven is ook lezen, want van wie beter leren dan van hen die je voorgingen? Een spannende opening, een smakelijke vrijscène, goed uitgewerkte personages, je kunt er een workshop over volgen, maar er ook een boek voor openslaan. 

    Het nadeel van lezen-als-schrijver is dat je een nogal gedeformeerde lezer wordt, ik in ieder geval wel. De grote vraag is niet meer ‘hoe loopt dit af?’ maar ‘is deze informatie werkelijk relevant?’, ‘wat onderscheidt de personages van elkaar?’ of ‘welke persoonlijke ontwikkeling heeft de hoofdpersonage eigenlijk doorlopen?’. Wanneer ik dan ook nog eens word uitgekozen een recensie te schrijven over een boek, dan gaat het beoordelend stemmetje in mijn hoofd helemaal los.

    272 losse A4’tjes

    Het boek in kwestie is Over het spoor van Eva Keuris. Ik heb meegedaan aan een actie op internet en ben door uitgever Prometheus geselecteerd om de thriller te mogen recenseren. Hiermee ben ik ook een stapje dichterbij om een gesigneerd exemplaar te ontvangen, maar voor nu wordt mij een geprinte proef gestuurd.

    Enkele dagen later ontvang ik 272 losse A4’tjes, inclusief snijranden. Ik weet dan nog niet dat de losbladerigheid van dit pakket een nogal afleidende werking op mij heeft en voel me bij ontvangst vooral een echte recensent. Dat het hier om een debuut gaat, spreekt mij ook erg aan. Ik ben benieuwd naar de kwaliteit van een beginneling, ofschoon je je af kunt vragen in hoeverre deze benaming opgaat voor iemand die al ruim vijftien jaar ervaring heeft als dialoogschrijver en eindredacteur en les geeft aan de Schrijversacademie.

    Vlot geschreven debuut

    Natuurlijk, een scenario schrijven is iets anders dan een psychologische thriller, maar hoe meer schrijfervaring, des te groter de kans dat er goed geschreven wordt. Over het spoor, bewijst deze stelling ook maar weer. Het is een vlot geschreven verhaal, met personages die werkelijk tot leven komen. Hoofdpersoon is dertiger Stella, ghostwriter en gefascineerd door de moord op de elfjarige Jordi de Wit in 2008, zeven jaar geleden. De grote vraag die haar bezighoudt, is of de indertijd veroordeelde pubers Ingmar, Remi en Julian daadwerkelijk schuldig waren of dat er sprake is van een gerechtelijke dwaling. Wanneer Ingmar de wens uit een boek te willen laten schrijven over wat er werkelijk gebeurd is al die jaren geleden, grijpt ze haar kans.

    De zoektocht van Stella naar het verhaal dat ze wil vertellen, brengt haar naar Hilversum. Niet alleen de stad waar de inmiddels vrijgekomen jongens hun leven weer proberen op te pakken, maar ook waar Stella’s vader na de scheiding van haar moeder met zijn nieuwe gezin is gaan wonen. We lezen over Stella’s ontmoetingen met de jongens en hun familie en zijn deelgenoot van haar struggle zich in te passen in het gezin van haar vader, bij wie ze gedurende het schrijven van het boek intrekt.

    Niet verrassend, wel leuk

    Keuris kiest ervoor het ik-perspectief van Stella af te wisselen met verslagen vanuit de geïnterviewden, wat bijdraagt aan de vaart in het verhaal. In tegenstelling tot wat ik lees in de vele reviews vind ik de plotontwikkeling verre van verrassend en wordt het nergens nagelbijtend spannend. Dat is niet erg, het verhaal over Ingmar, Remi en Julian leest lekker weg. De persoonlijke ontwikkeling die Stella zelf doormaakt, komt wat minder goed uit de verf. Als lezer kom je veel over haar te weten, maar haar eigenaardigheden en onzekerheden zijn vooral beschouwend. Omdat ze nergens een barrière oproepen, lijken ze los te staan van de rest van het verhaal. Zo vraag ik me nog steeds af wat de relevantie is van haar angst om in gezelschap te eten en vind ik de houding van haar moeder aan het eind van het boek ronduit ongeloofwaardig.

    Over het spoor moet het hebben van een sterke pen en aansprekende hoofdpersonages, waardoor je ondanks de weinig verrassende ontwikkelingen met plezier blijft doorlezen.

    Conclusie: een prima debuut en zeker een aanrader voor in de vakantietas.


    Over het Spoor bestel je o.m. bij de uitgever Prometheus, Bol.com en Bruna.

  • Slapeloze nachten

    Slapeloze nachten

    Ik heb ooit gelezen dat ouders met kinderen slechts aan 70% van hun slaapbehoefte komen. Of ze dit ooit op een later tijdstip inhalen, vertelde het artikel niet. Mijn persoonlijke overtuiging is dat dit dan moet gebeuren als de kinderen het huis uit zijn.

    Eerder is zeker niet het geval. Na de nachtelijke voedingen komt immers de ik-ben-bang-om-te-slapen-periode, gevolgd door de ik-wil-nog-niet-slapen-fase, die na enige tijd naadloos overgaat in het als-puber-slaap-ik-vooral-overdag tijdperk, met als gevolg dat ze tot minstens half elf naast je op de bank je avond-me-time verstoren.

    Zo’n kleine wurm heeft het ook niet gevraagd afhankelijk te zijn

    Van bovengenoemd rijtje vind ik die nachtelijke voedingen het meest natuurlijke. Niet alleen door de enorme hoeveelheid hormonen, die na negen maanden zwangerschap nog door je lijf gieren, maar vooral omdat zo’n kleine wurm het ook niet gevraagd heeft op de wereld gezet te worden zonder ook maar één vinger uit te kunnen steken.

    Met drie kinderen heb ik hierbij een hele ontwikkeling aan wat wel en wat niet mag doorgemaakt. Zo kookten echtgenoot en ik bij de oudste nog alles braaf uit en was elke fles die hij kreeg Vers met een hoofdletter. Bij nummer twee werd de nachtelijke voeding al ’s avonds voorbereid, zodat we met één greep uit de koelkast hem de gewenste fles konden geven. Nummer drie sliep vanaf week acht godzijdank de hele nacht door. Waarschijnlijk begreep ze dat je als derde kind een stuk flexibeler moet zijn.

    Met het stijgen van de vermoeidheid, daalt de mate van flexibiliteit

    Want met het stijgen van het aantal kinderen, slaat ook de vermoeidheid toe. En dus de mate van flexibiliteit. Ik geloof overigens niet dat dit per se negatief is. Zo heeft onze oudste tot zijn vierde nog een nachtelijke fles pap gekregen, terwijl de middelste na tweeëneenhalf jaar daar niet meer om vroeg. Waarom? Simpelweg vanwege het feit dat wij het niet meer opbrachten elke nacht twee keer op te staan voor die pap. Ik geloof dat hij er nog drie nachten weinig overtuigend om gehuild heeft en daarna sliep hij door.

    Natuurlijk kent dit verhaal ook zijn context. De oudste nam genoegen met een fles pap in zijn eigen handjes en gooide deze na consumptie met een grote boog uit zijn bed op de grond. Middelste verwachte in eerste instantie dat wij de fles voor hem vasthielden. Toen hij zich realiseerde dat dit niet meer het geval was, werden echtgenoot en ik op z’n minst geacht de lege fles op te ruimen. Daar huilde hij nog harder om dan om de fles pap zelf. En nog steeds is hij het type ‘Mama, mag ik een boterham?’,  ‘Ja, maar die mag je zelf maken.’, ‘O, laat dan maar.’ Terwijl de oudste vrolijk zijn eigen eieren met spek staat te bakken.

    Zijn angst is wel degelijk oprecht

    Een heel ander fenomeen zijn de ik-wil-of-ik-kan-niet-slapen en de ik-ben-bang-om-te-slapen-fases. Het bang-zijn fenomeen vind ik lastig. Onze middelste vind het eng alleen in zijn kamer, maar valt redelijk snel in slaap. In zijn geval helpt het nog wel eens om na alle vaste naar-bed-breng-rituelen nog een extra vijf á tien minuten op zijn bed te blijven zitten. Daarnaast is zijn angst weliswaar niet reëel, maar wel degelijk oprecht en geen vorm van negatieve aandacht vragen. Ik ben als ouder dan ook sneller geneigd hem tegemoet te komen.

    In het geval ik-wil-of-ik-kan-niet-slapen heb ik veel minder geduld, simpelweg omdat het omringd wordt met allerlei smoesjes en scènes. Mijn vaste antwoord is dat er ook niet geslapen hoeft te worden, als ze maar stil zijn en in hun bed blijven liggen. Afhankelijk van het tijdstip is zelf een boekje lezen ook nog een optie, helaas is dochterlief de enige die hier gehoor aan geeft.

    Met een enorm vol hoofd in bed

    Tegelijkertijd is het niet kunnen slapen ook zo herkenbaar. Het is dat moment dat je in je bed ligt en je niets meer hoeft. Dat moment dat je hoofd stopt met doorrennen en dus onmiddellijk in overdrive gaat. Ineens weet je weer wat je nog wilde vertellen en had willen doen die dag. En deze gedachten roepen onmiddellijk weer nieuwe gedachten op, zodat je met dat enorme volle hoofd en wijd opengesperde ogen in je bed vooral alles kunt doen behalve slapen.

    Ik heb het al mijn hele leven en zie het nu bij mijn kinderen terug. ‘Als je hard hebt gerend en je staat stil, dan klopt je hartje nog een tijdje heel hard door, voordat het weer rustig voelt,’ probeerde ik het gisteren mijn ogenschijnlijk zeer wakkere dochter uit te leggen. ‘Zo is het hetzelfde met je hoofdje. Die heeft de hele dag heel hard gerend en mag nu stil staan. Dan moet dat hoofdje ook even bijkomen.’ Ze knikte instemmend, pakte toen haar knuffelbeer en vroeg met haar allerliefste stemmetje ‘Mag ik even in jouw bedje liggen?’

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company | uitgelichte afbeelding Shutterstock

  • Vervelende klusjes eerst?

    Vervelende klusjes eerst?

    Ik mag mij verheugen over een zeer flexibele echtgenoot, maar als ik hem ergens mee de kast op krijg, dan is het wel een slechte planning (oké, en dat vergeten hardgekookte ei in mijn tas). Echtgenoot is van het type ‘vervelende klusjes eerst’, wat in mijn ogen de kans op de leuke zaken in het leven angstvallig verminderd.

    Er is immers altijd wel een vervelend klusje te doen. Wat niet wil zeggen dat ik er onwelwillend tegenover sta, sommige dingen horen er nou eenmaal bij. Ik geloof alleen dat er voor alles een tijd en plaats is.

    Thuiswerken

    Mensen vragen mij vaak genoeg hoe ik thuis kan werken, wetende dat de wasmand overloopt of een kinderkamer zich in staat van ontploffing bevindt. Mijn antwoord is heel simpel: ik stoor mij er niet aan. Ik trek de deur van mijn werkkamer dicht en de rest kan mij gestolen worden. Een was die door echtgenoot ´s ochtends voor vertrek nog snel in de machine is gestopt, kan dus gerust drie uur in de trommel blijven zitten. Schrijftijd is schrijftijd.

    Efficiency

    Een ander ding is dat ik de tijdrovende, vervelende klusjes graag bundel. Een aantal in de ochtend in plaats van elke dag één. En omdat het uitgangspunt hiervan efficiency is, betekent dat een bezoek aan de schoenmaker beter combineert met een bezoek aan de daar in de buurt gelegen opticien dan met het opruimen van de zolder. Nog los van het feit dat die laatste klus minstens vraagt om een week in plaats van een ochtend.

    De noodzaak voor schoenmaker en opticien moet wel gelijktijdig vallen, anders kan ik weken rond blijven lopen met een afglijdende bril. Ik geef toe, dat is een makke in mijn planning, of in ieder geval de uitvoering ervan.

    Focus (of het gebrek er aan)

    Een ander aandachtspuntje is focus. Wellicht is het iets vrouwelijks, maar tijdens het uitvoeren van mijn vervelende klusjes word ik constant afgeleid door andere zaken. Dat begint al in de ochtend. Daar waar echtgenoot om kwart voor negen de boodschappen reeds heeft gedaan, zit ik nog met een cappuccino aan tafel door mijn social media te scrollen. In plaats van dat ik direct na het naar school brengen van de kinderen aan mijn klussen begin, gun ik mijzelf nog even dat momentje.

    Daar waar echtgenoot in de auto springt en gericht de diverse locaties afgaat waar zijn lijstje hem naar toe leidt, valt mijn oog bij het verlaten van locatie één op een nieuwe kledingwinkel waar mijn naam nog net niet op de voorgevel staat geschreven. Ik moet een kwartier wachten tot hij opent, dus dat is te overzien. Hoe vaak ben ik tenslotte in deze buurt? Precies, nooit. En was ik niet opzoek naar net zo’n jas als in de etalage?

    Prioriteit

    Natuurlijk ben ik mij bewust van het effect van die minder strakke planning op anderen. Zo kan ik het niet maken te laat op school te komen (kinderen ophalen), wil ik ook elke dag kunnen eten (boodschappen) en probeer ik niet pas te vertrekken op het tijdstip dat ik eigenlijk ergens had moeten zijn (afspraak met echtgenoot, veel van mijn vriendinnen zijn zelf notoire laatkomers). Uiteindelijk gaat het allemaal om prioriteit en keuzes (durven) maken.

    Vrijheid

    Het positieve van een minder strakke uitvoering van mijn takenlijstjes, naast een onverwachte nieuwe winterjas, is dat het mij een enorm gevoel van vrijheid geeft. Een meer gedisciplineerd persoon krijgt geheid stress of een gevoel van irritatie van mijn (in hun ogen) uitstelgedrag. Mij bieden de detours een adempauze, enerzijds uit mijn hoofd (door het winkelen) anderzijds uit het geren (door toch die cappuccino te drinken). Naast mijn schrijf-werkzaamheden zijn zulke momentjes voor en vooral ook met mijzelf, belangrijk in een week die voor een groot deel bestaat uit ervoor zorgen dat de Family Company soepel blijft draaien.

    En jij? Hoe zit het met jouw vervelende klusjes?

     

    Deze blog is ook gepubliceerd bij de Mama Company

  • Niet storen, ik lees!

    Niet storen, ik lees!

    Het zal je niet verbazen dat ik vind dat iedereen zou moeten lezen. Lezen is verrijking en ontwikkeling, maar ook ontspanning en ontsnapping. Lezen kan je dichter bij jezelf brengen, maar ook dichter bij anderen.

    Dat wil niet zeggen dat ikzelf dagelijks lees, die tijden zijn helaas voorbij. Met drie kinderen op de basisschool en mijn eigen schrijven heb ik vaak niet de rust om met een boek op de bank te gaan zitten. Zelfs in de vakantie grijp ik sneller naar een tijdschrift of (bekentenis!) social media. Het vluchtige lezen, vaak zonder inhoud en veel plaatjes.

    Lezen is stom

    Mijn kinderen zijn wonderbaarlijk genoeg geen lezers. ´Lezen is leuk!´ roep ik regelmatig door het huis. ´Lezen is stom,´ roepen mijn twee oudsten dan in koor. Want zij vinden lezen moeilijk en dus niet leuk. ´Lezen is moeilijk, omdat je het nog niet goed kan,´ is mijn redenering dan, want voorlezen vinden ze allemaal prachtig. ´Je hebt gewoon nog niet jouw boek gevonden,´ is mijn andere motto, want ik geloof oprecht dat er voor iedereen een boek is dat van een niet-lezer een leesliefhebber maakt.

    De kracht van voorlezen

    Ik ben groot geworden met lezen. Toen ik vroeger thuis kwam van school om te lunchen, las mijn moeder altijd voor. Gezeten op een hoge, rode kruk in de keuken werden mijn zus en ik meegenomen naar de chocoladefabriek van Willy Wonka, huilden we bittere tranen om de eenzaamheid van Remi (en de dood van het aapje) en wilden we net als Minoes ook kunnen praten met poezen.

    Kruistochten, mannen en moordenaars

    Toen ik eenmaal zelf kon lezen, beleefde ik woeste avonturen met Tiuri uit de boeken van Tonke Dragt, wist ik alles van de honderd jarige oorlog en kruistochten dankzij Thea Beckman en wilde ik door Enid Blyton ook op kostschool. Ik huilde wederom bij Schoolidyllen en Onder moeder vleugels en las op mijn twaalfde stiekem alle boeken van Leni Saris. Om nog maar te zwijgen over de Bouquetreeks. Dit werd ietwat rechtgetrokken door de fantastische regency boeken van Georgette Heyer en de betere chicklits van schrijvers als Marian Keyes.

    Later ontdekte ik het detective genre en verslond ik alle boeken van Agatha Christie, Ellery Queen en Patrick Quentin en werd ik verliefd op Lord Peter Wimsey. Ook ik bleef tot diep in de nacht op voor de avonturen van Harry Potter, kon niet wachten op de meer praktische pocket uitgave van een nieuwe Nicci French of Robert Galbraith en over ´De waarheid achter de zaak Harry Quebert‘ schreef ik onlangs nog een blog.

    Pareltjes

    Tegenwoordig probeer ik ook buiten mijn favoriete genres te lezen, want als schrijver is dat heel leerzaam. In mijn geval betekent dat meer Nederlandse boeken en meer literatuur. Soms zitten daar onverwachte pareltjes tussen, zoals het aangrijpende Niets weerstaat de nacht van Delphine de Vigan, het bizarre, maar toch pakkende De consequenties van Niña Weijers en het geestige As in tas van Jelle Brandt Corstius .

    #NSPP2016

    Gisteren werd mijn aandacht getrokken door de volgende oproep:

    MELD JE AAN VOOR DE NS PUBLIEKSPRIJS KERNJURY!

    275 leden, die een afspiegeling vormen van het Nederlandse lezerspubliek. Lezers die niet bang zijn om hun mening te geven en die ook bereid zijn om actief stemmen te werven. Zes boeken in diverse genres.

    Je begrijpt, ik heb mijzelf opgegeven!


    Ook kans maken tot de kernjury van de NS Publieksprijs te behoren?
    Iedere Nederlander van 18 jaar en ouder kan lid worden. Aanmelden kan nog t/m 25 september a.s.

  • Me-time in het tuincentrum

    Me-time in het tuincentrum

    Het is woensdag en de kinderen zijn onder de hoede van echtgenoot. Wat betekent dat ik een vrije vrouw ben.

    Hoe heerlijk, zeker in de vakantie. Een dag lang tijd voor mijzelf. Even geen politieagent zijn, vieze snoeten en handen poetsen of anderszins. Deze dag is helemaal voor mij.

    ‘Wat ga jij vandaag doen?’ vraagt echtgenoot, met een jaloerse ondertoon in zijn stem. Om ons heen rennen de kinderen elkaar gillend achterna met nerf-pistolen.
    ‘Ik denk dat ik naar het tuincentrum ga.’
    De stilte die volgt is met recht oorverdovend te noemen.

    Kleinburgerlijkheid

    Natuurlijk weet ik ook hoe vreselijk zo’n centrum is. De net iets te glimmende spiegels, de houten borden met mindfull-achtige teksten en de accessoires die je precies vertellen waar je je sleutels, servetten of zeep moet laten, om onverklaarbare redenen vaak in het Engels of Frans.

    En toch. Ik hou van de kleinburgerlijkheid in een bouw- of tuincentrum. Wie goed kijkt, vindt nog eens een betaalbaar styling-object (net zoals zwangerschapswinkels vaak hele leuke sieraden en tassen verkopen, maar dat terzijde). Daarnaast heeft het betere centrum een horeca gelegenheid en gratis toilet en WiFi, ideaal om tussendoor een blog te schrijven.

    Het Tuinhuis

    En zo komt het dat ik mij op mijn vrije woensdag bij de Praxis in Zoetermeer bevind, bekend om zijn uitgebreide tuincentrum. Ik heb mijzelf van te voren goed voorbereid op internet en weet wat ik zoek. Het is rustig en ik doe een inventarisatie rondje alvorens mij naar cafetaria Het Tuinhuis te begeven, gelegen midden in, jawel, het tuingedeelte. Het aanbod is verrassend breed en op het eerste gezicht vers. Mijn verwachting wordt evenwel direct bijgesteld door de jongeman achter de toonbank, die elke vraag van z’n collega weinig overtuigend beantwoordt met ‘volgens mij wel, ja.’

    Naast Het Tuinhuis zit een heus klim- en ballenbak, waar een klein aantal kinderen in en uitrent. Nog zo’n voordeel van hier kinderloos zijn, is dat ik in dit speelgedeelte nu geen orde hoef te handhaven, wat zeker nodig zou zijn geweest. Om nog maar te zwijgen over de onvermijdelijke ‘gaan we al?’ (oudste), ´het is hier saaaai´ (middelste) en ‘nog een keer!’ (jongste) discussies. Als dat geen vrijheid is!

    Grote mensen tuin

    Na een broodje (toch niet zo) hete kip en verse muntthee is het tijd voor een serieuze speurtocht naar afgeprijsde tuinartikelen, uiteindelijk de hoofdreden om juist nu naar het tuincentrum te gaan. Ik droom al maanden van een grote-mensen-tuin, waarin de loungehoek een vaste vuurschaal en stijlvolle overkapping heeft (voor de koudere avonden), de eettafel onmiddellijk doet denken aan Italiaanse huwelijksfeesten en de BBQ op subtiele wijze verwerkt is in de steigerhouten buitenkeuken. Dit alles opgeleukt met vrolijke kussens, weelderig bloeiende bloemen en sfeerverhogende verlichting in de pergola. Als ik helemaal gek doe, voeg ik er ook nog een buitenmat aan toe.

    Een half uur later bevinden zich in mijn mandje zes kaktussen, een stenen uiltje, dito vaasje en een plant waar ik de naam niet van kan onthouden. En oja, een rieten tissuedoos. Brengt dit mijn grote-mensen-tuin dichterbij? Helaas niet. Het beschikbare aanbod van kunststof stoelen en eettafels sloot niet aan bij de door mij gezochte Italiaanse beleving, net zoals de laatste afgeprijsde kussens niet het juiste bohemien gevoel opriepen. Echtgenoot kan weer gerust ademhalen.

    En ik? Ik kruip thuis achter de computer. Want ik weet nu dat het virtuele buitenleven van het tuincentrum oneindig veel groter is dan de werkelijkheid.

     

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company.

  • Op de fiets met Jelle

    Op de fiets met Jelle

    Eigenlijk ben ik fan van zijn zus.
    Van hemzelf had ik nog nooit wat gelezen, laat staan van zijn vader.
    Het was mijn moeder, die met het boek kwam aanzetten en aangezien ik haar zeer hoog heb zitten wat betreft leesreferenties (overigens om meer dingen, maar die zijn hier irrelevant), gaf ik het graag een kans.

    Niet dat ik iets heb met ‘afscheidsverhalen’ en als ik er over nadenk, heb ik nog nooit een reisverhaal gelezen. Ik wist dan ook niet echt wat ik moest verwachten van een boek dat verslag doet van een 1.620 kilometer lange fietstocht, ook al gaf de achterflap aan dat het om een verhaal vol absurditeiten ging. Achterflappen zijn er op gericht de lezer nieuwsgierig te maken, en Jelle Brandt Corstius geeft mij altijd de indruk te serieus te zijn. En dus verre van absurd. Wellicht komt het door de dubbele achternaam en die Rusland interesse. Zijn zus is veelal gewoon Aaf en heeft columns in bladen als VT Wonen, dat creëert direct andere verwachtingen.

    Enfin, de referentie van mijn moeder dus, in combinatie met een beperkte omvang deed mij tijdens een wachtuur-turnen-van-dochter eens niet automatisch naar de social media grijpen, maar het boek ter hand nemen.

    13 hoofstukken, van Amsterdam naar de Middellandse Zee en weer terug. Ik had het in 1,5 uur uit.

    Je mag dan op de fiets zitten met de schrijver, het verhaal leest als een trein.

    Jelle Brandt Corstius blijkt namelijk een onvoorbereide en niet zo heel ervaren lange afstand (laat staan berg) fietser te zijn, en dat schept onmiddellijk een band. Combineer dit met ontwapenende onhandigheid, een ondergrondse onzekerheid of hij het zal redden versus en kinderlijke koppigheid om het toch te doen, en ik ben om. Daarnaast is het idee om met de as van je vader een laatste fietstocht te maken helemaal niet zo absurd*, tenzij de ouder in kwestie een enorme hekel had aan fietsen. In het boek wordt die as ook nergens een ding, wat overbodig sentiment op een veilige afstand houdt.

    As in tas is een menselijk en open verhaal, dat mij vaak hardop deed lachen, maar ook raakte. Het is het verslag van een fietstocht, maar nog meer een oprechte ode van een zoon aan zijn overleden vader.

     

    * het doet me denken aan de wel sentimentele, maar desondanks prachtige Dear brother commercial die twee filmstudenten van de Baden-Württemberg maakten voor het whisky merk Johnnie Walker. 


    Het boek As in Tas kost € 14,50 en is onder meer te koop via de website van de schrijver. De fietsfoto bovenaan deze blog is afkomstig van zijn Twitter account.

     

  • Er hoognodig tussenuit

    Er hoognodig tussenuit

    ‘Ik wil er tussenuit. En wel zo snel mogelijk.’

    Het is mijn moeder die het zegt. Dat kan een reden zijn om nu te stoppen met lezen, maar ik verzoek je vriendelijk nog even door te zetten. Want ook jij hebt dat vast wel eens. Die enorme behoefte aan een andere omgeving. Zo één waar je je kunt laten onderdompelen in totale verzorging. Een plek waar de enige beslissing die je hoeft te nemen, is of je nu die aardbeien banaan smoothie neemt of eerst de houtsauna induikt.

    Zei iemand sauna?!

    Moeder natuur
    Wellicht ben je er niet van. Al die naakte mensen die ongegeneerd rondlopen met wat moeder natuur hen heeft toebedeeld. Die zich zo één met de natuur voelen, dat ze languit op het gras gaan liggen, zich ogenschijnlijk ongewis van de modderige grond onder hen en de buitentemperatuur van 3 graden Celcius. Of van het wandelpad er naast. Dat wandelpad waar jij loopt, bibberend in je met zorg uitgekozen badjas, die door zijn bloemmotief duidelijk terug te vinden is tussen alle aardkleurige jassen van de medegasten (tip één).

    Totale verzorging
    Tegenwoordig spreekt men overigens over Wellness en Resort. Dat klinkt chiquer dan sauna en het geeft direct aan dat er meer te doen is dan alleen uitzweten in een stoomcabine of 85 graden houten huisje. Het doet ook onmiddellijk denken aan Thermen 2000 of Elysium en daar wil ik het, met alle respect, juist net niet over hebben.

    Heel Holland onthaast
    Als ik wil ontspannen, doe ik dat bij voorkeur niet in één van de grootste wellnessresorts van Nederland. En overigens ook niet op damesdag (tip twee).

    Nee, ik zoek een omgeving die groot genoeg is om niet over elkaar heen te struikelen, maar klein genoeg om niet massaal te voelen. Ik wil mooie sauna´s en ligweides, die ik zonder plattegrond kan vinden. Ik wil ongeschonden uit een schoonheidsbehandeling komen, mij gemasseerd en niet geaaid voelen en zeker niet bekeken.

    Dat laatste vraagt om saunamensen. Saunamensen zijn mensen voor wie een bezoek aan de sauna valt onder normale ontspanningsactiviteiten. Ze komen voor zichzelf en niet omdat ze korting kregen van de Bankgiro Loterij (tip drie).

    Comfort en luxe
    Goed. Het was mijn moeder die er tussenuit wilde en dat betekent dat comfort hoog in het vaandel stond. Er moest geriefelijk geslapen kunnen worden en ook de innerlijke mens mocht het aan niets ontbreken.

    Fort Resort Beemster

    Ik ben een kind van mijn moeder en vond het antwoord in de Beemster. En wel als onderdeel van de Stelling van Amsterdam. UNESCO Werelderfgoed en een verdedigingslinie van 135 km rondom Amsterdam, aangelegd tussen 1880 en 1914. Deze stelling bestaat onder meer uit 46 forten en in één van deze forten zit Fort Resort Beemster. Volgens de website één van de meest luxueuze wellness resorts van Nederland en ook nog eens met een duurzaam eco-chic karakter.

    Dat klonk veelbelovend, maar zoals bij de meeste dingen is ’the proof of the pudding in the eating’ en dus togen wij met z’n drieën (zus ging ook mee) op een druilerige dinsdagmorgen in februari naar de Noord-Hollandse Beemsterpolder.

    Hoe het ons verging lees je in onderstaande blogs:

    Dag 1: Manschapslokalen en gorillas in the mist 

    Dag 2: Schuim, vleermuizen en verstilling

    Dag 3: De kunst van het loslaten 


    Fort Resort Beemster ligt in de Noord-Hollandse Beemsterpolder, twintig minuten rijden van Amsterdam.

    De Wellness & Spa zijn apart te bezoeken. Wie er echt helemaal uit wil, blijft slapen in één van de tien luxe kamers of twee suites in de voormalige manschapslokalen van het oude fort (ontwerp Osiris Hertman).

    Niets missen? Abonneer je dan op [bs] door je email adres in te vullen in de rechterkolom rechtsboven; je ontvangt dan automatisch mijn blogs in je mailbox.

  • 48 uur stil

    48 uur stil

    Een stilteretraite stond al enige tijd op mijn verlanglijst en toen de gelegenheid zich voordeed greep ik de kans dan ook met beide handen aan. Het laatste weekend van oktober dompelde ik mij onder in de rust en stilte van de St Bonifatiuskerk te Horssen (Gelderland).

    ’48 uur stil zijn, dat is toch niets voor jou?’ riep mijn omgeving van te voren geshockeerd uit.
    Dat, beste mensen, was nou precies het punt.

    Altijd gezellig
    Als gezelligheidsmens wil ik sfeer scheppen. Gezellige sfeer en dat betekent aandacht geven aan anderen. Een tevreden stilte is daarbij zeker niet uitgesloten, maar als deze te lang duurt, wordt hij voor mij toch wat ongemakkelijk.

    Ze hebben het toch wel naar hun zin? Het is toch wel gezellig?!

    Een stilteweekend haalt mij dan ook enorm uit mijn comfortzone. Ik bevind mij tussen de mensen, maar ik mag ze geen aandacht geven. Hoe gezellig is dat? En nog meer, hoe moeilijk?

    Onthaasting en zelfreflectie
    Een retraite is een eeuwenoude traditie, waarin vele kloosterlingen en boeddhistische monniken mij voorgingen, in hun geval voor het leven. Weg van de dagelijkse beslommeringen kozen zij voor geestelijke verdieping en een sterke verbinding met god. De afgelopen jaren zijn retraites weer meer in opkomst zonder gebonden te zijn aan een religie, maar gericht op onthaasting en zelfreflectie. Vaak aangeboden in combinatie met yoga, meditatie en mindfulness trainingen.

    Zweverig? Al lang niet meer. In onze huidige Westerse samenleving waarin we altijd bereikbaar (willen) zijn en niets willen missen zijn we druk-druk-druk, met als gevolg stress en in het ergste geval een burn-out of depressie. De tegenbeweging om weer tot ons zelf te komen en rust (terug) te vinden in ons dagelijks leven is een logische reactie hierop.

    Ging ik met deze behoefte het weekend in? Nee. Ik was simpelweg nieuwsgierig wat 48 uur stilte in een groep met mij zou doen.

    Zwijgen in plaats van socializing
    Op vrijdagmiddag worden we hartelijk ontvangen door Anne-Marie, die het Stilteweekend begeleidt. Ik ontvang een informatiemap en de sleutel van mijn kamer, genoemd naar de heilige Franciscus, we bevinden ons tenslotte in de pastorie.

    Van te voren is ons verzocht niet te praten met de andere deelnemers; begroeten is prima, maar geen persoonlijke informatie uitwisselen. Het idee hierachter, zo leren wij later, is om zo dicht mogelijk bij onszelf te blijven. Informatie over anderen betekent weer nieuwe input en het weekend is er juist op gericht om wat leger naar huis te gaan.

    Binnen in de St BonifatiuskerkOm kwart over vijf zitten we met de 13 deelnemers op zitzakken in het midden van de St Bonifatiuskerk, een werkelijk prachtige ruimte waar de meeste activiteiten plaatsvinden. De kerk is gebouwd in de 14de eeuw, in een tijd dat men nog rekening hield met de energiestromen van de aarde, ter versterking van de functie van de kerk: voeden, tot rust brengen en stil worden. Een mooie gedachte, ofschoon ik gedurende het weekend vooral de moderne vloerverwarming voel.

    De sfeer is afwachtend, we zijn stil en kijken vooral langs elkaar heen; blijkbaar maakt zwijgen oogcontact lastig. Anne-Marie compenseert ruimschoots ons gebrek aan geluid door haar energieke aanwezigheid en legt met heldere stem en op humoristische wijze uit wat we de komende twee dagen kunnen verwachten. Het doel van het weekend is onze innerlijke dialoog stop te zetten. Als ons dat lukt, creëren we meer innerlijke rust, waardoor we beter in balans komen te staan met de immer vragende en rumoerige buitenwereld.

    Een buitenwereld die wij zelf toelaten, omdat we, bewust en onbewust, willen zorgen, presteren en afgeleid zijn.

    Afgeleid van ons zelf, dat wat wij voelen, met als risico dat we op een gegeven moment overlopen, omdat we simpelweg niet genoeg rust hebben genomen. Niet genoeg voor onszelf hebben gezorgd.
    Om ons te helpen meer bij ons zelf te komen zijn er yoga- en meditatiesessies ingepland, ook is er een individuele stiltewandeling en een aantal creatieve workshops. Alle programma-onderdelen zijn vrijblijvend en met een open einde, je mag dus weggaan wanneer je dat wilt.

    Als niemand meer vragen heeft, luidt Anne-Marie de gong, ten teken dat het Stilteweekend officieel is begonnen. En het is opvallend, vond ik de groep daarvoor al zwijgzaam, na het gonggeluid is de stilte hoorbaar. Het voelt onwennig, alsof we ervoor enorm jolig waren.

    LummelenLummelen, in silte
    Elke dag heeft een vergelijkbare indeling, waarbij eten en activiteiten met elkaar worden afgewisseld. Daar tussen in blijft genoeg ruimte over om, zoals Anne-Marie het aanduidt ’te lummelen´.

    Lummelen brengt je thuis bij jezelf en betekent echt helemaal niets doen, gewoon maar wat zitten.

    Lezen wordt afgeraden, want ook dat is weer meer informatie en daarmee in feite vluchtgedrag van je innerlijke stilte. Daar gaat mijn kans om eindelijk One Day (David Nicholls) uit te lezen. Gelukkig is er nog de uitweg naar de tijdschriften in de huiskamer van de pastorie. Spiritueel voedend, staat er op onze hand-out, maar in de praktijk toegankelijker dan dit doet denken; ik kan mijn leesbehoefte stillen met een boekje met aansprekende Zen teksten.

    Onnatuurlijk en onaardig
    De vegetarische maaltijden worden verzorgd door Werner, de partner van Anne-Marie. Gedurende het weekend blijft hij een ietwat mystiek persoon die af en toe voorbij schiet in een keukenschort, en er voor zorgt dat de innerlijke mens op culinair vlak in ieder geval niets te kort komt.

    Eten in stilteAls je niet mag praten tijdens het eten, word je je van heel andere dingen bewust. Het gekletter van bestek tegen de borden, het krassen van een stoel over de vloer, je eigen kauwen, wat je daardoor zo zachtjes mogelijk probeert te doen. Ik probeer mijn aandacht volkomen mindful op de maaltijd te richten, maar mijn gedachten dwalen af. Het voelt heel onnatuurlijk en onaardig om in een groep stilzwijgend te eten, zonder rekening te houden met elkaar. En ik durf te beweren dat ik daar niet de enige in ben. Zo wachten we de eerste keer allemaal braaf tot iedereen is gaan zitten, alvorens met eten te beginnen. Als iemand opschept, kijkt hij toch nog even rond of er niet meer borden gevuld kunnen worden en van tafel vertrekken lijkt onbedoeld in groepjes te gaan.

    Lekker a-sociaal
    Terug in de kerk voelt het op mijzelf richten meer natuurlijk. Niet in de eerste plaats omdat alle andere aanwezigen dit ook doen. De één zit op een zitkussen, de ander ligt op een yogamatje, iedereen doet precies waar zij (en één hij, dit soort dingen worden altijd gekenmerkt door een groot gebrek aan mannen) zin in heeft. Niets hoeft, behalve stil zijn en elkaar met rust laten. En dat alleen al vind ik een rustgevende gedachte.

    Van denken naar voelen
    Elke doe-activiteit die we dit weekend ondernemen wordt voorafgegaan door een meditatie, met als doel onze blik naar binnen te richten en dichter bij ons gevoel te komen. Dat blijkt nog best lastig.

    Met een creatieve activiteit zoals tekenen of kleuren, lukt het mij nog prima, wat te danken is aan het feit dat mijn rechterhersenhelft hier wordt aangesproken. In deze helft zit ons creatief vermogen, onze gewaarwordingen en onze emotie en dat werkt automatisch meditatief. In het dagelijks leven spreken we vooral onze linkerhersenhelft aan, het gedeelte waar onze logica en verstandelijke functies schuilen; alles behalve rustig daar.

    De innerlijke dialoog en het Boerenpad

    post_banner_710_48_wandelen
    De individuele stiltewandeling is een ander verhaal. Ik ben vol goede moed, loop langzaam, ben mij bewust van mijn lichaam en geniet oprecht van de prachtige herfstkleuren in het boerenlandschap. Zonder oordeel laat ik mij door de paaltjes het verharde pad afleiden, ik knik vriendelijk, maar zwijgzaam naar een jonge visser die mij luidkeels begroet, en zak vervolgens met mijn gympen weg in de drassige rivierbedding.
    ‘Ik had beter mijn wandelschoenen aan kunnen doen,’ schiet het door mij heen. Maar ja, die heb ik niet bij me, dus laat ik de gedachte mindful gaan. Dat hou ik zo’n half uur vol, tot ik het modderpad bereik waar ik volgens de paaltjes overheen moet.
    ´Wat stom dat ik die schoenen niet bij me heb,´ zegt mijn linkerhersenhelft nu.
    ´Laat het gaan,´ antwoordt mijn rechterhersenhelft sussend.
    ´Had ik ze eindelijk een keer kunnen gebruiken, heb ik ze niet bij me!´ Linkerhersenhelft is inmiddels geïrriteerd.
    ´Kijk om je heen, geniet, je schoenen zijn nu toch al nat.´
    ´Ja, en ik heb geen ander paar bij me, ook dom.´
    ‘Laat het gáán.’

    Het moge duidelijk zijn, tijdens de wandeling wint mijn innerlijke dialoog het ruimschoots van mijn innerlijke stilte. Desondanks ben ik mij wel meer bewust, bewust van wat ik voel en van mijn omgeving. Er is geen afleidend gesprek te voeren of iemand of iets waar ik rekening mee moet houden. Dat is rustgevend.

    Aanpassen
    Als schrijver ben ik gewend lang alleen in stilte te zijn. Gedurende het weekend kom ik er achter dat dit mij in een stiltegroep ook prima afgaat. Het is net als de sauna: als iedereen naakt is, hou je ook niet je kleding aan. Dus als iedereen stil is, ga je ook niet praten. Zwijgen wordt dan iets heel natuurlijks.

    Waar ik wel moeite mee blijk te hebben, zijn de gesprekken aan het eind van het weekend, die alsnog ontstaan nadat Anne-Marie de stilte officieel heeft opgeheven. Ineens blijkt iemand drie kleine kinderen te hebben, waarop de helft in koor roept ‘O, wat druk voor je!’ en ik mij enorm moet beheersen om niet te roepen ‘Ja, maar die heb ik óók.’ Er blijken deelnemers te zijn die graag met dezelfde groep terugkomen, waarop ik mij onmiddellijk afvraag ´Waarom?’
    Van heel individualistisch ontstaat er ineens een groepsdynamiek, die ik daarvoor niet heb ervaren en waar ik ook totaal geen behoefte aan heb.

    Wat heb ik er uitgehaald?
    Ik had verwacht heel moe te zijn en veel te slapen, dat viel mee. Bij elke langere meditatie viel ik weliswaar in slaap, maar ik ben niet gebroken van het weekend teruggekomen. Echt opgeladen voel ik mij daarentegen ook niet.

    Ik ben blij met de ervaring, want het stond op mijn verlanglijst, maar ik zie mijzelf niet snel weer gaan. Samen stil zijn blijkt voor mij niet wezenlijk anders dan alleen stil zijn, en dat kan ik thuis op dit moment genoeg. Daarbij is schrijven mijn meditatie; als ik schrijf, ben ik gefocust, naar binnen gericht, en dat geeft mij een enorm gevoel van vrijheid en tevredenheid, oftewel, innerlijke rust.

    Boerenpad wandeling in stilte


    Overtuigd of nieuwsgierig naar een stilteweekend voor jezelf iemand anders?

    Wie Googled op Stilteweekend krijgt 7.550 resultaten; ik zat in de St Bonifatiuskerk in Horssen (Gelderland).

    Gebruikte bronnen:

  • Ik ga op vakantie en neem mee..

    Ik ga op vakantie en neem mee..

    Pogingen iets van het leven te maken; Hendrik Groen
    Ik had mijn eerste vakantieboek nog niet uit, of ik miste hem al: Hendrik Groen, de ik-persoon in ‘Pogingen iets van het leven te maken’. Hij is zo iemand van wie je hoopt dat, als je dan toch in een bejaardentehuis belandt, hij je buurman is.

    Hij mag mijn buurman nu al zijn.

    Een jaar lang geeft Hendrik Groen een kijkje in zijn leven in een verzorgingshuis in Amsterdam-Noord. Dat is niet altijd opbeurend, en zeker confronterend voor iedere 70-plusser. De gebeurtenissen zijn klein, en daarmee juist zo veelzeggend. De oprechte toon en humoristische wijze van schrijven, maakt dat het verhaal nergens over-sentimenteel of ongeloofwaardig wordt. Het is gewoon wat het is, en Hendrik weet er, samen met zijn sympathieke bejaarden vrienden, zeker wat van te maken.

    Lezen dus, met een lach en een traan. Voordat de verfilming komt.

    P.S. ook leuk vanuit de marketing: er is een grote stapel groot-letter exemplaren cadeau gedaan aan verzorgingstehuizen.

     

    Het Rosie Project; Graeme Simsion
    Waarschijnlijk was het niet eerlijk dat ik ´Het Rosie Project´ direct na Hendrik Groen ben gaan lezen. Ik was nog te vol van mijn bejaarde om hoofdpersoon Don werkelijk een kans te geven. Daarnaast waren mijn verwachtingen hoog gespannen door alle lovende reacties uit mijn omgeving.

    Het verhaal gaat over de autistische Don Tillman, een briljante docent genetica, die denkt dat hij met behulp van een zestien pagina’s tellende vragenlijst zijn perfecte partner kan vinden. Het moge duidelijk zijn dat als Rosie Jarman in zijn leven komt, zij niet hoog scoort op deze lijst.

    Ik vond het boek amusant, maar niet hilarisch en niemand kroop echt onder mijn huid. Don is te veel de ideale partner, ondanks en vooral vanwege zijn Asperger. Daarbij wordt hij erg voorspelbaar naarmate het boek vordert. Wat ook niet helpt, is dat hij de conflicten binnen het Rosie Project relatief eenvoudig weet op te lossen, waardoor de spanningsboog laag is. Love-interest Rosie zelf is sympathiek, maar meer ook niet. Evenals bij de andere personages blijft haar karakter op de oppervlakte, alles draait om het succesverhaal van Don. En dat is voor mij te eenzijdig, omdat iemand met een gedragsstoornis het zijn omgeving ook heel lastig kan maken. Echt lastig, niet leuk-en-uiteindelijk-toch-wel-handig lastig.  Dat is wellicht niet leuk voor het verhaal, maar wel beter voor de geloofwaardigheid.

    Geloofwaardigheid is zeker niet de insteek die de auteur voor ogen heeft gehad. En daar staat tegenover dat de recht-toe-recht-aan verhaallijn lekker makkelijk weg leest. Ook weet je direct al dat je niet teleurgesteld gaat worden aan het eind van het verhaal, wat niet geheel onbelangrijk is bij een feel-good boek.

    Lezen? Ja hoor. Op vakantie of juist na een te drukke (werk)week.
    Er is inmiddels ook een vervolg op de markt.


    Zout op mijn huid’
    ; Benoîte Groult
    ‘Zout op mijn huid’ van Benoîte Groult gaat over de onmogelijke, maar levenslange passie tussen een Parisienne en een Bretonse zeeman.

    Het boek werd onverwacht genoemd door één van de personages in mijn eigen boek-in-wording en dat leek me reden genoeg om het zelf ook te lezen. Het is immers al jaren een zeer beroemd liefdesverhaal en wat mij betreft verplichte kost voor iedereen die denkt met E.L. James weg te komen.

    Het is ook een bijzonder boek. De ik-schrijfstijl brengt je onder de huid van de hoofdpersoon, terwijl de meer afstandelijke hij/zij-vorm, die eveneens in het boek wordt gehanteerd, een beschouwend perspectief biedt. En de hele tijd voel je je als lezer de voyeur van de lust, liefde en wanhoop van hoofdrolspelers Lozerech en Gauvain.

    Prachtig intens geschreven, maar ook met humor en herkenning. En zinnen die ik nog een paar keer opnieuw zal moeten lezen om ze volledig te bevatten. Het eind is onontkoombaar, en toch hartverscheurend.

    Lezen dus!