Barbara| barbaraschrijft.nl, auteur op barbarasevenstern.nl - Pagina 4 van 13

Auteur: Barbara| barbaraschrijft.nl

  • JM voor Ouders (ADHD & ODD blogs)

    JM voor Ouders (ADHD & ODD blogs)

    Elke twee weken blog ik voor JM voor Ouders over de impact van een kind met ADHD/ODD op mijn leven.

    Omdat ik deze blogs niet op mijn eigen website kan zetten, volgt hieronder een overzicht met een directe link naar elk verhaal. De blogs zijn los van elkaar te lezen, maar als je eerst wilt weten hoe wij erachter zijn gekomen dat onze oudste ADHD en ODD heeft, begin je met de onderste. En als je je afvraagt waarom ik in godsnaam over zoiets persoonlijks schrijf als mijn kinderen, dan verwijs ik je graag naar Help! Mama blogt.

    De grens bij ADHD en ODD

    Straf bij ADHD en ODD

    ADHD en de eeuwige onschuld

    ODD in de praktijk

    Het dilemma dat middelbare school heet

    Eerste hulp bij ADHD en ODD – met 11 praktische tips

    De onzichtbare kant van ADHD en ODD

    Het ideale gezin bestaat niet

    De spanning van Sinterklaas

    Hoe voorkom je discussie met je kind

    Jij hebt toch géén ADHD? Braaf gaan slapen dus.

    Hoe ga je om met de agressie van je kind?

    Dáárom samen sterk als ouders

    Opstandig in de klas

    Hoe voorkom je ruzie met je kind?

    Vakantiemanie

    Brusjes van ADHD’ers

    ADHD-medicatie, gemakzucht of hulpmiddel?

    Mama, ik wil dood

  • Slapeloze nachten

    Slapeloze nachten

    Ik heb ooit gelezen dat ouders met kinderen slechts aan 70% van hun slaapbehoefte komen. Of ze dit ooit op een later tijdstip inhalen, vertelde het artikel niet. Mijn persoonlijke overtuiging is dat dit dan moet gebeuren als de kinderen het huis uit zijn.

    Eerder is zeker niet het geval. Na de nachtelijke voedingen komt immers de ik-ben-bang-om-te-slapen-periode, gevolgd door de ik-wil-nog-niet-slapen-fase, die na enige tijd naadloos overgaat in het als-puber-slaap-ik-vooral-overdag tijdperk, met als gevolg dat ze tot minstens half elf naast je op de bank je avond-me-time verstoren.

    Zo’n kleine wurm heeft het ook niet gevraagd afhankelijk te zijn

    Van bovengenoemd rijtje vind ik die nachtelijke voedingen het meest natuurlijke. Niet alleen door de enorme hoeveelheid hormonen, die na negen maanden zwangerschap nog door je lijf gieren, maar vooral omdat zo’n kleine wurm het ook niet gevraagd heeft op de wereld gezet te worden zonder ook maar één vinger uit te kunnen steken.

    Met drie kinderen heb ik hierbij een hele ontwikkeling aan wat wel en wat niet mag doorgemaakt. Zo kookten echtgenoot en ik bij de oudste nog alles braaf uit en was elke fles die hij kreeg Vers met een hoofdletter. Bij nummer twee werd de nachtelijke voeding al ’s avonds voorbereid, zodat we met één greep uit de koelkast hem de gewenste fles konden geven. Nummer drie sliep vanaf week acht godzijdank de hele nacht door. Waarschijnlijk begreep ze dat je als derde kind een stuk flexibeler moet zijn.

    Met het stijgen van de vermoeidheid, daalt de mate van flexibiliteit

    Want met het stijgen van het aantal kinderen, slaat ook de vermoeidheid toe. En dus de mate van flexibiliteit. Ik geloof overigens niet dat dit per se negatief is. Zo heeft onze oudste tot zijn vierde nog een nachtelijke fles pap gekregen, terwijl de middelste na tweeëneenhalf jaar daar niet meer om vroeg. Waarom? Simpelweg vanwege het feit dat wij het niet meer opbrachten elke nacht twee keer op te staan voor die pap. Ik geloof dat hij er nog drie nachten weinig overtuigend om gehuild heeft en daarna sliep hij door.

    Natuurlijk kent dit verhaal ook zijn context. De oudste nam genoegen met een fles pap in zijn eigen handjes en gooide deze na consumptie met een grote boog uit zijn bed op de grond. Middelste verwachte in eerste instantie dat wij de fles voor hem vasthielden. Toen hij zich realiseerde dat dit niet meer het geval was, werden echtgenoot en ik op z’n minst geacht de lege fles op te ruimen. Daar huilde hij nog harder om dan om de fles pap zelf. En nog steeds is hij het type ‘Mama, mag ik een boterham?’,  ‘Ja, maar die mag je zelf maken.’, ‘O, laat dan maar.’ Terwijl de oudste vrolijk zijn eigen eieren met spek staat te bakken.

    Zijn angst is wel degelijk oprecht

    Een heel ander fenomeen zijn de ik-wil-of-ik-kan-niet-slapen en de ik-ben-bang-om-te-slapen-fases. Het bang-zijn fenomeen vind ik lastig. Onze middelste vind het eng alleen in zijn kamer, maar valt redelijk snel in slaap. In zijn geval helpt het nog wel eens om na alle vaste naar-bed-breng-rituelen nog een extra vijf á tien minuten op zijn bed te blijven zitten. Daarnaast is zijn angst weliswaar niet reëel, maar wel degelijk oprecht en geen vorm van negatieve aandacht vragen. Ik ben als ouder dan ook sneller geneigd hem tegemoet te komen.

    In het geval ik-wil-of-ik-kan-niet-slapen heb ik veel minder geduld, simpelweg omdat het omringd wordt met allerlei smoesjes en scènes. Mijn vaste antwoord is dat er ook niet geslapen hoeft te worden, als ze maar stil zijn en in hun bed blijven liggen. Afhankelijk van het tijdstip is zelf een boekje lezen ook nog een optie, helaas is dochterlief de enige die hier gehoor aan geeft.

    Met een enorm vol hoofd in bed

    Tegelijkertijd is het niet kunnen slapen ook zo herkenbaar. Het is dat moment dat je in je bed ligt en je niets meer hoeft. Dat moment dat je hoofd stopt met doorrennen en dus onmiddellijk in overdrive gaat. Ineens weet je weer wat je nog wilde vertellen en had willen doen die dag. En deze gedachten roepen onmiddellijk weer nieuwe gedachten op, zodat je met dat enorme volle hoofd en wijd opengesperde ogen in je bed vooral alles kunt doen behalve slapen.

    Ik heb het al mijn hele leven en zie het nu bij mijn kinderen terug. ‘Als je hard hebt gerend en je staat stil, dan klopt je hartje nog een tijdje heel hard door, voordat het weer rustig voelt,’ probeerde ik het gisteren mijn ogenschijnlijk zeer wakkere dochter uit te leggen. ‘Zo is het hetzelfde met je hoofdje. Die heeft de hele dag heel hard gerend en mag nu stil staan. Dan moet dat hoofdje ook even bijkomen.’ Ze knikte instemmend, pakte toen haar knuffelbeer en vroeg met haar allerliefste stemmetje ‘Mag ik even in jouw bedje liggen?’

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company | uitgelichte afbeelding Shutterstock

  • Afgewezen!

    Afgewezen!

    Wanneer je, zoals ik, een gelezen schrijver wilt zijn, komt er een moment dat je je schrijverskind met de buitenwereld moet delen. Dat is best spannend, mensen hebben nou eenmaal een mening en die hoeft niet aan te sluiten bij die van jou. En hoezeer ik ook geloof in mijn eigen schrijverskunnen, kritiek blijft confronterend.

    Kritiek, mits constructief, is echter ook de beste manier om je schrijven naar een hoger plan te tillen. Als schrijver komt er immers een moment dat je blind bent geworden voor je eigen werk. Van verhaallijn tot personages tot grammatica, je ziet het simpelweg niet meer. Al eerder schreef ik over de voordelen van het meedoen aan schrijfwedstrijden (ondanks het ongelofelijk nadeel van de impact van afwijzing).

    Het schrijfproces van dit boek is mijn opleiding tot schrijver

    Wat betreft Familiegeluk ben ik ook nog eens een beginnend schrijver, het schrijfproces van dit boek is in feite mijn opleiding tot schrijver. Misschien dat het daarom ook zo lang duurt voordat het boek er is. Want wanneer is het manuscript goed genoeg om weg te sturen? Je hebt immers maar één kans voor een goede indruk bij een uitgever of literair agent. En het is algemeen bekend dat slechts een schamele één procent van het aantal ingezonden manuscripten de zogehete slush pile van de uitgever ontstijgt en het tot publicatie door diezelfde uitgever brengt.

    Eén kans dus, die je niet wilt verprutsen door overschatting van je eigen kunnen en onderschatting van de werkelijkheid. Maar ook al heb je beide zaken afgevinkt en denk je dat je eerste vijftig pagina’s goed genoeg zijn om gedeeld te worden, dan nog is de kans op afwijzing zeer groot.

    Ik bevind mij in een nieuwe arena

    ‘Ben je erg teleurgesteld?’ vroeg echtgenoot toen ik hem vertelde dat de literair agent mij niet wilde vertegenwoordigen? Ik dacht even na, het logische antwoord zou toch ‘ja’ moeten zijn. Maar ik voelde niets. Hooguit opluchting. Natuurlijk was het zeer prettig geweest als de agent in kwestie joelend om de rest van het manuscript had gevraagd, maar de afwijzing deed mij vooral beseffen dat ik mij in een nieuwe arena bevond: die van manuscript naar publicabel verhaal. De eerste stap was gezet en de eerste klap geïncasseerd. En in tegenstelling tot een schrijfwedstrijd, waarbij je wel of niet wint, leiden er met een manuscript meer wegen naar Rome.

    Dat wil overigens niet zeggen dat ik de feedback van deze agent niet ter harte neem. Ik realiseer mij als geen ander dat het überhaupt al bijzonder is om binnen een week een terugkoppeling te krijgen, waarin ook nog verbeterpunten benoemd worden. Waar ik alleen voor waak is met deze input voor de zoveelste keer mijn verhaal te herschrijven. Dat voelt een beetje als een hond die zijn eigen staart achterna loopt. De terugkoppeling geeft immers alleen aan ‘wat’ er beter kan, maar niet ‘hoe’.  Daarnaast heb ik geen afspraak met de agent om mijn document, eenmaal herschreven, nogmaals toe te sturen.

    Het is tijd voor een gerichte aanpak

    De afwijzing doet mij ook beseffen dat ik mijn manuscript helder moet pitchen: een spannend verhaal voor de 30+ vrouw, die ontspanning zoekt in het lezen ervan. Van een bevriende uitgever krijg ik een lijstje van uitgeverijen, waarvan hij denkt dat mijn boek in hun fonds past. Durf ik die na mijn eerste afwijzing direct te benaderen? Moet ik eerst weer op schrijfcursus of is dat te onzeker? Te vrijblijvend? Een manuscriptbeoordeling dan? Geen proeflezer uit mijn eigen omgeving, maar iemand uit schrijversland die mijn hele verhaal kritisch doorneemt in plaats van de eerste tien of vijftig pagina’s. Maar dan wel graag iemand die vervolgens met mij bespreekt hoe ik de gewenste verbeterpunten kan verwezenlijken en de daaruit voortkomende aanpassingen opnieuw beoordeelt. En mij het liefst ook nog kan helpen in het vinden van een uitgever.

    Klinkt als de ideale wereld? Soms komt alles samen.

    Wordt vervolgd…

  • Internationale vrouwendag: Barbara of Bas?

    Internationale vrouwendag: Barbara of Bas?

    Vandaag is het internationale vrouwendag en in dit licht vroeg ik mij af hoe het gesteld is met de vrouw en het geschreven woord. Een brede benadering, ik weet het, maar ik ben nogal associatief van aard.

    Immers, naast de vrouwelijke auteur zijn er vele noemenswaardige vrouwelijke personages en mag de noodzakelijke vrouwelijke lezer niet vergeten worden.

    De vrouw als boekenverslinder

    ‘Vrouwen lezen meer dan mannen,’ hoor je vaak zeggen. Toch is dat een misvatting, mannen lezen gemiddeld slechts 2 minuten minder dan vrouwen, het verschil zit hem in wat ze lezen. Daar waar de man zich vooral richt op kranten, pakt de vrouw liever een boek. Dat kan literatuur zijn, maar ook thrillers en detectives, romantische boeken, streekromans, kinder- en jeugdboeken of gedichten. De enige verhalende genres die populairder zijn onder mannen, zijn oorlogs- en verzetsboeken, science fiction-boeken en strips. Als we het over stereotypes hebben, dan lijkt mij dit een mooi voorbeeld.

    De vrouw als auteur

    De digitale bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) geeft ietwat opgelucht aan dat er in elke eeuw schrijvende vrouwen zijn geweest die een prominente positie in de literatuur van hun tijd bekleedden. Als voorbeelden noemen zij vervolgens Hadewijch, Anna Bijns, Betje Wolff, Aagje Deken, Trui Bosboom-Toussaint en Carry van Bruggen. Ik geef onmiddellijk toe dat ik slechts twee auteurs uit deze rij gelezen heb en dan ook alleen nog als duo. Persoonlijk haak ik af bij ´God, Jesus, die door zijn deugdenleven de klare Minne heeft geopenbaard, verlichte u en leere u met zijn klaarheid.´ ofschoon ik warme herinneringen heb aan de ´Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart´. Hoogstwaarschijnlijk heb ik een aangepaste versie gelezen. Dat gezegd hebbend, een bezoek aan de website van de DBNL is zeker de moeite waard als je je wilt verwonderen of verdiepen in de (oud) Nederlandse literatuur.

    Ongelijke behandeling

    In het licht van het thema van vandaag – strijdbaarheid en het gevoel van solidariteit van vrouwen overal ter wereld – dien ik hier uiteraard ook nog te vermelden dat in de loop van de twintigste eeuw vrouwelijke auteurs langzaam maar zeker terrein op hun mannelijke collega’s veroverden.

    Tegelijkertijd zijn er nog altijd de verhalen van (onbewuste) ongelijke behandeling van mannelijke versus vrouwelijke schrijvers. De Britse Catherine Nichols ging zelfs zo ver om een persoonlijk experiment uit te voeren: ze stuurde de eerste pagina’s van haar tot dan toe weinig enthousiast ontvangen romanmanuscript onder de naam George Leyer naar een literair agent. De reactie? ‘Mr. Leyer. Delighted. Excited. Please send the manuscript’. En dat bleek geen toeval. Daar waar Catherine slechts twee verzoeken mocht ontvangen, kreeg de George er maar liefst 17. Terwijl ‘beiden’ hetzelfde aantal literair agenten had aangeschreven. Daarbij kwam: als George een afwijzing kreeg, was die vriendelijker en respectvoller en bevatte de mail meer constructieve feedback.

    Bas in plaats van Barbara?

    Ik vraag mij af: moet ik mijn manuscript Familiegeluk ook maar onder de naam Bas in plaats van Barbara uitsturen? Mannelijke auteurs schijnen sowieso vaker gerecenseerd te worden en veel vaker genomineerd voor prijzen. Als dat zo is, dan moet ik misschien ook maar direct mijn twee vrouwelijke hoofdpersonen in mannen veranderen. Onderzoek van schrijver Nicola Griffith geeft namelijk aan dat boeken met een mannelijke hoofdpersoon veel vaker een literaire prijs in de wacht slepen dan romans met een vrouwelijke protagonist.

    Maar hé, was het niet vandaag internationale vrouwendag en ging het er niet om juist op te komen voor gelijke behandeling? Dan lijkt me een dergelijke gender-wijziging, fictief of niet, onterecht en alleen zinvol om een punt te maken.

    Inhoud, standvastigheid en wilskracht

    Uiteindelijk gaat het binnen het schrijverschap om de inhoud en hoe stevig je in je schoenen staat als (aspirant) schrijver om deze over de bühne te krijgen. J.K. Rowling kreeg niet alleen vele malen ‘nee’ te horen op haar Harry Potter manuscript, maar ook voor haar onder pseudoniem geschreven Cormoran Strike-serie. Een mannelijk pseudoniem (Robert Galbraith) met een zeer mannelijk hoofdpersonage. Die overigens ook weer een slimme en sterke vrouwelijke partner in crime (Robin Ellacott) naast zich heeft staan.

    Barbara blijft dus Barbara en mijn manuscript Familiegeluk behoudt zijn vrouwelijke hoofdpersonages. Mijn primaire doel is tenslotte geen literaire prijzen winnen, maar een vrouwelijke doelgroep een paar uur de mogelijkheid bieden te ontspannen door op te kunnen gaan in een fictieve werkelijkheid. Gelukkig is daar geen internationale vrouwendag voor nodig.


    Voor deze blog heb ik dankbaar gebruik gemaakt van onderstaande bronnen:

    Wie lezen er? Leesmonitor

    Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

    Schrijver versus schrijfster | Opzij

  • Waar blog jij over?

    Waar blog jij over?

    Het scherm voor mij is zo blanco als een verse laag onbetreden sneeuw. Normaal gesproken geeft mij dit een gretig gevoel, zoals een nieuw schrift of een nieuwe pen mij ook in lichte vervoering kan brengen. Alles staat nog open en het is aan mij welke kant we opgaan.

    Vandaag ontbreekt echter het euforische gevoel. Want naast het scherm is ook mijn hoofd leeg. Daar waar normaal gesproken de ideeën om voorrang vechten, gebeurt momenteel helemaal niets. Of in ieder geval niets wat te maken heeft met het schrijven van een blog. Voor de eerste keer in al die maanden ben ik totaal inspiratieloos.

    De verjaardag van Helen Fielding zal weinigen interesseren

    Tijd voor mijn aantekeningenboekje, die eigenlijk een App op mijn mobiele telefoon is, waarin ik te allen tijde mijn creatieve invallen kan opschrijven. Een aanrader voor elke (aspirant) schrijver, want wat op het moment zelf heel logische lijkt, is veelal een paar minuten later weer uit het hoofd verdwenen of in het beste geval een vage herinnering aan een briljant idee.

    Een kort lijstje van onderwerpen staart mij tegemoet. Ik twijfel. Normaal gesproken zit er altijd wel één bij die er direct uitspringt. Een onderwerp dat goed voelt voor de website waar ik het voor schrijf. Deze keer niet.

    Ik pak mijn agenda, een familieplanner, waarin ik per dag de (inter)nationale feestdagen en geboorte- en sterfdata van beroemde schrijvers heb opgeschreven, ter inspiratie van mijn schrijven. Valentijnsdag is inmiddels alweer twee dagen geleden en de aankomende verjaardag van Helen Fielding zal de bezoeker van De Mama Company weinig interesseren.

    Zelf ben ik geobsedeerd met de politieke gebeurtenissen in Amerika

    De krant dan, altijd goed voor onverwachte invallen. En niets geschikter voor een blog dan de actualiteit. Zelf ben ik momenteel geobsedeerd met het huidige politieke klimaat in Amerika en in het bijzonder de manier waarmee de media ermee omgaat. Ik ben geneigd te geloven dat het inderdaad chaos is rondom Trump en dat zijn meest recente uitlatingen aan het adres van Rusland over de Krim een met Putin persoonlijk afgestemde tegenaanval is naar aanleiding van de steeds hardnekkig wordende geruchten dat hij te positieve gevoelens voor dit land zou hebben.

    Tegelijkertijd vraag ik mij af in hoeverre dit beeld mij niet opgedrongen wordt door wat de media mij laten zien. Wat weet ik immers werkelijk van de nieuwe president van Amerika en al helemaal van hetgeen er achter gesloten deuren plaatsvindt? Daar komt nog eens bij dat het totale gebrek aan respect vanuit oude en nieuwe media mij keer op keer verwondert en zorgen baart.

    Begrijp mij goed, ik heb het hier niet over hiërarchisch afgedwongen respect, daar geloof ik niet in. Ik heb het over respect in de zin dat je iemand serieus neemt, ongeacht wat je van de persoon denkt. Dat gaat verder dan roepen dat iemand iets niet kan of er grappen over maken. Want die persoon is wel gekozen door een hele grote groep ontevreden mensen en hij heeft behoorlijk wat touwtjes in handen. En als de afgelopen Amerikaanse verkiezingen één ding hebben laten zien, is dat de overtuiging dat ‘het wel los zal lopen’ of ‘mee zal vallen’ al lang achterhaald is.

    Wat wil jij je kind meegeven?

    De vraag is of de bezoekers van De Mama Company zitten te wachten op mijn politieke overpeinzingen. Zelfs al mogen wij binnen een maand allemaal een vakje aankruisen in het stemhok, het blijft nogal een droog onderwerp. En ik mag dan van mening zijn dat een gefundeerd begrip over de politiek essentieel is om een juiste keuze te maken, wat deze ook mag zijn, een website die zich voornamelijk richt op opvoeden, mode en lifestyle is daar wellicht niet het juiste podium voor.

    Of toch wel?

    Want wat geven wij onze kinderen mee als we geen gebruik maken van ons stemrecht? Of strategisch stemmen, in de ijdele hoop dat het loslaten van onze eigen, meest belangrijke opvattingen een PVV buiten de coalitie houdt? En hoe uitgekauwd het inmiddels ook mag klinken, is het niet onze taak als ouder de wereld zo goed mogelijk door te kunnen geven aan de volgende generatie?

    Niet alleen stemmen op een mening, maar op concrete, realistische plannen

    Dat betekent gaan stemmen en bewust stemmen. Niet alleen stemmen op een mening, maar op concrete, realistische plannen. Dat dat lukt zeker niet met alleen het lezen van de inwisselbare campagneslogans van onze politieke partijen. En ook de Stemwijzer geeft een zeer simplistische weergave van de werkelijkheid. Daar staat tegenover dat de verkiezingsprogramma’s geschreven lijken om te verwarren en het lijsttrekkersdebat dit jaar tussen de nummers drie tot en met zeven zal gaan.

    Ik zal eerlijk zeggen dat ik er zelf nog niet uit ben, op welke partij ik ga stemmen. En ook ik heb al helemaal niet altijd zin om mij te verdiepen in achtergronden en politieke kletspraatjes. Toch vind ik dat ik het aan mijzelf en mijn kinderen verplicht ben dit wel te doen om zo op 15 maart a.s. een gefundeerde keuze te kunnen maken. Ik hoop jij ook.


    Op internet zijn diverse websites te vinden waarin een poging wordt gedaan de aankomende Tweede Kamerverkiezingen toegankelijk te maken, hieronder een selectie:

    De verkiezingswijzer

    Prodemos

    De Correspondent

    NRC

    Volkskrant

    Telegraaf

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De MamaCompany | Uitgelichte afbeelding van Shutterstock.

  • Op tijd naar bed

    Op tijd naar bed

    Op tijd naar bed. Ik neem het mijzelf elke dag weer voor wanneer ’s ochtends om tien voor zeven de wekker afgaat. Als ik hem al hoor. Meestal schrik ik om tien over zeven wakker van het geluid van de douche waar echtgenoot, meer een ochtendmens dan ik, al reeds onder is verdwenen. Opstaan! Nu!

    In ons huishouden is er een strakke verdeling van taken, de enige manier om enigszins orde in de chaos van drie naar de basisschoolgaande kinderen met sportactiviteiten te houden. Echtgenoot begeleidt het opstaan en aankleden van het nageslacht, ik verzorg ontbijt en lunchtrommels. Een prima verdeling wat mij betreft, aangezien het mij de tijd geeft om in de stilte van de nog lege keuken echt wakker te worden.

    Uren maken

    Als de kinderen eenmaal op school zitten, begint mijn werkdag, thuis achter de computer. Vaak met het ophangen van de was, die echtgenoot, gedisciplineerd als hij is, eerder die ochtend al heeft aangezet. Ik kan die was overigens ook makkelijk negeren, uitgaande van het feit dat als ik buitenshuis zou werken, overdag ook geen was zou ophangen.

    Als het goed is, kan ik vervolgens wat uren maken, met op maandag en vrijdag de onderbreking tussen twaalf en één uur van de oudste die thuis komt lunchen. ‘Mama, wil jij een tosti voor mij maken?‘ Wat ik dan toch weer doe. Ik weet het, je creëert je eigen monsters. Op woensdag is het helemaal feest.

    Soms belt school. Dat er een kind ziek is of weggelopen. Ja, dat laatste gebeurt ook wel eens. Onze oudste heeft ADHD en ODD, wat betekent dat het hem wel eens teveel wordt. Op dat soort momenten is het gedaan met mijn werkdag.

    Na schooltijd is er de chaos

    Na schooltijd is er de chaos van wel/niet met vriendjes spelen (‘Mama, ik wil óók met iemand spelen!‘), huiswerk maken (‘Dat doe ik vanavond wel.‘) en het opmaken voor de diverse sportactiviteiten (‘Ik ga je niet nog een keer vragen je om te kleden.‘). Ondertussen ruim ik de vaatwasser in en maak ik de eerste ronde van het avondeten klaar. Als wij als gezin drie keer per week gezamenlijk eten, is het veel. Iets wat ik voorheen heel ongezellig vond, maar inmiddels wel zo rustig als het gaat om het onderlinge gebekvecht en de strijd om aandacht van de kinderen.

    Terwijl de middelste zijn spaghetti naar binnen slurpt, zet ik het eten voor echtgenoot en de oudste klaar, zodat zij bij thuiskomst direct aan tafel kunnen schuiven. Er is immers straks voetbaltraining. Tussendoor laat ik de middelste weten dat we nu echt weg moeten. Ik vraag de jongste haar jas aan te trekken (‘Ik kan best alleen thuis blijven!’, ‘Nee, dat kan jij nog niet.‘) en dan zitten we in de auto richting, laten we zeggen, de hockey. Om enkele minuten later weer richting huis te rijden, om de vergeten stick op te halen.

    Kan dat niet makkelijker?

    Terug thuis laat de vaatwasser mij weten zijn taak weer te hebben volbracht en begin ik aan kookronde drie, deze keer van mijzelf en de jongste. Ik hoor je denken, kan dat niet makkelijker? Natuurlijk. Wanneer ik bereid ben elke dag gebakken eieren te eten of een bal gehakt. Of wanneer al mijn kinderen zonder zeuren hetzelfde zouden eten en vooral ook niet moeilijk zouden doen over pasta, nasi, stoofschotels en meer van dat soort makkelijk van te voren te bereiden maaltijden. Op een gegeven moment heb ik besloten dat ikzelf lekker wil eten, ongeacht de voorkeur van mijn kinderen (maaltijd één) en dat ik de mate van strijd drastisch wil beperken (maaltijd twee en drie). Ik zeg je, ook daar word je heel handig in. En het scheelt enorm in de sfeer.

    Avondrituelen

    Tegen acht uur is de hele familie weer thuis, begint de discussie over het uitgestelde huiswerk met de oudste en gaat de jongste naar boven. Hier begint het ritueel van omkleden, tandenpoetsen en verhaaltje voorlezen. Dit gaat naadloos over in hetzelfde proces bij de middelste, die vaak door echtgenoot naar bed gebracht wordt, maar vervolgens vraagt of ik nog even bij hem wil zitten. Hij is nogal bang alleen in zijn kamer. Vaak geef ik hier aan toen, omdat die vijf á tien minuten een investering zijn in een rustige avond. En laten we wel wezen, ook voor mij is het een moment van stilte in de dag.

    Eenmaal beneden kan de vaatwasser nog wel weer een keer gedraaid worden en controleer ik alle digitale apparaten of ze goed zijn afgesloten (ik heb het – wellicht misplaatste – idee dat het doorlopen van filmpjes op Youtube ten kosten gaat van de kwaliteit van mijn WiFi). Ik stem de aankomende bedtijd af met de oudste, die languit op de bank ligt en alleen maar ‘ja, ja’ mompelt. Het is het moment dat ik eigenlijk zelf daar wil liggen, maar nog niet de rust heb om toe te geven aan mijn moeheid. Immers, nummer drie moet nog gaan slapen.

    Op tijd naar bed…

    Tegen de tijd dat dit zover is, is het tien uur. Echtgenoot constateert dat er wederom niets op televisie is en stelt voor om een filmpje te kijken op Netflix. Als ik verstandig ben, ga ik nu naar boven. Maar ja, ook ik heb recht op een eigen avond.

    Morgen ga ik echt op tijd naar bed.

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De MamaCompany | Uitgelichte afbeelding van Shutterstock.

  • Spreekbeurt

    Spreekbeurt

    Mijn zonen dienen dit jaar allebei een spreekbeurt te houden, 20 en 21 februari om precies te zijn. Dat dit direct achter elkaar valt, is geheel toevallig, maar een positief persoon zou stellen dat je er dan maar meteen van af bent. Ik klamp mij vast aan deze gedachte.

    Begrijp mij niet verkeerd, ik ben dol op spreekbeurten. Samen met boekbesprekingen en werkstukken heeft deze vorm van educatie mijn eigen cijferlijst jaarlijks overgangswaardig gemaakt. Bij spreekbeurten gaat het er immers niet om dingen domweg uit je hoofd te leren, een spreekbeurt vraagt om inzicht en presentatiekracht. Dat laatste is uiteraard direct ook een punt waar velen van ons op afknappen.

    ‘Wellicht dat ik het dan met de juf kan bespreken,’ zei mijn middelste gistermiddag, nadat wij een ruwe planning voor zijn spreekbeurt hadden opgesteld.

    ‘Wat wil je met de juf bespreken?’ vroeg ik verbaasd.

    ‘Dat ik dit soort dingen wel eng vind.’ Middelste is het typische voorbeeld van “ik heb het nog nooit gedaan, dus ik weet zeker dat ik het niet kan”.

    ´Dat weet de juf heus wel,´ antwoordde ik stellig. ´En je bent in een veilige omgeving, de klas zal je echt niet uitlachen. We gaan gewoon heel goed oefenen van te voren.´

    Met die laatste opmerking probeerde ik niet alleen hem, maar vooral ook mijzelf gerust te stellen. We hadden namelijk net daarvoor besproken waar zijn presentatie over zou gaan en dat ging ongeveer als volgt:

    ´Waar wil je het over hebben?’

    ‘De politie.’

    ‘En waarom kies je dat onderwerp uit?’

    ‘Omdat ik het leuk vind.’

    ‘Waarom vind je het leuk?’

    ‘Nou gewoon, omdat het leuk is.’

    ‘Wat is er leuk aan?’

    ‘Ze hebben pistolen en handboeien.’

    ‘Jij wilt toch later ook bij de politie?’

    ‘Ja.’

    ‘Waarom wil je bij de politie?’

    ‘Omdat het leuk is.’

    Een spreukbeurt van een kind is al snel een Project voor zijn ouder

    Toen ik twee jaar geleden voor het eerst met een spreekbeurt van één van mijn kinderen werd geconfronteerd, hield ik mijn hart vast. Spreekbeurten van kinderen zijn namelijk al snel Projecten voor ouders. Met name in relatie tot de digitale presentatie, verdenk ik sommige vaders en moeders van een enorme competitiedrang.

    Dit gezegd hebbend, heeft mijn oudste mij indertijd zeer positief verrast met zijn kennis over de opzet van een spreekbeurt en zijn behendigheid met PowerPoint. Dat ik ’s avonds nog even stiekem de plaatjes op de pagina’s uitlijnde, is in mijn ogen verwaarloosbaar.

    Pepperspray, afrekeningen en cybercrime

    Inmiddels zit deze oudste in groep zeven en tot zijn grote verontwaardiging dient zijn onderwerp uit de categorie aardrijkskunde, natuur of geschiedenis te komen. Daar ging zijn gewenste sport-onderwerp, en dus ook zijn enthousiasme voor de spreekbeurt. Ik zeg je, op zo’n moment wordt de voorbereiding niet meer een project, maar een ware bevalling.

    Echtgenoot kwam met de oplossing, waarom hij het niet over criminaliteit hield? Hè ja, waarom niet? Lekker over Cor van Hout en Holleeder. En Hitler moest daar dan ook in voorkomen, aldus onze weer gemotiveerde oudste, want die was in zijn ogen toch wel een hele grote crimineel.

    De onderwerpen zijn dus gekozen, de komende vijf weken zijn we druk met pistolen, handboeien, pepperspray, afrekeningen en cybercrime. Over twee jaar zit onze dochter in groep vijf en mag zij haar eerste spreekbeurt houden. Wederom hou ik mijn hart vast.

     

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company

  • Welk boek lees jij?

    Welk boek lees jij?

    Ik ben een enorme leesfanaat, maar sinds ik kinderen heb, is daar behoorlijk de klad ingekomen. Veelal kom ik niet verder dan een tijdschrift (en dan eerder Allerhande of VT Wonen in plaats van Psychologie of Opzij) en meestal scrol ik tussen de bedrijven door op mijn telefoon, te opgejaagd om mij te focussen op een heel boek.

    Met kinderen in de leeftijd zes tot en met elf duurt het avondritueel bij ons thuis minstens tot een uur of tien, waarna ik uitgeput op de bank val. Dit zou het uitgelezen moment voor een boek zijn, maar aangezien echtgenoot alleen leest op vakantie, kies ik er sneller voor om samen met hem Netflix te kijken (ook al praat je niet, het geeft toch een gevoel van bonding). En als ik dan wel een boek pak, omdat er bepaalde tv-programma’s gekeken moeten worden, waar mijn hart minder snel bij gaat kloppen, betrap ik mijzelf erop al snel weer afgeleid te zijn. De onmogelijkheid van een boze buurman die zijn huurder het huis uit wil zetten, trekt op één of andere manier toch mijn aandacht, evenals het overspannen leven van een hysterische vlogger.

    De voordelen van het lezen

    Veel oppervlakkige vluchtigheid en gluren-bij-de-buren dus, terwijl ik weet dat het lezen van een boek mij veel meer brengt. En mij niet alleen, onderzoek heeft uitgewezen dat lezen een groot aantal voordelen kent. Zo leef je langer, train je je brein doordat je je moet focussen op die ene taak voor je, neemt het stresshormoon in je lijf af (zelfs meer dan bij het luisteren naar muziek of het maken van een ommetje) en kan je beter slapen. Ik zeg, wie wil dat niet?

    En er is ook een ander punt. Door zelf te lezen in plaats van aan mijn mobiel gekleefd te zitten of voor de televisie te hangen, laat ik mijn kinderen zien dat lezen normaal is. En dat niet alleen, dat het vooral iets is wat leuk is. Daarnaast is lezen ook belangrijk voor hun ontwikkeling. Denk hierbij aan spelling en woordenschat, maar ook aan fantasie en inlevingsvermogen.

    Veel kinderen lezen niet vanzelf

    Dus lezen wij de twee jongsten nog elke avond voor, mogen ze tijdens de Kinderboekenweek altijd een boek uitkiezen, bezoek ik regelmatig met hen de bibliotheek en zeul ik elke vakantie een stapel kinderboeken mee naar het vakantieadres. Het gaat daarbij niet om wat ze lezen, maar dat ze lezen. Met uitzondering van boeken waar ze nog niet aan toe zijn.

    De grote vraag is natuurlijk of ze hierdoor zelf meer of minder gaan lezen? Het antwoord is voorlopig nog nee. De oudste van elf blijft van mening dat die grote boekenkast in onze zitkamer hopeloos ouderwets is en zijn drie jaar jongere broertje vindt lezen per definitie stom (maar voorgelezen worden fantastisch). Mijn hoop is gevestigd op de jongste van zes, die sinds september is begonnen aan groep 3. ‘Met de kerstvakantie kunnen ze dan ineens lezen,’ zei men toen de jongens haar voorgingen. Ik heb nooit begrepen wat daar precies mee bedoeld werd. Tot nu. Van Nijntje tot Vos en Haas, het wordt allemaal verslonden. En moet ook nog eens door haar zelf worden voorgelezen in de klas.

    De zoektocht naar jouw boek

    Daarmee blijkt maar weer dat iedereen kan lezen, maar dat een voorliefde voor lezen ook zeer persoonlijk is. En toch heb ik hoop, want hoeveel mensen waren geen lezers, tot ze dat ene boek tegenkwamen? Dat boek dat hen raakte en waarvan ze meer wilden.

    Met het huidige aanbod van zeer toegankelijk geschreven kinderboeken van schrijvers als Geronimo Stilton, Peirce Lincoln of Jeff Kinney, herkenbare verhalen van Francine Oomen, Jacques Vriens of Carry Slee en spannende verhalen van J.K. Rowling of Marcel van Driel zal het aan het aanbod niet liggen. En anders heb ik nog altijd de klassiekers van Thea Beckman, Tonke Dragt en Jan Terlouw in mijn kast staan.

     

    Deze blog werd ook gepubliceerd bij De Mama Company  | uitgelichte afbeelding: Shutterstock

  • Goede voornemens? Nee, dit jaar niet.

    Goede voornemens? Nee, dit jaar niet.

    ‘Nee, ik heb geen goede voornemens,’ antwoordde ik op de meest favoriete vraag rond de jaarwisseling. En ik meen het. Voor het eerst in jaren heb ik niet de behoefte mijn betere ik naar voren te duwen.

    Gaan sporten? Het is niet eens bij me opgekomen. Of in ieder geval niet meer dan anders (zo’n vaag idee op de achtergrond, waarvan je weet dat je je er na afloopt beter door voelt, maar op voorhand bloed chagrijnig).

    Gedoemd tot mislukken

    Yoga dan? Omdat het van alle lichamelijke activiteiten één van de beste is voor innerlijke rust. Nee, als Zen moet komen uit een goed voornemen, dan is het bij voorbaat al uit balans.

    De (digitale) stapels vakantiefoto’s en schoolwerkjes van de kinderen uitzoeken? Niet alleen leuk voor later, maar ook direct een goede slag in de opruimhoek. Ook niet. Te veel een project (net als opruimen in het algemeen) en ik heb al projecten genoeg.

    Minder alcohol, gezond eten en op tijd naar bed? Het is een illusie te denken dat dit lukt puur omdat je er een goed voornemen van hebt gemaakt.

    En dus heb ik geen voornemens voor 2017.

    Aspiratie

    Wat ik wel heb, is ambitie en plannen.

    Ik wil het manuscript van mijn debuut roman Familiegeluk bij een uitgever krijgen. En terwijl ik wacht op een reactie – don’t call us, we call you, if we call at all – wil ik mijn tweede boek schrijven. Een kinderboek over een spookje, omdat ik dat twee jaar geleden al aan mijn jongste zoon beloofd heb. Daarna wil ik heel graag een week (oké, vijf dagen is ook goed) op schrijfweek, om ongestoord na te denken over boek drie, net als Familiegeluk een roman met een spannende verhaallijn. Of het dan nog steeds 2017 is, valt te bezien.

    Ik wil deze blog barbaraschrijft.nl naar een hoger plan trekken, wat concreet een upgrade van de huidige site en een scherpere profilering betekent. En ik wil al die blogs schrijven die nu nog in aantekeningen, visitekaartjes en folders op mijn bureau liggen.

    Ook wil ik graag blijven schrijven voor andere (online) platforms zoals JM voor Ouders en De Mama Company. Daarnaast wil ik een nieuwe betaalde schrijfopdracht binnenhalen.

    Teveel?

    Ik wil een hoop in 2017. En dan heb ik het nog niet eens over mijn gezin en de noodzakelijke social & me-time.

    Ben ik te ambitieus? Wil ik teveel? Als de afgelopen jaren mij iets hebben geleerd, is dat stoorzenders een onvermijdelijk onderdeel van mijn schrijfactiviteiten zijn.

    En toch is dit wat ik wil. 2017 lijkt mij een prima jaar om daaraan te beginnen.

    Gelukkig nieuwjaar!

  • Het breinmysterie

    Het breinmysterie

    Dinsdagavond was VU-hoogleraar neuropsychologie Jelle Jolles bij RTL Late Night. Hij heeft een boek geschreven over het pubertienerbrein. Ik zat direct rechtop, niet alleen omdat ik mijn oudste verdenk van beginnend puberaal gedrag, maar ook omdat de werking van ons brein mij mateloos intrigeert.

    Waarom werkt het bij mij anders dan bij echtgenoot of mijn kinderen? Of tussen jongens en meisjes? En zien de hersenen van iemand met een gedragsstoornis er anders uit dan die van iemand zonder?

    Het menselijke brein is hot

    Vragen waar het boek van Jolles wellicht antwoord op geeft, om nog maar te zwijgen over de vele andere, laagdrempelige brein-boeken die er de afgelopen jaren op de markt zijn gekomen. Ik noem hier Het maakbare brein van Margriet Sitskoorn, Wij zijn ons brein van Dick Swaab, De vrouwelijke hersenen van Louann Brizendine of Het puberende brein van Eveline Crone, het menselijk brein is onomstotelijk hot.

    Ik geef direct toe, veel van die boeken bereiken mijn boekenkast, maar worden meer als naslag gebruikt dan van voor naar achteren uitgelezen. Informatie over de prefrontale cortex is voor mij als leek gedurende een beperkte periode te volgen en wellicht sta jij nu ook op het punt af te haken bij deze blog.

    Dan maar snel door naar de reden van mijn fascinatie voor het menselijk brein: het simpele feit dat het ons handelen bepaalt. En wie het waarom weet, kan adequaat reageren of op zijn minst meer begrip opbrengen voor ongewenst gedrag.

    Hoe braaf zijn meisjes werkelijk?

    De meeste van ons weten dat meisjes over het algemeen communicatiever zijn dan jongens. Gezien het onderwerp van deze blog zal het je niet verbazen dat de oorzaak hiervan terug te vinden is in de hersenstructuur.

    Wist jij ook dat die afwijking in de hersenstructuur tussen jongens en meisjes ervoor zorgt dat meisjes veel beter verschillende nuances in een stem horen dan jongens? Daar waar jouw zoon constant dezelfde toonhoogte hoort, heeft jouw dochter al lang door dat je flink geïrriteerd begint te raken. Zij besluit eieren voor haar geld te kiezen en bindt in, terwijl hij rustig doorgaat met het gedrag wat zo op jouw zenuwen werkt. Dochterlief lijkt op zo’n moment veel braver dan die zoon, maar ze is het niet. Haar hersenen werken simpelweg anders, waardoor ze beter hoort.

    We moeten dingen leren en dat kost tijd

    Iedereen begrijpt dat een kind die je achter de piano zet, niet direct een sonate zal spelen (en als hij dat wel doet, er iets heel bijzonders aan de hand is). En een peuter eet niet direct met mes en vork. We moeten dingen leren en dat kost tijd. Het frappante is dat we bij kleine kinderen vaak veel meer geduld op kunnen brengen dan bij grotere kinderen. We vinden het logisch dat een peuter nog niet alles kan. En als hij boos begint te krijsen, zeggen we begripvol dat hij gefrustreerd is. Naarmate die peuter groter wordt, neemt ons begrip af, zeker wanneer het kind in kwestie een grote mond begint te krijgen.

    De meeste ruzies tussen ouders en kinderen gaan over plannen, organiseren en morele kaders en grenzen bepalen. Zeker in de pubertijd, en in het geval van kinderen met een gedragsstoornis als ADHD of ODD al veel eerder. Wat heeft dit nu met ons brein te maken? Heel veel!

    Zelfstandig werkende tieners? Vergeet het maar!

    De mate waarin wij in staat zijn genoemde activiteiten toe te passen, wordt namelijk geregeld voor in de hersenen, in de eerder genoemde prefrontale cortex, en die is bij pubers nog onrijp (sinds een paar jaar is bekend dat het brein pas is uitgerijpt als je 23 of 25 jaar bent). Hun hersenen kunnen simpelweg nog niet de genoemde taken uitvoeren op het volwassen niveau dat vaak van hen verwacht wordt.

    Betekent dit dat wij hen dan maar hun gang moeten laten gaan? Nee, natuurlijk niet. In tegenstelling tot wat hun opstandige reactie doet vermoeden, hebben zij onze begeleiding juist zeer nodig. Swaab roept in zijn boek Wij zijn ons brein dan ook terecht de vraag op hoe realistisch dat zelfstandig werken in een studiehuis is?

    Ook tieners hebben houvast nodig

    Kijk, daar kan ik wat mee. Net zoals met de waarschuwing van de eerder genoemde Jolles, dat scholen en ouders geneigd zijn bij de begeleiding van kinderen primair in te zetten op cognitieve ontwikkeling: taal, rekenen, zaakvakken et cetera. Daarbij wordt te makkelijk voorbij gegaan aan de sterktes en zwaktes van kinderen op het gebied van zelfinzicht, leren hoe je moet leren en naar elkaar te luisteren, zelfregulatie en planning (de zogenoemde executieve functies). Het gaat er bij Jolles om kinderen houvast te geven, precies wat Swaab ook al eerder schreef. Hoe je dat doet? Door met ze te praten, open vragen te stellen, structuur en duidelijkheid te bieden.

    De kracht van de lange adem

    Het klinkt allemaal heel logisch. En idealistisch. Want wie met een opstandig en dwars kind te maken heeft, weet dat alles van twee kanten moet komen, wil het werken. Dat vraagt om veel flexibiliteit, relativeringsvermogen en een lange adem.

    En toch geloof ik dat ondanks alle negatieve reacties er altijd wat tot die kinderhersenen doordringt, als is het maar dat je kind ziet dat jij niet schreeuwt en hem aankijkt als je tegen hem praat. En met dat in gedachte, tel ik tot tien, haal ik diep adem en vertel hem nogmaals vriendelijk dat hij nu zijn huiswerk moet gaan maken.

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company