Barbara| barbaraschrijft.nl, auteur op barbarasevenstern.nl - Pagina 2 van 13

Auteur: Barbara| barbaraschrijft.nl

  • Kill your darlings

    Kill your darlings

    ‘Kill your darlings,’ het is een bekende uitspraak in schrijversland en een enorm cliché, maar (zoals vaker met clichés) ook zeer effectief. Als schrijver is het een van de bewezen editing technieken om tot de beste versie van je verhaal te komen. En ik zeg dit uit ervaring.

    Toen ik enkele jaren geleden het conflict voor Familiegeluk op papier zette, was ik totaal niet bezig met een genre. Ik zocht naar een manier om de lezer te raken en haalde inspiratie uit mijn eigen ervaringen, voorkeuren en emoties. Je kunt gerust stellen dat ik Familiegeluk gewoon ben gaan schrijven. Weliswaar met een indrukwekkende tijdslijn, locatie schema’s, diepgaande karakterschetsen en een overkoepelend thema, maar nooit met een vooropgesteld genre. Ik schreef gewoon mijn verhaal. Een beetje spanning, beetje liefde en een tijdsgeest. In feite een spannend boek.

    Een spannend boek bestaat niet

    Het probleem is echter dat een spannend boek niet bestaat. Je hebt thrillers, detectives, YA, chicklits, science fiction, romans etc. Wat je niet hebt, is een spannend boek.

    Klinkt dat gek? Als lezer vind ik van wel. Hoeveel spannende boeken heb jij in de kast staan? En zijn het dan thrillers of romans? De scheidslijn is soms zeer dun en persoonsgebonden.

    Zo niet voor de uitgever, die voor zijn inkoop duidelijke categorieën hanteert. En dat kan betekenen dat jouw roman als thriller gezien wordt. Of dat je thriller wordt afgewezen, omdat het niet spannend genoeg is en dus te veel een roman.

    Kies en blijf kritisch

    Wie slim is, bepaalt zijn genre op voorhand. Het bepaalt immers de inhoud en het tempo van je verhaal en neem van mij aan, die wetenschap voorkomt een hoop herschrijven achteraf. Daar staat tegenover dat ik juist door mijn vrij-uit schrijven, ben gaan inzien waarom een bepaalde passage niet bij mijn thriller genre past of juist wel.

    Na al zo’n honderd pagina’s te hebben verwijderd (je schrijft een thriller, geen roman!), zou je denken dat ik er wel zou zijn. Niets is minder waar. Naarmate het manuscript zijn finale staat nadert, telt elk hoofdstuk, elke gebeurtenis zwaarder mee.

    En dan lig ik in mijn bed en ineens weet ik het. Mijn mooiste, meest kwetsbare hoofdstuk uit het verhaal vertraagt het tempo van mijn thriller. Het moet eruit. Ik woel en ik draai, maar het feit blijft: kill your darlings.

    Gisteren was een treurige dag.

  • Mevrouw?

    Mevrouw?

    Stel je voor. Je staat te wachten bij de trein en scrolt door je smartphone. Een advertentie popt op, iets met bijzondere vakantieplekken tegen last minute prijzen. Voordat je verder mag, willen ze eerst nog wat van je weten, maar inloggen via Facebook of Instagram behoort ook tot de mogelijkheid. Nu ben je al weken lang nodeloos op zoek naar die éne locatie die wel leuk en betaalbaar is, dus klik je door.

    Op dat moment tikt er iemand op je schouder. Je schrikt op en kijkt recht in het verweerde gezicht van een onbekende man. De geur die van zijn lichaam komt, vertelt je dat het enige tijd geleden is dat hij onder een douche heeft gestaan. Nog voordat hij iets kan zeggen, schud je je hoofd.  Nee, je hebt geen geld voor hem. De man opent zijn mond en je doet ongewild een stap achteruit. Om je heen werpen mensen begripvolle blikken. ‘Mevrouw?’  Zijn stem klinkt hees, als van een verstokte roker. Weer schud je je hoofd, een verontschuldigende glimlach bevroren op je lippen. Het laatste waar je op zit te wachten, is dat deze man aanstoot neemt aan jouw afwijzing. Je draait je gedecideerd om en richt je blik weer op je scherm, waar inmiddels Mark van TravelSecrets aangeeft de sleutel tot jouw droomvakantie te hebben.

    ‘Mevrouw.’ De stem achter je klinkt dringender en je bent blij dat net op dat moment de trein komt binnenrijden. Terwijl je je laat meevoeren met de mensenmassa laat je Mark weten dat het gaat om een vakantie van drie weken in september, binnen Europa, maar wel in een land met een aangename temperatuur. En je houdt niet van grootschalige campings. Vanuit je ooghoeken zie je hoe de zwerver  – met zo’n uiterlijk moet het wel een zwerver zijn – achter je aankomt.  ‘Mevrouw!’ Negeren, nog even en je zit veilig in de trein. Op je scherm bedankt Mark je voor je zoekopdracht. Om tot een optimaal advies te komen, wil hij graag weten hoe oud je bent, of dit je enige vakantie van dit jaar is en hoeveel alles mag kosten. Snel tik je de gevraagde informatie in.

    In de coupé weet je een plek bij het raam te bemachtigen. Zo onopvallend mogelijk werp je een blik op het perron opzoek naar de zwerver. Je ziet hem vrijwel direct staan. Hij oogt verslagen, maar zijn blik leeft op als hij jou achter het raam ontwaart. Je kijkt snel weg, maar ziet nog net hoe hij iets in de lucht houdt. Het is een fel groene keycord, met daaraan een sleutelbos. Met een ruk draai je je hoofd terug naar het perron. En terwijl de trein langzaam het station uitrijdt, zie je nog net hoe de man zijn schouders ophaalt en jouw sleutels langzaam in zijn zak verdwijnen.


    Jouw recht op privacy

    Weten wat er met je gegevens gebeurt en niet in het minst: het daar mee eens zijn. Dat is wat de nieuwe privacywet (AVG) vanaf 25 mei 2018 beoogt te waarborgen. En daarom worden we de afgelopen weken bestookt met berichten over aangepast privacy beleid. Van multinational tot individuele blogger, iedereen is in de pen gekropen om duidelijk te maken dat zij jouw persoonlijke gegevens niet misbruiken. Juridische teksten zijn herschreven naar korte en begrijpbare uitleg, bedrijven blijken afdelingen of op z’n minst een functionaris voor gegevensbescherming te hebben –  waar ook nog eens direct contact mee gelegd kan worden – en wie budget over heeft, maakt een video. Slim, want de boodschap achter de nieuwe wetgeving is bij uitstek een kans om je te profileren als betrouwbare partner die het belang van zijn doelgroep voorop heeft staan.

    Het touwtje uit de digitale brievenbus

    Daar waar we voorheen een touwtje uit onze digitale brievenbus lieten hangen, geven we nu heel bewust onze sleutel af. Dat is tenminste het idee. De vraag is of we al die vereenvoudigde teksten werkelijk kritisch doornemen en vanaf heden gaan bijhouden of onze gegevens na de vastgestelde termijn worden verwijderd. Of nemen we al die berichten rondom de AVG voor lief en gebruiken we het hoogstens voor het opschonen van onze eigen mailbox?

    Privacyverklaring

    Met de invoering van de AVG worden bedrijven, organisaties, bloggers en online bezoekers aangesproken op hun verantwoordelijkheid. Daarbij draait het om vertrouwen, bewustwording en integriteit. Ook ik heb als blogger vanaf heden een Privacyverklaring aan mijn website toegevoegd.

  • Schrijven in het digitale tijdperk

    Schrijven in het digitale tijdperk

    Gisteren was het de internationale dag van het handschrift. Het Platform Handschriftontwikkeling greep die gelegenheid aan om bij de Tweede Kamer een petitie neer te leggen, waarin ze voorstelt van schrijven een apart vak te maken. Want in ons digitale tijdperk is een net handschrift een rariteit aan het worden.

    Mijn handschrift is niet mooi te noemen, op z’n best is het leesbaar. Ik kijk immer met een jaloerse blik naar briefjes waarop de letters op vloeiende en creatief-ogende wijze uit de pen zijn gerold. Oefening baart kunst, vandaar natuurlijk de roep om een apart schrijfvaardigheid vak.

    Karakteramnesie

    Het doet me denken aan China. Sinds de intrede van smartphones en tablets hebben ze daar te kampen met ’karakteramnesie’: je herkent een karakter als je het ziet, maar weet niet hoe het te schrijven. Nu telt het Chinese schrift duizenden karakters, die ook nog eens aan strenge regels zijn gebonden. Elke streep, punt of haal moet in de juiste volgorde en de juiste richting worden gezet. Dat gaat veel verder dan een correcte spelling. Dat gaat om een oude cultuur en hoe die te interpreteren.

    Overtrokken

    Terug naar Nederland. Het handschrift van oudste (jongen, linkshandig en ADHD) was jaren een Serieus Probleem op school, tot het moment dat hij in groep vijf belandde en ik er van de ene op de andere dag nooit meer iets over hoorde. Inmiddels zit hij in groep acht en schrijft hij volgens zijn klasgenoten als een meisje, zo netjes. Vanuit deze ervaring vind ik al die stress over netjes schrijven dan ook overtrokken. Sommige problemen lossen zich ook op door er niet te zwaar aan te tillen en het de tijd te geven.

    Creativiteit

    En toch. Ik ben ervan overtuigd dat we naast tikken op een toetsenbord of beeldscherm ook met regelmaat de pen moeten oppakken. Waarom? Omdat je op papier niet constant aan het verbeteren slaat, wat je focus op het creatieve proces houdt in plaats van een zo mooi mogelijke zin maken. Dat redactieproces is belangrijk, maar wie aan het begin van een verhaal, werkstuk of mindmap staat, dient zich primair bezig te houden met het bedenken ervan. Mijn thriller-in-wording Familiegeluk is zo ontstaan. Liggend in de hangmat met alleen pen en papier, kon ik vrij denken en hoepla, daar was ineens het plot van mijn verhaal.

    Trage computer

    Het is ook wetenschappelijk bewezen: tijdens het handmatig schrijven leggen je linker en rechter hersenhelft verbindingen waardoor je je beter kunt concentreren en sneller denken. ‘Je hoofd wordt een trage computer als je niet genoeg schrijft,’ stelt oud-docent Aartje Schoemaker in een NOS interview van gisteren.

    Een trage computer, in een tijdperk waarin nu niet snel genoeg is. Hoe erg is dat? We hebben toch Siri of YouTube, aan wie we mondeling kunnen vragen iets voor ons op te zoeken? En onze spellingscontrole vertelt ons niet alleen als we iets foutief intikken, hij corrigeert het betreffende woord ook nog eens voor ons. Dat is toch vooral makkelijk?

    Winst

    Natuurlijk is dat ook zo. Zeker wanneer spelling – zoals bij mij – niet je sterkste punt is. Maar wanneer je – ook zoals ik – bent opgegroeid in een tijd dat een werkstuk handgeschreven werd ingeleverd, dan is het ondenkbaar dat je niet schrijft. Met de hand. Ik begrijp evenwel ook dat dat geen reden is om het te blijven doen, maar eerder een teken van inflexibiliteit en misplaatst romantisme.

    Waar het mij om gaat is het gevaar van gemak, dat voorbij gaat aan de winst die er te behalen valt wanneer je wel even die extra moeite doet. Schrijven is een prestatie van het geheugen. Wie een woord opschrijft, zal merken dat hij het beter onthoudt dan wanneer hij het alleen maar leest. Hetzelfde geldt voor klakkeloos intikken van wat er gezegd wordt versus dezelfde informatie in eigen woorden opschrijven. Actief iets met de informatie doen, daar gaat het hier om.

    Achterliggend probleem

    Is een apart schrijfvak de oplossing? Ik denk het niet. Een onleesbaar handschrift is immers slechts één van de aspecten van het veel grotere achterliggende probleem: de negatieve gevolgen van digitalisering. Want van een slechte schrijfvaardigheid is het een kleine stap naar de achteruitgang van leesvaardigheid. Waarom immers een artikel lezen als ik een video kan kijken? In het geval van mijn kinderen maar al te vaak opgenomen door een puber of Tijdelijke BN’er wiens taalgebruik zich beperkt tot ‘jó bro‘ en ‘fucking this‘. Wat mij direct op spreekvaardigheid brengt.

    Verantwoordelijkheid

    Voor mijn kinderen is de meer en meer gedigitaliseerde wereld de werkelijkheid waarin zij leven. Als ouder heb ik de keus dit hun enige werkelijkheid te laten zijn of hen ook een andere aan te reiken, waarin digitalisering een toegevoegde waarde heeft, maar niet allesbepalend is. Als school hieraan bijdraagt, juich ik dat van harte toe.


    Bij het schrijven van deze blog heb ik dankbaar gebruik gemaakt van de volgende bronnen:

    Je hoofd wordt een trage computer als je niet genoeg schrijft
    Tabletgeneratie in China worstelt met karakters van het oeroude handschrift
    Sommige Chinezen verleren het schrijven
    Chinese jeugd verleert het handschrift

  • Schrijfweek in Portugal

    Schrijfweek in Portugal

    Iedereen die een boek schrijft, komt op het punt dat het manuscript af is. Je weet, het kan vast beter en over een aantal zaken twijfel je zelfs nog, maar er is niets wat jij vanuit jezelf als schrijver nu nog zou kunnen verzinnen dat het verhaal beter maakt.

    Ik ben op zo’n punt wanneer De Schrijf Compagnie Masterclass zich presenteert. Een samenwerkingsverband van thriller auteurs Marelle Boersma en Linda Jansma en hun uitgeverij De Crime Compagnie. Een prettig geprijsde masterclass voor gevorderde schrijvers wiens manuscript zo goed als af is. Het enige wat ik hoef te doen is mijn eerste 10.000 woorden in te sturen, zodat bepaald kan worden of ik gevorderd genoeg ben voor deelname.

    En dat ben ik! Mijn deelname wordt geaccepteerd en na zes weken ontvang ik een constructieve manuscriptbeoordeling door Linda. Enkele maanden later meld ik mij aan de poort van Casa Perspectiva in Portugal voor het vervolg: een schrijfweek bij Marelle.

    Ode aan Casa Perspectiva

    Casa Perspectiva

    Casa Perspectiva, ik had er al veel over gehoord en van gezien via social media. Een huis bovenop een berg en – tot schrik van mijn taxichauffeur – zonder adres. Een landgoed waar sinaasappels, vijgen, mispel, kweepeer, druiven en olijven voor het plukken hangen en de zoete aardappelen, uien, wortels en boontjes van eigen land komen. Waar de honden Boy en Lucky je elke dag enthousiast begroeten en soms tijdens het schrijven aan je voeten komen liggen, altijd waakzaam op de roep van de ander. En waar Bink de zwarte poes ongegeneerd op je schoot kruipt om luid smakkend zijn voorpootjes tegen je aan te drukken. Voor wie minder van de honden en katten is, de dieren worden op verzoek ook binnen gehouden.

    Het geheim van schrijven

    Een prachtige plek dus, maar bovenal een schrijfhaven. Want tussen al dit natuurschoon staan twee schrijfhuisjes en verspreid over het terrein zijn diverse schrijfplekken gecreëerd. Waar kan de creativiteit beter stromen dan onder de Mispelblom of tussen de sinaasappelbomen? Met de warmte van de zon op je huid en als enige geluid het ruisen van de wind door de bladeren boven me, kom ik tot rust. En rust is het grote geheim van schrijven.

    Schrijfhaven

    Gouden koppel

    Maar Casa Perspectiva is nog meer. Het is immers het landgoed van Marelle en haar vriend Jan. Een meer gouden combinatie is moeilijk te vinden. Met 13 boeken op haar naam, een achtergrond in lesgeven en een hartelijke en open manier van communiceren is Marelle voor mij de ideale schrijfdocent. Eerder volgde ik al een schrijfweekend bij haar in de Betuwe. Het feit dat ik ervoor gekozen heb nu voor een week bij haar in Portugal te komen schrijven, geeft wel aan dat ik fan ben. Jan is nieuw voor mij, maar aangezien hij de maaltijden verzorgt en luistert naar de naam Kostelijk, heb ik er alle vertrouwen in dat dit wel goed komt.

    Ik word niet teleurgesteld. Zowel Marelle als Jan laten de hele week zien waar ze goed in zijn. In een welkome sfeer het hoofd en de maag vullen, zodat inzichten worden geboren en de creativiteit gaat stromen.

    De moordlustige schrijver

    Of om het anders te stellen: dat ik mij realiseer dat er nog veel te weinig spanning in mijn verhaal zit en dat mijn hoofdpersonage nog steeds om meer diepgang vraagt. Had Linda in haar feedback dat ook al niet gezegd? Hier op de berg in Portugal leer ik waar precies de pijnpunten liggen en bovenal: hoe ik ervoor kan zorgen dat ze verdwijnen.

    Schrijfdokter Marelle

    Ik duik letterlijk in het personage van mijn hoofdpersoon en in gesprek met de rest van de groep, ervaar ik hoe perfect ze is. Veel te perfect. En dus saai. Ik zie waar de spanning in mijn verhaal ontbreekt en waar ik weliswaar mooi schrijf, maar verder dan amusant wordt het voor een groot deel niet. En een thriller moet schuren, er moeten conflicten zijn, verdenkingen en barrières. Focus is mijn nieuwe mantra. En Kill your darlings. Bovenop de berg van Marelle en Jan wordt het een bloederige boel.

    De chemie van de groep

    Naast docent, verzorging en locatie is een ander zeer belangrijk deel van het welslagen van een schrijfweek de groep. Die andere schrijvers die net als ik zo graag hun boek willen uitgeven dat ze bereid zijn thuis de boel de boel te laten en zich vreugdevol een week lang terugtrekken om te schrijven. Mijn ervaring is dat wanneer je gelijkgestemde mensen bij elkaar zet in een afgeschermde, veilige omgeving er mooie dingen ontstaan.

    Elke dag heerlijk eten van Jan

    Wordt er in het begin nog wat afgetast, na twee dagen is iedereen geland en krijgen de gesprekken steeds meer diepgang. Verhalen worden gedeeld en reacties kunnen in alle openheid worden gegeven. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje en dat creëert begrip en oplossingen voor elkaars knelpunten, dilemma’s en blinde vlekken. En mooie gesprekken.

    Het meest opvallende van de groep is wel de gedrevenheid. Ben ik gewend dat er ’s avonds nog wordt doorgezakt met een fles wijn, vijf van de zes avonden trek ik al om acht uur de deur van mijn slaapkamer in de B&B achter mij dicht. En ik vind het prima. De eerste avond ben ik überhaupt gesloopt van de reis en alle indrukken en ook de avonden erna merk ik hoe inspannend een hele dag workshops, gesprekken en schrijven is. Ik wil en kom tot rust.

    Debuutjaar 2018

    Veel te snel is de schrijfweek voorbij. ‘Eigenlijk zouden we nu nog drie dagen schrijfretraite moeten hebben,’ is de algemene conclusie. Want we weten allemaal dat, eenmaal thuis, de waan van de dag ons leven weer gaat beheersen. Toch zijn we vol goede moed, hier staan mooie verhalen op papier. En we nemen met elkaar voor: 2018 wordt ons debuutjaar. Want in de woorden van Marelle, ‘je moet een doel hebben, dan hou je je eraan’.
    Debutanten 2018
    Ben je van de thrillers, dan volg je dus vanaf nu niet alleen mijn Facebook pagina van Familiegeluk, maar ook de blog van Antoinette Kalkman en straks de pagina’s van Ellis Souwerbren en Tamara Onos. De liefhebber van historische romans doet datzelfde voor Kristel Flinzner.

  • ADHD en ODD op school – met 9 praktische tips

    ADHD en ODD op school – met 9 praktische tips

    Klassen van dertig kinderen, een leerkracht die aan zijn taks zit en dan jouw drukke en opstandige kind dat net die druppel is die de emmer doet overlopen. School roept om een onderzoek op ADHD en voordat je het weet, word je verzocht over te gaan op medicatie voor je kind en je alvast te verdiepen in bijzonder onderwijs.

    Het zijn verhalen uit de krant en mijn omgeving. Ik weet dus dat het gebeurt. En toch zakt elke keer mijn broek weer af als ik er over hoor. Het kan toch niet zo zijn dat de school van mijn zoon de enige school in Nederland is die wel in staat is om te gaan met een kind met ADHD en ODD?

    Regulier onderwijs zonder al te veel excessen

    Ik schreef al eerder een blog over opstandige kinderen in de klas en de schorsing van oudste vorig jaar geeft aan dat ook in ons geval het niet altijd loopt zoals je zou willen. En toch zit hij nog steeds op regulier onderwijs, zonder al te veel excessen. Ja, hij slikt medicatie om zijn schoolperiode te kunnen overbruggen. Niet vanuit het uitgangspunt dat zijn leerkracht hem anders niet aan kan, maar omdat hij zelf dan stukken minder last heeft van geluid en beweging om hem heen, dat bij hem veel harder binnenkomt dan bij ons. Minder last, betekent niet alleen beter kunnen concentreren, maar ook dat hij minder overprikkeld raakt en dus minder (snel) geïrriteerd reageert op zijn omgeving. Fijn voor zijn klasgenoten en juf, maar bovenal fijn voor hemzelf!

    Geaccepteerd en gewaardeerd om wie hij is

    Dit alles wil niet zeggen dat medicatie het antwoord is, het is slechts één van de hulpmiddelen die je kunt inzetten om ADHD en ODD hanteerbaar te maken voor zowel het kind als diens omgeving. Oudste heeft geluk dat zijn klas geen 30 maar 24 leerlingen telt, toch denk ik dat het allerbelangrijkste de houding van zijn klasgenoten en leerkrachten is. Hij wordt geaccepteerd en gewaardeerd om wie hij is. School is daarmee een veilige plek voor hem, waar hij welkom is, ook als het een keer mis is gegaan.

    Waarom werkt het bij ons op school?

    Het heeft mij aan het denken gezet. Hoe komt het dat het voor onze oudste wel werkt op school? Ik kom tot een aantal cruciale factoren:

    1. Erken dat er een probleem is en dat je bereid bent hieraan te werken
      Je mag als ouder wellicht het gedrag niet herkennen, maar als school aangeeft dat jouw kind zich onhandelbaar opstelt in de klas, zul je er toch iets mee moeten. En dat gaat verder dan het probleem terugleggen bij school, het gaat immers om jouw kind. School heeft jou nodig. Zeker als het negatieve gedrag zich thuis niet voordoet, is de stap om een diagnose te laten stellen wellicht groot, maar als het handvatten biedt om verder te kunnen, zou ik het zeker aanraden.
    2. Wees duidelijk en open in je communicatie met school
      Toen de oudste dwars en opstandig gedrag begon te vertonen, heb ik alle lijnen met school strak aangetrokken. Ik zorgde ervoor altijd bereikbaar te zijn, stuurde updates over zijn diagnosetraject en coaching en vroeg aan het begin van elk schooljaar een kennismakingsgesprek aan met zijn nieuwe leerkracht. Ik liet de leerkrachten weten als er thuis iets was voorgevallen wat een negatief effect kon hebben op zijn gedrag in de klas en deelde tips en trucs die in de omgang met mijn oudste werkte.
    3. Het kind hoort op school
      Het patroon van ‘opstandig in de klas = naar huis mogen’ is zelfs voor een vierjarige makkelijk te herkennen, met als gevolg dat hij daar naar gaat handelen. In feite wordt zijn dwarse gedrag beloond, terwijl hij moet leren dat hij overdag op school hoort te zitten. Naast mijn eigen bereidwilligheid is mijn uitgangspunt dat daar waar het probleem zich voordoet, het ook opgelost dient te worden. Dat wil niet zeggen dat ik mijn kind nooit een middag thuis heb gehouden, soms is het voor alle partijen in kwestie beter om even niet met elkaar geconfronteerd te worden. Het mag echter niet het uitgangspunt of een patroon worden.
    4. Zorg voor een plek waar het kind zich terug kan trekken
      Als het even niet meer gaat, is het heel fijn dat je weet dat er een plek is waar je (onder toezicht) naar toe kunt. Een leeg klaslokaal of kantoortje waar het kind na een woedeuitbarsting tot rust kan komen, maar ook waar hij naar toe kan om zo’n uitbarsting juist te voorkomen. In sommige situaties kan even alleen op de gang al uitkomst bieden.
    5. Maak duidelijke afspraken met school waar iedereen zich aan dient te houden
      Onze oudste kan praten als Brugman en als het hem uitkomt neemt hij alles letterlijk. Het is dus de zaak hem bij de les te houden en geen ruimte voor vrije interpretatie te geven. Zo is de afspraak dat hij na drie waarschuwingen de klas uit moet. De vraag is alleen, wat is precies een waarschuwing? Zeker voor een kind bij wie al zoveel tegelijkertijd binnenkomt. Visualeer het, was mijn oplossing. Elke waarschuwing is een gele kaart, twee gele kaarten betekent daarna een rode en hij weet dondersgoed wat dat inhoudt. En zeg als leerkracht nooit ‘wie niet wil meedoen met de les, kan naar huis gaan.’
    6. Kijk naar de behoefte van het kind
      Een kind met ADHD en ODD kan minder lang stil zitten dan een kind die dit niet heeft. Je kunt dit als docent maar beter accepteren, zodat je de onrust voor kunt zijn. Mijn oudste heeft regelmatig met onbeschreven briefjes naar de administratie van school gelopen, puur om hem even zijn bewegingsvrijheid te geven. Ook zit hij al jaren achterin de klas, het liefst in een hoek, waar hij zo min mogelijk last heeft van de ruis om hem heen. Hij heeft een koptelefoon en een studiebuddy die hij naar eigen gelieven in kan zetten. Eigenlijk is het net als bij een puppy cursus: veel liefde en korte, heldere instructies met een beloning achteraf.
    7. Vermijd fysiek contact
      Dit geldt in ieder geval voor mijn oudste zoon. De natuurlijke neiging om hem tegen te houden wanneer hij ontploft, is groot. Zeker als hij los wil gaan op de uitdager in kwestie. Toch is het verstandig in het geval van een vechtpartij de ander mee te nemen in plaats van mijn oudste tegen te houden. Woede maakt hem ongekend sterk en omdat het hier om ADHD en ODD gaat, zal elk kalmerend advies op dat moment niet tot hem doordringen. Wij hebben de duidelijke afspraak met school dat ze hem in zo’n situatie laten gaan, mede omdat we inmiddels weten dat hij altijd naar huis zal lopen.
    8. Neem het niet persoonlijk
      Een kind met ADHD en ODD zal jou, als docent, zeker uitproberen. Dat heeft niets met jou als persoon te maken, maar alles met het feit dat je nieuw voor hem bent. En nieuw is veelal beangstigend. Hij wil weten waar hij staat en valt daarmee terug in gedrag dat voor hem bekend is, namelijk dwars en opstandig. Het risico dat hij daarmee neemt, is nihil, want de klas uit gestuurd worden, is een vertrouwd verschijnsel voor hem. Datzelfde kind zal je gezag niet automatische accepteren omdat je nou eenmaal de leerkracht bent, je zult het moeten verdienen om wie je bent. Benader hem daarom ook op ‘eyelevel’, ga niet in de verdediging om je gelijk te krijgen, maar geef hem ruimte om aan je te wennen. Realiseer je dat het kind zichzelf evenveel in de weg zit als jou en waarschijnlijk meer.
    9. Een gedragsstoornis is niet per definitie negatief
      Een kind met ADHD en ODD zal vaak niet op zijn beurt wachten, maar het antwoord of zijn reactie door de klas roepen. Dat komt wellicht dwars over, maar wat als het nou eens enthousiasme is? Als zijn late reactie op het niet wegleggen van zijn boeken, voortkomt uit het feit dat hij helemaal op was gegaan in zijn werk of spel? Als zijn commentaar op zijn medeleerlingen voortkomt uit het feit dat de kinderen naast hem al de hele tijd zitten te fluisteren (wat bij hem tien keer zo hard binnenkomt)?  Als zijn directe antwoord oprecht bedoeld is en niet brutaal? Of de vechtpartij op het schoolplein getriggerd werd door de uitdagende opmerking van een heel ander kind dat pas praat als de leraar zich heeft omgedraaid? Realiseer je dat dit soort kinderen vaker bekritiseerd worden dan gecomplimenteerd. Wat als hij doorkrijgt dat jij hem voor vol aanziet en niet als de vanzelfsprekende onruststoker in de klas? Je zou zomaar je meest loyale leerling hebben gevonden.

    Natuurlijk is bovenstaand niet zaligmakend. Elk kind is anders en de éne docent is beter dan de ander in de omgang met kinderen die graag buiten de lijntjes kleuren. Je kunt als ouder het gevoel hebben niet gehoord te worden door school en vice versa. Is het dan verstandig tegen de klippen op je kind op die school te willen houden? Ik denk het persoonlijk niet. Uiteindelijk gaat het om zijn belang en dat is een omgeving die het beste uit hem weet te halen binnen de bandbreedte waar hij om vraagt.

    In bovenstaande tekst spreek ik over het kind als ‘hij’, maar het kan natuurlijk net zo goed ‘zij’ zijn.

  • Klantgerichtheid

    Klantgerichtheid

    Klantgerichtheid is een gave. Je kunt er talloze boeken over lezen, opleidingen voor volgen, maar aan het eind van het dag moet het centraal kunnen stellen van wensen van een ander ook simpelweg in je zitten. Is dit niet het geval, wat doe je dan in godsnaam in een branche waarin alles om hospitality draait?

    We hadden het hotel gekozen op de ligging, maar met een vier sterren beoordeling, kwamen we er toch ook met een zekere verwachting.

    De eerste indruk was prima. Een oubollige inrichting, maar fijne bedden en genoeg ruimte op de kamer.

    Tot zover de goede indruk.

    Scène 1
    ‘U weet dat u voor de parkeerplaats moet betalen?’
    Nee, dat wisten we niet.
    ‘Dan weet u het nu.’

    Scène 2
    ‘Uw bittergarnituur. Niet correct? O, u had bitterballen?’

    Scène 3
    ‘De badkamer stroomt over? Tot in uw kamer? We laten er iemand naar kijken. Als u bij terugkomst u wilt melden bij de balie.’

    Scène 4
    ‘Een taxi bestelt om zes uur? Bij mijn collega? Nee, we weten van niets. Een taxi duurt ongeveer een kwartier. Of iemand u kan brengen? Nee helaas, daar hebben we het te druk voor.’

    Scène 5
    ‘Uw cadeau op ons terras laten liggen? Doordat u onverwacht lang op de taxi moest wachten? U bent toch dichtbij? Wij brengen het u wel even. Wat zegt u? Niet bij het bruidspaar van 1 kilometer verderop. Nee, dan gaat het helaas niet door. 3,5 kilometer is echt te ver om voor langs te komen. Ik kan wel een taxi voor u bestellen.’

    – ontploffing mijnerzijds –

    ‘Iemand is met een kwartier bij u.’

    Driekwartier en meerdere telefoontjes later (de bezorger van het cadeau had een foutieve locatie doorgekregen) stopt er een auto voor mijn neus. Een man die ik herken van het hotel stapt uit. Ik open mijn mond om hem te bedanken, maar hij is mij voor. ‘Succes ermee.’ Met die woorden duwt hij het cadeau in mijn handen, draait zich om en stapt weer in de auto. Hij rijdt nog net niet met piepende banden weg.

    Scène 6
    ‘Een overstroming in uw badkamer? Nee, ik weet van niets.’

    Gehoord worden

    Een fout bittergarnituur is niet iets waar ik normaal gesproken over val. Net zoals ik niet snel tegen iemand uit mijn dak zal gaan, uiteindelijk ben ik zelf verantwoordelijk voor het meenemen van mijn spullen. Waar het omgaat, is dat ik verwacht als klant gehoord te worden. Dat iemand zich in mijn situatie kan inleven en op gepaste wijze reageert.

    Dus niet zoals de gastvrouw van een zeker tweesterren restaurant in Antwerpen zei, toen wij druipend van de regen binnenkwamen en stelden dat het toch wel heel vies weer was, ‘Daar kan ik niets aan doen.’

    Ontzorgen

    Als klant wil ik mij graag begrepen en geholpen voelen. Ontzorgd. Zeker wanneer er iets goed te maken valt, maar stiekem ook als ik degene ben die het probleem heeft gecreëerd. Iemand die klantgericht is, snapt dat en zal op z’n minst de indruk wekken er alles aan te doen mijn probleem weg te nemen.

    Zoals de medewerker van het hotel op Ibiza, toen ik een foute boeking had gemaakt en we met z’n vieren een dag te vroeg arriveerden.

    Of de dames achter de balie op Schiphol, die begrepen dat we geen €400 extra wilden betalen voor het aanpassen van een omschrijving op ons vliegticket, simpelweg omdat het niet onze fout was dat die omschrijving niet klopte (hier geen link, ik wil de dames niet in problemen brengen).

    Loyale klant

    Begrip en medewerking maakt van mij een mak lammetje en waarschijnlijk zelfs een merkambassadeur.

    Het hotel op Ibiza, waarvan de medewerker alsnog een kamer wist te regelen, is nu mijn favoriete verblijfplaats en iedereen die een logeeradres op het eiland zoekt, verwijs ik er heen.

    Het restaurant in Antwerpen kom ik nooit meer terug. En ik niet alleen, ook mijn omgeving is gewaarschuwd.

    De dames van Schiphol die er voor zorgden dat we zonder extra kosten onze vlucht haalden, hebben we bij terugkomst een cadeautje gebracht.

    Word of mouth

    Hoeveel moeite was het geweest om echtgenoot en mij naar de feestlocatie 3,5 km verderop te brengen, toen bleek dat het misgegaan was met de taxireservering? Zeker als je weet dat we al te maken hadden gehad met een overstroomde badkamer.

    En zo’n medewerker die mijn vergeten cadeau komt brengen, zou hij zichzelf ook niet beter voelen als hij had gezegd ‘veel plezier met geven’ in plaats van zijn chagrijn over de extra klus zo overduidelijk te tonen?

    Klantgerichtheid had een positief verhaal opgeleverd, ‘Heel vervelend dat het mis ging met de taxi, maar ze hebben het direct goed opgepakt’. Nu is het een blog over misstappen en een negatieve beoordeling op internet.

  • Waarom ik geen trampoline wil (en hij er toch kwam)

    Waarom ik geen trampoline wil (en hij er toch kwam)

    Zomervakantie. En omdat we gaan verbouwen blijven we dit jaar thuis. Wanneer je drie kinderen onder de twaalf jaar hebt, zijn dat zes hele lange weken. Te lang, moet echtgenoot gedacht hebben toen er twee weken voorbij waren. 

    ‘Mam, mag ik naar de indoor?’

    ‘Nee.’

    ‘Mam, mag ik op een schermpje?’

    ‘Nee.’

    ‘Mám, ik verveel me.’

    ‘Dat is goed voor je creativiteit.’

    Fataal moment van onoplettenheid

    Als het er op aankomt, kan ik mij zeer goed afschermen van het verveelde gehang van mijn kinderen. Daarnaast heb ik het de afgelopen weken druk. Er is een werkopdracht opgekomen en die kent een deadline. Ik ben, met andere woorden, de laatste tijd dan ook wat afgeleid. En het zijn dergelijke momenten van onoplettendheden, die later fataal blijken.

    Echtgenoot: ‘Ik ga die trampoline kopen.’

    Ik: ‘Ja, echt?’

    Dit laatste op ietwat meelevende, maar afwezige toon. Ik begrijp best dat echtgenoot gek wordt van de rol van politieagent, taxichauffeur en catering, maar hé, ik heb een betaalde opdracht. En daarnaast moeten de kinderen leren zichzelf te vermaken.

    Dat vindt echtgenoot dus ook. Met het verschil dat hij de oplossing ziet in een eigen trampoline. Lekker buiten in de eigen tuin.

    Leuk voor op de boerderij

    Ik zal eerlijk zijn, nog niet zo heel lang geleden heb ikzelf ook onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van een dergelijk speeltuig. Om al snel tot de conclusie te komen dat het onmogelijk is om een geschikt exemplaar voor onze drie kinderen te vinden. Want het moet er wel eentje zijn waar meerdere salto’s en flips op gedaan kunnen worden. En vier man zonder problemen op gelanceerd. Met andere woorden: één van zeker drie meter, met dubbele vering, beschermrand en veiligheidsnet. Leuk voor op de boerderij, stukken minder realistisch in onze Vinex stadstuin.

    MIJN Vinex stadstuin.

    En dan heb ik het nog niet eens over:

    • de prijs van zo’n ding;
    • potentiële botbreuken, losse tanden en hersenschuddingen;
    • ruzies en huilpartijen;
    • gevraagde en ongevraagde aanloop van springfanaten;
    • en natuurlijk de gewenste catering rondom het hele springfeest.

    Nee, zo’n trampoline komt er bij mij niet in.

    Onder één hoedje

    Zo daadkrachtig als echtgenoot die bewuste ochtend was, zo weinig alert was ikzelf. Het directe bewijs hiervan is dat ik echtgenoot SAMEN MET oudste liet vertrekken. De oudste, die al weken lang zeurde om een eigen trampoline. Voor wie groot nooit groot genoeg is en alles altijd beter kan. En die meer dan wie dan ook in staat is om zijn vader met datgeen thuis te laten komen wat hij, oudste, zelf wil. En dat echtgenoot dan nog tegen mij beweert dat het zijn keus is.

    Niet blij

    ‘Mama gaat straks om twee dingen niet blij zijn,’ zei echtgenoot enkele uren later tegen oudste in de auto.

    Tot zover de realiteitszin van die dag.

    ‘Bekijk het van de positieve kant, mama. De trampoline is ideaal om op te zonnen.’

    Oudste kan daar wel eens gelijk in krijgen. Zoals het ding nu staat, blokkeert hij hoogstwaarschijnlijk vanaf drie uur s middags elke zonnestraal in mijn lounge hoek.

    ‘En je kunt er topless in liggen,’ vulde echtgenoot aan. ‘Ik span er zo een extra zeil overheen.’

    Panorama Mesdag

    Hier is schuldgevoel aan het woord. Echtgenoot vindt inmiddels ook de 3.30 meter van het gekochte exemplaar aan de te grote kant. Op de buitenplaats van het springparadijs had hij toch echt kleiner geleken.

    Tussen onze schutting en de schuur ziet de realiteit er beduidend anders uit. Het ding is zo groot, dat heel Panorama Mesdag aan de binnenkant niet zou misstaan. Het is een helikopterplatform, die het leefbare gedeelte van mijn tuin heeft gedegradeerd tot patio.

    In de woorden van onze oppas: ‘Jij hebt zeker wel een tas verdiend!’

    Hoe camoufleer ik een trampo?

    Ze heeft gelijk. Ik ben namelijk niet alleen niet-blij, ik ben woest! Het liefst stuur ik het hele gevaarte direct terug naar de winkel. Maar dat is iets wat in ons gezin wat gevoelig ligt.

    Dus ga ik opzoek naar het antwoord op de vraag “Hoe camoufleer ik een trampoline?” Zelfs Google heeft geen oplossing, Pinterest geeft wel suggesties voor alternatief gebruik.

    Zo is het hoge net ideaal voor het vertonen van films; een buitenbioscoop in je eigen achtertuin. Ook kun je er een basketbalnet in maken of de combinatie met water opzoeken. In dit laatste geval wordt wel gewaarschuwd voor de veiligheid van het springende kind in kwestie. En natuurlijk is het ding uitermate geschikt om eindelijk van mijn eigen overtollige kilo’s af te komen. Alsof je op mijn leeftijd en na drie bevallingen nog in staat bent langdurig rond te springen!

    Na lang zoeken, heb ik één potentiële ontsnappingsmogelijkheid gevonden. Een Amerikaanse dame liep tegen het feit aan dat haar verzekering verdubbelde door de aanschaf van een trampoline. Money talks!

    En als dat niet werkt, richt ik hem alsnog in als Bedoeïenentent, inclusief lichtjes en genoeg kussens om overdag comfortabel in te zonnen. Misschien zelfs topless.

  • De toewijding van de schrijver

    De toewijding van de schrijver

    Met drie kinderen in de basisschoolleeftijd is de zomervakantie – en in feite elke kindervakantie – mijn minst productieve periode als schrijver. Best frustrerend en de grote vraag die zich bij mij opdringt, is: ben ik wel toegewijd genoeg aan mijn boek?

    Er zijn schrijvers die om vijf uur ’s ochtends opstaan, zodat ze tegen achten al drie uur hebben geschreven. Ook zijn er die ’s nachts schrijven, wanneer iedereen op bed ligt. Of tussendoor, op elk moment dat ze tijd over hebben.

    Ik ben niet één van die mensen. 

    Afleiding

    ’s Ochtends vroeg ben ik überhaupt niet op mijn best en als ik ’s avonds opleef, richt mijn hernieuwde energie zich voornamelijk op samen met echtgenoot een serie kijken. Het liefst met een fles glas wijn en een schaal nootjes binnen handbereik. En die tussendoor momenten? Dan grijp ik naar mijn mobiele telefoon voor de laatste Achterklaproddels, social media berichten of stylingtips en foodporn op Pinterest.

    Focus

    Waarom? Omdat ik binnen die vijftien minuten die ik heb niet de focus op kan brengen om te schrijven. Een blog dient zich niet aan op het moment dat ik weet dat mijn tijd beperkt is en het herschrijven van mijn manuscript vraagt om een flow die zich überhaupt pas voordoet na enkele uren zwoegen op de tekst.

    Frustratie

    En ja, daar komt ook Frustratie om de hoek kijken. Frustratie uit zich niet alleen in chagrijn en ongeduld, ze is ook meesteres in ontkennen en uitstellen. Dat klinkt tegenstrijdig. Frustratie zou juist ten strijde moeten trekken tegen de barrières die mijn schrijfactiviteiten in de weg zitten. Frustratie zou met haar vuist op tafel moeten slaan en de kinderen vertellen dat het thuis geen hotel is en dat ze prima zichzelf een paar uur zelf kunnen vermaken, terwijl mama boven aan het werk is. Frustratie zou dapper genoeg moeten zijn om echtgenoot te vertellen dat schrijven nou eenmaal belangrijk voor haar is en dat hij daarom tijdens de vakantie twee dagen in de week op de kinderen moet passen en alleen naar Netflix zal moeten kijken. Maar Frustratie zwijgt in alle talen.

    Schuldgevoel

    Frustratie wordt namelijk bestreden door Schuldgevoel. En Schuldgevoel is veel sterker dan Frustratie. Schuldgevoel vindt dat ik een slechte moeder ben als ik de kinderen een paar uur alleen beneden laat, zeker als het betekent dat ze achter een schermpje kruipen. En aangezien echtgenoot hier voor het brood op tafel zorgt (zodat ik dat boek kan schrijven), is Schuldgevoel van mening dat ik op z’n minst die moedertaak op mij kan nemen in plaats van echtgenoot hiervoor in te schakelen. Schuldgevoel is daar heel duidelijk in: alleen als ik geld verdien met schrijven of aan een opdrachtgever verantwoording heb af te leggen, dan pas heb ik het recht om op mijn strepen te staan.

    Prioriteit

    Dit alles werd me maar weer eens duidelijk, toen ik enkele weken geleden voor een betaalde communicatieopdracht werd gevraagd. In de vakantieperiode, met alle kinderen thuis, heb ik bij echtgenoot werkdagen geclaimd in de agenda. Ik heb besprekingen gevoerd op locatie, ben ’s ochtends vroeg opgestaan om op zolder te gaan werken en heb de kinderen meegenomen naar de indoor in plaats van de dierentuin, zodat ik mij met een laptop kon terugtrekken. Het enige wat ik niet heb gedaan, is echtgenoot alleen Netflix laten kijken. Er zijn tenslotte grenzen.

    De vraag is of het erg is dat ik mijn schrijverschap nog steeds niet op hetzelfde niveau zet als een betaalde opdracht met een opdrachtgever en een deadline. Volgens Schuldgevoel uiteraard niet. Frustratie heeft hier onverwacht wat anders over te zeggen. Want waarom is ‘moeten leveren’ sterker dan ‘willen schrijven’?

    ‘Ho!’ roept Frustratie verontwaardigd uit. ‘Waren de kinderen ontroostbaar toen je een paar uur achter de computer kroop? En deed echtgenoot moeilijk over het extra opvangen van de kinderen?’ Ik zwijg, wetend wat het antwoord is. ‘Nou dan,’ zegt Frustratie, nu op meer begripvolle toon. ‘Waar wacht je nog op?’

  • Over het spoor | Eva Keuris

    Over het spoor | Eva Keuris

    Schrijven is ook lezen, want van wie beter leren dan van hen die je voorgingen? Een spannende opening, een smakelijke vrijscène, goed uitgewerkte personages, je kunt er een workshop over volgen, maar er ook een boek voor openslaan. 

    Het nadeel van lezen-als-schrijver is dat je een nogal gedeformeerde lezer wordt, ik in ieder geval wel. De grote vraag is niet meer ‘hoe loopt dit af?’ maar ‘is deze informatie werkelijk relevant?’, ‘wat onderscheidt de personages van elkaar?’ of ‘welke persoonlijke ontwikkeling heeft de hoofdpersonage eigenlijk doorlopen?’. Wanneer ik dan ook nog eens word uitgekozen een recensie te schrijven over een boek, dan gaat het beoordelend stemmetje in mijn hoofd helemaal los.

    272 losse A4’tjes

    Het boek in kwestie is Over het spoor van Eva Keuris. Ik heb meegedaan aan een actie op internet en ben door uitgever Prometheus geselecteerd om de thriller te mogen recenseren. Hiermee ben ik ook een stapje dichterbij om een gesigneerd exemplaar te ontvangen, maar voor nu wordt mij een geprinte proef gestuurd.

    Enkele dagen later ontvang ik 272 losse A4’tjes, inclusief snijranden. Ik weet dan nog niet dat de losbladerigheid van dit pakket een nogal afleidende werking op mij heeft en voel me bij ontvangst vooral een echte recensent. Dat het hier om een debuut gaat, spreekt mij ook erg aan. Ik ben benieuwd naar de kwaliteit van een beginneling, ofschoon je je af kunt vragen in hoeverre deze benaming opgaat voor iemand die al ruim vijftien jaar ervaring heeft als dialoogschrijver en eindredacteur en les geeft aan de Schrijversacademie.

    Vlot geschreven debuut

    Natuurlijk, een scenario schrijven is iets anders dan een psychologische thriller, maar hoe meer schrijfervaring, des te groter de kans dat er goed geschreven wordt. Over het spoor, bewijst deze stelling ook maar weer. Het is een vlot geschreven verhaal, met personages die werkelijk tot leven komen. Hoofdpersoon is dertiger Stella, ghostwriter en gefascineerd door de moord op de elfjarige Jordi de Wit in 2008, zeven jaar geleden. De grote vraag die haar bezighoudt, is of de indertijd veroordeelde pubers Ingmar, Remi en Julian daadwerkelijk schuldig waren of dat er sprake is van een gerechtelijke dwaling. Wanneer Ingmar de wens uit een boek te willen laten schrijven over wat er werkelijk gebeurd is al die jaren geleden, grijpt ze haar kans.

    De zoektocht van Stella naar het verhaal dat ze wil vertellen, brengt haar naar Hilversum. Niet alleen de stad waar de inmiddels vrijgekomen jongens hun leven weer proberen op te pakken, maar ook waar Stella’s vader na de scheiding van haar moeder met zijn nieuwe gezin is gaan wonen. We lezen over Stella’s ontmoetingen met de jongens en hun familie en zijn deelgenoot van haar struggle zich in te passen in het gezin van haar vader, bij wie ze gedurende het schrijven van het boek intrekt.

    Niet verrassend, wel leuk

    Keuris kiest ervoor het ik-perspectief van Stella af te wisselen met verslagen vanuit de geïnterviewden, wat bijdraagt aan de vaart in het verhaal. In tegenstelling tot wat ik lees in de vele reviews vind ik de plotontwikkeling verre van verrassend en wordt het nergens nagelbijtend spannend. Dat is niet erg, het verhaal over Ingmar, Remi en Julian leest lekker weg. De persoonlijke ontwikkeling die Stella zelf doormaakt, komt wat minder goed uit de verf. Als lezer kom je veel over haar te weten, maar haar eigenaardigheden en onzekerheden zijn vooral beschouwend. Omdat ze nergens een barrière oproepen, lijken ze los te staan van de rest van het verhaal. Zo vraag ik me nog steeds af wat de relevantie is van haar angst om in gezelschap te eten en vind ik de houding van haar moeder aan het eind van het boek ronduit ongeloofwaardig.

    Over het spoor moet het hebben van een sterke pen en aansprekende hoofdpersonages, waardoor je ondanks de weinig verrassende ontwikkelingen met plezier blijft doorlezen.

    Conclusie: een prima debuut en zeker een aanrader voor in de vakantietas.


    Over het Spoor bestel je o.m. bij de uitgever Prometheus, Bol.com en Bruna.

  • Methylfenidaat: ADHD in balans

    Methylfenidaat: ADHD in balans

    Als mensen ergens een mening over hebben dan is het wel over medicatiegebruik bij ADHD. De bijwerkingen, de onbekende risico’s op lange termijn, het gemak waarmee het geadviseerd wordt, ook ik ken de tegenargumenten. En toch slikt onze oudste al ruim twee jaar methylfenidaat*. 

    ‘Voel je zelf nu dat je een pil hebt genomen?’ Ik kijk hem vragend aan. Hij haalt ongeïnteresseerd zijn schouders op, zijn blik gericht op de iPad voor hem. Zoveel rust als dat hij nu uitstraalt, zoveel aanwezigheid was er zojuist in het zwembad. Een schril contrast en niet voor de eerste keer verbaas ik mij over het effect van zijn medicatie op zijn gedrag.

    Ruimte voor zijn omgeving

    Want dat het dat is, daar twijfel ik geen seconde aan. Hoezeer ik ook zou willen dat het de ontspanning na de fysieke inspanningen in het water is, de moeheid vanwege het late tijdstip van de avond ervoor of een natuurlijk gevolg van het feit dat hij zich op z’n gemak voelt in het huis van mijn zus waar wij sinds gisteren logeren. Ik weet dat het de medicatie is die ervoor zorgt dat hij niet meer aan een stuk door loopt te gillen, het de hele tijd beter weet en alle aandacht opeist. Dat het de reden is dat hij weer ruimte heeft om te luisteren naar en rekening te houden met zijn omgeving.

    Dat ik dit zo zeker weet, is omdat we vanochtend de medicatie waren vergeten. Het is vakantie en alles loopt wat anders dan anders. Er zijn ouders die ervoor kiezen hun kind überhaupt alleen tijdens de schoolperiode medicatie te geven, wanneer je je niet kunt permitteren overprikkeld te zijn. Enerzijds omdat er les gegeven moet worden, anderzijds omdat je als kind ook in staat wilt zijn deze les te kunnen volgen.

    Van eng naar spannend en bespreekbaar

    Ik zie het nog niet zo snel gebeuren dat oudste geen medicatie meer slikt in de vakantie. Zeker niet wanneer we op vakantie gaan, want dat betekent dat alles nieuw is en alles wat nieuw is, is eng. Een pil brengt het enge naar spannend en bespreekbaar. Vooral dat laatste is essentieel: zolang ik mijn oudste op zijn gedrag kan aanspreken, blijft hij hanteerbaar. Als ik dit niet meer kan, is hij een ongeleid projectiel.

    Ongeleid projectiel

    Een ongeleid projectiel kan heel grappig en innemend zijn. Ik geniet van zijn onbevangenheid in het zwembad, hoe hij ongegeneerd gilt en vreemde geluiden slaat en met een simpele zwemband enorm veel lol kan hebben. Onbewust van z’n omgeving of wat anderen van hem denken. Zolang ik mijn aandacht op hem gericht heb, heerst er gecontroleerde chaos. Dit is ook een kant van hem en die mag er zijn. Die kan er alleen niet altijd zijn.

    Waarom? Omdat in datzelfde zwembad nog drie kinderen spelen. Kinderen die ook de ruimte willen hebben om hun ding te doen. Die ook eens met de zwemband en de duikbril willen spelen en hun nieuwe truc laten zien. Die niet de hele tijd door de oudste afgeblaft willen worden. En omdat ik niet de hele tijd mijn blik op mijn oudste gericht kan hebben. Al was het maar voor iets praktisch als een toiletgang of een maaltijd, die niet vanzelf op tafel verschijnt.

    Interactie en redelijkheid

    Doe ik mijn oudste hiermee tekort? Hij zei net zelf dat hij geen verschil merkt van z’n pil. Deze keer niet. Net zoals het effect van zijn gedrag op z’n omgeving deze keer aan hem voorbij gaat. Op school merkt hij het wel degelijk. Hij weet hoe het voelt als de medicatie is uitgewerkt, hoe hard alle geluiden binnenkomen en hoezeer hij zich daar vervolgens aan ergert. Met alle gevolgen van dien.

    Oudste heeft zich inmiddels weer bij de anderen in het zwembad gevoegd. Deze keer met medicatie. ‘Wie doet er mee met Marco Polo?’ De rest stemt in met het spel. Oudste is de tikker en nu is er geen gezeur. Hij zoekt de interactie, is redelijk wanneer iemand het niet met hem eens is en als hij ziet dat de tuindeur openstaat, snelt hij tussendoor het bad uit om te voorkomen dat de zitkamer straks vol met vliegen zit. Voor het moment hoeven we geen politieagent te spelen, hem uit het water te halen, omdat hij de boel terroriseert met z’n gedrag.

    Dat is ook een kant van hem die er mag zijn.


    * Oudste is elf jaar, 158 lang en weegt 45 kilo. Hij is twee jaar geleden begonnen met 10 mg en slikt inmiddels 20 gram Equasym, een langdurig methylfenidaat speciaal ontwikkeld om de schoolperiode te overbruggen. Op dagen dat hij ’s middags school heeft, neemt hij sinds begin dit jaar tijdens zijn lunch 10 mg kortdurend methylfenidaat extra.