Barbara| barbaraschrijft.nl, auteur op barbarasevenstern.nl - Pagina 6 van 13

Auteur: Barbara| barbaraschrijft.nl

  • Vervelende klusjes eerst?

    Vervelende klusjes eerst?

    Ik mag mij verheugen over een zeer flexibele echtgenoot, maar als ik hem ergens mee de kast op krijg, dan is het wel een slechte planning (oké, en dat vergeten hardgekookte ei in mijn tas). Echtgenoot is van het type ‘vervelende klusjes eerst’, wat in mijn ogen de kans op de leuke zaken in het leven angstvallig verminderd.

    Er is immers altijd wel een vervelend klusje te doen. Wat niet wil zeggen dat ik er onwelwillend tegenover sta, sommige dingen horen er nou eenmaal bij. Ik geloof alleen dat er voor alles een tijd en plaats is.

    Thuiswerken

    Mensen vragen mij vaak genoeg hoe ik thuis kan werken, wetende dat de wasmand overloopt of een kinderkamer zich in staat van ontploffing bevindt. Mijn antwoord is heel simpel: ik stoor mij er niet aan. Ik trek de deur van mijn werkkamer dicht en de rest kan mij gestolen worden. Een was die door echtgenoot ´s ochtends voor vertrek nog snel in de machine is gestopt, kan dus gerust drie uur in de trommel blijven zitten. Schrijftijd is schrijftijd.

    Efficiency

    Een ander ding is dat ik de tijdrovende, vervelende klusjes graag bundel. Een aantal in de ochtend in plaats van elke dag één. En omdat het uitgangspunt hiervan efficiency is, betekent dat een bezoek aan de schoenmaker beter combineert met een bezoek aan de daar in de buurt gelegen opticien dan met het opruimen van de zolder. Nog los van het feit dat die laatste klus minstens vraagt om een week in plaats van een ochtend.

    De noodzaak voor schoenmaker en opticien moet wel gelijktijdig vallen, anders kan ik weken rond blijven lopen met een afglijdende bril. Ik geef toe, dat is een makke in mijn planning, of in ieder geval de uitvoering ervan.

    Focus (of het gebrek er aan)

    Een ander aandachtspuntje is focus. Wellicht is het iets vrouwelijks, maar tijdens het uitvoeren van mijn vervelende klusjes word ik constant afgeleid door andere zaken. Dat begint al in de ochtend. Daar waar echtgenoot om kwart voor negen de boodschappen reeds heeft gedaan, zit ik nog met een cappuccino aan tafel door mijn social media te scrollen. In plaats van dat ik direct na het naar school brengen van de kinderen aan mijn klussen begin, gun ik mijzelf nog even dat momentje.

    Daar waar echtgenoot in de auto springt en gericht de diverse locaties afgaat waar zijn lijstje hem naar toe leidt, valt mijn oog bij het verlaten van locatie één op een nieuwe kledingwinkel waar mijn naam nog net niet op de voorgevel staat geschreven. Ik moet een kwartier wachten tot hij opent, dus dat is te overzien. Hoe vaak ben ik tenslotte in deze buurt? Precies, nooit. En was ik niet opzoek naar net zo’n jas als in de etalage?

    Prioriteit

    Natuurlijk ben ik mij bewust van het effect van die minder strakke planning op anderen. Zo kan ik het niet maken te laat op school te komen (kinderen ophalen), wil ik ook elke dag kunnen eten (boodschappen) en probeer ik niet pas te vertrekken op het tijdstip dat ik eigenlijk ergens had moeten zijn (afspraak met echtgenoot, veel van mijn vriendinnen zijn zelf notoire laatkomers). Uiteindelijk gaat het allemaal om prioriteit en keuzes (durven) maken.

    Vrijheid

    Het positieve van een minder strakke uitvoering van mijn takenlijstjes, naast een onverwachte nieuwe winterjas, is dat het mij een enorm gevoel van vrijheid geeft. Een meer gedisciplineerd persoon krijgt geheid stress of een gevoel van irritatie van mijn (in hun ogen) uitstelgedrag. Mij bieden de detours een adempauze, enerzijds uit mijn hoofd (door het winkelen) anderzijds uit het geren (door toch die cappuccino te drinken). Naast mijn schrijf-werkzaamheden zijn zulke momentjes voor en vooral ook met mijzelf, belangrijk in een week die voor een groot deel bestaat uit ervoor zorgen dat de Family Company soepel blijft draaien.

    En jij? Hoe zit het met jouw vervelende klusjes?

     

    Deze blog is ook gepubliceerd bij de Mama Company

  • Culinair Armada aan de Vliet

    Culinair Armada aan de Vliet

    Armada aan de Vliet, naar eigen zeggen de culinaire brug tussen Leidschendam, Voorburg en Rijswijk. Voor de sommen van  €45 kan je genieten van een zeven gangen diner geserveerd door zeven hoogwaardige restaurant uit de regio. Per fiets of per boot langs of over de Vliet, afhankelijk van je voertuig.

    Het sprak mij als Haagse food-lover direct aan en zo kwam het dat ik mij op zaterdag 17 september om half vijf bij de fietsbrug in Rijswijk bevond. Bij gebrek aan eigen boot en omdat ik de fietsmogelijkheid totaal gemist had, had ik voor de combinatie met De Ooievaart gekozen. De Ooievaart is een vrijwilligers organisatie die rondvaarten in de regio Den Haag verzorgt. Een garantie voor zestig plus en degelijkheid, maar dat mocht de pret niet drukken. Sterker nog, naarmate de wijn (voor €20 te koop bij opstappunt en schipper) rijkelijker vloeide, steeg ook de joligheid aan boord naar grote hoogte.

    Zeven restaurants

    Een zeven gangen diner door zeven restaurants is een ideale gelegenheid om een indruk te krijgen van het culinaire niveau van de deelnemers. Ik was benieuwd of NIVEN, Savarin en Villa la Ruche mij zouden verleiden er nog een keer te gaan eten en verbaasde mij over de aanwezigheid van Brasserie NL tussen de namen. Bij Erik kende ik niet en van Central Park wist ik dat het goed was.

    Jabugo en mergbitterballen

    De eerste gang kwam bij de opstapplaats en uit de keuken van NIVEN, uiteraard met groenten, en daarnaast jabugo en lever met brioche (jabugo is een Iberische ham, ik heb het later opgezocht). Smakelijk, maar niet meer dan dat. Voor gang twee voeren we naar de Hoornbrug, waar een afvaardiging van Restaurant Savarin ons opwachtte. Er ontstond enige verwarring toen een deel van het gezelschap spontaan de boot begon te verlaten, maar al snel werd duidelijk dat het eten naar ons toe zou komen. De terrine van eendenborst en rilette met een gelei van port samen met een bitterbal van merg en sjalot en een crumble van zwarte peper was vol van smaak, maar minder complex dan de omschrijving doet vermoeden.

    King crab en Ribbetjes

    Restaurant Villa la Ruche serveerde ons bij de Tolbrug een ceviche van markreel, king crab, augurk en bereidingen van bloemkool. Ik ben dol op king crab, maar dit hapje vond ik toch wat sompig en een houten lepel om mee te eten, verhoogt dan niet de smaaksensatie. Op naar de volgende stop, de Kerkbrug, waar Central Park hun populaire BBQ spare ribs met huisgemaakte sambal, gerookte oerbiet en mierikswortel voor ons uit de keuken had gehaald. Misschien kwam het door het feit dat we inmiddels wel toe waren aan een wat meer stevige hap (zoals ik reeds schreef, de wijn vloeide rijkelijk), maar dit oosters gekruide stukje vlees (zonder bot) smolt op de tong als boter.

    Paddenstoelen, Epoisse en aardbeien

    Alweer de vijfde gang kwam van Brasserie de Koepel, geserveerd ter hoogte van de Wijkerbrug. De blinde vink van kalf en zwezerik met ravioli van paddenstoelen, schuim van eekhoorntjesbrood, doperwten créme en aardappelkaantjes was de favoriet van één van mijn metgezellen, persoonlijk vond ik hem nogal overheersend paddenstoel. Lekker, maar verre van subtiel.

    Brasserie NL leidde bij de Sijtwendetunnel het eind van het diner in met een zeer smakelijke tompouce met Epoisse Berthaut en 5 spice karamel. Voor mij een verrassing, omdat ik het restaurant nooit heb beschouwd als één die zich zou kunnen of willen meten met een Savarin, NIVEN, Villa la Ruche of Central Park. Dat lukte met deze gang meer dan prima.

    Aan Restaurant bij Erik de taak om het diner bij de Sluis in Leidschendam af te sluiten. Dat deden ze met een smakelijke, maar weinig verrassende aardbeien, vanille ijs, cocktail van aardbei, amandeltjes en een limoen kletskop.

    Volgend jaar weer?

    Was het de moeite waard? Ik vind van wel. De gangen waren uiteraard meer hapjes, gericht op grote groepen en het op-locatie-uitserveren. Ook het feit dat de drank exclusief was, had in de berichtgeving vooraf beter gecommuniceerd kunnen worden (al was het maar om genoeg cash geld bij je te hebben om wijn te kopen). Toch is het een leuke gelegenheid om kennis te maken met restaurants die je voorheen niet kende of in geen jaren meer hebt bezocht. Daarnaast is een tocht over het water altijd een heerlijke manier om de omgeving te bekijken.

    Al bij al een smakelijke vaarttocht over de Vliet dus, waarbij er ook driftig is gezwaaid naar mede-vaarders en mensen in achtertuinen en op terrassen. En als je dat dan maar enthousiast genoeg doet, wordt er ook teruggezwaaid, zelfs door Voorburg-chique.

    Restaurant Niven
    Groene groenten, jabugo en lever met brioche en café beurre de Paris (Restaurant Niven | Niven Kunz)
    Restaurant Savarin
    Terrine van eendenborst en rilette met een gelei van port, een bitterbal van merg en sjalot en een crumble van zwarte peper (Restaurant Savarin | Jeroen van Brecht)
    Central Park
    BBQ spare ribs met huisgemaakte sambal, gerookte oerbiet en mierikswortel (Central Park | Gijs Verbeek)
    Restaurant Villa La Ruche
    Ceviche van markreel, king crab, augurk en bereidingen van bloemkool (Restaurant Villa La Ruche | Marko Karelse)
    Brasserie de Koepel
    Blinde vink van kalf en zwezerik met ravioli van paddenstoelen, schuim van eekhoorntjesbrood, doperwten créme en aardappelkaantjes (Brasserie de Koepel | Leo van Langh)
    Brasserie NL
    Tompouce met Epoisse Berthaut en 5 spice karamel (Brasserie NL | Ruben van Dieten)
    Restaurant Bij Erik
    Aardbeien, vanille ijs, cocktail van aardbei, amandeltjes en een limoen kletskop (Restaurant Bij Erik | Erik Tas)
    Culinair Armada
    Pagode tenten op de eet-locaties
    De Ooievaart
    Het reisgezelschap

    Armada aan de Vliet is een onderdeel van de Vlietdagen die jaarlijks in september worden georganiseerd in Leidschendam-Voorburg.

    De Ooievaart is een enthousiaste vrijwilligersorganisatie die rondvaarten in de regio Den Haag organiseert.

  • Proeflezers, wat is het nut ervan?

    Proeflezers, wat is het nut ervan?

    Het moest er een keer van komen, mijn schrijverskind uit handen geven, dus dat is wat ik enkele weken geleden deed. Drie proeflezers lazen gedurende de zomervakantie het manuscript van Familiegeluk.  Inmiddels heb ik hun feedback ontvangen, de vraag is of ik er ook iets mee kan?

    Laat ik direct beginnen met te stellen dat het leuke van proeflezers is dat je direct bewondering oogst.

    ‘Je hebt gewoon een boek geschreven!’

    ‘Nou ja, boek, boek, het is een manuscript,’ antwoord ik dan snel.

    ‘Het heeft een begin, midden en eind,’ is het antwoord, ‘hoe super is dat!’

    En ze hebben gelijk, hoe super is dat? De afgelopen periode ben ik vooral bezig geweest met het comprimeren van mijn 550 pagina´s naar de 475 die het momenteel zijn. Het is makkelijk te vergeten dat het traject om zover te komen ook een hele prestatie is.

    ‘Het leest als een trein!’

    ‘Het is een echte pageturner!’

    Ik neem de complimenten in ontvangst. Het is goed ze te horen, maar nu wil ik weten wat er beter kan.

    Eigenaardigheden

    Want dat dit het geval is, weet ik zeker. Zoals ik eerder schreef ben je als schrijver op een gegeven moment blind voor de lacunes in je verhaal. Daarnaast heb je ook je eigenaardigheden. Zo blijk ik een onverwachte voorliefde voor eikenhouten tafels te hebben. En alle meelezers zijn het er over eens dat er te veel cappuccino’s en wijn gedronken wordt. Terwijl het op z´n minst opvallend is dat niemand rookt, zelfs niet begin jaren zestig, waarin een deel van mijn verhaal zich afspeelt.

    Taalgebruik

    Frappant is ook mijn soms archaïsch taalgebruik, waarschijnlijk een overblijfsel uit de tijd dat ik diep in de oudere meisjesboeken zat. Mensen zetten zich neer en deuren openen zich. Terwijl de uitdrukking dat iets je niet boeit weer ongepast is in 1963.

    Tijdens mijn eigen redactie betrapte ik mijzelf op een te veelvuldig gebruik van bijwoorden en hoewel ik daar sindsdien meer alert op ben, zijn mensen alsnog vertwijfeld of wanhopig als ze het even niet meer weten. Datzelfde geldt voor woorden en uitdrukkingen die ongemerkt in mijn hoofd zijn blijven hangen; zo opent de hoofdrolspeelster op één pagina twee keer haar mond om iets te zeggen en zijn staalblauwe ogen een te groot cliché.

    Taal Tikfouten

    Proeflezers kijken naar je verhaal. Loopt het lekker? Is het geloofwaardig? Grammatica en taalfouten (of zoals één van hen troostend zei ’tikfouten’) zijn in principe van latere zorg. Toch is het prettig als iemand ze al voor je aanstreept, want ondanks alle eigen checks blijkt ‘die versus dat’ of  ‘ij versus ei’ niet altijd even makkelijk. En zelfs de beginnersfout ‘ik wordt’ komt ook in mijn manuscript meerdere keren terug. Ik troost mij met de gedachte dat dictee nooit mijn sterkste punt is geweest en dat je simpelweg over je eigen fouten heen leest. Ik weet natuurlijk ook wel dat een bardame niet haar glazen met haar geblondeerde haren poetst.

    Meningen

    Kun je over taal nog het Groene Boekje erbij halen of de heerlijke Schrijfwijzer van Jan Renkema, voor de inhoud geldt: zoveel monniken, zoveel kappen. Ook mijn proeflezers hadden totaal verschillende meningen over een aantal gebeurtenissen in mijn verhaal. Wat de één niet meer dan een logisch gevolg vond, ging voor de ander veel te snel. Van geen van hen heb ik overigens gehoord dat de seks-scenes eruit moesten.

    Overeenkomsten waren vooral te vinden in de motivatie van personages. Zo vindt mijn hoofdpersonage Lisette een kistje met documentatie van haar overleden moeder. Een moeder met wie ze geen goede band had. Waarom wil ze dan toch de betekenis van de documentatie achterhalen? En waarom neemt de ‘slechterik’ zoveel risico?

    De feedback van de meelezers bevestigt ook dat door het verwijderen en samenvoegen van personages en scènes, relevante informatie is weggevallen. Dit zijn o zo belangrijke punten, die je als schrijver vaak niet meer opmerkt, omdat je teveel in het verhaal zit.

    Hoe nu verder?

    Het mag duidelijk zijn: er is weer werk aan de winkel. Met alle feedback in mijn achterhoofd ga ik nu zelf mijn manuscript in boekvorm doorlezen. Ik verwacht dat ik op deze manier vanzelf merk wat ik wel en wat ik niet aan moet passen. Het zou nog wel eens tot een verrassende wending kunnen leiden.

  • De vraag die geen vraag is

    De vraag die geen vraag is

    Ken je dat? Je vraagt wat aan je kind, maar eigenlijk geef je een opdracht waarop maar één antwoord mogelijk is: ja. Alleen je kind denkt daar heel anders over.

    Wie een vraag stelt, kan ook een ongewenst antwoord krijgen. En als het gaat om een tas opruimen, sokken pakken of een deur sluiten, is dit antwoord al snel ‘nee’. Ik mag dan vinden dat het gehoor geven aan zo’n opdracht een logisch gevolg is op mijn vraag, mijn kinderen vinden veelal van niet.

    Opdracht

    Wat ik natuurlijk zou moeten zeggen is ‘jij gaat nu je tas opruimen’. Dat is concreet en biedt geen ruimte voor ontkenning. Ik vroeg immers om actie en niet naar hun bereidwilligheid daarvoor.

    Het klinkt zo logisch en toch vergeet ik het vaak weer. Zo had ik onlangs een What’s App-gesprek met de oudste, die samen met z’n broertje buiten opzoek was naar de onvermijdelijke Pokémons.

    Onderhandeling

    Het gesprek begon met de in mijn ogen alleszins redelijke vraag:

    ‘Komen jullie naar binnen?’

    Waarop het antwoord was:

    ‘Nee, nog heel even.’

    En ik verbaasd en licht geïrriteerd reageerde met:

    ‘Nee, gewoon nu komen.’

    Daarop begon de onderhandeling:

    ‘Maar er is hier een hele zeldzame Pokémon!’

    ‘Je kunt zo terug gaan. Ik wil dat je eerst naar huis komt.’

    ‘Oké. 10 min.’

    ‘Nu!’

    ‘Oké.’

    ‘Braaf.’

    Kinderen zijn soms net puppies: korte, eenduidige instructies met een beloning achteraf werken het beste.

    De grap is dat mijn kinderen zelf ook de vraag-die-geen-vraag-is stellen:

    ‘Mamma, mag ik nog een filmpje kijken?’

    ‘Nee.’

    ‘Maar waarom niet???!!’

    Met alle discussie van dien.

    Regeren is vooruitzien

    Voor een aantal van dit soort situaties hebben we hier thuis inmiddels een oplossing gevonden. Zo kondig ik altijd ver van te voren aan wanneer we gaan eten, zodat ik als het eenmaal zover is, geen te lange ‘maar ik wilde net a, b of c gaan doen’ discussie krijg.

    Ook vraag ik tegenwoordig niet of ze de iPad willen wegleggen, maar hoe lang het filmpje nog duurt wat ze aan het kijken zijn. Als dit nog maar tien minuten is, dan gun ik ze liever die tijd, dan het gevecht aan te gaan. Tijd die eenvoudig terug te winnen is, door de vraag tijdig te stellen en dus niet op het moment dat je wilt dat ze in de actie schieten.

    Ik zeg je, regeren is vooruitzien. Zeker als ouders.

     

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company

  • Niet storen, ik lees!

    Niet storen, ik lees!

    Het zal je niet verbazen dat ik vind dat iedereen zou moeten lezen. Lezen is verrijking en ontwikkeling, maar ook ontspanning en ontsnapping. Lezen kan je dichter bij jezelf brengen, maar ook dichter bij anderen.

    Dat wil niet zeggen dat ikzelf dagelijks lees, die tijden zijn helaas voorbij. Met drie kinderen op de basisschool en mijn eigen schrijven heb ik vaak niet de rust om met een boek op de bank te gaan zitten. Zelfs in de vakantie grijp ik sneller naar een tijdschrift of (bekentenis!) social media. Het vluchtige lezen, vaak zonder inhoud en veel plaatjes.

    Lezen is stom

    Mijn kinderen zijn wonderbaarlijk genoeg geen lezers. ´Lezen is leuk!´ roep ik regelmatig door het huis. ´Lezen is stom,´ roepen mijn twee oudsten dan in koor. Want zij vinden lezen moeilijk en dus niet leuk. ´Lezen is moeilijk, omdat je het nog niet goed kan,´ is mijn redenering dan, want voorlezen vinden ze allemaal prachtig. ´Je hebt gewoon nog niet jouw boek gevonden,´ is mijn andere motto, want ik geloof oprecht dat er voor iedereen een boek is dat van een niet-lezer een leesliefhebber maakt.

    De kracht van voorlezen

    Ik ben groot geworden met lezen. Toen ik vroeger thuis kwam van school om te lunchen, las mijn moeder altijd voor. Gezeten op een hoge, rode kruk in de keuken werden mijn zus en ik meegenomen naar de chocoladefabriek van Willy Wonka, huilden we bittere tranen om de eenzaamheid van Remi (en de dood van het aapje) en wilden we net als Minoes ook kunnen praten met poezen.

    Kruistochten, mannen en moordenaars

    Toen ik eenmaal zelf kon lezen, beleefde ik woeste avonturen met Tiuri uit de boeken van Tonke Dragt, wist ik alles van de honderd jarige oorlog en kruistochten dankzij Thea Beckman en wilde ik door Enid Blyton ook op kostschool. Ik huilde wederom bij Schoolidyllen en Onder moeder vleugels en las op mijn twaalfde stiekem alle boeken van Leni Saris. Om nog maar te zwijgen over de Bouquetreeks. Dit werd ietwat rechtgetrokken door de fantastische regency boeken van Georgette Heyer en de betere chicklits van schrijvers als Marian Keyes.

    Later ontdekte ik het detective genre en verslond ik alle boeken van Agatha Christie, Ellery Queen en Patrick Quentin en werd ik verliefd op Lord Peter Wimsey. Ook ik bleef tot diep in de nacht op voor de avonturen van Harry Potter, kon niet wachten op de meer praktische pocket uitgave van een nieuwe Nicci French of Robert Galbraith en over ´De waarheid achter de zaak Harry Quebert‘ schreef ik onlangs nog een blog.

    Pareltjes

    Tegenwoordig probeer ik ook buiten mijn favoriete genres te lezen, want als schrijver is dat heel leerzaam. In mijn geval betekent dat meer Nederlandse boeken en meer literatuur. Soms zitten daar onverwachte pareltjes tussen, zoals het aangrijpende Niets weerstaat de nacht van Delphine de Vigan, het bizarre, maar toch pakkende De consequenties van Niña Weijers en het geestige As in tas van Jelle Brandt Corstius .

    #NSPP2016

    Gisteren werd mijn aandacht getrokken door de volgende oproep:

    MELD JE AAN VOOR DE NS PUBLIEKSPRIJS KERNJURY!

    275 leden, die een afspiegeling vormen van het Nederlandse lezerspubliek. Lezers die niet bang zijn om hun mening te geven en die ook bereid zijn om actief stemmen te werven. Zes boeken in diverse genres.

    Je begrijpt, ik heb mijzelf opgegeven!


    Ook kans maken tot de kernjury van de NS Publieksprijs te behoren?
    Iedere Nederlander van 18 jaar en ouder kan lid worden. Aanmelden kan nog t/m 25 september a.s.

  • Frites op een altaar

    Frites op een altaar

    Gingen enkele jaren geleden de sterrenkoks back-to-basic met hun restaurants, tegenwoordig gaan ze nog een stapje verder. Fast-food op niveau is hot, alleen de beste ingrediënten, zonder conserveringsmiddelen en in een instagram-waardig interieur.

    Sergio Herman spant hierbij de kroon. Bereikte informatie over de hot dogs van Ron Blaauw of de hamburgers van Robert Kranenborg mij nauwelijks en loop ik puur per toeval langs De Frietwinkel van twee voormalige medewerkers van Restaurant Niven, om het friet-initiatief van Sergio Herman kan ik niet heen.

    Marketing

    Deze sterrenkok uit Zeeland heeft zijn marketing goed voor elkaar, zodat wij al weken van te voren op de hoogte zijn van de opening van zijn Frites Atelier Amsterdam in de Venestraat te Den Haag. Dat Amsterdam in de naamgeving zorgt nog voor enige discussie en ook ik vraag mij af of het nou echt zo nodig is, ondanks de internationale ambities. Wat is er mis met Holland of Dutch? Ook de verwijzing naar ´we´ op de website roept bij mij verwarring op, ´we hebben sterrenchef Sergio Herman gevraagd onze frites te maken´. Het was toch het Atelier van Sergio Herman zelf? Wie zijn dan die ´we´?

    Tot zover de communicatie, het gaat uiteindelijk om het product zelf. Mijn verwachtingen zijn hoog gespannen, een sterkok kan zijn signatuur wel meegeven, maar wordt dit ter plaatse ook waargemaakt?

    Bistro

    De eerste keer loop ik zowat het Atelier voorbij, dat weinig opvallend tussen de mainstream winkelketens ligt verscholen. Een klein uithangbord en een donkerblauwe gevel, waarin met gouden hoofdetters de naam van het etablissement is gegraveerd. Twee houten bankjes aan weerszijde van de deur bieden beperkte zitgelegenheid. Piet Boon tekende voor deze gewenste uitstraling van een naar eigen zeggen ouderwetse Frans-Amsterdamse brasserie. Persoonlijk vind ik het Amsterdamse wederom onnodig, wie in België of Engeland is geweest, zal ook deze bistro-look herkennen. Om nog maar te zwijgen over Diagon Alley (wegisweg) uit Harry Potter.

    Frites Atelier Amsterdam

    Signatuur

    Wat niet wil zeggen dat ik er niet blij van word. In tegenstelling, de buitenkant van het Atelier nodigt uit tot nadere inspectie en wie daar aan toegeeft, wordt niet teleurgesteld. De zwart-wit mozaïek vloer werd speciaal in Italië  vervaardigd en let vooral op de houten vloer er omheen, de planken zijn afkomstig uit een kerk (zou het The Jane zijn?). Ik word ontvangen door een meer dan vriendelijke dame, die uitgebreid de tijd neemt om mij de kaart en achtergrond van het Frites Atelier toe te lichten. Na enig twijfelen, kies ik voor Sergio’s Premium met tomaat, parmezaan, limoen en basilicum. Ik ben tenslotte opzoek naar zijn signatuur en Vlaamse stoverij om elf uur in de ochtend voelt toch niet zo aantrekkelijk.

    Puur

    Terwijl de frites liggen te pruttelen in natuurlijk vet, legt mijn gastvrouw uit dat de aardappelen drie keer per week uit Zeeland worden aangeleverd. Deze keer is het de Agria aardappel, maar dat kan de volgende keer weer anders zijn. Net zoals de kleur van de frites (een jonge oogst geeft blekere aardappelen), die in tegenstelling tot fabrieksfrieten, ongemoeid wordt gelaten. Het gaat om puur eten, vandaar dat ook de schil van de aardappel nog terug is te vinden op de frites. Ik ben benieuwd, in mijn ervaring wil dit nog wel eens leiden tot een te grote smaak-associatie met gepofte aardappelen.

    Mijn frites worden geserveerd in een kartonnen bakje met vetvrij papier en een door Kamagurka verfraaide papieren servet erbij. Met de parmezaan en basilicum de meest stijlvolle presentatie van een patatje die ik ooit heb ervaren. Maar zoals ze zeggen ’the proof of the pudding is in the eating’ en dus verplaats ik mij naar buiten om aan één van de twee sta-tafels dit te gaan doen.post_banner_710_270_fritesatelier_03

    post_banner_710_270_fritesatelier_02

    Frites-maaltijd

    Nog nooit heb ik een portie frites zo aandachtig bekeken en opgegeten. De frites zijn over het algemeen lekker lang en goed doorgebakken, zonder aangebrand te ogen. Omdat ik een hekel heb aan bleke en slappe exemplaren, is dit een goed teken. De vraag is of ze ook zo smaken.

    Dat doen ze. Krokant van buiten, met een aardappelsmaak van binnen zonder dat deze overheerst. Het woord ’taai’ komt in mij op, maar dan op een positieve manier. Ook de smaak van de schil is bijzaak, hier proef je echt friet. Niet vet, wel zout. De combinatie met limoen en basilicum is verrassend smakelijk, alleen de parmezaan had wat minder gekund. Sneller dan gewenst is mijn bakje leeg en lik ik, geheel tegen mijn gewoonte, de overgebleven saus met mijn vingers op. Ik heb het gevoel een frites-maaltijd te hebben gegeten in plaats van een bakje patat en dat verzadigde gevoel houdt de uren daarna stand.

    Is Frites Atelier Amsterdam de moeite van een bezoek waard? Absoluut! Niet alleen om te zeggen dat je bij Sergio hebt gegeten, maar vooral omdat het Atelier friet laat smaken naar friet. Gek eigenlijk, dat het daarvoor op een altaar moet worden gezet.

    post_banner_710_270_fritesatelier_04

  • Welke rol heb jij?

    Welke rol heb jij?

    De naam ‘De Mama Company’ verwijst naar de verschillende rollen die je naast die van moeder hebt. Dat kan een relatie tot iemand zijn of het beroep dat je uitoefent.

    De kans is groot dat we in dit rijtje van rollen niet iets zullen noemen waar anderen voor betaald worden en wij niet. En als we dat wel doen, zullen we er waarschijnlijk luchtig over spreken; je bent amateur fotograaf of houdt erg van schilderen of zeilen.

    Dat is natuurlijk helemaal niet erg, tenzij het een rol betreft waarvan we eigenlijk vinden dat we het ook zijn. Sterker nog, als we er over nadenken, zouden we morgen nog onze huidige baan opzeggen om deze rol fulltime invulling te gaan geven. Als dat eens zou kunnen!

    Vrouwelijke bescheidenheid

    Eén van mijn rollen is schrijver, maar het heeft lang geduurd voordat ik mijzelf ook zo durfde te noemen. Ik was communicatiespecialist, daar had ik tenslotte de afgelopen vijftien jaar mijn brood mee verdiend. Zelfs toen ik een dag minder ging werken om eindelijk ´dat boek te schrijven´, bleef het een hobby. Immers, zolang dat boek niet gepubliceerd is, val ik in de groep die officieel geen schrijver is.

    De vraag is of dit terecht is. Of is het typische vrouwelijke bescheidenheid? Onzekerheid? Als ik als schrijver serieus genomen of op z´n minst gezien wil worden, zal ik mijzelf toch ook als zodanig moeten profileren. Zeker toen ik besloot mij volledig op het schrijverschap te richten.

    Het roer om

    Die beslissing ging uiteraard niet over één nacht ijs. Jarenlang dacht ik thuis te horen in de snelle, liefst internationale wereld van commerciële bedrijven. Een wereld waarin snelheid zich in de praktijk richtte op de ontwikkelingstijd van een marketingcampagne (graag gisteren af) en de mate van mijn eigen profilering binnen het management team (te laag). Zelfs toen ik mijn droombaan in de culturele sector leek te hebben gevonden, bleek deze na enige tijd een nachtmerrie in combinatie met drie kleine kinderen en (laten we eerlijk zijn) mijn eigen karakter.

    Wanneer je te lang te veel ballen in de lucht houdt, zijn er twee dingen die er kunnen gebeuren. Je kunt ze allemaal laten vallen, jezelf incluis of je kunt er een aantal teruggeven aan degenen van wie je ze ooit hebt gekregen of (onbewust) van over hebt genomen. Ik deed dat laatste en had twee maanden lang last van wat de dokter noemde ontstressings-hoofdpijn. Het riep bij mij de vraag op of dat wat we doen in verhouding staat met dat wat we er voor terugkrijgen?

    Gelukkig

    Het antwoord op die vraag is voor iedereen anders en zal afhankelijk zijn van de fase waarin je je bevindt. Waar het om gaat, is dat je achterhaalt wat voor jou de beste balans is en voor mij begint dat met de vraag wat je gelukkig maakt. Vervolgens inventariseer je wat je moet doen en laten om dit te bereiken. En dan komt de meest belangrijke vraag: heb je dit ervoor over? Het antwoord zal in heel veel gevallen ‘nee’ zijn. Vaak verstopt in allerlei excuses als ‘wie zit hier nou op te wachten’, ‘het is nu niet het moment’, ‘mijn partner/omgeving ziet mij aankomen’, ‘het lukt toch niet’ of ‘ik heb hier niet de juiste opleiding voor’. Ik moet eerlijk zeggen dat als je nog in deze fase zit, het waarschijnlijk ook niet het moment is om het roer om te gooien. Want dromen realiseren, is niet hetzelfde als alleen maar doen wat je leuk vindt.

    Keuzes

    Toen ik besloot mij volledig op het schrijverschap te richten, vielen niet alleen mijn collega´s, maar ook een heel salaris weg. Dat betekent dat er andere dingen ook het veld moesten ruimen. Onze kinderen gaan niet meer naar de opvang, dus heb ik nooit een volledige schrijfdag (lees: werkdag) en zijn de vakanties verdomd lang. Ik ben mijn financiële onafhankelijkheid kwijt, doe de meeste boodschappen en zorg dat het eten op tafel staat. Als je mij dat tien jaar geleden zou hebben verteld, had ik je voor gek verklaard. Daar staat tegenover dat er veel minder stress in ons huishouden is, juist vanwege het feit dat ik thuis werk. En zolang ik de discipline opbreng om van negen tot half drie achter mijn computer aan mijn boek en blogs te werken, haal ik genoeg voldoening uit dat wat ik doe.

    Dat van die discipline is belangrijk. Als je aan je eigen droom werkt, zullen weinig mensen je achter je broek aan zitten. En na een paar weken is het nieuwtje er echt wel af en komt de fase van doorzetten. Ik geef direct toe, ook ik heb mij in de afgelopen drie jaar wel eens laten verleiden tot een detour, puur omdat het nieuwe project zoveel leuker leek dan het schrijfproject wat ik inmiddels wel kende. Uiteindelijk kwam ik, sneller dan gedacht, weer terug bij dat waar mijn hart echt ligt, het schrijven.

    Schrijver

    Het manuscript van mijn debuut roman Familiegeluk ligt momenteel bij de proeflezers, ik heb een eigen website (bs) barbaraschrijft.nl en mijn blogs worden gepubliceerd op meerdere online platforms. Naast moeder vind ik inmiddels dat ik ook schrijver ben. En dat alles omdat ik een paar jaar geleden mij afvroeg of dat wat ik deed, het ook waard was.


    Deze blog werd ook gepubliceerd bij De Mama Company

     

  • Schrijven tijdens de vakantie

    Schrijven tijdens de vakantie

    Als thuis-schrijver met kinderen op de basisschool is de zomervakantie wat betreft schrijven een weinig productieve periode. Niets zo naïef dan te denken dat je tot meer komt dan een enkele blog en wat berichten op social media.

    Door ervaring wijs geworden, had ik dan ook mijn schrijfactiviteiten de afgelopen zes weken op een zeer laag pitje gezet. Aan mijn debuutroman Familiegeluk werd niet geschreven.

    Deadline

    Toch stond het boek-in-wording proces niet stil. Regeren is voorruit zien en dus had ik mijzelf al eerder een deadline gesteld. Met mijn mensenkinderen thuis was de zomervakantie bij uitstek de periode om mijn schrijfkindje uit handen te geven aan de meelezers en daarvoor diende de tweede versie van mijn manuscript af te zijn.

    Proefexemplaar

    Een deadline doet wonderen en begin juli had ik versie twee van mijn manuscript afgerond. Hoofdstukken en personages waren geschrapt, gefuseerd en een enkele keer weer teruggeschreven, omdat ze toch onmisbaar bleken. Van de oorspronkelijke 181.000 woorden bleven er 113.000 over, zodat het verhaal meer focus en vaart kreeg. Na een eerste print-out van de copyshop, kreeg ik van een bevriende uitgever de tip via mijnbestseller.nl een proefexemplaar van mijn verhaal te bestellen, zodat in ieder geval twee van de drie meelezers niet meer een multomap, maar een heus boek in handen zouden krijgen. Nog steeds een manuscript (draft) versie, maar wel met een heel andere leeservaring.

    Meelezers

    Die meelezers heb ik uit mijn naaste omgeving gekozen, allemaal vrouw en leesliefhebber. Daarnaast hebben ze nog wat: de eerste schrijft zelf al jaren in mijn ogen zeer verdienstelijke stukken en is zeer kritisch op wat wel en niet goed schrijfwerk is. De tweede leest zowel thrillers als de betere chicklits en romans, wat haar spot-on in mijn beoogde doelgroep plaatst. De derde is journaliste van beroep en het wachten is alleen nog maar op haar eigen boek. Dat ze mij kennen, maakt objectief beoordelen wellicht lastiger, maar zoals één van hen naar aanleiding van het meelezen zei, ´loslaten dat jij het had geschreven, ging eigenlijk heel snel´.

    Daarnaast heb ik ook een vragenlijst opgesteld. De open ‘wat vond je van het boek’-vraag (waarop ‘leuk’ geen antwoord is), dient als eerste beantwoord te worden. Pas daarna komen de meer gerichte vragen aan bod, zodat ze het antwoord van vraag één niet kunnen beïnvloeden. De vragenlijst is een leidraad, ik verwacht niet per se een volledig ingevuld formulier terug. De komende twee weken heb ik met elk van hen een afspraak om hun mening over mijn verhaal te bespreken. Wat moet zeker blijven en wat kan er beter?

    Verbeterpunten

    Want dat er dingen beter kunnen, is één ding dat zeker is. Als schrijver ben je op een gegeven moment blind voor de lacunes in je verhaal. Eigen redactie, zeker in de vorm van het verwijderen van hele hoofdstukken, brengt het risico met zich mee dat gebeurtenissen of personages die de redactieslag wel hebben overleefd te veel op zichzelf komen te staan. En wat voor mij als schrijver vanzelfsprekend is (verweven als ik ben met mijn verhaal), kan bij de lezer juist vraagtekens oproepen.

    Ben ik bang voor de feedback? Nee, totaal niet. Ik heb er juist heel veel zin in!

  • Me-time in het tuincentrum

    Me-time in het tuincentrum

    Het is woensdag en de kinderen zijn onder de hoede van echtgenoot. Wat betekent dat ik een vrije vrouw ben.

    Hoe heerlijk, zeker in de vakantie. Een dag lang tijd voor mijzelf. Even geen politieagent zijn, vieze snoeten en handen poetsen of anderszins. Deze dag is helemaal voor mij.

    ‘Wat ga jij vandaag doen?’ vraagt echtgenoot, met een jaloerse ondertoon in zijn stem. Om ons heen rennen de kinderen elkaar gillend achterna met nerf-pistolen.
    ‘Ik denk dat ik naar het tuincentrum ga.’
    De stilte die volgt is met recht oorverdovend te noemen.

    Kleinburgerlijkheid

    Natuurlijk weet ik ook hoe vreselijk zo’n centrum is. De net iets te glimmende spiegels, de houten borden met mindfull-achtige teksten en de accessoires die je precies vertellen waar je je sleutels, servetten of zeep moet laten, om onverklaarbare redenen vaak in het Engels of Frans.

    En toch. Ik hou van de kleinburgerlijkheid in een bouw- of tuincentrum. Wie goed kijkt, vindt nog eens een betaalbaar styling-object (net zoals zwangerschapswinkels vaak hele leuke sieraden en tassen verkopen, maar dat terzijde). Daarnaast heeft het betere centrum een horeca gelegenheid en gratis toilet en WiFi, ideaal om tussendoor een blog te schrijven.

    Het Tuinhuis

    En zo komt het dat ik mij op mijn vrije woensdag bij de Praxis in Zoetermeer bevind, bekend om zijn uitgebreide tuincentrum. Ik heb mijzelf van te voren goed voorbereid op internet en weet wat ik zoek. Het is rustig en ik doe een inventarisatie rondje alvorens mij naar cafetaria Het Tuinhuis te begeven, gelegen midden in, jawel, het tuingedeelte. Het aanbod is verrassend breed en op het eerste gezicht vers. Mijn verwachting wordt evenwel direct bijgesteld door de jongeman achter de toonbank, die elke vraag van z’n collega weinig overtuigend beantwoordt met ‘volgens mij wel, ja.’

    Naast Het Tuinhuis zit een heus klim- en ballenbak, waar een klein aantal kinderen in en uitrent. Nog zo’n voordeel van hier kinderloos zijn, is dat ik in dit speelgedeelte nu geen orde hoef te handhaven, wat zeker nodig zou zijn geweest. Om nog maar te zwijgen over de onvermijdelijke ‘gaan we al?’ (oudste), ´het is hier saaaai´ (middelste) en ‘nog een keer!’ (jongste) discussies. Als dat geen vrijheid is!

    Grote mensen tuin

    Na een broodje (toch niet zo) hete kip en verse muntthee is het tijd voor een serieuze speurtocht naar afgeprijsde tuinartikelen, uiteindelijk de hoofdreden om juist nu naar het tuincentrum te gaan. Ik droom al maanden van een grote-mensen-tuin, waarin de loungehoek een vaste vuurschaal en stijlvolle overkapping heeft (voor de koudere avonden), de eettafel onmiddellijk doet denken aan Italiaanse huwelijksfeesten en de BBQ op subtiele wijze verwerkt is in de steigerhouten buitenkeuken. Dit alles opgeleukt met vrolijke kussens, weelderig bloeiende bloemen en sfeerverhogende verlichting in de pergola. Als ik helemaal gek doe, voeg ik er ook nog een buitenmat aan toe.

    Een half uur later bevinden zich in mijn mandje zes kaktussen, een stenen uiltje, dito vaasje en een plant waar ik de naam niet van kan onthouden. En oja, een rieten tissuedoos. Brengt dit mijn grote-mensen-tuin dichterbij? Helaas niet. Het beschikbare aanbod van kunststof stoelen en eettafels sloot niet aan bij de door mij gezochte Italiaanse beleving, net zoals de laatste afgeprijsde kussens niet het juiste bohemien gevoel opriepen. Echtgenoot kan weer gerust ademhalen.

    En ik? Ik kruip thuis achter de computer. Want ik weet nu dat het virtuele buitenleven van het tuincentrum oneindig veel groter is dan de werkelijkheid.

     

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company.

  • Mama, ik verveel mij!

    Mama, ik verveel mij!

    Zoals ik eerder schreef, is vakantie het moment van onthaasten. Van quality-time met het gezin en vrienden tot eindelijk de tijd voor het opruimen van de kledingkast, zolder of schuur.

    Ook het aanpakken van een kinderkamer of dat ene boek lezen, het gebeurd allemaal in de vakantie. Met als summum het zalig niets doen, van waaruit creativiteit weer de ruimte krijgt en nieuwe ideeën en plannen geboren worden.

    Tot zover de theorie.

    Politieagent

    In de praktijk is de vakantie voor mij een aaneenschakeling van de kinderen stimulerend, vermanend, troostend, opbeurend, gedecideerd, wanhopig of ronduit boos toespreken. Kortom, tijdens de vakantie zit ik constant in de rol van politieagent. Zo voelt het althans. Wanneer er zes weken lang geen verplichting van school of sportvereniging is, kun je elkaar als gezin namelijk ook teveel gaan zien. Dan wordt elk moment van huisvrede de bekende stilte voor de storm, waarin broer of zus al snel iets doet wat de ander dermate irriteert dat het reden tot ruzie is.

    Afleiding

    Zijn we op vakantie, dan is daar nog de afleiding van het strand of zwembad waar we ons dagelijks naartoe begeven. Afgewisseld met uitstapjes naar lokale bezienswaardigheden, die door de kinderen ook niet altijd met evenveel enthousiasme worden ontvangen, maar eenmaal op pad en zeker achteraf, toch als succesvol ervaren.

    Thuis

    Weer thuis slaat de verveling bij de kinderen onwaarschijnlijk snel toe. Broer en zus zijn irritant, vriendjes op vakantie of te vaak gezien en alles wat ik als ouder voorstel als activiteit is per definitie stom. Net zoals dat alles wat zij verzinnen illegaal, duur of gevaarlijk is.

    ‘Mama, ik verveel me.’

    ‘Dat is goed voor je creativiteit.’

    ‘Waarom mag ik niet op de iPad?’

    ‘Omdat je al de hele ochtend televisie hebt gekeken.’

    ‘Maar ik verveel me dood en door YouTube krijg ik weer nieuwe ideeën.’

    Verleiding

    Hij-van-tien zit al een uur naast mij op de bank in de tuin. Te oud om nog naar de kinderboerderij te willen, te jong om zelfstandig naar het zwembad te gaan. Teveel jongen om te willen knutselen of tekenen en inmiddels te verveeld om plezier te halen uit zijn stuntstep of hooverboard. Het is verleidelijk om hem zijn zin te geven. Dan maar weer op dat schermpje, om van het gezeur af te zijn. Maar dat is te makkelijk en niemand heeft ooit gezegd dat ouderschap eenvoudig is.

    ‘Mamma, weet je echt niets te doen?’

    ‘Nee lieverd, ik weet het ook niet.’

    ‘Dit is echt de stomste dag van mijn leven.’

    Als tienjarige kan een vakantiedag lang duren. Als je z’n moeder bent ook.

     

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company