schrijverschap Archieven - Pagina 3 van 7 - barbarasevenstern.nl

Categorie: schrijverschap

Over het schrijven van een eigen boek, bloggen en alles wat daar bij komt kijken.

  • De kracht van spannend schrijven

    De kracht van spannend schrijven

    Wie mij volgt, weet dat ik niet meer in de race zit voor de publiekswedstrijd van De Pennen zijn Geslepen. Dat betekent niet dat ik het programma en de wedstrijd niet meer volg. Het blijft immers leuk en vooral ook leerzaam om de complete verhalen van de tien finalisten te lezen.

    Ga ik ook stemmen? Natuurlijk. Al vind ik dat nog best lastig. Niet omdat ik er zelf niet tussen zit. Hoe spijtig ook, die teleurstelling heb ik inmiddels achter mij gelaten.

    Onbevredigd gevoel

    Wat ik lastig vind, is dat er niet één inzending direct tussenuit springt. In ieder geval niet voor mij. Ik lees alle verhalen, waarin vrouwen veelal de hoofdrol spelen en moeders en geliefden een belangrijke bijrol hebben. Ik lees ze nog een keer en kom tot de conclusie dat een groot deel mij onbevredigd achterlaat. Dat zegt waarschijnlijk veel meer over mij, dan over de kwaliteit van het schrijfwerk, maar als schrijver is het toch interessant te analyseren waarom dit zo is.

    Het brengt mij tot een aantal punten:

    • Ik kan mij niet identificeren met de hoofdpersoon. Vaak omdat de intrinsieke motivatie achter haar handelen onduidelijk is: waarom doet ze wat ze doet? Een enkele keer omdat ik te weinig achtergrond heb: waarom overkomt haar dit?
    • Aan het eind lijkt alles voor niets geweest. Omdat ik na 750 woorden het gevoel heb terug bij af te zijn of omdat er iets is gebeurd waar niemand wat mee is opgeschoten. En dit wordt alleen maar versterkt, wanneer de sfeer in het verhaal goed is neergezet en ik enorm meeleefde met de hoofdpersoon.
    • In dit verlengde heb ik ook een hekel aan een slechte afloop, ofschoon dat in het geval van De Vrijheid dermate origineel is, dat ik het wel weer kan waarderen. En hier geldt: het verhaal is verder gegaan, zij het in de voor de hoofdpersoon onprettige richting.
    • Een ander voor de hand liggend punt is de leesbaarheid van het verhaal. Vooral gevechten om uit te breken of juist iemand te doden zijn voor mij niet altijd even helder. Ik moet direct kunnen zien wat er gebeurd en dat moet geloofwaardig zijn.

    Persoonlijke ontwikkeling

    Uiteindelijk blijven er drie verhalen over, waartussen ik moet kiezen. Drones vind ik erg goed geschreven, maar geen thriller en valt dus als eerste af. De keuze is dan tussen Losgelaten en Moeder, vast ook omdat ik zelf kinderen heb. Ik lees beide verhalen nog een keer kritisch door en kies voor Moeder. Niet alleen omdat ik het in zijn geheel beter geschreven vind, maar ook omdat de hoofdpersoon een duidelijke ontwikkeling doormaakt, wat belangrijk is voor een goed verhaal.

    Ik heb mijn stem uitgebracht en ben zeer benieuwd welk verhaal de jury zal kiezen.

    Met de eigen billen bloot

    Na bovenstaande kritische beschouwing ben je wellicht nieuwsgierig naar het eind van de eerste alinea die ik zelf had ingezonden. Mijn complete verhaal vind je hier: De Afspraak. Constructieve feedback is uiteraard van harte welkom.


    Ook stemmen?
    Dat kan nog tot en met woensdag 7 december middernacht op de website van De Pennen zijn Geslepen.

  • De afspraak (inzending schrijfwedstrijd)

    De afspraak (inzending schrijfwedstrijd)

    De pijn is terug, heviger deze keer. Sam knijpt zijn ogen stijf dicht, zijn handen tot vuisten gebald. Het liefst zou hij die vuisten recht in het gezicht van de man achter hem slaan, maar hij weet dat dit geen optie is. De man heeft foto’s van hem gemaakt, foto´s die Sam niet op internet wil terugzien.
    Harde vingers boren zich in zijn heupen en hij moet op zijn lippen bijten om het niet uit te schreeuwen. God, wat haat hij deze man. Deze man, waarvan hij dacht dat hij hem kon vertrouwen.
    De zware ademhaling achter hem versnelt en Sam weet wat er gaat komen.
    Dit moet stoppen, denkt hij, en er is maar één manier waarop dat kan.

    De voordeur valt met een harde klap in het slot, gevolgd door het gestommel van voetstappen in de gang. Over tafel kijken Roos en Tom elkaar veelbetekenend aan. Er was een tijd dat ze niet konden wachten tot Sam thuiskwam, maar sinds enkele maanden brengt zijn aanwezigheid een onaangename spanning met zich mee.
    ‘Laat hem maar aan mij over. ‘ Roos doet haar best neutraal te klinken, onpartijdig. Haar vriend haalt zijn schouders op met de gelatenheid van iemand die al te vaak op de proef is gesteld.

    Achter hen gaat de kamerdeur open. Roos draait zich om. ´Sam..’ de rest van de woorden blijft in haar keel steken. Naast Sam staat een man die ze uit duizenden zou herkennen, al was het maar omdat ze hem elke dag in het gezicht van haar zoon terugziet. In haar maag vormt zich een harde knoop; wat heeft die twee bij elkaar gebracht?

    ‘Victor Sanders.’ De man steekt zijn hand uit naar Tom, die hem aarzelend aanneemt. Roos ziet hoe een spiertje bij zijn mond ongecontroleerd is gaan trillen. Ze kan het hem niet kwalijk nemen, niemand zit te wachten op een bezoek van één van Nederland’s topcriminelen.
    Een onverwacht gevoel van verontwaardiging overvalt haar. Hoe durft Victor zo haar huis binnen te vallen?
    ‘De afspraak is dat jij je hier niet laat zien.´
    Victor’s ogen staan koud als hij haar aankijkt en de knoop in haar maag wordt harder aangetrokken.
    ‘De afspraak is dat hij hier veilig opgroeit.’
    ‘Wat hij ook doet.’
    De stilte die valt, is hoorbaar en Roos’ blik glijdt naar Sam, die nog steeds naast zijn vader staat.
    ‘Sam,’ zeg ze zachtjes, ‘wat is er aan de hand?’
    Sam schudt zijn hoofd en tot haar schrik ziet ze dat er een traan over zijn wang naar beneden rolt. De laatste keer dat ze hem zag huilen was drie jaar geleden. Hij was toen acht.
    ‘Misschien kan je vriend daarop antwoord geven.’
    Verbaasd draait Roos zich om naar Tom, die zwijgt. Het spiertje bij zijn mond is harder gaan trillen.

    De beweging komt onverwacht. Tom´s blouse schuurt kort haar blote arm als hij de kamer uitrent, Victor op zijn hielen. Enkele seconden later klinkt vanuit de keuken het geluid van brekend glas.
    ‘Blijf hier,’ roept Roos tegen Sam, die nog altijd roerloos in de kamer staat.

    Wanneer ze de keuken binnenkomt, heeft Victor Tom tegen het aanrecht gedrukt.
    ´Victor, laat hem los.´
    In plaats van te luisteren, trekt hij Tom’s hoofd hard naar achteren. Tot haar ontsteltenis ziet Roos hoe hij een stuk glas zachtjes langs de keel van haar vriend laat glijden.
    ´Victor, je gaat hem geen pijn doen.´
    ´Niet zoveel pijn als hij Sam heeft gedaan.´
    ´Wat bedoel je?’
    Ondanks dat Victor zijn mond bij Tom´s oor heeft, kan ze hem duidelijk verstaan. ´Wat was het? Lust, macht of beiden?’
    Roos kijkt naar het gezicht van haar vriend, vertrokken van angst. ‘Tom, waar heeft hij het over?’
    ‘Tom houdt van kleine jongens, Roos. Alleen niet op de manier die jij en ik graag zien.’
    Om haar heen lijkt de wereld stil te staan.
    ‘Nee,’ zegt ze zachtjes, ‘dat kan niet.’
    ‘Waarom niet? Omdat hij braaf elke dag naar kantoor gaat?’
    Een geluid bij de keukendeur doet haar omdraaien. ‘Sam, jij zou in de zitkamer blijven.’
    Sam negeert haar en kijkt naar Victor. ‘Wat ga je met hem doen?’ vraagt hij op vlakke toon.
    ‘Wat we hebben afgesproken.‘
    Haar blik glijdt van de één naar de ander, vader en zoon. Dan kijkt ze naar Tom, die met grote, angstige ogen terugkijkt. Ze voelt niets meer.
    ‘Ik ben moe, mamma,’ zegt Sam naast haar.
    Roos slaat haar arm om zijn tengere schouders. ‘We gaan slapen,’ antwoordt ze geruststellend. ‘Je vader ruimt het hier wel op.’


    Bovenstaand is het complete verhaal (750 woorden) dat ik heb geschreven voor de publiekswedstrijd van De Pennen zijn Geslepen en waarvan de eerste alinea hier op hun website is te vinden. Mijn alinea heeft het helaas niet gehaald tot de beste tien inzendingen. Mijn teleurstelling was inspiratie voor de blog Zelfvertrouwen.

    Nieuwsgierig naar wat ik vind van de juryselectie van de wedstrijd? Ik schreef er de blog De kracht van spannend schrijven over.

  • Zelfvertrouwen

    Zelfvertrouwen

    Degenen die mij al langer volgen, weten dat ik een hekel heb aan schrijfwedstrijden. Dat ik mij soms toch laat verleiden tot deelname, ligt geheel aan het feit dat ik wat mijn schrijven betreft blaak van zelfvertrouwen.

    Ja, je leest het goed: ik vind dat ik goed schrijf. En dat niet alleen, ik vind ook dat ik goede verhalen bedenk. Nu schijnt in literair schrijversland het woord ‘goed’ uit den boze te zijn, net zoals de opmerking ‘het leest als een trein’, maar omdat ik niet de ambitie heb een literair schrijver te worden, trekt Zelfvertrouwen zich daar niets van aan.

    Vlotte pen

    Mijn manuscript valt in de categorie commerciële fictie voor (30+) vrouwen en mijn blogs zijn bedoeld als herkenbare non-fictie voor diezelfde doelgroep. Gemene deler: het moet vlot lezen én inhoud hebben. Dan komt je toch al snel terug op die trein.

    Zelfvertrouwen tikt dan ook onverstoorbaar verder.

    Nu al een uitgever?

    ‘Heb je al een uitgever?’ wordt mij dikwijls gevraagd. ‘Nee,’ antwoord ik dan naar waarheid, ‘laat ik eerst maar dat boek afschrijven.’ Vervolgens lees je dan in allerlei schrijfhulpboeken dat het geen kwaad kan alvast je eerste hoofdstukken naar een uitgever of literair agent te sturen. Als die het namelijk niets vinden, bespaar je jezelf een hoop werk en met name teleurstelling. Tenzij je natuurlijk van plan bent je verhaal in eigen beheer uit te geven, maar daar hebben diezelfde schrijfhulpboeken het vaak niet zo mee op, zeker als het om fictie gaat.

    Gelukkig is Zelfvertrouwen er van het begin af aan van overtuigd dat mijn manuscript een uitgever vindt. Niet omdat mijn verhaal zo uniek is, wel omdat het typisch zo’n boek is dat je als dertig plus vrouw meeneemt op vakantie. Of thuis op de bank leest. Jij en je boek. Even Helemaal Niets. Zelfvertrouwen begrijpt heel goed dat er dagelijks heel veel van dergelijke manuscripten op de zogenoemde slush pile van de uitgevers en agentschappen belanden en toch twijfelt ze er niet aan, dat mijn manuscript naar boven komt drijven.

    Zelfvertrouwen is wat je noemt, de beste vriendin van mijn schrijversambitie.

    Een platform voor schrijverstalent

    Er is helaas één ding dat Zelfvertrouwen heel snel onder de schrijftafel doet verdwijnen en dat is deelname aan schrijfwedstrijden. Niet in het begin, dan is ze nog groot voorstander. Zo’n wedstrijd is immers een mooi platform om mijn schrijverstalent te etaleren en wat Zelfvertrouwen betreft, kan ik daar niet vroeg genoeg mee beginnen. Zelfvertrouwen blaakt van positieve energie en geeft zich honderd, nee honderdvijftig procent. En ze is tevreden met het resultaat. Ze begrijpt dat bij een wedstrijd met nog 1350 andere deelnemers het best lastig is om tot de laatste tien door te dringen, maar aangezien haar geloof in mijn schrijverskunnen rotsvast is, en ze ook weet wat ik ervoor heb gedaan, blijft dit in haar ogen een onvermijdelijk, maar niet onoverkomelijk gegeven.

    Tot het moment van oordeel van de jury en het blijkt dat ik zelfs niet eens door de eerste ronde ben gekomen. Dan verschrompelt Zelfvertrouwen gelijk Voldemort in boek zeven van Harry Potter al snel tot een jankend hoopje niets. In eerste instantie doet ze nog een poging tot relativering. Ze had het leuk gevonden om aan de wedstrijd mee te doen en ze had er ook weer veel van geleerd. Manmoedig leest ze de verhalen van degenen die door de jury wél goed genoeg bevonden zijn. Ze doet echt haar best neutraal te blijven, maar de oude bravoure is weg.

    Twijfel

    Dit is het moment dat Twijfel zijn kans ziet. Ik schreef al eerder over Twijfel en hij is genadeloos. Het feit dat ik ook maar één moment serieus heb kunnen denken met mijn verhaal die wedstrijd te winnen! Hoe naïef en vooral ook zo zelfoverschattend. Ja, mijn blogs mogen dan goed ontvangen worden en de proeflezers van mijn manuscript zijn blij verrast met mijn schrijfresultaat. Maar als we eerlijk zijn (en dat zijn we tegen elkaar), dan is dat natuurlijk niet te vergelijken met de redactie van een agentschap, uitgeverij of lezersplatform. Daar zitten de echte critici. Daar zitten de mensen die weten wat schrijven werkelijk inhoudt. Want goed is niet goed genoeg, en met beter kom je er ook niet. Het gaat om best, en Twijfel weet zeker dat Zelfvertrouwen aan Hoogmoed leidt.

    Ervaring leert dat Twijfel bij gebrek aan aandacht de kamer zal verlaten. Tot die tijd zitten Zelfvertrouwen en ik stilletjes onder de tafel en likken onze wonden.

  • Help, mama blogt!

    Help, mama blogt!

    Twee weken geleden schreef collega-blogger Jeske een leuke blog over zichzelf. Daarin raakte ze een belangrijk onderwerp aan: wat zet je wel en niet over je kinderen online?

    Jeske kiest ervoor niet over de ontwikkeling van haar dochters te bloggen, met foto´s van haar meiden heeft ze geen moeite. Haar opmerking zette mij aan het denken; ik schrijf namelijk heel veel over mijn kinderen. Niet alleen hier bij de Mama Company, maar ook voor J/M voor Ouders en af en toe op mijn eigen blog barbaraschrijft.nl. Allemaal openbare websites, die door iedereen gelezen kunnen worden.

    Wat vinden de kinderen?

    Ik kan mij heel goed voorstellen dat er mensen zijn die dit belachelijk vinden. Zij zullen zich afvragen waarom ik te koop loop met de soms zeer persoonlijke verhalen over het wel en wee binnen mijn gezin. En of ik er over nagedacht heb wat mijn kinderen daar nu – of later – van zullen vinden?

    Het antwoord is een volmondig ja. Niet alleen weten zij dat ik over hen schrijf, bij elke blog vraag ik mij af of ik hen deze ook zou laten lezen. Misschien niet nu, gezien hun leeftijd, maar over een paar jaar. Het is de gewetensvraag die mij scherp houdt, zodat ik niets schrijf wat later tot ruzie en verwijten kan leiden. Voor zover ik dat nu kan overzien en überhaupt in de hand heb.

    Waar blog ik over?

    Dat is niet altijd eenvoudig. Voor De Mama Company hou ik de blogs over de kinderen luchtig en algemeen. Ik ga er vanuit dat ze me het later niet kwalijk zullen nemen dat ik hun voorliefde voor Enzo Knol en indoor speeltuinen op internet heb besproken. En als ze dat wel doen, soit!

    Voor J/M voor Ouders is het een heel ander verhaal. Daar schrijf ik over de impact van een kind met ADHD en ODD op ons gezin. Heel persoonlijk, zowel voor mijzelf als alle betrokkenen. Ook niet altijd even makkelijk om over te schrijven en toch heb ik ervoor gekozen dat wel te doen.

    Waarom überhaupt bloggen?

    Waarom? Omdat ik een verhaal te vertellen heb. Het verhaal van mij als ouder en mijn zoon als kind met een dubbele gedragsstoornis. En ofschoon mijn gezin en mijn kind uniek zijn, is het verhaal dat niet. Heel veel ouders en kinderen worstelen met eenzelfde situatie en komen er niet uit. Of komen er wel uit, maar kunnen een hart onder de riem nog steeds goed gebruiken. Als ik ook maar een klein deel van hen kan bereiken en verder kan helpen door te bloggen over mijn ervaring, dan is het voor mij de moeite waard geweest.

    Moet dat dan ten kosten van mijn eigen kinderen? Uiteraard niet

    Bespreekbaar maken

    Ik schrijf geen sensatieverhalen, maar wil lastige situaties bespreekbaar maken, zodat een ander daar wat aan heeft. Dat betekent dat ik mij in mijn blogs richt op feitelijke gebeurtenissen en vooral mijn eigen rol in het verhaal. Ik (ver)oordeel mijn kinderen niet, maar probeer ze te begrijpen. En dan gaat het er niet zozeer om wat ze doen, als wel waarom ze iets doen. En hoe ik daar als ouder mee omga.

    En dat brengt mij bij mijn laatste en tevens allerbelangrijkste punt: de invalshoek van waaruit je dingen over je kinderen online deelt. Zoals de liefde van Jeske voor haar dochters doorstraalt in de foto´s die ze van hen plaatst, zo geldt hetzelfde voor mijn blogs over mijn kinderen. Ik kan deze artikelen schrijven, omdat ik trots op hen ben en mijn vertrouwen in hen rotsvast is. En dat is wat ik elke ouder gun.

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company | uitgelichte afbeelding Shutterstock.

     

  • Ik ♥ van wonen (inzending blogwedstrijd)

    Ik ♥ van wonen (inzending blogwedstrijd)

    Mijn ideale huis staat in een jaren dertig woonwijk achter de duinen. Het is gelegen op een hoek en heeft een grote tuin op het zuidwesten. Achterin deze tuin, verscholen tussen hoge hortensia’s, staat een boomhut. Het is de favoriete speelplek van mijn kinderen.

    De natuur in huis

    Ikzelf ben het liefst in onze serre, een grote glazen uitbouw midden in het groen. Als je goed luistert, hoor je in de verte het ruisen van de zee. Overdag zit ik hier achter het houten bureau, dat we tijdens een vakantie op een lokale markt in Zuid-Frankrijk op de kop hebben getikt. Ik werk dan in alle rust aan mijn roman en blogs. De zon schijnt door het glazen dak naar beneden en verwarmt mijn rug, de geur van vers gezette koffie houdt mij scherp.

    Centrale ontmoetingsplek

    ´s Avonds schuift iedereen aan de hoge, witte bar, die onze open keuken van het woongedeelte scheidt. Deze bar is de centrale ontmoetingsplek van ons huis; vele mooie gesprekken zijn hier al begonnen en geëindigd.

    Na het eten lig ik languit gestrekt op de rode bank voor de open haard. Of ik kijk met echtgenoot een filmpje in televisiehoek, terwijl de kinderen in de achterkamer hun eigen ding doen. Dat is het fijne van mijn ideale huis, er is ruimte genoeg om bij elkaar te zitten, zonder dat je elkaar in de weg zit.

    Tot zoverre de fantasie.

    Hoe het echt zit

    Mijn werkelijke huis staat in een niet zo hippe, maar wel gezellige buitenwijk van Den Haag. De eerste keer dat mijn echtgenoot de wijk bij mij onder de aandacht bracht, dacht ik dat hij gek geworden was. Ik kwam uit Amsterdam, wat moest ik in de Vinex? Nog niet dood wilde ik er gevonden worden.

    Inmiddels zijn we tien jaar verder en ben ik steeds meer gehecht geraakt aan de omgeving. Mijn huis mag dan wel geen visgraat parket hebben en ook de plafonds zijn angstvallig laag vergeleken met een authentiek dertiger jaren woning, de buurt is extreem kindvriendelijk en mijn stookkosten zijn betaalbaar. Het enige punt is de ruimte of eigenlijk het gebrek eraan.

    Relatieve ruimte

    Ruimte is een relatief begrip, er zijn genoeg mensen die met veel minder vierkante meters dan ik prima uitkomen. Zelfs met drie drukke kinderen die er ook niet kleiner op worden. En ik ken ook mensen die in veel grotere huizen wonen en nog steeds ruimtegebrek ervaren, ook zonder die kinderen. Toch zit ik dagelijks te broeden op een plan om mijn huis op z’n minst groter te doen lijken.

    Onlangs dacht ik de oplossing gevonden te hebben: een glazen schuifpui aan de achterkant, zodat de zitkamer en tuin meer één geheel worden. ‘Ik dacht dat je met een goedkope oplossing zou komen,’ was de reactie van mijn echtgenoot hierop. Hij is van mening dat opruimen al een heleboel zou schelen. ‘De boekenkast eruit?’ was de hoopvolle suggestie van de oudste van elf, die onze inrichting hopeloos ouderwets vindt. Maar ik hou van mijn boeken en ik kan niet alle knutselwerkjes van de kinderen zomaar weggooien.

    Nee, ik broed op iets anders. Iets met veel glas en een hoge, witte bar en heel misschien zelfs een open haard.


    Deze blog is geschreven naar aanleiding van een oproep door VT Wonen voor nieuw blog talent. Het thema was ‘ik ♥ van wonen’. Ofschoon ik zeker niet een pur sang wonen blogger ben, vond ik het toch leuk om mee te doen.

  • Vervelende klusjes eerst?

    Vervelende klusjes eerst?

    Ik mag mij verheugen over een zeer flexibele echtgenoot, maar als ik hem ergens mee de kast op krijg, dan is het wel een slechte planning (oké, en dat vergeten hardgekookte ei in mijn tas). Echtgenoot is van het type ‘vervelende klusjes eerst’, wat in mijn ogen de kans op de leuke zaken in het leven angstvallig verminderd.

    Er is immers altijd wel een vervelend klusje te doen. Wat niet wil zeggen dat ik er onwelwillend tegenover sta, sommige dingen horen er nou eenmaal bij. Ik geloof alleen dat er voor alles een tijd en plaats is.

    Thuiswerken

    Mensen vragen mij vaak genoeg hoe ik thuis kan werken, wetende dat de wasmand overloopt of een kinderkamer zich in staat van ontploffing bevindt. Mijn antwoord is heel simpel: ik stoor mij er niet aan. Ik trek de deur van mijn werkkamer dicht en de rest kan mij gestolen worden. Een was die door echtgenoot ´s ochtends voor vertrek nog snel in de machine is gestopt, kan dus gerust drie uur in de trommel blijven zitten. Schrijftijd is schrijftijd.

    Efficiency

    Een ander ding is dat ik de tijdrovende, vervelende klusjes graag bundel. Een aantal in de ochtend in plaats van elke dag één. En omdat het uitgangspunt hiervan efficiency is, betekent dat een bezoek aan de schoenmaker beter combineert met een bezoek aan de daar in de buurt gelegen opticien dan met het opruimen van de zolder. Nog los van het feit dat die laatste klus minstens vraagt om een week in plaats van een ochtend.

    De noodzaak voor schoenmaker en opticien moet wel gelijktijdig vallen, anders kan ik weken rond blijven lopen met een afglijdende bril. Ik geef toe, dat is een makke in mijn planning, of in ieder geval de uitvoering ervan.

    Focus (of het gebrek er aan)

    Een ander aandachtspuntje is focus. Wellicht is het iets vrouwelijks, maar tijdens het uitvoeren van mijn vervelende klusjes word ik constant afgeleid door andere zaken. Dat begint al in de ochtend. Daar waar echtgenoot om kwart voor negen de boodschappen reeds heeft gedaan, zit ik nog met een cappuccino aan tafel door mijn social media te scrollen. In plaats van dat ik direct na het naar school brengen van de kinderen aan mijn klussen begin, gun ik mijzelf nog even dat momentje.

    Daar waar echtgenoot in de auto springt en gericht de diverse locaties afgaat waar zijn lijstje hem naar toe leidt, valt mijn oog bij het verlaten van locatie één op een nieuwe kledingwinkel waar mijn naam nog net niet op de voorgevel staat geschreven. Ik moet een kwartier wachten tot hij opent, dus dat is te overzien. Hoe vaak ben ik tenslotte in deze buurt? Precies, nooit. En was ik niet opzoek naar net zo’n jas als in de etalage?

    Prioriteit

    Natuurlijk ben ik mij bewust van het effect van die minder strakke planning op anderen. Zo kan ik het niet maken te laat op school te komen (kinderen ophalen), wil ik ook elke dag kunnen eten (boodschappen) en probeer ik niet pas te vertrekken op het tijdstip dat ik eigenlijk ergens had moeten zijn (afspraak met echtgenoot, veel van mijn vriendinnen zijn zelf notoire laatkomers). Uiteindelijk gaat het allemaal om prioriteit en keuzes (durven) maken.

    Vrijheid

    Het positieve van een minder strakke uitvoering van mijn takenlijstjes, naast een onverwachte nieuwe winterjas, is dat het mij een enorm gevoel van vrijheid geeft. Een meer gedisciplineerd persoon krijgt geheid stress of een gevoel van irritatie van mijn (in hun ogen) uitstelgedrag. Mij bieden de detours een adempauze, enerzijds uit mijn hoofd (door het winkelen) anderzijds uit het geren (door toch die cappuccino te drinken). Naast mijn schrijf-werkzaamheden zijn zulke momentjes voor en vooral ook met mijzelf, belangrijk in een week die voor een groot deel bestaat uit ervoor zorgen dat de Family Company soepel blijft draaien.

    En jij? Hoe zit het met jouw vervelende klusjes?

     

    Deze blog is ook gepubliceerd bij de Mama Company

  • Proeflezers, wat is het nut ervan?

    Proeflezers, wat is het nut ervan?

    Het moest er een keer van komen, mijn schrijverskind uit handen geven, dus dat is wat ik enkele weken geleden deed. Drie proeflezers lazen gedurende de zomervakantie het manuscript van Familiegeluk.  Inmiddels heb ik hun feedback ontvangen, de vraag is of ik er ook iets mee kan?

    Laat ik direct beginnen met te stellen dat het leuke van proeflezers is dat je direct bewondering oogst.

    ‘Je hebt gewoon een boek geschreven!’

    ‘Nou ja, boek, boek, het is een manuscript,’ antwoord ik dan snel.

    ‘Het heeft een begin, midden en eind,’ is het antwoord, ‘hoe super is dat!’

    En ze hebben gelijk, hoe super is dat? De afgelopen periode ben ik vooral bezig geweest met het comprimeren van mijn 550 pagina´s naar de 475 die het momenteel zijn. Het is makkelijk te vergeten dat het traject om zover te komen ook een hele prestatie is.

    ‘Het leest als een trein!’

    ‘Het is een echte pageturner!’

    Ik neem de complimenten in ontvangst. Het is goed ze te horen, maar nu wil ik weten wat er beter kan.

    Eigenaardigheden

    Want dat dit het geval is, weet ik zeker. Zoals ik eerder schreef ben je als schrijver op een gegeven moment blind voor de lacunes in je verhaal. Daarnaast heb je ook je eigenaardigheden. Zo blijk ik een onverwachte voorliefde voor eikenhouten tafels te hebben. En alle meelezers zijn het er over eens dat er te veel cappuccino’s en wijn gedronken wordt. Terwijl het op z´n minst opvallend is dat niemand rookt, zelfs niet begin jaren zestig, waarin een deel van mijn verhaal zich afspeelt.

    Taalgebruik

    Frappant is ook mijn soms archaïsch taalgebruik, waarschijnlijk een overblijfsel uit de tijd dat ik diep in de oudere meisjesboeken zat. Mensen zetten zich neer en deuren openen zich. Terwijl de uitdrukking dat iets je niet boeit weer ongepast is in 1963.

    Tijdens mijn eigen redactie betrapte ik mijzelf op een te veelvuldig gebruik van bijwoorden en hoewel ik daar sindsdien meer alert op ben, zijn mensen alsnog vertwijfeld of wanhopig als ze het even niet meer weten. Datzelfde geldt voor woorden en uitdrukkingen die ongemerkt in mijn hoofd zijn blijven hangen; zo opent de hoofdrolspeelster op één pagina twee keer haar mond om iets te zeggen en zijn staalblauwe ogen een te groot cliché.

    Taal Tikfouten

    Proeflezers kijken naar je verhaal. Loopt het lekker? Is het geloofwaardig? Grammatica en taalfouten (of zoals één van hen troostend zei ’tikfouten’) zijn in principe van latere zorg. Toch is het prettig als iemand ze al voor je aanstreept, want ondanks alle eigen checks blijkt ‘die versus dat’ of  ‘ij versus ei’ niet altijd even makkelijk. En zelfs de beginnersfout ‘ik wordt’ komt ook in mijn manuscript meerdere keren terug. Ik troost mij met de gedachte dat dictee nooit mijn sterkste punt is geweest en dat je simpelweg over je eigen fouten heen leest. Ik weet natuurlijk ook wel dat een bardame niet haar glazen met haar geblondeerde haren poetst.

    Meningen

    Kun je over taal nog het Groene Boekje erbij halen of de heerlijke Schrijfwijzer van Jan Renkema, voor de inhoud geldt: zoveel monniken, zoveel kappen. Ook mijn proeflezers hadden totaal verschillende meningen over een aantal gebeurtenissen in mijn verhaal. Wat de één niet meer dan een logisch gevolg vond, ging voor de ander veel te snel. Van geen van hen heb ik overigens gehoord dat de seks-scenes eruit moesten.

    Overeenkomsten waren vooral te vinden in de motivatie van personages. Zo vindt mijn hoofdpersonage Lisette een kistje met documentatie van haar overleden moeder. Een moeder met wie ze geen goede band had. Waarom wil ze dan toch de betekenis van de documentatie achterhalen? En waarom neemt de ‘slechterik’ zoveel risico?

    De feedback van de meelezers bevestigt ook dat door het verwijderen en samenvoegen van personages en scènes, relevante informatie is weggevallen. Dit zijn o zo belangrijke punten, die je als schrijver vaak niet meer opmerkt, omdat je teveel in het verhaal zit.

    Hoe nu verder?

    Het mag duidelijk zijn: er is weer werk aan de winkel. Met alle feedback in mijn achterhoofd ga ik nu zelf mijn manuscript in boekvorm doorlezen. Ik verwacht dat ik op deze manier vanzelf merk wat ik wel en wat ik niet aan moet passen. Het zou nog wel eens tot een verrassende wending kunnen leiden.

  • Welke rol heb jij?

    Welke rol heb jij?

    De naam ‘De Mama Company’ verwijst naar de verschillende rollen die je naast die van moeder hebt. Dat kan een relatie tot iemand zijn of het beroep dat je uitoefent.

    De kans is groot dat we in dit rijtje van rollen niet iets zullen noemen waar anderen voor betaald worden en wij niet. En als we dat wel doen, zullen we er waarschijnlijk luchtig over spreken; je bent amateur fotograaf of houdt erg van schilderen of zeilen.

    Dat is natuurlijk helemaal niet erg, tenzij het een rol betreft waarvan we eigenlijk vinden dat we het ook zijn. Sterker nog, als we er over nadenken, zouden we morgen nog onze huidige baan opzeggen om deze rol fulltime invulling te gaan geven. Als dat eens zou kunnen!

    Vrouwelijke bescheidenheid

    Eén van mijn rollen is schrijver, maar het heeft lang geduurd voordat ik mijzelf ook zo durfde te noemen. Ik was communicatiespecialist, daar had ik tenslotte de afgelopen vijftien jaar mijn brood mee verdiend. Zelfs toen ik een dag minder ging werken om eindelijk ´dat boek te schrijven´, bleef het een hobby. Immers, zolang dat boek niet gepubliceerd is, val ik in de groep die officieel geen schrijver is.

    De vraag is of dit terecht is. Of is het typische vrouwelijke bescheidenheid? Onzekerheid? Als ik als schrijver serieus genomen of op z´n minst gezien wil worden, zal ik mijzelf toch ook als zodanig moeten profileren. Zeker toen ik besloot mij volledig op het schrijverschap te richten.

    Het roer om

    Die beslissing ging uiteraard niet over één nacht ijs. Jarenlang dacht ik thuis te horen in de snelle, liefst internationale wereld van commerciële bedrijven. Een wereld waarin snelheid zich in de praktijk richtte op de ontwikkelingstijd van een marketingcampagne (graag gisteren af) en de mate van mijn eigen profilering binnen het management team (te laag). Zelfs toen ik mijn droombaan in de culturele sector leek te hebben gevonden, bleek deze na enige tijd een nachtmerrie in combinatie met drie kleine kinderen en (laten we eerlijk zijn) mijn eigen karakter.

    Wanneer je te lang te veel ballen in de lucht houdt, zijn er twee dingen die er kunnen gebeuren. Je kunt ze allemaal laten vallen, jezelf incluis of je kunt er een aantal teruggeven aan degenen van wie je ze ooit hebt gekregen of (onbewust) van over hebt genomen. Ik deed dat laatste en had twee maanden lang last van wat de dokter noemde ontstressings-hoofdpijn. Het riep bij mij de vraag op of dat wat we doen in verhouding staat met dat wat we er voor terugkrijgen?

    Gelukkig

    Het antwoord op die vraag is voor iedereen anders en zal afhankelijk zijn van de fase waarin je je bevindt. Waar het om gaat, is dat je achterhaalt wat voor jou de beste balans is en voor mij begint dat met de vraag wat je gelukkig maakt. Vervolgens inventariseer je wat je moet doen en laten om dit te bereiken. En dan komt de meest belangrijke vraag: heb je dit ervoor over? Het antwoord zal in heel veel gevallen ‘nee’ zijn. Vaak verstopt in allerlei excuses als ‘wie zit hier nou op te wachten’, ‘het is nu niet het moment’, ‘mijn partner/omgeving ziet mij aankomen’, ‘het lukt toch niet’ of ‘ik heb hier niet de juiste opleiding voor’. Ik moet eerlijk zeggen dat als je nog in deze fase zit, het waarschijnlijk ook niet het moment is om het roer om te gooien. Want dromen realiseren, is niet hetzelfde als alleen maar doen wat je leuk vindt.

    Keuzes

    Toen ik besloot mij volledig op het schrijverschap te richten, vielen niet alleen mijn collega´s, maar ook een heel salaris weg. Dat betekent dat er andere dingen ook het veld moesten ruimen. Onze kinderen gaan niet meer naar de opvang, dus heb ik nooit een volledige schrijfdag (lees: werkdag) en zijn de vakanties verdomd lang. Ik ben mijn financiële onafhankelijkheid kwijt, doe de meeste boodschappen en zorg dat het eten op tafel staat. Als je mij dat tien jaar geleden zou hebben verteld, had ik je voor gek verklaard. Daar staat tegenover dat er veel minder stress in ons huishouden is, juist vanwege het feit dat ik thuis werk. En zolang ik de discipline opbreng om van negen tot half drie achter mijn computer aan mijn boek en blogs te werken, haal ik genoeg voldoening uit dat wat ik doe.

    Dat van die discipline is belangrijk. Als je aan je eigen droom werkt, zullen weinig mensen je achter je broek aan zitten. En na een paar weken is het nieuwtje er echt wel af en komt de fase van doorzetten. Ik geef direct toe, ook ik heb mij in de afgelopen drie jaar wel eens laten verleiden tot een detour, puur omdat het nieuwe project zoveel leuker leek dan het schrijfproject wat ik inmiddels wel kende. Uiteindelijk kwam ik, sneller dan gedacht, weer terug bij dat waar mijn hart echt ligt, het schrijven.

    Schrijver

    Het manuscript van mijn debuut roman Familiegeluk ligt momenteel bij de proeflezers, ik heb een eigen website (bs) barbaraschrijft.nl en mijn blogs worden gepubliceerd op meerdere online platforms. Naast moeder vind ik inmiddels dat ik ook schrijver ben. En dat alles omdat ik een paar jaar geleden mij afvroeg of dat wat ik deed, het ook waard was.


    Deze blog werd ook gepubliceerd bij De Mama Company

     

  • Schrijven tijdens de vakantie

    Schrijven tijdens de vakantie

    Als thuis-schrijver met kinderen op de basisschool is de zomervakantie wat betreft schrijven een weinig productieve periode. Niets zo naïef dan te denken dat je tot meer komt dan een enkele blog en wat berichten op social media.

    Door ervaring wijs geworden, had ik dan ook mijn schrijfactiviteiten de afgelopen zes weken op een zeer laag pitje gezet. Aan mijn debuutroman Familiegeluk werd niet geschreven.

    Deadline

    Toch stond het boek-in-wording proces niet stil. Regeren is voorruit zien en dus had ik mijzelf al eerder een deadline gesteld. Met mijn mensenkinderen thuis was de zomervakantie bij uitstek de periode om mijn schrijfkindje uit handen te geven aan de meelezers en daarvoor diende de tweede versie van mijn manuscript af te zijn.

    Proefexemplaar

    Een deadline doet wonderen en begin juli had ik versie twee van mijn manuscript afgerond. Hoofdstukken en personages waren geschrapt, gefuseerd en een enkele keer weer teruggeschreven, omdat ze toch onmisbaar bleken. Van de oorspronkelijke 181.000 woorden bleven er 113.000 over, zodat het verhaal meer focus en vaart kreeg. Na een eerste print-out van de copyshop, kreeg ik van een bevriende uitgever de tip via mijnbestseller.nl een proefexemplaar van mijn verhaal te bestellen, zodat in ieder geval twee van de drie meelezers niet meer een multomap, maar een heus boek in handen zouden krijgen. Nog steeds een manuscript (draft) versie, maar wel met een heel andere leeservaring.

    Meelezers

    Die meelezers heb ik uit mijn naaste omgeving gekozen, allemaal vrouw en leesliefhebber. Daarnaast hebben ze nog wat: de eerste schrijft zelf al jaren in mijn ogen zeer verdienstelijke stukken en is zeer kritisch op wat wel en niet goed schrijfwerk is. De tweede leest zowel thrillers als de betere chicklits en romans, wat haar spot-on in mijn beoogde doelgroep plaatst. De derde is journaliste van beroep en het wachten is alleen nog maar op haar eigen boek. Dat ze mij kennen, maakt objectief beoordelen wellicht lastiger, maar zoals één van hen naar aanleiding van het meelezen zei, ´loslaten dat jij het had geschreven, ging eigenlijk heel snel´.

    Daarnaast heb ik ook een vragenlijst opgesteld. De open ‘wat vond je van het boek’-vraag (waarop ‘leuk’ geen antwoord is), dient als eerste beantwoord te worden. Pas daarna komen de meer gerichte vragen aan bod, zodat ze het antwoord van vraag één niet kunnen beïnvloeden. De vragenlijst is een leidraad, ik verwacht niet per se een volledig ingevuld formulier terug. De komende twee weken heb ik met elk van hen een afspraak om hun mening over mijn verhaal te bespreken. Wat moet zeker blijven en wat kan er beter?

    Verbeterpunten

    Want dat er dingen beter kunnen, is één ding dat zeker is. Als schrijver ben je op een gegeven moment blind voor de lacunes in je verhaal. Eigen redactie, zeker in de vorm van het verwijderen van hele hoofdstukken, brengt het risico met zich mee dat gebeurtenissen of personages die de redactieslag wel hebben overleefd te veel op zichzelf komen te staan. En wat voor mij als schrijver vanzelfsprekend is (verweven als ik ben met mijn verhaal), kan bij de lezer juist vraagtekens oproepen.

    Ben ik bang voor de feedback? Nee, totaal niet. Ik heb er juist heel veel zin in!

  • De broodtrommel van Jelle

    De broodtrommel van Jelle

    Ik weet niet hoe het met jou zit, maar heb een zeer duale relatie met groeps-apps. En niet omdat ik geen WhatsApp heb en mij dus buitengesloten voel. Nee, mijn allergie komt voort uit de tsunami aan berichtgevingen die een groeps-app veelal tot gevolg heeft.

    ´Meld je dan af,´ zei echtgenoot, toen ik weer eens verzuchtte 34 berichten in een half uur te hebben ontvangen.

    Maar daar zit hem het probleem, dat is niet altijd handig. En meestal juist bij die tsunami-groepen.

    De groep verlaten

    Bij een uitnodiging voor een verjaardagsfeestje is het geen probleem. Je laat weten dat je niet kunt en verlaat netjes de groep. Die dit dan ook onmiddellijk weet, maar goed, jij weet ook al dat Stijn ‘helaas een hockey feest heeft’ en Suzanne ‘moet kijken of het met de oppas lukt’.
    Dat je geen flauw idee hebt wie Stijn en Suzanne zijn, maakt bij zo’n groeps-app niet uit. Dat 0645395190 ´wel heel graag aanwezig is´, zegt je immers ook niets.

    Voor- en napret

    Betreft de groeps-app een avond- of weekend weg met een vriendenclub, dan is de gedeelde informatie veelal ook nog prima te verteren. Ze wordt immers verstuurd door een beperkt aantal vrienden en zo wordt de groeps-app onderdeel van de voor- en napret.

    Piraten en prinsessen

    Nu zal er een groot aantal mensen roepen dat dit ook het geval is bij de groeps-app van schoolreisjes, kampjes, sporttoernooien en meer van dit alles.

    Ik heb daar één woord voor: NEE!

    Ik heb drie kinderen en vind het heel leuk om een grappige foto van hen te ontvangen. Waar ik geen behoefte aan heb is een live verslag van hun schoolreis. 15 foto’s van kleuters op skelters of 20 verklede piraten en prinsessen op juffendag zijn mij echt teveel. Doe mij maar gewoon maximaal 5 foto’s als impressie van de dag of nog liever, een link naar een website waar ik zelf kan beslissen welke foto’s ik download. En dan heb ik het nog niet over de video’s van tegenwoordig.

    Met zichzelf bezig

    Ooit heb ik de moed bij elkaar geraapt om na 15 foto’s van een klas bij de kinderboerderij te opperen of het een idee was al het beeldmateriaal te verzamelen en via één mail te verspreiden. ‘Zodat we ze ook in de juiste afdrukkwaliteit hebben’, had ik er nog aan toegevoegd, om te benadrukken dat ik het initiatief zeer waardeerde, alleen de vorm wat inefficiënt vond. Je moet tenslotte ook nog eens enorm uitkijken niemand voor het hoofd te stoten, want die ouders zijn maar wel mee op zo’n school-uitstap en het delen van de foto’s is natuurlijk goed bedoeld.

    Het antwoord op mijn zo zorgvuldig geformuleerde bericht was heel duidelijk: ‘dat kan ook, maar het is leuk om ze nu al te hebben’ En hup, daar kwamen weer tien niet al te beste foto’s van over elkaar struikelende kinderen door. Dit soort mensen geven mij dan toch het gevoel erg met zichzelf bezig te zijn.

    Beterschap

    Een ander punt met groeps-apps is de menselijke neiging te reageren. Zoals gezegd, iemand stuurt uiteindelijk met de beste bedoelingen een bericht door en dan kan het uitblijven van reactie nogal bot overkomen. Zeker als je ziet dat de rest wel antwoord geeft.

    ‘Pieter is helaas ziek en zal niet bij de training aanwezig zijn.’
    ‘Arme Pieter, wens hem beterschap.’
    ‘Sterkte!’
    ‘Wat een pech!’
    ‘Volgende keer beter.’

    Of:

    ´Heeft iemand de groene broodtrommel van Jelle gevonden?’
    Het enige juist antwoord hierop is in mijn ogen ‘Ja, ik neem hem morgen voor je mee.’
    En niet:
    ‘Nee, wat vervelend voor je.’
    ‘Ik zal voor je zoeken.’
    ‘Nee, hij ligt hier niet, maar Anne is ook haar Frozen vriendenboekje kwijt.’
    Goed bedoelde, maar totaal overbodige informatie voor de rest van de ontvangers.

    Relevant

    Dat een groeps-app gebruikt wordt voor oproepen en uitwisseling van relevante informatie, snap ik.  Maar lieve ouders, houd jullie persoonlijk medeleven alsjeblieft uit de groep.

     

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company