lezen Archieven - Pagina 2 van 3 - barbarasevenstern.nl

Categorie: lezen

  • Roman of thriller: de waarheid over de zaak Harry Quebert

    Roman of thriller: de waarheid over de zaak Harry Quebert

    Vanuit het terugkerende vraagstuk ‘wat is het genre van mijn boek?’ werd mijn aandacht getrokken door een interview in het NRC met de jonge Zwitserse schrijver Joël Dicker, wiens nieuwe roman tot zijn eigen verbazing als thriller gezien wordt.

    Ja, er is sprake van een moord en een waarheid, maar maakt dat De waarheid achter de zaak Harry Quebert nou direct een thriller in plaats van een roman?

    Naar mijn idee is de misdaad een laag in het verhaal, niet de kern.

    Aldus de auteur in het interview.

    Ik las het boek en snap zijn punt. Ik snap ook waarom de buitenwacht het classificeert als thriller.

    Vaart en verhaallijnen
    Het boek leest als een trein, je wilt weten wat er werkelijk gebeurd is en telkens als je denkt de waarheid boven tafel te hebben, neemt het verhaal een nieuwe wending. Hierbij worden verschillende verhaallijnen knap door elkaar verweven, waarbij er diverse sprongen in de tijd worden genomen.

    Zo leren we niet alleen het verhaal achter de jonge schrijver Marcus Goldman kennen (succesvol gedebuteerd en met een writersblock voor boek twee) of dat van zijn mentor Harry Quebert (sterauteur en al snel hoofdverdachte van de moord in het boek), maar van nog een groot aantal andere inwoners uit het kleine Amerikaanse dorp Aurora waar het verhaal zich voornamelijk afspeelt. We lezen over schrijverschap, onzekerheid, ambitie, vriendschap en liefde.

    De waarheid
    Dit alles zou kunnen leiden tot een complex en warrig verhaal, ware het niet dat alle verhalen gelinkt zijn aan de hoofdactiviteit in het boek: het achterhalen van de waarheid over de zaak Harry Quebert. Ofwel, de zoektocht naar het antwoord op de vraag wie Nola Kellergan ruim dertig jaar geleden heeft vermoord en waarom? Wellicht niet de kern van het verhaal, maar in mijn ogen wel zeker het anker.

    Focus
    Iedereen die schrijft weet (of zou moeten weten) hoe belangrijk focus is. Het laatste wat je wilt, is dat de lezer door de bomen het bos niet meer ziet in je verhaal en daarom afhaakt. Ik stel mij bij het redigeren van mijn eigen boek dan ook voortdurend de vraag: draagt dit bij aan de kern van het verhaal of is het een leuke anekdote? In dat laatste geval wordt het rücksichlos geschrapt (en ja, dat doet soms pijn).

    Roman of thriller
    De diverse verhaallijnen (lagen, zo je wilt) maken De waarheid over de zaak Harry Quebert volgens de auteur tot een roman.
    Voor mij als lezer is het simpelweg een toegankelijk en spannend verhaal. En dat klinkt weer net als een thriller.


    De waarheid over de zaak Harry Quebert is uit het Frans vertaald door Manik Sarkar.
    De foto bovenin toont een deel van de voorkant van het boek, de foto van de auteur is afkomstig van nrc.next/ Jérémy Spierer.

  • Op de fiets met Jelle

    Op de fiets met Jelle

    Eigenlijk ben ik fan van zijn zus.
    Van hemzelf had ik nog nooit wat gelezen, laat staan van zijn vader.
    Het was mijn moeder, die met het boek kwam aanzetten en aangezien ik haar zeer hoog heb zitten wat betreft leesreferenties (overigens om meer dingen, maar die zijn hier irrelevant), gaf ik het graag een kans.

    Niet dat ik iets heb met ‘afscheidsverhalen’ en als ik er over nadenk, heb ik nog nooit een reisverhaal gelezen. Ik wist dan ook niet echt wat ik moest verwachten van een boek dat verslag doet van een 1.620 kilometer lange fietstocht, ook al gaf de achterflap aan dat het om een verhaal vol absurditeiten ging. Achterflappen zijn er op gericht de lezer nieuwsgierig te maken, en Jelle Brandt Corstius geeft mij altijd de indruk te serieus te zijn. En dus verre van absurd. Wellicht komt het door de dubbele achternaam en die Rusland interesse. Zijn zus is veelal gewoon Aaf en heeft columns in bladen als VT Wonen, dat creëert direct andere verwachtingen.

    Enfin, de referentie van mijn moeder dus, in combinatie met een beperkte omvang deed mij tijdens een wachtuur-turnen-van-dochter eens niet automatisch naar de social media grijpen, maar het boek ter hand nemen.

    13 hoofstukken, van Amsterdam naar de Middellandse Zee en weer terug. Ik had het in 1,5 uur uit.

    Je mag dan op de fiets zitten met de schrijver, het verhaal leest als een trein.

    Jelle Brandt Corstius blijkt namelijk een onvoorbereide en niet zo heel ervaren lange afstand (laat staan berg) fietser te zijn, en dat schept onmiddellijk een band. Combineer dit met ontwapenende onhandigheid, een ondergrondse onzekerheid of hij het zal redden versus en kinderlijke koppigheid om het toch te doen, en ik ben om. Daarnaast is het idee om met de as van je vader een laatste fietstocht te maken helemaal niet zo absurd*, tenzij de ouder in kwestie een enorme hekel had aan fietsen. In het boek wordt die as ook nergens een ding, wat overbodig sentiment op een veilige afstand houdt.

    As in tas is een menselijk en open verhaal, dat mij vaak hardop deed lachen, maar ook raakte. Het is het verslag van een fietstocht, maar nog meer een oprechte ode van een zoon aan zijn overleden vader.

     

    * het doet me denken aan de wel sentimentele, maar desondanks prachtige Dear brother commercial die twee filmstudenten van de Baden-Württemberg maakten voor het whisky merk Johnnie Walker. 


    Het boek As in Tas kost € 14,50 en is onder meer te koop via de website van de schrijver. De fietsfoto bovenaan deze blog is afkomstig van zijn Twitter account.

     

  • De magie van Annie M.G.

    De magie van Annie M.G.

    Lang geleden, toen HTML nog de standaard programmeertaal op internet was en niemand over social media sprak, maakte ik websites. Mijn meest favoriete product uit die tijd is een eigen productie: anniemgschmidt.net.

    Krantenknipsels
    Ik ben groot fan van Annie M.G. Schmidt. Een bewondering die indertijd zo ver ging dat ik alles kocht wat met haar te maken had. Zo kwam ik in het bezit van een aantal bibliotheekmappen met krantenknipsels over Annie M.G.. De oude interviews waren dermate leuk om te lezen, dat ik er iets mee wilde doen. In mijn bewondering voor de schrijfster was ik er van overtuigd dat anderen evenveel plezier als ik zouden halen uit het lezen van de scherpe en humorvolle uitspraken uit de oude gesprekken. Ik realiseerde mij gelukkig ook dat niet iedereen zo gek als ik zou zijn om die vele pagina’s tekst lineair door te ploeteren.

    Annie M.G. zelf zei een keer over interviews:

    ‘Mensen beschikken over je, ze citeren je, ze weten van alles over je of van je. Terwijl mensen toch ook zo kunnen veranderen en zeker als je zo’n dubbel karakter hebt als het mijne, zo beïnvloedbaar bent.’

    Dat geeft te denken of mijn plan van indertijd haar zou hebben aangestaan.

    Daar staat tegenover dat ze ook eens zei:

    ‘Het is zo’n gedoe, die interviews. Je moet steeds hetzelfde vertellen en in de krant van drie jaar geleden is ook allemaal na te lezen.’

    In dit geval bood mijn initiatief de uitkomst.

    Het Grote Interview
    Het werd ‘Het Grote Interview met Annie M.G. Schmidt’ onder de eerder genoemde naam anniemgschmidt.net. Als je dat nu intikt, kom je op een Chinese pagina waarover ik – om voor de hand liggende redenen – niets zinnigs kan zeggen. Echter, ruim vijftien jaar geleden, vond je er een keur aan uitspraken van Annie M.G. Schmidt, gerangschikt op thema´s als relaties, het leven en vrije tijd.

    Het was allemaal heel recht-toe-recht-aan en zoeken op trefwoord was er zeker niet bij. Het was evenwel toch aardig en ik haalde er zelfs een interview mee in de Vara Gids. Uiteindelijk werd de hele inhoud integraal opgenomen in de eerste versie van de officiële website van de schrijfster, annie-mg.com. Een mooier compliment kon ik mij niet voorstellen, want dat betekende dat Flip van Duijn, zoon van de schrijfster, er zijn akkoord op had gegeven.

    Privé archief
    En nu heeft diezelfde Flip van Duijn het privé archief van zijn moeder geschonken aan het Letterkundig museum. Het privé archief waarin Annejet van der Zijl inzage kreeg, toen ze een biografie over Annie M.G. Schmidt schreef. Ik weet nog hoezeer ik mevrouw van der Zijl benijdde om dit, in mijn ogen, enorme voorrecht.

    Dit voorrecht is binnenkort voor ons allemaal weggelegd. De directeur van het Letterkundig museum heeft al aangegeven dat de correspondentie tussen Annie M.G. en haar moeder, haar man en haar theaterproducent het verdient integraal te worden gepubliceerd. Ook zullen de meest bijzondere stukken worden getoond in een kleine expositie, die valt in de reeks kortlopende actuele tentoonstellingen van het museum.

    Ik krijg nu al zo’n drang van binnen!


    Het Letterkundig Museum is geopend van dinsdag tot en met zondag en, samen met het Kinderboekenmuseum, gehuisvest in het Koninklijke Bibliotheek-gebouw, naast het Centraal Station van Den Haag.

    Anna, Het leven van A.M.G. Schmidt 1911-1995 (2002, Annejet van Zijl) is een must-read voor niet alleen fans van Annie M.G. Schmidt zelf, maar iedereen die van een goed verhaal houdt.

    Benieuwd naar Het Grote Interview? The Wayback Machine, het archief van Internet,  heeft er in 2000 gelukkig een kopie van gemaakt.

  • Loyaliteitsconflict

    Loyaliteitsconflict

    Ik betrap mijzelf op een loyaliteitsconflict. Niet in mijn dagelijks leven, maar ten opzichte van de twee hoofdpersonen uit het boek dat ik schrijf.

    Ik zal proberen het uit te leggen.

    Hoofdpersonen
    Mijn boek Familiegeluk gaat over de familie Sandvliet en kent twee hoofdpersonen: Eline en Ellen. Eline is de moeder van Ellen, en mijn boek begint op het moment dat zij net is gestorven. Het is 2014 en geschreven vanuit het perspectief van dochter Ellen.
    Het deel waarin Eline de hoofdrol heeft, speelt zich af in 1963 en 1964 en komt halverwege het boek aan de orde.

    Onthechten
    Tijdens het schrijven over Eline, groeide ik mee met mijn personage en haar strijd (een goed verhaal kent altijd een (persoonlijke) strijd die overwonnen moet worden). Tegen de tijd dat ik weer terug moest keren naar Ellen, had ik er moeite mee om Eline los te laten. Ik was aan haar gehecht geraakt en het was alsof ik voor altijd afscheid nam van een goede vriendin.
    Alles wat geschreven moest worden, had ik echter geschreven; het was de hoogste tijd het verhaal van Ellen weer op te pakken.

    En ook hier gebeurde hetzelfde, ik raakte gehecht aan Ellen en haar koppige zoektocht naar de waarheid achter het vermeende familiegeluk (oké, tijd voor een bekentenis: ik raakte niet alleen zeer gehecht Ellen, maar ook aan haar love-interest). Toen ik mijn laatste hoofdstuk schreef, voelde ik mij oprecht melancholisch, zoals je dat ook kan ervaren als lezer, aan het eind van een fijn boek.

    Herlezen
    Inmiddels zit ik in de fase van het herlezen van mijn verhaal. Van begin tot eind, opzoek naar inconsistenties, niet lekker lopende zinnen en bovenal irrelevante informatie. Omdat het verhaal begint en eindigt met Ellen, was het vrij eenvoudig om na het schrijven van de laatste hoofdstukken, mij direct weer thuis te voelen in het eerste deel van het boek. Ik had de tekst dan wel enkele maanden geleden geschreven, de hoofdpersoon was mijn new best friend, dus dat las als een trein.

    Nu ben ik in 1963 aanbeland en mis Ellen. Terwijl ze nog niet eens geboren is. Dit gedeelte van mijn verhaal gaat over haar moeder Eline, die ooit ook mijn goede vriendin was. Totdat ik mij ging hechten aan haar dochter. Ik worstel mij door de tekst heen, opzoek naar de hechte band die wij eens hadden.

    Herschrijven
    En dan realiseer ik mij ineens waar mijn ongeduld vandaan komt. Het gaat niet om een voorkeur voor Eline of Ellen. Het gaat er om dat het mij niet lukt in het verhaal van Eline te verdwijnen. Gebeurtenissen gaan te snel, waardoor ze ongeloofwaardig worden. Als schrijver was ik mij daar duidelijk niet van bewust, stond ik te dicht naast de personage. Als kritische lezer van mijn eigen verhaal merk ik dit wel. Ik zal serieus moeten herschrijven.

    Op Schrijven Online staat dat herschrijven vaak een oefening is in nederigheid en doorzettingsvermogen. Mijn manuscript mag dan klaar zijn, het blijft toch nog altijd versie 1.0.

  • Twijfel

    Twijfel

    Twee jaar geleden besloot ik dat het er nu echt van moest komen; dat boek dat ik altijd al wil schrijven ook daadwerkelijk afmaken.

    Deze ambitie liep uiteraard ver vooruit op de werkelijkheid, en ik heb mijn planning menigmaal aangepast. Nog steeds overigens.

    Succes
    Daarnaast word ik menigmaal overvallen door Twijfel, die zich op luidde toon afvraagt waarom ik in godsnaam zo overtuigd ben van het feit dat ik een boek kan schrijven?! En niet zomaar een boek, nee, eentje die de lezer van begin tot eind geboeid houdt. Zo één dat je niet wilt neerleggen totdat het uit is, waardoor je de volgende dag met rood doorlopen ogen van slaapgebrek op je werk verschijnt. Kortom, een boek dat een doorslaand succes wordt. Nadat een grote uitgever mij als dè grootste verrassing van het jaar heeft binnengehaald.

    Anderen zijn altijd beter
    Twijfel wijst mij fijntjes op het feit dat er al heel veel boeken uitkomen en dat deze aantallen slechts een fractie zijn van wat er überhaupt aangeboden wordt bij de uitgeverijen zelf. Twijfel is van mening dat ik dan wel een vlotte pen mag hebben, maar dat ik lang niet zo spitsvondig, laat staan literair verantwoord ben als een Niña Weijers in haar debuut roman De Consequenties. Ik roep dan hard dat ik helemaal niet de ambitie heb Niña Weijers te zijn, maar daar heeft Twijfel, eenmaal op dreef, geen oor voor.

    Dan brengt hij het laatste boek van Michael Berg ter sprake, Het meisje langs de weg, dat wij beiden weliswaar nog niet gelezen hebben, maar waarvan Twijfel overtuigd is dat het wèl de vaart en de spanning van een goede thriller heeft. En ook nog eens een liefdesverhaal! Of mij dat niet ergens aan deed denken? Ik geef schoorvoetend toe dat de omschrijving van het boek inderdaad wel wat weg heeft van mijn eigen verhaal. Maar dat mijn verhaal toch eerder een roman is met een spanningselement dan andersom. Geen thriller pur-sang. Twijfel snuift, een roman klinkt in zijn oren saai en zat daar ook niet weer de randvoorwaarde van een literair tintje aan? We zijn duidelijk weer terug bij Niña.

    Afronding
    Afgelopen week schreef ik het laatste hoofdstuk van Familiegeluk, mijn boek-in-wording. Nu begint de fase van gaten vullen, correcties doorvoeren en strak trekken, voordat ik het manuscript naar de eerste meelezers kan sturen. Voor het eerst zal ik mijn verhaal, weliswaar vanaf de computer en met mijn eigen editors pet op, van begin tot einde lezen.

    Twijfel kan niet wachten.

  • Van blog tot boek

    Van blog tot boek

    24 mei 2015 │ De eerste keer dat ik haar zie is op het vliegveld. We staan in dezelfde rij om in te checken. Ik alleen, zij met haar man en twee kinderen. Het meisje houdt haar moeder´s arm stevig vast, de jongen zit stoer op de trolley.

    De tweede keer is een half uur later, bij de gate van het vliegtuig dat mij naar Mallorca brengt voor een week ongestoord schrijven aan mijn boek-in-wording.
    ‘Ben jij…?’ vraagt ze.
    ‘Ja, ik ben…’ is mijn antwoord.
    Meer hebben we niet nodig om te weten dat, mochten de andere deelnemers van de Schrijfweek uitblinken in rariteiten, Anne en ik ons in ieder geval aan elkaar kunnen vastklampen.

    Schrijfweek
    Mijn Schrijfweek is een verjaardagscadeau van echtgenoot, omdat hij weet hoe geïnspireerd en opgeladen ik van dergelijke trips terugkom. En ook omdat hij resultaatgericht is, een Schrijfweek is dan een tastbare activiteit die concreet bijdraagt aan mijn eerste-boek-project.

    Anne heeft de week ook cadeau gekregen, van haar moeder, die meer dan zij zelf een schrijfster in haar ziet.
    ‘Nee, ik weet niet of er ooit echt een boek komt,’ zegt ze als we de eerste avond met alle deelnemers en begeleiders bij elkaar zitten.
    ‘Kunnen we al wat van je lezen?’ vraag ik.
    Anne blijkt te bloggen over haar gezin, haar man Jeroen en hun kinderen Lotte en Pepijn. En ja, daar heeft ze wel wat stukjes van meegenomen. Wellicht dat deze ooit de basis van een boek worden.

    Schrijver
    2 nov 2015 │ Daar staat ze dan,  op haar eigen boekpresentatie in deVloer in Almere. Is het werkelijk nog geen half jaar geleden dat we in de Spaanse zon notities met elkaar uitwisselden?

    ´Jij bent de volgende,´ bezweert ze mij bij binnenkomst.
    Ik hoop het van harte, maar vandaag is het haar dag. De dag waarop Anne, zoals dochter Lotte aangeeft , ook schrijver is geworden. De blogs zijn uitgebreid en omgevormd tot een fysiek boek, met een kaft, achterflap, inleiding, nawoord en ISBN nummer.

    Levensinstelling
    Op de Schrijfweek ontmoette Anne uitgever Jan-Willem Gerth. Hij was er om ons beginnend schrijvers bij te praten over de ins en outs van het uitgeven. Hij was er dus niet om ons een contract aan te bieden. Toch ging Anne naar huis met een afspraak en een paar weken later waren de papieren getekend.

    De blogs van Anne gaan namelijk over veel meer dan haar gezin. Ze gaan over haar levensinstelling, de noodzaak van het aanpassen, bijstellen, herstructureren en genieten wanneer het leven anders loopt dan anders.
    Anne weet als geen ander wat dat inhoudt. Haar zoon Pepijn heeft een beperking. Een congenitale CMV-infectie tijdens haar zwangerschap heeft de aanleg van zijn linkerhersenhelft verstoord, met alle gevolgen van dien.

    ´Een CMV-wat? ´ vraag ik onwetend.
    ´Een soort herpesvirus’, legt Anne mij geduldig uit. ‘Je kunt het oplopen door contact met lichaamsvloeistoffen.’
    ‘Lichaamsvloeistoffen?’ vraag ik, het woord klinkt toch altijd wat smerig.
    ‘Zoals urine, speeksel en bloed. En dus ook door lieve kusjes en vieze handen.´
    Ik kijk haar verbaasd aan, daar heeft iedereen toch wel eens mee te maken?
    Ze knikt bevestigend. ‘De kans is groot dat je het hebt, want 75% van de bevolking is drager.’
    ‘En jij raakte geïnfecteerd toen je zwanger was van Pepijn?’
    Anne knikt weer. ‘Je wordt er niet per definitie ziek van en als je zwanger bent, is het helemaal niet zeker dat je je kindje besmet. Die kans is zelfs vrij klein.’
    ‘Maar dat is wel wat er bij jou gebeurde.´
    ´Ja, domme pech.´

    Handvatten
    1,5 jaar duurde het voordat Anne en Jeroen een diagnose kregen voor de problemen met Pepijn.  Dat is heel lang als je ziet dat je kind achterblijft in zijn ontwikkeling. Een diagnose voorkomt niet, maar biedt wel handvatten hoe nu verder te gaan.
    ‘Door de diagnose konden we bepaalde ontwikkelingen verklaren en juist andere zaken gaan monitoren,’ geeft Anne aan.

    En nu is er dan ook een boek: Zonder meer, zonder maar, door Anne Kien. Een boek over het dagelijkse en soms hectische leven van Anne´s gezin. Het zijn humorvol geschreven stukjes, die lekker weglezen, ondanks de soms pittige inhoud.

    Een boek over een gezin dat heeft geleerd om te gaan met een kind en broertje met een beperking, en waar dit als vanzelf als een mogelijkheid wordt beschouwd. In de woorden van Lotte: ‘mijn broertje is vooral Pepijn, leuk, lief en soms onaardig.’


    En nu wil je natuurlijk het boek kopen? Dat kan in de boekwinkel en online.

    Meer weten over CMV?


    Deze blog werd ook gepubliceerd bij demamacompany

  • Het plan (inzending Editio debutantenwedstrijd 2015)

    Het plan (inzending Editio debutantenwedstrijd 2015)

    Hij stopte zijn mobiele telefoon terug in zijn zak. Liever had hij het niet zo ver laten komen, het lag niet in zijn aard om fysiek te worden; dat liep vrijwel altijd uit de hand. Daarom was het ook geen onderdeel van het plan geweest. De lichamen zouden nu snel genoeg gevonden worden. En ze hadden hem geen keus gelaten. Dat deden ze nooit, dacht hij. Het zou gekker geweest zijn als ze het nu wel hadden gedaan. Gekker, een passend woord gezien de situatie.

    Die ochtend was er weer een gesprek geweest. Deze keer met een mevrouw die zich psychiater noemde. Ze had een duidelijk Frans accent. Dat kon hij zich goed herinneren, want ze was de hele tijd aan het woord geweest. Daarbij had ze een lijst van gedragskenmerken voorgelezen. Blijkbaar die van hem. En de uitslag was niet best. Hij kon zich de exacte woorden niet meer herinneren, maar ze deden er ook niet toe. Het zou hem toch niet veranderen. Zijn ouders hadden er meer moeite mee gehad, Zijn moeder was in tranen uitgebarsten en zijn vader had geroepen dat hun zoon niet gek was. De mevrouw met het Franse accent had begripvol geknikt en een lijst met adressen over de tafel geschoven, ze hield blijkbaar van lijstjes. Zijn vader had het papier opgepakt en zonder te kijken in zijn binnenzak gestoken. Daarna hadden ze beleefd afscheid genomen van elkaar.

    In de auto terug naar huis hadden ze gezwegen. Nu er geen publiek meer was, was ook zijn moeder gestopt met huilen. Daar was hij blij om, het geluid maakte hem nerveus en als hij nerveus werd, dan ging het vaak mis.
    Eenmaal thuis was zijn vader naar zolder gelopen waar de computer stond. Hij was met zijn moeder in de zitkamer gaan zitten, zij voor de televisie en hij achter de iPad, koptelefoon op zijn hoofd. Toen zijn vader een uur later weer naar beneden kwam, zaten ze zo nog steeds; in versteende harmonie.
    ´De verzekering dekt niet alles,´ had hij zijn vader horen zeggen en zijn moeder had geknikt, haar blik strak op het scherm van de televisie gericht.
    ´Kan hij ergens terecht?’ was haar vraag tenslotte geweest.
    ‘Als we meedoen aan de sessies voor ouders.’
    Nu had ze opgekeken. ‘Het is te gek voor woorden. Ik kan echt niet elke dag vrij nemen.´
    ´Het is wekelijks en hij gaat morgen gewoon naar school.’
    ‘Daar mag ik niet meer komen,’ hij had snel geantwoord, voordat zijn moeder iets kon zeggen. Als het over hem ging, wilde hij graag onderdeel van het gesprek zijn.
    Zijn vader had een wenkbrauw opgetrokken. ‘Hoe lang gaat die schorsing nog duren?’
    ‘Tot het eind van de week.’ Hij was zijn moeder weer voor geweest. ‘Ik mis ook de Sinterklaasintocht.´
    ´Nee hoor, daar ga je gewoon naar toe.´ Zijn moeder klonk beslist. ‘Hoeveel vragen ze?’ Dat laatste was weer tegen zijn vader gericht. Die noemde een bedrag.
    ‘Belachelijk.’
    ‘Het is inclusief weekenden en vakanties.´
    ‘En je weet zeker dat het niet goedkoper kan?’
    ‘Absoluut, ik heb ze allemaal gebeld.’
    ‘Oké, dan brengen we hem er morgen heen.’
    En daarmee was het onderwerp afgehandeld.

    En had het plan urgentie gekregen. Dat hij zijn vader die avond op de overloop tegen zou komen, had niet bij het plan gehoord.
    ‘Waar ga je naar toe?’
    ‘Ik ga weg.’
    ‘Weg?’
    ‘Ja.’
    ‘Waar naar toe?’
    ‘Dat zie ik nog wel.’
    ‘Dat zie je nog wel?’
    ‘Ja.’ Hij keek zijn vader aan. Volwassenen konden soms heel dom zijn.
    ‘Ik dacht het niet,’ zei zijn vader.
    Hij knikte begripvol. Nee, hij had ook niet verwacht dat zijn vader het er mee eens zou zijn. Niet op deze manier.
    Zijn moeder verscheen in de deuropening van de slaapkamer.
    ´Is er wat aan de hand?’
    ‘Hij gaat weg.’
    ‘Toch morgen pas?’ Ze leek oprecht verbaasd.
    ‘Ik ga,’ zei hij nogmaals. ‘Dag.’
    ‘Jij gaat helemaal niet.’ Zijn vader ging voor hem staan. Volwassenen waren vaak erg vermoeiend.
    ‘Hoe ver denk je dat je komt? Een kind ‘s avonds in het donker op straat? Wat denk je dat de mensen zullen zeggen als ze je zo laat nog buiten zien lopen?´
    Het kon hem niet schelen wat mensen er van dachten, maar hij wist dat het voor zijn ouders belangrijk was.
    ´Nou, geef je nog antwoord?’
    Hij keek naar de mond van zijn vader die open en dicht ging. Waarom sprak hij toch zo veel?
    ´Ik ga,´ zei hij, nu voor de derde keer en hij draaide zich om naar de trap.
    Een hand schoot uit en belette hem door te lopen. Hij voelde de warmte van zijn vaders huid door de mouw van zijn winterjas heen branden.
    ‘Jij blijft hier.’
    Ergens in zijn hoofd ging vuurwerk af. Het konden ook sirenes zijn, hij wist het niet zo goed. Wat hij wel wist, was dat de warmte op zijn arm ondraaglijk werd.
    Met een ruk draaide hij zich om en zag nog net hoe zijn vader achterover de trap afviel. Zijn moeder gilde. Nog meer geluid. Hij probeerde zich af te sluiten, maar het was al bij hem binnengedrongen.
    Zijn moeder rende langs hem heen de trap af. Hij volgde haar langzaam en zag hoe ze bij zijn vader neerknielde. ‘Die is tenminste stil,’ dacht hij.
    ‘Bel 112,’ hoorde hij haar roepen.
    Waarom? vroeg hij zich af, hij ging alleen maar weg. Dat was toch ook wat zij wilden?
    ‘Ik ga,’ zei hij voor de vierde keer.
    ‘Bel 112,’ ze klonk inmiddels hysterisch, hij moest nu echt weg. Voorzichtig liep hij om zijn beide ouders heen, opende de glazen tussendeur en stapte de voorhal in. Achter hem hoorde hij zijn moeder overeind komen.
    Ik ga, ik ga, ik ga, de woorden waren een mantra geworden. De tussendeur vloog open, maar hij was er op voorbereid. Met een krachtige beweging sloeg hij de deur terug. Het glas rinkelde toen het in frontaal contact met het hoofd van zijn moeder kwam. Hij kon nog net een stap opzij doen, zodat ze niet tegen hem aanviel, maar op de grond. Even bleef hij kijken naar haar lichaam, waaronder zich langzaam een donkerrode plas bloed vormde.
    Toen draaide hij zich om en opende de deur.

    De kou van de buitenlucht werkte kalmerend en eenmaal op de dijk stopte het vuurwerk. Hij voelde zich rustig, ontladen. 112 bellen zat niet in het plan, maar zijn moeder had serieus geklonken en zoals altijd na een uitbarsting wilde hij haar graag tegemoet komen. Het gesprek hield hij kort, een ambulance naar een adres. Nu ging hij echt weg, volgens plan.


    Dit korte verhaal was mijn inzending voor de Debutantenwedstrijd van Editio 2015.
    Ik werkte toen al aan mijn boek Familiegeluk, maar was nog niet aan het bloggen.

  • De Tzum-prijs, oftewel de mooiste zin

    De Tzum-prijs, oftewel de mooiste zin

    Het regent op het moment niet alleen veel water, maar ook heel veel boek-prijzen.

    Daar kan ik erg enthousiast over worden, ondanks de confronterende waarheid dat ik veelal geen van de winnaars heb gelezen. Sommige titels staan al enige tijd op mijn te-lezen-lijstje, dat enkel maar langer wordt. Sommigen wil ik echt lezen, anderen moet ik van mijzelf lezen, ter lering als schrijver. Die laatste zijn de boeken die het langst ongelezen in de kast blijven staan, omdat ik er maar niet voor in de stemming kom. En heel veel titels halen het lijstje überhaupt niet, omdat ik al afhaak bij de omschrijving van het verhaal.

    De mooiste zin
    De lijst met prijzen is te specifiek om hier te noemen en ik laat de bespreking ervan dan ook graag over aan de vele literaire- en boekblogs die er al zijn. Eén prijs wil ik wel uitlichten, omdat ik niet wist dat-ie bestond en het echt een heerlijk fenomeen vind: de Tzum-prijs, oftewel de prijs voor de mooiste zin. Briljant!

    Persoonlijk kan ik namelijk heel blij worden van een mooi zin. Of ik hem nou zelf geschreven heb of iemand anders, een zin die goed loopt, die meer zegt dan je op het eerste oog denkt, die direct een beeld oproept, doet lachen, nadenken of een combinatie van dit alles, is prachtig. Vooral omdat het dwingt tot doorlezen; je wilt immers meer van dit fijns.

    Bijvoorbeeld deze, uit De Consequenties (2014) van Niña Weijers:

    Er volgde een uitwisseling van schouderklappen over en weer, een intrigerende omgangsvorm die voorbehouden was aan mannen onder elkaar en in heldere contouren de hele evolutie van aap naar mens blootlegde.

    Beeldend. Hilarisch. Mooi.

    Het kan ook kort en simpel. Zo word ik altijd nog heel gelukkig van de regel uit een oude cabaretvoorstelling van Diederik van Vleuten en Erik van Muiswinkel (let op het rijm):

    Dan jaag ik op een mammoet, omdat het van mijn stam moet.

    Legendarische film-quotes
    Films helpen ook om zinnen tot in de lengte van dagen in het geheugen te griffen.
    Wat dacht je van deze:

    Frankly, my dear, I don’t give a damn.

    Het zijn de beroemde laatste woorden van Rhett Butler aan Scarlett O’Hara uit de film Gone with the Wind (1939), waarbij scriptwriter Sidney Howard het woord ´Frankly´ toegevoegd heeft aan de originele zin uit het gelijknamige boek van Margaret Mitchell. Het maakt direct het verschil.

    Of deze:

    I’m gonna make him an offer he can’t refuse.

    Het is de meest bekende zin uit The Godfather, zowel het boek (1969) als alle drie de films, beiden geschreven door Mario Puzo.

    Uit Casablanca (1942) dringt zich de beroemde zin op van Humphrey Bogart aan het eind van de film:

    Louis, I think this is the beginning of a beautiful friendship.


    Het belang van openingszinnen
    Elk beginnend schrijver krijgt te horen dat zijn of haar boek valt of staat bij de openingszin. Het is deze zin die de potentiële lezer als eerste ziet, als hij het boek opent. Een slechte openingszin betekent dat de lezer het boek teruglegt. Bij een goede zin leest hij door, nieuwsgierig of op zijn minst geprikkeld, naar meer. En dat betekent een potentiele verkoop voor jou als schrijver.

    Wat maakt een zin nou tot een goede openingszin?

    Het kan de laconieke logica zijn, die je verder doet lezen, of je het er nou wel of juist niet mee eens bent, zoals die uit Jane Austen’s Pride and Prejudice (1813):

    It is a truth universally acknowledged, that a single man in possession of a good fortune, must be in want of a wife.

    De incorrectheid van iets dat anders niet zou zijn opgevallen uit George Orwell’s 1984 (1949):

    It was a bright cold day in April, and the clocks were striking thirteen.

    De veelomvattendheid, waarbij de tegenstellingen direct vragen oproepen uit Charles Dickens’ A Tale of Two Cities (1859):

    It was the best of times, it was the worst of times, it was the age of wisdom, it was the age of foolishness, it was the epoch of belief, it was the epoch of incredulity, it was the season of Light, it was the season of Darkness, it was the spring of hope, it was the winter of despair.

    Dat dit ook korter kan bewijst Vladimir Nabokov in zijn Lolita (1955):

    Lolita, light of my life, fire of my loins.

    En zo kan ik nog uren doorgaan.

    Tzum-prijs 2015
    De Tzum-prijs 2015 voor de mooiste zin gevonden in een boek uit 2014 gaat naar Dimitri Verhulst met de volgende zin uit Kaddisj voor een kut:

    Jouw kapsel, voor zover dat nog een kapsel mocht worden genoemd, had veel weg van zo’n in die dagen in zwang rakende ecologische tuin, waarin elke menselijke ingreep als een misdaad tegen de natuur werd beschouwd.

    Verhulst krijgt 36 euro, één euro voor elk woord, een beker en de eer natuurlijk.

    En jij? Welke zin uit een boek, film of lied is jou bijgebleven? Inspireer me en deel het via de comments hieronder.


     

    Meer lezen (klik op tekst):

  • Ik ga op vakantie en neem mee..

    Ik ga op vakantie en neem mee..

    Pogingen iets van het leven te maken; Hendrik Groen
    Ik had mijn eerste vakantieboek nog niet uit, of ik miste hem al: Hendrik Groen, de ik-persoon in ‘Pogingen iets van het leven te maken’. Hij is zo iemand van wie je hoopt dat, als je dan toch in een bejaardentehuis belandt, hij je buurman is.

    Hij mag mijn buurman nu al zijn.

    Een jaar lang geeft Hendrik Groen een kijkje in zijn leven in een verzorgingshuis in Amsterdam-Noord. Dat is niet altijd opbeurend, en zeker confronterend voor iedere 70-plusser. De gebeurtenissen zijn klein, en daarmee juist zo veelzeggend. De oprechte toon en humoristische wijze van schrijven, maakt dat het verhaal nergens over-sentimenteel of ongeloofwaardig wordt. Het is gewoon wat het is, en Hendrik weet er, samen met zijn sympathieke bejaarden vrienden, zeker wat van te maken.

    Lezen dus, met een lach en een traan. Voordat de verfilming komt.

    P.S. ook leuk vanuit de marketing: er is een grote stapel groot-letter exemplaren cadeau gedaan aan verzorgingstehuizen.

     

    Het Rosie Project; Graeme Simsion
    Waarschijnlijk was het niet eerlijk dat ik ´Het Rosie Project´ direct na Hendrik Groen ben gaan lezen. Ik was nog te vol van mijn bejaarde om hoofdpersoon Don werkelijk een kans te geven. Daarnaast waren mijn verwachtingen hoog gespannen door alle lovende reacties uit mijn omgeving.

    Het verhaal gaat over de autistische Don Tillman, een briljante docent genetica, die denkt dat hij met behulp van een zestien pagina’s tellende vragenlijst zijn perfecte partner kan vinden. Het moge duidelijk zijn dat als Rosie Jarman in zijn leven komt, zij niet hoog scoort op deze lijst.

    Ik vond het boek amusant, maar niet hilarisch en niemand kroop echt onder mijn huid. Don is te veel de ideale partner, ondanks en vooral vanwege zijn Asperger. Daarbij wordt hij erg voorspelbaar naarmate het boek vordert. Wat ook niet helpt, is dat hij de conflicten binnen het Rosie Project relatief eenvoudig weet op te lossen, waardoor de spanningsboog laag is. Love-interest Rosie zelf is sympathiek, maar meer ook niet. Evenals bij de andere personages blijft haar karakter op de oppervlakte, alles draait om het succesverhaal van Don. En dat is voor mij te eenzijdig, omdat iemand met een gedragsstoornis het zijn omgeving ook heel lastig kan maken. Echt lastig, niet leuk-en-uiteindelijk-toch-wel-handig lastig.  Dat is wellicht niet leuk voor het verhaal, maar wel beter voor de geloofwaardigheid.

    Geloofwaardigheid is zeker niet de insteek die de auteur voor ogen heeft gehad. En daar staat tegenover dat de recht-toe-recht-aan verhaallijn lekker makkelijk weg leest. Ook weet je direct al dat je niet teleurgesteld gaat worden aan het eind van het verhaal, wat niet geheel onbelangrijk is bij een feel-good boek.

    Lezen? Ja hoor. Op vakantie of juist na een te drukke (werk)week.
    Er is inmiddels ook een vervolg op de markt.


    Zout op mijn huid’
    ; Benoîte Groult
    ‘Zout op mijn huid’ van Benoîte Groult gaat over de onmogelijke, maar levenslange passie tussen een Parisienne en een Bretonse zeeman.

    Het boek werd onverwacht genoemd door één van de personages in mijn eigen boek-in-wording en dat leek me reden genoeg om het zelf ook te lezen. Het is immers al jaren een zeer beroemd liefdesverhaal en wat mij betreft verplichte kost voor iedereen die denkt met E.L. James weg te komen.

    Het is ook een bijzonder boek. De ik-schrijfstijl brengt je onder de huid van de hoofdpersoon, terwijl de meer afstandelijke hij/zij-vorm, die eveneens in het boek wordt gehanteerd, een beschouwend perspectief biedt. En de hele tijd voel je je als lezer de voyeur van de lust, liefde en wanhoop van hoofdrolspelers Lozerech en Gauvain.

    Prachtig intens geschreven, maar ook met humor en herkenning. En zinnen die ik nog een paar keer opnieuw zal moeten lezen om ze volledig te bevatten. Het eind is onontkoombaar, en toch hartverscheurend.

    Lezen dus!

  • Wat voor boek schrijf je?

    Wat voor boek schrijf je?

    De nominaties voor de Hebban Thriller Debuutprijs 2015 zijn bekend en dat deed me nadenken over het genre van mijn eigen boek-in-wording.

    Wat voor boek schrijf ik?
    Het wordt mij vaak genoeg gevraagd.
    En ik vind het lastig om te beantwoorden.

    Vermaak
    In het begin zei ik een roman, omdat het lekker neutraal klonk. Toch voelde dit na enige tijd niet goed. Bij een roman verwacht ik iets groots en meeslepends of op z’n minst diepgaand, en  mijn boek valt toch eerder in de meer-luchtig-vermaak categorie . Wat overigens iets anders is dan trash.

    Marathon
    Een thriller dan? Er is tenslotte sprake van een moord. Op enig moment. En dat maakt het direct lastig om het in deze misdaad categorie te plaatsen. Misdaad suggereert het constante gevoel van achterna gezeten worden. Dat broeierige sfeertje dat altijd op de achtergrond aanwezig is, omdat de hoofdpersoon zich op plekken bevindt waar hij of zij beter niet kan zijn. Of dingen doet die gevaar met zich meebrengen. Het lezen van zo’n boek voelt voor mij als een marathon, je rent van het éne hoofdstuk naar het andere om achter de dader te komen. En zelfs als je even uit kan hijgen, weet je dat je op de volgende bladzijde weer zal gaan sprinten. Zeker die Noordelijke schrijvers laten mij uitgeput achter.

    Focus
    Een psychologische thriller? Dat genre waar de Saskia Noord’s en Esther Verhoef’en van deze wereld de afgelopen jaren zo succesvol mee zijn. De vergelijking roept verwachtingen op die ik direct de kop in wil drukken. Het genoemde genre kenmerkt zich in mijn ogen door het klein-houden van het verhaal. Een beperkt aantal spelers, waarbij de hoofdrolspeler zich door een fout verleden, foute beslissing, foute man of een combinatie van die drie in de problemen werkt. Uitzonderingen daargelaten, dat is waar het verhaal over gaat. Al te bloemrijke omschrijvingen van locaties of personages zal je er niet in aantreffen. Niets mis mee, ik lees het in één ruk uit.

    Whudunnit-met-beleving
    Mijn verhaal Familiegeluk heeft twee hoofdpersonen en kent 36 personages. Dat klinkt zeer ontmoedigend, zelfs voor mij, dus laat ik daar direct aan toevoegen dat ze niet allemaal een even grote rol spelen.
    Ook speelt het zich af in twee tijdvakken: het begin van de zestiger jaren en het heden. So much for het klein houden.
    Daar komt nog eens bij dat ik dol ben op beeldende verhalen, zolang de omschrijving een doel dient anders dan de auteur zijn liefde voor het onderwerp. Ik probeer dit zelf ook toe te passen in mijn boek, zodat je als lezer niet alleen het gevoel hebt naast de betreffende personage in de kamer te staan, maar ook de koffie kan ruiken en de appeltaart kan proeven (wees gerust, een redacteur zal hier op een later tijdstip genadeloos over heen gaan).

    Laten we het er maar op houden dat mijn verhaal in het whudunnit-genre valt, want uiteindelijk zal de moord wel opgelost moeten worden. En dan maakt het ook kans op een nominatie van de Hebban Thriller Debuutprijs 2016.

    Lezen en meestemmen voor dit jaar?
    Wie de vijf genomineerden van dit jaar zijn lees je op de website van Hebban.
    Nummer zes op de shortlist wordt gekozen door de lezers van Hebban, uit een voorselectie van vijf debutanten. Als je bereid bent een account aan te maken, kun je stemmen via een stemformulier (tot 31 augustus).