Iedereen met kinderen vanaf een jaar of zes – zeker in het geval van zonen – heeft vast wel eens gehoord van Enzo Knol. Wellicht heb je zelfs meegekregen dat afgelopen dinsdag de 1000ste vlog van deze pas tweeëntwintig jarige jongeman online ging. Een hele prestatie, zeker als je je bedenkt dat hij pas drie jaar aan het vloggen is. Inmiddels twee vlogs per dag, ik ben blij als ik twee blogs per week haal.
Bewerkelijk
Een tijd geleden werd ik overigens gevraagd een video-dagboek bij te houden over mijn schrijfproces. Ofschoon er direct leuke ideeën in mij opkwamen, zakte de moed mij meer dan in de schoenen bij het idee die opnames ook nog eens te moeten editen. Om nog maar te zwijgen over het feit dat ik daar dan de hele tijd mijn eigen hoofd op terug zou zien. Ik zeg je, op mijn leeftijd is dat toch anders dan op je tweeëntwintigste. Tenzij je Daphne Deckers bent natuurlijk.
Marketing
Wat is de houdbaarheidsdatum van Enzo Knol? Geen flauw idee en het maakt ook niet uit. Voorlopig geniet hij een ongekende populariteit met het simpelweg etaleren van zijn eigen dagelijks leven. Ruim een miljoen volgers op YouTube en meer dan veertig miljoen weergaven per maand. En daar komt nog eens de merchandise bij: caps, t-shirts, een giga rugzak, ook wij hebben ze allemaal in huis.
BFF Enzo Knol is een merk, nee, hij is meer dan dat. Enzo is één van de beste vrienden van mijn kinderen en ik zweer je, zelfs nu op onze meivakantie is hij erbij. Een bommetje in het zwembad is niet compleet zonder zo hard mogelijk KNOLPOWER te roepen en de vraag ‘is het al zeven uur?’ (lees: tijd voor een nieuwe vlog) klinkt ook hier weer door de kamer. Zelfs onze vakantiebestemming Spanje is bij voorbaat al goedgekeurd, omdat ‘Enzo en Dé er ook zijn geweest.’
Supertof
En nu dan de 1000ste vlog met in het kielzog daarvan een win-actie. Ik werd onmiddellijk door de oudste erbij gehaald. Samen bekeken we het filmpje, waarin Enzo de kijker opriep iets supertofs in te sturen met hemzelf als thema. Het hoefde niet super creatief te zijn, als het maar origineel was.
Onze oudste is redelijk intens, dus moest er NU en ONMIDDELLIJK iets gefabriceerd worden.
Of ik geen tekening kon maken namens hem? Nee, natuurlijk niet, legde ik verontwaardigd uit. Dat was vals-spelen en zou zeker door Enzo in één van zijn vlogs benoemd worden (van dat laatste ging ik gemakshalve maar even uit).
Winkansen
Dus ging hij-van-tien, in eerste instantie wat onzeker, zelf aan de slag met het in het vakantiehuis gevonden potlood en papier.
‘Wat kan je eigenlijk winnen?’ wilde ik weten.
Er volgde een enthousiast verhaal over alleen maar gave ooit van Enzo himself gewezen dingen, waarbij zijn allereerste vlog-camera mij het meest is bijgebleven.
‘Als je ermee schudt, hoor je balletjes rinkelen en de lens gaat niet meer terug.’
‘Dus hij is eigenlijk kapot?’ vroeg ik voorzichtig.
‘Ja.’ Zoonlief keek erbij alsof het het mooiste ding op aarde was.
Je begrijpt, de foto van zijn tekening (‘zet er ook bij dat je tien jaar bent’) is Per Hoge Uitzondering onder mijn Facebooken Twitteraccounts online gegaan.
Na een lange dag Spaanse zon, zwemmen en BBQ ligt hij moe maar voldaan in zijn bed. Zijn laatste bespiegeling op deze derde vakantiedag? ‘Ik hoop zo dat ik wat win, mamma.’
Ik moet wat bekennen.
Ik heb al twee weken niets gedaan aan Het Boek.
Helemaal niets.
Nada.
Ik heb blogs geschreven voor barbaraschrijften De Mama Company over mijn trip naar Parijs.
Ook heb ik mijn stuk over ADHD naar J/M voor Ouders gestuurd en mezelf in de kijker proberen te werken bij een kunstblad, maar Het Boek heb ik genegeerd.
Ding
En dan wordt het een ding, hè.
Dan MOET ik echt HOOGNODIG aan de slag.
Met als gevolg dat ik mijn omslagfoto’s op FB wijzig, mijn administratie bijwerk, een nieuw voortuinplan bedenk en mijn bureau opruim.
Uitstelgedrag!
Over 1,5 week is het meivakantie.
Daar tussenin zit nog een margemiddag en Koningsdag.
En ik moet ook nog naar de kapper en mijn moeder.
Kortom, heeft het nog wel zin om te gaan schrijven?
Kan ik niet beter wachten tot na genoemde vakantie, om dan met vereende krachten Het Boek weer op te pakken?
Natuurlijk niet.
Want na de vakantie is er nog steeds die social media, administratie, voortuin en dat bureau.
Om nog maar te zwijgen over de nieuwe vakantiefoto’s.
En een boek schrijft zich nou eenmaal niet vanzelf.
Flow
Tenzij je achter je toetsenbord of schrift gaat zitten en focust. Dan, als je geluk hebt, komt er op een gegeven moment die flow. Dat heerlijke gevoel dat je alleen maar met je personages mee hoeft te lopen en opschrijft wat zij zeggen en doen (eerlijkheid gebied mij hier aan te geven dat dit in de herschrijffase waarin ik mij bevind, niet echt een goed idee is; het gaat er nu om het verhaal bondiger te maken, een flow leidt veelal tot het tegenovergestelde).
Van uitstel naar focus
Die focus is echter wel waar het om gaat. En eenmaal terug bij mijn personages, terug in mijn verhaal, is het veel makkelijker de discipline van het schrijven vast te houden. Uiteindelijk is het net als met hardlopen, het stuk van de bank naar buiten is het moeilijkst.
Ik heb nog vijftien uur schrijftijd tot de meivakantie.
Er zijn er velen die het met minder per maand moeten doen.
Eigenlijk ben ik helemaal niet van moderne kunst. Ik vind het vaak ingewikkeld en bedreigend, waarschijnlijk omdat ik het te weinig begrijp. Het feit dat ik mij tijdens een lang weekend Parijs voor Fondation Louis Vuitton bevond, had dan ook alles te maken met de misleidende naam en het must-see gehalte van het gebouw.
Een ijsberg met zeilen
Fondation Louis Vuitton is een gigantisch gebouw dat als een abusievelijk geland ruimteschip oprijst uit het groen van Bois de Boulogne ten Westen van Parijs. Het is de creatie van architect Frank Gehry, bekend van het Guggenhiem Museum in Bilbao. Hij liet zich inspireren door het oude Grand Palais, gebouwd voor de wereldtentoonstelling in Parijs in 1900. Gehry´s ontwerp is opgebouwd uit witte bouwblokken (ijsbergen volgens hemzelf) omringd door twaalf glazen zeilen. Deze zeilen bestaan uit ruim 3600 glazen panelen op houten spanten, elk met een andere vorm. Foto´s tonen het gebouw met alleen doorschijnend glas, wie het nu bezoekt ziet een combinatie van oranje, blauw en groen.
Filantropisch of eigenbelang?
Volgens LVMH* is deze op 27 oktober 2014 geopende Fondation Louis Vuitton een nieuwe fase in de filantropische activiteiten van de groep en haar huizen en een belichaming van hun steun aan kunst, cultuur en erfgoed van de afgelopen vijfentwintig jaar. Dat klinkt nogal narcistisch, zeker in het licht van de grootsheid van het gebouw en critici beklagen zich er over dat het museum alleen ruimte biedt aan gevestigde kunstenaars en niet het jonge talent. In de reisgids lezen wij ook dat Bernard Arnault (President van de Fondation Louis Vuitton) een plek zocht voor zijn kunstcollectie en die van LVMH.
Persoonlijk verdenk ik zo iemand dan onmiddellijk van belastingontduiking.
De account die op een goede dag zegt dat meneer Arnault nu toch echt iets met zijn geld moet doen, voordat het wegvloeit. Arnault heeft sinds zijn ontmoeting met Gehry in 2001 al een natte droom en er is nog wel een stukje grond ten westen van Parijs beschikbaar. Met het juiste netwerk staat er binnen enkele jaren een museum voor kunst uit de 20ste en 21ste eeuw.
Een gecompliceerd gebouw
Hoe dan ook, het gebouw is de moeite waard om naar binnen te gaan, zeker op een mooie dag. Een glazen lift brengt je naar de vierde en hoogste etage, wat evenals de derde, een dakterras is om over heen te wandelen en je te vergapen aan de constructie en het uitzicht over Parijs. Een leuk nationalistisch weetje: de dakterrassen zijn van Nederlandse maak.
Wie hier loopt, kan zich goed voorstellen dat meer dan 400 mensen met behulp van robots serieus gepuzzeld hebben aan de realisatie van dit gecompliceerde gebouw. Een timelaps filmpje op de website van Fondation Louis Vutton geeft dit proces in een behapbare anderhalve minuut weer.
Het onbekende De tentoonstelling ten tijde van mijn bezoek toont het werk van elf Chinese artiesten uit de collectie van Fondation Louis Vuitton. Had ik al niets met moderne kunst, Chinese kunst zegt mij al helemaal niets. Wel even kijken, want we zijn er nu toch. Daarnaast is het ook leuk iets te bezoeken wat je uit jezelf niet zou hebben uitgekozen. Wie weet wordt ik nog positief verrast.
Chinees vakmanschap
En dat word ik. Zeker niet door alles (ik heb niets met opengesneden herten en dode bomen), maar de schilderijen van Zhang Huan vind ik prachtig. Hij maakt ze met as dat hij met behulp van honderd assistenten uit tempels haalt. Blijkbaar is dat toegestaan, het lijkt mij nogal heilig. De kunstenaar ziet het als spiritueel, want het is dit aspect in combinatie met Maoïstisch iconografie, waarmee hij een eerbetoon brengt aan de gemeenschappelijke ziel van zowel de levende als de doden. Ik zie vooral twee hele grote schilderijen en verwonder mij over de precisie en realiteit van het werk. Zowel van veraf als dichtbij blijven de schilderijen van Huan indrukwekkend vakmanschap.
Zhang Huan, National Day, 2009 | ash on linenZhang Huan, detail van Great Leap Forward, 2007 | ash on linen
Een tweede verrassing zijn de filminstallatie. Virtual reality en de werkelijke wereld lopen door elkaar heen en enkelen zijn misselijkmakend, zoals een rollercoaster dat ook kan zijn. Niet allemaal even aansprekend en toch blijf je kijken.
Verplaatsing en immigratie
Dat laatste geldt zeker voor de installatie Ten Thousand Waves door Isaac Julien, een Engelse kunstenaar van Caribische afkomst. Stel je voor: een grote donkere zaal met meerdere projectieschermen. Ga zitten op de grond en laat jezelf opgaan in de filmdialoog van de schermen om je heen. De hogere thema’s zijn verplaatsing en immigratie. Het verhaal die van de 23 illegale Chinese vissers die in 2004 in Morecambe Bay (Engeland) door het opkomende tij werden weggevaagd naast de zestiende eeuwse Chinese legende waarin Mazu, godin van de zee, de zeilers juist redt. Oude beelden wisselen zich af met met nieuwe, verschillende camerastandpunten verschijnen op verschillende schermen en dat alles met op de achtergrond een fluisterende vrouwenstem, waarvan ik mij niet eens meer kan herinneren of het Chinees of Engelstalig was. Eén grote beleving.
Regenwater en LED-verlichting
Wie het museum verlaat, doet dit niet voordat hij langs het waterbasin aan de voet van het gebouw is gelopen. Opgevangen regenwater stort zich uit over een brede trap en verdwijnt in een gracht langs het museum. Prismavormige gele glazen kolommen vormen een moderne zuilenrij, waarom is mij niet duidelijk, maar mooi is het wel (naslag leert mij dat het hier gaat om werk van de Deense kunstenaar Olafur Eliasson, genaamd Inside the Horizon; het is een LED-licht systeem met gekleurd glas, spiegels en geluid)
Al bij al is Fondation Louis Vuitton bij mooi weer zeker een bezoek waard. Is het niet helemaal om de collectie, dan toch zeker om de constructie en het uitzicht over Parijs.
Fondation Louis Vuitton 8 Avenue du Mahatma Gandhi, 75116 Paris, France
Telefoon: +33 (0)1 40 69 96 00
Wie aan musea in Parijs denkt, denkt al snel aan het Louvre. Dat is toch jammer, als je je bedenkt dat de stad zo’n 150 grote en kleine musea herbergt.
Eén van die musea is het Musée Jacquemart-André, gelegen aan de Boulevard Haussmann. Tegenwoordig is deze drukke boulevard bekend om zijn grote warenhuizen als Le Printemps en Galeries Layfayette. Zo’n 150 jaar geleden was dit, dankzij de stadsuitbreiding van prefect Haussmann, een nieuw-bij-Parijs-horend gebied, waar de rijke adel en succesvolle bankiersfamilies hun huizen lieten bouwen.
Erfgenaam en kunstliefhebber
Edouard André wordt in 1833 geboren in zo´n schatrijke Protestante bankiersfamilie en kan zich als enig erfgenaam van zowel zijn vaders als moeders kant wel wat veroorloven. In 1869 koopt hij een stuk grond aan de dan nog in ontwikkeling zijnde Boulevard Haussmann en geeft architect Henri Parent de opdracht een huis voor hem te bouwen dat zich kan meten met de grootste van het land. Parent, net gepasseerd door Charles Garnier voor de bouw van het nieuwe Operahuis in de stad, voert de opdracht met verve uit. In 1876 vindt de zeer succesvolle inauguratie van het huis plaats en kunnen de genodigden zich vergapen aan de theatrale smaak van de eigenaar en de architect.
Grandeur
Wie het huidige Musée Jacquemart-André bezoekt en door de poort het terrein oploopt, kan dat nog steeds. Het is goed voor te stellen hoe hier de koetsen via de deels overdekte helling uitkwamen op de binnenplaats. Negeer de lelijke moderne gebouwen die grenzen aan het huis en richt je blik op de ingang; Parent heeft aan zijn opdracht meer dan voldaan.
Binnenin wordt direct duidelijk dat het hier zowel om een museum als om een (voormalig) woonhuis gaat. De privé vertrekken zijn klein, het grootste gedeelte van de benedenverdieping is gewijd aan formele ontvangstruimtes, waarbij de grootte van de kamers aangepast kan worden aan het aantal gasten. Een mijns inziens briljante constructie in een woonhuis uit die tijd.
Blikvanger
De absolute blikvanger in de architectuur is het trappenhuis, waarschijnlijk Parent’s zoete wraak op Garnier en zijn Operahuis. Twee sierlijke trappen kronkelen zich op symmetrische wijze een weg naar boven. Niet in het midden van de ruimte, wat in die tijd gebruikelijk was, maar geheel aan het uiteinde van het huis tussen een steunmuur en een marmeren zuil. Neem vooral de tijd dit kunstwerkje al vanuit de muziekkamer te bekijken.
Kunstliefhebber met middelen
Naast de indrukwekkende kamers is er natuurlijk de kunstcollectie. Edouard André begint zijn collectie met wat men indertijd ‘bimbelots’ noemt, oftewel ´snuisterijen´. Een relatief begrip, als je je bedenkt dat het hier gaat om kleine charmante zilverstukken, sieraden, miniaturen en tapijten. Ook verzamelt hij de typische schilderijen van zijn tijd, zoals landschappen en genre stukken van Delacroix.
In 1872 hangt hij zijn politieke carrière aan de wilgen en richt zich volkomen op het verzamelen van kunst. Niet alleen heeft hij er het huis en de middelen voor, ook houdt hij er een voor die tijd originele kijk op na door schilderijen te combineren met beeldhouwwerken, meubelstukken en kunstvoorwerpen uit dezelfde perioden (een opstelling die het Museum des Decoratifs nu als onderscheidend bestempeld bij hun tentoonstelling Fast Forward).
Gelukkig verstandshuwelijk
Edouard’s huwelijk met de veel jongere kunstenares Nélie Jacquemart is cruciaal in de realisatie van het museum zoals wij dat nu kunnen bewonderen. Over deze dame zelf is weinig bekend, wat haar voor mij een zeer intrigerend persoon maakt. Ze is van eenvoudige komaf en lijkt het vaste pad te hebben gevolgd van jonge kunstenaars uit haar tijd. In 1872 ontmoet ze Edouard André wanneer hij haar inhuurt om zijn portret te schilderen en in 1981 trouwen ze. Het is een verstandshuwelijk, maar wel zeer succesvol, dankzij hun gedeelde interesse in de uitbreiding en presentatie van hun kunstcollectie. Het feit dat Nélie na enige tijd van slaapkamer ruilt, om dichter bij haar man te zijn, vind ik persoonlijk veelzeggend.
Het echtpaar Jacquemart-André. De duidelijk meer flatteuze schilderijen zijn van de hand van Nélie.
Periodekamers en een Italiaans museum
De benedenkamers in het huis aan de Boulevard Haussmann worden ingericht als periode kamers, gewijd aan het werk van achttiende eeuwse Franse kunstenaars, zoals Nattier, Drouais, Chardin en Fragonard.
De bibliotheek maakt hier een uitzondering op. Edouard André, zich bewust van de invloed van de zeventiende eeuwse Vlaamse en Nederlandse meesters op de Franse kunstenaars, verzamelde een aantal schilderijen waar een groot museum zijn vingers bij af zou likken. In de intimiteit van de kleine kamer, die om voor de hand liggende reden aan het Mauritshuisin Den Haag doet denken, hangen maar liefst drie Rembrandt´s, een Jan De Bray, een Judith Leyster, twee Van Dyck´s, een Hals en een Ruysdael.
Vindingrijk
De eerste etage, die Edouard als verrassing voor zijn vrouw laat inrichten als studio, wordt op haar verzoek de plek waar de Italiaanse Renaissance kunstwerken worden tentoongesteld, die ze op hun vele reizen naar Italië verzamelen. Naast Italië zijn er reizen naar het Midden Oosten, Cairo, Luxor en Aswan, Berut, Constantinopel en Athene. Elk jaar worden er honderden kunstwerken naar Parijs getransporteerd, wat mij direct doet afvragen hoe zoiets dan gaat. ‘Nee, deze Tiepolo vond ik in Florence.’ En dan staat er ergens in Florence een huis met een muur of plafond minder.
Rechtszaak In 1893 sterft Edouard, slechts zestig jaar oud, en vindt Nélie zichzelf in strijd met zijn neven, die haar ervan beschuldigden de erfenis van haar man te misbruiken. Voorzienend als deze neven zijn, hebben zij ten tijde van het huwelijk tussen Edouard en Nélie een contract laten opstellen dat voorschrijft dat Nélie bij Edouard´s overlijden niet méér krijgt dan een redelijke bruidsschat. Nélie is tenslotte arm geboren en de neven willen zich er zeker van stellen dat het familiefortuin hun kant opkomt. Helaas voor hen is ook Edouard voorzienend geweest door vlak voor zijn dood een testament op te stellen waarin hij zijn hele bezit aan zijn vrouw toekent. Een rechtszaak volgt, die uiteindelijk door Nélie gewonnen wordt.
Openbaar museum Weduwe Nélie gaat weer reizen en vult de reeds bestaande collectie aan tot wat het nu is. Na haar dood in 1912 komt het privé huis in het bezit van Institution de France, die het conform de wens in haar testament in 1913 openstelt voor het grote publiek.
Een museum én voormalige woonhuis, misschien wel het mooiste van Parijs.
Wie het museum bezoekt, stapt zeker ook binnen bij Café Jacquemart-André, de theesalon in de voormalige eetkamer van het huis. Geen tijd voor lunch? Neem dan wel de tijd voor één van de overheerlijke taartjes uit de keuken van Pâtisserie Stohrer en Michel Fenet’s Petite Marquise.
De foto geheel bovenaan is afkomstig van de website van het museum, evenals de afbeeldingen van het echtpaar zelf.
Musée des Arts Décoratifs, gelegen aan de rue de Rivoli in het centrum van Parijs, richt zich op toegepaste kunst. Of, om het meer tastbaar te stellen, nuttig én mooi.
Mode in het zonnetje De huidige modecollectie van het museum is het resultaat van de samenvoeging van de oorspronkelijke collectie van Musée des Arts Décoratifs en die van de Union Française des Arts du Costume (UFAC) in 1986 en omvat meer dan 150.000 stukken. De dertigste verjaardag van de opening van dit Musée des Arts de la Mode wordt aangegrepen om dit collectieve avontuur en belangrijk modemoment in het zonnetje te zetten. De tentoonstelling Fashion Forward, drie eeuwen mode wil een nieuw licht schijnen op één van de rijkste collecties uit de wereld, door de stukken in hun menselijke, artistieke en sociale context te plaatsen.
Beleving
Wie Ode aan de Nederlandse mode in het Gemeentemuseum Den Haag heeft gezien, weet dat een dergelijke opstelling minder baanbrekend is dan het Musée des Arts Décoratifs wil doen geloven. Dat is niet erg (we zijn tenslotte in Parijs) , want evenals in Den Haag draagt deze insteek bij aan de beleving van de tentoonstelling. Wanneer eisen en vaste regels over behoud en presentatie tijdelijk kunnen worden losgelaten, ontstaat de mogelijkheid mode te laten zien als het kunstgebied dat het werkelijk is. Mode is immers zoveel meer dan alleen wisselende technieken, stoffen en ontwerpen.
Mode vertelt het verhaal van veranderende tijden en opvattingen en daarmee de kunst van het leven.
En dat is wat Fashion Forward, drie eeuwen mode doet. 300 stukken uit de collectie worden voor het eerst in het schip van het museum getoond, elke ruimte een wereld op zichzelf, dankzij de wisselwerking met objecten uit andere collecties van het museum. Denk aan achttiende-eeuwse houtpanelen of behang van Zuber. De zwart-wit videobeelden die hoog in een hoek van enkele van de ruimtes stilzwijgend toelichting bieden op de getoonde stukken, vind ik persoonlijk minder verrijkend. De muurvitrines met potjes, spiegeltjes en flacons uit het begin van de vorige eeuw zijn daarentegen wel weer zeer de moeite waard.
Toegankelijk
De chronologische volgorde die de tentoonstelling aanhoudt, maakt hem toegankelijk en leidt je in één vloeiende beweging van oncomfortabele corsetten naar hoge tailles en meer praktische two-pieces, waarbij de kleding voor de vrouw (weinig verrassend) duidelijk meer ontwikkeling doorgaat dan die voor de man. Wel onverwacht: doet kleding uit de 18de en 19de eeuw respectvol historisch aan, stukken uit begin twintigste eeuw ogen ouderwets en daarmee minder aantrekkelijk. Pailletten op een avondcape van Schiaparelli vervagen in vergelijking met de decoratie op een Dolman jas en één avondjurk roept zelfs sterk de associatie op met Prinses Leiauit Star Wars.
Kwantiteit én kwaliteit
Alle prachtige historische stukken ten spijt, het hoogtepunt van de tentoonstelling vind je in de laatste zaal. Mode van nog niet zo heel lang geleden, haute couture en prêt-à-porter, zowel klassiek als eclectisch. Van Chanel, Dior, Yves Saint Laurent, Balenciaga, Pucci, Ungaro, Kenzo, Lagerfield, Lang, Lacroix, Gaultier, Comme des Garçons, Yamamoto, Prada, Dries van Noten,(Maison) Margiela, Galliano naar Rick Owens. Het effect van kwantiteit én kwaliteit is een lust voor het oog, niet in het minst door de opstelling van de etalagepoppen op golvende trappen in het midden van een hoge witte hal. De begeleidende tekstbordjes zorgen voor wat gepuzzel, wie perse wil weten wie-wat-maakte, adviseer ik de catalogus aan te schaffen.
Fashion Forward, drie eeuwen mode is een indrukwekkende tentoonstelling, die zeker de moeite waard is voor iedereen die van mode houdt en tussen 7 april en 14 augustus in Parijs is.
Om drukte zoveel mogelijk te voorkomen, probeer je vóór één uur binnen te zijn.
Fashion Forward, drie eeuwen mode 7 april – 14 augustus
Omdat de geschiedenis van de mode ook de geschiedenis van lichaam en stijl is, heeft het museum de Britse danser en choreograaf Christopher Wheeldon de artistieke begeleiding over de tentoonstelling gegeven, waarbij hij samenwerkte met scenograaf Jérôme Kaplan en assistent Isabelle Vartan. Ook leuk om te weten: H&M is de exclusieve sponsor van de tentoonstelling.
De catalogus van de tentoonstelling kost €55 en is Franstalig (maar het gaat natuurlijk vooral om de foto’s).
Afgelopen week kwam er op Facebook een filmpje voorbij met de titel ´Boy overcomes ADHD with dance´. Medicatie was niet meer nodig en volgens zijn moeder was hij een ‘ander kind’.
Dit soort berichten zetten mijn haren direct overeind.
Verwijt
Wat natuurlijk veel meer over mij zegt dan over het filmpje.
Als moeder van een zoon met de diagnose ADHD/ODD denk ik direct ‘was het maar zo simpel’ en voel ik onmiddellijk de neiging om op de barricade voor medicatie te springen. De titel leest voor mij namelijk als een verwijt. Alsof ik, door mijn zoon medicatie te geven, voor de makkelijkste weg kies. Alsof ik met andere woorden, voor mijzelf kies in plaats van voor mijn kind.
Nieuwsgierigheid bracht mij ertoe het filmpje toch te bekijken, wat de titel gelukkig nuanceerde.
Wat was de context van deze jongen:
hij reageerde slecht op medicatie;
als hij ergens niet blij om was, begon hij met zijn voeten te schuifelen;
zijn ADHD ontwrichtte het gezin;
zijn ouders gingen opzoek naar een manier waarop hij zijn energie op een productieve wijze toe kon passen;
de jongen in kwestie ging er in mee.
Iedereen is anders
Wat vertelt mij dat? Dat er geen one-size-fits-all oplossing bestaat voor ADHD. Voor deze jongen is het dansen een positieve uitlaatklep voor zijn (teveel aan) energie, voor een ander wellicht niet. Ook erkent het de impact van een kind met ADHD op het gezin. En dat wordt nogal eens ondermijnd.
Goed in je vel
Onze oudste zoon is een gezellige, sociaal vaardige jongen. Als hij goed in zijn vel zit.
‘Stuur hem maar een weekend naar ons toe,’ krijg ik wel eens te horen na een relaxte middag samenzijn met vrienden. ‘Dan is hij er zo vanaf.´ Op zo’n moment ben ik blij en trots dat hij zich heeft weten te handhaven in de andere omgeving dan thuis. Tegelijkertijd hoor ik als ouder direct weer dat, veelal onbedoelde, onderliggende verwijt: dat het aan mij ligt of dat ik op z´n minst de situatie wel wat overdrijf.
Hij was de hele dag toch gezellig?
Ja, dat was hij. Omdat hij in de basis een hele leuke jongen is. En omdat het onbekende terrein een veilige plek bleek, er lekker eten en drinken werd aangevoerd en hij mocht doen wat hij leuk vond. Ik zal je zeggen, dan ben ik ook vreselijk gezellig.
Werkelijkheid Maar er is ook nog zoiets als de werkelijkheid. Ieder kind heeft verplichtingen (zoals school, huiswerk, slapen, groente en fruit eten) en wil dingen die zijn ouders nou juist net niet willen (zoals langer opblijven, op de iPad, meer patat eten). En elk kind voert daar een gezonde strijd over. Wat doe je echter als die strijd omslaat in weglopen van school of agressie naar zijn omgeving? Als hij rollend over de grond alleen maar weet uit te brengen dat hij televisie wil kijken? Wat doe je als hij dood wil?
Dan kan je maar twee dingen doen.
Zeggen dat je vreselijk veel van hem houdt.
En professionele hulp zoeken.
Van diagnose tot coaching en medicatie Een orthopedagoog en kinderpsychiater kunnen op basis van uitgebreid onderzoek een diagnose stellen en zowel jou als je kind handvatten bieden hoe met het afwijkende gedrag om te gaan. In het geval van een stoornis zoals ADHD kan dat betekenen dat het kind naast coaching ook medicatie voorgeschreven krijgt.
Medicatie is geen oplossing, maar slechts één van de hulpmiddelen om een gedragsstoornis als ADHD hanteerbaar te maken. Zowel voor het kind als voor zijn omgeving.
Mis?
Als je als ouder je kind voldoende regelmaat, gezonde voeding, (bewegings)ruimte en liefde biedt, wat is er dan mis met het geven van medicatie als je ziet dat de onrust in zijn hoofd afneemt? Als je merkt dat hij zijn broer en zus weer ruimte geeft en weer meekomt in de klas en in het voetbalteam? Als hij weer redelijk kan reageren in plaats van alleen maar negatief? Als je merkt dat hij weer blij is?
Ik vraag me oprecht af, wat is daar mis mee?
De afkorting ADHD staat voor Attention Deficit/Hyperactivity Disorder. In het Nederlands: aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit. Kinderen met ADHD hebben vaker en sterker dan de meeste andere kinderen problemen met aandacht en concentratie, hyperactiviteit, impulsiviteit en regelfuncties. Meer informatie is te vinden op de website van Steunpunt ADHD.
ODD is een psychiatrische aandoening die is ingedeeld bij de ontwikkelingsstoornissen. Kinderen met ODD zijn moeilijk in de opvoeding, ongehoorzaam en in verzet, maken ruzie, zijn driftig en houden zich vaak niet aan de regels, maar feitelijk gewelddadig gedrag is niet aan de orde. Ze hebben vaak problemen in de sociale omgang, vooral met volwassenen maar ook met leeftijdgenoten. Niet zelden gaat de aandoening samen met andere stoornissen, bijvoorbeeld ADHD of autisme, waardoor de diagnose niet eenvoudig te stellen is. Meer informatie over ODD is te vinden op de website van Balans Digitaal.
Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company, de afbeelding is van Suzanne Tucker/Shutterstock.
Eigenlijk ben ik fan van zijn zus.
Van hemzelf had ik nog nooit wat gelezen, laat staan van zijn vader.
Het was mijn moeder, die met het boek kwam aanzetten en aangezien ik haar zeer hoog heb zitten wat betreft leesreferenties (overigens om meer dingen, maar die zijn hier irrelevant), gaf ik het graag een kans.
Niet dat ik iets heb met ‘afscheidsverhalen’ en als ik er over nadenk, heb ik nog nooit een reisverhaal gelezen. Ik wist dan ook niet echt wat ik moest verwachten van een boek dat verslag doet van een 1.620 kilometer lange fietstocht, ook al gaf de achterflap aan dat het om een verhaal vol absurditeiten ging. Achterflappen zijn er op gericht de lezer nieuwsgierig te maken, en Jelle Brandt Corstius geeft mij altijd de indruk te serieus te zijn. En dus verre van absurd. Wellicht komt het door de dubbele achternaam en die Rusland interesse. Zijn zus is veelal gewoon Aaf en heeft columns in bladen als VT Wonen, dat creëert direct andere verwachtingen.
Enfin, de referentie van mijn moeder dus, in combinatie met een beperkte omvang deed mij tijdens een wachtuur-turnen-van-dochter eens niet automatisch naar de social media grijpen, maar het boek ter hand nemen.
13 hoofstukken, van Amsterdam naar de Middellandse Zee en weer terug. Ik had het in 1,5 uur uit.
Je mag dan op de fiets zitten met de schrijver, het verhaal leest als een trein.
Jelle Brandt Corstius blijkt namelijk een onvoorbereide en niet zo heel ervaren lange afstand (laat staan berg) fietser te zijn, en dat schept onmiddellijk een band. Combineer dit met ontwapenende onhandigheid, een ondergrondse onzekerheid of hij het zal redden versus en kinderlijke koppigheid om het toch te doen, en ik ben om. Daarnaast is het idee om met de as van je vader een laatste fietstocht te maken helemaal niet zo absurd*, tenzij de ouder in kwestie een enorme hekel had aan fietsen. In het boek wordt die as ook nergens een ding, wat overbodig sentiment op een veilige afstand houdt.
As in tas is een menselijk en open verhaal, dat mij vaak hardop deed lachen, maar ook raakte. Het is het verslag van een fietstocht, maar nog meer een oprechte ode van een zoon aan zijn overleden vader.
* het doet me denken aan de wel sentimentele, maar desondanks prachtige Dear brother commercial die twee filmstudenten van de Baden-Württemberg maakten voor het whisky merk Johnnie Walker.
Het boek As in Tas kost € 14,50 en is onder meer te koop via de website van de schrijver. De fietsfoto bovenaan deze blog is afkomstig van zijn Twitter account.
De angst is terug. Hij is even weggeweest of op z’n minst naar de achtergrond geschoven. Je kunt tenslotte niet de hele tijd bang zijn.
Nu is hij er dus weer. Via Brussel is hij onverwacht de kamer binnengekomen.
Onverwacht?
Ja, toch wel.
Natuurlijk lieten we ons na de aanslagen in Parijs emotioneel mobiliseren door de media en de mening van anderen, maar ondertussen ging het gewone leven door en daarmee al snel wij ook.
Hoe werkt dat nou, met die angst? Angst is een natuurlijke menselijke emotie die ervoor zorgt dat je alert kunt reageren op situaties die gevaar met zich meebrengen. Handig dus.
Dat vinden onze hersenen ook, ze maken er zelfs speciaal nieuwe cellen voor aan. Doet zich een angstige situatie voor, dan wordt deze ervaring hier opgeslagen. Gevolg: een relatief sterke herinnering. Immers, als je één boek in een lege boekenkast zet, valt hij ook meer op dan wanneer je hem in een overvolle kast plaatst.
Identificeren
De huidige aanslagen in Brussel zullen ons dus onmiddellijk terug doen denken aan die in Parijs. Ook zo dichtbij, niet alleen qua fysieke afstand, maar ook qua cultuur, ideologieën en ontwikkeling. We leven mee met de gebeurtenissen in het Midden-Oosten, maar kunnen ons gemakkelijker identificeren met de Fransen. En nu dus met de Belgen.
Reactie
Het gevaar was al die tijd dichtbij, maar is ineens weer voelbaar geworden. En als we gevaar voelen, dan ontstaat er angst. Hoe angstig wij ons voelen, wordt opvallend genoeg niet bepaald door de mate van gevaar, maar door de hoeveelheid stresshormonen die ons lichaam produceert als reactie op dat gevaar. Iemand met vliegangst ervaart turbulentie heel anders dan iemand zonder die angst.
Hoe reëel is onze angst?
Hoe reëel is onze angst dus? Dat is een belangrijke vraag, want onderzoek toont aan dat onbewuste angst, vooroordelen versterkt. Met alle gevolgen van dien. Het blijft dus cruciaal je bewust te zijn door welke media je laat voeden, naar welke vrienden en politici je luistert en vooral ook wat je zelf hierover de wereld in brengt. Ik schreef er naar aanleiding van de aanslagen in Parijs al een blog over.
Uitlaatklep Ons angstgevoel wordt dus bepaald door de hoeveelheid stresshormonen in ons lichaam. Wie van dit gevoel af wil komen, dient te handelen. In sommige gevallen is vluchten of vechten de beste of enige mogelijkheid, heel vaak gaat het echter om het vinden van een uitlaatklep. Zo schrijf ik deze blog, plaatst een ander iets op Social Media en gaat weer een ander hardlopen. Door in actie te komen, worden de stresshormonen in je lichaam opgebruikt en omgezet in andere stoffen, waardoor je stress afneemt. Doe je dit niet, dan blijven deze hormonen in je lichaam actief, met als gevolg de vicieuze cirkel van piekeren-angst-stress-hormonen-piekeren-etc.
Laten we ons leiden door angst? Afgelopen weekend liep ik onbekommerd met mijn dochtertje door Amsterdam. Na vandaag is die zorgeloosheid verdwenen als ik denk aan mijn zus en zwager die vrijdag aankomen op Zaventem, mijn aankomende vriendinnentrip naar Parijs met de TGV en over twee maanden mijn eigen vliegreis met het gezin.
Eén van de kenmerken van terrorisme is angst zaaien door middel van het plegen van ernstig geweld.
Je kunt niet de hele tijd bang zijn, maar ik wil het ook niet.
Voor deze blog heb ik dankbaar gebruik gemaakt van onderstaande bronnen:
Ze wilden een droomhuis op Mallorca en het programma had drie appartementen voor ze uitgekozen. Elk appartement bezochten ze in een nieuw en matching outfit, zodat je als kijker de illusie kreeg dat het om verschillende dagen ging. De presentator was zijn houdbaarheidsdatum ruimschoots voorbij.
Tegen beter weten in Inmiddels wil ik weten hoe die drie appartementen eruitzien en welke ze uiteindelijk kiezen. Dus blijf ik kijken, in plaats van over te schakelen naar mijn favoriete serie die ondertussen beschikbaar is gekomen op RTL XL.
Het betekent dat ik nog later in bed lig, want die serie ga ik natuurlijk wel vanavond kijken. Ik heb er tenslotte een hele week op moeten wachten en dat ben ik niet meer gewend.
Beren en kabouters
Als kind hadden wij thuis een kleine zwart-wit televisie met een paar zenders. Om zeven uur ’s avonds keken mijn zus en ik, gezeten op de grond in de zitkamer, vol spanning naar de avonturen van Beertje Collargol en Paulus de Boskabouter. En op woensdagmiddag was er het hoogtepunt van de Berenbios. Dat keken we dan bij mijn oma, die wel een kleurentelevisie had.
Ongelimiteerd Tegenwoordig is dat wel anders. Mijn huidige wallen komen niet van slapeloze nachten met onwillige kinderen, maar van serieuse serie-bunching. Digitale televisie betekent ongelimiteerd afleveringen kunnen kijken. Waarom dus stoppen bij de cliffhanger als je direct verder kunt? En na een bloeddrukverhogende aflevering van The Blacklist is het niet meer dan een medische noodzaak om nog een luchthartigere episode van Drop dead Diva te kijken.
Verslaving
Stapels boeken liggen op mij te wachten om gelezen te worden. Administratie kan niet meer ´s avonds, want dan is het serietijd en we kijken nog net niet de kinderen naar bed.
Je zou verwachten op een gegeven moment serie-moe te zijn, maar niets is minder waar. Het gat waar je invalt als een seizoen is afgelopen en je moet wachten tot het volgende is diep. Niet voor niets heb ik de hele box van Suits en deel vier van Homeland in de kast staan.
Uitgestelde lusten
In een poging mijn verslaving het hoofd te bieden, mag ik geen Dvd’s meer kopen. Als je lang genoeg wacht komen de series vanzelf op Netflix en dus op tv. Zo ging afgelopen vrijdag het nieuwe seizoen van House of Card van start, wordt in kwartaal vier van dit jaar Suits deel vijf verwacht en kan ik het eerste kwartaal van 2017 Homeland weer gaan volgen.
En anders is er altijd nog een droomhuis te beoordelen.
Vijf dagen na mijn terugkomst van een intensief schrijfweekend in de Betuwe, ben ik flink aan het ploeteren op de nieuwe versie van mijn manuscript.
Wat moet eruit en wat kan blijven?
En wat moet er nieuw bij?
Nieuw bij?!
Het moest toch allemaal korter, krachtiger, meer focus?
Inderdaad.
Maar met personages en hoofdstukken verwijderen of integreren alleen kom je er niet.
Herschrijven
Langzaam daalt de realisatie neer dat ik een nieuw boek moet schrijven.
Weliswaar met onderdelen uit mijn bestaande manuscript, maar toch een nieuw verhaal.
Een thriller in plaats van de mengeling van thriller, roman en chicklit die hier voor mij ligt.
Keuzes
De redenen hiervoor zijn simpel. Ten eerste begrijpen ze zo’n mengeling in boekenland niet. Als lezer mag je wellicht over een spannend boek spreken, de inkoper wil een duidelijke categorie waarin het boek geplaatst kan worden. Daarnaast wil de lezer zich kunnen identificeren met de personages en de strijd van de hoofdpersoon. Als dat alle kanten opgaat, haakt hij af.
Balans
Ik kan daar natuurlijk lak aan hebben. Tenslotte is het mijn boek.
Maar ik wil straks graag ook ingekocht worden en bovenal met waardering gelezen.
Dus duik ik weer in het hoofd van mijn hoofdpersonage die ik dacht zo goed te kennen.
Wat is haar werkelijke angst? En wat gebeurt er waardoor ze die angst het hoofd moet bieden?
Hoe hou ik haar interessant, maar ook sympathiek?
Hoe zorg ik ervoor niet teveel, te snel weg te geven, zonder vaart te verliezen?
En hoe hou ik het begrijpelijk, zonder oppervlakkig te worden?
Grijs gebied Ik zoek in het grijze gebied tussen de genres.
Een thriller met uitgewerkte personages.
En een vleugje romantiek, want het is tenslotte mijn boek.