kinderen Archieven - barbarasevenstern.nl

Categorie: kinderen

  • Met de hond naar de film

    Met de hond naar de film

    Vijftig Hollandse herders, politiereddingshonden en politiehond Bumper, de feestelijke première van de IMAX film Superpower dogs laat er geen twijfel over bestaan: alles draait hier om avontuurlijke helden op vier poten.

    Het is druk bij het Omniversum en deze keer niet alleen met volwassenen en kinderen, maar vooral ook met honden. Herdershonden, om precies te zijn. Kortharig, ruwharig, langharig, klein en groot, ze zijn in grote getalen aanwezig voor de demonstraties van politiehond Bumper en reddingshonden van de RHWW.

    Onmisbaar

    Reddingshonden zijn de belangrijkste schakels, en daardoor onmisbaar, bij het zoeken naar vermiste personen. Ze zijn zowel overdag als ‘s nachts en bij elk weertype inzetbaar. Ieder persoon geeft voortdurend microscopisch kleine deeltjes af, die het de hond, op grond van zijn enorm ontwikkeld reukvermogen, mogelijk maakt een vermist persoon te lokaliseren.

    Jaarlijks vinden er zo’n 10 tot 20 daadwerkelijke zoekacties plaats. En een keer per jaar vertrekken de honden van het RHWW met hun baasjes naar het buitenland, opzoek naar vermiste Nederlanders.

    Typisch geurtje

    Maar we zijn hier natuurlijk ook voor de film Superpower dogs en deze keer mogen de viervoeters mee de zaal in. Dat leidt tot een wat typisch geurtje om ons heen, maar voor de rest zijn de beestjes verrassend rustig. Pas aan het eind van de film, wanneer de lichten aangaan, klinkt her en der enthousiast geblaf.

    Opmerkelijk

    Terecht, want de film is een aanrader. We volgens zes opmerkelijke honden die levens redden en mensen helpen. Rode draad in de familiefilm is de Hollandse herder Halo, die als pup wordt uitgekozen voor een opleiding tot een echte K9-hond. Halo is aandoenlijk, maar doet zeker niet onder voor de Italiaanse badmeester Reef of de Californische surflegende Ricochet, die mensen met een handicap en PTSS helpt hun angsten te overmeesteren. Of de bloedhonden Tipper en Tony, die onmisbaar zijn in de jacht naar stropers in Kenia.

    Ontdekken

    De film biedt meer dan aandoenlijke beelden van dappere viervoeters. Zo volgen we het spoor door hondenogen en ontdekken we de wetenschappelijke geheimen achter hun superkrachten. Maar voor kinderen is het vooral het verhaal van superhelden. De waarschuwende woorden van Henry, reddingsexpert bij lawines in de Canadese Rocky Mountains, zijn dan ook niet overbodig. ‘Koop niet zomaar een hond.’

    De discussie bij ons thuis is nog niet beslecht.

    En de kinderen?

    Superpower dogs is een familiefilm, vonden de kinderen hem net zo leuk als ik?

    Anouk (8 jaar)
    Het was een hele schattige film, maar vooral leerzaam om naar te kijken. Je kan van te voren snacks halen, dus ga er voor zitten en geniet ervan, zal ik zeggen. Als eerst was er een hele show en er waren wel 100 honden (allemaal Herdershonden). Er was een heleboel pers, maar er waren ook 2 meneren. Ze waren heel erg aardig. Eentje was van een vereniging (weet niet meer welke) wel iets met honden en een politieagent met een hond. De hond heet Bumper (niet de hond van Enzo Knol) maar een politiehond. Ik ben zelfs nog met hem op de foto geweest samen met mijn broer Luuk. De film ging over ongeveer 5 redders honden. De eerste redde mensen in de sneeuw/bergen, de tweede in het water en de derde waren er twee. Tipper en Tony, die redde je in het wild of je kon ze bellen als er wat aan de hand was. Ze speurden/roken dan de diefs geur op. De laatste waar het eigenlijk allemaal om draait, was Halo. Zij was getraind en getraind en uiteindelijk was ze geslaagd of gezakt voor haar examen. Dat ga ik nog niet verklappen, daarvoor moet je de film maar zelf kijken. Jammer joh! Nou, dit was mijn verslag dan alweer. Tot de volgende keer!!!

    Luuk (10 jaar)
    Hallo, ik ben Luuk en ik ga wat over het Omniversum vertellen omdat ik er vandaag naar toe ben geweest. Het ging over hulphonden en van tevoren was er nog een kleine voorstelling. En er was zelfs een echte politiehond (Bumper) geregeld. Hij was heel rustig, maar als het er op aankwam, dan was hij niet meer zo schattig. Maar even over de film; echt een aanrader. Hij was schattig, grappig en hij was een beetje spannend, maar dat was leuke spanning. Het ging over honden die al hulphonden waren, maar er was er eentje die net begon en je kan hem al als puppy zien. Hij moest mensen zoeken die verstopt waren in een puinhoop, omdat, stel je eens voor dat er echt een orkaan of tornado is, dan moet zij ook gaan zoeken in de puinhoop. Er was er ook eentje voor in de sneeuw en in het water en zelfs in het wildgebied om stropers tegen te houden (2 bloedhonden). Van één op de tien, een 9,5. Echt een hele goede film.

    Superpower dogs Omniversum: meet & greet Bumper

    Superpower dogs is vanaf 2 juli een half jaar lang te zien in het Omniversum in Den Haag.

  • Backyard Wilderness – de natuur dichtbij

    Backyard Wilderness – de natuur dichtbij

    Toen ik jaren geleden alleen in Amsterdam woonde, had ik een muis als huisgenoot. Ik noemde hem Ali, omdat iemand mij ooit had verteld dat als je voor iets bang bent, je het een naam moet geven. Personaliseren schept een band.

    De makers van de grootbeeldfilm Backyard Wilderness hebben deze gedachte goed begrepen. De dieren in de achtertuin van de Amerikaanse Katie krijgen weliswaar geen eigen naam, in de loop van de film worden ze wel degelijk uit hun anonimiteit gehaald.

    Favoriet

    Backyard Wilderness werd vijf keer bekroond bij de Giant Screen Awards en bij de prestigieuze SMASH Awards zelfs zes maal, onder meer voor beste onderwerp, beste camerawerk en beste visuele effecten. Ook ontving de film eind oktober tijdens het Rotterdams Wildlife Filmfestival the Kids Choice Award.

    Tijdgeest

    En geen wonder, de film benadert het fenomeen ‘naar buiten gaan’ vanuit het perspectief van een kind van deze tijd. Terwijl mijn kinderen onverwacht ‘oh’ en ‘ah’ verzuchten wanneer (jawel!) een muis over het beeldscherm schiet, zijn Katie en haar broer primair bezig met zichzelf, tablets, levels en likes.

    Schattige rovers

    Niemand kan ongevoelig blijven bij het zien van neurotische wasberen, vallende kuikentjes en een lieveheersbeestje die door een regendruppel van zijn blad verjaagd wordt.

    ‘Ze laten precies de schattige stukjes zien,’ merkt hij-van-tien halverwege de film fijntjes op. Hij heeft gelijk, maar doet het er toe? Schattige dieren blijken even later ook rovers, wanneer de wasbeer het op de eendeneieren heeft gemund. En ook een hert moet het ontgelden tegen de vossen.

    Verbondenheid

    Deze cirle of life is wat de film haarscherp laat zien. Al het leven is verbonden met zijn omgeving en het ene dier trekt het andere aan. In de natuur zijn geen goeierikken of slechterikken, alleen roofdieren en prooien. En de mens, die de leefomgeving van de dieren heeft ingenomen en het daar veel moeilijker voor ze heeft gemaakt.

    Oproep

    De film is een duidelijk oproep om naar buiten te gaan en de wereld om ons heen te ontdekken. En ons daar verantwoordelijk voor te voelen, zoals Katie, die uiteindelijk boswachter wordt.

    Dat is natuurlijk een mooie gedachte, maar de vraag is hoeveel kinderen en ouders na het zien van de film spontaan roepen ‘kom, laten we nu onze achtertuin onderzoeken!’. Om nog maar te zwijgen over het aantal dat dit vervolgens daadwerkelijk doet.

    Tuinsafari en buitentips

    Het Omniversum – duidelijk ook niet van gisteren – heeft hier iets op bedacht. Op 21 februari, 24 maart en 14 april kun je met Staatsbosbeheer boswachters Jenny van Leeuwen en Mark mee op tuinsafari door de achtertuin van Omniversum. Je bezoekt eerst de film met vooraf een korte introductie over het boswachterschap. Ook is er samen met Kidsproof.nl een boekje gemaakt met 20 buitentips voor kids in de regio Den Haag en Leiden.

    Een belangrijke aanvulling op de film, want de belangrijkste connectie is niet onze Wifi, maar zit buiten in de natuur.


    Backyard Wilderness is vanaf 12 februari jl. te bewonderen in het Omniversum in Den Haag (leeftijd vanaf 6 jaar).

     

  • Schrijven in het digitale tijdperk

    Schrijven in het digitale tijdperk

    Gisteren was het de internationale dag van het handschrift. Het Platform Handschriftontwikkeling greep die gelegenheid aan om bij de Tweede Kamer een petitie neer te leggen, waarin ze voorstelt van schrijven een apart vak te maken. Want in ons digitale tijdperk is een net handschrift een rariteit aan het worden.

    Mijn handschrift is niet mooi te noemen, op z’n best is het leesbaar. Ik kijk immer met een jaloerse blik naar briefjes waarop de letters op vloeiende en creatief-ogende wijze uit de pen zijn gerold. Oefening baart kunst, vandaar natuurlijk de roep om een apart schrijfvaardigheid vak.

    Karakteramnesie

    Het doet me denken aan China. Sinds de intrede van smartphones en tablets hebben ze daar te kampen met ’karakteramnesie’: je herkent een karakter als je het ziet, maar weet niet hoe het te schrijven. Nu telt het Chinese schrift duizenden karakters, die ook nog eens aan strenge regels zijn gebonden. Elke streep, punt of haal moet in de juiste volgorde en de juiste richting worden gezet. Dat gaat veel verder dan een correcte spelling. Dat gaat om een oude cultuur en hoe die te interpreteren.

    Overtrokken

    Terug naar Nederland. Het handschrift van oudste (jongen, linkshandig en ADHD) was jaren een Serieus Probleem op school, tot het moment dat hij in groep vijf belandde en ik er van de ene op de andere dag nooit meer iets over hoorde. Inmiddels zit hij in groep acht en schrijft hij volgens zijn klasgenoten als een meisje, zo netjes. Vanuit deze ervaring vind ik al die stress over netjes schrijven dan ook overtrokken. Sommige problemen lossen zich ook op door er niet te zwaar aan te tillen en het de tijd te geven.

    Creativiteit

    En toch. Ik ben ervan overtuigd dat we naast tikken op een toetsenbord of beeldscherm ook met regelmaat de pen moeten oppakken. Waarom? Omdat je op papier niet constant aan het verbeteren slaat, wat je focus op het creatieve proces houdt in plaats van een zo mooi mogelijke zin maken. Dat redactieproces is belangrijk, maar wie aan het begin van een verhaal, werkstuk of mindmap staat, dient zich primair bezig te houden met het bedenken ervan. Mijn thriller-in-wording Familiegeluk is zo ontstaan. Liggend in de hangmat met alleen pen en papier, kon ik vrij denken en hoepla, daar was ineens het plot van mijn verhaal.

    Trage computer

    Het is ook wetenschappelijk bewezen: tijdens het handmatig schrijven leggen je linker en rechter hersenhelft verbindingen waardoor je je beter kunt concentreren en sneller denken. ‘Je hoofd wordt een trage computer als je niet genoeg schrijft,’ stelt oud-docent Aartje Schoemaker in een NOS interview van gisteren.

    Een trage computer, in een tijdperk waarin nu niet snel genoeg is. Hoe erg is dat? We hebben toch Siri of YouTube, aan wie we mondeling kunnen vragen iets voor ons op te zoeken? En onze spellingscontrole vertelt ons niet alleen als we iets foutief intikken, hij corrigeert het betreffende woord ook nog eens voor ons. Dat is toch vooral makkelijk?

    Winst

    Natuurlijk is dat ook zo. Zeker wanneer spelling – zoals bij mij – niet je sterkste punt is. Maar wanneer je – ook zoals ik – bent opgegroeid in een tijd dat een werkstuk handgeschreven werd ingeleverd, dan is het ondenkbaar dat je niet schrijft. Met de hand. Ik begrijp evenwel ook dat dat geen reden is om het te blijven doen, maar eerder een teken van inflexibiliteit en misplaatst romantisme.

    Waar het mij om gaat is het gevaar van gemak, dat voorbij gaat aan de winst die er te behalen valt wanneer je wel even die extra moeite doet. Schrijven is een prestatie van het geheugen. Wie een woord opschrijft, zal merken dat hij het beter onthoudt dan wanneer hij het alleen maar leest. Hetzelfde geldt voor klakkeloos intikken van wat er gezegd wordt versus dezelfde informatie in eigen woorden opschrijven. Actief iets met de informatie doen, daar gaat het hier om.

    Achterliggend probleem

    Is een apart schrijfvak de oplossing? Ik denk het niet. Een onleesbaar handschrift is immers slechts één van de aspecten van het veel grotere achterliggende probleem: de negatieve gevolgen van digitalisering. Want van een slechte schrijfvaardigheid is het een kleine stap naar de achteruitgang van leesvaardigheid. Waarom immers een artikel lezen als ik een video kan kijken? In het geval van mijn kinderen maar al te vaak opgenomen door een puber of Tijdelijke BN’er wiens taalgebruik zich beperkt tot ‘jó bro‘ en ‘fucking this‘. Wat mij direct op spreekvaardigheid brengt.

    Verantwoordelijkheid

    Voor mijn kinderen is de meer en meer gedigitaliseerde wereld de werkelijkheid waarin zij leven. Als ouder heb ik de keus dit hun enige werkelijkheid te laten zijn of hen ook een andere aan te reiken, waarin digitalisering een toegevoegde waarde heeft, maar niet allesbepalend is. Als school hieraan bijdraagt, juich ik dat van harte toe.


    Bij het schrijven van deze blog heb ik dankbaar gebruik gemaakt van de volgende bronnen:

    Je hoofd wordt een trage computer als je niet genoeg schrijft
    Tabletgeneratie in China worstelt met karakters van het oeroude handschrift
    Sommige Chinezen verleren het schrijven
    Chinese jeugd verleert het handschrift

  • ADHD en ODD op school – met 9 praktische tips

    ADHD en ODD op school – met 9 praktische tips

    Klassen van dertig kinderen, een leerkracht die aan zijn taks zit en dan jouw drukke en opstandige kind dat net die druppel is die de emmer doet overlopen. School roept om een onderzoek op ADHD en voordat je het weet, word je verzocht over te gaan op medicatie voor je kind en je alvast te verdiepen in bijzonder onderwijs.

    Het zijn verhalen uit de krant en mijn omgeving. Ik weet dus dat het gebeurt. En toch zakt elke keer mijn broek weer af als ik er over hoor. Het kan toch niet zo zijn dat de school van mijn zoon de enige school in Nederland is die wel in staat is om te gaan met een kind met ADHD en ODD?

    Regulier onderwijs zonder al te veel excessen

    Ik schreef al eerder een blog over opstandige kinderen in de klas en de schorsing van oudste vorig jaar geeft aan dat ook in ons geval het niet altijd loopt zoals je zou willen. En toch zit hij nog steeds op regulier onderwijs, zonder al te veel excessen. Ja, hij slikt medicatie om zijn schoolperiode te kunnen overbruggen. Niet vanuit het uitgangspunt dat zijn leerkracht hem anders niet aan kan, maar omdat hij zelf dan stukken minder last heeft van geluid en beweging om hem heen, dat bij hem veel harder binnenkomt dan bij ons. Minder last, betekent niet alleen beter kunnen concentreren, maar ook dat hij minder overprikkeld raakt en dus minder (snel) geïrriteerd reageert op zijn omgeving. Fijn voor zijn klasgenoten en juf, maar bovenal fijn voor hemzelf!

    Geaccepteerd en gewaardeerd om wie hij is

    Dit alles wil niet zeggen dat medicatie het antwoord is, het is slechts één van de hulpmiddelen die je kunt inzetten om ADHD en ODD hanteerbaar te maken voor zowel het kind als diens omgeving. Oudste heeft geluk dat zijn klas geen 30 maar 24 leerlingen telt, toch denk ik dat het allerbelangrijkste de houding van zijn klasgenoten en leerkrachten is. Hij wordt geaccepteerd en gewaardeerd om wie hij is. School is daarmee een veilige plek voor hem, waar hij welkom is, ook als het een keer mis is gegaan.

    Waarom werkt het bij ons op school?

    Het heeft mij aan het denken gezet. Hoe komt het dat het voor onze oudste wel werkt op school? Ik kom tot een aantal cruciale factoren:

    1. Erken dat er een probleem is en dat je bereid bent hieraan te werken
      Je mag als ouder wellicht het gedrag niet herkennen, maar als school aangeeft dat jouw kind zich onhandelbaar opstelt in de klas, zul je er toch iets mee moeten. En dat gaat verder dan het probleem terugleggen bij school, het gaat immers om jouw kind. School heeft jou nodig. Zeker als het negatieve gedrag zich thuis niet voordoet, is de stap om een diagnose te laten stellen wellicht groot, maar als het handvatten biedt om verder te kunnen, zou ik het zeker aanraden.
    2. Wees duidelijk en open in je communicatie met school
      Toen de oudste dwars en opstandig gedrag begon te vertonen, heb ik alle lijnen met school strak aangetrokken. Ik zorgde ervoor altijd bereikbaar te zijn, stuurde updates over zijn diagnosetraject en coaching en vroeg aan het begin van elk schooljaar een kennismakingsgesprek aan met zijn nieuwe leerkracht. Ik liet de leerkrachten weten als er thuis iets was voorgevallen wat een negatief effect kon hebben op zijn gedrag in de klas en deelde tips en trucs die in de omgang met mijn oudste werkte.
    3. Het kind hoort op school
      Het patroon van ‘opstandig in de klas = naar huis mogen’ is zelfs voor een vierjarige makkelijk te herkennen, met als gevolg dat hij daar naar gaat handelen. In feite wordt zijn dwarse gedrag beloond, terwijl hij moet leren dat hij overdag op school hoort te zitten. Naast mijn eigen bereidwilligheid is mijn uitgangspunt dat daar waar het probleem zich voordoet, het ook opgelost dient te worden. Dat wil niet zeggen dat ik mijn kind nooit een middag thuis heb gehouden, soms is het voor alle partijen in kwestie beter om even niet met elkaar geconfronteerd te worden. Het mag echter niet het uitgangspunt of een patroon worden.
    4. Zorg voor een plek waar het kind zich terug kan trekken
      Als het even niet meer gaat, is het heel fijn dat je weet dat er een plek is waar je (onder toezicht) naar toe kunt. Een leeg klaslokaal of kantoortje waar het kind na een woedeuitbarsting tot rust kan komen, maar ook waar hij naar toe kan om zo’n uitbarsting juist te voorkomen. In sommige situaties kan even alleen op de gang al uitkomst bieden.
    5. Maak duidelijke afspraken met school waar iedereen zich aan dient te houden
      Onze oudste kan praten als Brugman en als het hem uitkomt neemt hij alles letterlijk. Het is dus de zaak hem bij de les te houden en geen ruimte voor vrije interpretatie te geven. Zo is de afspraak dat hij na drie waarschuwingen de klas uit moet. De vraag is alleen, wat is precies een waarschuwing? Zeker voor een kind bij wie al zoveel tegelijkertijd binnenkomt. Visualeer het, was mijn oplossing. Elke waarschuwing is een gele kaart, twee gele kaarten betekent daarna een rode en hij weet dondersgoed wat dat inhoudt. En zeg als leerkracht nooit ‘wie niet wil meedoen met de les, kan naar huis gaan.’
    6. Kijk naar de behoefte van het kind
      Een kind met ADHD en ODD kan minder lang stil zitten dan een kind die dit niet heeft. Je kunt dit als docent maar beter accepteren, zodat je de onrust voor kunt zijn. Mijn oudste heeft regelmatig met onbeschreven briefjes naar de administratie van school gelopen, puur om hem even zijn bewegingsvrijheid te geven. Ook zit hij al jaren achterin de klas, het liefst in een hoek, waar hij zo min mogelijk last heeft van de ruis om hem heen. Hij heeft een koptelefoon en een studiebuddy die hij naar eigen gelieven in kan zetten. Eigenlijk is het net als bij een puppy cursus: veel liefde en korte, heldere instructies met een beloning achteraf.
    7. Vermijd fysiek contact
      Dit geldt in ieder geval voor mijn oudste zoon. De natuurlijke neiging om hem tegen te houden wanneer hij ontploft, is groot. Zeker als hij los wil gaan op de uitdager in kwestie. Toch is het verstandig in het geval van een vechtpartij de ander mee te nemen in plaats van mijn oudste tegen te houden. Woede maakt hem ongekend sterk en omdat het hier om ADHD en ODD gaat, zal elk kalmerend advies op dat moment niet tot hem doordringen. Wij hebben de duidelijke afspraak met school dat ze hem in zo’n situatie laten gaan, mede omdat we inmiddels weten dat hij altijd naar huis zal lopen.
    8. Neem het niet persoonlijk
      Een kind met ADHD en ODD zal jou, als docent, zeker uitproberen. Dat heeft niets met jou als persoon te maken, maar alles met het feit dat je nieuw voor hem bent. En nieuw is veelal beangstigend. Hij wil weten waar hij staat en valt daarmee terug in gedrag dat voor hem bekend is, namelijk dwars en opstandig. Het risico dat hij daarmee neemt, is nihil, want de klas uit gestuurd worden, is een vertrouwd verschijnsel voor hem. Datzelfde kind zal je gezag niet automatische accepteren omdat je nou eenmaal de leerkracht bent, je zult het moeten verdienen om wie je bent. Benader hem daarom ook op ‘eyelevel’, ga niet in de verdediging om je gelijk te krijgen, maar geef hem ruimte om aan je te wennen. Realiseer je dat het kind zichzelf evenveel in de weg zit als jou en waarschijnlijk meer.
    9. Een gedragsstoornis is niet per definitie negatief
      Een kind met ADHD en ODD zal vaak niet op zijn beurt wachten, maar het antwoord of zijn reactie door de klas roepen. Dat komt wellicht dwars over, maar wat als het nou eens enthousiasme is? Als zijn late reactie op het niet wegleggen van zijn boeken, voortkomt uit het feit dat hij helemaal op was gegaan in zijn werk of spel? Als zijn commentaar op zijn medeleerlingen voortkomt uit het feit dat de kinderen naast hem al de hele tijd zitten te fluisteren (wat bij hem tien keer zo hard binnenkomt)?  Als zijn directe antwoord oprecht bedoeld is en niet brutaal? Of de vechtpartij op het schoolplein getriggerd werd door de uitdagende opmerking van een heel ander kind dat pas praat als de leraar zich heeft omgedraaid? Realiseer je dat dit soort kinderen vaker bekritiseerd worden dan gecomplimenteerd. Wat als hij doorkrijgt dat jij hem voor vol aanziet en niet als de vanzelfsprekende onruststoker in de klas? Je zou zomaar je meest loyale leerling hebben gevonden.

    Natuurlijk is bovenstaand niet zaligmakend. Elk kind is anders en de éne docent is beter dan de ander in de omgang met kinderen die graag buiten de lijntjes kleuren. Je kunt als ouder het gevoel hebben niet gehoord te worden door school en vice versa. Is het dan verstandig tegen de klippen op je kind op die school te willen houden? Ik denk het persoonlijk niet. Uiteindelijk gaat het om zijn belang en dat is een omgeving die het beste uit hem weet te halen binnen de bandbreedte waar hij om vraagt.

    In bovenstaande tekst spreek ik over het kind als ‘hij’, maar het kan natuurlijk net zo goed ‘zij’ zijn.

  • Waarom ik geen trampoline wil (en hij er toch kwam)

    Waarom ik geen trampoline wil (en hij er toch kwam)

    Zomervakantie. En omdat we gaan verbouwen blijven we dit jaar thuis. Wanneer je drie kinderen onder de twaalf jaar hebt, zijn dat zes hele lange weken. Te lang, moet echtgenoot gedacht hebben toen er twee weken voorbij waren. 

    ‘Mam, mag ik naar de indoor?’

    ‘Nee.’

    ‘Mam, mag ik op een schermpje?’

    ‘Nee.’

    ‘Mám, ik verveel me.’

    ‘Dat is goed voor je creativiteit.’

    Fataal moment van onoplettenheid

    Als het er op aankomt, kan ik mij zeer goed afschermen van het verveelde gehang van mijn kinderen. Daarnaast heb ik het de afgelopen weken druk. Er is een werkopdracht opgekomen en die kent een deadline. Ik ben, met andere woorden, de laatste tijd dan ook wat afgeleid. En het zijn dergelijke momenten van onoplettendheden, die later fataal blijken.

    Echtgenoot: ‘Ik ga die trampoline kopen.’

    Ik: ‘Ja, echt?’

    Dit laatste op ietwat meelevende, maar afwezige toon. Ik begrijp best dat echtgenoot gek wordt van de rol van politieagent, taxichauffeur en catering, maar hé, ik heb een betaalde opdracht. En daarnaast moeten de kinderen leren zichzelf te vermaken.

    Dat vindt echtgenoot dus ook. Met het verschil dat hij de oplossing ziet in een eigen trampoline. Lekker buiten in de eigen tuin.

    Leuk voor op de boerderij

    Ik zal eerlijk zijn, nog niet zo heel lang geleden heb ikzelf ook onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van een dergelijk speeltuig. Om al snel tot de conclusie te komen dat het onmogelijk is om een geschikt exemplaar voor onze drie kinderen te vinden. Want het moet er wel eentje zijn waar meerdere salto’s en flips op gedaan kunnen worden. En vier man zonder problemen op gelanceerd. Met andere woorden: één van zeker drie meter, met dubbele vering, beschermrand en veiligheidsnet. Leuk voor op de boerderij, stukken minder realistisch in onze Vinex stadstuin.

    MIJN Vinex stadstuin.

    En dan heb ik het nog niet eens over:

    • de prijs van zo’n ding;
    • potentiële botbreuken, losse tanden en hersenschuddingen;
    • ruzies en huilpartijen;
    • gevraagde en ongevraagde aanloop van springfanaten;
    • en natuurlijk de gewenste catering rondom het hele springfeest.

    Nee, zo’n trampoline komt er bij mij niet in.

    Onder één hoedje

    Zo daadkrachtig als echtgenoot die bewuste ochtend was, zo weinig alert was ikzelf. Het directe bewijs hiervan is dat ik echtgenoot SAMEN MET oudste liet vertrekken. De oudste, die al weken lang zeurde om een eigen trampoline. Voor wie groot nooit groot genoeg is en alles altijd beter kan. En die meer dan wie dan ook in staat is om zijn vader met datgeen thuis te laten komen wat hij, oudste, zelf wil. En dat echtgenoot dan nog tegen mij beweert dat het zijn keus is.

    Niet blij

    ‘Mama gaat straks om twee dingen niet blij zijn,’ zei echtgenoot enkele uren later tegen oudste in de auto.

    Tot zover de realiteitszin van die dag.

    ‘Bekijk het van de positieve kant, mama. De trampoline is ideaal om op te zonnen.’

    Oudste kan daar wel eens gelijk in krijgen. Zoals het ding nu staat, blokkeert hij hoogstwaarschijnlijk vanaf drie uur s middags elke zonnestraal in mijn lounge hoek.

    ‘En je kunt er topless in liggen,’ vulde echtgenoot aan. ‘Ik span er zo een extra zeil overheen.’

    Panorama Mesdag

    Hier is schuldgevoel aan het woord. Echtgenoot vindt inmiddels ook de 3.30 meter van het gekochte exemplaar aan de te grote kant. Op de buitenplaats van het springparadijs had hij toch echt kleiner geleken.

    Tussen onze schutting en de schuur ziet de realiteit er beduidend anders uit. Het ding is zo groot, dat heel Panorama Mesdag aan de binnenkant niet zou misstaan. Het is een helikopterplatform, die het leefbare gedeelte van mijn tuin heeft gedegradeerd tot patio.

    In de woorden van onze oppas: ‘Jij hebt zeker wel een tas verdiend!’

    Hoe camoufleer ik een trampo?

    Ze heeft gelijk. Ik ben namelijk niet alleen niet-blij, ik ben woest! Het liefst stuur ik het hele gevaarte direct terug naar de winkel. Maar dat is iets wat in ons gezin wat gevoelig ligt.

    Dus ga ik opzoek naar het antwoord op de vraag “Hoe camoufleer ik een trampoline?” Zelfs Google heeft geen oplossing, Pinterest geeft wel suggesties voor alternatief gebruik.

    Zo is het hoge net ideaal voor het vertonen van films; een buitenbioscoop in je eigen achtertuin. Ook kun je er een basketbalnet in maken of de combinatie met water opzoeken. In dit laatste geval wordt wel gewaarschuwd voor de veiligheid van het springende kind in kwestie. En natuurlijk is het ding uitermate geschikt om eindelijk van mijn eigen overtollige kilo’s af te komen. Alsof je op mijn leeftijd en na drie bevallingen nog in staat bent langdurig rond te springen!

    Na lang zoeken, heb ik één potentiële ontsnappingsmogelijkheid gevonden. Een Amerikaanse dame liep tegen het feit aan dat haar verzekering verdubbelde door de aanschaf van een trampoline. Money talks!

    En als dat niet werkt, richt ik hem alsnog in als Bedoeïenentent, inclusief lichtjes en genoeg kussens om overdag comfortabel in te zonnen. Misschien zelfs topless.

  • Methylfenidaat: ADHD in balans

    Methylfenidaat: ADHD in balans

    Als mensen ergens een mening over hebben dan is het wel over medicatiegebruik bij ADHD. De bijwerkingen, de onbekende risico’s op lange termijn, het gemak waarmee het geadviseerd wordt, ook ik ken de tegenargumenten. En toch slikt onze oudste al ruim twee jaar methylfenidaat*. 

    ‘Voel je zelf nu dat je een pil hebt genomen?’ Ik kijk hem vragend aan. Hij haalt ongeïnteresseerd zijn schouders op, zijn blik gericht op de iPad voor hem. Zoveel rust als dat hij nu uitstraalt, zoveel aanwezigheid was er zojuist in het zwembad. Een schril contrast en niet voor de eerste keer verbaas ik mij over het effect van zijn medicatie op zijn gedrag.

    Ruimte voor zijn omgeving

    Want dat het dat is, daar twijfel ik geen seconde aan. Hoezeer ik ook zou willen dat het de ontspanning na de fysieke inspanningen in het water is, de moeheid vanwege het late tijdstip van de avond ervoor of een natuurlijk gevolg van het feit dat hij zich op z’n gemak voelt in het huis van mijn zus waar wij sinds gisteren logeren. Ik weet dat het de medicatie is die ervoor zorgt dat hij niet meer aan een stuk door loopt te gillen, het de hele tijd beter weet en alle aandacht opeist. Dat het de reden is dat hij weer ruimte heeft om te luisteren naar en rekening te houden met zijn omgeving.

    Dat ik dit zo zeker weet, is omdat we vanochtend de medicatie waren vergeten. Het is vakantie en alles loopt wat anders dan anders. Er zijn ouders die ervoor kiezen hun kind überhaupt alleen tijdens de schoolperiode medicatie te geven, wanneer je je niet kunt permitteren overprikkeld te zijn. Enerzijds omdat er les gegeven moet worden, anderzijds omdat je als kind ook in staat wilt zijn deze les te kunnen volgen.

    Van eng naar spannend en bespreekbaar

    Ik zie het nog niet zo snel gebeuren dat oudste geen medicatie meer slikt in de vakantie. Zeker niet wanneer we op vakantie gaan, want dat betekent dat alles nieuw is en alles wat nieuw is, is eng. Een pil brengt het enge naar spannend en bespreekbaar. Vooral dat laatste is essentieel: zolang ik mijn oudste op zijn gedrag kan aanspreken, blijft hij hanteerbaar. Als ik dit niet meer kan, is hij een ongeleid projectiel.

    Ongeleid projectiel

    Een ongeleid projectiel kan heel grappig en innemend zijn. Ik geniet van zijn onbevangenheid in het zwembad, hoe hij ongegeneerd gilt en vreemde geluiden slaat en met een simpele zwemband enorm veel lol kan hebben. Onbewust van z’n omgeving of wat anderen van hem denken. Zolang ik mijn aandacht op hem gericht heb, heerst er gecontroleerde chaos. Dit is ook een kant van hem en die mag er zijn. Die kan er alleen niet altijd zijn.

    Waarom? Omdat in datzelfde zwembad nog drie kinderen spelen. Kinderen die ook de ruimte willen hebben om hun ding te doen. Die ook eens met de zwemband en de duikbril willen spelen en hun nieuwe truc laten zien. Die niet de hele tijd door de oudste afgeblaft willen worden. En omdat ik niet de hele tijd mijn blik op mijn oudste gericht kan hebben. Al was het maar voor iets praktisch als een toiletgang of een maaltijd, die niet vanzelf op tafel verschijnt.

    Interactie en redelijkheid

    Doe ik mijn oudste hiermee tekort? Hij zei net zelf dat hij geen verschil merkt van z’n pil. Deze keer niet. Net zoals het effect van zijn gedrag op z’n omgeving deze keer aan hem voorbij gaat. Op school merkt hij het wel degelijk. Hij weet hoe het voelt als de medicatie is uitgewerkt, hoe hard alle geluiden binnenkomen en hoezeer hij zich daar vervolgens aan ergert. Met alle gevolgen van dien.

    Oudste heeft zich inmiddels weer bij de anderen in het zwembad gevoegd. Deze keer met medicatie. ‘Wie doet er mee met Marco Polo?’ De rest stemt in met het spel. Oudste is de tikker en nu is er geen gezeur. Hij zoekt de interactie, is redelijk wanneer iemand het niet met hem eens is en als hij ziet dat de tuindeur openstaat, snelt hij tussendoor het bad uit om te voorkomen dat de zitkamer straks vol met vliegen zit. Voor het moment hoeven we geen politieagent te spelen, hem uit het water te halen, omdat hij de boel terroriseert met z’n gedrag.

    Dat is ook een kant van hem die er mag zijn.


    * Oudste is elf jaar, 158 lang en weegt 45 kilo. Hij is twee jaar geleden begonnen met 10 mg en slikt inmiddels 20 gram Equasym, een langdurig methylfenidaat speciaal ontwikkeld om de schoolperiode te overbruggen. Op dagen dat hij ’s middags school heeft, neemt hij sinds begin dit jaar tijdens zijn lunch 10 mg kortdurend methylfenidaat extra.

  • Opvoeders gezocht!

    Opvoeders gezocht!

    Als er één onderwerp is waarbij je ongevraagd advies beter achterwege kan laten, dan is het wel opvoeden. Vele vriendschappen zijn gestrand of op z’n minst bekoeld door goedbedoelde tips rondom verantwoord ouderschap.

    Dit klinkt wellicht bizar als je kijkt naar de hoeveelheid websites, tijdschriften en boeken over opvoeden. En wie zelf kinderen heeft, weet als geen ander dat er momenten zijn waarbij inhoudelijke hulp van harte welkom is. Waarom voelt advies vanuit de omgeving dan toch snel als kritiek?

    In deze gezinnen waren de kinderen de baas

    Toen echtgenoot en ikzelf nog geen kinderen hadden, keken we vaak naar de Nanny (niet die hysterische Amerikaanse serie, maar de Engelse ‘that behaviour is unacceptable’ Jo Frost). We verwonderden ons over het onbeheerste gedrag van peuters en kleuters, maar vooral over de totale verslagenheid van hun ouders. In deze gezinnen waren de kinderen de baas, dat zou ons toch echt niet overkomen! Inmiddels drie eigen kinderen verder, weet ik dat het ideale gezin niet bestaat en dat er verschillende redenen zijn waarom je als ouders water bij de wijn doet.

    Over een andere boeg

    Zelf denk ik dat het hebben van een kind met ADHD en ODD mij gedwongen heeft nog meer over mijn eigen opvoedstijl na te denken. Immers, als de bekende regels niet werken, zal je het over een andere boeg moeten gooien. Wanneer je kind snel overprikkeld raakt en alles letterlijk neemt, dien je als ouders extreem helder te zijn in je communicatie. Wanneer hij bij het minst of geringste opstandig, dwars en driftig wordt, is het des te belangrijker om te weten welke confrontatie je als ouder wel aangaat en welke je laat voor wat hij is.

    Discussie met een twee-jarige

    Het moge duidelijk zijn dat ik nogal wat vind van de allesbepalende rol die ouders hebben in relatie tot het gedrag van hun kinderen. Gelukkig ben ik daarin niet de enige. Vorige maand mocht Filemon Wesselink aanschuiven bij RTL Late Night, hij had samen met zijn zus Clarinde Wesselink het kinderboek ‘Papa zegt ja’ geschreven. Over het ja zeggen van ouders, wanneer het eigenlijk nee moet zijn.

    Het gesprek aan tafel zette mij aan het denken, niet in het minst vanwege de YouTube filmpjes die werden getoond om aan te geven hoe feilloos ons ogenschijnlijk onschuldig nageslacht inspeelt op de wankele houding van ons, de ouders. Discussie met een tweejarige over wel of niet alleen gaan fietsen, eerst nee zeggen en dan toch ja zeggen over wel of niet op een schommel. Het zijn allemaal zaken waarvan we weten dat we ze niet zouden moeten doen, maar waar we ons – geef toe – allemaal wel eens schuldig aan hebben gemaakt. Terwijl we ook allemaal weten dat het leidt tot het creëren van monsters.

    Het kind of het filmpje

    Mij gaat het hier echter niet om de toegeeflijkheid van de ouders, maar om de filmpjes. Oké, ze zijn hilarisch, omdat ze herkenbaar zijn en omdat je weet wat er gaat gebeuren. Maar ik krijg er ook een ongemakkelijk gevoel van. In mijn ogen zijn deze ouders veel meer bezig met het maken van een leuk filmpje dan met hun kind.

    Wat als deze ouders hun camera’s hadden weggelegd en hun kind op ooghoogte hadden aangesproken of desnoods onder de arm meegenomen? Dan was er vast veel gekrijs geweest en zeker geen grappig filmpje. Maar er waren wel duidelijke grenzen gesteld. Misschien is dat iets om een volgend keer over na te denken, voordat we besluiten een discussie met ons kind aan te gaan voor een grappig filmpje op YouTube.

  • Waarom je niet met ruzie moet gaan slapen

    Waarom je niet met ruzie moet gaan slapen

    Gisteravond was het weer zo ver. De oudste mocht toch nog een filmpje extra kijken, maar daarna was het klaar-over-en-uit. Luid gapend lag hij tegenover mij op de bank naar zijn schermpje te staren; het was duidelijk dat hij al lang in bed had moeten liggen.

    Maar leg hem dat maar eens uit.

    Een onverwachte beweging deed mij opkijken. Op zijn scherm had het bewuste filmpje plaatsgemaakt voor een spelletje. Dat was niet de bedoeling!

    Maar leg hem dat maar eens uit.

    Tijdrekken (‘wat zeg je?’), de onschuld spelen (‘ik gá ook afsluiten’ en ondertussen doorgaan met spelen), de boel omdraaien (‘je hoeft niet boos te worden, ik doe toch helemaal niets?’) tot en met mij buiten spel zetten (‘papa zou mij naar bed brengen’), alles kwam weer eens voorbij. Ik zal je zeggen, ik had het totaal met hem gehad.

    En hij met mij, dat was duidelijk. Toen echtgenoot weer beneden kwam, de oudste veilig in bed, was de heldere boodschap dat ik niet meer naar boven hoefde te komen.
    ‘Maar ik geef altijd een kus voor het slapen,’ zei ik verontwaardigd.
    ‘Ik zou het nu maar niet doen, hij wil het niet.’
    ‘Dat kan me niet schelen, ik wil het wel en ik ga niet zo de dag afronden,’ was mijn koppige reactie.
    ‘Op je eigen risico,’ antwoordde echtgenoot berustend.

    Met een ietwat onbestemd gevoel (de angst voor afwijzing ligt altijd op de loer) liep ik de trap op naar boven. In zijn kamer lag de oudste op zijn rug met zijn ogen dicht te doen alsof hij sliep. Ik boog mij voorover en drukte een kus op zijn wang. ‘Lekker slapen, schat,’ zei ik op neutrale toon. ‘Zo te zien doe je dat al.’ Bewegingloos bleef hij liggen. ‘Slaap je?’ fluisterde ik, wetend wat het antwoord was, maar benieuwd of hij zou reageren. Een kort trekken van zijn mondhoeken was de enige reactie. ‘Ja, je was ook zo moe.’ Ik sprak het uit alsof hij drie is in plaats van bijna twaalf, omdat ik weet dat hij dat grappig vindt.
    ‘O mama!’ riep hij toch nog onverwacht uit. ‘Ik kan het gewoon niet volhouden, dat niet lachen.’

    Als ik beneden kom, kijkt echtgenoot mij vanaf de bank vragend aan. ‘En?’ Ik haal mijn schouders op. ‘Niets aan de hand,’ antwoord ik naar waarheid.


    Bovenstaand verhaaltje komt van de Facebookpagina levenmetadhd.net, waarin ik wekelijks mijn eigen ervaringsverhalen deel over het hebben van een kind met ADHD en ODD. Ik hoop hiermee andere ouders en verzorgers te inspireren of op z´n minst een hart onder de riem te steken.

  • Het geheim van een volwassen huis

    Het geheim van een volwassen huis

    Vanaf het moment dat ik haar leerde kennen, had mijn vriendin K. wat ik noem een ‘grote mensen inrichting’. Of het nou haar studentenkamer was of later een op zichzelf weinig aantrekkelijke jaren dertig flat, ze wist het altijd in te richten alsof ze die serieuze baan met dito salaris in the pocket had en daarmee dus ook haar volwassen interieur.

    Hoewel haar smaak niet die van mij was, had ik wel bewondering voor de mate van volmaaktheid van haar inrichting. Mijn huis is altijd in ontwikkeling en een voorkeur voor bij het grofvuil gevonden stoelen of vogelkooien klinkt wellicht zeer industrieel, maar heeft in de praktijk toch vaak ook iets te studentikoos.

    Grote mensen huis

    Toen kwam dat grote mensen huis. Dat eengezinshuis dat echtgenoot en ik alweer tien jaar geleden samen kochten, na 2,5 jaar vierhoog antikraak met kind te hebben gewoond. Met vier slaapkamers en een heuse zolder met werkkamer. Ik zou niet zoals vriendin N. de boel laten overnemen door mijn kinderen en eindigen tussen het ontplofte speelgoed en ik ging ook geen schommels ophangen midden in mijn woonkamer. Hier zou serieus gewoond worden!

    We kochten een bank en een vloerkleed, en aangezien de oudste de godganse dag met pannen in de weer was, ook maar een plastic keukentje voor in de kinderhoek. Kind twee kwam en daarmee de noodzaak van een box in de zitkamer. En een aparte kast voor het alsmaar groeiende kinderspeelgoed bleek ook handig. Weer twee jaar later diende kind drie zich aan en moest mijn kleding- en schoenenkamer plaats maken voor een derde kinderkamer. Kortom, naarmate het kinderaantal steeg, daalde de grote mensen factor van ons huis.

    Niet Scandinavisch wit, maar kaal wit

    In een poging tot styling, kreeg de oudste een behang met kleurrijke vissen, wat na drie dagen van de muur afrolde; het papier bleek te dun om te blijven kleven. ‘Dan maar een kleurtje’ riepen wij in koor. Echtgenoot verfde de muren in de jongenskamer donkerblauw en ik ging creatief aan de slag met een plaatje; onze oudste heeft trouwhartig tot zijn tiende tegen een Sharky’s piratenschip aangekeken. Daarna werd alles wit. Niet Scandinavisch wit, maar kaal wit, met her en der een zwarte veeg van kinderschoen of hand.

    Middelste kan geen afstand doen van dingen

    En daar waar ik ooit een beeld had van ouderwetse schoolplaten aan de muur, met een retro schoolbankje en bijpassende legerkist eronder, bestaan de kinderkamers voornamelijk uit kast en bed, met bij de oudste inmiddels een televisie en Xbox. De muren zijn nog steeds akelig kaal, ook al heeft de oudste mij onlangs verteld dat hij met zijn vader alle gebruikte onderdelen van zijn stuntstep carrière op gaat hangen. Ik wacht het rustig af en probeer ondertussen de middelste te overtuigen van het feit dat een steigerhouten hoogslaper in zijn kamer van zo’n 10 vierkante meter best krap is en dat een laag bed de mogelijkheid biedt tot een heus eigen bureau. Maar middelste kan geen afstand doen van dingen, en onder zijn huidige bed is dan wel geen ruimte voor een bureau, er is wel genoeg plek voor 35 knuffels.

    Roze is veel te meisjesachtig

    Wellicht dat ik bij mijn dochter van zes meer kans maak. Zij is vaak genoeg druk bezig haar kamer ‘gezellig’ te maken, waarbij ze het uitgangspunt hanteert dat uit het zicht, opgeruimd is. En ze wil graag een nieuwe inrichting, want roze is veel te meisjesachtig. ‘Waar denk je dan aan?’ vroeg ik gisteren geïnteresseerd. ‘Ik wil een zwarte muur, mama. Met gele bliksemflitsen, oranje vuurballen en in 3D letters mijn naam met daarbij ‘super cool’ geschreven.’

    Het laatste woord is er nog niet over gezegd.

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company | uitgelichte afbeelding van Shutterstock.com 

  • Op pad met je kind

    Op pad met je kind

    Wij mensen vinden van alles, over onszelf, maar vooral ook over anderen. Een van de meest favoriete onderwerpen in dit laatste geval is kinderen, of meer specifiek: het gedrag van de jonge monsters dat nogal eens te wensen overlaat.

    Dat laatste is natuurlijk zeer subjectief en in zichzelf dus al een mening. Vroeger vond ik kinderen per definitie leuk en schattig, zeker als ze klein waren, maar ook wanneer ze groter werden en er meer interactie ontstond. Drie eigen kinderen verder, betrap ik mijzelf op een veel lagere tolerantiegraad ten opzichte van hun gedrag. Hoe kan dat?

    Hij is er klaar mee

    Het heeft alles te maken met de opstelling van de ouders. Omdat ik mij inmiddels ook tot die categorie mag rekenen, weet ik als geen ander hoe het wel kan en hoe vooral niet en hopla, daar gaat mijn medeleven. Want het mag dan niet altijd voelen als een keuze, je kunt wel degelijk heel veel negatief gedrag voorkomen, door je eigen gedrag aan te passen. En dat heeft weer te maken met het antwoord op de waarom-vraag. Waarom is mijn kind aan het zeuren, rondrennen, kabaal maken etc. Wedden dat het antwoord negen van de tien keer zal zijn ‘hij is er klaar mee.’

    Hij besloot sprintjes naar het raam te trekken

    Onlangs zat ik te werken in een leuk tentje in het centrum van Den Haag. Ik was er niet de enige, de ruim opgezette bovenverdieping in combinatie met stopcontacten, goede WiFi en smakelijk snacks voor de innerlijke mens, trekt veel mensen met een flexibele werkplek. Achter mij zaten twee moeders bij te kletsen, terwijl hun jonge kinderen zich vermaakten met papier, stiften en wat klein speelgoed. Naarmate de tijd vorderde, steeg ook het volume van de kinderen. Het kleine jongetje bedacht zich dat de grote ruimte de ideale mogelijkheid bood om sprintjes naar het raam te trekken (toch zo’n kleine acht meter) en het meisje volgde al snel enthousiast zijn voorbeeld. Terwijl ik mij probeerde te concentreren op mijn teksten, kletsten de moeders ongestoord verder. Kijk, dat is zo’n moment dat mijn tolerantiegraad wordt bereikt. Want het was overduidelijk dat die kinderen na anderhalf uur in een café te hebben gezeten, uitgelaten moesten worden. En neem het ze eens kwalijk!

    Hij wilde mama wel met mij gaan zoeken

    Een heel ander voorbeeld is die van het jongetje dat ik gisteren bij mij in de wijk tegenkwam. Hij was een jaar of tweeëneenhalf en zat op een klein fietsje. Hier was niets geks aan behalve dat hij alleen bij de weg stond. En dat vind ik wel gek of op z’n minst verontrustend. Misschien is hij het type kind dat braaf op de stoep blijft wachten tot zijn begeleider verschijnt, maar omdat ik niemand in de directe omgeving zag, besloot ik hem toch maar aan te spreken. Ja, hij was met mama. En nee, mama was er niet. Maar hij wilde best wel met mij mee om mama te gaan zoeken. Samen draaiden we om en gingen we opzoek naar mama. Die stond meters verderop te bellen en had totaal niet in de gaten dat zoonlief was doorgefietst. Met als gevolg dat ze ook niet in de stress was, wat dan weer scheelt voor haar eigen adrenalineniveau. Het is typisch zo’n situatie waar ik wat van vind…

    Andere invulling

    Natuurlijk word ik ook wel eens gebeld als ik met de kinderen op pad ben. En kun je niet al het gejengel en scenes voorkomen. Ook ik ben wel eens een kind kwijt geraakt op het strand en heb menigmaal met een gillend exemplaar onder mijn arm door de supermarkt gelopen. Wat ik wel geleerd heb, is dat alles wat ik onderneem met kinderen om een andere invulling vraagt dan zonder, zeker wanneer ze nog klein zijn. Is dat erg? Nee, tenslotte kan ik ook terugbellen, op een ander tijdstip de boodschappen doen of op een meer kindvriendelijke locatie afspreken met een vriendin. En voor die keren dat het even echt niet anders kan, heb ik nog altijd die rol snoepjes in mijn tas om het af te kopen. Kinderen zijn tenslotte net puppies.

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company | uitgelichte afbeelding van Shutterstock.com