kinderen Archieven - Pagina 2 van 4 - barbarasevenstern.nl

Categorie: kinderen

  • 1 april alert

    1 april alert

    1 april, de dag waarop iedereen elkaar voor de gek mag houden. Een dag waarop ik 24 uur lang alert ben.

    Ik geef het direct toe, ik ben heel slecht in 1 april grappen. Ik blokkeer op het moment dat ik er één moet verzinnen en als ik dan uiteindelijk – na lang nadenken – iets heb bedacht, is het dermate onuitvoerbaar of niet-leuk dat ik er direct de brui aangeef. Ik ben namelijk ook niet het type dat weken van te voren al zit te broeden op de grap van het jaar. Wat ik wel ben, is het ultieme slachtoffer.

    Waarvoor ik bang was, is nu gebeurd

    ‘Mama, waar is mijn fiets?’ Mijn oudste zoon komt met een verschrikt gezicht de kamer inlopen. Ik kijk hem verward aan. ‘Toch gewoon buiten, voor het raam?’ ‘Nee, daar staat hij niet.’ Met een angstig voorgevoel volg ik hem door de hal, de voortuin in. Daar ligt de fiets van zijn jongere broertje op de grond. Mijn fiets staat schuin tegen de gevel aan en op de plek waar de vorige avond nog de fiets van de oudste stond, is nu een grote leegte. ‘Godver!’ De fiets is namelijk niet zomaar een fiets, maar mijn oude mountainbike, waar zoonlief jaren op heeft geaasd. Toen eenmaal bleek dat hij er groot genoeg voor was en zijn eigen fiets echt te klein, was de deal snel gemaakt. Ofschoon ik er dus zelf niet meer op rijd, blijf ik emotioneel verbonden met deze vrolijke, gouden tweewieler van mijn jongere ik. Hoe vaak heb ik niet geroepen dat oudste hem aan het hek of in de schuur moest zetten? Precies omdat ik bang was voor wat nu is gebeurd. Tierend loop ik rond, niet wetend op wie ik bozer moet zijn, hem of mijzelf.  Ik zei toch, ik ben het ultieme slachtoffer.

    Ik ben direct klaar wakker

    ‘Er ligt een briefje van de buurvrouw voor je op tafel.’ Het is zaterdagochtend en ik ben net uit bed. Opstaan is niet één van mijn sterkste punten en met een slaperig hoofd laat ik mij op een stoel zakken. Mijn ogen glijden over het papier, een handgeschreven berichtje van nog geen halve pagina, waarin de buurvrouw mij laat weten dat mijn auto de afgelopen nacht van de oprit is afgegleden en tegen die van haar tot stilstand is gekomen. Met serieuze schade als gevolg. Direct ben ik klaar wakker. Want wellicht dat dit klinkt als een onwaarschijnlijk voorval, het is precies wat mij nog geen week geleden is overkomen, alleen dan zonder de botsing. Afgeleid als ik ben met jonge kinderen op de achterbank, was ik vergeten de handrem aan te trekken nadat ik mijn auto had geparkeerd. Wat ik wel had gedaan, was de versnelling in zijn vrij. Combineer dit met een wat aflopende oprit en na enkele minuten gleed mijn kleine Mini vrolijk de straat op. Godzijdank liep er niemand op de stoep. ‘Ik weet niet of je hier verzekerd voor bent,’ gooit echtgenoot nog wat olie op het vuur.

    Zie hier mijn reden tot de 24 uur staat van alertheid op 1 april. Echtgenoot is namelijk wel van de 1 april. Wat zeg ik, hij leeft voor die dag.

    Waarom ben ik toch zo moe?

    Het is nog donker als de wekker gaat. Ik voel mij uitgeteld, alsof het midden in de nacht is. Na enkele minuten staat echtgenoot op en verdwijnt de badkamer in. Even later hoor ik de douche aangaan, het teken dat ik nu echt op moet staan, wil ik zonder stress het ochtendprogramma doorlopen. Beneden is het doodstil. In de staat van vermoeidheid waarin ik verkeer, bevalt mij dat prima. Ik pak acht sinaasappels uit de koelkast om uit te persen en leg de ontbijtbordjes klaar. Mijn blik glijdt naar de klok aan de muur, het is tien over zeven. Jeetje, wat ben ik gesloopt. Misschien moet ik toch minderen met de wijntjes door de week. Boven is de douche gestopt en de stilte dringt zich weer bij mij op, hij is anders dan normaal. Het is een nachtelijke stilte, zo een waarbij het buiten nog donker is en er geen vogels, vroege fietsers of automobilisten te horen zijn. Ik kijk om mij heen, de digitale klok van de oven en de magnetron geven beiden 07:13 uur aan. Waarom ben ik toch zo verschrikkelijk moe? Echtgenoot is niet iemand om iets aan het toeval over te laten. Echtgenoot weet ook dat ik pas opsta als ik denk dat hij onder de douche staat. Het enige wat hij niet kan beïnvloeden, is de klok op mijn mobiel. Ik pak de telefoon van tafel en zet hem aan. Het is kwart over vijf ’s ochtends.

    Een gewaarschuwd mens

    1 april zal ik weer alert zijn, 24 uur lang. Opgewonden kinderen zal ik kritisch ondervragen, handgeschreven briefjes op voorhand niet vertrouwen en bij alles zal ik mij eerst afvragen waar echtgenoot zich bevindt. Het wordt een lange dag.

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company | uitgelichte afbeelding van Shutterstock

  • JM voor Ouders (ADHD & ODD blogs)

    JM voor Ouders (ADHD & ODD blogs)

    Elke twee weken blog ik voor JM voor Ouders over de impact van een kind met ADHD/ODD op mijn leven.

    Omdat ik deze blogs niet op mijn eigen website kan zetten, volgt hieronder een overzicht met een directe link naar elk verhaal. De blogs zijn los van elkaar te lezen, maar als je eerst wilt weten hoe wij erachter zijn gekomen dat onze oudste ADHD en ODD heeft, begin je met de onderste. En als je je afvraagt waarom ik in godsnaam over zoiets persoonlijks schrijf als mijn kinderen, dan verwijs ik je graag naar Help! Mama blogt.

    De grens bij ADHD en ODD

    Straf bij ADHD en ODD

    ADHD en de eeuwige onschuld

    ODD in de praktijk

    Het dilemma dat middelbare school heet

    Eerste hulp bij ADHD en ODD – met 11 praktische tips

    De onzichtbare kant van ADHD en ODD

    Het ideale gezin bestaat niet

    De spanning van Sinterklaas

    Hoe voorkom je discussie met je kind

    Jij hebt toch géén ADHD? Braaf gaan slapen dus.

    Hoe ga je om met de agressie van je kind?

    Dáárom samen sterk als ouders

    Opstandig in de klas

    Hoe voorkom je ruzie met je kind?

    Vakantiemanie

    Brusjes van ADHD’ers

    ADHD-medicatie, gemakzucht of hulpmiddel?

    Mama, ik wil dood

  • Slapeloze nachten

    Slapeloze nachten

    Ik heb ooit gelezen dat ouders met kinderen slechts aan 70% van hun slaapbehoefte komen. Of ze dit ooit op een later tijdstip inhalen, vertelde het artikel niet. Mijn persoonlijke overtuiging is dat dit dan moet gebeuren als de kinderen het huis uit zijn.

    Eerder is zeker niet het geval. Na de nachtelijke voedingen komt immers de ik-ben-bang-om-te-slapen-periode, gevolgd door de ik-wil-nog-niet-slapen-fase, die na enige tijd naadloos overgaat in het als-puber-slaap-ik-vooral-overdag tijdperk, met als gevolg dat ze tot minstens half elf naast je op de bank je avond-me-time verstoren.

    Zo’n kleine wurm heeft het ook niet gevraagd afhankelijk te zijn

    Van bovengenoemd rijtje vind ik die nachtelijke voedingen het meest natuurlijke. Niet alleen door de enorme hoeveelheid hormonen, die na negen maanden zwangerschap nog door je lijf gieren, maar vooral omdat zo’n kleine wurm het ook niet gevraagd heeft op de wereld gezet te worden zonder ook maar één vinger uit te kunnen steken.

    Met drie kinderen heb ik hierbij een hele ontwikkeling aan wat wel en wat niet mag doorgemaakt. Zo kookten echtgenoot en ik bij de oudste nog alles braaf uit en was elke fles die hij kreeg Vers met een hoofdletter. Bij nummer twee werd de nachtelijke voeding al ’s avonds voorbereid, zodat we met één greep uit de koelkast hem de gewenste fles konden geven. Nummer drie sliep vanaf week acht godzijdank de hele nacht door. Waarschijnlijk begreep ze dat je als derde kind een stuk flexibeler moet zijn.

    Met het stijgen van de vermoeidheid, daalt de mate van flexibiliteit

    Want met het stijgen van het aantal kinderen, slaat ook de vermoeidheid toe. En dus de mate van flexibiliteit. Ik geloof overigens niet dat dit per se negatief is. Zo heeft onze oudste tot zijn vierde nog een nachtelijke fles pap gekregen, terwijl de middelste na tweeëneenhalf jaar daar niet meer om vroeg. Waarom? Simpelweg vanwege het feit dat wij het niet meer opbrachten elke nacht twee keer op te staan voor die pap. Ik geloof dat hij er nog drie nachten weinig overtuigend om gehuild heeft en daarna sliep hij door.

    Natuurlijk kent dit verhaal ook zijn context. De oudste nam genoegen met een fles pap in zijn eigen handjes en gooide deze na consumptie met een grote boog uit zijn bed op de grond. Middelste verwachte in eerste instantie dat wij de fles voor hem vasthielden. Toen hij zich realiseerde dat dit niet meer het geval was, werden echtgenoot en ik op z’n minst geacht de lege fles op te ruimen. Daar huilde hij nog harder om dan om de fles pap zelf. En nog steeds is hij het type ‘Mama, mag ik een boterham?’,  ‘Ja, maar die mag je zelf maken.’, ‘O, laat dan maar.’ Terwijl de oudste vrolijk zijn eigen eieren met spek staat te bakken.

    Zijn angst is wel degelijk oprecht

    Een heel ander fenomeen zijn de ik-wil-of-ik-kan-niet-slapen en de ik-ben-bang-om-te-slapen-fases. Het bang-zijn fenomeen vind ik lastig. Onze middelste vind het eng alleen in zijn kamer, maar valt redelijk snel in slaap. In zijn geval helpt het nog wel eens om na alle vaste naar-bed-breng-rituelen nog een extra vijf á tien minuten op zijn bed te blijven zitten. Daarnaast is zijn angst weliswaar niet reëel, maar wel degelijk oprecht en geen vorm van negatieve aandacht vragen. Ik ben als ouder dan ook sneller geneigd hem tegemoet te komen.

    In het geval ik-wil-of-ik-kan-niet-slapen heb ik veel minder geduld, simpelweg omdat het omringd wordt met allerlei smoesjes en scènes. Mijn vaste antwoord is dat er ook niet geslapen hoeft te worden, als ze maar stil zijn en in hun bed blijven liggen. Afhankelijk van het tijdstip is zelf een boekje lezen ook nog een optie, helaas is dochterlief de enige die hier gehoor aan geeft.

    Met een enorm vol hoofd in bed

    Tegelijkertijd is het niet kunnen slapen ook zo herkenbaar. Het is dat moment dat je in je bed ligt en je niets meer hoeft. Dat moment dat je hoofd stopt met doorrennen en dus onmiddellijk in overdrive gaat. Ineens weet je weer wat je nog wilde vertellen en had willen doen die dag. En deze gedachten roepen onmiddellijk weer nieuwe gedachten op, zodat je met dat enorme volle hoofd en wijd opengesperde ogen in je bed vooral alles kunt doen behalve slapen.

    Ik heb het al mijn hele leven en zie het nu bij mijn kinderen terug. ‘Als je hard hebt gerend en je staat stil, dan klopt je hartje nog een tijdje heel hard door, voordat het weer rustig voelt,’ probeerde ik het gisteren mijn ogenschijnlijk zeer wakkere dochter uit te leggen. ‘Zo is het hetzelfde met je hoofdje. Die heeft de hele dag heel hard gerend en mag nu stil staan. Dan moet dat hoofdje ook even bijkomen.’ Ze knikte instemmend, pakte toen haar knuffelbeer en vroeg met haar allerliefste stemmetje ‘Mag ik even in jouw bedje liggen?’

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company | uitgelichte afbeelding Shutterstock

  • Op tijd naar bed

    Op tijd naar bed

    Op tijd naar bed. Ik neem het mijzelf elke dag weer voor wanneer ’s ochtends om tien voor zeven de wekker afgaat. Als ik hem al hoor. Meestal schrik ik om tien over zeven wakker van het geluid van de douche waar echtgenoot, meer een ochtendmens dan ik, al reeds onder is verdwenen. Opstaan! Nu!

    In ons huishouden is er een strakke verdeling van taken, de enige manier om enigszins orde in de chaos van drie naar de basisschoolgaande kinderen met sportactiviteiten te houden. Echtgenoot begeleidt het opstaan en aankleden van het nageslacht, ik verzorg ontbijt en lunchtrommels. Een prima verdeling wat mij betreft, aangezien het mij de tijd geeft om in de stilte van de nog lege keuken echt wakker te worden.

    Uren maken

    Als de kinderen eenmaal op school zitten, begint mijn werkdag, thuis achter de computer. Vaak met het ophangen van de was, die echtgenoot, gedisciplineerd als hij is, eerder die ochtend al heeft aangezet. Ik kan die was overigens ook makkelijk negeren, uitgaande van het feit dat als ik buitenshuis zou werken, overdag ook geen was zou ophangen.

    Als het goed is, kan ik vervolgens wat uren maken, met op maandag en vrijdag de onderbreking tussen twaalf en één uur van de oudste die thuis komt lunchen. ‘Mama, wil jij een tosti voor mij maken?‘ Wat ik dan toch weer doe. Ik weet het, je creëert je eigen monsters. Op woensdag is het helemaal feest.

    Soms belt school. Dat er een kind ziek is of weggelopen. Ja, dat laatste gebeurt ook wel eens. Onze oudste heeft ADHD en ODD, wat betekent dat het hem wel eens teveel wordt. Op dat soort momenten is het gedaan met mijn werkdag.

    Na schooltijd is er de chaos

    Na schooltijd is er de chaos van wel/niet met vriendjes spelen (‘Mama, ik wil óók met iemand spelen!‘), huiswerk maken (‘Dat doe ik vanavond wel.‘) en het opmaken voor de diverse sportactiviteiten (‘Ik ga je niet nog een keer vragen je om te kleden.‘). Ondertussen ruim ik de vaatwasser in en maak ik de eerste ronde van het avondeten klaar. Als wij als gezin drie keer per week gezamenlijk eten, is het veel. Iets wat ik voorheen heel ongezellig vond, maar inmiddels wel zo rustig als het gaat om het onderlinge gebekvecht en de strijd om aandacht van de kinderen.

    Terwijl de middelste zijn spaghetti naar binnen slurpt, zet ik het eten voor echtgenoot en de oudste klaar, zodat zij bij thuiskomst direct aan tafel kunnen schuiven. Er is immers straks voetbaltraining. Tussendoor laat ik de middelste weten dat we nu echt weg moeten. Ik vraag de jongste haar jas aan te trekken (‘Ik kan best alleen thuis blijven!’, ‘Nee, dat kan jij nog niet.‘) en dan zitten we in de auto richting, laten we zeggen, de hockey. Om enkele minuten later weer richting huis te rijden, om de vergeten stick op te halen.

    Kan dat niet makkelijker?

    Terug thuis laat de vaatwasser mij weten zijn taak weer te hebben volbracht en begin ik aan kookronde drie, deze keer van mijzelf en de jongste. Ik hoor je denken, kan dat niet makkelijker? Natuurlijk. Wanneer ik bereid ben elke dag gebakken eieren te eten of een bal gehakt. Of wanneer al mijn kinderen zonder zeuren hetzelfde zouden eten en vooral ook niet moeilijk zouden doen over pasta, nasi, stoofschotels en meer van dat soort makkelijk van te voren te bereiden maaltijden. Op een gegeven moment heb ik besloten dat ikzelf lekker wil eten, ongeacht de voorkeur van mijn kinderen (maaltijd één) en dat ik de mate van strijd drastisch wil beperken (maaltijd twee en drie). Ik zeg je, ook daar word je heel handig in. En het scheelt enorm in de sfeer.

    Avondrituelen

    Tegen acht uur is de hele familie weer thuis, begint de discussie over het uitgestelde huiswerk met de oudste en gaat de jongste naar boven. Hier begint het ritueel van omkleden, tandenpoetsen en verhaaltje voorlezen. Dit gaat naadloos over in hetzelfde proces bij de middelste, die vaak door echtgenoot naar bed gebracht wordt, maar vervolgens vraagt of ik nog even bij hem wil zitten. Hij is nogal bang alleen in zijn kamer. Vaak geef ik hier aan toen, omdat die vijf á tien minuten een investering zijn in een rustige avond. En laten we wel wezen, ook voor mij is het een moment van stilte in de dag.

    Eenmaal beneden kan de vaatwasser nog wel weer een keer gedraaid worden en controleer ik alle digitale apparaten of ze goed zijn afgesloten (ik heb het – wellicht misplaatste – idee dat het doorlopen van filmpjes op Youtube ten kosten gaat van de kwaliteit van mijn WiFi). Ik stem de aankomende bedtijd af met de oudste, die languit op de bank ligt en alleen maar ‘ja, ja’ mompelt. Het is het moment dat ik eigenlijk zelf daar wil liggen, maar nog niet de rust heb om toe te geven aan mijn moeheid. Immers, nummer drie moet nog gaan slapen.

    Op tijd naar bed…

    Tegen de tijd dat dit zover is, is het tien uur. Echtgenoot constateert dat er wederom niets op televisie is en stelt voor om een filmpje te kijken op Netflix. Als ik verstandig ben, ga ik nu naar boven. Maar ja, ook ik heb recht op een eigen avond.

    Morgen ga ik echt op tijd naar bed.

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De MamaCompany | Uitgelichte afbeelding van Shutterstock.

  • Spreekbeurt

    Spreekbeurt

    Mijn zonen dienen dit jaar allebei een spreekbeurt te houden, 20 en 21 februari om precies te zijn. Dat dit direct achter elkaar valt, is geheel toevallig, maar een positief persoon zou stellen dat je er dan maar meteen van af bent. Ik klamp mij vast aan deze gedachte.

    Begrijp mij niet verkeerd, ik ben dol op spreekbeurten. Samen met boekbesprekingen en werkstukken heeft deze vorm van educatie mijn eigen cijferlijst jaarlijks overgangswaardig gemaakt. Bij spreekbeurten gaat het er immers niet om dingen domweg uit je hoofd te leren, een spreekbeurt vraagt om inzicht en presentatiekracht. Dat laatste is uiteraard direct ook een punt waar velen van ons op afknappen.

    ‘Wellicht dat ik het dan met de juf kan bespreken,’ zei mijn middelste gistermiddag, nadat wij een ruwe planning voor zijn spreekbeurt hadden opgesteld.

    ‘Wat wil je met de juf bespreken?’ vroeg ik verbaasd.

    ‘Dat ik dit soort dingen wel eng vind.’ Middelste is het typische voorbeeld van “ik heb het nog nooit gedaan, dus ik weet zeker dat ik het niet kan”.

    ´Dat weet de juf heus wel,´ antwoordde ik stellig. ´En je bent in een veilige omgeving, de klas zal je echt niet uitlachen. We gaan gewoon heel goed oefenen van te voren.´

    Met die laatste opmerking probeerde ik niet alleen hem, maar vooral ook mijzelf gerust te stellen. We hadden namelijk net daarvoor besproken waar zijn presentatie over zou gaan en dat ging ongeveer als volgt:

    ´Waar wil je het over hebben?’

    ‘De politie.’

    ‘En waarom kies je dat onderwerp uit?’

    ‘Omdat ik het leuk vind.’

    ‘Waarom vind je het leuk?’

    ‘Nou gewoon, omdat het leuk is.’

    ‘Wat is er leuk aan?’

    ‘Ze hebben pistolen en handboeien.’

    ‘Jij wilt toch later ook bij de politie?’

    ‘Ja.’

    ‘Waarom wil je bij de politie?’

    ‘Omdat het leuk is.’

    Een spreukbeurt van een kind is al snel een Project voor zijn ouder

    Toen ik twee jaar geleden voor het eerst met een spreekbeurt van één van mijn kinderen werd geconfronteerd, hield ik mijn hart vast. Spreekbeurten van kinderen zijn namelijk al snel Projecten voor ouders. Met name in relatie tot de digitale presentatie, verdenk ik sommige vaders en moeders van een enorme competitiedrang.

    Dit gezegd hebbend, heeft mijn oudste mij indertijd zeer positief verrast met zijn kennis over de opzet van een spreekbeurt en zijn behendigheid met PowerPoint. Dat ik ’s avonds nog even stiekem de plaatjes op de pagina’s uitlijnde, is in mijn ogen verwaarloosbaar.

    Pepperspray, afrekeningen en cybercrime

    Inmiddels zit deze oudste in groep zeven en tot zijn grote verontwaardiging dient zijn onderwerp uit de categorie aardrijkskunde, natuur of geschiedenis te komen. Daar ging zijn gewenste sport-onderwerp, en dus ook zijn enthousiasme voor de spreekbeurt. Ik zeg je, op zo’n moment wordt de voorbereiding niet meer een project, maar een ware bevalling.

    Echtgenoot kwam met de oplossing, waarom hij het niet over criminaliteit hield? Hè ja, waarom niet? Lekker over Cor van Hout en Holleeder. En Hitler moest daar dan ook in voorkomen, aldus onze weer gemotiveerde oudste, want die was in zijn ogen toch wel een hele grote crimineel.

    De onderwerpen zijn dus gekozen, de komende vijf weken zijn we druk met pistolen, handboeien, pepperspray, afrekeningen en cybercrime. Over twee jaar zit onze dochter in groep vijf en mag zij haar eerste spreekbeurt houden. Wederom hou ik mijn hart vast.

     

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company

  • Welk boek lees jij?

    Welk boek lees jij?

    Ik ben een enorme leesfanaat, maar sinds ik kinderen heb, is daar behoorlijk de klad ingekomen. Veelal kom ik niet verder dan een tijdschrift (en dan eerder Allerhande of VT Wonen in plaats van Psychologie of Opzij) en meestal scrol ik tussen de bedrijven door op mijn telefoon, te opgejaagd om mij te focussen op een heel boek.

    Met kinderen in de leeftijd zes tot en met elf duurt het avondritueel bij ons thuis minstens tot een uur of tien, waarna ik uitgeput op de bank val. Dit zou het uitgelezen moment voor een boek zijn, maar aangezien echtgenoot alleen leest op vakantie, kies ik er sneller voor om samen met hem Netflix te kijken (ook al praat je niet, het geeft toch een gevoel van bonding). En als ik dan wel een boek pak, omdat er bepaalde tv-programma’s gekeken moeten worden, waar mijn hart minder snel bij gaat kloppen, betrap ik mijzelf erop al snel weer afgeleid te zijn. De onmogelijkheid van een boze buurman die zijn huurder het huis uit wil zetten, trekt op één of andere manier toch mijn aandacht, evenals het overspannen leven van een hysterische vlogger.

    De voordelen van het lezen

    Veel oppervlakkige vluchtigheid en gluren-bij-de-buren dus, terwijl ik weet dat het lezen van een boek mij veel meer brengt. En mij niet alleen, onderzoek heeft uitgewezen dat lezen een groot aantal voordelen kent. Zo leef je langer, train je je brein doordat je je moet focussen op die ene taak voor je, neemt het stresshormoon in je lijf af (zelfs meer dan bij het luisteren naar muziek of het maken van een ommetje) en kan je beter slapen. Ik zeg, wie wil dat niet?

    En er is ook een ander punt. Door zelf te lezen in plaats van aan mijn mobiel gekleefd te zitten of voor de televisie te hangen, laat ik mijn kinderen zien dat lezen normaal is. En dat niet alleen, dat het vooral iets is wat leuk is. Daarnaast is lezen ook belangrijk voor hun ontwikkeling. Denk hierbij aan spelling en woordenschat, maar ook aan fantasie en inlevingsvermogen.

    Veel kinderen lezen niet vanzelf

    Dus lezen wij de twee jongsten nog elke avond voor, mogen ze tijdens de Kinderboekenweek altijd een boek uitkiezen, bezoek ik regelmatig met hen de bibliotheek en zeul ik elke vakantie een stapel kinderboeken mee naar het vakantieadres. Het gaat daarbij niet om wat ze lezen, maar dat ze lezen. Met uitzondering van boeken waar ze nog niet aan toe zijn.

    De grote vraag is natuurlijk of ze hierdoor zelf meer of minder gaan lezen? Het antwoord is voorlopig nog nee. De oudste van elf blijft van mening dat die grote boekenkast in onze zitkamer hopeloos ouderwets is en zijn drie jaar jongere broertje vindt lezen per definitie stom (maar voorgelezen worden fantastisch). Mijn hoop is gevestigd op de jongste van zes, die sinds september is begonnen aan groep 3. ‘Met de kerstvakantie kunnen ze dan ineens lezen,’ zei men toen de jongens haar voorgingen. Ik heb nooit begrepen wat daar precies mee bedoeld werd. Tot nu. Van Nijntje tot Vos en Haas, het wordt allemaal verslonden. En moet ook nog eens door haar zelf worden voorgelezen in de klas.

    De zoektocht naar jouw boek

    Daarmee blijkt maar weer dat iedereen kan lezen, maar dat een voorliefde voor lezen ook zeer persoonlijk is. En toch heb ik hoop, want hoeveel mensen waren geen lezers, tot ze dat ene boek tegenkwamen? Dat boek dat hen raakte en waarvan ze meer wilden.

    Met het huidige aanbod van zeer toegankelijk geschreven kinderboeken van schrijvers als Geronimo Stilton, Peirce Lincoln of Jeff Kinney, herkenbare verhalen van Francine Oomen, Jacques Vriens of Carry Slee en spannende verhalen van J.K. Rowling of Marcel van Driel zal het aan het aanbod niet liggen. En anders heb ik nog altijd de klassiekers van Thea Beckman, Tonke Dragt en Jan Terlouw in mijn kast staan.

     

    Deze blog werd ook gepubliceerd bij De Mama Company  | uitgelichte afbeelding: Shutterstock

  • Het breinmysterie

    Het breinmysterie

    Dinsdagavond was VU-hoogleraar neuropsychologie Jelle Jolles bij RTL Late Night. Hij heeft een boek geschreven over het pubertienerbrein. Ik zat direct rechtop, niet alleen omdat ik mijn oudste verdenk van beginnend puberaal gedrag, maar ook omdat de werking van ons brein mij mateloos intrigeert.

    Waarom werkt het bij mij anders dan bij echtgenoot of mijn kinderen? Of tussen jongens en meisjes? En zien de hersenen van iemand met een gedragsstoornis er anders uit dan die van iemand zonder?

    Het menselijke brein is hot

    Vragen waar het boek van Jolles wellicht antwoord op geeft, om nog maar te zwijgen over de vele andere, laagdrempelige brein-boeken die er de afgelopen jaren op de markt zijn gekomen. Ik noem hier Het maakbare brein van Margriet Sitskoorn, Wij zijn ons brein van Dick Swaab, De vrouwelijke hersenen van Louann Brizendine of Het puberende brein van Eveline Crone, het menselijk brein is onomstotelijk hot.

    Ik geef direct toe, veel van die boeken bereiken mijn boekenkast, maar worden meer als naslag gebruikt dan van voor naar achteren uitgelezen. Informatie over de prefrontale cortex is voor mij als leek gedurende een beperkte periode te volgen en wellicht sta jij nu ook op het punt af te haken bij deze blog.

    Dan maar snel door naar de reden van mijn fascinatie voor het menselijk brein: het simpele feit dat het ons handelen bepaalt. En wie het waarom weet, kan adequaat reageren of op zijn minst meer begrip opbrengen voor ongewenst gedrag.

    Hoe braaf zijn meisjes werkelijk?

    De meeste van ons weten dat meisjes over het algemeen communicatiever zijn dan jongens. Gezien het onderwerp van deze blog zal het je niet verbazen dat de oorzaak hiervan terug te vinden is in de hersenstructuur.

    Wist jij ook dat die afwijking in de hersenstructuur tussen jongens en meisjes ervoor zorgt dat meisjes veel beter verschillende nuances in een stem horen dan jongens? Daar waar jouw zoon constant dezelfde toonhoogte hoort, heeft jouw dochter al lang door dat je flink geïrriteerd begint te raken. Zij besluit eieren voor haar geld te kiezen en bindt in, terwijl hij rustig doorgaat met het gedrag wat zo op jouw zenuwen werkt. Dochterlief lijkt op zo’n moment veel braver dan die zoon, maar ze is het niet. Haar hersenen werken simpelweg anders, waardoor ze beter hoort.

    We moeten dingen leren en dat kost tijd

    Iedereen begrijpt dat een kind die je achter de piano zet, niet direct een sonate zal spelen (en als hij dat wel doet, er iets heel bijzonders aan de hand is). En een peuter eet niet direct met mes en vork. We moeten dingen leren en dat kost tijd. Het frappante is dat we bij kleine kinderen vaak veel meer geduld op kunnen brengen dan bij grotere kinderen. We vinden het logisch dat een peuter nog niet alles kan. En als hij boos begint te krijsen, zeggen we begripvol dat hij gefrustreerd is. Naarmate die peuter groter wordt, neemt ons begrip af, zeker wanneer het kind in kwestie een grote mond begint te krijgen.

    De meeste ruzies tussen ouders en kinderen gaan over plannen, organiseren en morele kaders en grenzen bepalen. Zeker in de pubertijd, en in het geval van kinderen met een gedragsstoornis als ADHD of ODD al veel eerder. Wat heeft dit nu met ons brein te maken? Heel veel!

    Zelfstandig werkende tieners? Vergeet het maar!

    De mate waarin wij in staat zijn genoemde activiteiten toe te passen, wordt namelijk geregeld voor in de hersenen, in de eerder genoemde prefrontale cortex, en die is bij pubers nog onrijp (sinds een paar jaar is bekend dat het brein pas is uitgerijpt als je 23 of 25 jaar bent). Hun hersenen kunnen simpelweg nog niet de genoemde taken uitvoeren op het volwassen niveau dat vaak van hen verwacht wordt.

    Betekent dit dat wij hen dan maar hun gang moeten laten gaan? Nee, natuurlijk niet. In tegenstelling tot wat hun opstandige reactie doet vermoeden, hebben zij onze begeleiding juist zeer nodig. Swaab roept in zijn boek Wij zijn ons brein dan ook terecht de vraag op hoe realistisch dat zelfstandig werken in een studiehuis is?

    Ook tieners hebben houvast nodig

    Kijk, daar kan ik wat mee. Net zoals met de waarschuwing van de eerder genoemde Jolles, dat scholen en ouders geneigd zijn bij de begeleiding van kinderen primair in te zetten op cognitieve ontwikkeling: taal, rekenen, zaakvakken et cetera. Daarbij wordt te makkelijk voorbij gegaan aan de sterktes en zwaktes van kinderen op het gebied van zelfinzicht, leren hoe je moet leren en naar elkaar te luisteren, zelfregulatie en planning (de zogenoemde executieve functies). Het gaat er bij Jolles om kinderen houvast te geven, precies wat Swaab ook al eerder schreef. Hoe je dat doet? Door met ze te praten, open vragen te stellen, structuur en duidelijkheid te bieden.

    De kracht van de lange adem

    Het klinkt allemaal heel logisch. En idealistisch. Want wie met een opstandig en dwars kind te maken heeft, weet dat alles van twee kanten moet komen, wil het werken. Dat vraagt om veel flexibiliteit, relativeringsvermogen en een lange adem.

    En toch geloof ik dat ondanks alle negatieve reacties er altijd wat tot die kinderhersenen doordringt, als is het maar dat je kind ziet dat jij niet schreeuwt en hem aankijkt als je tegen hem praat. En met dat in gedachte, tel ik tot tien, haal ik diep adem en vertel hem nogmaals vriendelijk dat hij nu zijn huiswerk moet gaan maken.

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company

  • Hoe een simpel ‘dag’ zo schrijnend kan zijn

    Hoe een simpel ‘dag’ zo schrijnend kan zijn

    Afgelopen dinsdagavond was de documentaire Emma wil leven op de televisie, het verhaal van een 18 jarig meisje en haar strijd tegen anorexia. Documentaire maakster Jessica Villerius maakte hem postuum, in april dit jaar overleed Emma aan de gevolgen van haar ziekte.

    Het is zo’n programma dat ik aan de éne kant heel graag wil zien en aan de andere kant heel ver van weg wil blijven. Emma is een doodnormaal meisje en toch heeft ze een eetstoornis. Ik wil haar strijd begrijpen en tegelijkertijd vind ik de machteloosheid die er omheen hangt enorm confronterend. Uiteindelijk kijk ik, want Emma’s strijd kan over een paar jaar die van mijn dochter of zoon zijn.

    Een gezicht aan de cijfers

    Waarom? Omdat er wekelijks één meisje per dag sterft aan anorexia en er jaarlijks zo’n 1000 patiënten bijkomen, dat zijn er dus twintig per week. En dan heb ik het nog niet over andere eetstoornissen, zoals boulimia en binge eating. Emma wil leven geeft een gezicht aan deze cijfers en het laat zien dat een eetstoornis iedereen kan overkomen.

    De documentaire was Emma’s eigen wens en bestaat uit materiaal dat door haarzelf, haar familie en haar behandelaars is geschoten, aangevuld met interviews met de nauw betrokkenen. De focus ligt op Emma en haar dappere, maar moeizame strijd tegen de anorexia. Tegelijkertijd zien we ook de kracht van haar ouders en de toewijding van de behandelaars, voor hen is mijn respect navenant groot.

    Zelf de kans pakken te leven

    Het verhaal focust zich op de laatste periode van Emma’s leven, wanneer na zes jaar van ziekenhuizen, klinieken en (gedwongen) behandelingen niemand in Nederland nog iets voor haar kan doen. Met gevaar voor eigen leven vliegt ze onder begeleiding naar Portugal om zelf de kans te pakken, beter te worden. In een onbekende omgeving, zonder haar ouders, maar met de liefdevolle verzorging van ervaringsprofessionals en behandelaars, probeert ze weer te eten om te kunnen leven.

    Controle behouden

    De beelden van een uitgemergeld meisje, dat niet in staat is zelfstandig te lopen en moeizaam praat, zijn schrijnend, maar het meest confronterend vind ik het contrast met de frisse, levenslustige Emma op de fiets van nog geen jaar daarvoor. Niemand kiest voor een dergelijk verval en de documentaire laat dit duidelijk zien.

    De eetstoornis gaat niet om gewicht, maar om controle. Het is dan ook geen kwestie van niet willen eten, maar van niet kunnen eten. Ook de angst genoeg aan te komen om weer terug bij haar emoties te komen, speelt een belangrijke rol. We zien Emma tot op het einde toe de regie in handen willen houden en uiteindelijk strijdend ten onder gaan.

    Betekenis geven

    Jessica Villerius heeft een integere en indringende documentaire gemaakt. Het overlijden van Emma maakt het helaas niet de inspiratie waarop Emma zelf had gehoopt: geef niet op, je kan misschien beter worden. In plaats daarvan is het de waarschuwing, waarvan ze zich ook terdege bewust was: dit kan echt gebeuren.

    De boodschap van de documentaire wordt nog eens extra duidelijk gemaakt in de voor- en nabesprekingen. Wees alert op symptomen van een eetstoornis, ook bij ogenschijnlijk vrolijke kinderen. Betrokken instellingen dienen meer samen te werken en bovenal dient de benadering van de patiënt te vermenselijken en diens persoonlijke behoefte centraal gesteld te worden.

    Met Emma wil leven geeft Emma nog steeds betekenis aan haar leven, haar ziekte en haar dood. Laten we haar boodschap ter harte nemen.


    De documentaire Emma wil leven is nu nog te bekijken op Uitzending gemist

    Gespecialiseerde instellingen (klinieken):
    Top GGZ Rintveld (ook voor heel jonge kinderen)
    GGZ Rivierduinen Eetstoornissen Ursula
    Amarum, Expertisecentrum Eetstoornissen

    Ervaringsdeskundige behandelingen:
    Stichting Human Concern – Centrum voor eetstoornissen

    Online (mee)praten en informatie: proud2bme.nl

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company

  • Help, mama blogt!

    Help, mama blogt!

    Twee weken geleden schreef collega-blogger Jeske een leuke blog over zichzelf. Daarin raakte ze een belangrijk onderwerp aan: wat zet je wel en niet over je kinderen online?

    Jeske kiest ervoor niet over de ontwikkeling van haar dochters te bloggen, met foto´s van haar meiden heeft ze geen moeite. Haar opmerking zette mij aan het denken; ik schrijf namelijk heel veel over mijn kinderen. Niet alleen hier bij de Mama Company, maar ook voor J/M voor Ouders en af en toe op mijn eigen blog barbaraschrijft.nl. Allemaal openbare websites, die door iedereen gelezen kunnen worden.

    Wat vinden de kinderen?

    Ik kan mij heel goed voorstellen dat er mensen zijn die dit belachelijk vinden. Zij zullen zich afvragen waarom ik te koop loop met de soms zeer persoonlijke verhalen over het wel en wee binnen mijn gezin. En of ik er over nagedacht heb wat mijn kinderen daar nu – of later – van zullen vinden?

    Het antwoord is een volmondig ja. Niet alleen weten zij dat ik over hen schrijf, bij elke blog vraag ik mij af of ik hen deze ook zou laten lezen. Misschien niet nu, gezien hun leeftijd, maar over een paar jaar. Het is de gewetensvraag die mij scherp houdt, zodat ik niets schrijf wat later tot ruzie en verwijten kan leiden. Voor zover ik dat nu kan overzien en überhaupt in de hand heb.

    Waar blog ik over?

    Dat is niet altijd eenvoudig. Voor De Mama Company hou ik de blogs over de kinderen luchtig en algemeen. Ik ga er vanuit dat ze me het later niet kwalijk zullen nemen dat ik hun voorliefde voor Enzo Knol en indoor speeltuinen op internet heb besproken. En als ze dat wel doen, soit!

    Voor J/M voor Ouders is het een heel ander verhaal. Daar schrijf ik over de impact van een kind met ADHD en ODD op ons gezin. Heel persoonlijk, zowel voor mijzelf als alle betrokkenen. Ook niet altijd even makkelijk om over te schrijven en toch heb ik ervoor gekozen dat wel te doen.

    Waarom überhaupt bloggen?

    Waarom? Omdat ik een verhaal te vertellen heb. Het verhaal van mij als ouder en mijn zoon als kind met een dubbele gedragsstoornis. En ofschoon mijn gezin en mijn kind uniek zijn, is het verhaal dat niet. Heel veel ouders en kinderen worstelen met eenzelfde situatie en komen er niet uit. Of komen er wel uit, maar kunnen een hart onder de riem nog steeds goed gebruiken. Als ik ook maar een klein deel van hen kan bereiken en verder kan helpen door te bloggen over mijn ervaring, dan is het voor mij de moeite waard geweest.

    Moet dat dan ten kosten van mijn eigen kinderen? Uiteraard niet

    Bespreekbaar maken

    Ik schrijf geen sensatieverhalen, maar wil lastige situaties bespreekbaar maken, zodat een ander daar wat aan heeft. Dat betekent dat ik mij in mijn blogs richt op feitelijke gebeurtenissen en vooral mijn eigen rol in het verhaal. Ik (ver)oordeel mijn kinderen niet, maar probeer ze te begrijpen. En dan gaat het er niet zozeer om wat ze doen, als wel waarom ze iets doen. En hoe ik daar als ouder mee omga.

    En dat brengt mij bij mijn laatste en tevens allerbelangrijkste punt: de invalshoek van waaruit je dingen over je kinderen online deelt. Zoals de liefde van Jeske voor haar dochters doorstraalt in de foto´s die ze van hen plaatst, zo geldt hetzelfde voor mijn blogs over mijn kinderen. Ik kan deze artikelen schrijven, omdat ik trots op hen ben en mijn vertrouwen in hen rotsvast is. En dat is wat ik elke ouder gun.

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company | uitgelichte afbeelding Shutterstock.

     

  • Zwemsportdag

    Zwemsportdag

    Wat? Zwembroek? Waarom heb jij nu een zwembroek nodig?
    Zwemsportdag? Van wie dan?
    O, van school.

    Van school? Waarom weet ik dat niet?
    Briefje. Welk briefje?
    Dat jij vorige maand hebt meegekregen.
    Nou, daar heb ik dan niets van gezien.

    In je tas? Kind, je wilt niet weten wat ik allemaal uit die tas van jou haal.
    Of pappa het briefje misschien heeft ingeleverd? Wat denk je zelf?

    Nou ja, dan maar zonder briefje.
    Je denkt dat je dan niet mee mag? Ben je gek, wat maakt eentje meer of minder uit?
    Aantal kaartjes? Zo’n zwembad wordt echt wel in z’n geheel afgehuurd.

    Toestemming om te zwemmen? Nou bij deze.
    Hoezo niet genoeg? Wat verwachten ze dan? Dat ik je je zwemdiploma’s meegeef?
    Waarom is dat flauw? Ik word flauw van al die extra sportactiviteiten. Wat is er mis met ouderwetse gymnastiek?

    Leuk?! Een zwemsportdag leuk?
    Ik moet er niet aan denken en ik ben vast niet de enige.

    Wat zeg je? Begeleiding door ouders?
    Duiken die straks met jullie het water in?
    Wat? Echt? Het was maar een grapje. Wie wil er nou in bikini badpak tussen honderd kinderen in het zwembad liggen? Nooit van mijn leven.

    Kom, pak je spullen en dan gaan we.
    Nee, maak je nou maar niet druk. Jij mag best wel mee, ook zonder briefje.

    Naar school bellen? Is dat niet een beetje overdreven?
    Oké, oké, maar daarna hou je echt op.

    Goedemorgen, ik bel vanwege de zwemsportdag, we zijn vergeten het briefje in te leveren.
    Ja, precies. Geen probleem, toch?
    Wat? Niet genoeg begeleiding? Wat maakt eentje meer of minder uit?
    Risico?
    Wat een onzin, hij heeft drie zwemdiploma’s. Die jongen zwemt beter dan die hele ouderbegeleiding bij elkaar.
    Hectiek met de andere kinderen? Hij is de hele zomer zelfstandig naar het zwembad gegaan. En daar zwom hij echt niet in z’n eentje.
    Eigen verantwoordelijkheid?
    Ja, ik begrijp dat school geen onnodig risico wil nemen.
    Mee als begeleiding, wat denkt u zelf?
    Niet?
    Teleurstelling, dat kunt u wel zeggen ja. Niet alleen voor hem.

    Nou, wat sta je daar nou te staan?
    Trek je jas aan, we gaan zwemmen.


    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company
    ; uitgelichte afbeelding van Shutterstock