quality-time Archieven - Pagina 2 van 6 - barbarasevenstern.nl

Categorie: quality-time

zaken die het leven aangenaam maken

  • Op pad met je kind

    Op pad met je kind

    Wij mensen vinden van alles, over onszelf, maar vooral ook over anderen. Een van de meest favoriete onderwerpen in dit laatste geval is kinderen, of meer specifiek: het gedrag van de jonge monsters dat nogal eens te wensen overlaat.

    Dat laatste is natuurlijk zeer subjectief en in zichzelf dus al een mening. Vroeger vond ik kinderen per definitie leuk en schattig, zeker als ze klein waren, maar ook wanneer ze groter werden en er meer interactie ontstond. Drie eigen kinderen verder, betrap ik mijzelf op een veel lagere tolerantiegraad ten opzichte van hun gedrag. Hoe kan dat?

    Hij is er klaar mee

    Het heeft alles te maken met de opstelling van de ouders. Omdat ik mij inmiddels ook tot die categorie mag rekenen, weet ik als geen ander hoe het wel kan en hoe vooral niet en hopla, daar gaat mijn medeleven. Want het mag dan niet altijd voelen als een keuze, je kunt wel degelijk heel veel negatief gedrag voorkomen, door je eigen gedrag aan te passen. En dat heeft weer te maken met het antwoord op de waarom-vraag. Waarom is mijn kind aan het zeuren, rondrennen, kabaal maken etc. Wedden dat het antwoord negen van de tien keer zal zijn ‘hij is er klaar mee.’

    Hij besloot sprintjes naar het raam te trekken

    Onlangs zat ik te werken in een leuk tentje in het centrum van Den Haag. Ik was er niet de enige, de ruim opgezette bovenverdieping in combinatie met stopcontacten, goede WiFi en smakelijk snacks voor de innerlijke mens, trekt veel mensen met een flexibele werkplek. Achter mij zaten twee moeders bij te kletsen, terwijl hun jonge kinderen zich vermaakten met papier, stiften en wat klein speelgoed. Naarmate de tijd vorderde, steeg ook het volume van de kinderen. Het kleine jongetje bedacht zich dat de grote ruimte de ideale mogelijkheid bood om sprintjes naar het raam te trekken (toch zo’n kleine acht meter) en het meisje volgde al snel enthousiast zijn voorbeeld. Terwijl ik mij probeerde te concentreren op mijn teksten, kletsten de moeders ongestoord verder. Kijk, dat is zo’n moment dat mijn tolerantiegraad wordt bereikt. Want het was overduidelijk dat die kinderen na anderhalf uur in een café te hebben gezeten, uitgelaten moesten worden. En neem het ze eens kwalijk!

    Hij wilde mama wel met mij gaan zoeken

    Een heel ander voorbeeld is die van het jongetje dat ik gisteren bij mij in de wijk tegenkwam. Hij was een jaar of tweeëneenhalf en zat op een klein fietsje. Hier was niets geks aan behalve dat hij alleen bij de weg stond. En dat vind ik wel gek of op z’n minst verontrustend. Misschien is hij het type kind dat braaf op de stoep blijft wachten tot zijn begeleider verschijnt, maar omdat ik niemand in de directe omgeving zag, besloot ik hem toch maar aan te spreken. Ja, hij was met mama. En nee, mama was er niet. Maar hij wilde best wel met mij mee om mama te gaan zoeken. Samen draaiden we om en gingen we opzoek naar mama. Die stond meters verderop te bellen en had totaal niet in de gaten dat zoonlief was doorgefietst. Met als gevolg dat ze ook niet in de stress was, wat dan weer scheelt voor haar eigen adrenalineniveau. Het is typisch zo’n situatie waar ik wat van vind…

    Andere invulling

    Natuurlijk word ik ook wel eens gebeld als ik met de kinderen op pad ben. En kun je niet al het gejengel en scenes voorkomen. Ook ik ben wel eens een kind kwijt geraakt op het strand en heb menigmaal met een gillend exemplaar onder mijn arm door de supermarkt gelopen. Wat ik wel geleerd heb, is dat alles wat ik onderneem met kinderen om een andere invulling vraagt dan zonder, zeker wanneer ze nog klein zijn. Is dat erg? Nee, tenslotte kan ik ook terugbellen, op een ander tijdstip de boodschappen doen of op een meer kindvriendelijke locatie afspreken met een vriendin. En voor die keren dat het even echt niet anders kan, heb ik nog altijd die rol snoepjes in mijn tas om het af te kopen. Kinderen zijn tenslotte net puppies.

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company | uitgelichte afbeelding van Shutterstock.com 

  • Leven met ADHD en ODD

    Leven met ADHD en ODD

    Toen onze oudste zoon acht jaar was, is hij gediagnostiseerd met ADHD en ODD. Een dubbele gedragsstoornis, waarbij kenmerken als druk, opstandig, impulsief, inflexibel en boos de boventoon voeren. En waar heel veel mensen een mening over hebben.

    ‘Het valt toch wel mee?’, ‘Tegenwoordig heeft iedereen ADHD’, ‘Geven jullie hem wel genoeg bevestiging?’, ‘Je moet gewoon strenger tegen hem zijn?’ Zomaar een paar opmerkingen die ik als ouder te horen krijg als het om het gedrag van onze oudste gaat.

    Ik deed wat een schrijver doet

    Een jaar geleden realiseerde ik mij dat ikzelf ook een duidelijke mening rondom de onderwerpen ADHD en ODD had ontwikkeld en met name over hoe de buitenwereld tegen de diagnose aankijkt. En omdat ik schrijf, deed ik wat een schrijver doet: ik greep naar de pen (in mijn geval het toetsenbord). Mijn eerste stuk ging over het gebruik van medicatie bij ADHD en inmiddels blog ik alweer een klein jaar bij JM voor Ouders over de impact van een kind met ADHD en ODD op je gezin en de omgeving.

    Ervaringsdeskundige

    De reacties op mijn blogs zijn hartverwarmend. Vooral de herkenning is groot en ik blijf het bijzonder vinden hoe ik door het delen van mijn persoonlijke ervaring, anderen een hart onder de riem kan steken. Ik ben geen orthopedagoog, therapeut, coach of psychiater en pretendeer dit zeer zeker ook niet te zijn. Ik ben simpelweg een ervaringsdeskundige die toevallig ook schrijft. Vanuit die positie wil ik lastige situaties bespreekbaar maken, zodat een ander daar wat aan heeft. Dat betekent dat ik mij in mijn blogs richt op feitelijke gebeurtenissen en vooral mijn eigen rol in het verhaal. Ik (ver)oordeel mijn oudste niet, maar probeer hem te begrijpen. En dan gaat het er niet zozeer om wat hij doet, als wel waarom hij iets doet. En hoe ik daar als ouder mee omga.

    Meer inzicht en begrip

    Mijn doel is om hiermee zoveel mogelijk mensen te bereiken. In de eerste plaats ouders die met eenzelfde situatie worstelen, maar ook hun omgeving (familie, leerkrachten of vrienden) zodat er meer inzicht en daarmee begrip komt voor jou als ouder met een kind met ADHD (en ODD). En ook voor het kind in kwestie, dat er niet om gevraagd heeft zo snel geïrriteerd of gefrustreerd te raken.

    Hoe nu verder?

    Via levenmetadhd.net kom je direct op de overzichtspagina met mijn blogs over ADHD en ODD, inclusief een overzicht met mijn blogs bij JM voor Ouders.

    Niets missen? Volg mij dan op facebook.com/levenmetadhd.net.

    En heb je zelf een onderwerp, blog, vraag of suggestie, laat het mij vooral weten in de comments beneden, via een mailtje of deel je bericht op de genoemde Facebookpagina.

  • JM voor Ouders (ADHD & ODD blogs)

    JM voor Ouders (ADHD & ODD blogs)

    Elke twee weken blog ik voor JM voor Ouders over de impact van een kind met ADHD/ODD op mijn leven.

    Omdat ik deze blogs niet op mijn eigen website kan zetten, volgt hieronder een overzicht met een directe link naar elk verhaal. De blogs zijn los van elkaar te lezen, maar als je eerst wilt weten hoe wij erachter zijn gekomen dat onze oudste ADHD en ODD heeft, begin je met de onderste. En als je je afvraagt waarom ik in godsnaam over zoiets persoonlijks schrijf als mijn kinderen, dan verwijs ik je graag naar Help! Mama blogt.

    De grens bij ADHD en ODD

    Straf bij ADHD en ODD

    ADHD en de eeuwige onschuld

    ODD in de praktijk

    Het dilemma dat middelbare school heet

    Eerste hulp bij ADHD en ODD – met 11 praktische tips

    De onzichtbare kant van ADHD en ODD

    Het ideale gezin bestaat niet

    De spanning van Sinterklaas

    Hoe voorkom je discussie met je kind

    Jij hebt toch géén ADHD? Braaf gaan slapen dus.

    Hoe ga je om met de agressie van je kind?

    Dáárom samen sterk als ouders

    Opstandig in de klas

    Hoe voorkom je ruzie met je kind?

    Vakantiemanie

    Brusjes van ADHD’ers

    ADHD-medicatie, gemakzucht of hulpmiddel?

    Mama, ik wil dood

  • Slapeloze nachten

    Slapeloze nachten

    Ik heb ooit gelezen dat ouders met kinderen slechts aan 70% van hun slaapbehoefte komen. Of ze dit ooit op een later tijdstip inhalen, vertelde het artikel niet. Mijn persoonlijke overtuiging is dat dit dan moet gebeuren als de kinderen het huis uit zijn.

    Eerder is zeker niet het geval. Na de nachtelijke voedingen komt immers de ik-ben-bang-om-te-slapen-periode, gevolgd door de ik-wil-nog-niet-slapen-fase, die na enige tijd naadloos overgaat in het als-puber-slaap-ik-vooral-overdag tijdperk, met als gevolg dat ze tot minstens half elf naast je op de bank je avond-me-time verstoren.

    Zo’n kleine wurm heeft het ook niet gevraagd afhankelijk te zijn

    Van bovengenoemd rijtje vind ik die nachtelijke voedingen het meest natuurlijke. Niet alleen door de enorme hoeveelheid hormonen, die na negen maanden zwangerschap nog door je lijf gieren, maar vooral omdat zo’n kleine wurm het ook niet gevraagd heeft op de wereld gezet te worden zonder ook maar één vinger uit te kunnen steken.

    Met drie kinderen heb ik hierbij een hele ontwikkeling aan wat wel en wat niet mag doorgemaakt. Zo kookten echtgenoot en ik bij de oudste nog alles braaf uit en was elke fles die hij kreeg Vers met een hoofdletter. Bij nummer twee werd de nachtelijke voeding al ’s avonds voorbereid, zodat we met één greep uit de koelkast hem de gewenste fles konden geven. Nummer drie sliep vanaf week acht godzijdank de hele nacht door. Waarschijnlijk begreep ze dat je als derde kind een stuk flexibeler moet zijn.

    Met het stijgen van de vermoeidheid, daalt de mate van flexibiliteit

    Want met het stijgen van het aantal kinderen, slaat ook de vermoeidheid toe. En dus de mate van flexibiliteit. Ik geloof overigens niet dat dit per se negatief is. Zo heeft onze oudste tot zijn vierde nog een nachtelijke fles pap gekregen, terwijl de middelste na tweeëneenhalf jaar daar niet meer om vroeg. Waarom? Simpelweg vanwege het feit dat wij het niet meer opbrachten elke nacht twee keer op te staan voor die pap. Ik geloof dat hij er nog drie nachten weinig overtuigend om gehuild heeft en daarna sliep hij door.

    Natuurlijk kent dit verhaal ook zijn context. De oudste nam genoegen met een fles pap in zijn eigen handjes en gooide deze na consumptie met een grote boog uit zijn bed op de grond. Middelste verwachte in eerste instantie dat wij de fles voor hem vasthielden. Toen hij zich realiseerde dat dit niet meer het geval was, werden echtgenoot en ik op z’n minst geacht de lege fles op te ruimen. Daar huilde hij nog harder om dan om de fles pap zelf. En nog steeds is hij het type ‘Mama, mag ik een boterham?’,  ‘Ja, maar die mag je zelf maken.’, ‘O, laat dan maar.’ Terwijl de oudste vrolijk zijn eigen eieren met spek staat te bakken.

    Zijn angst is wel degelijk oprecht

    Een heel ander fenomeen zijn de ik-wil-of-ik-kan-niet-slapen en de ik-ben-bang-om-te-slapen-fases. Het bang-zijn fenomeen vind ik lastig. Onze middelste vind het eng alleen in zijn kamer, maar valt redelijk snel in slaap. In zijn geval helpt het nog wel eens om na alle vaste naar-bed-breng-rituelen nog een extra vijf á tien minuten op zijn bed te blijven zitten. Daarnaast is zijn angst weliswaar niet reëel, maar wel degelijk oprecht en geen vorm van negatieve aandacht vragen. Ik ben als ouder dan ook sneller geneigd hem tegemoet te komen.

    In het geval ik-wil-of-ik-kan-niet-slapen heb ik veel minder geduld, simpelweg omdat het omringd wordt met allerlei smoesjes en scènes. Mijn vaste antwoord is dat er ook niet geslapen hoeft te worden, als ze maar stil zijn en in hun bed blijven liggen. Afhankelijk van het tijdstip is zelf een boekje lezen ook nog een optie, helaas is dochterlief de enige die hier gehoor aan geeft.

    Met een enorm vol hoofd in bed

    Tegelijkertijd is het niet kunnen slapen ook zo herkenbaar. Het is dat moment dat je in je bed ligt en je niets meer hoeft. Dat moment dat je hoofd stopt met doorrennen en dus onmiddellijk in overdrive gaat. Ineens weet je weer wat je nog wilde vertellen en had willen doen die dag. En deze gedachten roepen onmiddellijk weer nieuwe gedachten op, zodat je met dat enorme volle hoofd en wijd opengesperde ogen in je bed vooral alles kunt doen behalve slapen.

    Ik heb het al mijn hele leven en zie het nu bij mijn kinderen terug. ‘Als je hard hebt gerend en je staat stil, dan klopt je hartje nog een tijdje heel hard door, voordat het weer rustig voelt,’ probeerde ik het gisteren mijn ogenschijnlijk zeer wakkere dochter uit te leggen. ‘Zo is het hetzelfde met je hoofdje. Die heeft de hele dag heel hard gerend en mag nu stil staan. Dan moet dat hoofdje ook even bijkomen.’ Ze knikte instemmend, pakte toen haar knuffelbeer en vroeg met haar allerliefste stemmetje ‘Mag ik even in jouw bedje liggen?’

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company | uitgelichte afbeelding Shutterstock

  • Op tijd naar bed

    Op tijd naar bed

    Op tijd naar bed. Ik neem het mijzelf elke dag weer voor wanneer ’s ochtends om tien voor zeven de wekker afgaat. Als ik hem al hoor. Meestal schrik ik om tien over zeven wakker van het geluid van de douche waar echtgenoot, meer een ochtendmens dan ik, al reeds onder is verdwenen. Opstaan! Nu!

    In ons huishouden is er een strakke verdeling van taken, de enige manier om enigszins orde in de chaos van drie naar de basisschoolgaande kinderen met sportactiviteiten te houden. Echtgenoot begeleidt het opstaan en aankleden van het nageslacht, ik verzorg ontbijt en lunchtrommels. Een prima verdeling wat mij betreft, aangezien het mij de tijd geeft om in de stilte van de nog lege keuken echt wakker te worden.

    Uren maken

    Als de kinderen eenmaal op school zitten, begint mijn werkdag, thuis achter de computer. Vaak met het ophangen van de was, die echtgenoot, gedisciplineerd als hij is, eerder die ochtend al heeft aangezet. Ik kan die was overigens ook makkelijk negeren, uitgaande van het feit dat als ik buitenshuis zou werken, overdag ook geen was zou ophangen.

    Als het goed is, kan ik vervolgens wat uren maken, met op maandag en vrijdag de onderbreking tussen twaalf en één uur van de oudste die thuis komt lunchen. ‘Mama, wil jij een tosti voor mij maken?‘ Wat ik dan toch weer doe. Ik weet het, je creëert je eigen monsters. Op woensdag is het helemaal feest.

    Soms belt school. Dat er een kind ziek is of weggelopen. Ja, dat laatste gebeurt ook wel eens. Onze oudste heeft ADHD en ODD, wat betekent dat het hem wel eens teveel wordt. Op dat soort momenten is het gedaan met mijn werkdag.

    Na schooltijd is er de chaos

    Na schooltijd is er de chaos van wel/niet met vriendjes spelen (‘Mama, ik wil óók met iemand spelen!‘), huiswerk maken (‘Dat doe ik vanavond wel.‘) en het opmaken voor de diverse sportactiviteiten (‘Ik ga je niet nog een keer vragen je om te kleden.‘). Ondertussen ruim ik de vaatwasser in en maak ik de eerste ronde van het avondeten klaar. Als wij als gezin drie keer per week gezamenlijk eten, is het veel. Iets wat ik voorheen heel ongezellig vond, maar inmiddels wel zo rustig als het gaat om het onderlinge gebekvecht en de strijd om aandacht van de kinderen.

    Terwijl de middelste zijn spaghetti naar binnen slurpt, zet ik het eten voor echtgenoot en de oudste klaar, zodat zij bij thuiskomst direct aan tafel kunnen schuiven. Er is immers straks voetbaltraining. Tussendoor laat ik de middelste weten dat we nu echt weg moeten. Ik vraag de jongste haar jas aan te trekken (‘Ik kan best alleen thuis blijven!’, ‘Nee, dat kan jij nog niet.‘) en dan zitten we in de auto richting, laten we zeggen, de hockey. Om enkele minuten later weer richting huis te rijden, om de vergeten stick op te halen.

    Kan dat niet makkelijker?

    Terug thuis laat de vaatwasser mij weten zijn taak weer te hebben volbracht en begin ik aan kookronde drie, deze keer van mijzelf en de jongste. Ik hoor je denken, kan dat niet makkelijker? Natuurlijk. Wanneer ik bereid ben elke dag gebakken eieren te eten of een bal gehakt. Of wanneer al mijn kinderen zonder zeuren hetzelfde zouden eten en vooral ook niet moeilijk zouden doen over pasta, nasi, stoofschotels en meer van dat soort makkelijk van te voren te bereiden maaltijden. Op een gegeven moment heb ik besloten dat ikzelf lekker wil eten, ongeacht de voorkeur van mijn kinderen (maaltijd één) en dat ik de mate van strijd drastisch wil beperken (maaltijd twee en drie). Ik zeg je, ook daar word je heel handig in. En het scheelt enorm in de sfeer.

    Avondrituelen

    Tegen acht uur is de hele familie weer thuis, begint de discussie over het uitgestelde huiswerk met de oudste en gaat de jongste naar boven. Hier begint het ritueel van omkleden, tandenpoetsen en verhaaltje voorlezen. Dit gaat naadloos over in hetzelfde proces bij de middelste, die vaak door echtgenoot naar bed gebracht wordt, maar vervolgens vraagt of ik nog even bij hem wil zitten. Hij is nogal bang alleen in zijn kamer. Vaak geef ik hier aan toen, omdat die vijf á tien minuten een investering zijn in een rustige avond. En laten we wel wezen, ook voor mij is het een moment van stilte in de dag.

    Eenmaal beneden kan de vaatwasser nog wel weer een keer gedraaid worden en controleer ik alle digitale apparaten of ze goed zijn afgesloten (ik heb het – wellicht misplaatste – idee dat het doorlopen van filmpjes op Youtube ten kosten gaat van de kwaliteit van mijn WiFi). Ik stem de aankomende bedtijd af met de oudste, die languit op de bank ligt en alleen maar ‘ja, ja’ mompelt. Het is het moment dat ik eigenlijk zelf daar wil liggen, maar nog niet de rust heb om toe te geven aan mijn moeheid. Immers, nummer drie moet nog gaan slapen.

    Op tijd naar bed…

    Tegen de tijd dat dit zover is, is het tien uur. Echtgenoot constateert dat er wederom niets op televisie is en stelt voor om een filmpje te kijken op Netflix. Als ik verstandig ben, ga ik nu naar boven. Maar ja, ook ik heb recht op een eigen avond.

    Morgen ga ik echt op tijd naar bed.

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De MamaCompany | Uitgelichte afbeelding van Shutterstock.

  • Hoe een simpel ‘dag’ zo schrijnend kan zijn

    Hoe een simpel ‘dag’ zo schrijnend kan zijn

    Afgelopen dinsdagavond was de documentaire Emma wil leven op de televisie, het verhaal van een 18 jarig meisje en haar strijd tegen anorexia. Documentaire maakster Jessica Villerius maakte hem postuum, in april dit jaar overleed Emma aan de gevolgen van haar ziekte.

    Het is zo’n programma dat ik aan de éne kant heel graag wil zien en aan de andere kant heel ver van weg wil blijven. Emma is een doodnormaal meisje en toch heeft ze een eetstoornis. Ik wil haar strijd begrijpen en tegelijkertijd vind ik de machteloosheid die er omheen hangt enorm confronterend. Uiteindelijk kijk ik, want Emma’s strijd kan over een paar jaar die van mijn dochter of zoon zijn.

    Een gezicht aan de cijfers

    Waarom? Omdat er wekelijks één meisje per dag sterft aan anorexia en er jaarlijks zo’n 1000 patiënten bijkomen, dat zijn er dus twintig per week. En dan heb ik het nog niet over andere eetstoornissen, zoals boulimia en binge eating. Emma wil leven geeft een gezicht aan deze cijfers en het laat zien dat een eetstoornis iedereen kan overkomen.

    De documentaire was Emma’s eigen wens en bestaat uit materiaal dat door haarzelf, haar familie en haar behandelaars is geschoten, aangevuld met interviews met de nauw betrokkenen. De focus ligt op Emma en haar dappere, maar moeizame strijd tegen de anorexia. Tegelijkertijd zien we ook de kracht van haar ouders en de toewijding van de behandelaars, voor hen is mijn respect navenant groot.

    Zelf de kans pakken te leven

    Het verhaal focust zich op de laatste periode van Emma’s leven, wanneer na zes jaar van ziekenhuizen, klinieken en (gedwongen) behandelingen niemand in Nederland nog iets voor haar kan doen. Met gevaar voor eigen leven vliegt ze onder begeleiding naar Portugal om zelf de kans te pakken, beter te worden. In een onbekende omgeving, zonder haar ouders, maar met de liefdevolle verzorging van ervaringsprofessionals en behandelaars, probeert ze weer te eten om te kunnen leven.

    Controle behouden

    De beelden van een uitgemergeld meisje, dat niet in staat is zelfstandig te lopen en moeizaam praat, zijn schrijnend, maar het meest confronterend vind ik het contrast met de frisse, levenslustige Emma op de fiets van nog geen jaar daarvoor. Niemand kiest voor een dergelijk verval en de documentaire laat dit duidelijk zien.

    De eetstoornis gaat niet om gewicht, maar om controle. Het is dan ook geen kwestie van niet willen eten, maar van niet kunnen eten. Ook de angst genoeg aan te komen om weer terug bij haar emoties te komen, speelt een belangrijke rol. We zien Emma tot op het einde toe de regie in handen willen houden en uiteindelijk strijdend ten onder gaan.

    Betekenis geven

    Jessica Villerius heeft een integere en indringende documentaire gemaakt. Het overlijden van Emma maakt het helaas niet de inspiratie waarop Emma zelf had gehoopt: geef niet op, je kan misschien beter worden. In plaats daarvan is het de waarschuwing, waarvan ze zich ook terdege bewust was: dit kan echt gebeuren.

    De boodschap van de documentaire wordt nog eens extra duidelijk gemaakt in de voor- en nabesprekingen. Wees alert op symptomen van een eetstoornis, ook bij ogenschijnlijk vrolijke kinderen. Betrokken instellingen dienen meer samen te werken en bovenal dient de benadering van de patiënt te vermenselijken en diens persoonlijke behoefte centraal gesteld te worden.

    Met Emma wil leven geeft Emma nog steeds betekenis aan haar leven, haar ziekte en haar dood. Laten we haar boodschap ter harte nemen.


    De documentaire Emma wil leven is nu nog te bekijken op Uitzending gemist

    Gespecialiseerde instellingen (klinieken):
    Top GGZ Rintveld (ook voor heel jonge kinderen)
    GGZ Rivierduinen Eetstoornissen Ursula
    Amarum, Expertisecentrum Eetstoornissen

    Ervaringsdeskundige behandelingen:
    Stichting Human Concern – Centrum voor eetstoornissen

    Online (mee)praten en informatie: proud2bme.nl

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company

  • Hoe overleef ik de binnenspeeltuin?

    Hoe overleef ik de binnenspeeltuin?

    Als ik ergens niet dood gevonden wil worden is het in de binnenspeeltuin. Een kans die, eenmaal binnen, overigens meer dan gering is. Want wat voor kinderen een hemel van vrijheid is, is voor de meeste ouders een hel van gegil en hysterie.

    Grote loodsen met klim-, klauter-, glij-, spring- en valplezier en in sommige gevallen ook nog de mogelijkheid tot voetballen, autorijden (tegen extra betaling) en legobouwen. Om onduidelijke redenen ook altijd luisterend naar Engelse namen als Monkey Town’s en Kids Playground.

    Ongevoelig

    Ik ken ouders die weigeren ook maar één stap in een dergelijke hol te zetten en daar heb ik alle begrip voor. Toch behoor ik niet tot die groep, simpelweg vanwege mijn kinderen. Hun neusjes zijn ongevoelig voor de frituur-, zweet- en babypoep luchten.  Tosti’s liggen half opgegeten koud te worden op de wit papieren kantineservetten, want klimmen en springen is zo veel leuker dan eten. Liters mierzoete limonade (rood, oranje of groen) worden gulzig naar binnen geklokt en weg zijn ze. Dat er niet regelmatig gespuugd wordt mag een wonder heten.

    Overleven

    De overlevingsstrategie is zitten en alles over je heen laten komen. Doe als Elsa en laat het gaan. Vraag je niet bij elke gil af of er iemand dood gaat of ruzie maakt. Draai je vooral om als je vierjarige kleuter een ogenschijnlijke doodsprong maakt in de elastieken toren. Je mist dan ook direct de vijf jongetjes die zich met een gevaarlijk verhoogd testerongehalte in diezelfde toren werpen. Met je kleuter er nog in. Ik zeg je, het scheelt een hoop stress.

    Lotgenoten

    Zelf kan ik mij uitermate goed vermaken met het gadeslaan van mijn lotgenoten. Zo zitten de meer hippe ouders zo ver mogelijk van hun spelend kroost af op een iPad of notebook te turen, terwijl grootouders juist vaak de kleinkinderen vanaf de eerste rij tafels verwonderd gadeslaan. Vriendinnen-moeder vinden elkaar rond één centrale tafel, omringd door kinderzooi. Vrienden-vaders heb ik er nooit kunnen ontdekken.

    De mooiste groep vind ik de ouders die, al dan niet uit noodzaak, met hun kinderen de ballenbak induiken. Met name de categorie vader-met-kater, die in de hoek van zo’n bak ligt te overleven. Zijn hoofd bonkt en hij is duidelijk niet gekleed op actief speelplezier. Stiekeme pogingen om op de mobiele telefoon te kijken, worden onmiddellijk afgestraft door een bal tegen het hoofd. Zelf laat ik mij nooit verleiden tot een klim- en klauter-activiteiten. Mijn rol is de limonade en tosti´s regelen, begeleiding van toiletgangen en tranen drogen waar nodig. Met andere woorden: ik ben de zen in de chaos.

    A-sociaal

    Er is echter één ding wat mij direct uit mijn zen haalt. Dat niet opweegt tegen de blij verhitte gezichten van mijn kinderen, maar mij onmiddellijk besluit te vertrekken. En dat is het a-sociale publiek dat helaas ook regelmatig een binnenspeeltuin bezoekt. Kinderen die denken alleenrecht te hebben op de ballenbak. Te oude kinderen die van de klim- en klauterbanen een ren- en valparcours maken, daarmee alles onder zeven jaar ruw uit de weg ruimend. Geen ouder die corrigeert. Blijkbaar zijn die nog wel zen. Of (en dit vermoed ik) vinden ze het al lang best dat hun kroost hen niet lastig valt. Ik heb één keer meegemaakt dat de ouders gingen meedoen, de hele LEGO-hoek namen ze over. Ik heb er wat van gezegd tegen de organisatie, er zijn types die je liever niet zelf op hun gedrag aanspreekt.

    Volgend jaar

    Zen in de chaos is dus mijn devies voor een bezoek aan de binnenspeeltuin. ‘Wat als ik mijn kind nog moet begeleiden bij zijn spring- en klauteractiviteiten?’ hoor ik je denken. Dan is zen inderdaad een stuk lastiger en moet je je sterk afvragen of Monkey Town en Kids Playground niet best een paar jaar kunnen wachten?!

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company

  • Vervelende klusjes eerst?

    Vervelende klusjes eerst?

    Ik mag mij verheugen over een zeer flexibele echtgenoot, maar als ik hem ergens mee de kast op krijg, dan is het wel een slechte planning (oké, en dat vergeten hardgekookte ei in mijn tas). Echtgenoot is van het type ‘vervelende klusjes eerst’, wat in mijn ogen de kans op de leuke zaken in het leven angstvallig verminderd.

    Er is immers altijd wel een vervelend klusje te doen. Wat niet wil zeggen dat ik er onwelwillend tegenover sta, sommige dingen horen er nou eenmaal bij. Ik geloof alleen dat er voor alles een tijd en plaats is.

    Thuiswerken

    Mensen vragen mij vaak genoeg hoe ik thuis kan werken, wetende dat de wasmand overloopt of een kinderkamer zich in staat van ontploffing bevindt. Mijn antwoord is heel simpel: ik stoor mij er niet aan. Ik trek de deur van mijn werkkamer dicht en de rest kan mij gestolen worden. Een was die door echtgenoot ´s ochtends voor vertrek nog snel in de machine is gestopt, kan dus gerust drie uur in de trommel blijven zitten. Schrijftijd is schrijftijd.

    Efficiency

    Een ander ding is dat ik de tijdrovende, vervelende klusjes graag bundel. Een aantal in de ochtend in plaats van elke dag één. En omdat het uitgangspunt hiervan efficiency is, betekent dat een bezoek aan de schoenmaker beter combineert met een bezoek aan de daar in de buurt gelegen opticien dan met het opruimen van de zolder. Nog los van het feit dat die laatste klus minstens vraagt om een week in plaats van een ochtend.

    De noodzaak voor schoenmaker en opticien moet wel gelijktijdig vallen, anders kan ik weken rond blijven lopen met een afglijdende bril. Ik geef toe, dat is een makke in mijn planning, of in ieder geval de uitvoering ervan.

    Focus (of het gebrek er aan)

    Een ander aandachtspuntje is focus. Wellicht is het iets vrouwelijks, maar tijdens het uitvoeren van mijn vervelende klusjes word ik constant afgeleid door andere zaken. Dat begint al in de ochtend. Daar waar echtgenoot om kwart voor negen de boodschappen reeds heeft gedaan, zit ik nog met een cappuccino aan tafel door mijn social media te scrollen. In plaats van dat ik direct na het naar school brengen van de kinderen aan mijn klussen begin, gun ik mijzelf nog even dat momentje.

    Daar waar echtgenoot in de auto springt en gericht de diverse locaties afgaat waar zijn lijstje hem naar toe leidt, valt mijn oog bij het verlaten van locatie één op een nieuwe kledingwinkel waar mijn naam nog net niet op de voorgevel staat geschreven. Ik moet een kwartier wachten tot hij opent, dus dat is te overzien. Hoe vaak ben ik tenslotte in deze buurt? Precies, nooit. En was ik niet opzoek naar net zo’n jas als in de etalage?

    Prioriteit

    Natuurlijk ben ik mij bewust van het effect van die minder strakke planning op anderen. Zo kan ik het niet maken te laat op school te komen (kinderen ophalen), wil ik ook elke dag kunnen eten (boodschappen) en probeer ik niet pas te vertrekken op het tijdstip dat ik eigenlijk ergens had moeten zijn (afspraak met echtgenoot, veel van mijn vriendinnen zijn zelf notoire laatkomers). Uiteindelijk gaat het allemaal om prioriteit en keuzes (durven) maken.

    Vrijheid

    Het positieve van een minder strakke uitvoering van mijn takenlijstjes, naast een onverwachte nieuwe winterjas, is dat het mij een enorm gevoel van vrijheid geeft. Een meer gedisciplineerd persoon krijgt geheid stress of een gevoel van irritatie van mijn (in hun ogen) uitstelgedrag. Mij bieden de detours een adempauze, enerzijds uit mijn hoofd (door het winkelen) anderzijds uit het geren (door toch die cappuccino te drinken). Naast mijn schrijf-werkzaamheden zijn zulke momentjes voor en vooral ook met mijzelf, belangrijk in een week die voor een groot deel bestaat uit ervoor zorgen dat de Family Company soepel blijft draaien.

    En jij? Hoe zit het met jouw vervelende klusjes?

     

    Deze blog is ook gepubliceerd bij de Mama Company

  • Culinair Armada aan de Vliet

    Culinair Armada aan de Vliet

    Armada aan de Vliet, naar eigen zeggen de culinaire brug tussen Leidschendam, Voorburg en Rijswijk. Voor de sommen van  €45 kan je genieten van een zeven gangen diner geserveerd door zeven hoogwaardige restaurant uit de regio. Per fiets of per boot langs of over de Vliet, afhankelijk van je voertuig.

    Het sprak mij als Haagse food-lover direct aan en zo kwam het dat ik mij op zaterdag 17 september om half vijf bij de fietsbrug in Rijswijk bevond. Bij gebrek aan eigen boot en omdat ik de fietsmogelijkheid totaal gemist had, had ik voor de combinatie met De Ooievaart gekozen. De Ooievaart is een vrijwilligers organisatie die rondvaarten in de regio Den Haag verzorgt. Een garantie voor zestig plus en degelijkheid, maar dat mocht de pret niet drukken. Sterker nog, naarmate de wijn (voor €20 te koop bij opstappunt en schipper) rijkelijker vloeide, steeg ook de joligheid aan boord naar grote hoogte.

    Zeven restaurants

    Een zeven gangen diner door zeven restaurants is een ideale gelegenheid om een indruk te krijgen van het culinaire niveau van de deelnemers. Ik was benieuwd of NIVEN, Savarin en Villa la Ruche mij zouden verleiden er nog een keer te gaan eten en verbaasde mij over de aanwezigheid van Brasserie NL tussen de namen. Bij Erik kende ik niet en van Central Park wist ik dat het goed was.

    Jabugo en mergbitterballen

    De eerste gang kwam bij de opstapplaats en uit de keuken van NIVEN, uiteraard met groenten, en daarnaast jabugo en lever met brioche (jabugo is een Iberische ham, ik heb het later opgezocht). Smakelijk, maar niet meer dan dat. Voor gang twee voeren we naar de Hoornbrug, waar een afvaardiging van Restaurant Savarin ons opwachtte. Er ontstond enige verwarring toen een deel van het gezelschap spontaan de boot begon te verlaten, maar al snel werd duidelijk dat het eten naar ons toe zou komen. De terrine van eendenborst en rilette met een gelei van port samen met een bitterbal van merg en sjalot en een crumble van zwarte peper was vol van smaak, maar minder complex dan de omschrijving doet vermoeden.

    King crab en Ribbetjes

    Restaurant Villa la Ruche serveerde ons bij de Tolbrug een ceviche van markreel, king crab, augurk en bereidingen van bloemkool. Ik ben dol op king crab, maar dit hapje vond ik toch wat sompig en een houten lepel om mee te eten, verhoogt dan niet de smaaksensatie. Op naar de volgende stop, de Kerkbrug, waar Central Park hun populaire BBQ spare ribs met huisgemaakte sambal, gerookte oerbiet en mierikswortel voor ons uit de keuken had gehaald. Misschien kwam het door het feit dat we inmiddels wel toe waren aan een wat meer stevige hap (zoals ik reeds schreef, de wijn vloeide rijkelijk), maar dit oosters gekruide stukje vlees (zonder bot) smolt op de tong als boter.

    Paddenstoelen, Epoisse en aardbeien

    Alweer de vijfde gang kwam van Brasserie de Koepel, geserveerd ter hoogte van de Wijkerbrug. De blinde vink van kalf en zwezerik met ravioli van paddenstoelen, schuim van eekhoorntjesbrood, doperwten créme en aardappelkaantjes was de favoriet van één van mijn metgezellen, persoonlijk vond ik hem nogal overheersend paddenstoel. Lekker, maar verre van subtiel.

    Brasserie NL leidde bij de Sijtwendetunnel het eind van het diner in met een zeer smakelijke tompouce met Epoisse Berthaut en 5 spice karamel. Voor mij een verrassing, omdat ik het restaurant nooit heb beschouwd als één die zich zou kunnen of willen meten met een Savarin, NIVEN, Villa la Ruche of Central Park. Dat lukte met deze gang meer dan prima.

    Aan Restaurant bij Erik de taak om het diner bij de Sluis in Leidschendam af te sluiten. Dat deden ze met een smakelijke, maar weinig verrassende aardbeien, vanille ijs, cocktail van aardbei, amandeltjes en een limoen kletskop.

    Volgend jaar weer?

    Was het de moeite waard? Ik vind van wel. De gangen waren uiteraard meer hapjes, gericht op grote groepen en het op-locatie-uitserveren. Ook het feit dat de drank exclusief was, had in de berichtgeving vooraf beter gecommuniceerd kunnen worden (al was het maar om genoeg cash geld bij je te hebben om wijn te kopen). Toch is het een leuke gelegenheid om kennis te maken met restaurants die je voorheen niet kende of in geen jaren meer hebt bezocht. Daarnaast is een tocht over het water altijd een heerlijke manier om de omgeving te bekijken.

    Al bij al een smakelijke vaarttocht over de Vliet dus, waarbij er ook driftig is gezwaaid naar mede-vaarders en mensen in achtertuinen en op terrassen. En als je dat dan maar enthousiast genoeg doet, wordt er ook teruggezwaaid, zelfs door Voorburg-chique.

    Restaurant Niven
    Groene groenten, jabugo en lever met brioche en café beurre de Paris (Restaurant Niven | Niven Kunz)
    Restaurant Savarin
    Terrine van eendenborst en rilette met een gelei van port, een bitterbal van merg en sjalot en een crumble van zwarte peper (Restaurant Savarin | Jeroen van Brecht)
    Central Park
    BBQ spare ribs met huisgemaakte sambal, gerookte oerbiet en mierikswortel (Central Park | Gijs Verbeek)
    Restaurant Villa La Ruche
    Ceviche van markreel, king crab, augurk en bereidingen van bloemkool (Restaurant Villa La Ruche | Marko Karelse)
    Brasserie de Koepel
    Blinde vink van kalf en zwezerik met ravioli van paddenstoelen, schuim van eekhoorntjesbrood, doperwten créme en aardappelkaantjes (Brasserie de Koepel | Leo van Langh)
    Brasserie NL
    Tompouce met Epoisse Berthaut en 5 spice karamel (Brasserie NL | Ruben van Dieten)
    Restaurant Bij Erik
    Aardbeien, vanille ijs, cocktail van aardbei, amandeltjes en een limoen kletskop (Restaurant Bij Erik | Erik Tas)
    Culinair Armada
    Pagode tenten op de eet-locaties
    De Ooievaart
    Het reisgezelschap

    Armada aan de Vliet is een onderdeel van de Vlietdagen die jaarlijks in september worden georganiseerd in Leidschendam-Voorburg.

    De Ooievaart is een enthousiaste vrijwilligersorganisatie die rondvaarten in de regio Den Haag organiseert.

  • Niet storen, ik lees!

    Niet storen, ik lees!

    Het zal je niet verbazen dat ik vind dat iedereen zou moeten lezen. Lezen is verrijking en ontwikkeling, maar ook ontspanning en ontsnapping. Lezen kan je dichter bij jezelf brengen, maar ook dichter bij anderen.

    Dat wil niet zeggen dat ikzelf dagelijks lees, die tijden zijn helaas voorbij. Met drie kinderen op de basisschool en mijn eigen schrijven heb ik vaak niet de rust om met een boek op de bank te gaan zitten. Zelfs in de vakantie grijp ik sneller naar een tijdschrift of (bekentenis!) social media. Het vluchtige lezen, vaak zonder inhoud en veel plaatjes.

    Lezen is stom

    Mijn kinderen zijn wonderbaarlijk genoeg geen lezers. ´Lezen is leuk!´ roep ik regelmatig door het huis. ´Lezen is stom,´ roepen mijn twee oudsten dan in koor. Want zij vinden lezen moeilijk en dus niet leuk. ´Lezen is moeilijk, omdat je het nog niet goed kan,´ is mijn redenering dan, want voorlezen vinden ze allemaal prachtig. ´Je hebt gewoon nog niet jouw boek gevonden,´ is mijn andere motto, want ik geloof oprecht dat er voor iedereen een boek is dat van een niet-lezer een leesliefhebber maakt.

    De kracht van voorlezen

    Ik ben groot geworden met lezen. Toen ik vroeger thuis kwam van school om te lunchen, las mijn moeder altijd voor. Gezeten op een hoge, rode kruk in de keuken werden mijn zus en ik meegenomen naar de chocoladefabriek van Willy Wonka, huilden we bittere tranen om de eenzaamheid van Remi (en de dood van het aapje) en wilden we net als Minoes ook kunnen praten met poezen.

    Kruistochten, mannen en moordenaars

    Toen ik eenmaal zelf kon lezen, beleefde ik woeste avonturen met Tiuri uit de boeken van Tonke Dragt, wist ik alles van de honderd jarige oorlog en kruistochten dankzij Thea Beckman en wilde ik door Enid Blyton ook op kostschool. Ik huilde wederom bij Schoolidyllen en Onder moeder vleugels en las op mijn twaalfde stiekem alle boeken van Leni Saris. Om nog maar te zwijgen over de Bouquetreeks. Dit werd ietwat rechtgetrokken door de fantastische regency boeken van Georgette Heyer en de betere chicklits van schrijvers als Marian Keyes.

    Later ontdekte ik het detective genre en verslond ik alle boeken van Agatha Christie, Ellery Queen en Patrick Quentin en werd ik verliefd op Lord Peter Wimsey. Ook ik bleef tot diep in de nacht op voor de avonturen van Harry Potter, kon niet wachten op de meer praktische pocket uitgave van een nieuwe Nicci French of Robert Galbraith en over ´De waarheid achter de zaak Harry Quebert‘ schreef ik onlangs nog een blog.

    Pareltjes

    Tegenwoordig probeer ik ook buiten mijn favoriete genres te lezen, want als schrijver is dat heel leerzaam. In mijn geval betekent dat meer Nederlandse boeken en meer literatuur. Soms zitten daar onverwachte pareltjes tussen, zoals het aangrijpende Niets weerstaat de nacht van Delphine de Vigan, het bizarre, maar toch pakkende De consequenties van Niña Weijers en het geestige As in tas van Jelle Brandt Corstius .

    #NSPP2016

    Gisteren werd mijn aandacht getrokken door de volgende oproep:

    MELD JE AAN VOOR DE NS PUBLIEKSPRIJS KERNJURY!

    275 leden, die een afspiegeling vormen van het Nederlandse lezerspubliek. Lezers die niet bang zijn om hun mening te geven en die ook bereid zijn om actief stemmen te werven. Zes boeken in diverse genres.

    Je begrijpt, ik heb mijzelf opgegeven!


    Ook kans maken tot de kernjury van de NS Publieksprijs te behoren?
    Iedere Nederlander van 18 jaar en ouder kan lid worden. Aanmelden kan nog t/m 25 september a.s.