schrijverschap Archieven - Pagina 5 van 7 - barbarasevenstern.nl

Categorie: schrijverschap

Over het schrijven van een eigen boek, bloggen en alles wat daar bij komt kijken.

  • De magie van Annie M.G.

    De magie van Annie M.G.

    Lang geleden, toen HTML nog de standaard programmeertaal op internet was en niemand over social media sprak, maakte ik websites. Mijn meest favoriete product uit die tijd is een eigen productie: anniemgschmidt.net.

    Krantenknipsels
    Ik ben groot fan van Annie M.G. Schmidt. Een bewondering die indertijd zo ver ging dat ik alles kocht wat met haar te maken had. Zo kwam ik in het bezit van een aantal bibliotheekmappen met krantenknipsels over Annie M.G.. De oude interviews waren dermate leuk om te lezen, dat ik er iets mee wilde doen. In mijn bewondering voor de schrijfster was ik er van overtuigd dat anderen evenveel plezier als ik zouden halen uit het lezen van de scherpe en humorvolle uitspraken uit de oude gesprekken. Ik realiseerde mij gelukkig ook dat niet iedereen zo gek als ik zou zijn om die vele pagina’s tekst lineair door te ploeteren.

    Annie M.G. zelf zei een keer over interviews:

    ‘Mensen beschikken over je, ze citeren je, ze weten van alles over je of van je. Terwijl mensen toch ook zo kunnen veranderen en zeker als je zo’n dubbel karakter hebt als het mijne, zo beïnvloedbaar bent.’

    Dat geeft te denken of mijn plan van indertijd haar zou hebben aangestaan.

    Daar staat tegenover dat ze ook eens zei:

    ‘Het is zo’n gedoe, die interviews. Je moet steeds hetzelfde vertellen en in de krant van drie jaar geleden is ook allemaal na te lezen.’

    In dit geval bood mijn initiatief de uitkomst.

    Het Grote Interview
    Het werd ‘Het Grote Interview met Annie M.G. Schmidt’ onder de eerder genoemde naam anniemgschmidt.net. Als je dat nu intikt, kom je op een Chinese pagina waarover ik – om voor de hand liggende redenen – niets zinnigs kan zeggen. Echter, ruim vijftien jaar geleden, vond je er een keur aan uitspraken van Annie M.G. Schmidt, gerangschikt op thema´s als relaties, het leven en vrije tijd.

    Het was allemaal heel recht-toe-recht-aan en zoeken op trefwoord was er zeker niet bij. Het was evenwel toch aardig en ik haalde er zelfs een interview mee in de Vara Gids. Uiteindelijk werd de hele inhoud integraal opgenomen in de eerste versie van de officiële website van de schrijfster, annie-mg.com. Een mooier compliment kon ik mij niet voorstellen, want dat betekende dat Flip van Duijn, zoon van de schrijfster, er zijn akkoord op had gegeven.

    Privé archief
    En nu heeft diezelfde Flip van Duijn het privé archief van zijn moeder geschonken aan het Letterkundig museum. Het privé archief waarin Annejet van der Zijl inzage kreeg, toen ze een biografie over Annie M.G. Schmidt schreef. Ik weet nog hoezeer ik mevrouw van der Zijl benijdde om dit, in mijn ogen, enorme voorrecht.

    Dit voorrecht is binnenkort voor ons allemaal weggelegd. De directeur van het Letterkundig museum heeft al aangegeven dat de correspondentie tussen Annie M.G. en haar moeder, haar man en haar theaterproducent het verdient integraal te worden gepubliceerd. Ook zullen de meest bijzondere stukken worden getoond in een kleine expositie, die valt in de reeks kortlopende actuele tentoonstellingen van het museum.

    Ik krijg nu al zo’n drang van binnen!


    Het Letterkundig Museum is geopend van dinsdag tot en met zondag en, samen met het Kinderboekenmuseum, gehuisvest in het Koninklijke Bibliotheek-gebouw, naast het Centraal Station van Den Haag.

    Anna, Het leven van A.M.G. Schmidt 1911-1995 (2002, Annejet van Zijl) is een must-read voor niet alleen fans van Annie M.G. Schmidt zelf, maar iedereen die van een goed verhaal houdt.

    Benieuwd naar Het Grote Interview? The Wayback Machine, het archief van Internet,  heeft er in 2000 gelukkig een kopie van gemaakt.

  • Loyaliteitsconflict

    Loyaliteitsconflict

    Ik betrap mijzelf op een loyaliteitsconflict. Niet in mijn dagelijks leven, maar ten opzichte van de twee hoofdpersonen uit het boek dat ik schrijf.

    Ik zal proberen het uit te leggen.

    Hoofdpersonen
    Mijn boek Familiegeluk gaat over de familie Sandvliet en kent twee hoofdpersonen: Eline en Ellen. Eline is de moeder van Ellen, en mijn boek begint op het moment dat zij net is gestorven. Het is 2014 en geschreven vanuit het perspectief van dochter Ellen.
    Het deel waarin Eline de hoofdrol heeft, speelt zich af in 1963 en 1964 en komt halverwege het boek aan de orde.

    Onthechten
    Tijdens het schrijven over Eline, groeide ik mee met mijn personage en haar strijd (een goed verhaal kent altijd een (persoonlijke) strijd die overwonnen moet worden). Tegen de tijd dat ik weer terug moest keren naar Ellen, had ik er moeite mee om Eline los te laten. Ik was aan haar gehecht geraakt en het was alsof ik voor altijd afscheid nam van een goede vriendin.
    Alles wat geschreven moest worden, had ik echter geschreven; het was de hoogste tijd het verhaal van Ellen weer op te pakken.

    En ook hier gebeurde hetzelfde, ik raakte gehecht aan Ellen en haar koppige zoektocht naar de waarheid achter het vermeende familiegeluk (oké, tijd voor een bekentenis: ik raakte niet alleen zeer gehecht Ellen, maar ook aan haar love-interest). Toen ik mijn laatste hoofdstuk schreef, voelde ik mij oprecht melancholisch, zoals je dat ook kan ervaren als lezer, aan het eind van een fijn boek.

    Herlezen
    Inmiddels zit ik in de fase van het herlezen van mijn verhaal. Van begin tot eind, opzoek naar inconsistenties, niet lekker lopende zinnen en bovenal irrelevante informatie. Omdat het verhaal begint en eindigt met Ellen, was het vrij eenvoudig om na het schrijven van de laatste hoofdstukken, mij direct weer thuis te voelen in het eerste deel van het boek. Ik had de tekst dan wel enkele maanden geleden geschreven, de hoofdpersoon was mijn new best friend, dus dat las als een trein.

    Nu ben ik in 1963 aanbeland en mis Ellen. Terwijl ze nog niet eens geboren is. Dit gedeelte van mijn verhaal gaat over haar moeder Eline, die ooit ook mijn goede vriendin was. Totdat ik mij ging hechten aan haar dochter. Ik worstel mij door de tekst heen, opzoek naar de hechte band die wij eens hadden.

    Herschrijven
    En dan realiseer ik mij ineens waar mijn ongeduld vandaan komt. Het gaat niet om een voorkeur voor Eline of Ellen. Het gaat er om dat het mij niet lukt in het verhaal van Eline te verdwijnen. Gebeurtenissen gaan te snel, waardoor ze ongeloofwaardig worden. Als schrijver was ik mij daar duidelijk niet van bewust, stond ik te dicht naast de personage. Als kritische lezer van mijn eigen verhaal merk ik dit wel. Ik zal serieus moeten herschrijven.

    Op Schrijven Online staat dat herschrijven vaak een oefening is in nederigheid en doorzettingsvermogen. Mijn manuscript mag dan klaar zijn, het blijft toch nog altijd versie 1.0.

  • Twijfel

    Twijfel

    Twee jaar geleden besloot ik dat het er nu echt van moest komen; dat boek dat ik altijd al wil schrijven ook daadwerkelijk afmaken.

    Deze ambitie liep uiteraard ver vooruit op de werkelijkheid, en ik heb mijn planning menigmaal aangepast. Nog steeds overigens.

    Succes
    Daarnaast word ik menigmaal overvallen door Twijfel, die zich op luidde toon afvraagt waarom ik in godsnaam zo overtuigd ben van het feit dat ik een boek kan schrijven?! En niet zomaar een boek, nee, eentje die de lezer van begin tot eind geboeid houdt. Zo één dat je niet wilt neerleggen totdat het uit is, waardoor je de volgende dag met rood doorlopen ogen van slaapgebrek op je werk verschijnt. Kortom, een boek dat een doorslaand succes wordt. Nadat een grote uitgever mij als dè grootste verrassing van het jaar heeft binnengehaald.

    Anderen zijn altijd beter
    Twijfel wijst mij fijntjes op het feit dat er al heel veel boeken uitkomen en dat deze aantallen slechts een fractie zijn van wat er überhaupt aangeboden wordt bij de uitgeverijen zelf. Twijfel is van mening dat ik dan wel een vlotte pen mag hebben, maar dat ik lang niet zo spitsvondig, laat staan literair verantwoord ben als een Niña Weijers in haar debuut roman De Consequenties. Ik roep dan hard dat ik helemaal niet de ambitie heb Niña Weijers te zijn, maar daar heeft Twijfel, eenmaal op dreef, geen oor voor.

    Dan brengt hij het laatste boek van Michael Berg ter sprake, Het meisje langs de weg, dat wij beiden weliswaar nog niet gelezen hebben, maar waarvan Twijfel overtuigd is dat het wèl de vaart en de spanning van een goede thriller heeft. En ook nog eens een liefdesverhaal! Of mij dat niet ergens aan deed denken? Ik geef schoorvoetend toe dat de omschrijving van het boek inderdaad wel wat weg heeft van mijn eigen verhaal. Maar dat mijn verhaal toch eerder een roman is met een spanningselement dan andersom. Geen thriller pur-sang. Twijfel snuift, een roman klinkt in zijn oren saai en zat daar ook niet weer de randvoorwaarde van een literair tintje aan? We zijn duidelijk weer terug bij Niña.

    Afronding
    Afgelopen week schreef ik het laatste hoofdstuk van Familiegeluk, mijn boek-in-wording. Nu begint de fase van gaten vullen, correcties doorvoeren en strak trekken, voordat ik het manuscript naar de eerste meelezers kan sturen. Voor het eerst zal ik mijn verhaal, weliswaar vanaf de computer en met mijn eigen editors pet op, van begin tot einde lezen.

    Twijfel kan niet wachten.

  • Glasvezel

    Glasvezel

    We gingen over op glasvezel. Niet vanwege de prijs, maar omdat het zo’n drie keer sneller is dan ons kabelnetwerk. Volgens de website van de glasvezel aanbieder tenminste. Met drie kinderen in de leeftijd tien, zeven en vijf jaar is snelle Wi-Fi een eerste levensbehoefte, geloof me. Daarnaast schrijf ik mijn boek vanaf huis. Internet mag dan afleider nummer één zijn, voor onderzoek is het onontbeerlijk.

    Een dapper plan
    Echtgenoot is van de praktische zaken, dus hij zette het hele gebeuren in gang.
    De aansluiting zou in twee stappen plaatsvinden en we kregen er een gratis monteur bij.  Dat laatste leek ons een goed idee, want zo iemand doet niet anders. We mochten hem alleen niet houden.

    Er kwamen twee grote dozen via de post.
    Een paar dagen later kwam monteur één langs die het nieuwe modem op de daarvoor bestemde plek bevestigde. Monteur twee die de daadwerkelijke aansluiting zou realiseren stond een week later gepland.

    En toen werden we gebeld.

    Een curieus gesprek
    ‘Goedenavond, met die-en-die van zussemezo. Ik bel u om een afspraak te maken voor uw nieuwe glasvezelaansluiting. ‘
    ‘Goedenavond. ‘
    ‘Zaterdag 12 december komen wij bij u langs.’
    ‘Zaterdag 12 december?’
    ‘Ja, dat is de eerste mogelijkheid.’
    ‘Maar ik heb al een afspraak staan voor a.s. maandag.’
    ‘Nee, dat is niet mogelijk. Maandag is volgeboekt.’
    ‘Ik heb de afspraak bij het afsluiten van het contract met Caiway zelf gemaakt.’
    ‘Dat hebben zij niet aan ons doorgegeven; en wij doen alle installaties.’

    Stilte

    ‘En nu?’
    ‘Wat ik zei, zaterdag 12 december is de eerst mogelijke optie.’
    ‘Onze huidige internet verbinding stopt per maandag 7 december.’
    ‘Ja, dat is heel vervelend voor u, maar het wordt toch zaterdag.’

    Code rood
    Daar zit je dan. Vijf hele dagen zonder werkend internet. Met spreekbeurten die moeten worden voorbereid, een boek dat geschreven dient te worden, vanaf zes december een nieuwe XBox en bovenal geen Netflix en YouTube. Ik wou dat het anders was, maar in mijn gezin betekent dat code rood. En niet van het KNMI-type ‘dat viel achteraf bezien gelukkig wel mee’.  Nee, ik heb het hier over een Katerina of een Mitch. Zo één uit de categorie 5: verwoestend en met windsnelheden van 249 kilometer per uur. Geen internet op het voetbalveld of vakantie is één ding, maar geen internet thuis is van een heel andere orde.

    ‘Caiway heeft met mij afgesproken dat er maandag 7 december een monteur langs komt.’
    ‘Dan adviseer ik u nog eens met Caiway te bellen. Wij weten hier van niets en wij gaan over de planning.’
    ‘Dus Caiway en uw organisatie creëren een probleem en vervolgens mag ik het oplossen?’
    ´Ik vind het heel vervelend voor u.´
    ´Nee, u gaat zelf Caiway bellen. En u zorgt ervoor dat er maandag een monteur langs komt.´

    Een klantgerichte monteur
    De aanhouder wint.
    Hij was er.
    Weliswaar pas om half tien ´s avonds, maar dat was eerder vervelend voor hem, dan voor ons.
    Hij was allervriendelijkst, deze Marlon, ondanks het late tijdstip.
    ´Soms zit het mee, soms zit het tegen,´zei hij opgewekt.
    Ons zat het met zijn komst even mee en daarna al snel weer tegen, want Marlon wierp één kundige blik op de router en zei: ‘Deze werkt niet.’
    ‘En nu?’
    ‘U zult een nieuwe router aan moeten vragen .’
    Code rood kwam alweer aardig in zicht, maar Marlon bleek niet voor één gat te vangen.
    ´U kunt die van mij wel zolang lenen,´ zei hij.

    Marlon for President. De daarop volgende dagen surften wij dankbaar via de privé verbinding van onze klantgerichte monteur. Het werkte nog niet optimaal en mijn WiFi extender voor internet op zolder (schrijfkamer) snapte er al helemaal niets van, maar we zaten gelukkig in code oranje.

    Er kwam weer een nieuwe doos en Marlon bracht ons wederom een bezoekje.
    Hij hoefde geen koffie, maar wist binnen vijf minuten de nieuwe router te installeren en de eerder genoemde Wifi extender werkend te krijgen. Zoals gezegd, zo iemand doet niet anders. Vanaf nu konden wij met snelheden van 75 mbits per seconden down- en uploaden. Volgens de website van de glasvezel aanbieder. In de praktijk liepen iPads vast en op zolder kreeg ik regelmatig de melding dat internet de pagina helaas niet kon vinden.

    Op scherp
    Zo’n nieuwe aansluiting zet ook de verhoudingen in het gezin op scherp. Kinderen en ik klaagden luid over de tegenvallende prestaties en echtgenoot, die de hele boel in gang had gezet om juist van dit gezeur af te zijn, verkondigde geërgerd dat wij in oplossingen moesten denken.

    ´Die mensen hebben ons bedrogen,´ verklaarde de oudste vol afkeer in zijn stem.
    ‘Nee’, antwoordde ik opvoedkundig, ‘dat is altijd als je overgaat op een andere provider.’
    Dat is altijd? Had ik dat werkelijk geantwoord?

    Gisteravond belde echtgenoot nog één keer met de glasvezel helpdesk.
    ‘Een nieuwe router? En het werkt niet goed? Dan heeft u nog niet de laatste software update doorgevoerd. De routers worden standaard geleverd met versie één en we zijn inmiddels toe aan versie drie.’

    Die helpdesk gaat het nog druk krijgen de komende tijd.

     

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company

  • National Novel Writing Month (NaNoWriMo)

    National Novel Writing Month (NaNoWriMo)

    Het is alweer week twee van National Novel Writing Month (NaNoWriMo)* en ik ben goed op stoom.  13 scènes (ca. 22.000 woorden) heb ik geschreven sinds afgelopen maandag, wat betekent dat ik er twee voorloop op schema.

    Informatie overload
    Dat is evenwel geen reden om lui achterover te hangen. Ik weet inmiddels als geen ander dat de personages in mijn verhaal de neiging hebben activiteiten te ontwikkelen die ik van te voren niet heb bedacht. De geplande 35 scènes voor november zijn slechts een indicatie van het aantal dat ik werkelijk zal schrijven en de ervaring leert dat het er eerder meer dan minder zullen worden.

    Wordt het dan niet een brei aan informatie? vraag je je nu wellicht af.
    Het is een terechte vraag waar ik zelf ook mee worstel. Zeker als ik weer ergens lees dat je het aantal personages en verhaallijnen beperkt moet houden, zodat de lezer niet in totale verwarring het boek halverwege weglegt om nooit meer te openen. Daar staat tegenover dat alles wat ik schrijf een reden heeft.

    Alle mensen en gebeurtenissen in het verhaal hebben een functie.

    Soms is zelfs voor mij die functie niet direct duidelijk. Zo schreef ik enkele dagen geleden een parkeerwachter in mijn verhaal. Een hele pagina dialoog met mijn hoofdpersoon, waarvan ik mij tijdens het schrijven afvroeg, ´is dit nu echt nodig?’

    Als ik dat al denkt, wat moet de lezer dan wel niet denken?

     Toch liet ik mijn parkeerwachter er in staan, en wat bleek? Niet alleen was hij de noodzakelijke aanleiding om mijn hoofdpersoon op een gewenste locatie te krijgen, ik weet ook dat hij een cruciale rol gaat spelen in een latere scène, die nog geschreven moet worden.

    Realiteit versus fantasie
    Vaag? Wellicht. Het is een wonderlijk proces, dat schrijven. Als ik een hele dag met mijn boek bezig ben geweest, moet ik echt weer landen in mijn eigen wereld. Een wereld die onbekend is met mijn fictie personages. Echtgenoot kijkt altijd licht glazig als ik hem enthousiast vertel hoe achterbaks mijn slechterik zich heeft gedragen en hoe ontzettend leuk de love-interest van mijn hoofdpersonage is. Die mensen zeggen hem niets, voor mij zijn het mijn collega’s van die dag. Ik weet nu al dat ik ze ga missen als het boek klaar is.

    Schrijfflow
    Vanochtend ging ik met grote vastberadenheid achter de computer zitten en begon onmiddellijk met tikken. Nu ik dagelijks veel schrijf, zit ik in een zodanige flow dat ik relatief makkelijk de draad weer kan oppakken en direct door kan schrijven. Deze keer merkte ik dat mijn gedachten steeds wegliepen van het verhaal. Mijn ergernis over de tijdrovende boodschappenronde van die ochtend zat nog enorm in mijn systeem. Ik bedacht me dat ik de was op moest hangen en het feit dat mijn internet verbinding er uit lag, zag ik niet als kans (geen afleiding), maar als duidelijke tegenwerking.

    Dergelijke onrust is funest voor mijn schrijfproces. Dan wordt het te vol in mijn hoofd en kan ik mij niet meer concentreren op mijn verhaal. En dus besloot ik deze blog te schrijven.

    Ik zou er ook de brui aan kunnen geven en een boek gaan lezen

    Onder het mom van ‘onderzoek en inspiratie bij anderen’.  Ik weet evenwel ook dat ik daar een heel ontevreden gevoel aan overhoud. Een blog schrijven houdt mij in het schrijfproces en omdat het een afgeronde activiteit is (de blog is binnen afzienbare tijd klaar en online) geeft het ook een voldaan gevoel.

    En op dat voldane gevoel kan ik weer mijn verhaal oppakken. Een verhaal waarvan ik heb gezegd dat het manuscript deze maand af is. Ik heb een deadline, en dat niet alleen: ik heb mijn deadline kenbaar gemaakt. Nu heb ik ooit gelezen dat mensen die over hun voorgenomen activiteiten praten, ze minder snel uitvoeren dan mensen die dit niet doen. Het praten erover schijnt al een dermate gevoel van voldaanheid teweeg te brengen, dat de urgentie om tot realisatie over te gaan minder wordt.

    Met andere woorden: als je iets wilt realiseren, praat er dan niet over.

    Bij mij werkt dat precies andersom. Als ik iets niet vertel, betekent het vaak dat ik het toch niet uit ga voeren. Of het op z´n minst heel vaak uitstel, er is altijd wel wat anders, meer urgent, te doen.

    Het is alweer week twee van National Novel Writing Month (NaNoWriMo) en ik heb nog 12 werkdagen om Familiegeluk af te schrijven. De hoogste tijd dus om dat nu te gaan doen!


    * National Novel Writing Month (NaNoWriMo) is een uit Amerika overgewaaid initiatief met als doel het schrijven van een roman van minstens 50.000 woorden in één maand, te weten November.  Er is een website met tutorials, peptalks, fora en zelfs merchandise. Alles om er voor te zorgen dat jij succesvol schrijvend de maand doorkomt. In Nederland hebben op dit moment 10.792 mensen een account op dit platform, of ze allemaal ook meedoen is natuurlijk de vraag 😉

  • Het plan (inzending Editio debutantenwedstrijd 2015)

    Het plan (inzending Editio debutantenwedstrijd 2015)

    Hij stopte zijn mobiele telefoon terug in zijn zak. Liever had hij het niet zo ver laten komen, het lag niet in zijn aard om fysiek te worden; dat liep vrijwel altijd uit de hand. Daarom was het ook geen onderdeel van het plan geweest. De lichamen zouden nu snel genoeg gevonden worden. En ze hadden hem geen keus gelaten. Dat deden ze nooit, dacht hij. Het zou gekker geweest zijn als ze het nu wel hadden gedaan. Gekker, een passend woord gezien de situatie.

    Die ochtend was er weer een gesprek geweest. Deze keer met een mevrouw die zich psychiater noemde. Ze had een duidelijk Frans accent. Dat kon hij zich goed herinneren, want ze was de hele tijd aan het woord geweest. Daarbij had ze een lijst van gedragskenmerken voorgelezen. Blijkbaar die van hem. En de uitslag was niet best. Hij kon zich de exacte woorden niet meer herinneren, maar ze deden er ook niet toe. Het zou hem toch niet veranderen. Zijn ouders hadden er meer moeite mee gehad, Zijn moeder was in tranen uitgebarsten en zijn vader had geroepen dat hun zoon niet gek was. De mevrouw met het Franse accent had begripvol geknikt en een lijst met adressen over de tafel geschoven, ze hield blijkbaar van lijstjes. Zijn vader had het papier opgepakt en zonder te kijken in zijn binnenzak gestoken. Daarna hadden ze beleefd afscheid genomen van elkaar.

    In de auto terug naar huis hadden ze gezwegen. Nu er geen publiek meer was, was ook zijn moeder gestopt met huilen. Daar was hij blij om, het geluid maakte hem nerveus en als hij nerveus werd, dan ging het vaak mis.
    Eenmaal thuis was zijn vader naar zolder gelopen waar de computer stond. Hij was met zijn moeder in de zitkamer gaan zitten, zij voor de televisie en hij achter de iPad, koptelefoon op zijn hoofd. Toen zijn vader een uur later weer naar beneden kwam, zaten ze zo nog steeds; in versteende harmonie.
    ´De verzekering dekt niet alles,´ had hij zijn vader horen zeggen en zijn moeder had geknikt, haar blik strak op het scherm van de televisie gericht.
    ´Kan hij ergens terecht?’ was haar vraag tenslotte geweest.
    ‘Als we meedoen aan de sessies voor ouders.’
    Nu had ze opgekeken. ‘Het is te gek voor woorden. Ik kan echt niet elke dag vrij nemen.´
    ´Het is wekelijks en hij gaat morgen gewoon naar school.’
    ‘Daar mag ik niet meer komen,’ hij had snel geantwoord, voordat zijn moeder iets kon zeggen. Als het over hem ging, wilde hij graag onderdeel van het gesprek zijn.
    Zijn vader had een wenkbrauw opgetrokken. ‘Hoe lang gaat die schorsing nog duren?’
    ‘Tot het eind van de week.’ Hij was zijn moeder weer voor geweest. ‘Ik mis ook de Sinterklaasintocht.´
    ´Nee hoor, daar ga je gewoon naar toe.´ Zijn moeder klonk beslist. ‘Hoeveel vragen ze?’ Dat laatste was weer tegen zijn vader gericht. Die noemde een bedrag.
    ‘Belachelijk.’
    ‘Het is inclusief weekenden en vakanties.´
    ‘En je weet zeker dat het niet goedkoper kan?’
    ‘Absoluut, ik heb ze allemaal gebeld.’
    ‘Oké, dan brengen we hem er morgen heen.’
    En daarmee was het onderwerp afgehandeld.

    En had het plan urgentie gekregen. Dat hij zijn vader die avond op de overloop tegen zou komen, had niet bij het plan gehoord.
    ‘Waar ga je naar toe?’
    ‘Ik ga weg.’
    ‘Weg?’
    ‘Ja.’
    ‘Waar naar toe?’
    ‘Dat zie ik nog wel.’
    ‘Dat zie je nog wel?’
    ‘Ja.’ Hij keek zijn vader aan. Volwassenen konden soms heel dom zijn.
    ‘Ik dacht het niet,’ zei zijn vader.
    Hij knikte begripvol. Nee, hij had ook niet verwacht dat zijn vader het er mee eens zou zijn. Niet op deze manier.
    Zijn moeder verscheen in de deuropening van de slaapkamer.
    ´Is er wat aan de hand?’
    ‘Hij gaat weg.’
    ‘Toch morgen pas?’ Ze leek oprecht verbaasd.
    ‘Ik ga,’ zei hij nogmaals. ‘Dag.’
    ‘Jij gaat helemaal niet.’ Zijn vader ging voor hem staan. Volwassenen waren vaak erg vermoeiend.
    ‘Hoe ver denk je dat je komt? Een kind ‘s avonds in het donker op straat? Wat denk je dat de mensen zullen zeggen als ze je zo laat nog buiten zien lopen?´
    Het kon hem niet schelen wat mensen er van dachten, maar hij wist dat het voor zijn ouders belangrijk was.
    ´Nou, geef je nog antwoord?’
    Hij keek naar de mond van zijn vader die open en dicht ging. Waarom sprak hij toch zo veel?
    ´Ik ga,´ zei hij, nu voor de derde keer en hij draaide zich om naar de trap.
    Een hand schoot uit en belette hem door te lopen. Hij voelde de warmte van zijn vaders huid door de mouw van zijn winterjas heen branden.
    ‘Jij blijft hier.’
    Ergens in zijn hoofd ging vuurwerk af. Het konden ook sirenes zijn, hij wist het niet zo goed. Wat hij wel wist, was dat de warmte op zijn arm ondraaglijk werd.
    Met een ruk draaide hij zich om en zag nog net hoe zijn vader achterover de trap afviel. Zijn moeder gilde. Nog meer geluid. Hij probeerde zich af te sluiten, maar het was al bij hem binnengedrongen.
    Zijn moeder rende langs hem heen de trap af. Hij volgde haar langzaam en zag hoe ze bij zijn vader neerknielde. ‘Die is tenminste stil,’ dacht hij.
    ‘Bel 112,’ hoorde hij haar roepen.
    Waarom? vroeg hij zich af, hij ging alleen maar weg. Dat was toch ook wat zij wilden?
    ‘Ik ga,’ zei hij voor de vierde keer.
    ‘Bel 112,’ ze klonk inmiddels hysterisch, hij moest nu echt weg. Voorzichtig liep hij om zijn beide ouders heen, opende de glazen tussendeur en stapte de voorhal in. Achter hem hoorde hij zijn moeder overeind komen.
    Ik ga, ik ga, ik ga, de woorden waren een mantra geworden. De tussendeur vloog open, maar hij was er op voorbereid. Met een krachtige beweging sloeg hij de deur terug. Het glas rinkelde toen het in frontaal contact met het hoofd van zijn moeder kwam. Hij kon nog net een stap opzij doen, zodat ze niet tegen hem aanviel, maar op de grond. Even bleef hij kijken naar haar lichaam, waaronder zich langzaam een donkerrode plas bloed vormde.
    Toen draaide hij zich om en opende de deur.

    De kou van de buitenlucht werkte kalmerend en eenmaal op de dijk stopte het vuurwerk. Hij voelde zich rustig, ontladen. 112 bellen zat niet in het plan, maar zijn moeder had serieus geklonken en zoals altijd na een uitbarsting wilde hij haar graag tegemoet komen. Het gesprek hield hij kort, een ambulance naar een adres. Nu ging hij echt weg, volgens plan.


    Dit korte verhaal was mijn inzending voor de Debutantenwedstrijd van Editio 2015.
    Ik werkte toen al aan mijn boek Familiegeluk, maar was nog niet aan het bloggen.

  • De strijd van de minimalist in mij

    De strijd van de minimalist in mij

    ‘Jij ruimt niet op, jij verplaatst.’
    Dat is het structurele verwijt dat ik thuis krijg als ik weer eens een poging onderneem orde in de chaos te scheppen.
    Ik geef toe, ik ben heel goed in verplaatsen.
    Ook in stapelen, als we het er dan toch over hebben.

    Emotionele waarde
    Waar ik minder goed in ben, is dingen weggooien.
    Oude schoolagenda’s, brieven en krantenartikelen hebben voor mij een ongekende emotionele waarde. Dit gevoel projecteer ik ook op de werkjes van mijn kinderen, zodat er in de hoek van mijn werkkamer een enorme papierstapel ligt te wachten om ingeplakt te worden; immers zo leuk voor later.

    ‘Dan kun je in ieder geval je boekenkast leegruimen,’ zei iemand onlangs toen ik vertelde sinds kort de gelukkige eigenaar van een e-reader te zijn.
    Nee, natuurlijk niet.
    Daarin staan boeken die mijn opa nog heeft gekocht, die ik heb gekregen, achterovergedrukt of aangeschaft.

    Kortom, hier is geen sprake van een kast vol boeken, maar één vol herinneringen.

    ´In ieder geval komen er geen boeken meer bij,’ was de volgende opmerking.
    Helaas, weer mis.
    Sinds de aankoop van mijn e-reader heb ik alweer vijf fysieke boeken aangeschaft; papier geeft zo veel meer lees-beleving.

    En dan muziek en films. Met het grootste gemak schaf ik een nieuw album aan via iTunes. Heerlijk, alles direct binnen handbereik op één apparaat. Alleen de oude CD’s, om die nou meteen weg te gooien… En sinds de komst van Netflix in mijn huishouden liggen tientallen DVD’s te verstoffen in de kast. Ga ik ze ooit nog bekijken? Waarschijnlijk niet. Maar wat als Netflix uitvalt?

    Naast al het sentiment vind ik het ook gewoon zonde, zonde om iets wat nog goed is, weg te gooien. Ooit heb ik afstand gedaan van tientallen jaargangen modetijdschriften en dat knaagt nog steeds aan mij; ze zouden inmiddels collectors-waarde hebben.

    Less is more
    En toen las ik eind vorig jaar een artikel over minimalisten: mensen die hadden besloten om met minder bezittingen te leven waardoor ze zich vrijer voelden. Ze ruimden de rommel in hun huis en leven op met als resultaat dat ze er een rijker en voller bestaan voor terugkregen. In diezelfde periode ging ik naar de voorstelling Troep, waarbij de hoofdrolspeelster haar enorme verzameling aan spullen terugbracht tot 100 stuks, waardoor ze lichter door het leven ging. Ze heette nota bene Barbara en kwam ook uit Den Haag.

    Dat deed de deur dicht; dit ging over mij.

    En dit wilde ik ook: mij lichter en vooral vrijer voelen.

    Rendement in meerdere opzichten
    Ik besloot op te gaan ruimen en waar beter te beginnen dan bij mijn eigen kledingkast?!
    Ik was rücksichtslos en al snel had ik een ongekend overzichtelijke rij aan kledingstukken hangen. Zo één waar ik onbevreesd een jurkje uit kon pakken, zonder dat er tenminste drie kledingstukken meekwamen en er twee van hun hanger op de grond vielen. Zo één waar ik überhaupt kon overzien wat ik had.

    Een groot deel van de afgekeurde kleding ging naar het goede doel en enkele mooie stukken zette ik te koop op Marktplaats. En verkocht ze. Ik blij, iemand anders blij.
    Dat smaakte naar meer, en dus ging ik met dezelfde doelgerichtheid door de kasten van de kinderen. Ook hier verdween een hoop in vuilniszakken en werd een deel verkocht.

    En toen ging het mis.

    Mijn enthousiasme over de paar succesvolle Marktplaats-verkopen ging met mij aan de haal.

    In plaats van mij aan de regels van het minimaliseren te houden, ging ik uitbreiden.

    Een eigen winkel
    Er kwam kleding van familie en vrienden bij. Binnen enkele weken had ik een hele winkel aan tweedehands kleding, die ik via Marktplaats aanbood. En dat moest er natuurlijk wel professioneel uitzien, dus kwam er een Facebook pagina, een logo, twee aankleedpoppen voor de juiste fotografie, kreeg elk artikel zijn eigen wervende verhaal en als er iets verkocht was, dan werd dat uiteraard als cadeautje verstuurd, inclusief visitekaartje voor de branding.

    In plaats van vrijheid had ik er een hele baan bij. En ook nog eentje waarbij de ‘dubbeltje op de eerste rij’ discussie de boventoon voerde. Na vijf maanden was ik er klaar mee. Drie tassen met merkkleding verdwenen richting VintyWomen. Het moet gezegd, die organisatie ruimt echt op; er is van de dertig verstuurde items slechts één in verkoop genomen, de rest is alsnog door hen richting Goed Doel afgevoerd.

    Terug bij af
    Nu staan er vijf nieuwe dozen op zolder en naast de werkjes van de kinderen een selectie kleding die ik ooit op Marktplaats ga zetten als ik de moed weer heb. De minimalist in mij heeft de strijd voorlopig opgegeven, tot het moment dat er weer jurkjes van de kleerhangers afvallen, want die geordende kast, daar kan niets tegen op.

    Interesse in zwangerschaps-, kinder- of dameskleding? Laat het mij hieronder weten, het zou zomaar kunnen dat ik nog wat voor je heb.


    Is jouw innerlijke minimalist aangewakkerd en wil je jouw spullen kwijt? Hier wat tips:

    • Als je niets hoeft te verdienen aan jouw oude spullen, dan zijn er genoeg goede doelen die je er heel blij mee maakt. Zo ontvangt de Voedselbank ook graag speelgoed en andere materiële dingen, haalt de Kringloop Winkel de spullen zelfs thuis bij je op en zijn ze bij Dress for Success heel blij met representatieve kleding voor werkzoekenden met een minimum inkomen die zelf geen sollicitatiewaardige outfit kunnen kopen.
    • Kies je ook voor VintyWomen of VintyKids, check dan goed of je kleding van de toegestane merken is en aan de minimale verkoopwaarde voldoet. Wil je je afgekeurde kleding terug, dan betaal je €9,95 aan handling- en verzendkosten. Jouw percentage van de opbrengst wordt uitbetaald als shoptegoed bij VintyWomen en VintyKids zelf.
    • Ook tweedehands winkels ontvangen graag jouw nog mooie gedragen kleding; je houdt er een percentage van de opbrengst aan over dat je veelal vrij kan besteden.
    • Ga je voor Marktplaats, maak je lijst van aangeboden spullen niet te lang en voorkom onnodig heen-en-weer gemail door in je omschrijving naast confectiemaat ook lengte, materiaal en verzendkosten aan te geven.

    Deze blog is ook gepubliceerd op de website van De Mama Company

  • Achter de duinen of aan de gracht?

    Achter de duinen of aan de gracht?

    Toen ik een oud collega vertelde dat ik een boek aan het schrijven was, zei ze ‘Dat speelt zich zeker af in Den Haag?’
    ‘Eh,’ stamelde ik, ietwat van mijn stuk gebracht, ‘nee, eigenlijk niet.’
    ‘Nee?,’ herhaalde ze verbaasd. ‘Het leek me een logische keus, omdat je er woont.’

    Omdat je er woont. De woorden bleven in mijn hoofd hangen toen ik die dag terug naar huis reed. En in de weken er na.

    Mijn hoofdpersoon woonde namelijk in Amsterdam, evenals enkele cruciale bij-personages.
    Waarom?
    Gewoon.

    Gewoon is geen antwoord, besefte ik mij.

    Gewoon is een automatisme en dat is op zichzelf geen reden genoeg om iets te laten gebeuren.

    Zeker niet wanneer je een boek schrijft en je het voorrecht hebt alles (maar dan ook werkelijk alles!) zelf te bepalen.

    Ik realiseerde mij dat mijn collega een punt had. Ik mocht dan wel 15 jaar lang in Amsterdam hebben gewoond, niets in mijn verhaal maakte het van cruciaal belang om het daar ‘dus dan maar’ plaats te laten vinden.

    De potentie van Den Haag
    Den Haag heeft genoeg bedrijven waar mijn personages kunnen werken, genoeg galeries en musea, evenals leuke kroegen en woonplekken. Daarnaast heeft Den Haag een echt strand.

    Inmiddels ben ik een jaar verder en is Den Haag een essentieel onderdeel van mijn verhaal geworden. Omdat ik er woon, is onderzoek naar locaties relatief eenvoudig en omdat ik er mijn jeugd heb doorgebracht, zijn veel dingen herkenbaar of snel opgezocht.

    En er is nog iets.
    Den Haag is een stuk minder populaire locatie in boeken dan onze hoofdstad.
    En dat is straks toch mooi meegenomen in de marketing!


    Welke boeken ken jij die zich in Den Haag afspelen? Laat het mij hieronder weten! 

     

     

  • Het onverwachte risico van boodschappen

    Het onverwachte risico van boodschappen

    ‘Ik zie het al,’ zegt de dokter. ‘Het is duidelijk een slijmbeursontsteking.’
    Ze heeft mij zojuist een aantal zwaaibewegingen met mijn armen laten doen; met de rechter is dit geen probleem, de linker is een heel ander verhaal.

    Hypochonder
    Al enige tijd heb ik last van een zeurende pijn in mijn linkerarm. De pijn is dermate aanwezig, dat ik er ’s nachts wakker van word en dan moeizaam met mijn pijnloze rechterarm de gekwelde linker verplaats, in de hoop dat een andere houding verlichting brengt (bloedsomloop enzo). Op zulke momenten komen de doom-scenario’s in mijn hoofd op; gedachten over enge spierziektes en kwade cellen die zich ongezien vermenigvuldigen in mijn lijf. Ik kan vreselijk hypochondriën als het midden in de nacht is.

    ‘Je kunt beginnen met een week Ibuprofen of Diclofenac te slikken. Als dat niet helpt kunnen we overgaan op een injectie.’
    Uit eerdere ervaring weet ik dat het om ontstekingsremmers gaat, en dat die injectie een zeer pijnlijke aangelegenheid is.
    ‘Hoe kom ik aan een slijmbeursontsteking in mijn arm?’ vraag ik voorzichtig.
    ‘Dat kan van alles zijn,’ is het vage antwoord.

    Hollands panorama vanuit het bed
    De vorige keer dat ik een slijmbeurs ontsteking had was de oorzaak duidelijk aanwijsbaar. Een familieweekend had mij in een Friese boerderij doen belanden en echtgenoot en ik hadden de zolderkamer-met-uitzicht toebedeeld gekregen. ´Het bed staat op een podium,´ had mijn schoonzus enthousiast geroepen, ´zodat je bij het ontwaken direct over de akker kan uitkijken.´ Ze had gelijk, vanuit het bed was er een prachtig wijds Hollands panorama te bewonderen; mits je de gordijnen open hield natuurlijk. We hadden een toilet op de kamer, wat prettig is voor mensen zoals ik die er ’s nachts altijd minstens één keer uit moeten.  Ik weet nog goed dat ik mij voor het slapen inprentte dat de deur van het toilet links zat, en dat de deur rechts op de steile zoldertrap uitkwam. Toen ik gewoontegetrouw midden in de nacht wakker werd, liep ik dan ook feilloos naar de linkerkant van de kamer. Alleen het podium, dat was ik even vergeten. Drie treden hoog. Ik heb minstens een paar minuten nodig gehad om bij te komen, terwijl echtgenoot en oudste zoon ongestoord doorsliepen. Alleen mijn neef zei de volgende ochtend dat hij ´s nachts wat had horen omvallen.

    Voorkomen is beter dan genezen
    Ik weet dus hoe je aan een slijmbeursontsteking komt. Maar in dit geval ben ik niet onlangs gevallen of heb ik mij niet hard gestoten. Ik ben niet linkshandig en de tijd dat ik structureel een kind op de linkerarm droeg ligt ook al achter mij. Degenen die zich afvragen of ik wellicht te stevig heb gesport, laat ik zeggen dat het daar niet aan zal liggen.

    ‘Je loopt natuurlijk vaak met zware boodschappen,’ oppert echtgenoot, als hij hoort van de opspelende slijmbeurs.
    Boodschappen sjouwen? Dat kan toch niet de reden zijn van een ontsteking? Tegen beter weten in Google ik ‘slijmbeursontsteking schouder’ en wat blijkt, er is zelfs een heuse website over. Onder oorzaken lees ik overbelasting, werken boven het hoofd en uitvoeren van dezelfde beweging. Schilderen of ramen-lappen zit er de komende tijd dus niet in. Voorkomen is beter dan genezen, roept de website waarschuwend, en dus is ‘absolute rust geïndiceerd van tenminste twee weken’. Bij verder lezen blijkt dat absolute rust inhoudt ‘geen bovenhandse activiteiten en niet op de aangedane schouder liggen.’  Jammer.

    Ik heb inmiddels twee Ibuprofen pillen geslikt en voel mij vreselijk zielig. Wat natuurlijk zeer aanstellerig is, want er zijn zoveel mensen die ergens last van hebben, en ook nog eens veel chronischer en erger dan ik op dit moment.

    Als de klachten over een week niet over zijn, moet ik terug komen voor de injectie. Tot die tijd mag echtgenoot de boodschappen doen.

     

     

  • Een boek schrijven: hoe lang duurt dat?

    Een boek schrijven: hoe lang duurt dat?

    Ik schrijf een boek. Het is een roman met een thriller insteek en de (werk)titel is Familiegeluk. Naast de veelgestelde vraag ‘wanneer is het af?’ krijg ik ook vaak te horen ‘hoe lang ben je daar al mee bezig?’

    Mijn eerste reactie is ‘een kleine 1,5 jaar’, maar eigenlijk is dat te makkelijk. Ja, het idee van Familiegeluk ontstond ergens in juni 2014, toen ik gelegen in een hangmat in de prachtige Oostenrijke bergen de eerste verhaallijn op papier zette. Maar om daartoe te komen had ik al vijf jaar afgelegd.

    Dromen realiseren
    Toen eind 2008 het tweede kind van echtgenoot en mijzelf werd geboren, was ik tot de conclusie gekomen dat ik niet meer alleen wilde rennen voor de baas. Ik wilde mijn dromen achterna en één daarvan was het schrijven van een boek. Met de inzet van ouderschapsverlof ging ik 27 uur werken, waarbij vrijdag mijn schrijfdag werd. Eén dag in de week is niet veel, zeker niet toen de oudste na een half jaar naar de lagere school ging en ik om kwart voor drie al mijn plekje achter de computer moest verlaten, maar het was een begin. Ik had bedacht dat ik een chicklit ging schrijven, omdat mij dit als vrouw-van-ergens-in-de-dertig een laagdrempelig debuut-genre leek. Ik kon zo uit mijn eigen verleden en heden putten en mijn leeservaring met schrijfsters als Marian Keyes, Jill Mansell en Hellen Fielding was meer dan voldoende om een goed idee van de betere chicklit te hebben.

    Droombaan
    Ik schreef een verhaallijn, synopsis, diverse karakteromschrijvingen en toen kwam kind nummer drie. En dat niet alleen, er deed zich een mogelijkheid voor van wat op dat moment mijn droombaan leek. Ik moest er alleen wel weer full-time voor gaan werken. Wat ik deed. Het boek-in-wording ging in de kast en twee jaar gingen voorbij.

    En toen begon het weer te kriebelen. De droombaan bleek in combinatie met drie kleine kinderen toch meer een nachtmerrie en daarmee kwam de schrijfdroom weer terug. Ik las over een schrijfweek in de Oostenrijkse bergen en dacht maar één ding: daar moet ik naar toe.

    Gelijkgestemden
    Ik stofte de oude papieren van de chicklit af en dook letterlijk onder in de bijzondere wereld van De Berghut, een pension voor ontmoeten, inspiratie en bergbeleving. In de veilige omgeving van gelijkgestemden, kon ik mij weer helemaal richten op mijn verhaal. En ik realiseerde mij: dat hoofdpersonage uit mijn boek, dat ben ik. Hier was een meisje dat heel graag iets wilde bereiken, maar voor de veilige zijlijn koos. In plaats van haar nek uit te steken en het te doen.

    Niet lang daarna verliet ik mijn werkplek.

    Braindump
    Met nog geen nieuwe baan, had ik alle tijd om te schrijven, maar nee. De maanden van buffelen en over grenzen gaan, braken mij op. Ik kreeg ontstressingshoofdpijnen en het duurde zeker zes weken voordat ik weer een beetje normaal naar een beeldscherm kon kijken. De inspiratie bleef uit, maar ik wilde wel schrijven. Dus dat was wat ik deed; een braindump van alles wat er de afgelopen twee jaar had plaatsgevonden, met de kernvraag ‘is dat wat je doet, het ook waard? Want ik had gemerkt dat ik niet de enige was met te veel stress en hoofdpijn.

    Hoe beraak je de lezer?
    Met 120 pagina´s tekst trok ik voor de tweede keer de bergen in. Teksten die over mij gingen en gelezen zouden worden door schrijfcoaches. Best confronterend, vond ik. De schrijfcoaches waren unaniem in hun oordeel: het verhaal lag te veel aan de oppervlakte.

    Weg van de dagelijkse hectiek op het thuisfront en met de focus op het schrijven, begreep ik gelukkig precies wat ze bedoelden.

    Schrijven is het uitvergroten van emoties.

    Mijn pakket aan papier was weliswaar de resultante van heel veel persoonlijke emotie, maar op een afstandelijke manier gebracht. Waarom? Omdat het over mijzelf ging. Het was mijn verhaal.

    Welke vorm past bij mij?
    Daarmee had ik precies de vinger op de zere plek gekregen. Zolang het letterlijk mijn verhaal bleef, zou ik niet dieper tot de emotie kunnen doordringen. Het moest dus het verhaal van iemand anders worden, waarop ik mijn eigen emoties kon projecten.

    ‘Wat is het allerergste wat je zou kunnen overkomen?’ vroeg iemand mij. ‘Schrijf daar eens over.’
    Ik liet onmiddellijk een kind dood gaan.

    Tijdens diezelfde schrijfweek was er een schrijfoefening, waarbij je een stuk tekst vanuit verschillende genres moest benaderen. Afgezien de hilarische verhalen die het opleverde, gaf het mij het inzicht dat een thriller-insteek mij uitermate goed lag.

    Familiegeluk is nu voor zo’n 70% geschreven en de feedback tijdens mijn laatste Schrijfweek, deze keer op Mallorca, heeft mij gesterkt in het vertrouwen dat ik op de goede weg zit.

    Het belang van de lange adem
    En zo ontstond, 1,5 jaar geleden, het begin voor mijn eerste boek. De weg er naar toe duurde vijf jaar. Vijf jaar van beginnen, stoppen, oppakken, wegleggen, weggooien, weer opnieuw beginnen, feedback vragen, aanpassen. Een ontwikkeling die onlosmakelijk aan mijn eerste boek verbonden is, omdat ik zonder die zoektocht niet tot de insteek van Familiegeluk had kunnen komen.

    Dus, beginnend schrijver, mocht je je afvragen of je op de goede weg zit, schroom niet je werk met anderen te delen en sta open voor hun feedback. Doe eens mee aan een schrijfoefening, zodat je meer inzicht krijgt in de vorm die het best bij jou past. En durf opnieuw te beginnen, alles wat je hebt geschreven draagt uiteindelijk bij tot het eindresultaat: jouw boek.


    Volg de ontwikkeling van mijn eerste boek Familiegeluk via Facebook: https://www.facebook.com/familiegeluk

    Ook op schrijfweek of jezelf even terug trekken (klik op de tekst)?

     

    Een verkorte versie van deze blog is ook gepubliceerd op Schrijven Online