inspiratie Archieven - Pagina 4 van 5 - barbarasevenstern.nl

Categorie: inspiratie

  • Misschien wel het mooiste museum in Parijs

    Misschien wel het mooiste museum in Parijs

    Wie aan musea in Parijs denkt, denkt al snel aan het Louvre. Dat is toch jammer, als je je bedenkt dat de stad zo’n 150 grote en kleine musea herbergt.

    Eén van die musea is het Musée Jacquemart-André, gelegen aan de Boulevard Haussmann. Tegenwoordig is deze drukke boulevard bekend om zijn grote warenhuizen als Le Printemps en Galeries Layfayette. Zo’n 150 jaar geleden was dit, dankzij de stadsuitbreiding van prefect Haussmann, een nieuw-bij-Parijs-horend gebied, waar de rijke adel en succesvolle bankiersfamilies hun huizen lieten bouwen.

    Erfgenaam en kunstliefhebber
    Edouard André wordt in 1833 geboren in zo´n schatrijke Protestante bankiersfamilie en kan zich als enig erfgenaam van zowel zijn vaders als moeders kant wel wat veroorloven. In 1869 koopt hij een stuk grond aan de dan nog in ontwikkeling zijnde Boulevard Haussmann en geeft architect Henri Parent de opdracht een huis voor hem te bouwen dat zich kan meten met de grootste van het land. Parent, net gepasseerd door Charles Garnier voor de bouw van het nieuwe Operahuis in de stad, voert de opdracht met verve uit. In 1876 vindt de zeer succesvolle inauguratie van het huis plaats en kunnen de genodigden zich vergapen aan de theatrale smaak van de eigenaar en de architect.

    Grandeur
    Wie het huidige Musée Jacquemart-André bezoekt en door de poort het terrein oploopt, kan dat nog steeds. Het is goed voor te stellen hoe hier de koetsen via de deels overdekte helling uitkwamen op de binnenplaats. Negeer de lelijke moderne gebouwen die grenzen aan het huis en richt je blik op de ingang; Parent heeft aan zijn opdracht meer dan voldaan.

    Binnenin wordt direct duidelijk dat het hier zowel om een museum als om een (voormalig) woonhuis gaat. De privé vertrekken zijn klein, het grootste gedeelte van de benedenverdieping is gewijd aan formele ontvangstruimtes, waarbij de grootte van de kamers aangepast kan worden aan het aantal gasten. Een mijns inziens briljante constructie in een woonhuis uit die tijd.

    Blikvanger
    De absolute blikvanger in de architectuur is het trappenhuis, waarschijnlijk Parent’s zoete wraak op Garnier en zijn Operahuis. Twee sierlijke trappen kronkelen zich op symmetrische wijze een weg naar boven. Niet in het midden van de ruimte, wat in die tijd gebruikelijk was, maar geheel aan het uiteinde van het huis tussen een steunmuur en een marmeren zuil. Neem vooral de tijd dit kunstwerkje al vanuit de muziekkamer te bekijken.

    post_banner_710_270_parijs_ja03post_banner_710_270_parijs_ja04

     Kunstliefhebber met middelen
    Naast de indrukwekkende kamers is er natuurlijk de kunstcollectie. Edouard André begint zijn collectie met wat men indertijd ‘bimbelots’ noemt, oftewel ´snuisterijen´. Een relatief begrip, als je je bedenkt dat het hier gaat om kleine charmante zilverstukken, sieraden, miniaturen en tapijten. Ook verzamelt hij de typische schilderijen van zijn tijd, zoals landschappen en genre stukken van Delacroix.

    In 1872 hangt hij zijn politieke carrière aan de wilgen en richt zich volkomen op het verzamelen van kunst. Niet alleen heeft hij er het huis en de middelen voor, ook houdt hij er een voor die tijd originele kijk op na door schilderijen te combineren met beeldhouwwerken, meubelstukken en kunstvoorwerpen uit dezelfde perioden (een opstelling die het Museum des Decoratifs nu als onderscheidend bestempeld bij hun tentoonstelling Fast Forward).

    Gelukkig verstandshuwelijk
    Edouard’s huwelijk met de veel jongere kunstenares Nélie Jacquemart is cruciaal in de realisatie van het museum zoals wij dat nu kunnen bewonderen. Over deze dame zelf is weinig bekend, wat haar voor mij een zeer intrigerend persoon maakt. Ze is van eenvoudige komaf en lijkt het vaste pad te hebben gevolgd van jonge kunstenaars uit haar tijd. In 1872 ontmoet ze Edouard André wanneer hij haar inhuurt om zijn portret te schilderen en in 1981 trouwen ze. Het is een verstandshuwelijk, maar wel zeer succesvol, dankzij hun gedeelde interesse in de uitbreiding en presentatie van hun kunstcollectie. Het feit dat Nélie na enige tijd van slaapkamer ruilt, om dichter bij haar man te zijn, vind ik persoonlijk veelzeggend.

    Jacquemart-André
    Het echtpaar Jacquemart-André. De duidelijk meer flatteuze schilderijen zijn van de hand van Nélie.

    Periodekamers en een Italiaans museum
    De benedenkamers in het huis aan de Boulevard Haussmann worden ingericht als periode kamers, gewijd aan het werk van achttiende eeuwse Franse kunstenaars, zoals Nattier, Drouais, Chardin en Fragonard.

    De bibliotheek maakt hier een uitzondering op. Edouard André, zich bewust van de invloed van de zeventiende eeuwse Vlaamse en Nederlandse meesters op de Franse kunstenaars, verzamelde een aantal  schilderijen waar een groot museum zijn vingers bij af zou likken. In de intimiteit van de kleine kamer, die om voor de hand liggende reden aan het Mauritshuis in Den Haag doet denken, hangen maar liefst drie Rembrandt´s, een Jan De Bray, een Judith Leyster, twee Van Dyck´s, een Hals en een Ruysdael.

    Jacquemart-André

    Vindingrijk
    De eerste etage, die Edouard als verrassing voor zijn vrouw laat inrichten als studio, wordt op haar verzoek de plek waar de Italiaanse Renaissance kunstwerken worden tentoongesteld, die ze op hun vele reizen naar Italië verzamelen. Naast Italië zijn er reizen naar het Midden Oosten, Cairo, Luxor en Aswan, Berut, Constantinopel en Athene. Elk jaar worden er honderden kunstwerken naar Parijs getransporteerd, wat mij direct doet afvragen hoe zoiets dan gaat. ‘Nee, deze Tiepolo vond ik in Florence.’ En dan staat er ergens in Florence een huis met een muur of plafond minder.

    post_banner_710_270_parijs_ja05

    post_banner_710_270_parijs_ja07

    Rechtszaak
    In 1893 sterft Edouard, slechts zestig jaar oud, en vindt Nélie zichzelf in strijd met zijn neven, die haar ervan beschuldigden de erfenis van haar man te misbruiken. Voorzienend als deze neven zijn, hebben zij ten tijde van het huwelijk tussen Edouard en Nélie een contract laten opstellen dat voorschrijft dat Nélie bij Edouard´s overlijden niet méér krijgt dan een redelijke bruidsschat. Nélie is tenslotte arm geboren en de neven willen zich er zeker van stellen dat het familiefortuin hun kant opkomt. Helaas voor hen is ook Edouard voorzienend geweest door vlak voor zijn dood een testament op te stellen waarin hij zijn hele bezit aan zijn vrouw toekent. Een rechtszaak volgt, die uiteindelijk door Nélie gewonnen wordt.

    Openbaar museum
    Weduwe Nélie gaat weer reizen en vult de reeds bestaande collectie aan tot wat het nu is. Na haar dood in 1912 komt het privé huis in het bezit van Institution de France, die het conform de wens in haar testament in 1913 openstelt voor het grote publiek.

    Een museum én voormalige woonhuis, misschien wel het mooiste van Parijs.


    Musée Jacquemart-André
    158, bd Haussmann,  75008 Paris, Frankrijk
    Tél. : 01 45 62 11 59 /  Fax : 01 45 62 16 36
    message@musee-jacquemart-andre.com

    Wie het museum bezoekt, stapt zeker ook binnen bij Café Jacquemart-André, de theesalon in de voormalige eetkamer van het huis. Geen tijd voor lunch? Neem dan wel de tijd voor één van de overheerlijke taartjes uit de keuken van Pâtisserie Stohrer en Michel Fenet’s Petite Marquise.

    De foto geheel bovenaan is afkomstig van de website van het museum, evenals de afbeeldingen van het echtpaar zelf.

  • Fashion Forward in Parijs

    Fashion Forward in Parijs

    Musée des Arts Décoratifs, gelegen aan de rue de Rivoli in het centrum van Parijs, richt zich op toegepaste kunst. Of, om het meer tastbaar te stellen, nuttig én mooi.

    Mode in het zonnetje
    De huidige modecollectie van het museum is het resultaat van de samenvoeging van de oorspronkelijke collectie van Musée des Arts Décoratifs en die van de Union Française des Arts du Costume (UFAC) in 1986 en omvat meer dan 150.000 stukken. De dertigste verjaardag van de opening van dit Musée des Arts de la Mode wordt aangegrepen om dit collectieve avontuur en belangrijk modemoment in het zonnetje te zetten. De tentoonstelling Fashion Forward, drie eeuwen mode wil een nieuw licht schijnen op één van de rijkste collecties uit de wereld, door de stukken in hun menselijke, artistieke en sociale context te plaatsen.

    Beleving
    Wie Ode aan de Nederlandse mode in het Gemeentemuseum Den Haag heeft gezien, weet dat een dergelijke opstelling minder baanbrekend is dan het Musée des Arts Décoratifs wil doen geloven. Dat is niet erg (we zijn tenslotte in Parijs) , want evenals in Den Haag draagt deze insteek bij aan de beleving van de tentoonstelling. Wanneer eisen en vaste regels over behoud en presentatie tijdelijk kunnen worden losgelaten, ontstaat de mogelijkheid mode te laten zien als het kunstgebied dat het werkelijk is. Mode is immers zoveel meer dan alleen wisselende technieken, stoffen en ontwerpen.

    Mode vertelt het verhaal van veranderende tijden en opvattingen en daarmee de kunst van het leven.

    En dat is wat Fashion Forward, drie eeuwen mode doet. 300 stukken uit de collectie worden voor het eerst in het schip van het museum getoond, elke ruimte een wereld op zichzelf, dankzij de wisselwerking met objecten uit andere collecties van het museum. Denk aan achttiende-eeuwse houtpanelen of behang van Zuber. De zwart-wit videobeelden die hoog in een hoek van enkele van de ruimtes stilzwijgend toelichting bieden op de getoonde stukken, vind ik persoonlijk minder verrijkend. De muurvitrines met potjes, spiegeltjes en flacons uit het begin van de vorige eeuw zijn daarentegen wel weer zeer de moeite waard.

    post_banner_710_270_parijs_ff03

    post_banner_710_270_parijs_ff04

    Toegankelijk
    De chronologische volgorde die de tentoonstelling aanhoudt, maakt hem toegankelijk en leidt je in één vloeiende beweging van oncomfortabele corsetten naar hoge tailles en meer praktische two-pieces, waarbij de kleding voor de vrouw (weinig verrassend) duidelijk meer ontwikkeling doorgaat dan die voor de man. Wel onverwacht: doet kleding uit de 18de en 19de eeuw respectvol historisch aan, stukken uit begin twintigste eeuw ogen ouderwets en daarmee minder aantrekkelijk. Pailletten op een avondcape van Schiaparelli vervagen in vergelijking met de decoratie op een Dolman jas en één avondjurk roept zelfs sterk de associatie op met Prinses Leia uit Star Wars.

    post_banner_710_270_parijs_ff08

    post_banner_710_270_parijs_ff09

    Kwantiteit én kwaliteit
    Alle prachtige historische stukken ten spijt, het hoogtepunt van de tentoonstelling vind je in de laatste zaal. Mode van nog niet zo heel lang geleden, haute couture en prêt-à-porter, zowel klassiek als eclectisch. Van Chanel, Dior, Yves Saint Laurent, Balenciaga, Pucci, Ungaro, Kenzo, Lagerfield, Lang, Lacroix, Gaultier, Comme des Garçons, Yamamoto, Prada, Dries van Noten,(Maison) Margiela, Galliano naar Rick Owens. Het effect van kwantiteit én kwaliteit is een lust voor het oog, niet in het minst door de opstelling van de etalagepoppen op golvende trappen in het midden van een hoge witte hal. De begeleidende tekstbordjes zorgen voor wat gepuzzel, wie perse wil weten wie-wat-maakte, adviseer ik de catalogus aan te schaffen.

    Fashion Forward in Parijs

    post_banner_710_270_parijs_ff10

    post_banner_710_270_parijs_ff11
    Fashion Forward, drie eeuwen
    mode is een indrukwekkende tentoonstelling, die zeker de moeite waard is voor iedereen die van mode houdt en tussen 7 april en 14 augustus in Parijs is.


    Musée des Arts Décoratifs
    107, rue de Rivoli 75001 Paris, France
    Telefoon: +33 (0)1 44 55 57 50

    Om drukte zoveel mogelijk te voorkomen, probeer je vóór één uur binnen te zijn.

    Fashion Forward, drie eeuwen mode
    7 april – 14 augustus
    Omdat de geschiedenis van de mode ook de geschiedenis van lichaam en stijl is, heeft het museum de Britse danser en choreograaf Christopher Wheeldon de artistieke begeleiding over de tentoonstelling gegeven, waarbij hij samenwerkte met scenograaf Jérôme Kaplan en assistent Isabelle Vartan. Ook leuk om te weten: H&M is de exclusieve sponsor van de tentoonstelling.

    De catalogus van de tentoonstelling kost €55 en is Franstalig (maar het gaat natuurlijk vooral om de foto’s).

  • Schrijfweekend in de Betuwe (deel 2)

    Schrijfweekend in de Betuwe (deel 2)

    Aan tafel zitten drie van mijn mede-schrijfcursisten in diepe stilte te werken aan hun verhaal. Ikzelf zit op de bank om een begin te maken aan deze blog. Een beetje stiekem voelt het wel, ik ben hier immers voor mijn boek, maar op dit moment is het hoofd leeg.

    Of moet ik zeggen: juist te vol?

    Les van een pro
    Vier trainingen in twee dagen, inclusief nieuwe verhalen van andere (aspirant) schrijvers en niet te vergeten onze schrijfcoach Marelle Boersma zelf. Het is een hoop informatie om te verwerken. Gelukkig is Marelle niet alleen succesvol thrillerauteur, maar heeft ze tevens jarenlange ervaring als docente aan de Universiteit van Wageningen.

    Het is vooral de docente die gedurende het Schrijfweekend voor mij zit.

    Marelle mag dan een intuïtief schrijfster zijn, haar Schrijfweekend verloopt volgens een helder schema, waar ze als echte juf leiding aan geeft. Rustig, direct en met duidelijk plezier. En dat is prettig, want ik ben hier om te leren. Te leren hoe ik verder moet, nu mijn manuscript af is en het ‘strak-trekken’ kan beginnen.

    Saai type
    Direct na de kennismaking op vrijdag gaan we aan de slag om ons hoofdpersonage tot leven te brengen. En veel sneller dan verwacht, dient mijn eerste hindernis zich aan: mijn hoofdpersonage blijkt een behoorlijk saai type. Verward kijk ik naar de ingevulde profielschets die ik maanden geleden heb gemaakt; hoe kan dit? Ik duik terug in mijn verhaal en aan de hand van de door Marelle aangereikte theorie weet ik de vinger op de zere plek te leggen. Hier is duidelijk nog werk aan de winkel.

    Toepasbaar
    De theorie direct kunnen toepassen op ons schrijven is kenmerkend voor Marelle’s schrijfcoaching. De training van zaterdag is zelfs speciaal voor mij bedacht: schrijf op zes post-it notes je verhaal op. Mag ik het hele blokje?
    Ik schuif en streep door, wat is het werkelijke verhaal in mijn manuscript? Wat is het begin en wat is het eind? En welke stukken daar tussenin zijn essentieel om het een logisch en vooral ook spannend geheel te maken? Net op het moment dat een medecursist naast mij verzucht dat ze haar eerste twee hoofdstukken kan schrappen, vraag ik mijzelf af hoe relevant de eerste vijftig pagina´s van mijn verhaal werkelijk zijn?

    Met de billen bloot
    Die vraag komt tijdens het individuele coaching gesprek met Marelle ook aan bod.
    ‘Je schrijft mooi,’ zegt ze naar aanleiding van de vijf pagina’s tekst die ik haar van te voren heb mogen sturen. De bevestiging is fijn, maar daarna kunnen we ook direct door naar waar het werkelijk om gaat.

    Alleen mooi is niet genoeg om in een verhaal te staan.

    Zeker als ik een thriller schrijf, is het belangrijk de vaart erin te houden. Als ik probeer uit te leggen waar mijn verhaal over gaat, blijkt al snel dat zelfs ik verstrikt raak in het aantal personages en verhaallijnen dat ik heb gecreëerd. Zijn ze echt allemaal nodig? En vooral: is de lezer niet allang afgehaakt?

    Schrijven is schrappen
    Het goede nieuws is dat er met mijn 550 pagina’s manuscript genoeg vlees op de botten zit om te kunnen schrappen. Een manscriptbeoordelingsbureau had bij mij al aangegeven dat ik mijn verhaal tot de helft moest reduceren, wilde ik überhaupt door een uitgever gelezen worden. Dat had mij toen erg tegen de borst gestoten, het voelde als schrappen als een doel op zich. Nu had ik een inhoudelijk uitgangspunt: schrappen om het verhaal duidelijker te krijgen. Door kritisch naar personages te kijken en mij tot de essentie van het verhaal te beperken.

    Durven delen
    Die avond bespreken we elkaars verhalen en lezen enkelen voor uit eigen werk. Ik neem het risico en lees het mogelijke nieuwe begin van mijn verhaal voor. Het klinkt warrig en onduidelijk (het was tenslotte oorspronkelijk hoofdstuk 11) en ik realiseer mij opgelucht dat er in de voorgaande tien hoofdstukken informatie zit die ik nog steeds kan gebruiken.

    Kill your darlings (en ja, dat doet pijn)
    De laatste training van het weekend gaat over spanning en brengt alle theorie van de afgelopen twee dagen samen. Ik trek mij terug in de serre van onze knusse B&B. Het is er fris, maar dat heb ik nodig om mijn hoofd helder te houden. Na twee uur staat de rode draad van mijn verhaal op één A4, heb ik acht personages geëlimineerd en staan er nog eens vijf op de nominatielijst hen achterna te gaan. Als personages verdwijnen (doordat hun rol wegvalt of overgenomen wordt door een ander personage) betekent dat automatisch dat er ook scènes verdwijnen. Soms doet dat pijn (dit was net zo leuk geschreven) en soms voelt het als een opluchting (hier had ik zelf ook al mijn twijfels over).

    Antwoorden
    En dan is het half vier en gaan we afronden. We kijken terug op een zeer zinvol en gezellig weekend. De één omdat ze een begin met haar boek heeft gemaakt, de ander omdat ze eindelijk tijd had om weer eens te schrijven en weer een ander omdat er ineens een prachtige verhaallijn ligt. Ik kijk naar de lijst vragen die ik voor het weekend had opgesteld. Ze zijn totaal niet aan de orde gekomen. En toch ga ik terug naar huis met antwoorden. Antwoorden in de vorm van handvatten om van mijn manuscript een echte thriller te maken.


    Droom jij ook van het schrijven van een boek of ben je er zelfs al mee bezig?
    Schrijftraining van Marelle Boersma kan ik je zeker aanraden, meer over de mogelijkheden lees je op haar website.

     

  • Schrijfweekend in de Betuwe (deel 1)

    Schrijfweekend in de Betuwe (deel 1)

    Nog een paar uur en dan is het zover: mijn Schrijfweekend bij Marelle Boersma in de Betuwe.

    Net op het moment dat ik rondloop met de vraag hoe het beste invulling te geven aan de redactiefase van mijn boek-in-wording, valt mijn oog op een oproep in één van de online schrijfgroepen die ik volg:

    Een annulering voor een schrijfweekend van 4-6 maart betekent een plekje vrij.

    Mijn hele agenda gaat er voor op de schop en alle credits bij echtgenoot worden opgenomen, want het heeft zo moeten zijn.

    Uitbesteden of zelf doen
    Die vragen rondom redactievoering waren er uiteraard al enige tijd.
    Ik had al diverse lijntjes uitgegooid en was tot een aantal mogelijkheden gekomen:

    • redactie uitbesteden, het gaat tenslotte om mijn eerste boek en je hebt maar één kans voor een eerste indruk bij een uitgever of agent, het nadeel is de prijs;
    • zelf redactie voeren op basis van mijn eigen kritische blik en dat van enkele meelezers, ronduit de goedkoopste optie, maar ook met het risico belangrijke verbeterpunten te missen;
    • een representatief aantal pagina’s laten redigeren door een professional en op basis daarvan zelf het gehele manuscript aanpassen, daarmee hou ik de kosten in de hand en ben ik verzekerd van onafhankelijke en kundige input;
    • de tweedaagse cursus Literair Debuteren volgen bij literair agenten Paul Sebes en Willem Bisseling; zij hebben de naam en het netwerk, helaas verre van gratis.

    Budget en leerproces
    Bovenstaande punten zouden de indruk kunnen wekken dat de cruciale factor in mijn beslisproces budget is. En ik geef direct toe, in de wetenschap dat redactie zo´n tien cent per woord kost en mijn manuscript 181.500 woorden telt, speelt dit zeker een rol.

    Er is echter nog wat anders, iets wat veel belangrijker is: ik wil graag meegenomen worden in het redactieproces. Een aanbod om mijn manuscript serieus in te korten is dan ook niet aan mij besteed. Tegelijkertijd maakt feedback op voornamelijk spellingsniveau mij achterdochtig; het kan toch niet zo zijn dat ik bij mijn eerste boek direct zó goed schrijf?

    Vanuit inhoud
    En toen kwam dus die lege plek bij het schrijfweekend langs. Twee dagen lang schrijfworkshops en individuele coaching voor 25% van de kosten van Sebes en Bisseling is voor mij haalbaar. En mijn indruk van schrijfcoach Marelle Boersma is positief. Ik heb weliswaar geen boeken van haar gelezen, maar in haar online communicatie geeft ze antwoord vanuit de inhoud en niet vanuit ‘wat zij voor mijn schrijfproces kan betekenen’. Dat werkt bij iemand die meegenomen wil worden in het proces.

    Drie keer eerder ging ik op Schrijfweek en elke keer kwam ik geïnspireerd en geënthousiasmeerd terug. Er ontstaat een bepaalde magie als je een kleine groep gelijkgestemden op een prettige locatie bij elkaar zet.

    Mijn tas is gepakt, mijn vragenlijst uitgeprint en de cake voor bij de koffie staat in de oven.
    Ik ben zeer benieuwd wat het komend weekend mij gaat brengen.


    Benieuwd naar het schrijfproces van mijn boek-in-wording?
    Like mijn facebook.com/familiegeluk en je hoeft nooit meer wat te missen.

  • De twee versies van mijzelf

    De twee versies van mijzelf

    Ik ben twee versies van mijzelf: de werkelijke versie en de versie in mijn hoofd.

    Dit op zichzelf is niet wereldschokkend. De meeste mensen hebben een werkelijke versie en een betere ik waar naar ze streven. Wat ik wel confronterend vind, is het besef dat ik nooit echt die versie in mijn hoofd zal worden.

    Het was de volgende uitspraak die mij dit deed realiseren:

    Just because a store is having a sale, doesn’t mean you have to go shopping.

    De logica van deze zin ontging mij totaal.
    En ik realiseerde mij direct: die minimalist, die word ik nóóit.

    Moeiteloos
    Terwijl de ik-in-mijn hoofd dat toch al tijden is. Die ik loopt sereen rond in haar sober, maar smaak- en sfeervol, ingerichte huis met Scandinavische invloeden (Scandinavisch roept bij mij altijd minimalistische associaties op). Haar witte kledingkast glijdt moeiteloos open en toont een overzichtelijke, op kleur gerangschikte rij van ready-to-wear. Dit alles strak gestreken en in maat 38. Of dit laatste ook werkelijk minimalistisch is, weet ik niet zeker, maar ik vermoed dat als je focust op dat wat werkelijk belangrijk voor je is, je vanzelf ook beter voor je lijf gaat zorgen. De ik in mijn hoofd maakt in ieder geval minimaal drie keer per week tijd vrij om hard te lopen en op woensdagochtend doet ze aan yoga. Als cadeautje aan haar zelf. En het loont, ze past zonder enig probleem in de paarse broek die de minimalist van mijn werkelijke ik al lang heeft weggegooid. Zo verwarrend kan het zijn.

    Die ik-in-mijn hoofd is ook een hele goede moeder. Zo één die zonder enig onvertogen woord de kinderen door hun huiswerk sleept, consequent is in iPad gebruik en een hele middag knutselen vooral heel gezellig vindt. En dan nog niet gehaat worden door de andere moeders.

    Granola van Rens
    Qua koken is ze een soort Rens Kroes, veel verse fruitsapjes en granola die wel lekker smaakt (Google maar eens op het woord, Rens staat met stipt op één). De ik-in-mijn hoofd zal nooit na het eten nog eens de frituurpan aanzetten om loempia’s te bakken of een hele zak cheese onion chips leegeten. Ook komt ze met gemak aan haar dagelijkse 1,5 liter water en neemt ze na 3 uur alleen nog maar kruidenthee in plaats van koffie. Alcohol drinkt ze met mate en niet door de week. Niet omdat ze saai is, maar omdat ze goed voor zichzelf zorgt.

    Vereenvoudigen
    En daar gaat het om, goed voor jezelf zorgen. Want wie wil zich niet energiek, vrij en in balans voelen? Volgens het minimalisme bereik je dit door je leven te vereenvoudigen. Door je te ontdoen van alle ruis, al het overbodige, om je heen. Zodat er meer ruimte is voor dat waar het echt om gaat. De ik-in-mijn-hoofd is daar heel goed mee bezig.

    Korte termijn
    Laat ik voorop stellen dat mijn werkelijke ik ook goed voor zichzelf zorgt. Ze gaat niet met een lege maag slapen (slecht voor de nachtrust) en na een drukke werkdag of een regenachtige middag met de kinderen gunt ze zichzelf best een glas wijn. Of twee. Ook op maandag.
    Het probleem met die werkelijk ik is dat ze wat meer korte termijn denkt. We weten allemaal hoe we ons om zeven uur ’s ochtends voelen na een avond van drie glazen wijn en nog die éne extra aflevering op Netflix. Om nog maar te zwijgen over de loempia’s.

    Haalbare doelen
    Het zijn dat soort ochtenden dat ik mijzelf stellig voorneem meer te gaan werken aan de ik-in-mijn-hoofd. Te beginnen met het aantal doelen dat ik mijzelf stel. Immers, daarmee verbeter ik mijn focus én mijn kans van slagen. Dus wel een fruitshake als ontbijt, maar nog even niet hardlopen. En eerst deze blog schrijven, voordat ik aan mijn andere schrijftaken begin.

    En wat betreft mijn werkelijke ik?
    Die is in ieder geval heel mindful, want wie korte termijn denkt, leeft zeker in het nu.


    Meer lezen over minimalisme? De website Becoming a minimalist vind ik zelf heel toegankelijk.

    Deze post is ook gepubliceerd bij De Mama Company.
    De foto van de meloenhartjes met munt is genomen op een zeer mindful locatie in Oostenrijk.

  • Uit het depot van het Mauritshuis

    Uit het depot van het Mauritshuis

    Een depot is een plaats waar dingen verzameld of bewaard worden. Ik noem dat gewoon de zolder en de schuur (en echtgenoot ons hele huis), een museum spreekt over depot. Een plek waar, net zoals bij jou en mij, spullen staan opgeslagen

    • waarvoor je geen plaats hebt;
    • die je eigenlijk te lelijk vindt om op te hangen (maar je kunt het ook niet weg doen, want gekregen van je (schoon)moeder);
    • die je juist prachtig vindt, maar op dit moment niet passen in je strak moderne inrichting;
    • waarvan je al drie verschillende versies in de kamer hebt staan;
    • waarvan je zojuist een nog veel mooier exemplaar hebt aangeschaft.

    Net zoals je je eigen gasten over het algemeen niet meetroont naar genoemde zolder of schuur, is ook het depot van een museum verboden terrein voor bezoekers. Terwijl niet alles wat daar ligt opgeslagen per definitie slecht is. In de woorden van het Mauritshuis is er sprake van hoogtepunten en dieptepunten. Dit museum in het centrum van Den Haag presenteert tot en met 8 mei 2016 tweeënvijftig werken uit depot in de aparte tentoonstellingszaal in de Royal Dutch Shell Vleugel. Het geeft hiermee een kijkje in de ontwikkeling van de collectie en de keuzes die bepalen wat wel en niet op zaal getoond wordt.

    Binnen de vaste collectie
    Soms is dit overduidelijk, een werk van Andy Warhol past simpelweg niet in de vaste opstelling van een museum van Nederlandse schilderkunst uit de Gouden Eeuw. Hetzelfde geldt voor een Duits portret uit het einde van de achttiende eeuw.Uit het depot van het Mauritshuis

    Slechte omstandigheden
    Wie de barsten en gebladderde verflagen op het schilderij van Karel Slabbaert ziet, begrijpt ook direct waarom dit normaal gesproken niet op zaal hangt. Van het schilderij dat zo kromgetrokken was dat het niet meer in zijn lijst pastte, is dat minder duidelijk, nu een modern, flexibel raamwerk het paneel ondersteunt. De bolling maakt het werk voor mij juist nog interessanter, mede doordat het genoemde raamwerk ook wordt getoond. Waarschijnlijk is de voorstelling van mindere kwaliteit dan anderen in zijn soort.

    Alleen het allermooiste
    Want het Mauritshuis wil in zijn vaste collectie alleen het beste van het beste tonen. En als je vijf werken van Van Goyen bezit, heb je de luxe precies dat te kunnen doen. De tentoonstelling biedt de bezoeker de kans hier zijn eigen mening over te vormen door de schilderijen voor deze keer bij elkaar te tonen.Uit het depot van het Mauritshuis

    Woonhuis
    En dan is er nog zoiets als plek. Het Mauritshuis is ooit gebouwd als woonhuis. Dit geeft het museum zijn unieke intieme sfeer, maar ook beperkingen als het aankomt op aantal en formaat van getoonde werken. Het moge duidelijk zijn dat voor een reeks van 25 officiersportretten geen ruimte is.

    Miskoop?
    Het gebeurd ons allemaal wel, de miskoop. Zo ook Koning Willem I, toen hij in 1821 voor het Mauritshuis een verzameling verwierf. Het in de tentoonstelling getoonde Vrouwelijke figuur hieruit wordt inmiddels beschouwd als werk van een anoniem Italiaans kunstenaar in plaats van de grote meester Rafaël. Saillant detail hierbij is dat min of meer toevallige röntgenfoto’s (‘er was nog even tijd om een opname te maken van dit werk’) recentelijk aantoonden dat achter de valse Rafaël een ondergrond van Italiaans goudleer compleet met stempels uit de 16de eeuw bleek schuil te gaan. Het dieptepunt bleek een unicum. Wat dit betekent voor de toekomst van het schilderij blijft in de tentoonstelling onbeantwoord.

    Uit het depot van het MauritshuisTot in de eeuwigheid?
    Of een kunstwerk, eenmaal in depot, voor de eeuwigheid blijft opgeslagen, heeft ook te maken met ontwikkelingen op de markt en die van het museum zelf. In dit licht toont de tentoonstelling werken van de reserve bank, schilderijen die tijdelijk binnen de vaste collectie worden getoond als daar plaats voor is.

    Zelf ken ik het verhaal van een klein schilderij genaamd Mars en Venus betrapt door Vulcanus  van de Utrechtse schilder Joachim Wtewael. De scène in deze voorstelling werd jaren te pikant bevonden om op zaal te hangen. Toen de populariteit van Wtewael aan een opmars begon, herinnerde de toenmalige directeur van het museum zich dat er nog een werk van de schilder in depot hing. Een mooi staaltje wie wat bewaard, heeft wat. Inmiddels maakt het onderdeel uit van de vaste collectie van het Mauritshuis.

    Verkiezingen
    In de tentoonstelling is nog één plek niet ingevuld. Wel is er een voorselectie gemaakt van een zestal schilderijen, waarop de (virtuele) bezoeker kan stemmen. Het werk met de meeste stemmen komt straks op de lege plek te hangen, waarna de verkiezingen weer doorgaan. Het meest favoriete schilderij krijgt deze zomer een plek in de vaste tentoonstelling van het Mauritshuis. Jij kunt ook stemmen, en wel hier.

    Bescheiden kijkje
    De tweeënvijftig werken uit depot, waarvan dus 25 officiersportretten, zijn niet schokkend, verrassend of adembenemend. Ze bieden wel een bescheiden kijkje achter de schermen van het museum. En dat is altijd leuk.


    Het Mauritshuis is gevestigd in het centrum van Den Haag en de gehele week geopend van 10 – 18 uur, behalve op maandag vanaf 13 uur en op donderdag tot 20 uur.
    De tentoonstelling Hoogte en Dieptepunten uit het depot is te zien van 4 februari tot en met 8 mei 2016.
    Conservator tentoonstelling Edwin Buijsen.

    Een deel van de collectie van het Mauritshuis is ook te zien in Galerij Willem V, op vijf minuten lopen vanaf het Mauritshuis en geopend van dinsdag tot en met zondag van 12 – 17 uur.

    Meer weten?
    De Vrije Academie biedt twee lezingen aan, respectievelijk op 16 februari en 13 maart (11:00 – 12:00 uur)

    Foto bovenaan deze post is afkomstig van de website van het Mauritshuis

  • O, O, die ode aan de Nederlandse mode

    O, O, die ode aan de Nederlandse mode

    Je hebt nog maar tot en met 7 februari a.s. om naar de tentoonstelling Ode aan de Nederlandse mode in het Gemeentemuseum Den Haag te gaan. Dat zijn nog maar vijf dagen als je deze post op de dag van schrijven leest. Vijf dagen, waarin je vast al het één en ander gepland hebt. Of juist helemaal niets, wat meestal ook niet vanzelfsprekend is.

    En toch zou ik je willen aansporen ergens vóór 8 februari de tijd te vinden om deze tentoonstelling te bezoeken.

    Want o, o, wat een ode. Niet vanwege lovende en hoogdravende lofzang op tekstborden of in ondersteunende videobeelden. Nee, de ode is het tentoongestelde zelf. De verzameling creaties van modeontwerpers van Nederlandse bodem van de late 19de eeuw tot heden. De vormgeving van de tentoonstelling is hierbij cruciaal en heeft een optimale sfeer weten neer te zetten.

    Kenmerken
    Zoals gebruikelijk met grote tentoonstellingen in het Gemeentemuseum, is ook de Ode te vinden in de grote zalen op de eerste etage van het museum. Verwacht geen chronologische volgorde van de ontwikkeling van de vaderlandse mode. De creaties worden tentoongesteld aan de hand van een tiental opvallende kenmerken van het Nederlandse modeontwerp. En dat werkt.

    Een warme deken van blauw
    Neem nou de blauwe kamer, de eerste kamer na de introductiezaal. Direct een warm welkom, want deze kamer omarmt je in een deken van.., ja, blauw.
    Blauw blijkt door de jaren heen een geliefde kleur in het Nederlandse modebeeld. De onvermijdelijke inhuldigingsjapon en –mantel van koningin Maxima tref je hier aan. Niet prominent op een voetstuk in het midden van de tentoonstelling dus, maar als onderdeel van de verzameling historische en nieuwe ontwerpen. Dat is prettig, want de tentoonstelling is zoveel meer dan deze geroemde japon (die wat mij betreft het meest tot zijn recht komt aan het lijf van onze koningin zelf).

    Ode aan de mode  Ode aan de mode

    Couture
    Na de blauwe kamer kun je bijkomen bij de ogenschijnlijk ingetogen couture van Hirsch & Cie en Metz & Co, waarbij werk van Neerlands eerste couturier, Joan Praetorius, uiteraard niet ontbreekt.

    Futuristisch en tijdloos
    Ook specifieke aandacht voor innovatie en experiment, ofschoon dit van alle ontwerpen gezegd kan worden, wanneer je ze vanuit hun tijd bekijkt. Zo zijn zowel de huidige 3D creaties van Iris van Herpen als de metallic kunstleren pakken van Alice Edeling uit de zestiger jaren futuristisch te noemen. Wat dan ook opvalt is de tijdloosheid van het overgrote deel van de collectie.

    Ode aan de Nederlandse mode   Ode aan de Nederlandse mode

    Kleurbeleving
    De klapper van de tentoonstelling zit wat mij betreft in de grootste zaal, die bij binnenkomst onmiddellijk de associatie van een caleidoscoop oproept. Het thema is kleur en dat is dan ook wat de bezoeker krijgt, mede door een optimale wisselwerking van het tentoongestelde met het inrichtingsontwerp.

    Ode aan de Nederlandse mode   Ode aan de Nederlandse mode

    Extravagant
    Eenzelfde uitbundigheid is ook terug te vinden bij de excentrieke uitgaanskleding van ontwerpers als Bas Kosters, waar je je, al dan niet in combinatie met een silent disco, aan kunt vergapen. Humor is een begrip dat opkomt, maar ook de hoeveelheid pailletten doet terug denken aan het prachtige borduurwerk op de avondjurk van Frank Govers in de eerdere blauwe kamer. Extravagant wordt hiermee een breder begrip.

    Klare lijnen en meer
    Naast al deze uitgelatenheid is er ook ruimte voor rust. Zo komt de combinatie zwart en wit op meerdere plekken van de tentoonstelling terug en zijn er ontwerpen waarbij de nadruk ligt op geometrie en primaire kleuren.

    Ode aan de Nederlandse mode   Ode aan de Nederlandse mode

    Op de foto
    Wie na dit alles betreurt niet zelf een Avelon, Taminiau, Van Benthum, Van Herpen of Iversen te bezitten, kan zijn hart ophalen in de laatste zaal, waar de bezoeker de mogelijkheid heeft zich te fotograferen achter een outfit van één van de genoemde ontwerpers.

    Ode aan de Nederlandse mode   Ode aan de Nederlandse mode

    Kijk en bewonder
    Het moge duidelijk zijn, Ode aan de Nederlandse mode toont topstukken van ontwerpers als Max Heymans, Dick Holthaus, Frans Molenaar, Fong Leng, Frank Govers, Viktor & Rolf, Iris van Herpen en Jan Taminiau. Niet alleen een must-see voor de modeliefhebber, maar zeker ook de moeite waard als je van inrichting en beleving houdt.

     

    Ode aan de Nederlandse modeAfterthought
    Een foto op het introductie bord van de tentoonstelling springt bij mij in het oog. Een jongen fiets over het strand, meisje achterop. Het is koud en de aanwezigheid van een geopende paraplu suggereert zelfs regen. De jongen en het meisje dragen kleurrijke breisels en ik herken het beeld van mijn verzameling oude modeplaatjes uit de jaren tachtig. Een dergelijk beeld komt nergens meer terug in de tentoonstelling, net zo min als ontwerpen van merken als Soap Studio, Mexx of Mac & Maggie. Terwijl het bij mij, tiener in de jaren tachtig, direct om meer roept.

    Het Gemeentemuseum Den Haag organiseert jaarlijks een grote mode tentoonstelling. Wellicht dat het tijd is voor een overzicht van mode campagnes aan het grote publiek.


    Het Gemeentemuseum Den Haag is geopend van dinsdag t/m zondag van 11:00 – 17:00 uur.
    Iedere zondag is er tevens van 12:00 – 16:00 uur Open Kinderatelier, gratis te bezoeken voor jongens en meisjes vanaf 5 jaar (max. 45 minuten per kind). Handig, want dan kan jij als ouder of begeleider nog even rustig een rondje doen of iets nuttigen in het Grand Café van het museum.

    Ode aan de Nederlandse Mode
    is nog te zien tot en met zondag 7 februari 2016.
    Conservator Madelief Hohé, art direction Maarten Spruyt en Tsur Reshef.
    De catalogus van de tentoonstelling is voor €22,50 te koop in de museumwinkel (niet goedkoop, wel de moeite waard).

    De unieke fotoshoot van Sabrina Bongiovanni (fotografie) en Maarten Spruyt (art direction) is een vermelding waard. De geometrische lijnen van de typisch Hollandse landschappen en architectuur versterken de creaties, wat resulteert in een prachtig eindresultaat. Te bewonderen op de tentoonstelling en in de genoemde catalogus.

  • Herkenning en beleving in het Tropenmuseum

    Herkenning en beleving in het Tropenmuseum

    Wie mijn berichten rondom mijn boek-in-wording volgt, weet dat een deel van het verhaal zich afspeelt in jaren zestig. De huidige tentoonstelling The Sixties – A Worldwide Happening in het Tropenmuseum in Amsterdam is voor mij dan ook een must-go. Waar beter inspiratie opdoen (of op z’n minst feiten checken) dan tussen de mode van Thea Porter, de broek van Jimi Hendrix en de posters uit deze roerige tijd?

    Gemengde gevoelens
    Het is jaren geleden dat ik voor het laatst in het Tropenmuseum ben geweest. Sterker nog, ik heb een zeer slechte herinnering van een middag knutselen aan een pijl en boog, die ik vervolgens niet mee naar huis mocht nemen. Als je vijf bent is dat licht traumatisch. Je kunt dus veilig stellen dat ik met gemengde gevoelens naar binnen stap.

    Enthousiasme
    De baliemedewerker begroet mij als een verloren ziel en roept onmiddellijk dat ik toch zeker naar het kindermuseum moet gaan. Over tien minuten vertrekt het vliegtuig naar Marokko, dus als ik opschiet, red ik het nog net. Overweldigd door zijn oprechte enthousiasme pak ik mijn boardingpas en Marokkaans paspoort (‘die heeft u toch altijd al willen hebben‘) aan.

    Markthal
    Tropenmuseum Junior
    bevindt zich op de eerste verdieping aan één van de zijkanten van de monumentale Lichthal die het centrale hart van het museum vormt. Deze plek alleen al is indrukwekkend genoeg om even stil te staan en de immense afmeting ervan op je in te laten werken. Het heeft iets markthal-achtigs, de wijze waarop de tentoonstellingsobjecten en winkelmaterialen een deel van de enorme ruimte innemen.

    Tropenmuseum lichthal

    Tropenmuseum Junior
    Voor het Tropenmuseum Junior staat een incheckbalie, compleet met beeldscherm waarop de tijden van vertrek staan aangegeven. Ik toon mijn boardingpass aan de Marokaanse baliemedewerkster en krijg een stempel in mijn nieuw verworven paspoort. Als ik Yousef straks wil volgen, dan komt alles goed. Achter mij zitten twee jongens met een koptelefoon op hun hoofd naar iets over de tentoonstelling te luisteren. Een stukje verderop knutselt een meisje ijverig aan een ketting. Zelf stuur ik echtgenoot via een digitaal scherm een e-card met een Arabisch ‘I love you’.

    Op reis
    En dan is het tijd om aan boord te gaan. Een dikke vliegtuigdeur opent zich en wij volgen de baliemedewerkster een smalle gang in, waar grote lichtgevende borden van het type Schiphol de richting aangeven. Eenmaal in het vliegtuig nemen we plaats op rechtopstaande koffers die als stoel dienen. De deur gaat dicht en beeldschermpjes klappen uit het plafond naar beneden. De reis gaat beginnen!

    Onze Marokkaanse reisbegeleiding zingt in het gangpad een lied, waarna op de schermpjes een introductie film wordt getoond. Het is het verhaal van Esmaa, Fatima, Nasrdin en Yousef, die de bezoeker middels een speurtocht laten meemaken wat zij zelf ontdekt hebben in het land van hun ouders.

    Tropemuseum ZieZo Marokko

     

    ZieZo Marokko

    Tropenmuseum ZieZo Marokko

    Beleving
    Tegen de tijd dat ik het vliegtuig uitstap, waan ik mij werkelijk in Marokko. De medina, huizen en een heus plein, Nederland voelt ineens heel ver weg. We drinken mierzoete muntthee en luisteren naar het verhaal van Yousef, wat ik persoonlijk wat erg lang vind voor de allerkleinste onder ons. Daarna mogen we zelfstandig op speurtocht langs de blauwe nissen, op zoek naar woorden. Omdat ik elk audiofragment bij een nis dien af te luisteren voor het gewenste woord, kan ik niet smokkelen. Daarnaast heeft een achtjarig jongetje bepaald dat hij niet bij zijn moeder, maar ´bij mij´ hoort, en dus ga ik braaf alle items af. Als alle woorden zijn verzameld, ontstaat er een vraag. Mijn antwoord hierop schrijf ik op een eerder gekregen ansichtkaart, die ik in de daarvoor bestemde gele brievenbus gooi. Wellicht dat ik straks met het hele gezin een VIP reis door de tentoonstelling mag maken.

    A worldwide happening
    Dan is het twee uur en moet ik haast gaan maken voor waar ik werkelijk voor kwam, The Sixties. Na alle beleving in Marokko ervaar ik de tentoonstelling als een statische opstelling van diverse zaken uit de zestiger jaren. Ik wandel wat doelloos door de verschillende eilanden van onder meer affiches, ruimtevaart objecten, muziek, en kleding. Om mij heen wijzen bezoekers elkaar op items die zij zelf ook hebben gedragen of gedraaid. Ik lees een tekst van Martin Luther King ´Free at last´, een beroemde uitspraak waar ik zelf ook in mijn boek Familiegeluk aan refereer.

    The Sixties laat zien hoe wereldwijde veranderingen zich vertaalden in mode, muziek, architectuur en fotografie. Het geeft een wereldwijde blik en terwijl ik rondloop, realiseer ik mij dat ik meer opzoek ben naar de Haagse kant van de beginjaren zestig. Tenslotte is dat waar mijn verhaal zich op richt. Mijn oog valt op een bijschriftbordje bij een zelfgehaakt vestje ‘….kocht ik één keer per jaar bij de Bonnetterie chique kleding van Corrège of van Mof.‘ Ik maak alsnog een aantekening.

    Tropenmuseum The Sixties Tropenmuseum The SixtiesTropenmuseum The Sixties

    In tegenstelling tot Ziezo Marokko verwonder ik mij minder over de objecten in The Sixties tentoonstelling. Ik ben met ze bekend of met een afgeleide ervan. Zoals het museum zelf op haar website aangeeft, zijn de jaren 60 nooit weggeweest. De wereld van nu bouwt voort op de iconen van toen.

    Wereld café
    Ik rond mijn bezoek aan het Tropenmuseum af met een cappuccino en een zeer verantwoord broodje zwarte bonen humus in Café De Tropen. Het is die dag de enige plek in het museum waar ik bij binnenkomst mijn kaartje moet scannen.

    Café de Tropen


    Het Tropenmuseum is zeker een bezoek waard.

    Het museum is geopend van dinsdag tot en met zondag en gevestigd in het monumentale KIT (Koninklijk Instituut voor de Tropen) in Amsterdam.

    The Sixties tentoonstelling is nog tot en met 13 maart 2016 te bezichtigen.

    Ook naar ZieZo Marokko? Hou er dan rekening mee dat er alleen gevlogen wordt in het weekend en op alle dagen van de schoolvakanties. Reserveren is verplicht, maar kan, als je geluk hebt zoals ik, ook nog bij de kassa.

  • De magie van Annie M.G.

    De magie van Annie M.G.

    Lang geleden, toen HTML nog de standaard programmeertaal op internet was en niemand over social media sprak, maakte ik websites. Mijn meest favoriete product uit die tijd is een eigen productie: anniemgschmidt.net.

    Krantenknipsels
    Ik ben groot fan van Annie M.G. Schmidt. Een bewondering die indertijd zo ver ging dat ik alles kocht wat met haar te maken had. Zo kwam ik in het bezit van een aantal bibliotheekmappen met krantenknipsels over Annie M.G.. De oude interviews waren dermate leuk om te lezen, dat ik er iets mee wilde doen. In mijn bewondering voor de schrijfster was ik er van overtuigd dat anderen evenveel plezier als ik zouden halen uit het lezen van de scherpe en humorvolle uitspraken uit de oude gesprekken. Ik realiseerde mij gelukkig ook dat niet iedereen zo gek als ik zou zijn om die vele pagina’s tekst lineair door te ploeteren.

    Annie M.G. zelf zei een keer over interviews:

    ‘Mensen beschikken over je, ze citeren je, ze weten van alles over je of van je. Terwijl mensen toch ook zo kunnen veranderen en zeker als je zo’n dubbel karakter hebt als het mijne, zo beïnvloedbaar bent.’

    Dat geeft te denken of mijn plan van indertijd haar zou hebben aangestaan.

    Daar staat tegenover dat ze ook eens zei:

    ‘Het is zo’n gedoe, die interviews. Je moet steeds hetzelfde vertellen en in de krant van drie jaar geleden is ook allemaal na te lezen.’

    In dit geval bood mijn initiatief de uitkomst.

    Het Grote Interview
    Het werd ‘Het Grote Interview met Annie M.G. Schmidt’ onder de eerder genoemde naam anniemgschmidt.net. Als je dat nu intikt, kom je op een Chinese pagina waarover ik – om voor de hand liggende redenen – niets zinnigs kan zeggen. Echter, ruim vijftien jaar geleden, vond je er een keur aan uitspraken van Annie M.G. Schmidt, gerangschikt op thema´s als relaties, het leven en vrije tijd.

    Het was allemaal heel recht-toe-recht-aan en zoeken op trefwoord was er zeker niet bij. Het was evenwel toch aardig en ik haalde er zelfs een interview mee in de Vara Gids. Uiteindelijk werd de hele inhoud integraal opgenomen in de eerste versie van de officiële website van de schrijfster, annie-mg.com. Een mooier compliment kon ik mij niet voorstellen, want dat betekende dat Flip van Duijn, zoon van de schrijfster, er zijn akkoord op had gegeven.

    Privé archief
    En nu heeft diezelfde Flip van Duijn het privé archief van zijn moeder geschonken aan het Letterkundig museum. Het privé archief waarin Annejet van der Zijl inzage kreeg, toen ze een biografie over Annie M.G. Schmidt schreef. Ik weet nog hoezeer ik mevrouw van der Zijl benijdde om dit, in mijn ogen, enorme voorrecht.

    Dit voorrecht is binnenkort voor ons allemaal weggelegd. De directeur van het Letterkundig museum heeft al aangegeven dat de correspondentie tussen Annie M.G. en haar moeder, haar man en haar theaterproducent het verdient integraal te worden gepubliceerd. Ook zullen de meest bijzondere stukken worden getoond in een kleine expositie, die valt in de reeks kortlopende actuele tentoonstellingen van het museum.

    Ik krijg nu al zo’n drang van binnen!


    Het Letterkundig Museum is geopend van dinsdag tot en met zondag en, samen met het Kinderboekenmuseum, gehuisvest in het Koninklijke Bibliotheek-gebouw, naast het Centraal Station van Den Haag.

    Anna, Het leven van A.M.G. Schmidt 1911-1995 (2002, Annejet van Zijl) is een must-read voor niet alleen fans van Annie M.G. Schmidt zelf, maar iedereen die van een goed verhaal houdt.

    Benieuwd naar Het Grote Interview? The Wayback Machine, het archief van Internet,  heeft er in 2000 gelukkig een kopie van gemaakt.

  • 48 uur stil

    48 uur stil

    Een stilteretraite stond al enige tijd op mijn verlanglijst en toen de gelegenheid zich voordeed greep ik de kans dan ook met beide handen aan. Het laatste weekend van oktober dompelde ik mij onder in de rust en stilte van de St Bonifatiuskerk te Horssen (Gelderland).

    ’48 uur stil zijn, dat is toch niets voor jou?’ riep mijn omgeving van te voren geshockeerd uit.
    Dat, beste mensen, was nou precies het punt.

    Altijd gezellig
    Als gezelligheidsmens wil ik sfeer scheppen. Gezellige sfeer en dat betekent aandacht geven aan anderen. Een tevreden stilte is daarbij zeker niet uitgesloten, maar als deze te lang duurt, wordt hij voor mij toch wat ongemakkelijk.

    Ze hebben het toch wel naar hun zin? Het is toch wel gezellig?!

    Een stilteweekend haalt mij dan ook enorm uit mijn comfortzone. Ik bevind mij tussen de mensen, maar ik mag ze geen aandacht geven. Hoe gezellig is dat? En nog meer, hoe moeilijk?

    Onthaasting en zelfreflectie
    Een retraite is een eeuwenoude traditie, waarin vele kloosterlingen en boeddhistische monniken mij voorgingen, in hun geval voor het leven. Weg van de dagelijkse beslommeringen kozen zij voor geestelijke verdieping en een sterke verbinding met god. De afgelopen jaren zijn retraites weer meer in opkomst zonder gebonden te zijn aan een religie, maar gericht op onthaasting en zelfreflectie. Vaak aangeboden in combinatie met yoga, meditatie en mindfulness trainingen.

    Zweverig? Al lang niet meer. In onze huidige Westerse samenleving waarin we altijd bereikbaar (willen) zijn en niets willen missen zijn we druk-druk-druk, met als gevolg stress en in het ergste geval een burn-out of depressie. De tegenbeweging om weer tot ons zelf te komen en rust (terug) te vinden in ons dagelijks leven is een logische reactie hierop.

    Ging ik met deze behoefte het weekend in? Nee. Ik was simpelweg nieuwsgierig wat 48 uur stilte in een groep met mij zou doen.

    Zwijgen in plaats van socializing
    Op vrijdagmiddag worden we hartelijk ontvangen door Anne-Marie, die het Stilteweekend begeleidt. Ik ontvang een informatiemap en de sleutel van mijn kamer, genoemd naar de heilige Franciscus, we bevinden ons tenslotte in de pastorie.

    Van te voren is ons verzocht niet te praten met de andere deelnemers; begroeten is prima, maar geen persoonlijke informatie uitwisselen. Het idee hierachter, zo leren wij later, is om zo dicht mogelijk bij onszelf te blijven. Informatie over anderen betekent weer nieuwe input en het weekend is er juist op gericht om wat leger naar huis te gaan.

    Binnen in de St BonifatiuskerkOm kwart over vijf zitten we met de 13 deelnemers op zitzakken in het midden van de St Bonifatiuskerk, een werkelijk prachtige ruimte waar de meeste activiteiten plaatsvinden. De kerk is gebouwd in de 14de eeuw, in een tijd dat men nog rekening hield met de energiestromen van de aarde, ter versterking van de functie van de kerk: voeden, tot rust brengen en stil worden. Een mooie gedachte, ofschoon ik gedurende het weekend vooral de moderne vloerverwarming voel.

    De sfeer is afwachtend, we zijn stil en kijken vooral langs elkaar heen; blijkbaar maakt zwijgen oogcontact lastig. Anne-Marie compenseert ruimschoots ons gebrek aan geluid door haar energieke aanwezigheid en legt met heldere stem en op humoristische wijze uit wat we de komende twee dagen kunnen verwachten. Het doel van het weekend is onze innerlijke dialoog stop te zetten. Als ons dat lukt, creëren we meer innerlijke rust, waardoor we beter in balans komen te staan met de immer vragende en rumoerige buitenwereld.

    Een buitenwereld die wij zelf toelaten, omdat we, bewust en onbewust, willen zorgen, presteren en afgeleid zijn.

    Afgeleid van ons zelf, dat wat wij voelen, met als risico dat we op een gegeven moment overlopen, omdat we simpelweg niet genoeg rust hebben genomen. Niet genoeg voor onszelf hebben gezorgd.
    Om ons te helpen meer bij ons zelf te komen zijn er yoga- en meditatiesessies ingepland, ook is er een individuele stiltewandeling en een aantal creatieve workshops. Alle programma-onderdelen zijn vrijblijvend en met een open einde, je mag dus weggaan wanneer je dat wilt.

    Als niemand meer vragen heeft, luidt Anne-Marie de gong, ten teken dat het Stilteweekend officieel is begonnen. En het is opvallend, vond ik de groep daarvoor al zwijgzaam, na het gonggeluid is de stilte hoorbaar. Het voelt onwennig, alsof we ervoor enorm jolig waren.

    LummelenLummelen, in silte
    Elke dag heeft een vergelijkbare indeling, waarbij eten en activiteiten met elkaar worden afgewisseld. Daar tussen in blijft genoeg ruimte over om, zoals Anne-Marie het aanduidt ’te lummelen´.

    Lummelen brengt je thuis bij jezelf en betekent echt helemaal niets doen, gewoon maar wat zitten.

    Lezen wordt afgeraden, want ook dat is weer meer informatie en daarmee in feite vluchtgedrag van je innerlijke stilte. Daar gaat mijn kans om eindelijk One Day (David Nicholls) uit te lezen. Gelukkig is er nog de uitweg naar de tijdschriften in de huiskamer van de pastorie. Spiritueel voedend, staat er op onze hand-out, maar in de praktijk toegankelijker dan dit doet denken; ik kan mijn leesbehoefte stillen met een boekje met aansprekende Zen teksten.

    Onnatuurlijk en onaardig
    De vegetarische maaltijden worden verzorgd door Werner, de partner van Anne-Marie. Gedurende het weekend blijft hij een ietwat mystiek persoon die af en toe voorbij schiet in een keukenschort, en er voor zorgt dat de innerlijke mens op culinair vlak in ieder geval niets te kort komt.

    Eten in stilteAls je niet mag praten tijdens het eten, word je je van heel andere dingen bewust. Het gekletter van bestek tegen de borden, het krassen van een stoel over de vloer, je eigen kauwen, wat je daardoor zo zachtjes mogelijk probeert te doen. Ik probeer mijn aandacht volkomen mindful op de maaltijd te richten, maar mijn gedachten dwalen af. Het voelt heel onnatuurlijk en onaardig om in een groep stilzwijgend te eten, zonder rekening te houden met elkaar. En ik durf te beweren dat ik daar niet de enige in ben. Zo wachten we de eerste keer allemaal braaf tot iedereen is gaan zitten, alvorens met eten te beginnen. Als iemand opschept, kijkt hij toch nog even rond of er niet meer borden gevuld kunnen worden en van tafel vertrekken lijkt onbedoeld in groepjes te gaan.

    Lekker a-sociaal
    Terug in de kerk voelt het op mijzelf richten meer natuurlijk. Niet in de eerste plaats omdat alle andere aanwezigen dit ook doen. De één zit op een zitkussen, de ander ligt op een yogamatje, iedereen doet precies waar zij (en één hij, dit soort dingen worden altijd gekenmerkt door een groot gebrek aan mannen) zin in heeft. Niets hoeft, behalve stil zijn en elkaar met rust laten. En dat alleen al vind ik een rustgevende gedachte.

    Van denken naar voelen
    Elke doe-activiteit die we dit weekend ondernemen wordt voorafgegaan door een meditatie, met als doel onze blik naar binnen te richten en dichter bij ons gevoel te komen. Dat blijkt nog best lastig.

    Met een creatieve activiteit zoals tekenen of kleuren, lukt het mij nog prima, wat te danken is aan het feit dat mijn rechterhersenhelft hier wordt aangesproken. In deze helft zit ons creatief vermogen, onze gewaarwordingen en onze emotie en dat werkt automatisch meditatief. In het dagelijks leven spreken we vooral onze linkerhersenhelft aan, het gedeelte waar onze logica en verstandelijke functies schuilen; alles behalve rustig daar.

    De innerlijke dialoog en het Boerenpad

    post_banner_710_48_wandelen
    De individuele stiltewandeling is een ander verhaal. Ik ben vol goede moed, loop langzaam, ben mij bewust van mijn lichaam en geniet oprecht van de prachtige herfstkleuren in het boerenlandschap. Zonder oordeel laat ik mij door de paaltjes het verharde pad afleiden, ik knik vriendelijk, maar zwijgzaam naar een jonge visser die mij luidkeels begroet, en zak vervolgens met mijn gympen weg in de drassige rivierbedding.
    ‘Ik had beter mijn wandelschoenen aan kunnen doen,’ schiet het door mij heen. Maar ja, die heb ik niet bij me, dus laat ik de gedachte mindful gaan. Dat hou ik zo’n half uur vol, tot ik het modderpad bereik waar ik volgens de paaltjes overheen moet.
    ´Wat stom dat ik die schoenen niet bij me heb,´ zegt mijn linkerhersenhelft nu.
    ´Laat het gaan,´ antwoordt mijn rechterhersenhelft sussend.
    ´Had ik ze eindelijk een keer kunnen gebruiken, heb ik ze niet bij me!´ Linkerhersenhelft is inmiddels geïrriteerd.
    ´Kijk om je heen, geniet, je schoenen zijn nu toch al nat.´
    ´Ja, en ik heb geen ander paar bij me, ook dom.´
    ‘Laat het gáán.’

    Het moge duidelijk zijn, tijdens de wandeling wint mijn innerlijke dialoog het ruimschoots van mijn innerlijke stilte. Desondanks ben ik mij wel meer bewust, bewust van wat ik voel en van mijn omgeving. Er is geen afleidend gesprek te voeren of iemand of iets waar ik rekening mee moet houden. Dat is rustgevend.

    Aanpassen
    Als schrijver ben ik gewend lang alleen in stilte te zijn. Gedurende het weekend kom ik er achter dat dit mij in een stiltegroep ook prima afgaat. Het is net als de sauna: als iedereen naakt is, hou je ook niet je kleding aan. Dus als iedereen stil is, ga je ook niet praten. Zwijgen wordt dan iets heel natuurlijks.

    Waar ik wel moeite mee blijk te hebben, zijn de gesprekken aan het eind van het weekend, die alsnog ontstaan nadat Anne-Marie de stilte officieel heeft opgeheven. Ineens blijkt iemand drie kleine kinderen te hebben, waarop de helft in koor roept ‘O, wat druk voor je!’ en ik mij enorm moet beheersen om niet te roepen ‘Ja, maar die heb ik óók.’ Er blijken deelnemers te zijn die graag met dezelfde groep terugkomen, waarop ik mij onmiddellijk afvraag ´Waarom?’
    Van heel individualistisch ontstaat er ineens een groepsdynamiek, die ik daarvoor niet heb ervaren en waar ik ook totaal geen behoefte aan heb.

    Wat heb ik er uitgehaald?
    Ik had verwacht heel moe te zijn en veel te slapen, dat viel mee. Bij elke langere meditatie viel ik weliswaar in slaap, maar ik ben niet gebroken van het weekend teruggekomen. Echt opgeladen voel ik mij daarentegen ook niet.

    Ik ben blij met de ervaring, want het stond op mijn verlanglijst, maar ik zie mijzelf niet snel weer gaan. Samen stil zijn blijkt voor mij niet wezenlijk anders dan alleen stil zijn, en dat kan ik thuis op dit moment genoeg. Daarbij is schrijven mijn meditatie; als ik schrijf, ben ik gefocust, naar binnen gericht, en dat geeft mij een enorm gevoel van vrijheid en tevredenheid, oftewel, innerlijke rust.

    Boerenpad wandeling in stilte


    Overtuigd of nieuwsgierig naar een stilteweekend voor jezelf iemand anders?

    Wie Googled op Stilteweekend krijgt 7.550 resultaten; ik zat in de St Bonifatiuskerk in Horssen (Gelderland).

    Gebruikte bronnen: