Barbara| barbaraschrijft.nl, auteur op barbarasevenstern.nl - Pagina 11 van 13

Auteur: Barbara| barbaraschrijft.nl

  • National Novel Writing Month (NaNoWriMo)

    National Novel Writing Month (NaNoWriMo)

    Het is alweer week twee van National Novel Writing Month (NaNoWriMo)* en ik ben goed op stoom.  13 scènes (ca. 22.000 woorden) heb ik geschreven sinds afgelopen maandag, wat betekent dat ik er twee voorloop op schema.

    Informatie overload
    Dat is evenwel geen reden om lui achterover te hangen. Ik weet inmiddels als geen ander dat de personages in mijn verhaal de neiging hebben activiteiten te ontwikkelen die ik van te voren niet heb bedacht. De geplande 35 scènes voor november zijn slechts een indicatie van het aantal dat ik werkelijk zal schrijven en de ervaring leert dat het er eerder meer dan minder zullen worden.

    Wordt het dan niet een brei aan informatie? vraag je je nu wellicht af.
    Het is een terechte vraag waar ik zelf ook mee worstel. Zeker als ik weer ergens lees dat je het aantal personages en verhaallijnen beperkt moet houden, zodat de lezer niet in totale verwarring het boek halverwege weglegt om nooit meer te openen. Daar staat tegenover dat alles wat ik schrijf een reden heeft.

    Alle mensen en gebeurtenissen in het verhaal hebben een functie.

    Soms is zelfs voor mij die functie niet direct duidelijk. Zo schreef ik enkele dagen geleden een parkeerwachter in mijn verhaal. Een hele pagina dialoog met mijn hoofdpersoon, waarvan ik mij tijdens het schrijven afvroeg, ´is dit nu echt nodig?’

    Als ik dat al denkt, wat moet de lezer dan wel niet denken?

     Toch liet ik mijn parkeerwachter er in staan, en wat bleek? Niet alleen was hij de noodzakelijke aanleiding om mijn hoofdpersoon op een gewenste locatie te krijgen, ik weet ook dat hij een cruciale rol gaat spelen in een latere scène, die nog geschreven moet worden.

    Realiteit versus fantasie
    Vaag? Wellicht. Het is een wonderlijk proces, dat schrijven. Als ik een hele dag met mijn boek bezig ben geweest, moet ik echt weer landen in mijn eigen wereld. Een wereld die onbekend is met mijn fictie personages. Echtgenoot kijkt altijd licht glazig als ik hem enthousiast vertel hoe achterbaks mijn slechterik zich heeft gedragen en hoe ontzettend leuk de love-interest van mijn hoofdpersonage is. Die mensen zeggen hem niets, voor mij zijn het mijn collega’s van die dag. Ik weet nu al dat ik ze ga missen als het boek klaar is.

    Schrijfflow
    Vanochtend ging ik met grote vastberadenheid achter de computer zitten en begon onmiddellijk met tikken. Nu ik dagelijks veel schrijf, zit ik in een zodanige flow dat ik relatief makkelijk de draad weer kan oppakken en direct door kan schrijven. Deze keer merkte ik dat mijn gedachten steeds wegliepen van het verhaal. Mijn ergernis over de tijdrovende boodschappenronde van die ochtend zat nog enorm in mijn systeem. Ik bedacht me dat ik de was op moest hangen en het feit dat mijn internet verbinding er uit lag, zag ik niet als kans (geen afleiding), maar als duidelijke tegenwerking.

    Dergelijke onrust is funest voor mijn schrijfproces. Dan wordt het te vol in mijn hoofd en kan ik mij niet meer concentreren op mijn verhaal. En dus besloot ik deze blog te schrijven.

    Ik zou er ook de brui aan kunnen geven en een boek gaan lezen

    Onder het mom van ‘onderzoek en inspiratie bij anderen’.  Ik weet evenwel ook dat ik daar een heel ontevreden gevoel aan overhoud. Een blog schrijven houdt mij in het schrijfproces en omdat het een afgeronde activiteit is (de blog is binnen afzienbare tijd klaar en online) geeft het ook een voldaan gevoel.

    En op dat voldane gevoel kan ik weer mijn verhaal oppakken. Een verhaal waarvan ik heb gezegd dat het manuscript deze maand af is. Ik heb een deadline, en dat niet alleen: ik heb mijn deadline kenbaar gemaakt. Nu heb ik ooit gelezen dat mensen die over hun voorgenomen activiteiten praten, ze minder snel uitvoeren dan mensen die dit niet doen. Het praten erover schijnt al een dermate gevoel van voldaanheid teweeg te brengen, dat de urgentie om tot realisatie over te gaan minder wordt.

    Met andere woorden: als je iets wilt realiseren, praat er dan niet over.

    Bij mij werkt dat precies andersom. Als ik iets niet vertel, betekent het vaak dat ik het toch niet uit ga voeren. Of het op z´n minst heel vaak uitstel, er is altijd wel wat anders, meer urgent, te doen.

    Het is alweer week twee van National Novel Writing Month (NaNoWriMo) en ik heb nog 12 werkdagen om Familiegeluk af te schrijven. De hoogste tijd dus om dat nu te gaan doen!


    * National Novel Writing Month (NaNoWriMo) is een uit Amerika overgewaaid initiatief met als doel het schrijven van een roman van minstens 50.000 woorden in één maand, te weten November.  Er is een website met tutorials, peptalks, fora en zelfs merchandise. Alles om er voor te zorgen dat jij succesvol schrijvend de maand doorkomt. In Nederland hebben op dit moment 10.792 mensen een account op dit platform, of ze allemaal ook meedoen is natuurlijk de vraag 😉

  • Van blog tot boek

    Van blog tot boek

    24 mei 2015 │ De eerste keer dat ik haar zie is op het vliegveld. We staan in dezelfde rij om in te checken. Ik alleen, zij met haar man en twee kinderen. Het meisje houdt haar moeder´s arm stevig vast, de jongen zit stoer op de trolley.

    De tweede keer is een half uur later, bij de gate van het vliegtuig dat mij naar Mallorca brengt voor een week ongestoord schrijven aan mijn boek-in-wording.
    ‘Ben jij…?’ vraagt ze.
    ‘Ja, ik ben…’ is mijn antwoord.
    Meer hebben we niet nodig om te weten dat, mochten de andere deelnemers van de Schrijfweek uitblinken in rariteiten, Anne en ik ons in ieder geval aan elkaar kunnen vastklampen.

    Schrijfweek
    Mijn Schrijfweek is een verjaardagscadeau van echtgenoot, omdat hij weet hoe geïnspireerd en opgeladen ik van dergelijke trips terugkom. En ook omdat hij resultaatgericht is, een Schrijfweek is dan een tastbare activiteit die concreet bijdraagt aan mijn eerste-boek-project.

    Anne heeft de week ook cadeau gekregen, van haar moeder, die meer dan zij zelf een schrijfster in haar ziet.
    ‘Nee, ik weet niet of er ooit echt een boek komt,’ zegt ze als we de eerste avond met alle deelnemers en begeleiders bij elkaar zitten.
    ‘Kunnen we al wat van je lezen?’ vraag ik.
    Anne blijkt te bloggen over haar gezin, haar man Jeroen en hun kinderen Lotte en Pepijn. En ja, daar heeft ze wel wat stukjes van meegenomen. Wellicht dat deze ooit de basis van een boek worden.

    Schrijver
    2 nov 2015 │ Daar staat ze dan,  op haar eigen boekpresentatie in deVloer in Almere. Is het werkelijk nog geen half jaar geleden dat we in de Spaanse zon notities met elkaar uitwisselden?

    ´Jij bent de volgende,´ bezweert ze mij bij binnenkomst.
    Ik hoop het van harte, maar vandaag is het haar dag. De dag waarop Anne, zoals dochter Lotte aangeeft , ook schrijver is geworden. De blogs zijn uitgebreid en omgevormd tot een fysiek boek, met een kaft, achterflap, inleiding, nawoord en ISBN nummer.

    Levensinstelling
    Op de Schrijfweek ontmoette Anne uitgever Jan-Willem Gerth. Hij was er om ons beginnend schrijvers bij te praten over de ins en outs van het uitgeven. Hij was er dus niet om ons een contract aan te bieden. Toch ging Anne naar huis met een afspraak en een paar weken later waren de papieren getekend.

    De blogs van Anne gaan namelijk over veel meer dan haar gezin. Ze gaan over haar levensinstelling, de noodzaak van het aanpassen, bijstellen, herstructureren en genieten wanneer het leven anders loopt dan anders.
    Anne weet als geen ander wat dat inhoudt. Haar zoon Pepijn heeft een beperking. Een congenitale CMV-infectie tijdens haar zwangerschap heeft de aanleg van zijn linkerhersenhelft verstoord, met alle gevolgen van dien.

    ´Een CMV-wat? ´ vraag ik onwetend.
    ´Een soort herpesvirus’, legt Anne mij geduldig uit. ‘Je kunt het oplopen door contact met lichaamsvloeistoffen.’
    ‘Lichaamsvloeistoffen?’ vraag ik, het woord klinkt toch altijd wat smerig.
    ‘Zoals urine, speeksel en bloed. En dus ook door lieve kusjes en vieze handen.´
    Ik kijk haar verbaasd aan, daar heeft iedereen toch wel eens mee te maken?
    Ze knikt bevestigend. ‘De kans is groot dat je het hebt, want 75% van de bevolking is drager.’
    ‘En jij raakte geïnfecteerd toen je zwanger was van Pepijn?’
    Anne knikt weer. ‘Je wordt er niet per definitie ziek van en als je zwanger bent, is het helemaal niet zeker dat je je kindje besmet. Die kans is zelfs vrij klein.’
    ‘Maar dat is wel wat er bij jou gebeurde.´
    ´Ja, domme pech.´

    Handvatten
    1,5 jaar duurde het voordat Anne en Jeroen een diagnose kregen voor de problemen met Pepijn.  Dat is heel lang als je ziet dat je kind achterblijft in zijn ontwikkeling. Een diagnose voorkomt niet, maar biedt wel handvatten hoe nu verder te gaan.
    ‘Door de diagnose konden we bepaalde ontwikkelingen verklaren en juist andere zaken gaan monitoren,’ geeft Anne aan.

    En nu is er dan ook een boek: Zonder meer, zonder maar, door Anne Kien. Een boek over het dagelijkse en soms hectische leven van Anne´s gezin. Het zijn humorvol geschreven stukjes, die lekker weglezen, ondanks de soms pittige inhoud.

    Een boek over een gezin dat heeft geleerd om te gaan met een kind en broertje met een beperking, en waar dit als vanzelf als een mogelijkheid wordt beschouwd. In de woorden van Lotte: ‘mijn broertje is vooral Pepijn, leuk, lief en soms onaardig.’


    En nu wil je natuurlijk het boek kopen? Dat kan in de boekwinkel en online.

    Meer weten over CMV?


    Deze blog werd ook gepubliceerd bij demamacompany

  • Het plan (inzending Editio debutantenwedstrijd 2015)

    Het plan (inzending Editio debutantenwedstrijd 2015)

    Hij stopte zijn mobiele telefoon terug in zijn zak. Liever had hij het niet zo ver laten komen, het lag niet in zijn aard om fysiek te worden; dat liep vrijwel altijd uit de hand. Daarom was het ook geen onderdeel van het plan geweest. De lichamen zouden nu snel genoeg gevonden worden. En ze hadden hem geen keus gelaten. Dat deden ze nooit, dacht hij. Het zou gekker geweest zijn als ze het nu wel hadden gedaan. Gekker, een passend woord gezien de situatie.

    Die ochtend was er weer een gesprek geweest. Deze keer met een mevrouw die zich psychiater noemde. Ze had een duidelijk Frans accent. Dat kon hij zich goed herinneren, want ze was de hele tijd aan het woord geweest. Daarbij had ze een lijst van gedragskenmerken voorgelezen. Blijkbaar die van hem. En de uitslag was niet best. Hij kon zich de exacte woorden niet meer herinneren, maar ze deden er ook niet toe. Het zou hem toch niet veranderen. Zijn ouders hadden er meer moeite mee gehad, Zijn moeder was in tranen uitgebarsten en zijn vader had geroepen dat hun zoon niet gek was. De mevrouw met het Franse accent had begripvol geknikt en een lijst met adressen over de tafel geschoven, ze hield blijkbaar van lijstjes. Zijn vader had het papier opgepakt en zonder te kijken in zijn binnenzak gestoken. Daarna hadden ze beleefd afscheid genomen van elkaar.

    In de auto terug naar huis hadden ze gezwegen. Nu er geen publiek meer was, was ook zijn moeder gestopt met huilen. Daar was hij blij om, het geluid maakte hem nerveus en als hij nerveus werd, dan ging het vaak mis.
    Eenmaal thuis was zijn vader naar zolder gelopen waar de computer stond. Hij was met zijn moeder in de zitkamer gaan zitten, zij voor de televisie en hij achter de iPad, koptelefoon op zijn hoofd. Toen zijn vader een uur later weer naar beneden kwam, zaten ze zo nog steeds; in versteende harmonie.
    ´De verzekering dekt niet alles,´ had hij zijn vader horen zeggen en zijn moeder had geknikt, haar blik strak op het scherm van de televisie gericht.
    ´Kan hij ergens terecht?’ was haar vraag tenslotte geweest.
    ‘Als we meedoen aan de sessies voor ouders.’
    Nu had ze opgekeken. ‘Het is te gek voor woorden. Ik kan echt niet elke dag vrij nemen.´
    ´Het is wekelijks en hij gaat morgen gewoon naar school.’
    ‘Daar mag ik niet meer komen,’ hij had snel geantwoord, voordat zijn moeder iets kon zeggen. Als het over hem ging, wilde hij graag onderdeel van het gesprek zijn.
    Zijn vader had een wenkbrauw opgetrokken. ‘Hoe lang gaat die schorsing nog duren?’
    ‘Tot het eind van de week.’ Hij was zijn moeder weer voor geweest. ‘Ik mis ook de Sinterklaasintocht.´
    ´Nee hoor, daar ga je gewoon naar toe.´ Zijn moeder klonk beslist. ‘Hoeveel vragen ze?’ Dat laatste was weer tegen zijn vader gericht. Die noemde een bedrag.
    ‘Belachelijk.’
    ‘Het is inclusief weekenden en vakanties.´
    ‘En je weet zeker dat het niet goedkoper kan?’
    ‘Absoluut, ik heb ze allemaal gebeld.’
    ‘Oké, dan brengen we hem er morgen heen.’
    En daarmee was het onderwerp afgehandeld.

    En had het plan urgentie gekregen. Dat hij zijn vader die avond op de overloop tegen zou komen, had niet bij het plan gehoord.
    ‘Waar ga je naar toe?’
    ‘Ik ga weg.’
    ‘Weg?’
    ‘Ja.’
    ‘Waar naar toe?’
    ‘Dat zie ik nog wel.’
    ‘Dat zie je nog wel?’
    ‘Ja.’ Hij keek zijn vader aan. Volwassenen konden soms heel dom zijn.
    ‘Ik dacht het niet,’ zei zijn vader.
    Hij knikte begripvol. Nee, hij had ook niet verwacht dat zijn vader het er mee eens zou zijn. Niet op deze manier.
    Zijn moeder verscheen in de deuropening van de slaapkamer.
    ´Is er wat aan de hand?’
    ‘Hij gaat weg.’
    ‘Toch morgen pas?’ Ze leek oprecht verbaasd.
    ‘Ik ga,’ zei hij nogmaals. ‘Dag.’
    ‘Jij gaat helemaal niet.’ Zijn vader ging voor hem staan. Volwassenen waren vaak erg vermoeiend.
    ‘Hoe ver denk je dat je komt? Een kind ‘s avonds in het donker op straat? Wat denk je dat de mensen zullen zeggen als ze je zo laat nog buiten zien lopen?´
    Het kon hem niet schelen wat mensen er van dachten, maar hij wist dat het voor zijn ouders belangrijk was.
    ´Nou, geef je nog antwoord?’
    Hij keek naar de mond van zijn vader die open en dicht ging. Waarom sprak hij toch zo veel?
    ´Ik ga,´ zei hij, nu voor de derde keer en hij draaide zich om naar de trap.
    Een hand schoot uit en belette hem door te lopen. Hij voelde de warmte van zijn vaders huid door de mouw van zijn winterjas heen branden.
    ‘Jij blijft hier.’
    Ergens in zijn hoofd ging vuurwerk af. Het konden ook sirenes zijn, hij wist het niet zo goed. Wat hij wel wist, was dat de warmte op zijn arm ondraaglijk werd.
    Met een ruk draaide hij zich om en zag nog net hoe zijn vader achterover de trap afviel. Zijn moeder gilde. Nog meer geluid. Hij probeerde zich af te sluiten, maar het was al bij hem binnengedrongen.
    Zijn moeder rende langs hem heen de trap af. Hij volgde haar langzaam en zag hoe ze bij zijn vader neerknielde. ‘Die is tenminste stil,’ dacht hij.
    ‘Bel 112,’ hoorde hij haar roepen.
    Waarom? vroeg hij zich af, hij ging alleen maar weg. Dat was toch ook wat zij wilden?
    ‘Ik ga,’ zei hij voor de vierde keer.
    ‘Bel 112,’ ze klonk inmiddels hysterisch, hij moest nu echt weg. Voorzichtig liep hij om zijn beide ouders heen, opende de glazen tussendeur en stapte de voorhal in. Achter hem hoorde hij zijn moeder overeind komen.
    Ik ga, ik ga, ik ga, de woorden waren een mantra geworden. De tussendeur vloog open, maar hij was er op voorbereid. Met een krachtige beweging sloeg hij de deur terug. Het glas rinkelde toen het in frontaal contact met het hoofd van zijn moeder kwam. Hij kon nog net een stap opzij doen, zodat ze niet tegen hem aanviel, maar op de grond. Even bleef hij kijken naar haar lichaam, waaronder zich langzaam een donkerrode plas bloed vormde.
    Toen draaide hij zich om en opende de deur.

    De kou van de buitenlucht werkte kalmerend en eenmaal op de dijk stopte het vuurwerk. Hij voelde zich rustig, ontladen. 112 bellen zat niet in het plan, maar zijn moeder had serieus geklonken en zoals altijd na een uitbarsting wilde hij haar graag tegemoet komen. Het gesprek hield hij kort, een ambulance naar een adres. Nu ging hij echt weg, volgens plan.


    Dit korte verhaal was mijn inzending voor de Debutantenwedstrijd van Editio 2015.
    Ik werkte toen al aan mijn boek Familiegeluk, maar was nog niet aan het bloggen.

  • 48 uur stil

    48 uur stil

    Een stilteretraite stond al enige tijd op mijn verlanglijst en toen de gelegenheid zich voordeed greep ik de kans dan ook met beide handen aan. Het laatste weekend van oktober dompelde ik mij onder in de rust en stilte van de St Bonifatiuskerk te Horssen (Gelderland).

    ’48 uur stil zijn, dat is toch niets voor jou?’ riep mijn omgeving van te voren geshockeerd uit.
    Dat, beste mensen, was nou precies het punt.

    Altijd gezellig
    Als gezelligheidsmens wil ik sfeer scheppen. Gezellige sfeer en dat betekent aandacht geven aan anderen. Een tevreden stilte is daarbij zeker niet uitgesloten, maar als deze te lang duurt, wordt hij voor mij toch wat ongemakkelijk.

    Ze hebben het toch wel naar hun zin? Het is toch wel gezellig?!

    Een stilteweekend haalt mij dan ook enorm uit mijn comfortzone. Ik bevind mij tussen de mensen, maar ik mag ze geen aandacht geven. Hoe gezellig is dat? En nog meer, hoe moeilijk?

    Onthaasting en zelfreflectie
    Een retraite is een eeuwenoude traditie, waarin vele kloosterlingen en boeddhistische monniken mij voorgingen, in hun geval voor het leven. Weg van de dagelijkse beslommeringen kozen zij voor geestelijke verdieping en een sterke verbinding met god. De afgelopen jaren zijn retraites weer meer in opkomst zonder gebonden te zijn aan een religie, maar gericht op onthaasting en zelfreflectie. Vaak aangeboden in combinatie met yoga, meditatie en mindfulness trainingen.

    Zweverig? Al lang niet meer. In onze huidige Westerse samenleving waarin we altijd bereikbaar (willen) zijn en niets willen missen zijn we druk-druk-druk, met als gevolg stress en in het ergste geval een burn-out of depressie. De tegenbeweging om weer tot ons zelf te komen en rust (terug) te vinden in ons dagelijks leven is een logische reactie hierop.

    Ging ik met deze behoefte het weekend in? Nee. Ik was simpelweg nieuwsgierig wat 48 uur stilte in een groep met mij zou doen.

    Zwijgen in plaats van socializing
    Op vrijdagmiddag worden we hartelijk ontvangen door Anne-Marie, die het Stilteweekend begeleidt. Ik ontvang een informatiemap en de sleutel van mijn kamer, genoemd naar de heilige Franciscus, we bevinden ons tenslotte in de pastorie.

    Van te voren is ons verzocht niet te praten met de andere deelnemers; begroeten is prima, maar geen persoonlijke informatie uitwisselen. Het idee hierachter, zo leren wij later, is om zo dicht mogelijk bij onszelf te blijven. Informatie over anderen betekent weer nieuwe input en het weekend is er juist op gericht om wat leger naar huis te gaan.

    Binnen in de St BonifatiuskerkOm kwart over vijf zitten we met de 13 deelnemers op zitzakken in het midden van de St Bonifatiuskerk, een werkelijk prachtige ruimte waar de meeste activiteiten plaatsvinden. De kerk is gebouwd in de 14de eeuw, in een tijd dat men nog rekening hield met de energiestromen van de aarde, ter versterking van de functie van de kerk: voeden, tot rust brengen en stil worden. Een mooie gedachte, ofschoon ik gedurende het weekend vooral de moderne vloerverwarming voel.

    De sfeer is afwachtend, we zijn stil en kijken vooral langs elkaar heen; blijkbaar maakt zwijgen oogcontact lastig. Anne-Marie compenseert ruimschoots ons gebrek aan geluid door haar energieke aanwezigheid en legt met heldere stem en op humoristische wijze uit wat we de komende twee dagen kunnen verwachten. Het doel van het weekend is onze innerlijke dialoog stop te zetten. Als ons dat lukt, creëren we meer innerlijke rust, waardoor we beter in balans komen te staan met de immer vragende en rumoerige buitenwereld.

    Een buitenwereld die wij zelf toelaten, omdat we, bewust en onbewust, willen zorgen, presteren en afgeleid zijn.

    Afgeleid van ons zelf, dat wat wij voelen, met als risico dat we op een gegeven moment overlopen, omdat we simpelweg niet genoeg rust hebben genomen. Niet genoeg voor onszelf hebben gezorgd.
    Om ons te helpen meer bij ons zelf te komen zijn er yoga- en meditatiesessies ingepland, ook is er een individuele stiltewandeling en een aantal creatieve workshops. Alle programma-onderdelen zijn vrijblijvend en met een open einde, je mag dus weggaan wanneer je dat wilt.

    Als niemand meer vragen heeft, luidt Anne-Marie de gong, ten teken dat het Stilteweekend officieel is begonnen. En het is opvallend, vond ik de groep daarvoor al zwijgzaam, na het gonggeluid is de stilte hoorbaar. Het voelt onwennig, alsof we ervoor enorm jolig waren.

    LummelenLummelen, in silte
    Elke dag heeft een vergelijkbare indeling, waarbij eten en activiteiten met elkaar worden afgewisseld. Daar tussen in blijft genoeg ruimte over om, zoals Anne-Marie het aanduidt ’te lummelen´.

    Lummelen brengt je thuis bij jezelf en betekent echt helemaal niets doen, gewoon maar wat zitten.

    Lezen wordt afgeraden, want ook dat is weer meer informatie en daarmee in feite vluchtgedrag van je innerlijke stilte. Daar gaat mijn kans om eindelijk One Day (David Nicholls) uit te lezen. Gelukkig is er nog de uitweg naar de tijdschriften in de huiskamer van de pastorie. Spiritueel voedend, staat er op onze hand-out, maar in de praktijk toegankelijker dan dit doet denken; ik kan mijn leesbehoefte stillen met een boekje met aansprekende Zen teksten.

    Onnatuurlijk en onaardig
    De vegetarische maaltijden worden verzorgd door Werner, de partner van Anne-Marie. Gedurende het weekend blijft hij een ietwat mystiek persoon die af en toe voorbij schiet in een keukenschort, en er voor zorgt dat de innerlijke mens op culinair vlak in ieder geval niets te kort komt.

    Eten in stilteAls je niet mag praten tijdens het eten, word je je van heel andere dingen bewust. Het gekletter van bestek tegen de borden, het krassen van een stoel over de vloer, je eigen kauwen, wat je daardoor zo zachtjes mogelijk probeert te doen. Ik probeer mijn aandacht volkomen mindful op de maaltijd te richten, maar mijn gedachten dwalen af. Het voelt heel onnatuurlijk en onaardig om in een groep stilzwijgend te eten, zonder rekening te houden met elkaar. En ik durf te beweren dat ik daar niet de enige in ben. Zo wachten we de eerste keer allemaal braaf tot iedereen is gaan zitten, alvorens met eten te beginnen. Als iemand opschept, kijkt hij toch nog even rond of er niet meer borden gevuld kunnen worden en van tafel vertrekken lijkt onbedoeld in groepjes te gaan.

    Lekker a-sociaal
    Terug in de kerk voelt het op mijzelf richten meer natuurlijk. Niet in de eerste plaats omdat alle andere aanwezigen dit ook doen. De één zit op een zitkussen, de ander ligt op een yogamatje, iedereen doet precies waar zij (en één hij, dit soort dingen worden altijd gekenmerkt door een groot gebrek aan mannen) zin in heeft. Niets hoeft, behalve stil zijn en elkaar met rust laten. En dat alleen al vind ik een rustgevende gedachte.

    Van denken naar voelen
    Elke doe-activiteit die we dit weekend ondernemen wordt voorafgegaan door een meditatie, met als doel onze blik naar binnen te richten en dichter bij ons gevoel te komen. Dat blijkt nog best lastig.

    Met een creatieve activiteit zoals tekenen of kleuren, lukt het mij nog prima, wat te danken is aan het feit dat mijn rechterhersenhelft hier wordt aangesproken. In deze helft zit ons creatief vermogen, onze gewaarwordingen en onze emotie en dat werkt automatisch meditatief. In het dagelijks leven spreken we vooral onze linkerhersenhelft aan, het gedeelte waar onze logica en verstandelijke functies schuilen; alles behalve rustig daar.

    De innerlijke dialoog en het Boerenpad

    post_banner_710_48_wandelen
    De individuele stiltewandeling is een ander verhaal. Ik ben vol goede moed, loop langzaam, ben mij bewust van mijn lichaam en geniet oprecht van de prachtige herfstkleuren in het boerenlandschap. Zonder oordeel laat ik mij door de paaltjes het verharde pad afleiden, ik knik vriendelijk, maar zwijgzaam naar een jonge visser die mij luidkeels begroet, en zak vervolgens met mijn gympen weg in de drassige rivierbedding.
    ‘Ik had beter mijn wandelschoenen aan kunnen doen,’ schiet het door mij heen. Maar ja, die heb ik niet bij me, dus laat ik de gedachte mindful gaan. Dat hou ik zo’n half uur vol, tot ik het modderpad bereik waar ik volgens de paaltjes overheen moet.
    ´Wat stom dat ik die schoenen niet bij me heb,´ zegt mijn linkerhersenhelft nu.
    ´Laat het gaan,´ antwoordt mijn rechterhersenhelft sussend.
    ´Had ik ze eindelijk een keer kunnen gebruiken, heb ik ze niet bij me!´ Linkerhersenhelft is inmiddels geïrriteerd.
    ´Kijk om je heen, geniet, je schoenen zijn nu toch al nat.´
    ´Ja, en ik heb geen ander paar bij me, ook dom.´
    ‘Laat het gáán.’

    Het moge duidelijk zijn, tijdens de wandeling wint mijn innerlijke dialoog het ruimschoots van mijn innerlijke stilte. Desondanks ben ik mij wel meer bewust, bewust van wat ik voel en van mijn omgeving. Er is geen afleidend gesprek te voeren of iemand of iets waar ik rekening mee moet houden. Dat is rustgevend.

    Aanpassen
    Als schrijver ben ik gewend lang alleen in stilte te zijn. Gedurende het weekend kom ik er achter dat dit mij in een stiltegroep ook prima afgaat. Het is net als de sauna: als iedereen naakt is, hou je ook niet je kleding aan. Dus als iedereen stil is, ga je ook niet praten. Zwijgen wordt dan iets heel natuurlijks.

    Waar ik wel moeite mee blijk te hebben, zijn de gesprekken aan het eind van het weekend, die alsnog ontstaan nadat Anne-Marie de stilte officieel heeft opgeheven. Ineens blijkt iemand drie kleine kinderen te hebben, waarop de helft in koor roept ‘O, wat druk voor je!’ en ik mij enorm moet beheersen om niet te roepen ‘Ja, maar die heb ik óók.’ Er blijken deelnemers te zijn die graag met dezelfde groep terugkomen, waarop ik mij onmiddellijk afvraag ´Waarom?’
    Van heel individualistisch ontstaat er ineens een groepsdynamiek, die ik daarvoor niet heb ervaren en waar ik ook totaal geen behoefte aan heb.

    Wat heb ik er uitgehaald?
    Ik had verwacht heel moe te zijn en veel te slapen, dat viel mee. Bij elke langere meditatie viel ik weliswaar in slaap, maar ik ben niet gebroken van het weekend teruggekomen. Echt opgeladen voel ik mij daarentegen ook niet.

    Ik ben blij met de ervaring, want het stond op mijn verlanglijst, maar ik zie mijzelf niet snel weer gaan. Samen stil zijn blijkt voor mij niet wezenlijk anders dan alleen stil zijn, en dat kan ik thuis op dit moment genoeg. Daarbij is schrijven mijn meditatie; als ik schrijf, ben ik gefocust, naar binnen gericht, en dat geeft mij een enorm gevoel van vrijheid en tevredenheid, oftewel, innerlijke rust.

    Boerenpad wandeling in stilte


    Overtuigd of nieuwsgierig naar een stilteweekend voor jezelf iemand anders?

    Wie Googled op Stilteweekend krijgt 7.550 resultaten; ik zat in de St Bonifatiuskerk in Horssen (Gelderland).

    Gebruikte bronnen:

  • De strijd van de minimalist in mij

    De strijd van de minimalist in mij

    ‘Jij ruimt niet op, jij verplaatst.’
    Dat is het structurele verwijt dat ik thuis krijg als ik weer eens een poging onderneem orde in de chaos te scheppen.
    Ik geef toe, ik ben heel goed in verplaatsen.
    Ook in stapelen, als we het er dan toch over hebben.

    Emotionele waarde
    Waar ik minder goed in ben, is dingen weggooien.
    Oude schoolagenda’s, brieven en krantenartikelen hebben voor mij een ongekende emotionele waarde. Dit gevoel projecteer ik ook op de werkjes van mijn kinderen, zodat er in de hoek van mijn werkkamer een enorme papierstapel ligt te wachten om ingeplakt te worden; immers zo leuk voor later.

    ‘Dan kun je in ieder geval je boekenkast leegruimen,’ zei iemand onlangs toen ik vertelde sinds kort de gelukkige eigenaar van een e-reader te zijn.
    Nee, natuurlijk niet.
    Daarin staan boeken die mijn opa nog heeft gekocht, die ik heb gekregen, achterovergedrukt of aangeschaft.

    Kortom, hier is geen sprake van een kast vol boeken, maar één vol herinneringen.

    ´In ieder geval komen er geen boeken meer bij,’ was de volgende opmerking.
    Helaas, weer mis.
    Sinds de aankoop van mijn e-reader heb ik alweer vijf fysieke boeken aangeschaft; papier geeft zo veel meer lees-beleving.

    En dan muziek en films. Met het grootste gemak schaf ik een nieuw album aan via iTunes. Heerlijk, alles direct binnen handbereik op één apparaat. Alleen de oude CD’s, om die nou meteen weg te gooien… En sinds de komst van Netflix in mijn huishouden liggen tientallen DVD’s te verstoffen in de kast. Ga ik ze ooit nog bekijken? Waarschijnlijk niet. Maar wat als Netflix uitvalt?

    Naast al het sentiment vind ik het ook gewoon zonde, zonde om iets wat nog goed is, weg te gooien. Ooit heb ik afstand gedaan van tientallen jaargangen modetijdschriften en dat knaagt nog steeds aan mij; ze zouden inmiddels collectors-waarde hebben.

    Less is more
    En toen las ik eind vorig jaar een artikel over minimalisten: mensen die hadden besloten om met minder bezittingen te leven waardoor ze zich vrijer voelden. Ze ruimden de rommel in hun huis en leven op met als resultaat dat ze er een rijker en voller bestaan voor terugkregen. In diezelfde periode ging ik naar de voorstelling Troep, waarbij de hoofdrolspeelster haar enorme verzameling aan spullen terugbracht tot 100 stuks, waardoor ze lichter door het leven ging. Ze heette nota bene Barbara en kwam ook uit Den Haag.

    Dat deed de deur dicht; dit ging over mij.

    En dit wilde ik ook: mij lichter en vooral vrijer voelen.

    Rendement in meerdere opzichten
    Ik besloot op te gaan ruimen en waar beter te beginnen dan bij mijn eigen kledingkast?!
    Ik was rücksichtslos en al snel had ik een ongekend overzichtelijke rij aan kledingstukken hangen. Zo één waar ik onbevreesd een jurkje uit kon pakken, zonder dat er tenminste drie kledingstukken meekwamen en er twee van hun hanger op de grond vielen. Zo één waar ik überhaupt kon overzien wat ik had.

    Een groot deel van de afgekeurde kleding ging naar het goede doel en enkele mooie stukken zette ik te koop op Marktplaats. En verkocht ze. Ik blij, iemand anders blij.
    Dat smaakte naar meer, en dus ging ik met dezelfde doelgerichtheid door de kasten van de kinderen. Ook hier verdween een hoop in vuilniszakken en werd een deel verkocht.

    En toen ging het mis.

    Mijn enthousiasme over de paar succesvolle Marktplaats-verkopen ging met mij aan de haal.

    In plaats van mij aan de regels van het minimaliseren te houden, ging ik uitbreiden.

    Een eigen winkel
    Er kwam kleding van familie en vrienden bij. Binnen enkele weken had ik een hele winkel aan tweedehands kleding, die ik via Marktplaats aanbood. En dat moest er natuurlijk wel professioneel uitzien, dus kwam er een Facebook pagina, een logo, twee aankleedpoppen voor de juiste fotografie, kreeg elk artikel zijn eigen wervende verhaal en als er iets verkocht was, dan werd dat uiteraard als cadeautje verstuurd, inclusief visitekaartje voor de branding.

    In plaats van vrijheid had ik er een hele baan bij. En ook nog eentje waarbij de ‘dubbeltje op de eerste rij’ discussie de boventoon voerde. Na vijf maanden was ik er klaar mee. Drie tassen met merkkleding verdwenen richting VintyWomen. Het moet gezegd, die organisatie ruimt echt op; er is van de dertig verstuurde items slechts één in verkoop genomen, de rest is alsnog door hen richting Goed Doel afgevoerd.

    Terug bij af
    Nu staan er vijf nieuwe dozen op zolder en naast de werkjes van de kinderen een selectie kleding die ik ooit op Marktplaats ga zetten als ik de moed weer heb. De minimalist in mij heeft de strijd voorlopig opgegeven, tot het moment dat er weer jurkjes van de kleerhangers afvallen, want die geordende kast, daar kan niets tegen op.

    Interesse in zwangerschaps-, kinder- of dameskleding? Laat het mij hieronder weten, het zou zomaar kunnen dat ik nog wat voor je heb.


    Is jouw innerlijke minimalist aangewakkerd en wil je jouw spullen kwijt? Hier wat tips:

    • Als je niets hoeft te verdienen aan jouw oude spullen, dan zijn er genoeg goede doelen die je er heel blij mee maakt. Zo ontvangt de Voedselbank ook graag speelgoed en andere materiële dingen, haalt de Kringloop Winkel de spullen zelfs thuis bij je op en zijn ze bij Dress for Success heel blij met representatieve kleding voor werkzoekenden met een minimum inkomen die zelf geen sollicitatiewaardige outfit kunnen kopen.
    • Kies je ook voor VintyWomen of VintyKids, check dan goed of je kleding van de toegestane merken is en aan de minimale verkoopwaarde voldoet. Wil je je afgekeurde kleding terug, dan betaal je €9,95 aan handling- en verzendkosten. Jouw percentage van de opbrengst wordt uitbetaald als shoptegoed bij VintyWomen en VintyKids zelf.
    • Ook tweedehands winkels ontvangen graag jouw nog mooie gedragen kleding; je houdt er een percentage van de opbrengst aan over dat je veelal vrij kan besteden.
    • Ga je voor Marktplaats, maak je lijst van aangeboden spullen niet te lang en voorkom onnodig heen-en-weer gemail door in je omschrijving naast confectiemaat ook lengte, materiaal en verzendkosten aan te geven.

    Deze blog is ook gepubliceerd op de website van De Mama Company

  • Achter de duinen of aan de gracht?

    Achter de duinen of aan de gracht?

    Toen ik een oud collega vertelde dat ik een boek aan het schrijven was, zei ze ‘Dat speelt zich zeker af in Den Haag?’
    ‘Eh,’ stamelde ik, ietwat van mijn stuk gebracht, ‘nee, eigenlijk niet.’
    ‘Nee?,’ herhaalde ze verbaasd. ‘Het leek me een logische keus, omdat je er woont.’

    Omdat je er woont. De woorden bleven in mijn hoofd hangen toen ik die dag terug naar huis reed. En in de weken er na.

    Mijn hoofdpersoon woonde namelijk in Amsterdam, evenals enkele cruciale bij-personages.
    Waarom?
    Gewoon.

    Gewoon is geen antwoord, besefte ik mij.

    Gewoon is een automatisme en dat is op zichzelf geen reden genoeg om iets te laten gebeuren.

    Zeker niet wanneer je een boek schrijft en je het voorrecht hebt alles (maar dan ook werkelijk alles!) zelf te bepalen.

    Ik realiseerde mij dat mijn collega een punt had. Ik mocht dan wel 15 jaar lang in Amsterdam hebben gewoond, niets in mijn verhaal maakte het van cruciaal belang om het daar ‘dus dan maar’ plaats te laten vinden.

    De potentie van Den Haag
    Den Haag heeft genoeg bedrijven waar mijn personages kunnen werken, genoeg galeries en musea, evenals leuke kroegen en woonplekken. Daarnaast heeft Den Haag een echt strand.

    Inmiddels ben ik een jaar verder en is Den Haag een essentieel onderdeel van mijn verhaal geworden. Omdat ik er woon, is onderzoek naar locaties relatief eenvoudig en omdat ik er mijn jeugd heb doorgebracht, zijn veel dingen herkenbaar of snel opgezocht.

    En er is nog iets.
    Den Haag is een stuk minder populaire locatie in boeken dan onze hoofdstad.
    En dat is straks toch mooi meegenomen in de marketing!


    Welke boeken ken jij die zich in Den Haag afspelen? Laat het mij hieronder weten! 

     

     

  • Het onverwachte risico van boodschappen

    Het onverwachte risico van boodschappen

    ‘Ik zie het al,’ zegt de dokter. ‘Het is duidelijk een slijmbeursontsteking.’
    Ze heeft mij zojuist een aantal zwaaibewegingen met mijn armen laten doen; met de rechter is dit geen probleem, de linker is een heel ander verhaal.

    Hypochonder
    Al enige tijd heb ik last van een zeurende pijn in mijn linkerarm. De pijn is dermate aanwezig, dat ik er ’s nachts wakker van word en dan moeizaam met mijn pijnloze rechterarm de gekwelde linker verplaats, in de hoop dat een andere houding verlichting brengt (bloedsomloop enzo). Op zulke momenten komen de doom-scenario’s in mijn hoofd op; gedachten over enge spierziektes en kwade cellen die zich ongezien vermenigvuldigen in mijn lijf. Ik kan vreselijk hypochondriën als het midden in de nacht is.

    ‘Je kunt beginnen met een week Ibuprofen of Diclofenac te slikken. Als dat niet helpt kunnen we overgaan op een injectie.’
    Uit eerdere ervaring weet ik dat het om ontstekingsremmers gaat, en dat die injectie een zeer pijnlijke aangelegenheid is.
    ‘Hoe kom ik aan een slijmbeursontsteking in mijn arm?’ vraag ik voorzichtig.
    ‘Dat kan van alles zijn,’ is het vage antwoord.

    Hollands panorama vanuit het bed
    De vorige keer dat ik een slijmbeurs ontsteking had was de oorzaak duidelijk aanwijsbaar. Een familieweekend had mij in een Friese boerderij doen belanden en echtgenoot en ik hadden de zolderkamer-met-uitzicht toebedeeld gekregen. ´Het bed staat op een podium,´ had mijn schoonzus enthousiast geroepen, ´zodat je bij het ontwaken direct over de akker kan uitkijken.´ Ze had gelijk, vanuit het bed was er een prachtig wijds Hollands panorama te bewonderen; mits je de gordijnen open hield natuurlijk. We hadden een toilet op de kamer, wat prettig is voor mensen zoals ik die er ’s nachts altijd minstens één keer uit moeten.  Ik weet nog goed dat ik mij voor het slapen inprentte dat de deur van het toilet links zat, en dat de deur rechts op de steile zoldertrap uitkwam. Toen ik gewoontegetrouw midden in de nacht wakker werd, liep ik dan ook feilloos naar de linkerkant van de kamer. Alleen het podium, dat was ik even vergeten. Drie treden hoog. Ik heb minstens een paar minuten nodig gehad om bij te komen, terwijl echtgenoot en oudste zoon ongestoord doorsliepen. Alleen mijn neef zei de volgende ochtend dat hij ´s nachts wat had horen omvallen.

    Voorkomen is beter dan genezen
    Ik weet dus hoe je aan een slijmbeursontsteking komt. Maar in dit geval ben ik niet onlangs gevallen of heb ik mij niet hard gestoten. Ik ben niet linkshandig en de tijd dat ik structureel een kind op de linkerarm droeg ligt ook al achter mij. Degenen die zich afvragen of ik wellicht te stevig heb gesport, laat ik zeggen dat het daar niet aan zal liggen.

    ‘Je loopt natuurlijk vaak met zware boodschappen,’ oppert echtgenoot, als hij hoort van de opspelende slijmbeurs.
    Boodschappen sjouwen? Dat kan toch niet de reden zijn van een ontsteking? Tegen beter weten in Google ik ‘slijmbeursontsteking schouder’ en wat blijkt, er is zelfs een heuse website over. Onder oorzaken lees ik overbelasting, werken boven het hoofd en uitvoeren van dezelfde beweging. Schilderen of ramen-lappen zit er de komende tijd dus niet in. Voorkomen is beter dan genezen, roept de website waarschuwend, en dus is ‘absolute rust geïndiceerd van tenminste twee weken’. Bij verder lezen blijkt dat absolute rust inhoudt ‘geen bovenhandse activiteiten en niet op de aangedane schouder liggen.’  Jammer.

    Ik heb inmiddels twee Ibuprofen pillen geslikt en voel mij vreselijk zielig. Wat natuurlijk zeer aanstellerig is, want er zijn zoveel mensen die ergens last van hebben, en ook nog eens veel chronischer en erger dan ik op dit moment.

    Als de klachten over een week niet over zijn, moet ik terug komen voor de injectie. Tot die tijd mag echtgenoot de boodschappen doen.

     

     

  • Een boek schrijven: hoe lang duurt dat?

    Een boek schrijven: hoe lang duurt dat?

    Ik schrijf een boek. Het is een roman met een thriller insteek en de (werk)titel is Familiegeluk. Naast de veelgestelde vraag ‘wanneer is het af?’ krijg ik ook vaak te horen ‘hoe lang ben je daar al mee bezig?’

    Mijn eerste reactie is ‘een kleine 1,5 jaar’, maar eigenlijk is dat te makkelijk. Ja, het idee van Familiegeluk ontstond ergens in juni 2014, toen ik gelegen in een hangmat in de prachtige Oostenrijke bergen de eerste verhaallijn op papier zette. Maar om daartoe te komen had ik al vijf jaar afgelegd.

    Dromen realiseren
    Toen eind 2008 het tweede kind van echtgenoot en mijzelf werd geboren, was ik tot de conclusie gekomen dat ik niet meer alleen wilde rennen voor de baas. Ik wilde mijn dromen achterna en één daarvan was het schrijven van een boek. Met de inzet van ouderschapsverlof ging ik 27 uur werken, waarbij vrijdag mijn schrijfdag werd. Eén dag in de week is niet veel, zeker niet toen de oudste na een half jaar naar de lagere school ging en ik om kwart voor drie al mijn plekje achter de computer moest verlaten, maar het was een begin. Ik had bedacht dat ik een chicklit ging schrijven, omdat mij dit als vrouw-van-ergens-in-de-dertig een laagdrempelig debuut-genre leek. Ik kon zo uit mijn eigen verleden en heden putten en mijn leeservaring met schrijfsters als Marian Keyes, Jill Mansell en Hellen Fielding was meer dan voldoende om een goed idee van de betere chicklit te hebben.

    Droombaan
    Ik schreef een verhaallijn, synopsis, diverse karakteromschrijvingen en toen kwam kind nummer drie. En dat niet alleen, er deed zich een mogelijkheid voor van wat op dat moment mijn droombaan leek. Ik moest er alleen wel weer full-time voor gaan werken. Wat ik deed. Het boek-in-wording ging in de kast en twee jaar gingen voorbij.

    En toen begon het weer te kriebelen. De droombaan bleek in combinatie met drie kleine kinderen toch meer een nachtmerrie en daarmee kwam de schrijfdroom weer terug. Ik las over een schrijfweek in de Oostenrijkse bergen en dacht maar één ding: daar moet ik naar toe.

    Gelijkgestemden
    Ik stofte de oude papieren van de chicklit af en dook letterlijk onder in de bijzondere wereld van De Berghut, een pension voor ontmoeten, inspiratie en bergbeleving. In de veilige omgeving van gelijkgestemden, kon ik mij weer helemaal richten op mijn verhaal. En ik realiseerde mij: dat hoofdpersonage uit mijn boek, dat ben ik. Hier was een meisje dat heel graag iets wilde bereiken, maar voor de veilige zijlijn koos. In plaats van haar nek uit te steken en het te doen.

    Niet lang daarna verliet ik mijn werkplek.

    Braindump
    Met nog geen nieuwe baan, had ik alle tijd om te schrijven, maar nee. De maanden van buffelen en over grenzen gaan, braken mij op. Ik kreeg ontstressingshoofdpijnen en het duurde zeker zes weken voordat ik weer een beetje normaal naar een beeldscherm kon kijken. De inspiratie bleef uit, maar ik wilde wel schrijven. Dus dat was wat ik deed; een braindump van alles wat er de afgelopen twee jaar had plaatsgevonden, met de kernvraag ‘is dat wat je doet, het ook waard? Want ik had gemerkt dat ik niet de enige was met te veel stress en hoofdpijn.

    Hoe beraak je de lezer?
    Met 120 pagina´s tekst trok ik voor de tweede keer de bergen in. Teksten die over mij gingen en gelezen zouden worden door schrijfcoaches. Best confronterend, vond ik. De schrijfcoaches waren unaniem in hun oordeel: het verhaal lag te veel aan de oppervlakte.

    Weg van de dagelijkse hectiek op het thuisfront en met de focus op het schrijven, begreep ik gelukkig precies wat ze bedoelden.

    Schrijven is het uitvergroten van emoties.

    Mijn pakket aan papier was weliswaar de resultante van heel veel persoonlijke emotie, maar op een afstandelijke manier gebracht. Waarom? Omdat het over mijzelf ging. Het was mijn verhaal.

    Welke vorm past bij mij?
    Daarmee had ik precies de vinger op de zere plek gekregen. Zolang het letterlijk mijn verhaal bleef, zou ik niet dieper tot de emotie kunnen doordringen. Het moest dus het verhaal van iemand anders worden, waarop ik mijn eigen emoties kon projecten.

    ‘Wat is het allerergste wat je zou kunnen overkomen?’ vroeg iemand mij. ‘Schrijf daar eens over.’
    Ik liet onmiddellijk een kind dood gaan.

    Tijdens diezelfde schrijfweek was er een schrijfoefening, waarbij je een stuk tekst vanuit verschillende genres moest benaderen. Afgezien de hilarische verhalen die het opleverde, gaf het mij het inzicht dat een thriller-insteek mij uitermate goed lag.

    Familiegeluk is nu voor zo’n 70% geschreven en de feedback tijdens mijn laatste Schrijfweek, deze keer op Mallorca, heeft mij gesterkt in het vertrouwen dat ik op de goede weg zit.

    Het belang van de lange adem
    En zo ontstond, 1,5 jaar geleden, het begin voor mijn eerste boek. De weg er naar toe duurde vijf jaar. Vijf jaar van beginnen, stoppen, oppakken, wegleggen, weggooien, weer opnieuw beginnen, feedback vragen, aanpassen. Een ontwikkeling die onlosmakelijk aan mijn eerste boek verbonden is, omdat ik zonder die zoektocht niet tot de insteek van Familiegeluk had kunnen komen.

    Dus, beginnend schrijver, mocht je je afvragen of je op de goede weg zit, schroom niet je werk met anderen te delen en sta open voor hun feedback. Doe eens mee aan een schrijfoefening, zodat je meer inzicht krijgt in de vorm die het best bij jou past. En durf opnieuw te beginnen, alles wat je hebt geschreven draagt uiteindelijk bij tot het eindresultaat: jouw boek.


    Volg de ontwikkeling van mijn eerste boek Familiegeluk via Facebook: https://www.facebook.com/familiegeluk

    Ook op schrijfweek of jezelf even terug trekken (klik op de tekst)?

     

    Een verkorte versie van deze blog is ook gepubliceerd op Schrijven Online

  • De Tzum-prijs, oftewel de mooiste zin

    De Tzum-prijs, oftewel de mooiste zin

    Het regent op het moment niet alleen veel water, maar ook heel veel boek-prijzen.

    Daar kan ik erg enthousiast over worden, ondanks de confronterende waarheid dat ik veelal geen van de winnaars heb gelezen. Sommige titels staan al enige tijd op mijn te-lezen-lijstje, dat enkel maar langer wordt. Sommigen wil ik echt lezen, anderen moet ik van mijzelf lezen, ter lering als schrijver. Die laatste zijn de boeken die het langst ongelezen in de kast blijven staan, omdat ik er maar niet voor in de stemming kom. En heel veel titels halen het lijstje überhaupt niet, omdat ik al afhaak bij de omschrijving van het verhaal.

    De mooiste zin
    De lijst met prijzen is te specifiek om hier te noemen en ik laat de bespreking ervan dan ook graag over aan de vele literaire- en boekblogs die er al zijn. Eén prijs wil ik wel uitlichten, omdat ik niet wist dat-ie bestond en het echt een heerlijk fenomeen vind: de Tzum-prijs, oftewel de prijs voor de mooiste zin. Briljant!

    Persoonlijk kan ik namelijk heel blij worden van een mooi zin. Of ik hem nou zelf geschreven heb of iemand anders, een zin die goed loopt, die meer zegt dan je op het eerste oog denkt, die direct een beeld oproept, doet lachen, nadenken of een combinatie van dit alles, is prachtig. Vooral omdat het dwingt tot doorlezen; je wilt immers meer van dit fijns.

    Bijvoorbeeld deze, uit De Consequenties (2014) van Niña Weijers:

    Er volgde een uitwisseling van schouderklappen over en weer, een intrigerende omgangsvorm die voorbehouden was aan mannen onder elkaar en in heldere contouren de hele evolutie van aap naar mens blootlegde.

    Beeldend. Hilarisch. Mooi.

    Het kan ook kort en simpel. Zo word ik altijd nog heel gelukkig van de regel uit een oude cabaretvoorstelling van Diederik van Vleuten en Erik van Muiswinkel (let op het rijm):

    Dan jaag ik op een mammoet, omdat het van mijn stam moet.

    Legendarische film-quotes
    Films helpen ook om zinnen tot in de lengte van dagen in het geheugen te griffen.
    Wat dacht je van deze:

    Frankly, my dear, I don’t give a damn.

    Het zijn de beroemde laatste woorden van Rhett Butler aan Scarlett O’Hara uit de film Gone with the Wind (1939), waarbij scriptwriter Sidney Howard het woord ´Frankly´ toegevoegd heeft aan de originele zin uit het gelijknamige boek van Margaret Mitchell. Het maakt direct het verschil.

    Of deze:

    I’m gonna make him an offer he can’t refuse.

    Het is de meest bekende zin uit The Godfather, zowel het boek (1969) als alle drie de films, beiden geschreven door Mario Puzo.

    Uit Casablanca (1942) dringt zich de beroemde zin op van Humphrey Bogart aan het eind van de film:

    Louis, I think this is the beginning of a beautiful friendship.


    Het belang van openingszinnen
    Elk beginnend schrijver krijgt te horen dat zijn of haar boek valt of staat bij de openingszin. Het is deze zin die de potentiële lezer als eerste ziet, als hij het boek opent. Een slechte openingszin betekent dat de lezer het boek teruglegt. Bij een goede zin leest hij door, nieuwsgierig of op zijn minst geprikkeld, naar meer. En dat betekent een potentiele verkoop voor jou als schrijver.

    Wat maakt een zin nou tot een goede openingszin?

    Het kan de laconieke logica zijn, die je verder doet lezen, of je het er nou wel of juist niet mee eens bent, zoals die uit Jane Austen’s Pride and Prejudice (1813):

    It is a truth universally acknowledged, that a single man in possession of a good fortune, must be in want of a wife.

    De incorrectheid van iets dat anders niet zou zijn opgevallen uit George Orwell’s 1984 (1949):

    It was a bright cold day in April, and the clocks were striking thirteen.

    De veelomvattendheid, waarbij de tegenstellingen direct vragen oproepen uit Charles Dickens’ A Tale of Two Cities (1859):

    It was the best of times, it was the worst of times, it was the age of wisdom, it was the age of foolishness, it was the epoch of belief, it was the epoch of incredulity, it was the season of Light, it was the season of Darkness, it was the spring of hope, it was the winter of despair.

    Dat dit ook korter kan bewijst Vladimir Nabokov in zijn Lolita (1955):

    Lolita, light of my life, fire of my loins.

    En zo kan ik nog uren doorgaan.

    Tzum-prijs 2015
    De Tzum-prijs 2015 voor de mooiste zin gevonden in een boek uit 2014 gaat naar Dimitri Verhulst met de volgende zin uit Kaddisj voor een kut:

    Jouw kapsel, voor zover dat nog een kapsel mocht worden genoemd, had veel weg van zo’n in die dagen in zwang rakende ecologische tuin, waarin elke menselijke ingreep als een misdaad tegen de natuur werd beschouwd.

    Verhulst krijgt 36 euro, één euro voor elk woord, een beker en de eer natuurlijk.

    En jij? Welke zin uit een boek, film of lied is jou bijgebleven? Inspireer me en deel het via de comments hieronder.


     

    Meer lezen (klik op tekst):

  • Heel Nederland schrijft, maar één Nederlander wint

    Heel Nederland schrijft, maar één Nederlander wint

    Weet je het nog, de schrijfwedstrijd van Heel Nederland Schrijft (HNS)?
    Ik deed er aan mee met mijn inzending ZIJ.
    Het thema was je mooiste herinnering, die overigens ook fictief mocht zijn.

    Gisteravond was de prijsuitreiking in de Verkadefabriek in Den Bosch.
    En ik ging er heen.
    Niet omdat ik mij enige illusie maakte dat ik zou winnen, hoewel het een opsteker zou zijn voor het zelfvertrouwen om bij de eerste vijftig (van de 377 inzendingen) te horen.
    Nee, ik ging er heen uit nieuwsgierigheid. Nieuwsgierig naar wie er naar zo’n evenement gaat, wat er vertelt wordt en wat ik ervan kan leren.

    Vooroordeel
    Eigenlijk is het helemaal niets voor mij, zo’n bijeenkomst van aspirant schrijvers. En de naam Heel Nederland Schrijft roept toch sterke associaties op van truttige huismoeders, stoffige vijftigplussers en o-wat-ben-ik-verheven-bezig vrijgezellen types. Die dan dus allemaal heel erg schrijven.

    Dat is natuurlijk een enorm vooroordeel.

    Net als de angst om als enige in de zaal te zitten. Goed voor mijn zichtbaarheid, maar het heeft ook iets beschamends; zowel voor de organisatie, als voor mijzelf.

    Diverse pluimage
    De Verkadefabriek  is 10 minuten lopen vanaf het centraal station van Den Bosch. Om half acht loop ik de foyer van de afgehuurde ruimte in, waar gratis koffie en thee klaar staat. Mijn eerdere vooroordelen moet ik direct bijstellen: het publiek is van diverse pluimage. De vijftig plussers en vrouwen zijn zeker goed vertegenwoordigd, maar ik zie ook mijn eigen type (40+, maar van mening nog best jong te zijn, of in ieder geval zeker niet oud) en ook twintigers en dertigers. Het is zoals ze zeggen: heel Nederland schrijft.

    Om tien over half acht schuifelen we achter elkaar de zaal binnen, waar we direct overvallen worden door het typetje ‘werkster’. Ze doet wat lolligs met een kruimeldief en wenst ons veel succes. Haar toegevoegde waarde ontgaat me.

    Spanning
    Dan begint het lange wachten en ik betrap mijzelf erop dat ik toch wel wat nerveus ben, alsof ik degene ben die straks een presentatie moet houden. Dat is wat een theaterzaal met mij doet.

    Mensen druppelen binnen, de organisatie direct herkenbaar aan de formele blik en de stapel papieren onder de arm. Een echtpaar komt de zaal in en even denk ik dat ze bij de werkster-act horen. Ze nemen echter plaats op de voorste rij.

    We wachten inmiddels zo’n kwartier en ik vraag mij af of ik iets gemist heb over ‘om acht uur beginnen’.  Om mij heen zijn de spontane gesprekken met onbekende buren losgekomen. Dat is wat wachten met mensen doet. Ik heb mij strategisch tussen twee lege stoelen geplaatst, en staar naar het podium waar een grote bank en leeststoel in combinatie met een staande lamp en vloerkleed de suggestie van een zitkamer oproepen. Op een scherm op de achterwand wordt het logo van de wedstrijd, een groot hoofd met tekst, geprojecteerd. Onverwacht verschijnt daar nog meer tekst overheen:´new version of dvx software is available’.

    Dan is het tien over acht en komt het werkster typetje het podium opgelopen. Ze stelt zich voor als Mientje en geeft aan dat ze Linda de Mol vervangt, omdat die vanavond helaas niet kan presenteren. Dit kan nog een lange zit worden. Het licht gaat uit en Gijs Wanders (oud NOS presentator) verschijnt op het projectiescherm. Hij leest een verhaal voor en ik ben verward. Ging Gijs Wanders niet het winnende verhaal voorlezen? Daar zouden ze toch niet direct al mee beginnen, zonder enige vorm van aankondiging? Het verhaal is uit en de schrijver blijkt niet aanwezig. Gelukkig maar, want wat als hij dezelfde gedachte had als ik? Dat had tot gênante vertoningen kunnen leiden.

    Natte dromen en meer
    Mientje neemt het weer over en ondervraagt het publiek over hun inzendingen. De belangrijke vraag daarbij is ´welke boodschap wil je met je verhaal vertellen?’.
    Ik schrik op, over een boodschap heb ik helemaal niet nagedacht, ik heb gewoon geschreven. Gelukkig zit ik hoog genoeg om niet in de ondervragingsronde terecht te komen.

    De thema’s zijn zeer uiteenlopend; er komen jeugdherinneringen voorbij, herinneringen aan vakanties, afscheid nemen, muziek en er is zelfs iemand die over een natte droom in relatie tot de Heilige Familie heeft geschreven. Mientje reageert gepast en ik stel mijn eerste indruk over haar bij.

    Primaire levensbehoefte
    Dan neemt Ric Hofmans het woord. Hij is één van de initiatiefnemers van Heel Nederland Schrijft en degene die alle 377 inzendingen ook daadwerkelijk heeft gelezen. Ik neem aan dat hij dus ook de voorselectie van 50 beste verhalen voor de vakjury heeft gedaan. Ric geeft aan dat hij het vertellen van verhalen beschouwt als een primair menselijke behoefte, zoals eten en drinken, en dat hij vanuit deze gedachte samen met de afwezige Carin Wormsbecher het Heel Nederland Schrijft platform is gestart. Zodat iedereen die een verhaal wil vertellen dat kan delen. Ik vraag mij serieus af of de presentatrice-werkster Mientje deze Carin Wormsbecher is; haar kennis over de ingezonden verhalen is duidelijk van incrowd niveau. Ook houdt ze er lekker de vaart in en verwoordt ze menig gedachte als ze Peter van Loon, met Wonderful tonight (230 Facebook likes) als winnaar van de publieksprijs, aankondigt. ´Of je hebt heel veel vrienden, een grote familie en mensen omgekocht, of een echt goed verhaal.´ Ook Peter zit niet in de zaal om zijn waardebon van 150 euro voor het realiseren van zijn boek bij Drukkerij Wedding in ontvangst te nemen en zo zal het helaas met alle auteurs van de voorgelezen verhalen zijn.

    Ric Hofman leest één van zijn favoriete inzendingen voor, Dierennamenverzinner van Lucien Roosen. Wat hem aanspreekt is dat het is geschreven vanuit de insteek van een kind.
    ‘Há,’ denk ik, ‘dat is die van mij ook.’
    Ik luister naar het verhaal. Bloemrijk, schiet door mijn hoofd als ik de draad begin kwijt te raken.
    ‘Bloemrijk,’ is ook wat Ric verzucht, als hij klaar is met lezen. ‘Je merkt meteen dat het is geschreven door een Vlaming, die kunnen dat zo veel beter dan Nederlanders.’
    Daar gaat definitief mijn hoop op een plaatsje bij de beste 50.

    And the winner is…
    De vakjury wordt voorgesteld, bestaande uit Jan Dijkgraaf (publicist, hoofdredacteur), Maaike Gerritsen (romanschrijfster en docent bij de Schrijversacademie) en Diederik van Leeuwen (oud-directeur BNL en expert op gebied van lezen en publiceren). Ze zijn blij dat ze zich alleen over de voorselectie van de 50 beste inzendingen hoefden te buigen, want ´er zaten vast ook hele slechte verhalen tussen´.  Mientje gaat daar wijselijk niet op in. We krijgen te horen dat er meer inzendingen van vrouwen dan van mannen zijn ontvangen, wat niemand verbaast. De flauwe opmerking van Jan Dijkgraaf dat vrouwen meer tijd hebben, wordt afgewezen en hij corrigeert zichzelf door te stellen dat vrouwen meer talig zijn (ik versta in eerste instantie meer tanig), en mannen sneller voor de bèta-kant kiezen. Dit leidt tot de onvermijdelijke vraag of schrijvers als Saskia Noort en Esther Verhoef wel of niet onder het kopje literatuur vallen en ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de jury meer van de Literatuur met de hoofdletter L is.

    Dan is het tijd voor de winnaar van de avond. Eigenlijk moet ik schrijven winnaars, met een ´s´ erachter, want er is een eerste en tweede prijs. Toch gaat het er in de laatst tien minuten echt om wie er met de hoofdprijs van door gaat. De strijd, die overigens al lang en unaniem door de jury beslist is, wordt gestreden door twee heren, Gert-Jan van den Bemd met Ex en Hein van der Sloot met Kus. Beide heren worden verzocht het podium te betreden en mogen hun eigen verhaal voorlezen. Ik heb met ze te doen, één van hen wordt nummer twee. Een hele prestatie, maar toch ongemakkelijk met die nummer één zo vlak naast je.
    Twee verhalen, allebei over de eindigheid van een relatie. Het is uiteindelijk Gert-Jan die met de opleiding van de Schrijversacademie naar huis gaat. Hij had wel een vermoeden, want de organisatie had hem laten weten dat het wel de moeite waard was om vanavond aanwezig te zijn. Zijn reactie is ingetogen, hij hoopt dat de roman die hij heeft geschreven nu wellicht wel gepubliceerd gaat worden. Hein wint een waardecheque van Euro 500 voor het publiceren van zijn eigen boek bij Drukkerij Wedding.

    Om half tien is de presentatie afgelopen en kan er met een drankje nog nagepraat worden in de foyer. Dit is natuurlijk het moment om mij onder de mede-aspirant schrijvers te begeven en mijn visitekaartjes in de handen van de organisatie en jury te drukken. Ik werp een blik op de aanwezigen en besluit lafhartig dat ik liever mijn trein naar Den Haag pak. Ik netwerk wel virtueel via deze blog.

    Wat heb ik geleerd?
    In de trein haal ik het boekje van de vijftig beste verhalen uit de ontvangen goodybag en begin te lezen. Mooiste herinneringen beslaan veel gebieden, maar de thema’s liefde (beginnende, eindigende, ongewenste, eeuwigdurende, bloederige) en vrijheid zijn toch wel favoriet. Sommige verhalen spreken mij aan, bij anderen haak ik al snel af. Ik ben niet zo van de metaforen en over bloemrijke omschrijvingen heb ik het al gehad. De vraag waarom mijn inzending het niet tot die vijftig heeft gehaald wordt door het lezen ervan niet beantwoord. Misschien gebeurde er te weinig? Ik realiseer mij in ieder geval dat ik meer zal moeten nadenken over de boodschap achter mijn verhaal. En nog meer oefenen in het beeldend schrijven, wat iets anders is dan bloemrijk.

    De stem van de conducteur schalt door de luidsprekers: ‘Goedenavond dames en heren, voor wie net in Utrecht is ingestapt heet ik u namens het personeel van de NS hartelijk welkom. Met deze trein brengen wij u, via Gouda, naar de residentie Duh Haag.’
    ‘Goed verhaal’, zegt de jongen naast me.
    En zo is het maar net!


    Ook lezen?

    Op de website van Heel Nederland Leest kun je de fysieke exemplaren aanschaffen: