Opinie Archieven - barbarasevenstern.nl

Categorie: Opinie

  • Rebellen en dwarsdenkers

    Rebellen en dwarsdenkers

    Ik ben hem zojuist gaan volgen, schrijver en programmamaker Özcan Akyol, maar waar ik echt nieuwsgierig naar ben, is zijn nu al veelbesproken essay voor de aankomende Boekenweek, waarin hij het boekenvak geheel binnen het thema van dit jaar (rebellen en dwarsdenkers) onderzoekt.

    Aanleiding van de commotie rondom het essay is de (mogelijke) reputatieschade van een zekere boekhandel in Veenendaal. Als je het mij vraagt is het een prachtig PR mogelijkheid, waarop de boekhandel in kwestie op gepaste wijze inhaakt. Alle klanten krijgen bij aanschaf van het essay een boekenlegger met de tekst: “elke overeenkomst met bestaande personen berust op toeval. Veel leesplezier, boekhandel Van Kooten”. Inclusief smiley. Briljant! En laat ik deze week nou heel toevallig in de buurt van Veenendaal vertoeven ;-).

    Aan de rebelse literatuur schrijvers

    Akyols vraagstuk in zijn essay richt zich echter op de rebelse literatuur schrijvers; waar zijn ze gebleven? Of zoals Toef Jaeger dinsdag in het NRC schreef ‘het essay is een tirade tegen de elitaire boekenwereld die de ontlezing aan zichzelf heeft te danken’.

    Ik ben benieuwd.

    De niet-lezer

    Ik schrijf geen literatuur. Mijn debuut Familiegeluk is een verhaal met een gedoseerde hoeveelheid spanning en romantiek. Zo’n boek dat, zo begrijp ik uit de interviews met Akyol, volgens die elitaire boekenwereld gelezen wordt door niet-lezers.

    Inmiddels is deze groep niet-lezers echter een stuk groter dan de groep lezers. Sterker nog, dankzij hen wordt er überhaupt nog een beetje gelezen. En dus is het hoog tijd om iedereen in zijn waarde te laten én om het verschil te gaan maken als literair schrijver. Dat is tenminste wat ik uit de voorgesprekken met Akyol begrijp. En o ja, iedereen kan en mag zelf zijn keus maken welk boek hij wel of niet leest.

    De schoen wringt

    AHA! Maar daar wringt in mijn ogen ook een schoen.

    Want het mag je dan een zorg zijn (of niet) dat De Bestseller 60 voor het overgrote deel bestaat uit boeken gelezen door niet-lezers, feit blijft dat zo’n lijst gedomineerd wordt door de bekende namen.

    Oké, die hebben zich in het verleden bewezen of hebben een onderwerp, naam of netwerk dat deuren opent. Good for them. Maar wanneer je weet dat de fysieke boekhandels hun inkoopbeleid baseren op deze lijst (ze moeten tenslotte verkopen), dan snap je dat het voor de beginnende auteur, zijnde geen Bekende Nederlander of schrijvend over één, behoorlijk lastig is om gezien en dus gelezen te worden.

    ‘Zorg dan dat je in die lijst terecht komt,’ zeg jij nu wellicht. En daarin heb je een punt. Maar om in die lijst te geraken, moet je eerst serieus verkopen. En om serieus te verkopen, moet je zichtbaar zijn. En dat kip-ei dilemma is precies waar de schoen wringt.

    Serieus verkopen

    Ik heb serieus verkocht tijdens mijn boekpresentatie bij Paagman in Den Haag. Zo serieus dat ik die week zelfs op nummer 1 van hun Boek Top 5 belandde. Voor Geert Mak, Simone van der Vlugt en Auke Kok’s boek over Cruijff. Hoe cool was dat. En hoe zichtbaar was mijn boek. Niet alleen in de winkel, maar ook in de nieuwsbrief en op de website. Want zo gaat dat met lijstjes.

    Dankzij de inspanning van mijn uitgever was het e-book van Familiegeluk opgenomen in de Hebban Adventskalender 2019, wat resulteerde in een vierde plaats in de Hebban Rank. Wederom een grote zichtbaarheid onder de lezersdoelgroep. En zo waren er nog meer geslaagde marketingacties rondom mijn boeklancering.

    Maar wat daarna?

    Boekmarketing

    Daarna is het toch echt aan mij als auteur zelf om met mijn boek de boer op te gaan. Boekwinkels, journalisten, bibliotheken, leesclubs en talkshow te benaderen. Haakjes zoeken, zodat mijn verhaal relevant wordt voor de aangesproken partij. Elke gebeurtenis rondom het boek bekijken vanuit PR waarde. Is die er, hup, nieuwsbericht eruit. Tijdrovende zaken en bij lange na niet iets waar elke auteur zich comfortabel onder voelt of het netwerk voor heeft.

    Ako op Schiphol

    En laten we wel wezen, in het licht van het wereldnieuws en de roddel en achterklap, valt een verhaal rondom het schrijven van Familiegeluk al snel af. Als onbekende auteur ben ik vooral afhankelijk van de gunfactor van de lokale boekhandel en media. Iets wat ik koester, maar het blijft wel regionale zichtbaarheid, die mij niet bij de Ako op Schiphol doet belanden. Een plek waar een boek als Familiegeluk juist uitermate geschikt voor is.

    Natuurlijk, er blijven onbekende auteurs doorbreken. Auteurs die wel Thriller van de Maand worden bij gerenommeerde boekhandels en besproken worden in praatprogramma’s. Van wie de rechten verkocht worden aan het buitenland. Gelukkig maar. En ik weet ook dat een grote media exposure geen garantie voor hoge verkoopcijfers is.

    Zichtbaarheid

    Toch breek ik graag een lans voor al die “onzichtbare” boeken die het verdienen om gelezen te worden. In een tijdperk waarin er steeds minder gelezen wordt en het CPNB de lezer centraal wil zetten, zou er meer zichtbaarheid moeten zijn voor (debuterende) auteurs wiens boeken geen maatschappelijke impact zullen hebben, maar wel garant staan voor een paar uur leesplezier bij een hele grote groep lezers. Niet-lezers zo uw wil. Maar die wel moeten weten dat die boeken er zijn.

    Misschien een leuk thema voor de Boekenweek 2021?

  • Marie Kondo: opruimen in theorie

    Marie Kondo: opruimen in theorie

    Mijn leven inrichten zoals ik dat zelf wil? Dat lijkt me wel wat. Volgens de Japanse opruimguru Marie Kondo is het ook mogelijk. Als je maar O P R U I M T. Het is precies dit woord waar ik op aansla, want opruimen is nou niet echt mijn ding. Zoals mijn echtgenoot regelmatig verzucht, ‘jij ruimt niet op, jij verplaatst.’ 

    Ken je dat? De uitpuilende kledingkast waar je echt een keer doorheen moet, de stapel knutselwerkjes van de kinderen of foto’s van jezelf, om nog maar te zwijgen over de zolder, garage, gangkast of elke plek waarvan je kunt doen alsof er niets achter zit. Uit het oog, uit het zicht. Of in de terminologie van Marie Kondo gesproken: het hart.

    Een groot hart

    Volgens Kondo gaat het bij het opruimen niet om het functionele besef dat je iets nodig hebt of dat iets nog zo goed als nieuw is (en dus zonde om weg te doen). Nee, de vraag die je jezelf volgens haar moet stellen, is hoeveel je van je spullen houdt. Het komt neer op omdenken: kijken (voelen) wat je wilt houden in plaats van wat je wilt weggooien. De liefde voor je spullen bepaalt de uitkomst.

    Maar wat als ik nou eens een heel groot hart heb?

    Heft in eigen hand

    Volgens Marie Kondo biedt haar KonMari-methode uitkomst. Wie op deze manier opruimt, ontdekt waar hij of zij blij van wordt en dat effect geeft vertrouwen in het eigen vermogen om beslissingen te nemen. Als je kamer vervolgens schoon en netjes is, kun je niets anders dan naar binnen kijken. Het resultaat is dat je veel duidelijker ziet wat je nodig hebt in het leven en wat niet.

    Onkunde

    Het voorwoord van Kondo’s besteller Opgeruimd! vertelt me niet alleen wat de KonMari-methode voor me kan betekenen, het benadrukt vooral het enorme succes ervan. Deze “wij van wc-eend” houding maakt me nogal kregelig, maar met het vooruitzicht op een opgeruimd leven, geef ik het een kans.

    “Opruimen,” zo lees ik, “is een reeks simpele handelingen waarbij objecten van de ene plek naar de andere verplaatst worden”. Zou echtgenoot dan toch ongelijk krijgen? Nee, blijkt als snel, want waar het om gaat, is dat je de objecten terugzet waar ze thuishoren. En dat is precies waar het misgaat, aldus onze Japanse opruimgoeroe. De meeste mensen zijn hiertoe niet in staat, omdat ze simpelweg nooit hebben geleerd op te ruimen.

    Obsessie

    Gelukkig, ik ben een opruimsukkel, maar deze onkunde ligt niet aan mij. En vanaf nu biedt de KonMari-methode mij redding. Mijn kregeligheid gaat langzaam over in ergernis. Kondo’s obsessie met het opruimen van werkelijk alles om haar heen voelt anorectisch, waarbij elke hap wordt afgewogen op calorieën en er continue slimme manieren worden gevonden om nog meer af te vallen. Haar devotie tot het opruimen (en correct opvouwen!) van spullen roept associaties op met sektes, bepaalde geloofsovertuigingen of zelfverrijkingstromingen. Ze is enorm oordelend, wat pijnlijk schuurt op de momenten dat je je er niet in kunt vinden. Zoals haar mening over boeken. “Hun doel is dat ze gelezen worden…. Dat ze op de boekenplank staan, heeft geen nut.”

    Gelukkig

    En toch kruipt Kondo langzaam onder mijn huid. Het is haar eigen zoektocht naar een structureel opgeruimd bestaan dat me aanspreekt. Daarbij spaart ze zichzelf niet. De tegenslagen, de smoesjes, het uitstelgedrag, de neuroses en het opgeven. O zo herkenbaar en menselijk. En uiteindelijk legt ze de keus bij mij en mijn gevoel. Als ik gelukkig word van het boek, dan hoort het bij me en mag ik het houden.

    Alles verkeerd

    Dus lees ik door. Om tot de onomstotelijke conclusie te komen: ik doe werkelijk alles verkeerd. Van het denken dat ik die jas nog wel zal dragen tot het bolletjesdraaien van mijn sokken. Ik scoor bijzonder goed in de categorie Komono, Japans voor kleine dingen, verschillende spulletjes, accessoires, gadgets of kleine hulpmiddelen, onderdelen of gereedschappen. En ook ik val in de verleiding spullen te kopen die mij gaan helpen bij mijn opruimwens.

    De herkenning is te groot om nog langer te ontkennen. Het is tijd voor de KonMarie-methode!

    Wordt vervolgd…

  • Mevrouw?

    Mevrouw?

    Stel je voor. Je staat te wachten bij de trein en scrolt door je smartphone. Een advertentie popt op, iets met bijzondere vakantieplekken tegen last minute prijzen. Voordat je verder mag, willen ze eerst nog wat van je weten, maar inloggen via Facebook of Instagram behoort ook tot de mogelijkheid. Nu ben je al weken lang nodeloos op zoek naar die éne locatie die wel leuk en betaalbaar is, dus klik je door.

    Op dat moment tikt er iemand op je schouder. Je schrikt op en kijkt recht in het verweerde gezicht van een onbekende man. De geur die van zijn lichaam komt, vertelt je dat het enige tijd geleden is dat hij onder een douche heeft gestaan. Nog voordat hij iets kan zeggen, schud je je hoofd.  Nee, je hebt geen geld voor hem. De man opent zijn mond en je doet ongewild een stap achteruit. Om je heen werpen mensen begripvolle blikken. ‘Mevrouw?’  Zijn stem klinkt hees, als van een verstokte roker. Weer schud je je hoofd, een verontschuldigende glimlach bevroren op je lippen. Het laatste waar je op zit te wachten, is dat deze man aanstoot neemt aan jouw afwijzing. Je draait je gedecideerd om en richt je blik weer op je scherm, waar inmiddels Mark van TravelSecrets aangeeft de sleutel tot jouw droomvakantie te hebben.

    ‘Mevrouw.’ De stem achter je klinkt dringender en je bent blij dat net op dat moment de trein komt binnenrijden. Terwijl je je laat meevoeren met de mensenmassa laat je Mark weten dat het gaat om een vakantie van drie weken in september, binnen Europa, maar wel in een land met een aangename temperatuur. En je houdt niet van grootschalige campings. Vanuit je ooghoeken zie je hoe de zwerver  – met zo’n uiterlijk moet het wel een zwerver zijn – achter je aankomt.  ‘Mevrouw!’ Negeren, nog even en je zit veilig in de trein. Op je scherm bedankt Mark je voor je zoekopdracht. Om tot een optimaal advies te komen, wil hij graag weten hoe oud je bent, of dit je enige vakantie van dit jaar is en hoeveel alles mag kosten. Snel tik je de gevraagde informatie in.

    In de coupé weet je een plek bij het raam te bemachtigen. Zo onopvallend mogelijk werp je een blik op het perron opzoek naar de zwerver. Je ziet hem vrijwel direct staan. Hij oogt verslagen, maar zijn blik leeft op als hij jou achter het raam ontwaart. Je kijkt snel weg, maar ziet nog net hoe hij iets in de lucht houdt. Het is een fel groene keycord, met daaraan een sleutelbos. Met een ruk draai je je hoofd terug naar het perron. En terwijl de trein langzaam het station uitrijdt, zie je nog net hoe de man zijn schouders ophaalt en jouw sleutels langzaam in zijn zak verdwijnen.


    Jouw recht op privacy

    Weten wat er met je gegevens gebeurt en niet in het minst: het daar mee eens zijn. Dat is wat de nieuwe privacywet (AVG) vanaf 25 mei 2018 beoogt te waarborgen. En daarom worden we de afgelopen weken bestookt met berichten over aangepast privacy beleid. Van multinational tot individuele blogger, iedereen is in de pen gekropen om duidelijk te maken dat zij jouw persoonlijke gegevens niet misbruiken. Juridische teksten zijn herschreven naar korte en begrijpbare uitleg, bedrijven blijken afdelingen of op z’n minst een functionaris voor gegevensbescherming te hebben –  waar ook nog eens direct contact mee gelegd kan worden – en wie budget over heeft, maakt een video. Slim, want de boodschap achter de nieuwe wetgeving is bij uitstek een kans om je te profileren als betrouwbare partner die het belang van zijn doelgroep voorop heeft staan.

    Het touwtje uit de digitale brievenbus

    Daar waar we voorheen een touwtje uit onze digitale brievenbus lieten hangen, geven we nu heel bewust onze sleutel af. Dat is tenminste het idee. De vraag is of we al die vereenvoudigde teksten werkelijk kritisch doornemen en vanaf heden gaan bijhouden of onze gegevens na de vastgestelde termijn worden verwijderd. Of nemen we al die berichten rondom de AVG voor lief en gebruiken we het hoogstens voor het opschonen van onze eigen mailbox?

    Privacyverklaring

    Met de invoering van de AVG worden bedrijven, organisaties, bloggers en online bezoekers aangesproken op hun verantwoordelijkheid. Daarbij draait het om vertrouwen, bewustwording en integriteit. Ook ik heb als blogger vanaf heden een Privacyverklaring aan mijn website toegevoegd.

  • Schrijven in het digitale tijdperk

    Schrijven in het digitale tijdperk

    Gisteren was het de internationale dag van het handschrift. Het Platform Handschriftontwikkeling greep die gelegenheid aan om bij de Tweede Kamer een petitie neer te leggen, waarin ze voorstelt van schrijven een apart vak te maken. Want in ons digitale tijdperk is een net handschrift een rariteit aan het worden.

    Mijn handschrift is niet mooi te noemen, op z’n best is het leesbaar. Ik kijk immer met een jaloerse blik naar briefjes waarop de letters op vloeiende en creatief-ogende wijze uit de pen zijn gerold. Oefening baart kunst, vandaar natuurlijk de roep om een apart schrijfvaardigheid vak.

    Karakteramnesie

    Het doet me denken aan China. Sinds de intrede van smartphones en tablets hebben ze daar te kampen met ’karakteramnesie’: je herkent een karakter als je het ziet, maar weet niet hoe het te schrijven. Nu telt het Chinese schrift duizenden karakters, die ook nog eens aan strenge regels zijn gebonden. Elke streep, punt of haal moet in de juiste volgorde en de juiste richting worden gezet. Dat gaat veel verder dan een correcte spelling. Dat gaat om een oude cultuur en hoe die te interpreteren.

    Overtrokken

    Terug naar Nederland. Het handschrift van oudste (jongen, linkshandig en ADHD) was jaren een Serieus Probleem op school, tot het moment dat hij in groep vijf belandde en ik er van de ene op de andere dag nooit meer iets over hoorde. Inmiddels zit hij in groep acht en schrijft hij volgens zijn klasgenoten als een meisje, zo netjes. Vanuit deze ervaring vind ik al die stress over netjes schrijven dan ook overtrokken. Sommige problemen lossen zich ook op door er niet te zwaar aan te tillen en het de tijd te geven.

    Creativiteit

    En toch. Ik ben ervan overtuigd dat we naast tikken op een toetsenbord of beeldscherm ook met regelmaat de pen moeten oppakken. Waarom? Omdat je op papier niet constant aan het verbeteren slaat, wat je focus op het creatieve proces houdt in plaats van een zo mooi mogelijke zin maken. Dat redactieproces is belangrijk, maar wie aan het begin van een verhaal, werkstuk of mindmap staat, dient zich primair bezig te houden met het bedenken ervan. Mijn thriller-in-wording Familiegeluk is zo ontstaan. Liggend in de hangmat met alleen pen en papier, kon ik vrij denken en hoepla, daar was ineens het plot van mijn verhaal.

    Trage computer

    Het is ook wetenschappelijk bewezen: tijdens het handmatig schrijven leggen je linker en rechter hersenhelft verbindingen waardoor je je beter kunt concentreren en sneller denken. ‘Je hoofd wordt een trage computer als je niet genoeg schrijft,’ stelt oud-docent Aartje Schoemaker in een NOS interview van gisteren.

    Een trage computer, in een tijdperk waarin nu niet snel genoeg is. Hoe erg is dat? We hebben toch Siri of YouTube, aan wie we mondeling kunnen vragen iets voor ons op te zoeken? En onze spellingscontrole vertelt ons niet alleen als we iets foutief intikken, hij corrigeert het betreffende woord ook nog eens voor ons. Dat is toch vooral makkelijk?

    Winst

    Natuurlijk is dat ook zo. Zeker wanneer spelling – zoals bij mij – niet je sterkste punt is. Maar wanneer je – ook zoals ik – bent opgegroeid in een tijd dat een werkstuk handgeschreven werd ingeleverd, dan is het ondenkbaar dat je niet schrijft. Met de hand. Ik begrijp evenwel ook dat dat geen reden is om het te blijven doen, maar eerder een teken van inflexibiliteit en misplaatst romantisme.

    Waar het mij om gaat is het gevaar van gemak, dat voorbij gaat aan de winst die er te behalen valt wanneer je wel even die extra moeite doet. Schrijven is een prestatie van het geheugen. Wie een woord opschrijft, zal merken dat hij het beter onthoudt dan wanneer hij het alleen maar leest. Hetzelfde geldt voor klakkeloos intikken van wat er gezegd wordt versus dezelfde informatie in eigen woorden opschrijven. Actief iets met de informatie doen, daar gaat het hier om.

    Achterliggend probleem

    Is een apart schrijfvak de oplossing? Ik denk het niet. Een onleesbaar handschrift is immers slechts één van de aspecten van het veel grotere achterliggende probleem: de negatieve gevolgen van digitalisering. Want van een slechte schrijfvaardigheid is het een kleine stap naar de achteruitgang van leesvaardigheid. Waarom immers een artikel lezen als ik een video kan kijken? In het geval van mijn kinderen maar al te vaak opgenomen door een puber of Tijdelijke BN’er wiens taalgebruik zich beperkt tot ‘jó bro‘ en ‘fucking this‘. Wat mij direct op spreekvaardigheid brengt.

    Verantwoordelijkheid

    Voor mijn kinderen is de meer en meer gedigitaliseerde wereld de werkelijkheid waarin zij leven. Als ouder heb ik de keus dit hun enige werkelijkheid te laten zijn of hen ook een andere aan te reiken, waarin digitalisering een toegevoegde waarde heeft, maar niet allesbepalend is. Als school hieraan bijdraagt, juich ik dat van harte toe.


    Bij het schrijven van deze blog heb ik dankbaar gebruik gemaakt van de volgende bronnen:

    Je hoofd wordt een trage computer als je niet genoeg schrijft
    Tabletgeneratie in China worstelt met karakters van het oeroude handschrift
    Sommige Chinezen verleren het schrijven
    Chinese jeugd verleert het handschrift

  • ADHD en ODD op school – met 9 praktische tips

    ADHD en ODD op school – met 9 praktische tips

    Klassen van dertig kinderen, een leerkracht die aan zijn taks zit en dan jouw drukke en opstandige kind dat net die druppel is die de emmer doet overlopen. School roept om een onderzoek op ADHD en voordat je het weet, word je verzocht over te gaan op medicatie voor je kind en je alvast te verdiepen in bijzonder onderwijs.

    Het zijn verhalen uit de krant en mijn omgeving. Ik weet dus dat het gebeurt. En toch zakt elke keer mijn broek weer af als ik er over hoor. Het kan toch niet zo zijn dat de school van mijn zoon de enige school in Nederland is die wel in staat is om te gaan met een kind met ADHD en ODD?

    Regulier onderwijs zonder al te veel excessen

    Ik schreef al eerder een blog over opstandige kinderen in de klas en de schorsing van oudste vorig jaar geeft aan dat ook in ons geval het niet altijd loopt zoals je zou willen. En toch zit hij nog steeds op regulier onderwijs, zonder al te veel excessen. Ja, hij slikt medicatie om zijn schoolperiode te kunnen overbruggen. Niet vanuit het uitgangspunt dat zijn leerkracht hem anders niet aan kan, maar omdat hij zelf dan stukken minder last heeft van geluid en beweging om hem heen, dat bij hem veel harder binnenkomt dan bij ons. Minder last, betekent niet alleen beter kunnen concentreren, maar ook dat hij minder overprikkeld raakt en dus minder (snel) geïrriteerd reageert op zijn omgeving. Fijn voor zijn klasgenoten en juf, maar bovenal fijn voor hemzelf!

    Geaccepteerd en gewaardeerd om wie hij is

    Dit alles wil niet zeggen dat medicatie het antwoord is, het is slechts één van de hulpmiddelen die je kunt inzetten om ADHD en ODD hanteerbaar te maken voor zowel het kind als diens omgeving. Oudste heeft geluk dat zijn klas geen 30 maar 24 leerlingen telt, toch denk ik dat het allerbelangrijkste de houding van zijn klasgenoten en leerkrachten is. Hij wordt geaccepteerd en gewaardeerd om wie hij is. School is daarmee een veilige plek voor hem, waar hij welkom is, ook als het een keer mis is gegaan.

    Waarom werkt het bij ons op school?

    Het heeft mij aan het denken gezet. Hoe komt het dat het voor onze oudste wel werkt op school? Ik kom tot een aantal cruciale factoren:

    1. Erken dat er een probleem is en dat je bereid bent hieraan te werken
      Je mag als ouder wellicht het gedrag niet herkennen, maar als school aangeeft dat jouw kind zich onhandelbaar opstelt in de klas, zul je er toch iets mee moeten. En dat gaat verder dan het probleem terugleggen bij school, het gaat immers om jouw kind. School heeft jou nodig. Zeker als het negatieve gedrag zich thuis niet voordoet, is de stap om een diagnose te laten stellen wellicht groot, maar als het handvatten biedt om verder te kunnen, zou ik het zeker aanraden.
    2. Wees duidelijk en open in je communicatie met school
      Toen de oudste dwars en opstandig gedrag begon te vertonen, heb ik alle lijnen met school strak aangetrokken. Ik zorgde ervoor altijd bereikbaar te zijn, stuurde updates over zijn diagnosetraject en coaching en vroeg aan het begin van elk schooljaar een kennismakingsgesprek aan met zijn nieuwe leerkracht. Ik liet de leerkrachten weten als er thuis iets was voorgevallen wat een negatief effect kon hebben op zijn gedrag in de klas en deelde tips en trucs die in de omgang met mijn oudste werkte.
    3. Het kind hoort op school
      Het patroon van ‘opstandig in de klas = naar huis mogen’ is zelfs voor een vierjarige makkelijk te herkennen, met als gevolg dat hij daar naar gaat handelen. In feite wordt zijn dwarse gedrag beloond, terwijl hij moet leren dat hij overdag op school hoort te zitten. Naast mijn eigen bereidwilligheid is mijn uitgangspunt dat daar waar het probleem zich voordoet, het ook opgelost dient te worden. Dat wil niet zeggen dat ik mijn kind nooit een middag thuis heb gehouden, soms is het voor alle partijen in kwestie beter om even niet met elkaar geconfronteerd te worden. Het mag echter niet het uitgangspunt of een patroon worden.
    4. Zorg voor een plek waar het kind zich terug kan trekken
      Als het even niet meer gaat, is het heel fijn dat je weet dat er een plek is waar je (onder toezicht) naar toe kunt. Een leeg klaslokaal of kantoortje waar het kind na een woedeuitbarsting tot rust kan komen, maar ook waar hij naar toe kan om zo’n uitbarsting juist te voorkomen. In sommige situaties kan even alleen op de gang al uitkomst bieden.
    5. Maak duidelijke afspraken met school waar iedereen zich aan dient te houden
      Onze oudste kan praten als Brugman en als het hem uitkomt neemt hij alles letterlijk. Het is dus de zaak hem bij de les te houden en geen ruimte voor vrije interpretatie te geven. Zo is de afspraak dat hij na drie waarschuwingen de klas uit moet. De vraag is alleen, wat is precies een waarschuwing? Zeker voor een kind bij wie al zoveel tegelijkertijd binnenkomt. Visualeer het, was mijn oplossing. Elke waarschuwing is een gele kaart, twee gele kaarten betekent daarna een rode en hij weet dondersgoed wat dat inhoudt. En zeg als leerkracht nooit ‘wie niet wil meedoen met de les, kan naar huis gaan.’
    6. Kijk naar de behoefte van het kind
      Een kind met ADHD en ODD kan minder lang stil zitten dan een kind die dit niet heeft. Je kunt dit als docent maar beter accepteren, zodat je de onrust voor kunt zijn. Mijn oudste heeft regelmatig met onbeschreven briefjes naar de administratie van school gelopen, puur om hem even zijn bewegingsvrijheid te geven. Ook zit hij al jaren achterin de klas, het liefst in een hoek, waar hij zo min mogelijk last heeft van de ruis om hem heen. Hij heeft een koptelefoon en een studiebuddy die hij naar eigen gelieven in kan zetten. Eigenlijk is het net als bij een puppy cursus: veel liefde en korte, heldere instructies met een beloning achteraf.
    7. Vermijd fysiek contact
      Dit geldt in ieder geval voor mijn oudste zoon. De natuurlijke neiging om hem tegen te houden wanneer hij ontploft, is groot. Zeker als hij los wil gaan op de uitdager in kwestie. Toch is het verstandig in het geval van een vechtpartij de ander mee te nemen in plaats van mijn oudste tegen te houden. Woede maakt hem ongekend sterk en omdat het hier om ADHD en ODD gaat, zal elk kalmerend advies op dat moment niet tot hem doordringen. Wij hebben de duidelijke afspraak met school dat ze hem in zo’n situatie laten gaan, mede omdat we inmiddels weten dat hij altijd naar huis zal lopen.
    8. Neem het niet persoonlijk
      Een kind met ADHD en ODD zal jou, als docent, zeker uitproberen. Dat heeft niets met jou als persoon te maken, maar alles met het feit dat je nieuw voor hem bent. En nieuw is veelal beangstigend. Hij wil weten waar hij staat en valt daarmee terug in gedrag dat voor hem bekend is, namelijk dwars en opstandig. Het risico dat hij daarmee neemt, is nihil, want de klas uit gestuurd worden, is een vertrouwd verschijnsel voor hem. Datzelfde kind zal je gezag niet automatische accepteren omdat je nou eenmaal de leerkracht bent, je zult het moeten verdienen om wie je bent. Benader hem daarom ook op ‘eyelevel’, ga niet in de verdediging om je gelijk te krijgen, maar geef hem ruimte om aan je te wennen. Realiseer je dat het kind zichzelf evenveel in de weg zit als jou en waarschijnlijk meer.
    9. Een gedragsstoornis is niet per definitie negatief
      Een kind met ADHD en ODD zal vaak niet op zijn beurt wachten, maar het antwoord of zijn reactie door de klas roepen. Dat komt wellicht dwars over, maar wat als het nou eens enthousiasme is? Als zijn late reactie op het niet wegleggen van zijn boeken, voortkomt uit het feit dat hij helemaal op was gegaan in zijn werk of spel? Als zijn commentaar op zijn medeleerlingen voortkomt uit het feit dat de kinderen naast hem al de hele tijd zitten te fluisteren (wat bij hem tien keer zo hard binnenkomt)?  Als zijn directe antwoord oprecht bedoeld is en niet brutaal? Of de vechtpartij op het schoolplein getriggerd werd door de uitdagende opmerking van een heel ander kind dat pas praat als de leraar zich heeft omgedraaid? Realiseer je dat dit soort kinderen vaker bekritiseerd worden dan gecomplimenteerd. Wat als hij doorkrijgt dat jij hem voor vol aanziet en niet als de vanzelfsprekende onruststoker in de klas? Je zou zomaar je meest loyale leerling hebben gevonden.

    Natuurlijk is bovenstaand niet zaligmakend. Elk kind is anders en de éne docent is beter dan de ander in de omgang met kinderen die graag buiten de lijntjes kleuren. Je kunt als ouder het gevoel hebben niet gehoord te worden door school en vice versa. Is het dan verstandig tegen de klippen op je kind op die school te willen houden? Ik denk het persoonlijk niet. Uiteindelijk gaat het om zijn belang en dat is een omgeving die het beste uit hem weet te halen binnen de bandbreedte waar hij om vraagt.

    In bovenstaande tekst spreek ik over het kind als ‘hij’, maar het kan natuurlijk net zo goed ‘zij’ zijn.

  • Klantgerichtheid

    Klantgerichtheid

    Klantgerichtheid is een gave. Je kunt er talloze boeken over lezen, opleidingen voor volgen, maar aan het eind van het dag moet het centraal kunnen stellen van wensen van een ander ook simpelweg in je zitten. Is dit niet het geval, wat doe je dan in godsnaam in een branche waarin alles om hospitality draait?

    We hadden het hotel gekozen op de ligging, maar met een vier sterren beoordeling, kwamen we er toch ook met een zekere verwachting.

    De eerste indruk was prima. Een oubollige inrichting, maar fijne bedden en genoeg ruimte op de kamer.

    Tot zover de goede indruk.

    Scène 1
    ‘U weet dat u voor de parkeerplaats moet betalen?’
    Nee, dat wisten we niet.
    ‘Dan weet u het nu.’

    Scène 2
    ‘Uw bittergarnituur. Niet correct? O, u had bitterballen?’

    Scène 3
    ‘De badkamer stroomt over? Tot in uw kamer? We laten er iemand naar kijken. Als u bij terugkomst u wilt melden bij de balie.’

    Scène 4
    ‘Een taxi bestelt om zes uur? Bij mijn collega? Nee, we weten van niets. Een taxi duurt ongeveer een kwartier. Of iemand u kan brengen? Nee helaas, daar hebben we het te druk voor.’

    Scène 5
    ‘Uw cadeau op ons terras laten liggen? Doordat u onverwacht lang op de taxi moest wachten? U bent toch dichtbij? Wij brengen het u wel even. Wat zegt u? Niet bij het bruidspaar van 1 kilometer verderop. Nee, dan gaat het helaas niet door. 3,5 kilometer is echt te ver om voor langs te komen. Ik kan wel een taxi voor u bestellen.’

    – ontploffing mijnerzijds –

    ‘Iemand is met een kwartier bij u.’

    Driekwartier en meerdere telefoontjes later (de bezorger van het cadeau had een foutieve locatie doorgekregen) stopt er een auto voor mijn neus. Een man die ik herken van het hotel stapt uit. Ik open mijn mond om hem te bedanken, maar hij is mij voor. ‘Succes ermee.’ Met die woorden duwt hij het cadeau in mijn handen, draait zich om en stapt weer in de auto. Hij rijdt nog net niet met piepende banden weg.

    Scène 6
    ‘Een overstroming in uw badkamer? Nee, ik weet van niets.’

    Gehoord worden

    Een fout bittergarnituur is niet iets waar ik normaal gesproken over val. Net zoals ik niet snel tegen iemand uit mijn dak zal gaan, uiteindelijk ben ik zelf verantwoordelijk voor het meenemen van mijn spullen. Waar het omgaat, is dat ik verwacht als klant gehoord te worden. Dat iemand zich in mijn situatie kan inleven en op gepaste wijze reageert.

    Dus niet zoals de gastvrouw van een zeker tweesterren restaurant in Antwerpen zei, toen wij druipend van de regen binnenkwamen en stelden dat het toch wel heel vies weer was, ‘Daar kan ik niets aan doen.’

    Ontzorgen

    Als klant wil ik mij graag begrepen en geholpen voelen. Ontzorgd. Zeker wanneer er iets goed te maken valt, maar stiekem ook als ik degene ben die het probleem heeft gecreëerd. Iemand die klantgericht is, snapt dat en zal op z’n minst de indruk wekken er alles aan te doen mijn probleem weg te nemen.

    Zoals de medewerker van het hotel op Ibiza, toen ik een foute boeking had gemaakt en we met z’n vieren een dag te vroeg arriveerden.

    Of de dames achter de balie op Schiphol, die begrepen dat we geen €400 extra wilden betalen voor het aanpassen van een omschrijving op ons vliegticket, simpelweg omdat het niet onze fout was dat die omschrijving niet klopte (hier geen link, ik wil de dames niet in problemen brengen).

    Loyale klant

    Begrip en medewerking maakt van mij een mak lammetje en waarschijnlijk zelfs een merkambassadeur.

    Het hotel op Ibiza, waarvan de medewerker alsnog een kamer wist te regelen, is nu mijn favoriete verblijfplaats en iedereen die een logeeradres op het eiland zoekt, verwijs ik er heen.

    Het restaurant in Antwerpen kom ik nooit meer terug. En ik niet alleen, ook mijn omgeving is gewaarschuwd.

    De dames van Schiphol die er voor zorgden dat we zonder extra kosten onze vlucht haalden, hebben we bij terugkomst een cadeautje gebracht.

    Word of mouth

    Hoeveel moeite was het geweest om echtgenoot en mij naar de feestlocatie 3,5 km verderop te brengen, toen bleek dat het misgegaan was met de taxireservering? Zeker als je weet dat we al te maken hadden gehad met een overstroomde badkamer.

    En zo’n medewerker die mijn vergeten cadeau komt brengen, zou hij zichzelf ook niet beter voelen als hij had gezegd ‘veel plezier met geven’ in plaats van zijn chagrijn over de extra klus zo overduidelijk te tonen?

    Klantgerichtheid had een positief verhaal opgeleverd, ‘Heel vervelend dat het mis ging met de taxi, maar ze hebben het direct goed opgepakt’. Nu is het een blog over misstappen en een negatieve beoordeling op internet.

  • Methylfenidaat: ADHD in balans

    Methylfenidaat: ADHD in balans

    Als mensen ergens een mening over hebben dan is het wel over medicatiegebruik bij ADHD. De bijwerkingen, de onbekende risico’s op lange termijn, het gemak waarmee het geadviseerd wordt, ook ik ken de tegenargumenten. En toch slikt onze oudste al ruim twee jaar methylfenidaat*. 

    ‘Voel je zelf nu dat je een pil hebt genomen?’ Ik kijk hem vragend aan. Hij haalt ongeïnteresseerd zijn schouders op, zijn blik gericht op de iPad voor hem. Zoveel rust als dat hij nu uitstraalt, zoveel aanwezigheid was er zojuist in het zwembad. Een schril contrast en niet voor de eerste keer verbaas ik mij over het effect van zijn medicatie op zijn gedrag.

    Ruimte voor zijn omgeving

    Want dat het dat is, daar twijfel ik geen seconde aan. Hoezeer ik ook zou willen dat het de ontspanning na de fysieke inspanningen in het water is, de moeheid vanwege het late tijdstip van de avond ervoor of een natuurlijk gevolg van het feit dat hij zich op z’n gemak voelt in het huis van mijn zus waar wij sinds gisteren logeren. Ik weet dat het de medicatie is die ervoor zorgt dat hij niet meer aan een stuk door loopt te gillen, het de hele tijd beter weet en alle aandacht opeist. Dat het de reden is dat hij weer ruimte heeft om te luisteren naar en rekening te houden met zijn omgeving.

    Dat ik dit zo zeker weet, is omdat we vanochtend de medicatie waren vergeten. Het is vakantie en alles loopt wat anders dan anders. Er zijn ouders die ervoor kiezen hun kind überhaupt alleen tijdens de schoolperiode medicatie te geven, wanneer je je niet kunt permitteren overprikkeld te zijn. Enerzijds omdat er les gegeven moet worden, anderzijds omdat je als kind ook in staat wilt zijn deze les te kunnen volgen.

    Van eng naar spannend en bespreekbaar

    Ik zie het nog niet zo snel gebeuren dat oudste geen medicatie meer slikt in de vakantie. Zeker niet wanneer we op vakantie gaan, want dat betekent dat alles nieuw is en alles wat nieuw is, is eng. Een pil brengt het enge naar spannend en bespreekbaar. Vooral dat laatste is essentieel: zolang ik mijn oudste op zijn gedrag kan aanspreken, blijft hij hanteerbaar. Als ik dit niet meer kan, is hij een ongeleid projectiel.

    Ongeleid projectiel

    Een ongeleid projectiel kan heel grappig en innemend zijn. Ik geniet van zijn onbevangenheid in het zwembad, hoe hij ongegeneerd gilt en vreemde geluiden slaat en met een simpele zwemband enorm veel lol kan hebben. Onbewust van z’n omgeving of wat anderen van hem denken. Zolang ik mijn aandacht op hem gericht heb, heerst er gecontroleerde chaos. Dit is ook een kant van hem en die mag er zijn. Die kan er alleen niet altijd zijn.

    Waarom? Omdat in datzelfde zwembad nog drie kinderen spelen. Kinderen die ook de ruimte willen hebben om hun ding te doen. Die ook eens met de zwemband en de duikbril willen spelen en hun nieuwe truc laten zien. Die niet de hele tijd door de oudste afgeblaft willen worden. En omdat ik niet de hele tijd mijn blik op mijn oudste gericht kan hebben. Al was het maar voor iets praktisch als een toiletgang of een maaltijd, die niet vanzelf op tafel verschijnt.

    Interactie en redelijkheid

    Doe ik mijn oudste hiermee tekort? Hij zei net zelf dat hij geen verschil merkt van z’n pil. Deze keer niet. Net zoals het effect van zijn gedrag op z’n omgeving deze keer aan hem voorbij gaat. Op school merkt hij het wel degelijk. Hij weet hoe het voelt als de medicatie is uitgewerkt, hoe hard alle geluiden binnenkomen en hoezeer hij zich daar vervolgens aan ergert. Met alle gevolgen van dien.

    Oudste heeft zich inmiddels weer bij de anderen in het zwembad gevoegd. Deze keer met medicatie. ‘Wie doet er mee met Marco Polo?’ De rest stemt in met het spel. Oudste is de tikker en nu is er geen gezeur. Hij zoekt de interactie, is redelijk wanneer iemand het niet met hem eens is en als hij ziet dat de tuindeur openstaat, snelt hij tussendoor het bad uit om te voorkomen dat de zitkamer straks vol met vliegen zit. Voor het moment hoeven we geen politieagent te spelen, hem uit het water te halen, omdat hij de boel terroriseert met z’n gedrag.

    Dat is ook een kant van hem die er mag zijn.


    * Oudste is elf jaar, 158 lang en weegt 45 kilo. Hij is twee jaar geleden begonnen met 10 mg en slikt inmiddels 20 gram Equasym, een langdurig methylfenidaat speciaal ontwikkeld om de schoolperiode te overbruggen. Op dagen dat hij ’s middags school heeft, neemt hij sinds begin dit jaar tijdens zijn lunch 10 mg kortdurend methylfenidaat extra.

  • Opvoeders gezocht!

    Opvoeders gezocht!

    Als er één onderwerp is waarbij je ongevraagd advies beter achterwege kan laten, dan is het wel opvoeden. Vele vriendschappen zijn gestrand of op z’n minst bekoeld door goedbedoelde tips rondom verantwoord ouderschap.

    Dit klinkt wellicht bizar als je kijkt naar de hoeveelheid websites, tijdschriften en boeken over opvoeden. En wie zelf kinderen heeft, weet als geen ander dat er momenten zijn waarbij inhoudelijke hulp van harte welkom is. Waarom voelt advies vanuit de omgeving dan toch snel als kritiek?

    In deze gezinnen waren de kinderen de baas

    Toen echtgenoot en ikzelf nog geen kinderen hadden, keken we vaak naar de Nanny (niet die hysterische Amerikaanse serie, maar de Engelse ‘that behaviour is unacceptable’ Jo Frost). We verwonderden ons over het onbeheerste gedrag van peuters en kleuters, maar vooral over de totale verslagenheid van hun ouders. In deze gezinnen waren de kinderen de baas, dat zou ons toch echt niet overkomen! Inmiddels drie eigen kinderen verder, weet ik dat het ideale gezin niet bestaat en dat er verschillende redenen zijn waarom je als ouders water bij de wijn doet.

    Over een andere boeg

    Zelf denk ik dat het hebben van een kind met ADHD en ODD mij gedwongen heeft nog meer over mijn eigen opvoedstijl na te denken. Immers, als de bekende regels niet werken, zal je het over een andere boeg moeten gooien. Wanneer je kind snel overprikkeld raakt en alles letterlijk neemt, dien je als ouders extreem helder te zijn in je communicatie. Wanneer hij bij het minst of geringste opstandig, dwars en driftig wordt, is het des te belangrijker om te weten welke confrontatie je als ouder wel aangaat en welke je laat voor wat hij is.

    Discussie met een twee-jarige

    Het moge duidelijk zijn dat ik nogal wat vind van de allesbepalende rol die ouders hebben in relatie tot het gedrag van hun kinderen. Gelukkig ben ik daarin niet de enige. Vorige maand mocht Filemon Wesselink aanschuiven bij RTL Late Night, hij had samen met zijn zus Clarinde Wesselink het kinderboek ‘Papa zegt ja’ geschreven. Over het ja zeggen van ouders, wanneer het eigenlijk nee moet zijn.

    Het gesprek aan tafel zette mij aan het denken, niet in het minst vanwege de YouTube filmpjes die werden getoond om aan te geven hoe feilloos ons ogenschijnlijk onschuldig nageslacht inspeelt op de wankele houding van ons, de ouders. Discussie met een tweejarige over wel of niet alleen gaan fietsen, eerst nee zeggen en dan toch ja zeggen over wel of niet op een schommel. Het zijn allemaal zaken waarvan we weten dat we ze niet zouden moeten doen, maar waar we ons – geef toe – allemaal wel eens schuldig aan hebben gemaakt. Terwijl we ook allemaal weten dat het leidt tot het creëren van monsters.

    Het kind of het filmpje

    Mij gaat het hier echter niet om de toegeeflijkheid van de ouders, maar om de filmpjes. Oké, ze zijn hilarisch, omdat ze herkenbaar zijn en omdat je weet wat er gaat gebeuren. Maar ik krijg er ook een ongemakkelijk gevoel van. In mijn ogen zijn deze ouders veel meer bezig met het maken van een leuk filmpje dan met hun kind.

    Wat als deze ouders hun camera’s hadden weggelegd en hun kind op ooghoogte hadden aangesproken of desnoods onder de arm meegenomen? Dan was er vast veel gekrijs geweest en zeker geen grappig filmpje. Maar er waren wel duidelijke grenzen gesteld. Misschien is dat iets om een volgend keer over na te denken, voordat we besluiten een discussie met ons kind aan te gaan voor een grappig filmpje op YouTube.

  • Leven met ADHD en ODD

    Leven met ADHD en ODD

    Toen onze oudste zoon acht jaar was, is hij gediagnostiseerd met ADHD en ODD. Een dubbele gedragsstoornis, waarbij kenmerken als druk, opstandig, impulsief, inflexibel en boos de boventoon voeren. En waar heel veel mensen een mening over hebben.

    ‘Het valt toch wel mee?’, ‘Tegenwoordig heeft iedereen ADHD’, ‘Geven jullie hem wel genoeg bevestiging?’, ‘Je moet gewoon strenger tegen hem zijn?’ Zomaar een paar opmerkingen die ik als ouder te horen krijg als het om het gedrag van onze oudste gaat.

    Ik deed wat een schrijver doet

    Een jaar geleden realiseerde ik mij dat ikzelf ook een duidelijke mening rondom de onderwerpen ADHD en ODD had ontwikkeld en met name over hoe de buitenwereld tegen de diagnose aankijkt. En omdat ik schrijf, deed ik wat een schrijver doet: ik greep naar de pen (in mijn geval het toetsenbord). Mijn eerste stuk ging over het gebruik van medicatie bij ADHD en inmiddels blog ik alweer een klein jaar bij JM voor Ouders over de impact van een kind met ADHD en ODD op je gezin en de omgeving.

    Ervaringsdeskundige

    De reacties op mijn blogs zijn hartverwarmend. Vooral de herkenning is groot en ik blijf het bijzonder vinden hoe ik door het delen van mijn persoonlijke ervaring, anderen een hart onder de riem kan steken. Ik ben geen orthopedagoog, therapeut, coach of psychiater en pretendeer dit zeer zeker ook niet te zijn. Ik ben simpelweg een ervaringsdeskundige die toevallig ook schrijft. Vanuit die positie wil ik lastige situaties bespreekbaar maken, zodat een ander daar wat aan heeft. Dat betekent dat ik mij in mijn blogs richt op feitelijke gebeurtenissen en vooral mijn eigen rol in het verhaal. Ik (ver)oordeel mijn oudste niet, maar probeer hem te begrijpen. En dan gaat het er niet zozeer om wat hij doet, als wel waarom hij iets doet. En hoe ik daar als ouder mee omga.

    Meer inzicht en begrip

    Mijn doel is om hiermee zoveel mogelijk mensen te bereiken. In de eerste plaats ouders die met eenzelfde situatie worstelen, maar ook hun omgeving (familie, leerkrachten of vrienden) zodat er meer inzicht en daarmee begrip komt voor jou als ouder met een kind met ADHD (en ODD). En ook voor het kind in kwestie, dat er niet om gevraagd heeft zo snel geïrriteerd of gefrustreerd te raken.

    Hoe nu verder?

    Via levenmetadhd.net kom je direct op de overzichtspagina met mijn blogs over ADHD en ODD, inclusief een overzicht met mijn blogs bij JM voor Ouders.

    Niets missen? Volg mij dan op facebook.com/levenmetadhd.net.

    En heb je zelf een onderwerp, blog, vraag of suggestie, laat het mij vooral weten in de comments beneden, via een mailtje of deel je bericht op de genoemde Facebookpagina.

  • JM voor Ouders (ADHD & ODD blogs)

    JM voor Ouders (ADHD & ODD blogs)

    Elke twee weken blog ik voor JM voor Ouders over de impact van een kind met ADHD/ODD op mijn leven.

    Omdat ik deze blogs niet op mijn eigen website kan zetten, volgt hieronder een overzicht met een directe link naar elk verhaal. De blogs zijn los van elkaar te lezen, maar als je eerst wilt weten hoe wij erachter zijn gekomen dat onze oudste ADHD en ODD heeft, begin je met de onderste. En als je je afvraagt waarom ik in godsnaam over zoiets persoonlijks schrijf als mijn kinderen, dan verwijs ik je graag naar Help! Mama blogt.

    De grens bij ADHD en ODD

    Straf bij ADHD en ODD

    ADHD en de eeuwige onschuld

    ODD in de praktijk

    Het dilemma dat middelbare school heet

    Eerste hulp bij ADHD en ODD – met 11 praktische tips

    De onzichtbare kant van ADHD en ODD

    Het ideale gezin bestaat niet

    De spanning van Sinterklaas

    Hoe voorkom je discussie met je kind

    Jij hebt toch géén ADHD? Braaf gaan slapen dus.

    Hoe ga je om met de agressie van je kind?

    Dáárom samen sterk als ouders

    Opstandig in de klas

    Hoe voorkom je ruzie met je kind?

    Vakantiemanie

    Brusjes van ADHD’ers

    ADHD-medicatie, gemakzucht of hulpmiddel?

    Mama, ik wil dood