Toen ik een oud collega vertelde dat ik een boek aan het schrijven was, zei ze ‘Dat speelt zich zeker af in Den Haag?’
‘Eh,’ stamelde ik, ietwat van mijn stuk gebracht, ‘nee, eigenlijk niet.’
‘Nee?,’ herhaalde ze verbaasd. ‘Het leek me een logische keus, omdat je er woont.’
Omdat je er woont. De woorden bleven in mijn hoofd hangen toen ik die dag terug naar huis reed. En in de weken er na.
Mijn hoofdpersoon woonde namelijk in Amsterdam, evenals enkele cruciale bij-personages.
Waarom?
Gewoon.
Gewoon is geen antwoord, besefte ik mij.
Gewoon is een automatisme en dat is op zichzelf geen reden genoeg om iets te laten gebeuren.
Zeker niet wanneer je een boek schrijft en je het voorrecht hebt alles (maar dan ook werkelijk alles!) zelf te bepalen.
Ik realiseerde mij dat mijn collega een punt had. Ik mocht dan wel 15 jaar lang in Amsterdam hebben gewoond, niets in mijn verhaal maakte het van cruciaal belang om het daar ‘dus dan maar’ plaats te laten vinden.
De potentie van Den Haag
Den Haag heeft genoeg bedrijven waar mijn personages kunnen werken, genoeg galeries en musea, evenals leuke kroegen en woonplekken. Daarnaast heeft Den Haag een echt strand.
Inmiddels ben ik een jaar verder en is Den Haag een essentieel onderdeel van mijn verhaal geworden. Omdat ik er woon, is onderzoek naar locaties relatief eenvoudig en omdat ik er mijn jeugd heb doorgebracht, zijn veel dingen herkenbaar of snel opgezocht.
En er is nog iets.
Den Haag is een stuk minder populaire locatie in boeken dan onze hoofdstad.
En dat is straks toch mooi meegenomen in de marketing!
Welke boeken ken jij die zich in Den Haag afspelen? Laat het mij hieronder weten!
Ik schrijf een boek. Het is een roman met een thriller insteek en de (werk)titel is Familiegeluk. Naast de veelgestelde vraag ‘wanneer is het af?’ krijg ik ook vaak te horen ‘hoe lang ben je daar al mee bezig?’
Mijn eerste reactie is ‘een kleine 1,5 jaar’, maar eigenlijk is dat te makkelijk. Ja, het idee van Familiegeluk ontstond ergens in juni 2014, toen ik gelegen in een hangmat in de prachtige Oostenrijke bergen de eerste verhaallijn op papier zette. Maar om daartoe te komen had ik al vijf jaar afgelegd.
Dromen realiseren Toen eind 2008 het tweede kind van echtgenoot en mijzelf werd geboren, was ik tot de conclusie gekomen dat ik niet meer alleen wilde rennen voor de baas. Ik wilde mijn dromen achterna en één daarvan was het schrijven van een boek. Met de inzet van ouderschapsverlof ging ik 27 uur werken, waarbij vrijdag mijn schrijfdag werd. Eén dag in de week is niet veel, zeker niet toen de oudste na een half jaar naar de lagere school ging en ik om kwart voor drie al mijn plekje achter de computer moest verlaten, maar het was een begin. Ik had bedacht dat ik een chicklit ging schrijven, omdat mij dit als vrouw-van-ergens-in-de-dertig een laagdrempelig debuut-genre leek. Ik kon zo uit mijn eigen verleden en heden putten en mijn leeservaring met schrijfsters als Marian Keyes, Jill Mansell en Hellen Fielding was meer dan voldoende om een goed idee van de betere chicklit te hebben.
Droombaan Ik schreef een verhaallijn, synopsis, diverse karakteromschrijvingen en toen kwam kind nummer drie. En dat niet alleen, er deed zich een mogelijkheid voor van wat op dat moment mijn droombaan leek. Ik moest er alleen wel weer full-time voor gaan werken. Wat ik deed. Het boek-in-wording ging in de kast en twee jaar gingen voorbij.
En toen begon het weer te kriebelen. De droombaan bleek in combinatie met drie kleine kinderen toch meer een nachtmerrie en daarmee kwam de schrijfdroom weer terug. Ik las over een schrijfweek in de Oostenrijkse bergen en dacht maar één ding: daar moet ik naar toe.
Gelijkgestemden Ik stofte de oude papieren van de chicklit af en dook letterlijk onder in de bijzondere wereld van De Berghut, een pension voor ontmoeten, inspiratie en bergbeleving. In de veilige omgeving van gelijkgestemden, kon ik mij weer helemaal richten op mijn verhaal. En ik realiseerde mij: dat hoofdpersonage uit mijn boek, dat ben ik. Hier was een meisje dat heel graag iets wilde bereiken, maar voor de veilige zijlijn koos. In plaats van haar nek uit te steken en het te doen.
Niet lang daarna verliet ik mijn werkplek.
Braindump Met nog geen nieuwe baan, had ik alle tijd om te schrijven, maar nee. De maanden van buffelen en over grenzen gaan, braken mij op. Ik kreeg ontstressingshoofdpijnen en het duurde zeker zes weken voordat ik weer een beetje normaal naar een beeldscherm kon kijken. De inspiratie bleef uit, maar ik wilde wel schrijven. Dus dat was wat ik deed; een braindump van alles wat er de afgelopen twee jaar had plaatsgevonden, met de kernvraag ‘is dat wat je doet, het ook waard? Want ik had gemerkt dat ik niet de enige was met te veel stress en hoofdpijn.
Hoe beraak je de lezer? Met 120 pagina´s tekst trok ik voor de tweede keer de bergen in. Teksten die over mij gingen en gelezen zouden worden door schrijfcoaches. Best confronterend, vond ik. De schrijfcoaches waren unaniem in hun oordeel: het verhaal lag te veel aan de oppervlakte.
Weg van de dagelijkse hectiek op het thuisfront en met de focus op het schrijven, begreep ik gelukkig precies wat ze bedoelden.
Schrijven is het uitvergroten van emoties.
Mijn pakket aan papier was weliswaar de resultante van heel veel persoonlijke emotie, maar op een afstandelijke manier gebracht. Waarom? Omdat het over mijzelf ging. Het was mijn verhaal.
Welke vorm past bij mij? Daarmee had ik precies de vinger op de zere plek gekregen. Zolang het letterlijk mijn verhaal bleef, zou ik niet dieper tot de emotie kunnen doordringen. Het moest dus het verhaal van iemand anders worden, waarop ik mijn eigen emoties kon projecten.
‘Wat is het allerergste wat je zou kunnen overkomen?’ vroeg iemand mij. ‘Schrijf daar eens over.’
Ik liet onmiddellijk een kind dood gaan.
Tijdens diezelfde schrijfweek was er een schrijfoefening, waarbij je een stuk tekst vanuit verschillende genres moest benaderen. Afgezien de hilarische verhalen die het opleverde, gaf het mij het inzicht dat een thriller-insteek mij uitermate goed lag.
Familiegeluk is nu voor zo’n 70% geschreven en de feedback tijdens mijn laatste Schrijfweek, deze keer op Mallorca, heeft mij gesterkt in het vertrouwen dat ik op de goede weg zit.
Het belang van de lange adem En zo ontstond, 1,5 jaar geleden, het begin voor mijn eerste boek. De weg er naar toe duurde vijf jaar. Vijf jaar van beginnen, stoppen, oppakken, wegleggen, weggooien, weer opnieuw beginnen, feedback vragen, aanpassen. Een ontwikkeling die onlosmakelijk aan mijn eerste boek verbonden is, omdat ik zonder die zoektocht niet tot de insteek van Familiegeluk had kunnen komen.
Dus, beginnend schrijver, mocht je je afvragen of je op de goede weg zit, schroom niet je werk met anderen te delen en sta open voor hun feedback. Doe eens mee aan een schrijfoefening, zodat je meer inzicht krijgt in de vorm die het best bij jou past. En durf opnieuw te beginnen, alles wat je hebt geschreven draagt uiteindelijk bij tot het eindresultaat: jouw boek.
‘Hoe was het? Waar zijn de foto’s van het eten?’ De vragen worden op mij afgevuurd, inclusief de meest voor de hand liggende: ‘was het het waard?’
Ik ben net terug van een bliksembezoek aan Ibiza. Niet voor een mindful yoga retreat of exclusieve nachtclub sensatie, nee, ik ging er naar een restaurant. Of, zoals onze oudste treffend verwoordde, ‘pappa en mamma zijn effe op en neer naar Ibiza om een hapje te eten’.
Je kunt heel makkelijk allerlei redenen bedenken om dit over-the-top te vinden. Dat is precies wat ik ook deed, enkele weken geleden bij het lezen van de vooraankondiging:
vijf Nederlandse top chefs ruilen hun eigen keuken tijdelijk in voor een pop-up restaurant op Ibiza.
Mijn oog viel op één van de namen van de chefs, Edwin Vinke van de Kromme Watergang in Hoofdplaat (Zeeuws-Vlaanderen).
Dat kon niet waar zijn: mijn favoriete chef én mijn favoriete eiland!
Hier moesten echtgenoot en ik naar toe.
…..
Of toch niet.
Want ja, zoiets is niet gratis.
En daar komt dan ook nog verblijf en oppas bij.
En de timing in september is uitermate ongelukkig met het begin van het schooljaar.
Los nog van de beschikbaarheid van de oppas.
Ik was reëel en verstandig en liet het gaan.
Gelukkig was echtgenoot dat niet. Want sommige dingen moet je gewoon hebben meegemaakt. En dit is voor ons één van die dingen.
Société Anonyme Zo komt het dat ik afgelopen dinsdagavond samen met echtgenoot over een zeer kuilig zandpad rijd ten noorden van Ibiza. Buiten is het pikdonker en het enige zichtbare is de aangelichte houten poort van het luxe Hotel Rural Astarte. We stappen uit op de binnenplaats en worden opgevangen door een boomlange beveiliger, die ons verrassend toegankelijk welkom heet. Een met lampjes verlicht pad leidt ons naar een staantafel waar initatiefneemster Diana Pattiselanno ons staat op te wachten.
Diana is een hartelijke dame, die het idee van Société Anonyme, zoals het pop-up restaurant heet, bedacht gedurende een sabbatical.
Creativiteit samenbrengen, maar altijd vanuit het bord.
De contacten met de restaurants had ze al vanuit haar voormalige functie bij RTL Productions en de chefs waren enthousiast. Een onbekende keuken in een ander land, dat betekent inspiratie en uitdaging.
Foto: Remy Sapuletej
Het is de openingsavond en Diana praat aanstekelijk over haar nieuwe avontuur. ‘Ik zei tegen mijn man, als we het nu niet doen, doen we het nooit meer.’ Ook heeft ze grote ambities. ´Deze keer zijn het Nederlandse chefs, maar we willen zeker ook met buitenlandse topkoks samenwerken.’
Achter Diana staat Mike Dooms, de sommelier van De Kromme Watergang en gedurende de avond ook in de rol van oplettende gastheer. We begroeten elkaar als oude bekenden, wat we na een huwelijksaanzoek en zeven keer eten bij hen in het restaurant ook wel een beetje zijn. Zeker op deze exotische locatie.
Het gastvrije gevoel vinden we ook terug bij de bar, waar ons een glas Aix Rosé wordt ingeschonken als welkomst drank. Op de achtergrond draait een DJ sfeervolle muziek, hij zal dit de hele avond blijven doen, zonder opdringerig te worden.
Come as you like De exclusieve omgeving vraagt om nadere inspectie en we lopen een rondje door de tuin, waar comfortabele zitjes her en der staan verspreid en we houten tafels op verschillende terrassen zien staan. Alles is sfeervol verlicht, tot en met het zwembad toe, waarin twee nepzwanen decoratief rond dobberen tussen drijvende theelichtjes. Later horen we dat de oorspronkelijke tafelopstelling rond dit zwembad was, maar de ongekende regenval van die ochtend heeft de organisatie doen besluiten het zekere voor het onzekere te nemen en dus wordt het diner geserveerd op het hoger gelegen, meer beschutte terras. Bijkomend voordeel: de aangrenzende keuken en de onvermijdelijke green-egg BBQ waarop een deel van de gerechten wordt bereid, creëert direct een sfeer van intimiteit.
Foto: Société Anonyme
Ik kijk nieuwsgierig rond, op zoek naar het antwoord op de vraag ‘wat voor mensen komen nu naar zo’n exlusief pop-up restaurant?’ Het antwoord is al snel duidelijk: een zeer divers publiek. Jong, ouder en van spijkerbroek, t-shirt en gympen tot en met jurkje met sleehak, het is er allemaal. Mijn voor het gemak en we-zijn-tenslotte-op-Ibiza gekozen platte slippers vallen dan ook totaal niet uit de toon.
‘Een combinatie van vakantiegangers, bewoners van het eiland zelf, relaties en pers,’ krijgen we bij navraag te horen. ‘ Zeker op een openingsavond als deze, is het belangrijk dat we worden opgepikt door mensen met een hoog media bereik. Daarom is het ook reuze spannend dat Sunnery en Ryan er zijn.’ Pas bij thuiskomst begrijp ik over wie ze het hebben.
Betekent dit dat je als betalende gast het gevoel hebt tussen de genodigden te zitten?
Nee, gelukkig niet. Ook heb ik geen enkel moment het idee van een ongenaakbare in-crowd. Elk gezelschap heeft zijn eigen tafel en je zit ruim genoeg van elkaar af om elkander niet tot last te zijn. De akoestiek op het terras is minder goed dan in het eigen restaurant in Zeeuws-Vlaanderen, maar dat past wel bij de informele sfeer die er gedurende de gehele avond hangt.
Zeeuwse nuchterheid meets Ibiza chique De chef komt persoonlijk elke tafel langs om de keus van het menu toe te lichten. Hij is oprecht vereerd (beschaamd haast) dat wij puur voor zijn kookkunsten naar Ibiza zijn gekomen. En dat vinden wij natuurlijk ook weer leuk.
Naast eerder genoemde Mike is de voltallige keukenbrigade meegekomen. De internationale bediening is wel nieuw en duidelijk nog wat onwennig. Ik voel de spanning van een opening en besef mij dat we een bijzonder moment meemaken.
En dan natuurlijk die andere vraag: wat hebben we gegeten en hoe was het?
Het was vooral vis en heerlijk, wat je kan verwachten van een top chef met een twee Michelinsterren visrestaurant. Vijf gangen met koffie en bijpassende wijnen, die vrolijk door werden geschonken als het glas leeg dreigde te geraken.
Als aperitief eten we fruits de mer met lokale zeevruchten en cocktails, waarbij de in moijto gemarineerde schelp een extra vermelding waard is. De bijgaande cava is opmerkelijk zacht van smaak.
Het voorgerecht is er eentje zoals je ze ook op de kaart in Zeeland terugziet; een ceviche van zeebaars, inktvis en zeekomkommer. Zacht van smaak en uiteraard niets van het taaie wat een inktvis wel eens kan hebben. We drinken er een Albarino bij.
Het hoofdgerecht vind ik persoonlijk het meest opvallend uit het rijtje en hoop ik zeker nog eens vaker te eten. Een bouillabaisse van heek, ansjovis, rode garnalen, aubergine en courgette. Ik heb zelf ook een sterke herinnering aan veel stukjes tomaat (echtgenoot eet geen tomaat), maar daarvan wordt op het menu geen melding gemaakt. De stevige heek vormt een heerlijke combinatie met de smaakvolle ‘soep’. In het glas zit een rosé uit de Languedoc.
Het pre-desert (prachtig woord) is een gerookte mousse van foie gras met peer, vanille, schapen yoghurt, lavendel en amandelen. Eigenlijk ben ik helemaal niet van de eendelever, en de portie was wat ruim. Dat ik tegen beter weten in hem wel helemaal heb opgegeten, zegt genoeg. Voor het tegenwicht drinken we een volle Godello.
Het echte desert is een combinatie van pure chocola, fennel, toffee crumble, groene appel en espresso. Met name de toffee is om je vingers bij af te likken. En omdat we op Ibiza zijn krijgen we hierbij een cocktail van Hierbas en groene appel.
We sluiten af met een koffie, geserveerd met chocolade bonbons met gezouten caramel en liquor 43.
Een mooi menu, waarbij de maag goed gevuld is zonder dat gevoel van ´net iets te veel´, wat in mijn geval ook nog wel eens kan gebeuren.
Geen evenement, wel een beleving Mooi eten op een fijne locatie is niet uniek, een chef uit zijn goed geoliede restaurant halen en op een (vakantie)eiland neerzetten om een fantastisch diner te bereiden met de middelen die hij daar heeft, is wel bijzonder. Société Anonyme spreekt op haar website van een ‘experience´ en ik vind dat een treffende omschrijving. De dynamiek en het enthousiasme van alle betrokkenen is voelbaar en aanstekelijk; met elkaar iets nieuws ondernemen.
Was het het waard?
Ja, voor mij wel. De band die wij met De Kromme Watergang hebben speelt daarin vast een rol, maar als ik de mogelijkheid had, zou ik de komende paar weken bij elke chef aanschuiven.
Die kan dan natuurlijk niet ontbreken; met Mike en Edwin.
Ook zo´n unieke culinaire ervaring?
Société Anonyme is nog tot en met zondag 27 september te bezoeken. Naast Edwin Vinke van De Kromme Watergang in Hoofdplaat (twee Michelinsterren) zullen ook Ron Blauw van onder andere Ron Gastrobar in Amsterdam (een Michelinster), Erik van Loo van Parkheuvel in Rotterdam (twee Michelinsterren), Soenil Bahadoer van De Lindehof in Nuenen (twee Michelinsterren) en Fred Mustert van Restaurant Fred in Rotterdam (twee Michelinsterren) hun culinaire best gaan doen op de prachtige locatie van Hotel Rural Astarte.
Afgelopen zondag was ik met mijn gezin op het strand. De zon scheen en de temperatuur was nog dermate goed dat we met z’n allen de zee in renden. Het zou tenslotte wel eens de laatste zomerdag kunnen zijn.
Mijn dochtertje van vier dook in het water en liet zich gierend van het lachen door de golven terug spoelen op het strand.
Nog een keer! Nog een keer!
Het was zo’n plaatje dat je direct wilt vastleggen. Haar natte bruine lijfje tussen de schuimkoppen van de zee, de oogjes stijf dichtgeknepen tegen de zon en het zout.
Wat als.. Klik, klik, ging mijn camera. Verheugd bekeek ik direct het resultaat.
En verstilde.
Want wat ik zag was niet de uitgelaten onbezorgdheid van het beeld vóór mij.
Nee, wat ik zag was een kindje. Aangespoeld aan de kust. Bewegingloos in het water.
Wat als dat mijn kindje was geweest?
Of dat van jou?
Je kunt het je niet voorstellen en – laten we eerlijk zijn – wilt het je ook niet voorstellen.
Toekomstperspectief
Hoe uitzichtloos moet het in je land zijn, dat je besluit met te veel mensen op een te kleine boot naar een onbekende bestemming te vertrekken? En dat je dan je kinderen meeneemt in dit risico-project. Terwijl niemand je heeft verzekerd dat je welkom bent. Als je de reis al overleeft.
Ik had het beeld van mijn dochtertje in zee nodig om mij wakker te schudden.
Om mij weer eens te realiseren wat een geluk ik heb in Nederland te wonen.
Dat mijn gezin geen armoede kent en toekomstperspectief heeft.
De grotere problematiek kan ik niet oplossen, maar iets doen wel.
Hulppaket En daarom ben ik zo blij met het initiatief van Nienke Bloem en Jacoby Mensinga. Wat houdt het in? Heel simpel, je stuurt een HULPPAKKET naar vluchtelingen op Lesbos! Op hun FB pagina Dutch Parcels for Refugeeslees je er meer over en vind je het stappenplan en de noodzakelijke paklijst.
Het is eenvoudige actie, waarbij ze gebruik maken van bestaande kanalen (Help for Refugees in Molyvos). Het enige wat het je kost is een zoektocht door je huis naar spullen die jij niet meer nodig hebt en de vluchtelingen wel, een doos én €28 voor het verzenden van het pakket naar Lesbos.
Mijn doos gaat deze week de deur uit. Die van jou ook?
Een tijdje geleden deed ik iets heel engs.
Ik deelde mijn inzending voor een schrijfwedstrijd op social media.
Hoezo eng? hoor ik je denken.
Geloof me, voor menig (beginnend) schrijver is het delen van zijn eigen creatie zenuwslopend. Het is toch een beetje je kindje. En je wilt ook niet horen dat die lelijk is. Daarom zijn alle baby’s op z´n minst schattig. Van een verhaal kan je dat niet zeggen, in ieder geval niet als het geschreven is door iemand van boven de acht jaar.
Enfin.
Ik deelde dus mijn inzending en ik kreeg heel veel likes. Minder dan de foto van mij en mijn dochter in dezelfde bloemetjes jurk, maar toch. Genoeg om opgelucht adem te halen.
Tot mij iets opviel.
Barrière De verwonnen likes zijn op mijn eigen FB pagina. En niet op de pagina van de wedstrijd organisator. Op die pagina heb ik slechts één like (stem), en die is van mijzelf. Best triest.
Hoe kan dat?
Het antwoord is simpel: het publiek kan alleen op je verhaal stemmen wanneer ze een profiel hebben aangemaakt op de website van Heel Nederland Schrijft.
Barrière! In ieder geval voor mijn virtuele achterban.
Inhoud versus marketing
Vanuit marketing begrijp ik de oproep heel goed. Een groot aantal deelnemers zal hetzelfde hebben gedaan als ik, waardoor Heel Nederland Schrijft eenvoudig en voor niets haar bereik, op z’n minst eenmalig, heeft vergroot.
Vanuit de inhoud blijf ik daar toch wat sceptisch over. Gaan die likes van de eigen achterban nou echt mee bepalen welk verhaal het best geschreven is? En wat is dan doorslaggevend?
De huidige fotowedstrijd van het NRC heeft dat in mijn ogen beter opgezet. Iedereen kan stemmen zonder in te loggen en aan het eind van de maand is er een publieks- en vakjury prijs. Op deze manier wordt én de moeite van de fanatieke eigen promotor beloond én de inzending apart beoordeeld op kwaliteit van inhoud.
Voordat de verontwaardiging losbarst:
Ik zeg niet dat het één niet samen kan gaan met het ander. Iemand kan fantastisch fotograferen of schrijven en ook nog eens zeer veel stemmen daarvoor werven. Good for you!
En dat een platform zijn leden, deelnemers of andere vorm van volgers inzet om zijn eigen zichtbaarheid te vergroten juich ik alleen maar toe.
Ik heb wel mijn twijfels over een verplichte inlog voor stemmen. En het vermengen van publiek- en jury opinie.
En jij? Hoe denk jij hier over?
P.S. De links naar mijn inzendingen vind je achter de vetgedrukte woorden:
Heel Nederland Schrijft korte verhalen wedstrijd: ZIJ; stemmen kan nog tot en met 31 augustus a.s.; klik hier om in te loggen
NRC Fotowedstrijd augustus: Scheveningen & Friesland; stemmen kan nog tot en met 28 augustus a.s. 17:00 uur
Pogingen iets van het leven te maken; Hendrik Groen
Ik had mijn eerste vakantieboek nog niet uit, of ik miste hem al: Hendrik Groen, de ik-persoon in ‘Pogingen iets van het leven te maken’. Hij is zo iemand van wie je hoopt dat, als je dan toch in een bejaardentehuis belandt, hij je buurman is.
Hij mag mijn buurman nu al zijn.
Een jaar lang geeft Hendrik Groen een kijkje in zijn leven in een verzorgingshuis in Amsterdam-Noord. Dat is niet altijd opbeurend, en zeker confronterend voor iedere 70-plusser. De gebeurtenissen zijn klein, en daarmee juist zo veelzeggend. De oprechte toon en humoristische wijze van schrijven, maakt dat het verhaal nergens over-sentimenteel of ongeloofwaardig wordt. Het is gewoon wat het is, en Hendrik weet er, samen met zijn sympathieke bejaarden vrienden, zeker wat van te maken.
Lezen dus, met een lach en een traan. Voordat de verfilming komt.
P.S. ook leuk vanuit de marketing: er is een grote stapel groot-letter exemplaren cadeau gedaan aan verzorgingstehuizen.
Het Rosie Project; Graeme Simsion Waarschijnlijk was het niet eerlijk dat ik ´Het Rosie Project´ direct na Hendrik Groen ben gaan lezen. Ik was nog te vol van mijn bejaarde om hoofdpersoon Don werkelijk een kans te geven. Daarnaast waren mijn verwachtingen hoog gespannen door alle lovende reacties uit mijn omgeving.
Het verhaal gaat over de autistische Don Tillman, een briljante docent genetica, die denkt dat hij met behulp van een zestien pagina’s tellende vragenlijst zijn perfecte partner kan vinden. Het moge duidelijk zijn dat als Rosie Jarman in zijn leven komt, zij niet hoog scoort op deze lijst.
Ik vond het boek amusant, maar niet hilarisch en niemand kroop echt onder mijn huid. Don is te veel de ideale partner, ondanks en vooral vanwege zijn Asperger. Daarbij wordt hij erg voorspelbaar naarmate het boek vordert. Wat ook niet helpt, is dat hij de conflicten binnen het Rosie Project relatief eenvoudig weet op te lossen, waardoor de spanningsboog laag is. Love-interest Rosie zelf is sympathiek, maar meer ook niet. Evenals bij de andere personages blijft haar karakter op de oppervlakte, alles draait om het succesverhaal van Don. En dat is voor mij te eenzijdig, omdat iemand met een gedragsstoornis het zijn omgeving ook heel lastig kan maken. Echt lastig, niet leuk-en-uiteindelijk-toch-wel-handig lastig. Dat is wellicht niet leuk voor het verhaal, maar wel beter voor de geloofwaardigheid.
Geloofwaardigheid is zeker niet de insteek die de auteur voor ogen heeft gehad. En daar staat tegenover dat de recht-toe-recht-aan verhaallijn lekker makkelijk weg leest. Ook weet je direct al dat je niet teleurgesteld gaat worden aan het eind van het verhaal, wat niet geheel onbelangrijk is bij een feel-good boek.
Lezen? Ja hoor. Op vakantie of juist na een te drukke (werk)week.
Er is inmiddels ook een vervolg op de markt.
Zout op mijn huid’; Benoîte Groult
‘Zout op mijn huid’ van Benoîte Groult gaat over de onmogelijke, maar levenslange passie tussen een Parisienne en een Bretonse zeeman.
Het boek werd onverwacht genoemd door één van de personages in mijn eigen boek-in-wording en dat leek me reden genoeg om het zelf ook te lezen. Het is immers al jaren een zeer beroemd liefdesverhaal en wat mij betreft verplichte kost voor iedereen die denkt met E.L. James weg te komen.
Het is ook een bijzonder boek. De ik-schrijfstijl brengt je onder de huid van de hoofdpersoon, terwijl de meer afstandelijke hij/zij-vorm, die eveneens in het boek wordt gehanteerd, een beschouwend perspectief biedt. En de hele tijd voel je je als lezer de voyeur van de lust, liefde en wanhoop van hoofdrolspelers Lozerech en Gauvain.
Prachtig intens geschreven, maar ook met humor en herkenning. En zinnen die ik nog een paar keer opnieuw zal moeten lezen om ze volledig te bevatten. Het eind is onontkoombaar, en toch hartverscheurend.
Vanochtend vond ik een e-mail bericht van Debbie Bernasco in mijn mailbox. Debbie Bernasco is succesvol onderneemster en storytellingexpert.
‘Hallo Barbara’ begon haar mail. Ze bedankte mij dat ik haar gratis e-book had gedownload en hoopte dat ik er écht iets aan zou hebben. Vervolgens maakte ze een bruggetje van haar behoefte aan delen, naar mijn behoefte aan delen, wat ik waarschijnlijk onvoorwaardelijk had. Ik ken Debbie niet persoonlijk, dus dat was een listige aanname, maar omdat de mail wel lekker las, haakte ik nog niet af. Ze vroeg mij of ik haar e-book wilde delen, zodat andere ondernemers er ook wat aan hebben. De eerste gedachte die bij mij opkwam was: netwerkcommunicatie.
Netwerkcommunicatie is in de basis hetzelfde als netwerkmarketing (voorheen multi-level-marketing): het inzetten van je eigen netwerk en (indirect) dat van anderen om een doel te bereiken.
Ik heb vier criteria gedefinieerd om tot een antwoord op mijn vraag te komen:
Aanleiding: waarom komen ze bij mij?
Relevantie: wie is degene die het verzoek doet?
Doel: waarom zou ik delen?
Tijd: hoeveel moeite moet ik er voor doen?
Jeuk
Persoonlijk bezorgt netwerkmarketing mij jeuk, omdat ik het associeer met vage kennissen die mij vaker dan mijn beste vrienden benaderen, in de overtuiging dat ik de betreffende crèmes of pillen echt nodig heb. En dat niet alleen: ik kan er nog wat aan verdienen ook! Luister goed: ik wil helemaal niets verdienen aan mijn eigen dagcrème. Het enige dat ik wil, is dat-ie mij er tien jaar jonger uit doet zien. Oké, vijf is ook goed. De gedachte achter dit dwangmatig gedrag van die kennissen, is dat zij een percentage ontvangen over mijn verdiensten. Let the money work for you!
Liken
Netwerkcommunicatie vind ik een stuk minder irritant, omdat het relevanter overkomt en weinig moeite kost. Niet voor niets liken we van alles op social media.
In het geval van Debbie heb ik haar e-book gedownload, waarop zij (geautomatiseerd, ik weet het) reageert (check 1). Op haar website en in haar e-book heb ik kunnen lezen dat zij van het delen en netwerken is; haar verzoek komt dus niet zomaar uit de lucht vallen (check 2). Als ik in ga op haar verzoek geef ik andere ondernemers ook de kans om van haar e-book te leren. Dit is belangrijk, want leren was ook mijn motivatie achter het downloaden van haar boek. Dat is heel iets anders dan ´verkoop dit boek aan je vrienden en verdien daar zelf ook wat mee’. (check 3). Delen via social media kost mij minder dan vijf minuten, zeker als ik er geen blog aan wijd 😉 (check 4).
Als extra maak ik kans op een Strategiesessie als ik haar laat weten dat ik haar boek gedeeld heb. Dit is voor mij geen must, en zelfs een klein beetje een barrière. Moet ik haar dat echt laten weten? Gaat ze daar dan wat van vinden? De communicatiespecialist in mij vindt het wel een slimme zet. Ik heb mij met het downloaden van het e-book immers getoond als geïnteresseerde en dus potentiële doelgroep voor wel-betaalde sessies. Hoe langer je contact met mij hebt, hoe beter. En in dit geval ook nog eens één-op-één. Daarom eindigt de mail met een p.s. waarin zij mij tipt voor haar andere e-book. ‘Dat zal dan wel betaald zijn,’ denkt de scepticus in mij, maar nieuwsgierigheid doet mij toch doorklikken. Ook dit boek blijkt gratis, in het kader van ‘giving back’ na 15 jaar succesvol ondernemerschap. Ik download hem niet, maar ben er wel positief door gestemd.
Het moge duidelijk zijn dat ik de link naar Debbie’s boek zal delen. Het verzoek voldoet aan alle vier genoemde criteria en, niet geheel onbelangrijk, het e-boek is enthousiast en begrijpelijk geschreven. Verwacht geen duimendik verhaal, het zijn slechts 20 pagina’s om je op weg te helpen. Ook wel eens fijn.