den haag Archieven - barbarasevenstern.nl

Tag: den haag

  • Met de hond naar de film

    Met de hond naar de film

    Vijftig Hollandse herders, politiereddingshonden en politiehond Bumper, de feestelijke première van de IMAX film Superpower dogs laat er geen twijfel over bestaan: alles draait hier om avontuurlijke helden op vier poten.

    Het is druk bij het Omniversum en deze keer niet alleen met volwassenen en kinderen, maar vooral ook met honden. Herdershonden, om precies te zijn. Kortharig, ruwharig, langharig, klein en groot, ze zijn in grote getalen aanwezig voor de demonstraties van politiehond Bumper en reddingshonden van de RHWW.

    Onmisbaar

    Reddingshonden zijn de belangrijkste schakels, en daardoor onmisbaar, bij het zoeken naar vermiste personen. Ze zijn zowel overdag als ‘s nachts en bij elk weertype inzetbaar. Ieder persoon geeft voortdurend microscopisch kleine deeltjes af, die het de hond, op grond van zijn enorm ontwikkeld reukvermogen, mogelijk maakt een vermist persoon te lokaliseren.

    Jaarlijks vinden er zo’n 10 tot 20 daadwerkelijke zoekacties plaats. En een keer per jaar vertrekken de honden van het RHWW met hun baasjes naar het buitenland, opzoek naar vermiste Nederlanders.

    Typisch geurtje

    Maar we zijn hier natuurlijk ook voor de film Superpower dogs en deze keer mogen de viervoeters mee de zaal in. Dat leidt tot een wat typisch geurtje om ons heen, maar voor de rest zijn de beestjes verrassend rustig. Pas aan het eind van de film, wanneer de lichten aangaan, klinkt her en der enthousiast geblaf.

    Opmerkelijk

    Terecht, want de film is een aanrader. We volgens zes opmerkelijke honden die levens redden en mensen helpen. Rode draad in de familiefilm is de Hollandse herder Halo, die als pup wordt uitgekozen voor een opleiding tot een echte K9-hond. Halo is aandoenlijk, maar doet zeker niet onder voor de Italiaanse badmeester Reef of de Californische surflegende Ricochet, die mensen met een handicap en PTSS helpt hun angsten te overmeesteren. Of de bloedhonden Tipper en Tony, die onmisbaar zijn in de jacht naar stropers in Kenia.

    Ontdekken

    De film biedt meer dan aandoenlijke beelden van dappere viervoeters. Zo volgen we het spoor door hondenogen en ontdekken we de wetenschappelijke geheimen achter hun superkrachten. Maar voor kinderen is het vooral het verhaal van superhelden. De waarschuwende woorden van Henry, reddingsexpert bij lawines in de Canadese Rocky Mountains, zijn dan ook niet overbodig. ‘Koop niet zomaar een hond.’

    De discussie bij ons thuis is nog niet beslecht.

    En de kinderen?

    Superpower dogs is een familiefilm, vonden de kinderen hem net zo leuk als ik?

    Anouk (8 jaar)
    Het was een hele schattige film, maar vooral leerzaam om naar te kijken. Je kan van te voren snacks halen, dus ga er voor zitten en geniet ervan, zal ik zeggen. Als eerst was er een hele show en er waren wel 100 honden (allemaal Herdershonden). Er was een heleboel pers, maar er waren ook 2 meneren. Ze waren heel erg aardig. Eentje was van een vereniging (weet niet meer welke) wel iets met honden en een politieagent met een hond. De hond heet Bumper (niet de hond van Enzo Knol) maar een politiehond. Ik ben zelfs nog met hem op de foto geweest samen met mijn broer Luuk. De film ging over ongeveer 5 redders honden. De eerste redde mensen in de sneeuw/bergen, de tweede in het water en de derde waren er twee. Tipper en Tony, die redde je in het wild of je kon ze bellen als er wat aan de hand was. Ze speurden/roken dan de diefs geur op. De laatste waar het eigenlijk allemaal om draait, was Halo. Zij was getraind en getraind en uiteindelijk was ze geslaagd of gezakt voor haar examen. Dat ga ik nog niet verklappen, daarvoor moet je de film maar zelf kijken. Jammer joh! Nou, dit was mijn verslag dan alweer. Tot de volgende keer!!!

    Luuk (10 jaar)
    Hallo, ik ben Luuk en ik ga wat over het Omniversum vertellen omdat ik er vandaag naar toe ben geweest. Het ging over hulphonden en van tevoren was er nog een kleine voorstelling. En er was zelfs een echte politiehond (Bumper) geregeld. Hij was heel rustig, maar als het er op aankwam, dan was hij niet meer zo schattig. Maar even over de film; echt een aanrader. Hij was schattig, grappig en hij was een beetje spannend, maar dat was leuke spanning. Het ging over honden die al hulphonden waren, maar er was er eentje die net begon en je kan hem al als puppy zien. Hij moest mensen zoeken die verstopt waren in een puinhoop, omdat, stel je eens voor dat er echt een orkaan of tornado is, dan moet zij ook gaan zoeken in de puinhoop. Er was er ook eentje voor in de sneeuw en in het water en zelfs in het wildgebied om stropers tegen te houden (2 bloedhonden). Van één op de tien, een 9,5. Echt een hele goede film.

    Superpower dogs Omniversum: meet & greet Bumper

    Superpower dogs is vanaf 2 juli een half jaar lang te zien in het Omniversum in Den Haag.

  • Backyard Wilderness – de natuur dichtbij

    Backyard Wilderness – de natuur dichtbij

    Toen ik jaren geleden alleen in Amsterdam woonde, had ik een muis als huisgenoot. Ik noemde hem Ali, omdat iemand mij ooit had verteld dat als je voor iets bang bent, je het een naam moet geven. Personaliseren schept een band.

    De makers van de grootbeeldfilm Backyard Wilderness hebben deze gedachte goed begrepen. De dieren in de achtertuin van de Amerikaanse Katie krijgen weliswaar geen eigen naam, in de loop van de film worden ze wel degelijk uit hun anonimiteit gehaald.

    Favoriet

    Backyard Wilderness werd vijf keer bekroond bij de Giant Screen Awards en bij de prestigieuze SMASH Awards zelfs zes maal, onder meer voor beste onderwerp, beste camerawerk en beste visuele effecten. Ook ontving de film eind oktober tijdens het Rotterdams Wildlife Filmfestival the Kids Choice Award.

    Tijdgeest

    En geen wonder, de film benadert het fenomeen ‘naar buiten gaan’ vanuit het perspectief van een kind van deze tijd. Terwijl mijn kinderen onverwacht ‘oh’ en ‘ah’ verzuchten wanneer (jawel!) een muis over het beeldscherm schiet, zijn Katie en haar broer primair bezig met zichzelf, tablets, levels en likes.

    Schattige rovers

    Niemand kan ongevoelig blijven bij het zien van neurotische wasberen, vallende kuikentjes en een lieveheersbeestje die door een regendruppel van zijn blad verjaagd wordt.

    ‘Ze laten precies de schattige stukjes zien,’ merkt hij-van-tien halverwege de film fijntjes op. Hij heeft gelijk, maar doet het er toe? Schattige dieren blijken even later ook rovers, wanneer de wasbeer het op de eendeneieren heeft gemund. En ook een hert moet het ontgelden tegen de vossen.

    Verbondenheid

    Deze cirle of life is wat de film haarscherp laat zien. Al het leven is verbonden met zijn omgeving en het ene dier trekt het andere aan. In de natuur zijn geen goeierikken of slechterikken, alleen roofdieren en prooien. En de mens, die de leefomgeving van de dieren heeft ingenomen en het daar veel moeilijker voor ze heeft gemaakt.

    Oproep

    De film is een duidelijk oproep om naar buiten te gaan en de wereld om ons heen te ontdekken. En ons daar verantwoordelijk voor te voelen, zoals Katie, die uiteindelijk boswachter wordt.

    Dat is natuurlijk een mooie gedachte, maar de vraag is hoeveel kinderen en ouders na het zien van de film spontaan roepen ‘kom, laten we nu onze achtertuin onderzoeken!’. Om nog maar te zwijgen over het aantal dat dit vervolgens daadwerkelijk doet.

    Tuinsafari en buitentips

    Het Omniversum – duidelijk ook niet van gisteren – heeft hier iets op bedacht. Op 21 februari, 24 maart en 14 april kun je met Staatsbosbeheer boswachters Jenny van Leeuwen en Mark mee op tuinsafari door de achtertuin van Omniversum. Je bezoekt eerst de film met vooraf een korte introductie over het boswachterschap. Ook is er samen met Kidsproof.nl een boekje gemaakt met 20 buitentips voor kids in de regio Den Haag en Leiden.

    Een belangrijke aanvulling op de film, want de belangrijkste connectie is niet onze Wifi, maar zit buiten in de natuur.


    Backyard Wilderness is vanaf 12 februari jl. te bewonderen in het Omniversum in Den Haag (leeftijd vanaf 6 jaar).

     

  • Culinair Armada aan de Vliet

    Culinair Armada aan de Vliet

    Armada aan de Vliet, naar eigen zeggen de culinaire brug tussen Leidschendam, Voorburg en Rijswijk. Voor de sommen van  €45 kan je genieten van een zeven gangen diner geserveerd door zeven hoogwaardige restaurant uit de regio. Per fiets of per boot langs of over de Vliet, afhankelijk van je voertuig.

    Het sprak mij als Haagse food-lover direct aan en zo kwam het dat ik mij op zaterdag 17 september om half vijf bij de fietsbrug in Rijswijk bevond. Bij gebrek aan eigen boot en omdat ik de fietsmogelijkheid totaal gemist had, had ik voor de combinatie met De Ooievaart gekozen. De Ooievaart is een vrijwilligers organisatie die rondvaarten in de regio Den Haag verzorgt. Een garantie voor zestig plus en degelijkheid, maar dat mocht de pret niet drukken. Sterker nog, naarmate de wijn (voor €20 te koop bij opstappunt en schipper) rijkelijker vloeide, steeg ook de joligheid aan boord naar grote hoogte.

    Zeven restaurants

    Een zeven gangen diner door zeven restaurants is een ideale gelegenheid om een indruk te krijgen van het culinaire niveau van de deelnemers. Ik was benieuwd of NIVEN, Savarin en Villa la Ruche mij zouden verleiden er nog een keer te gaan eten en verbaasde mij over de aanwezigheid van Brasserie NL tussen de namen. Bij Erik kende ik niet en van Central Park wist ik dat het goed was.

    Jabugo en mergbitterballen

    De eerste gang kwam bij de opstapplaats en uit de keuken van NIVEN, uiteraard met groenten, en daarnaast jabugo en lever met brioche (jabugo is een Iberische ham, ik heb het later opgezocht). Smakelijk, maar niet meer dan dat. Voor gang twee voeren we naar de Hoornbrug, waar een afvaardiging van Restaurant Savarin ons opwachtte. Er ontstond enige verwarring toen een deel van het gezelschap spontaan de boot begon te verlaten, maar al snel werd duidelijk dat het eten naar ons toe zou komen. De terrine van eendenborst en rilette met een gelei van port samen met een bitterbal van merg en sjalot en een crumble van zwarte peper was vol van smaak, maar minder complex dan de omschrijving doet vermoeden.

    King crab en Ribbetjes

    Restaurant Villa la Ruche serveerde ons bij de Tolbrug een ceviche van markreel, king crab, augurk en bereidingen van bloemkool. Ik ben dol op king crab, maar dit hapje vond ik toch wat sompig en een houten lepel om mee te eten, verhoogt dan niet de smaaksensatie. Op naar de volgende stop, de Kerkbrug, waar Central Park hun populaire BBQ spare ribs met huisgemaakte sambal, gerookte oerbiet en mierikswortel voor ons uit de keuken had gehaald. Misschien kwam het door het feit dat we inmiddels wel toe waren aan een wat meer stevige hap (zoals ik reeds schreef, de wijn vloeide rijkelijk), maar dit oosters gekruide stukje vlees (zonder bot) smolt op de tong als boter.

    Paddenstoelen, Epoisse en aardbeien

    Alweer de vijfde gang kwam van Brasserie de Koepel, geserveerd ter hoogte van de Wijkerbrug. De blinde vink van kalf en zwezerik met ravioli van paddenstoelen, schuim van eekhoorntjesbrood, doperwten créme en aardappelkaantjes was de favoriet van één van mijn metgezellen, persoonlijk vond ik hem nogal overheersend paddenstoel. Lekker, maar verre van subtiel.

    Brasserie NL leidde bij de Sijtwendetunnel het eind van het diner in met een zeer smakelijke tompouce met Epoisse Berthaut en 5 spice karamel. Voor mij een verrassing, omdat ik het restaurant nooit heb beschouwd als één die zich zou kunnen of willen meten met een Savarin, NIVEN, Villa la Ruche of Central Park. Dat lukte met deze gang meer dan prima.

    Aan Restaurant bij Erik de taak om het diner bij de Sluis in Leidschendam af te sluiten. Dat deden ze met een smakelijke, maar weinig verrassende aardbeien, vanille ijs, cocktail van aardbei, amandeltjes en een limoen kletskop.

    Volgend jaar weer?

    Was het de moeite waard? Ik vind van wel. De gangen waren uiteraard meer hapjes, gericht op grote groepen en het op-locatie-uitserveren. Ook het feit dat de drank exclusief was, had in de berichtgeving vooraf beter gecommuniceerd kunnen worden (al was het maar om genoeg cash geld bij je te hebben om wijn te kopen). Toch is het een leuke gelegenheid om kennis te maken met restaurants die je voorheen niet kende of in geen jaren meer hebt bezocht. Daarnaast is een tocht over het water altijd een heerlijke manier om de omgeving te bekijken.

    Al bij al een smakelijke vaarttocht over de Vliet dus, waarbij er ook driftig is gezwaaid naar mede-vaarders en mensen in achtertuinen en op terrassen. En als je dat dan maar enthousiast genoeg doet, wordt er ook teruggezwaaid, zelfs door Voorburg-chique.

    Restaurant Niven
    Groene groenten, jabugo en lever met brioche en café beurre de Paris (Restaurant Niven | Niven Kunz)
    Restaurant Savarin
    Terrine van eendenborst en rilette met een gelei van port, een bitterbal van merg en sjalot en een crumble van zwarte peper (Restaurant Savarin | Jeroen van Brecht)
    Central Park
    BBQ spare ribs met huisgemaakte sambal, gerookte oerbiet en mierikswortel (Central Park | Gijs Verbeek)
    Restaurant Villa La Ruche
    Ceviche van markreel, king crab, augurk en bereidingen van bloemkool (Restaurant Villa La Ruche | Marko Karelse)
    Brasserie de Koepel
    Blinde vink van kalf en zwezerik met ravioli van paddenstoelen, schuim van eekhoorntjesbrood, doperwten créme en aardappelkaantjes (Brasserie de Koepel | Leo van Langh)
    Brasserie NL
    Tompouce met Epoisse Berthaut en 5 spice karamel (Brasserie NL | Ruben van Dieten)
    Restaurant Bij Erik
    Aardbeien, vanille ijs, cocktail van aardbei, amandeltjes en een limoen kletskop (Restaurant Bij Erik | Erik Tas)
    Culinair Armada
    Pagode tenten op de eet-locaties
    De Ooievaart
    Het reisgezelschap

    Armada aan de Vliet is een onderdeel van de Vlietdagen die jaarlijks in september worden georganiseerd in Leidschendam-Voorburg.

    De Ooievaart is een enthousiaste vrijwilligersorganisatie die rondvaarten in de regio Den Haag organiseert.

  • Frites op een altaar

    Frites op een altaar

    Gingen enkele jaren geleden de sterrenkoks back-to-basic met hun restaurants, tegenwoordig gaan ze nog een stapje verder. Fast-food op niveau is hot, alleen de beste ingrediënten, zonder conserveringsmiddelen en in een instagram-waardig interieur.

    Sergio Herman spant hierbij de kroon. Bereikte informatie over de hot dogs van Ron Blaauw of de hamburgers van Robert Kranenborg mij nauwelijks en loop ik puur per toeval langs De Frietwinkel van twee voormalige medewerkers van Restaurant Niven, om het friet-initiatief van Sergio Herman kan ik niet heen.

    Marketing

    Deze sterrenkok uit Zeeland heeft zijn marketing goed voor elkaar, zodat wij al weken van te voren op de hoogte zijn van de opening van zijn Frites Atelier Amsterdam in de Venestraat te Den Haag. Dat Amsterdam in de naamgeving zorgt nog voor enige discussie en ook ik vraag mij af of het nou echt zo nodig is, ondanks de internationale ambities. Wat is er mis met Holland of Dutch? Ook de verwijzing naar ´we´ op de website roept bij mij verwarring op, ´we hebben sterrenchef Sergio Herman gevraagd onze frites te maken´. Het was toch het Atelier van Sergio Herman zelf? Wie zijn dan die ´we´?

    Tot zover de communicatie, het gaat uiteindelijk om het product zelf. Mijn verwachtingen zijn hoog gespannen, een sterkok kan zijn signatuur wel meegeven, maar wordt dit ter plaatse ook waargemaakt?

    Bistro

    De eerste keer loop ik zowat het Atelier voorbij, dat weinig opvallend tussen de mainstream winkelketens ligt verscholen. Een klein uithangbord en een donkerblauwe gevel, waarin met gouden hoofdetters de naam van het etablissement is gegraveerd. Twee houten bankjes aan weerszijde van de deur bieden beperkte zitgelegenheid. Piet Boon tekende voor deze gewenste uitstraling van een naar eigen zeggen ouderwetse Frans-Amsterdamse brasserie. Persoonlijk vind ik het Amsterdamse wederom onnodig, wie in België of Engeland is geweest, zal ook deze bistro-look herkennen. Om nog maar te zwijgen over Diagon Alley (wegisweg) uit Harry Potter.

    Frites Atelier Amsterdam

    Signatuur

    Wat niet wil zeggen dat ik er niet blij van word. In tegenstelling, de buitenkant van het Atelier nodigt uit tot nadere inspectie en wie daar aan toegeeft, wordt niet teleurgesteld. De zwart-wit mozaïek vloer werd speciaal in Italië  vervaardigd en let vooral op de houten vloer er omheen, de planken zijn afkomstig uit een kerk (zou het The Jane zijn?). Ik word ontvangen door een meer dan vriendelijke dame, die uitgebreid de tijd neemt om mij de kaart en achtergrond van het Frites Atelier toe te lichten. Na enig twijfelen, kies ik voor Sergio’s Premium met tomaat, parmezaan, limoen en basilicum. Ik ben tenslotte opzoek naar zijn signatuur en Vlaamse stoverij om elf uur in de ochtend voelt toch niet zo aantrekkelijk.

    Puur

    Terwijl de frites liggen te pruttelen in natuurlijk vet, legt mijn gastvrouw uit dat de aardappelen drie keer per week uit Zeeland worden aangeleverd. Deze keer is het de Agria aardappel, maar dat kan de volgende keer weer anders zijn. Net zoals de kleur van de frites (een jonge oogst geeft blekere aardappelen), die in tegenstelling tot fabrieksfrieten, ongemoeid wordt gelaten. Het gaat om puur eten, vandaar dat ook de schil van de aardappel nog terug is te vinden op de frites. Ik ben benieuwd, in mijn ervaring wil dit nog wel eens leiden tot een te grote smaak-associatie met gepofte aardappelen.

    Mijn frites worden geserveerd in een kartonnen bakje met vetvrij papier en een door Kamagurka verfraaide papieren servet erbij. Met de parmezaan en basilicum de meest stijlvolle presentatie van een patatje die ik ooit heb ervaren. Maar zoals ze zeggen ’the proof of the pudding is in the eating’ en dus verplaats ik mij naar buiten om aan één van de twee sta-tafels dit te gaan doen.post_banner_710_270_fritesatelier_03

    post_banner_710_270_fritesatelier_02

    Frites-maaltijd

    Nog nooit heb ik een portie frites zo aandachtig bekeken en opgegeten. De frites zijn over het algemeen lekker lang en goed doorgebakken, zonder aangebrand te ogen. Omdat ik een hekel heb aan bleke en slappe exemplaren, is dit een goed teken. De vraag is of ze ook zo smaken.

    Dat doen ze. Krokant van buiten, met een aardappelsmaak van binnen zonder dat deze overheerst. Het woord ’taai’ komt in mij op, maar dan op een positieve manier. Ook de smaak van de schil is bijzaak, hier proef je echt friet. Niet vet, wel zout. De combinatie met limoen en basilicum is verrassend smakelijk, alleen de parmezaan had wat minder gekund. Sneller dan gewenst is mijn bakje leeg en lik ik, geheel tegen mijn gewoonte, de overgebleven saus met mijn vingers op. Ik heb het gevoel een frites-maaltijd te hebben gegeten in plaats van een bakje patat en dat verzadigde gevoel houdt de uren daarna stand.

    Is Frites Atelier Amsterdam de moeite van een bezoek waard? Absoluut! Niet alleen om te zeggen dat je bij Sergio hebt gegeten, maar vooral omdat het Atelier friet laat smaken naar friet. Gek eigenlijk, dat het daarvoor op een altaar moet worden gezet.

    post_banner_710_270_fritesatelier_04

  • De geheimen van een goede hardloper

    De geheimen van een goede hardloper

    De kans om herkend te worden, is nagenoeg nul. Als ik een bekende tegenkom, en deze de in sportkledij voorbij rennende club mensen al een blik waardig keurt, zal hij mij er absoluut niet uithalen. Hooguit kan hij denken, ‘hé, dat lijkt Barbara wel’ om direct daarna deze gedachte af te doen met een ‘nee, dat lijkt me stug’. De kans is groot dat hij hierbij ook even smakelijk lacht.

    In dat opzicht kan ik dus vrijelijk met de groep mee. In alle andere opzichten is mijn deelname aan de hardloop clinic een meer hachelijke situatie.

    Wat doe ik hier dan?

    Gratis hardloop clinic

    Zo’n drie weken geleden heb ik hardloopschoenen gekocht. Er moet wat gebeuren op het gebied van lijf en conditie en omdat het deze keer wel lukt, gun ik mijzelf de diepte-investering van professioneel schoeisel. Deze aankoop geeft mij recht op een gratis hardloop clinic met de focus op techniek. Dat lijkt mij wel wat. Naast de nieuwe schoenen die onnodige blessures dienen te voorkomen, kan ik ook wel een lesje do´s and don’ts van het hardlopen gebruiken.

    Om half zeven worden we in de winkel in het centrum van Den Haag verwacht. De zaak heeft zich al aardig gevuld en kijkend naar de 12 mede-deelnemers om mij heen, realiseer ik mij dat niet alleen de aspirant-loper nieuwe schoenen nodig heeft. Ook de gevorderde rennende medemens is op z’n tijd toe aan een nieuw paar.

    Net echt

    Misschien wel vaker dan de beginneling, want ik blijk de enige zonder ren-achtergrond. ‘Maar daar houden we rekening mee,’ zegt de enthousiaste eigenaresse van de winkel. ‘We dribbelen lekker rustig naar het Haagse Bos.’

    Haagse Bos?! Is dat niet dat stuk groen achter het Malieveld, een heel stuk hier vandaan?

    In ganzenpas lopen we achter elkaar de winkel uit, om na twee minuten over te gaan in de genoemde dribbel.

    Laten ze je niets wijs maken, dribbelen is gewoon een sympathiek woord voor hardlopen.

    Maar daar ga ik hoor, op mijn nieuwe schoenen in de groep. Via de Herengracht (lekkere eettentjes, nu niet aan denken), langs het Malieveld, over de Utrechtsebaan. Het voelt heel echt. En tot mijn opluchting blijkt het Haagse Bos daarna zowaar al te beginnen.

    Rekken en strekken

    De werkelijke techniekles krijgen we in het bos zelf, waar we met onze grote groep het pad blokkeren met onze rek- en strekoefeningen. ‘Alleen maar zinvol als je bent opgewarmd,’ merkt onze begeleidster op. ‘Als je nog niet hebt gerend, zijn je spieren nog niet verkort en valt er dus niets te rekken of te strekken. ‘ Kijk, daar heb ik nou wat aan.

    De ideale loophouding

    Dan moeten we echt aan de bak. We beginnen met de ideale loophouding. Zijn onze schouders ontspannen tijdens het rennen? Lopen we rechtop, ingezakt of te veel naar voren? Zwaaien onze armen alle kanten uit, waardoor de heupen ongewild ook meebewegen? Onze begeleidster laat het ons allemaal ervaren, tot en met huppelen met een gebroken been aan toe. Het werkt wel, ik word mij meer bewust van mijn lijf en mijn schouders, die naarmate de ren-meters vorderen, de neiging hebben zich langzaam naar mijn oren te trekken.

    De ideale frequentie

    Het andere onderwerp is pasfrequentie, het aantal stappen dat je al rennend per minuut zet. Bij mij zijn het er 166, een mede-cursist van zo’n 2 meter lang telt er 140. Tot mijn verrassing blijkt ´grote stappen, snel thuis,´ deze keer niet op te gaan. 180 stappen per minuut is de ideale frequentie voor hardlopers. Dat betekent kleinere stappen, waardoor je vanzelf meer vanaf de voorkant van je voet gaat rennen. En dat bespaart energie, want landen op je hiel heeft een remmende factor bij het hardlopen.

    Kennis en motivatie

    Na een uur van oefeningen mogen we terug naar de winkel dribbelen, waar ik onder solidair applaus word binnengehaald. Het is een zinvolle training geweest. Niet alleen vanwege de nieuwe kennis die ik heb opgedaan, maar ook vanwege de motiverende ervaring buiten in beweging te zijn. Eigenlijk best lekker, dat hardlopen.*

    * de eerste paar dagen na de clinic heb ik mij enkel schuifelend voort kunnen bewegen.


    Wil jij ook een keer hardlopen onder begeleiding? De clinic kreeg ik van Ingrid Kuijpers, eigenaresse van Run2Day Den Haag.
    Al een meer ervaren Haagse loper? Dan is Running Pack The Hague wellicht iets voor jou.

  • Uit het depot van het Mauritshuis

    Uit het depot van het Mauritshuis

    Een depot is een plaats waar dingen verzameld of bewaard worden. Ik noem dat gewoon de zolder en de schuur (en echtgenoot ons hele huis), een museum spreekt over depot. Een plek waar, net zoals bij jou en mij, spullen staan opgeslagen

    • waarvoor je geen plaats hebt;
    • die je eigenlijk te lelijk vindt om op te hangen (maar je kunt het ook niet weg doen, want gekregen van je (schoon)moeder);
    • die je juist prachtig vindt, maar op dit moment niet passen in je strak moderne inrichting;
    • waarvan je al drie verschillende versies in de kamer hebt staan;
    • waarvan je zojuist een nog veel mooier exemplaar hebt aangeschaft.

    Net zoals je je eigen gasten over het algemeen niet meetroont naar genoemde zolder of schuur, is ook het depot van een museum verboden terrein voor bezoekers. Terwijl niet alles wat daar ligt opgeslagen per definitie slecht is. In de woorden van het Mauritshuis is er sprake van hoogtepunten en dieptepunten. Dit museum in het centrum van Den Haag presenteert tot en met 8 mei 2016 tweeënvijftig werken uit depot in de aparte tentoonstellingszaal in de Royal Dutch Shell Vleugel. Het geeft hiermee een kijkje in de ontwikkeling van de collectie en de keuzes die bepalen wat wel en niet op zaal getoond wordt.

    Binnen de vaste collectie
    Soms is dit overduidelijk, een werk van Andy Warhol past simpelweg niet in de vaste opstelling van een museum van Nederlandse schilderkunst uit de Gouden Eeuw. Hetzelfde geldt voor een Duits portret uit het einde van de achttiende eeuw.Uit het depot van het Mauritshuis

    Slechte omstandigheden
    Wie de barsten en gebladderde verflagen op het schilderij van Karel Slabbaert ziet, begrijpt ook direct waarom dit normaal gesproken niet op zaal hangt. Van het schilderij dat zo kromgetrokken was dat het niet meer in zijn lijst pastte, is dat minder duidelijk, nu een modern, flexibel raamwerk het paneel ondersteunt. De bolling maakt het werk voor mij juist nog interessanter, mede doordat het genoemde raamwerk ook wordt getoond. Waarschijnlijk is de voorstelling van mindere kwaliteit dan anderen in zijn soort.

    Alleen het allermooiste
    Want het Mauritshuis wil in zijn vaste collectie alleen het beste van het beste tonen. En als je vijf werken van Van Goyen bezit, heb je de luxe precies dat te kunnen doen. De tentoonstelling biedt de bezoeker de kans hier zijn eigen mening over te vormen door de schilderijen voor deze keer bij elkaar te tonen.Uit het depot van het Mauritshuis

    Woonhuis
    En dan is er nog zoiets als plek. Het Mauritshuis is ooit gebouwd als woonhuis. Dit geeft het museum zijn unieke intieme sfeer, maar ook beperkingen als het aankomt op aantal en formaat van getoonde werken. Het moge duidelijk zijn dat voor een reeks van 25 officiersportretten geen ruimte is.

    Miskoop?
    Het gebeurd ons allemaal wel, de miskoop. Zo ook Koning Willem I, toen hij in 1821 voor het Mauritshuis een verzameling verwierf. Het in de tentoonstelling getoonde Vrouwelijke figuur hieruit wordt inmiddels beschouwd als werk van een anoniem Italiaans kunstenaar in plaats van de grote meester Rafaël. Saillant detail hierbij is dat min of meer toevallige röntgenfoto’s (‘er was nog even tijd om een opname te maken van dit werk’) recentelijk aantoonden dat achter de valse Rafaël een ondergrond van Italiaans goudleer compleet met stempels uit de 16de eeuw bleek schuil te gaan. Het dieptepunt bleek een unicum. Wat dit betekent voor de toekomst van het schilderij blijft in de tentoonstelling onbeantwoord.

    Uit het depot van het MauritshuisTot in de eeuwigheid?
    Of een kunstwerk, eenmaal in depot, voor de eeuwigheid blijft opgeslagen, heeft ook te maken met ontwikkelingen op de markt en die van het museum zelf. In dit licht toont de tentoonstelling werken van de reserve bank, schilderijen die tijdelijk binnen de vaste collectie worden getoond als daar plaats voor is.

    Zelf ken ik het verhaal van een klein schilderij genaamd Mars en Venus betrapt door Vulcanus  van de Utrechtse schilder Joachim Wtewael. De scène in deze voorstelling werd jaren te pikant bevonden om op zaal te hangen. Toen de populariteit van Wtewael aan een opmars begon, herinnerde de toenmalige directeur van het museum zich dat er nog een werk van de schilder in depot hing. Een mooi staaltje wie wat bewaard, heeft wat. Inmiddels maakt het onderdeel uit van de vaste collectie van het Mauritshuis.

    Verkiezingen
    In de tentoonstelling is nog één plek niet ingevuld. Wel is er een voorselectie gemaakt van een zestal schilderijen, waarop de (virtuele) bezoeker kan stemmen. Het werk met de meeste stemmen komt straks op de lege plek te hangen, waarna de verkiezingen weer doorgaan. Het meest favoriete schilderij krijgt deze zomer een plek in de vaste tentoonstelling van het Mauritshuis. Jij kunt ook stemmen, en wel hier.

    Bescheiden kijkje
    De tweeënvijftig werken uit depot, waarvan dus 25 officiersportretten, zijn niet schokkend, verrassend of adembenemend. Ze bieden wel een bescheiden kijkje achter de schermen van het museum. En dat is altijd leuk.


    Het Mauritshuis is gevestigd in het centrum van Den Haag en de gehele week geopend van 10 – 18 uur, behalve op maandag vanaf 13 uur en op donderdag tot 20 uur.
    De tentoonstelling Hoogte en Dieptepunten uit het depot is te zien van 4 februari tot en met 8 mei 2016.
    Conservator tentoonstelling Edwin Buijsen.

    Een deel van de collectie van het Mauritshuis is ook te zien in Galerij Willem V, op vijf minuten lopen vanaf het Mauritshuis en geopend van dinsdag tot en met zondag van 12 – 17 uur.

    Meer weten?
    De Vrije Academie biedt twee lezingen aan, respectievelijk op 16 februari en 13 maart (11:00 – 12:00 uur)

    Foto bovenaan deze post is afkomstig van de website van het Mauritshuis

  • O, O, die ode aan de Nederlandse mode

    O, O, die ode aan de Nederlandse mode

    Je hebt nog maar tot en met 7 februari a.s. om naar de tentoonstelling Ode aan de Nederlandse mode in het Gemeentemuseum Den Haag te gaan. Dat zijn nog maar vijf dagen als je deze post op de dag van schrijven leest. Vijf dagen, waarin je vast al het één en ander gepland hebt. Of juist helemaal niets, wat meestal ook niet vanzelfsprekend is.

    En toch zou ik je willen aansporen ergens vóór 8 februari de tijd te vinden om deze tentoonstelling te bezoeken.

    Want o, o, wat een ode. Niet vanwege lovende en hoogdravende lofzang op tekstborden of in ondersteunende videobeelden. Nee, de ode is het tentoongestelde zelf. De verzameling creaties van modeontwerpers van Nederlandse bodem van de late 19de eeuw tot heden. De vormgeving van de tentoonstelling is hierbij cruciaal en heeft een optimale sfeer weten neer te zetten.

    Kenmerken
    Zoals gebruikelijk met grote tentoonstellingen in het Gemeentemuseum, is ook de Ode te vinden in de grote zalen op de eerste etage van het museum. Verwacht geen chronologische volgorde van de ontwikkeling van de vaderlandse mode. De creaties worden tentoongesteld aan de hand van een tiental opvallende kenmerken van het Nederlandse modeontwerp. En dat werkt.

    Een warme deken van blauw
    Neem nou de blauwe kamer, de eerste kamer na de introductiezaal. Direct een warm welkom, want deze kamer omarmt je in een deken van.., ja, blauw.
    Blauw blijkt door de jaren heen een geliefde kleur in het Nederlandse modebeeld. De onvermijdelijke inhuldigingsjapon en –mantel van koningin Maxima tref je hier aan. Niet prominent op een voetstuk in het midden van de tentoonstelling dus, maar als onderdeel van de verzameling historische en nieuwe ontwerpen. Dat is prettig, want de tentoonstelling is zoveel meer dan deze geroemde japon (die wat mij betreft het meest tot zijn recht komt aan het lijf van onze koningin zelf).

    Ode aan de mode  Ode aan de mode

    Couture
    Na de blauwe kamer kun je bijkomen bij de ogenschijnlijk ingetogen couture van Hirsch & Cie en Metz & Co, waarbij werk van Neerlands eerste couturier, Joan Praetorius, uiteraard niet ontbreekt.

    Futuristisch en tijdloos
    Ook specifieke aandacht voor innovatie en experiment, ofschoon dit van alle ontwerpen gezegd kan worden, wanneer je ze vanuit hun tijd bekijkt. Zo zijn zowel de huidige 3D creaties van Iris van Herpen als de metallic kunstleren pakken van Alice Edeling uit de zestiger jaren futuristisch te noemen. Wat dan ook opvalt is de tijdloosheid van het overgrote deel van de collectie.

    Ode aan de Nederlandse mode   Ode aan de Nederlandse mode

    Kleurbeleving
    De klapper van de tentoonstelling zit wat mij betreft in de grootste zaal, die bij binnenkomst onmiddellijk de associatie van een caleidoscoop oproept. Het thema is kleur en dat is dan ook wat de bezoeker krijgt, mede door een optimale wisselwerking van het tentoongestelde met het inrichtingsontwerp.

    Ode aan de Nederlandse mode   Ode aan de Nederlandse mode

    Extravagant
    Eenzelfde uitbundigheid is ook terug te vinden bij de excentrieke uitgaanskleding van ontwerpers als Bas Kosters, waar je je, al dan niet in combinatie met een silent disco, aan kunt vergapen. Humor is een begrip dat opkomt, maar ook de hoeveelheid pailletten doet terug denken aan het prachtige borduurwerk op de avondjurk van Frank Govers in de eerdere blauwe kamer. Extravagant wordt hiermee een breder begrip.

    Klare lijnen en meer
    Naast al deze uitgelatenheid is er ook ruimte voor rust. Zo komt de combinatie zwart en wit op meerdere plekken van de tentoonstelling terug en zijn er ontwerpen waarbij de nadruk ligt op geometrie en primaire kleuren.

    Ode aan de Nederlandse mode   Ode aan de Nederlandse mode

    Op de foto
    Wie na dit alles betreurt niet zelf een Avelon, Taminiau, Van Benthum, Van Herpen of Iversen te bezitten, kan zijn hart ophalen in de laatste zaal, waar de bezoeker de mogelijkheid heeft zich te fotograferen achter een outfit van één van de genoemde ontwerpers.

    Ode aan de Nederlandse mode   Ode aan de Nederlandse mode

    Kijk en bewonder
    Het moge duidelijk zijn, Ode aan de Nederlandse mode toont topstukken van ontwerpers als Max Heymans, Dick Holthaus, Frans Molenaar, Fong Leng, Frank Govers, Viktor & Rolf, Iris van Herpen en Jan Taminiau. Niet alleen een must-see voor de modeliefhebber, maar zeker ook de moeite waard als je van inrichting en beleving houdt.

     

    Ode aan de Nederlandse modeAfterthought
    Een foto op het introductie bord van de tentoonstelling springt bij mij in het oog. Een jongen fiets over het strand, meisje achterop. Het is koud en de aanwezigheid van een geopende paraplu suggereert zelfs regen. De jongen en het meisje dragen kleurrijke breisels en ik herken het beeld van mijn verzameling oude modeplaatjes uit de jaren tachtig. Een dergelijk beeld komt nergens meer terug in de tentoonstelling, net zo min als ontwerpen van merken als Soap Studio, Mexx of Mac & Maggie. Terwijl het bij mij, tiener in de jaren tachtig, direct om meer roept.

    Het Gemeentemuseum Den Haag organiseert jaarlijks een grote mode tentoonstelling. Wellicht dat het tijd is voor een overzicht van mode campagnes aan het grote publiek.


    Het Gemeentemuseum Den Haag is geopend van dinsdag t/m zondag van 11:00 – 17:00 uur.
    Iedere zondag is er tevens van 12:00 – 16:00 uur Open Kinderatelier, gratis te bezoeken voor jongens en meisjes vanaf 5 jaar (max. 45 minuten per kind). Handig, want dan kan jij als ouder of begeleider nog even rustig een rondje doen of iets nuttigen in het Grand Café van het museum.

    Ode aan de Nederlandse Mode
    is nog te zien tot en met zondag 7 februari 2016.
    Conservator Madelief Hohé, art direction Maarten Spruyt en Tsur Reshef.
    De catalogus van de tentoonstelling is voor €22,50 te koop in de museumwinkel (niet goedkoop, wel de moeite waard).

    De unieke fotoshoot van Sabrina Bongiovanni (fotografie) en Maarten Spruyt (art direction) is een vermelding waard. De geometrische lijnen van de typisch Hollandse landschappen en architectuur versterken de creaties, wat resulteert in een prachtig eindresultaat. Te bewonderen op de tentoonstelling en in de genoemde catalogus.

  • Achter de duinen of aan de gracht?

    Achter de duinen of aan de gracht?

    Toen ik een oud collega vertelde dat ik een boek aan het schrijven was, zei ze ‘Dat speelt zich zeker af in Den Haag?’
    ‘Eh,’ stamelde ik, ietwat van mijn stuk gebracht, ‘nee, eigenlijk niet.’
    ‘Nee?,’ herhaalde ze verbaasd. ‘Het leek me een logische keus, omdat je er woont.’

    Omdat je er woont. De woorden bleven in mijn hoofd hangen toen ik die dag terug naar huis reed. En in de weken er na.

    Mijn hoofdpersoon woonde namelijk in Amsterdam, evenals enkele cruciale bij-personages.
    Waarom?
    Gewoon.

    Gewoon is geen antwoord, besefte ik mij.

    Gewoon is een automatisme en dat is op zichzelf geen reden genoeg om iets te laten gebeuren.

    Zeker niet wanneer je een boek schrijft en je het voorrecht hebt alles (maar dan ook werkelijk alles!) zelf te bepalen.

    Ik realiseerde mij dat mijn collega een punt had. Ik mocht dan wel 15 jaar lang in Amsterdam hebben gewoond, niets in mijn verhaal maakte het van cruciaal belang om het daar ‘dus dan maar’ plaats te laten vinden.

    De potentie van Den Haag
    Den Haag heeft genoeg bedrijven waar mijn personages kunnen werken, genoeg galeries en musea, evenals leuke kroegen en woonplekken. Daarnaast heeft Den Haag een echt strand.

    Inmiddels ben ik een jaar verder en is Den Haag een essentieel onderdeel van mijn verhaal geworden. Omdat ik er woon, is onderzoek naar locaties relatief eenvoudig en omdat ik er mijn jeugd heb doorgebracht, zijn veel dingen herkenbaar of snel opgezocht.

    En er is nog iets.
    Den Haag is een stuk minder populaire locatie in boeken dan onze hoofdstad.
    En dat is straks toch mooi meegenomen in de marketing!


    Welke boeken ken jij die zich in Den Haag afspelen? Laat het mij hieronder weten! 

     

     

  • Onderzoek (deel 1)

    Onderzoek (deel 1)

    Onderzoek, research met een populair woord, is een groot onderdeel van mijn schrijfproces. Niet alleen helpt het mij de feiten correct weer te geven, het inspireert ook en brengt het verhaal op een hoger niveau.

    Hofstad
    Een deel van mijn boek-in-wording Familiegeluk speelt zich af in onze Hofstad.
    Den Haag in het heden, en Den Haag begin zestiger jaren. Zeker over dat laatste Google ik aardig wat af, want het Belgisch Park mag nu dan wel een chique wijk zijn, wie zegt dat dit 50 jaar geleden ook zo was?

    Ronduit gelukkig kan ik worden van oude beelden van Scheveningen (de Pier!) en de binnenstad van Den Haag. De kapsels en kleding van de nozems, maar ook van het flaneren van het chique publiek van de vermaarde Haagse tearoom Maison Krul.

    Verkenning op de fiets
    Alle online filmpjes en foto’s ten spijt, de beste manier om echt in de stemming te komen is de omgeving zelf te verkennen. En in mijn geval is dat heel makkelijk, ik woon namelijk (heel toevallig ?) in Den Haag. Dus toog ik vandaag op de fiets de stad in; Duinoord en het Statenkwartier om precies te zijn. De zon scheen en de stad toonde zich op deze mooie dag in juni van z’n beste kant. Of ik keek eindelijk eens goed naar de stad.

    Sweelinckplein, een oudere dame nodigt mij van harte uit haar koloniale huis een keer van binnen te bekijken.

    Alexander Gorgelweg en omgeving, ooit prachtig, nu wordt de weg omgeven door verhoogde politie-uitkijkposten en zijn de huizen voorzien van hoge hekwerken en beveiligingscamera’s om ongewenst bezoek buiten de ambassades te houden. Straten worden aan beide zijden ingenomen door auto’s van diverse pluimage.

    Ontdekking
    En dan fiets ik de Johan van Oldenbarneveltlaan in. En ik weet ineens, dit zou zo maar een heel belangrijke straat kunnen worden…

    Zelf ook beelden bekijken van het oude Den Haag?