werken Archieven - barbarasevenstern.nl

Categorie: werken

  • De toewijding van de schrijver

    De toewijding van de schrijver

    Met drie kinderen in de basisschoolleeftijd is de zomervakantie – en in feite elke kindervakantie – mijn minst productieve periode als schrijver. Best frustrerend en de grote vraag die zich bij mij opdringt, is: ben ik wel toegewijd genoeg aan mijn boek?

    Er zijn schrijvers die om vijf uur ’s ochtends opstaan, zodat ze tegen achten al drie uur hebben geschreven. Ook zijn er die ’s nachts schrijven, wanneer iedereen op bed ligt. Of tussendoor, op elk moment dat ze tijd over hebben.

    Ik ben niet één van die mensen. 

    Afleiding

    ’s Ochtends vroeg ben ik überhaupt niet op mijn best en als ik ’s avonds opleef, richt mijn hernieuwde energie zich voornamelijk op samen met echtgenoot een serie kijken. Het liefst met een fles glas wijn en een schaal nootjes binnen handbereik. En die tussendoor momenten? Dan grijp ik naar mijn mobiele telefoon voor de laatste Achterklaproddels, social media berichten of stylingtips en foodporn op Pinterest.

    Focus

    Waarom? Omdat ik binnen die vijftien minuten die ik heb niet de focus op kan brengen om te schrijven. Een blog dient zich niet aan op het moment dat ik weet dat mijn tijd beperkt is en het herschrijven van mijn manuscript vraagt om een flow die zich überhaupt pas voordoet na enkele uren zwoegen op de tekst.

    Frustratie

    En ja, daar komt ook Frustratie om de hoek kijken. Frustratie uit zich niet alleen in chagrijn en ongeduld, ze is ook meesteres in ontkennen en uitstellen. Dat klinkt tegenstrijdig. Frustratie zou juist ten strijde moeten trekken tegen de barrières die mijn schrijfactiviteiten in de weg zitten. Frustratie zou met haar vuist op tafel moeten slaan en de kinderen vertellen dat het thuis geen hotel is en dat ze prima zichzelf een paar uur zelf kunnen vermaken, terwijl mama boven aan het werk is. Frustratie zou dapper genoeg moeten zijn om echtgenoot te vertellen dat schrijven nou eenmaal belangrijk voor haar is en dat hij daarom tijdens de vakantie twee dagen in de week op de kinderen moet passen en alleen naar Netflix zal moeten kijken. Maar Frustratie zwijgt in alle talen.

    Schuldgevoel

    Frustratie wordt namelijk bestreden door Schuldgevoel. En Schuldgevoel is veel sterker dan Frustratie. Schuldgevoel vindt dat ik een slechte moeder ben als ik de kinderen een paar uur alleen beneden laat, zeker als het betekent dat ze achter een schermpje kruipen. En aangezien echtgenoot hier voor het brood op tafel zorgt (zodat ik dat boek kan schrijven), is Schuldgevoel van mening dat ik op z’n minst die moedertaak op mij kan nemen in plaats van echtgenoot hiervoor in te schakelen. Schuldgevoel is daar heel duidelijk in: alleen als ik geld verdien met schrijven of aan een opdrachtgever verantwoording heb af te leggen, dan pas heb ik het recht om op mijn strepen te staan.

    Prioriteit

    Dit alles werd me maar weer eens duidelijk, toen ik enkele weken geleden voor een betaalde communicatieopdracht werd gevraagd. In de vakantieperiode, met alle kinderen thuis, heb ik bij echtgenoot werkdagen geclaimd in de agenda. Ik heb besprekingen gevoerd op locatie, ben ’s ochtends vroeg opgestaan om op zolder te gaan werken en heb de kinderen meegenomen naar de indoor in plaats van de dierentuin, zodat ik mij met een laptop kon terugtrekken. Het enige wat ik niet heb gedaan, is echtgenoot alleen Netflix laten kijken. Er zijn tenslotte grenzen.

    De vraag is of het erg is dat ik mijn schrijverschap nog steeds niet op hetzelfde niveau zet als een betaalde opdracht met een opdrachtgever en een deadline. Volgens Schuldgevoel uiteraard niet. Frustratie heeft hier onverwacht wat anders over te zeggen. Want waarom is ‘moeten leveren’ sterker dan ‘willen schrijven’?

    ‘Ho!’ roept Frustratie verontwaardigd uit. ‘Waren de kinderen ontroostbaar toen je een paar uur achter de computer kroop? En deed echtgenoot moeilijk over het extra opvangen van de kinderen?’ Ik zwijg, wetend wat het antwoord is. ‘Nou dan,’ zegt Frustratie, nu op meer begripvolle toon. ‘Waar wacht je nog op?’

  • Aloha, wat een fijne plek!

    Aloha, wat een fijne plek!

    Gezocht: borrel- en eetplek met fijn terras in Rotterdam. Deze oproep plaatste ik op Facebook. Aloha bar in het voormalig tropisch zwemparadijs Tropicana kwam als unanieme winnaar uit de bus. Dat schept verwachtingen.

    De schildpadden bij binnenkomst roepen direct herinneringen op uit de tijd dat ik hier als kind door de wildwaterbanen roetsjte, evenals het pad dat naar de toiletten leidt (1.30 meter diep lees ik op de muur).

    Urban jungle

    Ik kom voor het terras, maar ook binnen is het fijn vertoeven. De voormalige wildwaterbaan is omgetoverd tot een urban jungle met kleine tafels om aan te werken of te eten. Ook zijn er banken en zitjes voor de meer intieme gesprekken. De grote, hoge ramen aan de boulevardkant zorgen ervoor dat het niet een donker hol wordt, maar een frisse en lichte ruimte.

    17_aloha_1

    Ik word hartelijk ontvangen door een medewerker, die als reactie op mijn enthousiasme voor de locatie onmiddellijk aangeeft dat ik zeker een rondje over het terras moet lopen. Inderdaad de moeite waard, want wie door de ramen van de ronde koepel naast het terras tuurt, kan de vergane glorie van wat ooit een mega zwemparadijs was nog steeds bewonderen. Slechts een deel van het terras is open, maar omdat het restaurant op de hoek ligt, stoort dit niet. Wel spijtig dat hierdoor de wit houten schommelbanken niet beschikbaar zijn.

    Wie een Ibiza sfeer verwacht, komt bedrogen uit. We zitten tenslotte aan de Maas en niet het strand. De inrichting is meer urban green dan bohemian. In de middag zijn het voornamelijk de twintigers en dertigers die in de plastic kuipstoelen op het terras hangen. Een internationaal ogend gezelschap, dat veelvuldig op mobieltjes kijkt. ´S avonds gaat de leeftijd omhoog en zijn het vriendinnengroepen en koppels, waarvan er één met een baby.

    17_aloha_2

    Uitzicht op stadsiconen

    Ik bestel een ijskoffie en geniet van het prachtige uitzicht op de kop van zuid met de Willemsbrug en in de verte het silouette van een van Rotterdam’s meeste bekende stadsiconen, de Zwaan. Er waait een windje, wat met 27 graden zeer welkom is, maar op wat frissere avonden wellicht wat minder aangenaam. Datzelfde geldt voor de eerder genoemde plastic kuipstoelen. Stijlvol als ze ogen, na enige tijd gaan de touwen toch te veel in benen en billen striemen. Een probleem dat overigens snel is opgelost door om een paar kussens te vragen.

    Bitterballen met oesterzammen

    Ook qua drank en eten zit je hier goed. Veel van de wijnen zijn per glas te verkrijgen en er is een ruim aanbod van cocktails, wat je ook mag verwachten van een bar die luistert naar de naam Aloha. Ik moet helaas nog rijden, dus laat de sterke drank aan mij voorbij gaan en ga voor de wijn met daarbij bitterballen van oesterzwammen en koffie mosterd. Ze zijn zeker de moeite waard om uit te proberen, zij het dat ik de voorkeur blijf geven aan normale mosterd.

    17_aloha_5
    Mijn Peking eend met hoisin saus en flensjes smaakt daadwerkelijk naar het Chinese gerecht en de portie is meer dan royaal voor één persoon. Ook de curry van mijn gezelschap doet denken aan India en is een stevige hap. We sluiten af met een cortado en muntthee (Aloha gelooft alleen in echte koffie en doet niet aan decaf).

    Het was een geslaagde avond op een ludieke locatie met prachtig uitzicht op in mijn ogen de enige echte skyline van Nederland.


    Aloha bar zit in het oude Tropicana aan de Maasboulevard 100 en is de hele week geopend vanaf 12:00 uur.  Parkeren kan op de naastgelegen parkeerplaats (na 19 uur gratis uitrijden). De foto van binnen is van de website van Aloha zelf.

  • Op tijd naar bed

    Op tijd naar bed

    Op tijd naar bed. Ik neem het mijzelf elke dag weer voor wanneer ’s ochtends om tien voor zeven de wekker afgaat. Als ik hem al hoor. Meestal schrik ik om tien over zeven wakker van het geluid van de douche waar echtgenoot, meer een ochtendmens dan ik, al reeds onder is verdwenen. Opstaan! Nu!

    In ons huishouden is er een strakke verdeling van taken, de enige manier om enigszins orde in de chaos van drie naar de basisschoolgaande kinderen met sportactiviteiten te houden. Echtgenoot begeleidt het opstaan en aankleden van het nageslacht, ik verzorg ontbijt en lunchtrommels. Een prima verdeling wat mij betreft, aangezien het mij de tijd geeft om in de stilte van de nog lege keuken echt wakker te worden.

    Uren maken

    Als de kinderen eenmaal op school zitten, begint mijn werkdag, thuis achter de computer. Vaak met het ophangen van de was, die echtgenoot, gedisciplineerd als hij is, eerder die ochtend al heeft aangezet. Ik kan die was overigens ook makkelijk negeren, uitgaande van het feit dat als ik buitenshuis zou werken, overdag ook geen was zou ophangen.

    Als het goed is, kan ik vervolgens wat uren maken, met op maandag en vrijdag de onderbreking tussen twaalf en één uur van de oudste die thuis komt lunchen. ‘Mama, wil jij een tosti voor mij maken?‘ Wat ik dan toch weer doe. Ik weet het, je creëert je eigen monsters. Op woensdag is het helemaal feest.

    Soms belt school. Dat er een kind ziek is of weggelopen. Ja, dat laatste gebeurt ook wel eens. Onze oudste heeft ADHD en ODD, wat betekent dat het hem wel eens teveel wordt. Op dat soort momenten is het gedaan met mijn werkdag.

    Na schooltijd is er de chaos

    Na schooltijd is er de chaos van wel/niet met vriendjes spelen (‘Mama, ik wil óók met iemand spelen!‘), huiswerk maken (‘Dat doe ik vanavond wel.‘) en het opmaken voor de diverse sportactiviteiten (‘Ik ga je niet nog een keer vragen je om te kleden.‘). Ondertussen ruim ik de vaatwasser in en maak ik de eerste ronde van het avondeten klaar. Als wij als gezin drie keer per week gezamenlijk eten, is het veel. Iets wat ik voorheen heel ongezellig vond, maar inmiddels wel zo rustig als het gaat om het onderlinge gebekvecht en de strijd om aandacht van de kinderen.

    Terwijl de middelste zijn spaghetti naar binnen slurpt, zet ik het eten voor echtgenoot en de oudste klaar, zodat zij bij thuiskomst direct aan tafel kunnen schuiven. Er is immers straks voetbaltraining. Tussendoor laat ik de middelste weten dat we nu echt weg moeten. Ik vraag de jongste haar jas aan te trekken (‘Ik kan best alleen thuis blijven!’, ‘Nee, dat kan jij nog niet.‘) en dan zitten we in de auto richting, laten we zeggen, de hockey. Om enkele minuten later weer richting huis te rijden, om de vergeten stick op te halen.

    Kan dat niet makkelijker?

    Terug thuis laat de vaatwasser mij weten zijn taak weer te hebben volbracht en begin ik aan kookronde drie, deze keer van mijzelf en de jongste. Ik hoor je denken, kan dat niet makkelijker? Natuurlijk. Wanneer ik bereid ben elke dag gebakken eieren te eten of een bal gehakt. Of wanneer al mijn kinderen zonder zeuren hetzelfde zouden eten en vooral ook niet moeilijk zouden doen over pasta, nasi, stoofschotels en meer van dat soort makkelijk van te voren te bereiden maaltijden. Op een gegeven moment heb ik besloten dat ikzelf lekker wil eten, ongeacht de voorkeur van mijn kinderen (maaltijd één) en dat ik de mate van strijd drastisch wil beperken (maaltijd twee en drie). Ik zeg je, ook daar word je heel handig in. En het scheelt enorm in de sfeer.

    Avondrituelen

    Tegen acht uur is de hele familie weer thuis, begint de discussie over het uitgestelde huiswerk met de oudste en gaat de jongste naar boven. Hier begint het ritueel van omkleden, tandenpoetsen en verhaaltje voorlezen. Dit gaat naadloos over in hetzelfde proces bij de middelste, die vaak door echtgenoot naar bed gebracht wordt, maar vervolgens vraagt of ik nog even bij hem wil zitten. Hij is nogal bang alleen in zijn kamer. Vaak geef ik hier aan toen, omdat die vijf á tien minuten een investering zijn in een rustige avond. En laten we wel wezen, ook voor mij is het een moment van stilte in de dag.

    Eenmaal beneden kan de vaatwasser nog wel weer een keer gedraaid worden en controleer ik alle digitale apparaten of ze goed zijn afgesloten (ik heb het – wellicht misplaatste – idee dat het doorlopen van filmpjes op Youtube ten kosten gaat van de kwaliteit van mijn WiFi). Ik stem de aankomende bedtijd af met de oudste, die languit op de bank ligt en alleen maar ‘ja, ja’ mompelt. Het is het moment dat ik eigenlijk zelf daar wil liggen, maar nog niet de rust heb om toe te geven aan mijn moeheid. Immers, nummer drie moet nog gaan slapen.

    Op tijd naar bed…

    Tegen de tijd dat dit zover is, is het tien uur. Echtgenoot constateert dat er wederom niets op televisie is en stelt voor om een filmpje te kijken op Netflix. Als ik verstandig ben, ga ik nu naar boven. Maar ja, ook ik heb recht op een eigen avond.

    Morgen ga ik echt op tijd naar bed.

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De MamaCompany | Uitgelichte afbeelding van Shutterstock.

  • Welke rol heb jij?

    Welke rol heb jij?

    De naam ‘De Mama Company’ verwijst naar de verschillende rollen die je naast die van moeder hebt. Dat kan een relatie tot iemand zijn of het beroep dat je uitoefent.

    De kans is groot dat we in dit rijtje van rollen niet iets zullen noemen waar anderen voor betaald worden en wij niet. En als we dat wel doen, zullen we er waarschijnlijk luchtig over spreken; je bent amateur fotograaf of houdt erg van schilderen of zeilen.

    Dat is natuurlijk helemaal niet erg, tenzij het een rol betreft waarvan we eigenlijk vinden dat we het ook zijn. Sterker nog, als we er over nadenken, zouden we morgen nog onze huidige baan opzeggen om deze rol fulltime invulling te gaan geven. Als dat eens zou kunnen!

    Vrouwelijke bescheidenheid

    Eén van mijn rollen is schrijver, maar het heeft lang geduurd voordat ik mijzelf ook zo durfde te noemen. Ik was communicatiespecialist, daar had ik tenslotte de afgelopen vijftien jaar mijn brood mee verdiend. Zelfs toen ik een dag minder ging werken om eindelijk ´dat boek te schrijven´, bleef het een hobby. Immers, zolang dat boek niet gepubliceerd is, val ik in de groep die officieel geen schrijver is.

    De vraag is of dit terecht is. Of is het typische vrouwelijke bescheidenheid? Onzekerheid? Als ik als schrijver serieus genomen of op z´n minst gezien wil worden, zal ik mijzelf toch ook als zodanig moeten profileren. Zeker toen ik besloot mij volledig op het schrijverschap te richten.

    Het roer om

    Die beslissing ging uiteraard niet over één nacht ijs. Jarenlang dacht ik thuis te horen in de snelle, liefst internationale wereld van commerciële bedrijven. Een wereld waarin snelheid zich in de praktijk richtte op de ontwikkelingstijd van een marketingcampagne (graag gisteren af) en de mate van mijn eigen profilering binnen het management team (te laag). Zelfs toen ik mijn droombaan in de culturele sector leek te hebben gevonden, bleek deze na enige tijd een nachtmerrie in combinatie met drie kleine kinderen en (laten we eerlijk zijn) mijn eigen karakter.

    Wanneer je te lang te veel ballen in de lucht houdt, zijn er twee dingen die er kunnen gebeuren. Je kunt ze allemaal laten vallen, jezelf incluis of je kunt er een aantal teruggeven aan degenen van wie je ze ooit hebt gekregen of (onbewust) van over hebt genomen. Ik deed dat laatste en had twee maanden lang last van wat de dokter noemde ontstressings-hoofdpijn. Het riep bij mij de vraag op of dat wat we doen in verhouding staat met dat wat we er voor terugkrijgen?

    Gelukkig

    Het antwoord op die vraag is voor iedereen anders en zal afhankelijk zijn van de fase waarin je je bevindt. Waar het om gaat, is dat je achterhaalt wat voor jou de beste balans is en voor mij begint dat met de vraag wat je gelukkig maakt. Vervolgens inventariseer je wat je moet doen en laten om dit te bereiken. En dan komt de meest belangrijke vraag: heb je dit ervoor over? Het antwoord zal in heel veel gevallen ‘nee’ zijn. Vaak verstopt in allerlei excuses als ‘wie zit hier nou op te wachten’, ‘het is nu niet het moment’, ‘mijn partner/omgeving ziet mij aankomen’, ‘het lukt toch niet’ of ‘ik heb hier niet de juiste opleiding voor’. Ik moet eerlijk zeggen dat als je nog in deze fase zit, het waarschijnlijk ook niet het moment is om het roer om te gooien. Want dromen realiseren, is niet hetzelfde als alleen maar doen wat je leuk vindt.

    Keuzes

    Toen ik besloot mij volledig op het schrijverschap te richten, vielen niet alleen mijn collega´s, maar ook een heel salaris weg. Dat betekent dat er andere dingen ook het veld moesten ruimen. Onze kinderen gaan niet meer naar de opvang, dus heb ik nooit een volledige schrijfdag (lees: werkdag) en zijn de vakanties verdomd lang. Ik ben mijn financiële onafhankelijkheid kwijt, doe de meeste boodschappen en zorg dat het eten op tafel staat. Als je mij dat tien jaar geleden zou hebben verteld, had ik je voor gek verklaard. Daar staat tegenover dat er veel minder stress in ons huishouden is, juist vanwege het feit dat ik thuis werk. En zolang ik de discipline opbreng om van negen tot half drie achter mijn computer aan mijn boek en blogs te werken, haal ik genoeg voldoening uit dat wat ik doe.

    Dat van die discipline is belangrijk. Als je aan je eigen droom werkt, zullen weinig mensen je achter je broek aan zitten. En na een paar weken is het nieuwtje er echt wel af en komt de fase van doorzetten. Ik geef direct toe, ook ik heb mij in de afgelopen drie jaar wel eens laten verleiden tot een detour, puur omdat het nieuwe project zoveel leuker leek dan het schrijfproject wat ik inmiddels wel kende. Uiteindelijk kwam ik, sneller dan gedacht, weer terug bij dat waar mijn hart echt ligt, het schrijven.

    Schrijver

    Het manuscript van mijn debuut roman Familiegeluk ligt momenteel bij de proeflezers, ik heb een eigen website (bs) barbaraschrijft.nl en mijn blogs worden gepubliceerd op meerdere online platforms. Naast moeder vind ik inmiddels dat ik ook schrijver ben. En dat alles omdat ik een paar jaar geleden mij afvroeg of dat wat ik deed, het ook waard was.


    Deze blog werd ook gepubliceerd bij De Mama Company

     

  • Me-time in het tuincentrum

    Me-time in het tuincentrum

    Het is woensdag en de kinderen zijn onder de hoede van echtgenoot. Wat betekent dat ik een vrije vrouw ben.

    Hoe heerlijk, zeker in de vakantie. Een dag lang tijd voor mijzelf. Even geen politieagent zijn, vieze snoeten en handen poetsen of anderszins. Deze dag is helemaal voor mij.

    ‘Wat ga jij vandaag doen?’ vraagt echtgenoot, met een jaloerse ondertoon in zijn stem. Om ons heen rennen de kinderen elkaar gillend achterna met nerf-pistolen.
    ‘Ik denk dat ik naar het tuincentrum ga.’
    De stilte die volgt is met recht oorverdovend te noemen.

    Kleinburgerlijkheid

    Natuurlijk weet ik ook hoe vreselijk zo’n centrum is. De net iets te glimmende spiegels, de houten borden met mindfull-achtige teksten en de accessoires die je precies vertellen waar je je sleutels, servetten of zeep moet laten, om onverklaarbare redenen vaak in het Engels of Frans.

    En toch. Ik hou van de kleinburgerlijkheid in een bouw- of tuincentrum. Wie goed kijkt, vindt nog eens een betaalbaar styling-object (net zoals zwangerschapswinkels vaak hele leuke sieraden en tassen verkopen, maar dat terzijde). Daarnaast heeft het betere centrum een horeca gelegenheid en gratis toilet en WiFi, ideaal om tussendoor een blog te schrijven.

    Het Tuinhuis

    En zo komt het dat ik mij op mijn vrije woensdag bij de Praxis in Zoetermeer bevind, bekend om zijn uitgebreide tuincentrum. Ik heb mijzelf van te voren goed voorbereid op internet en weet wat ik zoek. Het is rustig en ik doe een inventarisatie rondje alvorens mij naar cafetaria Het Tuinhuis te begeven, gelegen midden in, jawel, het tuingedeelte. Het aanbod is verrassend breed en op het eerste gezicht vers. Mijn verwachting wordt evenwel direct bijgesteld door de jongeman achter de toonbank, die elke vraag van z’n collega weinig overtuigend beantwoordt met ‘volgens mij wel, ja.’

    Naast Het Tuinhuis zit een heus klim- en ballenbak, waar een klein aantal kinderen in en uitrent. Nog zo’n voordeel van hier kinderloos zijn, is dat ik in dit speelgedeelte nu geen orde hoef te handhaven, wat zeker nodig zou zijn geweest. Om nog maar te zwijgen over de onvermijdelijke ‘gaan we al?’ (oudste), ´het is hier saaaai´ (middelste) en ‘nog een keer!’ (jongste) discussies. Als dat geen vrijheid is!

    Grote mensen tuin

    Na een broodje (toch niet zo) hete kip en verse muntthee is het tijd voor een serieuze speurtocht naar afgeprijsde tuinartikelen, uiteindelijk de hoofdreden om juist nu naar het tuincentrum te gaan. Ik droom al maanden van een grote-mensen-tuin, waarin de loungehoek een vaste vuurschaal en stijlvolle overkapping heeft (voor de koudere avonden), de eettafel onmiddellijk doet denken aan Italiaanse huwelijksfeesten en de BBQ op subtiele wijze verwerkt is in de steigerhouten buitenkeuken. Dit alles opgeleukt met vrolijke kussens, weelderig bloeiende bloemen en sfeerverhogende verlichting in de pergola. Als ik helemaal gek doe, voeg ik er ook nog een buitenmat aan toe.

    Een half uur later bevinden zich in mijn mandje zes kaktussen, een stenen uiltje, dito vaasje en een plant waar ik de naam niet van kan onthouden. En oja, een rieten tissuedoos. Brengt dit mijn grote-mensen-tuin dichterbij? Helaas niet. Het beschikbare aanbod van kunststof stoelen en eettafels sloot niet aan bij de door mij gezochte Italiaanse beleving, net zoals de laatste afgeprijsde kussens niet het juiste bohemien gevoel opriepen. Echtgenoot kan weer gerust ademhalen.

    En ik? Ik kruip thuis achter de computer. Want ik weet nu dat het virtuele buitenleven van het tuincentrum oneindig veel groter is dan de werkelijkheid.

     

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company.

  • Alle tijd van de wereld…of toch niet?

    Alle tijd van de wereld…of toch niet?

    ‘Zullen we nog met z’n allen afspreken voor de zomervakantie?’ Vriendin kijkt mij vragend aan.  Het lijkt mij een goed idee.  ‘Ergens in de komende vijf weken,’ zegt vriendin nu, ‘wij gaan die laatste schooldag al weg.’

    Vijf weken? Begint de zomervakantie werkelijk al over een dikke maand?
    Los van het weer, dat de afgelopen weken meer de associatie met herfst dan zomer oproept, heb ik het gevoel dat het schooljaar pas net gestart is. Zelfs mijn oudste verzucht ´s avonds in zijn bed dat ´dit jaar echt heel snel voorbij is gegaan.´

    Zorg

    Wat is hier mijn punt? Niet dat de tijd voorbij lijkt te vliegen. Ik maak me geen zorgen dat ik te weinig nieuwe dingen op zou pakken, waardoor mijn dagen te veel op elkaar gaan lijken (en mijn tijdsbesef minder wordt). Nee, mijn zorg ligt in het feit dat ik denk nog wel tijd te hebben.

    Zin en tunnelvisie

    Ik heb het over de stap voorafgaand aan het uitstelgedrag waar Jeske bij De Mama Company vorige week zo herkenbaar over schreef. Waarom stellen we dingen uit? Niet alleen omdat we er geen zin in hebben of omdat het even niet uitkomt. Ook het argument dat het blijkbaar niet belangrijk genoeg is, vind ik te makkelijk. In een leven van werk en gezin is één van de grootste valkuilen een zekere tunnelvisie op de hectiek van de dag. Dat zegt niets over de waarde die wij hechten aan de dingen daarbuiten.

    We stellen dingen ook uit omdat we denken dat we nog wel tijd hebben.
    Maar wat als die er niet blijkt te zijn?

    Te overzien

    In het geval van het opruimen van een kast of het schrijven van een blog is dit nog wel te overzien. De consequentie is hooguit een geïrriteerde omgeving en wat extra stress. En laten we wel zijn, als je zelf morgen het loodje legt, heb je daarna persoonlijk nergens last vast.

    Onmogelijk

    Anders is het, als dat wat je hebt uitgesteld niet meer mogelijk is. De inhoud van de kast is door een zwaarbeproefde huisgenoot met het grofvuil meegegeven. Je blogonderwerp blijkt door een collega-blogger opgepakt. Of degene met wie je af zou spreken, is niet meer in staat dit te doen.

    Opluchting versus verdriet

    In het meest positieve geval leidt dit tot opluchting. De hoofdreden van het uitstellen van de klus bleek dat je hem niet aankon. Ik durf te stellen dat dit maar een enkele keer zo is. In de meeste gevallen zul je op z’n minst balen van de gemiste kans en je eigen uitstelgedrag dat daar de oorzaak van is. En in het geval van de afspraak ben je ook nog eens verdrietig. Spullen, opdrachten en ideeën zijn vervangbaar. Mensen zijn dat niet.

    Tijd

    Mijn boodschap in deze? Weet wat je uitstelt.
    Jij hebt misschien wel de tijd, maar je omgeving heeft dat wellicht niet.

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company.

  • Ik moet helemaal niets!

    Ik moet helemaal niets!

    ‘Je gaat nu slapen.’

    Met drie grote stappen loop ik boos de kamer uit. Aan de andere kant van de hal hangt zoon nummer twee als een ramptoerist uit zijn bed om niets te missen van de discussie tussen mij en zijn oudere broer.

    ´Wil hij niet slapen, mamma?’

    Ik schud geërgerd mijn hoofd. ´Dat maakt niet uit, het is acht uur, hij moet nu slapen.’

    ‘Ja, maar wil hij niet slapen?’

    ‘Nee, maar hij moet het wel.´

    Nummer twee kijkt mij peinzend aan. ´Maar mamma, het gaat er toch om of hij wil?’

    Vijf jaar en dan al de wijsheid van een oude man.


    Wat is dat toch met dat moeten?
    Als ik het gevoel heb iets te moeten, voel ik onmiddellijk allerlei vormen van weerstand opkomen. ‘Ik moet niets!’ roep je echter wat makkelijker tegen je kinderen (die dat dan helaas direct overnemen) dan tegen een collega of kennis. Vaak is het woord ‘moeten’ niet eens gevallen, maar is het wel duidelijk dat je geacht wordt ergens gevolg aan te geven. Door de hiërarchische verhouding waarin je staat of een eerder gedane belofte.

    Iemand zei ooit tegen mij dat ik niets moet.
    ´Van moeten naar willen,´ zei ze, ´en daarna kijken we pas naar het kunnen.´
    Het is drie jaar geleden en ik lig uitgeput bij mijn nieuwe coach op de bank, opzoek naar het enige dat ik niet heb: rust.

    Ik wil niet meer geleefd worden.

    ´Je wordt niet geleefd,´ zegt de coach, ´je laat je leven.´

    Was dat zo? Liet ik mij leven? Ik, die er juist zo trots op was haar eigen keuzes te maken.

    ‘Wat heb je gisteren gedaan?’ vraagt ze.

    Ik som een lange lijst van activiteiten op. Mijn coach kijkt veelbetekenend, maar zegt niets.

    ‘Uiteindelijk lag ik er natuurlijk toch weer te laat in,’ eindig ik verontschuldigend.

    Het was niet eens dat al mijn activiteiten in de categorie ‘vervelende klusjes’ vielen. Ik had gezellig gelunched met een vriendin en het feit dat ik na het eten toch nog achter de computer was gekropen om een rapport af te schrijven voor werk, had mij een voldaan gevoel gegeven. Dat ik vervolgens door een te vol hoofd niet in slaap kon komen en mij de volgende dag gebroken voelde, gebeurde wel vaker.

    Verantwoordelijkheid en bewijsdrang
    Ik ben het type dat vooral heel veel van zichzelf moet. Ik denk dat de omgeving dingen van mij verwacht, maar eigenlijk ben ik zelf degene die mij daarvoor verantwoordelijk maakt.

    ‘Als ik het niet doe, wie doet het dan wel?’

    ‘Ik heb hier geen opleiding voor gehad, dus is het belangrijk te laten zien dat ik het wel kan.’

    ‘Ik kan deze klus het beste zelf doen, dat gaat het snelst.’

    Dodelijk vermoeiend.

    Bovenstaand wordt namelijk gevoed door irrationele gedachten. In mijn geval was dat de drang naar overdreven perfectionisme om mijzelf te bewijzen. En waarom? Het gaat immers om het eindresultaat, dat betekent niet dat je alles per se zelf hoeft te doen.

    Balans
    Een half jaar voordat ik op die bank van de coach belandde, had ik mijn leidinggevende functie omgewisseld voor een meer operationele rol binnen mijn eigen team. Een handvol collega’s begreep mijn beslissing niet, zij zagen het als een stap terug. Voor mij was het echter een stap voorruit, ik kreeg er een betere werk-privé balans voor terug.

    De functie van manager was een fulltime positie, op papier 36 uur per week en in mijn eigen praktijk zo´n 50 uur. In combinatie met drie jonge kinderen wilde ik dat niet meer.

    En daar zit het verschil. Ik wilde namelijk een functie van 32 uur, maar had de afgelopen twee jaar veel meer uren van mijzelf moeten werken. Omdat het nooit genoeg was, en hoe meer ik dat vond, hoe harder ik ging rennen.

    Gelukkig ben ik op tijd gestopt en niet over de kop geslagen. Want dat was zeker gebeurd, als ik niet van functie was gewisseld. En de reactie die ik hierop voornamelijk kreeg?

    ´Ik vroeg me al af hoe je het vol hield.´

     

    Deze post is ook gepubliceerd bij De Mama Company