minimalist Archieven - barbarasevenstern.nl

Categorie: minimalist

  • Marie Kondo: opruimen in theorie

    Marie Kondo: opruimen in theorie

    Mijn leven inrichten zoals ik dat zelf wil? Dat lijkt me wel wat. Volgens de Japanse opruimguru Marie Kondo is het ook mogelijk. Als je maar O P R U I M T. Het is precies dit woord waar ik op aansla, want opruimen is nou niet echt mijn ding. Zoals mijn echtgenoot regelmatig verzucht, ‘jij ruimt niet op, jij verplaatst.’ 

    Ken je dat? De uitpuilende kledingkast waar je echt een keer doorheen moet, de stapel knutselwerkjes van de kinderen of foto’s van jezelf, om nog maar te zwijgen over de zolder, garage, gangkast of elke plek waarvan je kunt doen alsof er niets achter zit. Uit het oog, uit het zicht. Of in de terminologie van Marie Kondo gesproken: het hart.

    Een groot hart

    Volgens Kondo gaat het bij het opruimen niet om het functionele besef dat je iets nodig hebt of dat iets nog zo goed als nieuw is (en dus zonde om weg te doen). Nee, de vraag die je jezelf volgens haar moet stellen, is hoeveel je van je spullen houdt. Het komt neer op omdenken: kijken (voelen) wat je wilt houden in plaats van wat je wilt weggooien. De liefde voor je spullen bepaalt de uitkomst.

    Maar wat als ik nou eens een heel groot hart heb?

    Heft in eigen hand

    Volgens Marie Kondo biedt haar KonMari-methode uitkomst. Wie op deze manier opruimt, ontdekt waar hij of zij blij van wordt en dat effect geeft vertrouwen in het eigen vermogen om beslissingen te nemen. Als je kamer vervolgens schoon en netjes is, kun je niets anders dan naar binnen kijken. Het resultaat is dat je veel duidelijker ziet wat je nodig hebt in het leven en wat niet.

    Onkunde

    Het voorwoord van Kondo’s besteller Opgeruimd! vertelt me niet alleen wat de KonMari-methode voor me kan betekenen, het benadrukt vooral het enorme succes ervan. Deze “wij van wc-eend” houding maakt me nogal kregelig, maar met het vooruitzicht op een opgeruimd leven, geef ik het een kans.

    “Opruimen,” zo lees ik, “is een reeks simpele handelingen waarbij objecten van de ene plek naar de andere verplaatst worden”. Zou echtgenoot dan toch ongelijk krijgen? Nee, blijkt als snel, want waar het om gaat, is dat je de objecten terugzet waar ze thuishoren. En dat is precies waar het misgaat, aldus onze Japanse opruimgoeroe. De meeste mensen zijn hiertoe niet in staat, omdat ze simpelweg nooit hebben geleerd op te ruimen.

    Obsessie

    Gelukkig, ik ben een opruimsukkel, maar deze onkunde ligt niet aan mij. En vanaf nu biedt de KonMari-methode mij redding. Mijn kregeligheid gaat langzaam over in ergernis. Kondo’s obsessie met het opruimen van werkelijk alles om haar heen voelt anorectisch, waarbij elke hap wordt afgewogen op calorieën en er continue slimme manieren worden gevonden om nog meer af te vallen. Haar devotie tot het opruimen (en correct opvouwen!) van spullen roept associaties op met sektes, bepaalde geloofsovertuigingen of zelfverrijkingstromingen. Ze is enorm oordelend, wat pijnlijk schuurt op de momenten dat je je er niet in kunt vinden. Zoals haar mening over boeken. “Hun doel is dat ze gelezen worden…. Dat ze op de boekenplank staan, heeft geen nut.”

    Gelukkig

    En toch kruipt Kondo langzaam onder mijn huid. Het is haar eigen zoektocht naar een structureel opgeruimd bestaan dat me aanspreekt. Daarbij spaart ze zichzelf niet. De tegenslagen, de smoesjes, het uitstelgedrag, de neuroses en het opgeven. O zo herkenbaar en menselijk. En uiteindelijk legt ze de keus bij mij en mijn gevoel. Als ik gelukkig word van het boek, dan hoort het bij me en mag ik het houden.

    Alles verkeerd

    Dus lees ik door. Om tot de onomstotelijke conclusie te komen: ik doe werkelijk alles verkeerd. Van het denken dat ik die jas nog wel zal dragen tot het bolletjesdraaien van mijn sokken. Ik scoor bijzonder goed in de categorie Komono, Japans voor kleine dingen, verschillende spulletjes, accessoires, gadgets of kleine hulpmiddelen, onderdelen of gereedschappen. En ook ik val in de verleiding spullen te kopen die mij gaan helpen bij mijn opruimwens.

    De herkenning is te groot om nog langer te ontkennen. Het is tijd voor de KonMarie-methode!

    Wordt vervolgd…

  • De twee versies van mijzelf

    De twee versies van mijzelf

    Ik ben twee versies van mijzelf: de werkelijke versie en de versie in mijn hoofd.

    Dit op zichzelf is niet wereldschokkend. De meeste mensen hebben een werkelijke versie en een betere ik waar naar ze streven. Wat ik wel confronterend vind, is het besef dat ik nooit echt die versie in mijn hoofd zal worden.

    Het was de volgende uitspraak die mij dit deed realiseren:

    Just because a store is having a sale, doesn’t mean you have to go shopping.

    De logica van deze zin ontging mij totaal.
    En ik realiseerde mij direct: die minimalist, die word ik nóóit.

    Moeiteloos
    Terwijl de ik-in-mijn hoofd dat toch al tijden is. Die ik loopt sereen rond in haar sober, maar smaak- en sfeervol, ingerichte huis met Scandinavische invloeden (Scandinavisch roept bij mij altijd minimalistische associaties op). Haar witte kledingkast glijdt moeiteloos open en toont een overzichtelijke, op kleur gerangschikte rij van ready-to-wear. Dit alles strak gestreken en in maat 38. Of dit laatste ook werkelijk minimalistisch is, weet ik niet zeker, maar ik vermoed dat als je focust op dat wat werkelijk belangrijk voor je is, je vanzelf ook beter voor je lijf gaat zorgen. De ik in mijn hoofd maakt in ieder geval minimaal drie keer per week tijd vrij om hard te lopen en op woensdagochtend doet ze aan yoga. Als cadeautje aan haar zelf. En het loont, ze past zonder enig probleem in de paarse broek die de minimalist van mijn werkelijke ik al lang heeft weggegooid. Zo verwarrend kan het zijn.

    Die ik-in-mijn hoofd is ook een hele goede moeder. Zo één die zonder enig onvertogen woord de kinderen door hun huiswerk sleept, consequent is in iPad gebruik en een hele middag knutselen vooral heel gezellig vindt. En dan nog niet gehaat worden door de andere moeders.

    Granola van Rens
    Qua koken is ze een soort Rens Kroes, veel verse fruitsapjes en granola die wel lekker smaakt (Google maar eens op het woord, Rens staat met stipt op één). De ik-in-mijn hoofd zal nooit na het eten nog eens de frituurpan aanzetten om loempia’s te bakken of een hele zak cheese onion chips leegeten. Ook komt ze met gemak aan haar dagelijkse 1,5 liter water en neemt ze na 3 uur alleen nog maar kruidenthee in plaats van koffie. Alcohol drinkt ze met mate en niet door de week. Niet omdat ze saai is, maar omdat ze goed voor zichzelf zorgt.

    Vereenvoudigen
    En daar gaat het om, goed voor jezelf zorgen. Want wie wil zich niet energiek, vrij en in balans voelen? Volgens het minimalisme bereik je dit door je leven te vereenvoudigen. Door je te ontdoen van alle ruis, al het overbodige, om je heen. Zodat er meer ruimte is voor dat waar het echt om gaat. De ik-in-mijn-hoofd is daar heel goed mee bezig.

    Korte termijn
    Laat ik voorop stellen dat mijn werkelijke ik ook goed voor zichzelf zorgt. Ze gaat niet met een lege maag slapen (slecht voor de nachtrust) en na een drukke werkdag of een regenachtige middag met de kinderen gunt ze zichzelf best een glas wijn. Of twee. Ook op maandag.
    Het probleem met die werkelijk ik is dat ze wat meer korte termijn denkt. We weten allemaal hoe we ons om zeven uur ’s ochtends voelen na een avond van drie glazen wijn en nog die éne extra aflevering op Netflix. Om nog maar te zwijgen over de loempia’s.

    Haalbare doelen
    Het zijn dat soort ochtenden dat ik mijzelf stellig voorneem meer te gaan werken aan de ik-in-mijn-hoofd. Te beginnen met het aantal doelen dat ik mijzelf stel. Immers, daarmee verbeter ik mijn focus én mijn kans van slagen. Dus wel een fruitshake als ontbijt, maar nog even niet hardlopen. En eerst deze blog schrijven, voordat ik aan mijn andere schrijftaken begin.

    En wat betreft mijn werkelijke ik?
    Die is in ieder geval heel mindful, want wie korte termijn denkt, leeft zeker in het nu.


    Meer lezen over minimalisme? De website Becoming a minimalist vind ik zelf heel toegankelijk.

    Deze post is ook gepubliceerd bij De Mama Company.
    De foto van de meloenhartjes met munt is genomen op een zeer mindful locatie in Oostenrijk.

  • 48 uur stil

    48 uur stil

    Een stilteretraite stond al enige tijd op mijn verlanglijst en toen de gelegenheid zich voordeed greep ik de kans dan ook met beide handen aan. Het laatste weekend van oktober dompelde ik mij onder in de rust en stilte van de St Bonifatiuskerk te Horssen (Gelderland).

    ’48 uur stil zijn, dat is toch niets voor jou?’ riep mijn omgeving van te voren geshockeerd uit.
    Dat, beste mensen, was nou precies het punt.

    Altijd gezellig
    Als gezelligheidsmens wil ik sfeer scheppen. Gezellige sfeer en dat betekent aandacht geven aan anderen. Een tevreden stilte is daarbij zeker niet uitgesloten, maar als deze te lang duurt, wordt hij voor mij toch wat ongemakkelijk.

    Ze hebben het toch wel naar hun zin? Het is toch wel gezellig?!

    Een stilteweekend haalt mij dan ook enorm uit mijn comfortzone. Ik bevind mij tussen de mensen, maar ik mag ze geen aandacht geven. Hoe gezellig is dat? En nog meer, hoe moeilijk?

    Onthaasting en zelfreflectie
    Een retraite is een eeuwenoude traditie, waarin vele kloosterlingen en boeddhistische monniken mij voorgingen, in hun geval voor het leven. Weg van de dagelijkse beslommeringen kozen zij voor geestelijke verdieping en een sterke verbinding met god. De afgelopen jaren zijn retraites weer meer in opkomst zonder gebonden te zijn aan een religie, maar gericht op onthaasting en zelfreflectie. Vaak aangeboden in combinatie met yoga, meditatie en mindfulness trainingen.

    Zweverig? Al lang niet meer. In onze huidige Westerse samenleving waarin we altijd bereikbaar (willen) zijn en niets willen missen zijn we druk-druk-druk, met als gevolg stress en in het ergste geval een burn-out of depressie. De tegenbeweging om weer tot ons zelf te komen en rust (terug) te vinden in ons dagelijks leven is een logische reactie hierop.

    Ging ik met deze behoefte het weekend in? Nee. Ik was simpelweg nieuwsgierig wat 48 uur stilte in een groep met mij zou doen.

    Zwijgen in plaats van socializing
    Op vrijdagmiddag worden we hartelijk ontvangen door Anne-Marie, die het Stilteweekend begeleidt. Ik ontvang een informatiemap en de sleutel van mijn kamer, genoemd naar de heilige Franciscus, we bevinden ons tenslotte in de pastorie.

    Van te voren is ons verzocht niet te praten met de andere deelnemers; begroeten is prima, maar geen persoonlijke informatie uitwisselen. Het idee hierachter, zo leren wij later, is om zo dicht mogelijk bij onszelf te blijven. Informatie over anderen betekent weer nieuwe input en het weekend is er juist op gericht om wat leger naar huis te gaan.

    Binnen in de St BonifatiuskerkOm kwart over vijf zitten we met de 13 deelnemers op zitzakken in het midden van de St Bonifatiuskerk, een werkelijk prachtige ruimte waar de meeste activiteiten plaatsvinden. De kerk is gebouwd in de 14de eeuw, in een tijd dat men nog rekening hield met de energiestromen van de aarde, ter versterking van de functie van de kerk: voeden, tot rust brengen en stil worden. Een mooie gedachte, ofschoon ik gedurende het weekend vooral de moderne vloerverwarming voel.

    De sfeer is afwachtend, we zijn stil en kijken vooral langs elkaar heen; blijkbaar maakt zwijgen oogcontact lastig. Anne-Marie compenseert ruimschoots ons gebrek aan geluid door haar energieke aanwezigheid en legt met heldere stem en op humoristische wijze uit wat we de komende twee dagen kunnen verwachten. Het doel van het weekend is onze innerlijke dialoog stop te zetten. Als ons dat lukt, creëren we meer innerlijke rust, waardoor we beter in balans komen te staan met de immer vragende en rumoerige buitenwereld.

    Een buitenwereld die wij zelf toelaten, omdat we, bewust en onbewust, willen zorgen, presteren en afgeleid zijn.

    Afgeleid van ons zelf, dat wat wij voelen, met als risico dat we op een gegeven moment overlopen, omdat we simpelweg niet genoeg rust hebben genomen. Niet genoeg voor onszelf hebben gezorgd.
    Om ons te helpen meer bij ons zelf te komen zijn er yoga- en meditatiesessies ingepland, ook is er een individuele stiltewandeling en een aantal creatieve workshops. Alle programma-onderdelen zijn vrijblijvend en met een open einde, je mag dus weggaan wanneer je dat wilt.

    Als niemand meer vragen heeft, luidt Anne-Marie de gong, ten teken dat het Stilteweekend officieel is begonnen. En het is opvallend, vond ik de groep daarvoor al zwijgzaam, na het gonggeluid is de stilte hoorbaar. Het voelt onwennig, alsof we ervoor enorm jolig waren.

    LummelenLummelen, in silte
    Elke dag heeft een vergelijkbare indeling, waarbij eten en activiteiten met elkaar worden afgewisseld. Daar tussen in blijft genoeg ruimte over om, zoals Anne-Marie het aanduidt ’te lummelen´.

    Lummelen brengt je thuis bij jezelf en betekent echt helemaal niets doen, gewoon maar wat zitten.

    Lezen wordt afgeraden, want ook dat is weer meer informatie en daarmee in feite vluchtgedrag van je innerlijke stilte. Daar gaat mijn kans om eindelijk One Day (David Nicholls) uit te lezen. Gelukkig is er nog de uitweg naar de tijdschriften in de huiskamer van de pastorie. Spiritueel voedend, staat er op onze hand-out, maar in de praktijk toegankelijker dan dit doet denken; ik kan mijn leesbehoefte stillen met een boekje met aansprekende Zen teksten.

    Onnatuurlijk en onaardig
    De vegetarische maaltijden worden verzorgd door Werner, de partner van Anne-Marie. Gedurende het weekend blijft hij een ietwat mystiek persoon die af en toe voorbij schiet in een keukenschort, en er voor zorgt dat de innerlijke mens op culinair vlak in ieder geval niets te kort komt.

    Eten in stilteAls je niet mag praten tijdens het eten, word je je van heel andere dingen bewust. Het gekletter van bestek tegen de borden, het krassen van een stoel over de vloer, je eigen kauwen, wat je daardoor zo zachtjes mogelijk probeert te doen. Ik probeer mijn aandacht volkomen mindful op de maaltijd te richten, maar mijn gedachten dwalen af. Het voelt heel onnatuurlijk en onaardig om in een groep stilzwijgend te eten, zonder rekening te houden met elkaar. En ik durf te beweren dat ik daar niet de enige in ben. Zo wachten we de eerste keer allemaal braaf tot iedereen is gaan zitten, alvorens met eten te beginnen. Als iemand opschept, kijkt hij toch nog even rond of er niet meer borden gevuld kunnen worden en van tafel vertrekken lijkt onbedoeld in groepjes te gaan.

    Lekker a-sociaal
    Terug in de kerk voelt het op mijzelf richten meer natuurlijk. Niet in de eerste plaats omdat alle andere aanwezigen dit ook doen. De één zit op een zitkussen, de ander ligt op een yogamatje, iedereen doet precies waar zij (en één hij, dit soort dingen worden altijd gekenmerkt door een groot gebrek aan mannen) zin in heeft. Niets hoeft, behalve stil zijn en elkaar met rust laten. En dat alleen al vind ik een rustgevende gedachte.

    Van denken naar voelen
    Elke doe-activiteit die we dit weekend ondernemen wordt voorafgegaan door een meditatie, met als doel onze blik naar binnen te richten en dichter bij ons gevoel te komen. Dat blijkt nog best lastig.

    Met een creatieve activiteit zoals tekenen of kleuren, lukt het mij nog prima, wat te danken is aan het feit dat mijn rechterhersenhelft hier wordt aangesproken. In deze helft zit ons creatief vermogen, onze gewaarwordingen en onze emotie en dat werkt automatisch meditatief. In het dagelijks leven spreken we vooral onze linkerhersenhelft aan, het gedeelte waar onze logica en verstandelijke functies schuilen; alles behalve rustig daar.

    De innerlijke dialoog en het Boerenpad

    post_banner_710_48_wandelen
    De individuele stiltewandeling is een ander verhaal. Ik ben vol goede moed, loop langzaam, ben mij bewust van mijn lichaam en geniet oprecht van de prachtige herfstkleuren in het boerenlandschap. Zonder oordeel laat ik mij door de paaltjes het verharde pad afleiden, ik knik vriendelijk, maar zwijgzaam naar een jonge visser die mij luidkeels begroet, en zak vervolgens met mijn gympen weg in de drassige rivierbedding.
    ‘Ik had beter mijn wandelschoenen aan kunnen doen,’ schiet het door mij heen. Maar ja, die heb ik niet bij me, dus laat ik de gedachte mindful gaan. Dat hou ik zo’n half uur vol, tot ik het modderpad bereik waar ik volgens de paaltjes overheen moet.
    ´Wat stom dat ik die schoenen niet bij me heb,´ zegt mijn linkerhersenhelft nu.
    ´Laat het gaan,´ antwoordt mijn rechterhersenhelft sussend.
    ´Had ik ze eindelijk een keer kunnen gebruiken, heb ik ze niet bij me!´ Linkerhersenhelft is inmiddels geïrriteerd.
    ´Kijk om je heen, geniet, je schoenen zijn nu toch al nat.´
    ´Ja, en ik heb geen ander paar bij me, ook dom.´
    ‘Laat het gáán.’

    Het moge duidelijk zijn, tijdens de wandeling wint mijn innerlijke dialoog het ruimschoots van mijn innerlijke stilte. Desondanks ben ik mij wel meer bewust, bewust van wat ik voel en van mijn omgeving. Er is geen afleidend gesprek te voeren of iemand of iets waar ik rekening mee moet houden. Dat is rustgevend.

    Aanpassen
    Als schrijver ben ik gewend lang alleen in stilte te zijn. Gedurende het weekend kom ik er achter dat dit mij in een stiltegroep ook prima afgaat. Het is net als de sauna: als iedereen naakt is, hou je ook niet je kleding aan. Dus als iedereen stil is, ga je ook niet praten. Zwijgen wordt dan iets heel natuurlijks.

    Waar ik wel moeite mee blijk te hebben, zijn de gesprekken aan het eind van het weekend, die alsnog ontstaan nadat Anne-Marie de stilte officieel heeft opgeheven. Ineens blijkt iemand drie kleine kinderen te hebben, waarop de helft in koor roept ‘O, wat druk voor je!’ en ik mij enorm moet beheersen om niet te roepen ‘Ja, maar die heb ik óók.’ Er blijken deelnemers te zijn die graag met dezelfde groep terugkomen, waarop ik mij onmiddellijk afvraag ´Waarom?’
    Van heel individualistisch ontstaat er ineens een groepsdynamiek, die ik daarvoor niet heb ervaren en waar ik ook totaal geen behoefte aan heb.

    Wat heb ik er uitgehaald?
    Ik had verwacht heel moe te zijn en veel te slapen, dat viel mee. Bij elke langere meditatie viel ik weliswaar in slaap, maar ik ben niet gebroken van het weekend teruggekomen. Echt opgeladen voel ik mij daarentegen ook niet.

    Ik ben blij met de ervaring, want het stond op mijn verlanglijst, maar ik zie mijzelf niet snel weer gaan. Samen stil zijn blijkt voor mij niet wezenlijk anders dan alleen stil zijn, en dat kan ik thuis op dit moment genoeg. Daarbij is schrijven mijn meditatie; als ik schrijf, ben ik gefocust, naar binnen gericht, en dat geeft mij een enorm gevoel van vrijheid en tevredenheid, oftewel, innerlijke rust.

    Boerenpad wandeling in stilte


    Overtuigd of nieuwsgierig naar een stilteweekend voor jezelf iemand anders?

    Wie Googled op Stilteweekend krijgt 7.550 resultaten; ik zat in de St Bonifatiuskerk in Horssen (Gelderland).

    Gebruikte bronnen:

  • De strijd van de minimalist in mij

    De strijd van de minimalist in mij

    ‘Jij ruimt niet op, jij verplaatst.’
    Dat is het structurele verwijt dat ik thuis krijg als ik weer eens een poging onderneem orde in de chaos te scheppen.
    Ik geef toe, ik ben heel goed in verplaatsen.
    Ook in stapelen, als we het er dan toch over hebben.

    Emotionele waarde
    Waar ik minder goed in ben, is dingen weggooien.
    Oude schoolagenda’s, brieven en krantenartikelen hebben voor mij een ongekende emotionele waarde. Dit gevoel projecteer ik ook op de werkjes van mijn kinderen, zodat er in de hoek van mijn werkkamer een enorme papierstapel ligt te wachten om ingeplakt te worden; immers zo leuk voor later.

    ‘Dan kun je in ieder geval je boekenkast leegruimen,’ zei iemand onlangs toen ik vertelde sinds kort de gelukkige eigenaar van een e-reader te zijn.
    Nee, natuurlijk niet.
    Daarin staan boeken die mijn opa nog heeft gekocht, die ik heb gekregen, achterovergedrukt of aangeschaft.

    Kortom, hier is geen sprake van een kast vol boeken, maar één vol herinneringen.

    ´In ieder geval komen er geen boeken meer bij,’ was de volgende opmerking.
    Helaas, weer mis.
    Sinds de aankoop van mijn e-reader heb ik alweer vijf fysieke boeken aangeschaft; papier geeft zo veel meer lees-beleving.

    En dan muziek en films. Met het grootste gemak schaf ik een nieuw album aan via iTunes. Heerlijk, alles direct binnen handbereik op één apparaat. Alleen de oude CD’s, om die nou meteen weg te gooien… En sinds de komst van Netflix in mijn huishouden liggen tientallen DVD’s te verstoffen in de kast. Ga ik ze ooit nog bekijken? Waarschijnlijk niet. Maar wat als Netflix uitvalt?

    Naast al het sentiment vind ik het ook gewoon zonde, zonde om iets wat nog goed is, weg te gooien. Ooit heb ik afstand gedaan van tientallen jaargangen modetijdschriften en dat knaagt nog steeds aan mij; ze zouden inmiddels collectors-waarde hebben.

    Less is more
    En toen las ik eind vorig jaar een artikel over minimalisten: mensen die hadden besloten om met minder bezittingen te leven waardoor ze zich vrijer voelden. Ze ruimden de rommel in hun huis en leven op met als resultaat dat ze er een rijker en voller bestaan voor terugkregen. In diezelfde periode ging ik naar de voorstelling Troep, waarbij de hoofdrolspeelster haar enorme verzameling aan spullen terugbracht tot 100 stuks, waardoor ze lichter door het leven ging. Ze heette nota bene Barbara en kwam ook uit Den Haag.

    Dat deed de deur dicht; dit ging over mij.

    En dit wilde ik ook: mij lichter en vooral vrijer voelen.

    Rendement in meerdere opzichten
    Ik besloot op te gaan ruimen en waar beter te beginnen dan bij mijn eigen kledingkast?!
    Ik was rücksichtslos en al snel had ik een ongekend overzichtelijke rij aan kledingstukken hangen. Zo één waar ik onbevreesd een jurkje uit kon pakken, zonder dat er tenminste drie kledingstukken meekwamen en er twee van hun hanger op de grond vielen. Zo één waar ik überhaupt kon overzien wat ik had.

    Een groot deel van de afgekeurde kleding ging naar het goede doel en enkele mooie stukken zette ik te koop op Marktplaats. En verkocht ze. Ik blij, iemand anders blij.
    Dat smaakte naar meer, en dus ging ik met dezelfde doelgerichtheid door de kasten van de kinderen. Ook hier verdween een hoop in vuilniszakken en werd een deel verkocht.

    En toen ging het mis.

    Mijn enthousiasme over de paar succesvolle Marktplaats-verkopen ging met mij aan de haal.

    In plaats van mij aan de regels van het minimaliseren te houden, ging ik uitbreiden.

    Een eigen winkel
    Er kwam kleding van familie en vrienden bij. Binnen enkele weken had ik een hele winkel aan tweedehands kleding, die ik via Marktplaats aanbood. En dat moest er natuurlijk wel professioneel uitzien, dus kwam er een Facebook pagina, een logo, twee aankleedpoppen voor de juiste fotografie, kreeg elk artikel zijn eigen wervende verhaal en als er iets verkocht was, dan werd dat uiteraard als cadeautje verstuurd, inclusief visitekaartje voor de branding.

    In plaats van vrijheid had ik er een hele baan bij. En ook nog eentje waarbij de ‘dubbeltje op de eerste rij’ discussie de boventoon voerde. Na vijf maanden was ik er klaar mee. Drie tassen met merkkleding verdwenen richting VintyWomen. Het moet gezegd, die organisatie ruimt echt op; er is van de dertig verstuurde items slechts één in verkoop genomen, de rest is alsnog door hen richting Goed Doel afgevoerd.

    Terug bij af
    Nu staan er vijf nieuwe dozen op zolder en naast de werkjes van de kinderen een selectie kleding die ik ooit op Marktplaats ga zetten als ik de moed weer heb. De minimalist in mij heeft de strijd voorlopig opgegeven, tot het moment dat er weer jurkjes van de kleerhangers afvallen, want die geordende kast, daar kan niets tegen op.

    Interesse in zwangerschaps-, kinder- of dameskleding? Laat het mij hieronder weten, het zou zomaar kunnen dat ik nog wat voor je heb.


    Is jouw innerlijke minimalist aangewakkerd en wil je jouw spullen kwijt? Hier wat tips:

    • Als je niets hoeft te verdienen aan jouw oude spullen, dan zijn er genoeg goede doelen die je er heel blij mee maakt. Zo ontvangt de Voedselbank ook graag speelgoed en andere materiële dingen, haalt de Kringloop Winkel de spullen zelfs thuis bij je op en zijn ze bij Dress for Success heel blij met representatieve kleding voor werkzoekenden met een minimum inkomen die zelf geen sollicitatiewaardige outfit kunnen kopen.
    • Kies je ook voor VintyWomen of VintyKids, check dan goed of je kleding van de toegestane merken is en aan de minimale verkoopwaarde voldoet. Wil je je afgekeurde kleding terug, dan betaal je €9,95 aan handling- en verzendkosten. Jouw percentage van de opbrengst wordt uitbetaald als shoptegoed bij VintyWomen en VintyKids zelf.
    • Ook tweedehands winkels ontvangen graag jouw nog mooie gedragen kleding; je houdt er een percentage van de opbrengst aan over dat je veelal vrij kan besteden.
    • Ga je voor Marktplaats, maak je lijst van aangeboden spullen niet te lang en voorkom onnodig heen-en-weer gemail door in je omschrijving naast confectiemaat ook lengte, materiaal en verzendkosten aan te geven.

    Deze blog is ook gepubliceerd op de website van De Mama Company