inzending Archieven - barbarasevenstern.nl

Tag: inzending

  • De afspraak (inzending schrijfwedstrijd)

    De afspraak (inzending schrijfwedstrijd)

    De pijn is terug, heviger deze keer. Sam knijpt zijn ogen stijf dicht, zijn handen tot vuisten gebald. Het liefst zou hij die vuisten recht in het gezicht van de man achter hem slaan, maar hij weet dat dit geen optie is. De man heeft foto’s van hem gemaakt, foto´s die Sam niet op internet wil terugzien.
    Harde vingers boren zich in zijn heupen en hij moet op zijn lippen bijten om het niet uit te schreeuwen. God, wat haat hij deze man. Deze man, waarvan hij dacht dat hij hem kon vertrouwen.
    De zware ademhaling achter hem versnelt en Sam weet wat er gaat komen.
    Dit moet stoppen, denkt hij, en er is maar één manier waarop dat kan.

    De voordeur valt met een harde klap in het slot, gevolgd door het gestommel van voetstappen in de gang. Over tafel kijken Roos en Tom elkaar veelbetekenend aan. Er was een tijd dat ze niet konden wachten tot Sam thuiskwam, maar sinds enkele maanden brengt zijn aanwezigheid een onaangename spanning met zich mee.
    ‘Laat hem maar aan mij over. ‘ Roos doet haar best neutraal te klinken, onpartijdig. Haar vriend haalt zijn schouders op met de gelatenheid van iemand die al te vaak op de proef is gesteld.

    Achter hen gaat de kamerdeur open. Roos draait zich om. ´Sam..’ de rest van de woorden blijft in haar keel steken. Naast Sam staat een man die ze uit duizenden zou herkennen, al was het maar omdat ze hem elke dag in het gezicht van haar zoon terugziet. In haar maag vormt zich een harde knoop; wat heeft die twee bij elkaar gebracht?

    ‘Victor Sanders.’ De man steekt zijn hand uit naar Tom, die hem aarzelend aanneemt. Roos ziet hoe een spiertje bij zijn mond ongecontroleerd is gaan trillen. Ze kan het hem niet kwalijk nemen, niemand zit te wachten op een bezoek van één van Nederland’s topcriminelen.
    Een onverwacht gevoel van verontwaardiging overvalt haar. Hoe durft Victor zo haar huis binnen te vallen?
    ‘De afspraak is dat jij je hier niet laat zien.´
    Victor’s ogen staan koud als hij haar aankijkt en de knoop in haar maag wordt harder aangetrokken.
    ‘De afspraak is dat hij hier veilig opgroeit.’
    ‘Wat hij ook doet.’
    De stilte die valt, is hoorbaar en Roos’ blik glijdt naar Sam, die nog steeds naast zijn vader staat.
    ‘Sam,’ zeg ze zachtjes, ‘wat is er aan de hand?’
    Sam schudt zijn hoofd en tot haar schrik ziet ze dat er een traan over zijn wang naar beneden rolt. De laatste keer dat ze hem zag huilen was drie jaar geleden. Hij was toen acht.
    ‘Misschien kan je vriend daarop antwoord geven.’
    Verbaasd draait Roos zich om naar Tom, die zwijgt. Het spiertje bij zijn mond is harder gaan trillen.

    De beweging komt onverwacht. Tom´s blouse schuurt kort haar blote arm als hij de kamer uitrent, Victor op zijn hielen. Enkele seconden later klinkt vanuit de keuken het geluid van brekend glas.
    ‘Blijf hier,’ roept Roos tegen Sam, die nog altijd roerloos in de kamer staat.

    Wanneer ze de keuken binnenkomt, heeft Victor Tom tegen het aanrecht gedrukt.
    ´Victor, laat hem los.´
    In plaats van te luisteren, trekt hij Tom’s hoofd hard naar achteren. Tot haar ontsteltenis ziet Roos hoe hij een stuk glas zachtjes langs de keel van haar vriend laat glijden.
    ´Victor, je gaat hem geen pijn doen.´
    ´Niet zoveel pijn als hij Sam heeft gedaan.´
    ´Wat bedoel je?’
    Ondanks dat Victor zijn mond bij Tom´s oor heeft, kan ze hem duidelijk verstaan. ´Wat was het? Lust, macht of beiden?’
    Roos kijkt naar het gezicht van haar vriend, vertrokken van angst. ‘Tom, waar heeft hij het over?’
    ‘Tom houdt van kleine jongens, Roos. Alleen niet op de manier die jij en ik graag zien.’
    Om haar heen lijkt de wereld stil te staan.
    ‘Nee,’ zegt ze zachtjes, ‘dat kan niet.’
    ‘Waarom niet? Omdat hij braaf elke dag naar kantoor gaat?’
    Een geluid bij de keukendeur doet haar omdraaien. ‘Sam, jij zou in de zitkamer blijven.’
    Sam negeert haar en kijkt naar Victor. ‘Wat ga je met hem doen?’ vraagt hij op vlakke toon.
    ‘Wat we hebben afgesproken.‘
    Haar blik glijdt van de één naar de ander, vader en zoon. Dan kijkt ze naar Tom, die met grote, angstige ogen terugkijkt. Ze voelt niets meer.
    ‘Ik ben moe, mamma,’ zegt Sam naast haar.
    Roos slaat haar arm om zijn tengere schouders. ‘We gaan slapen,’ antwoordt ze geruststellend. ‘Je vader ruimt het hier wel op.’


    Bovenstaand is het complete verhaal (750 woorden) dat ik heb geschreven voor de publiekswedstrijd van De Pennen zijn Geslepen en waarvan de eerste alinea hier op hun website is te vinden. Mijn alinea heeft het helaas niet gehaald tot de beste tien inzendingen. Mijn teleurstelling was inspiratie voor de blog Zelfvertrouwen.

    Nieuwsgierig naar wat ik vind van de juryselectie van de wedstrijd? Ik schreef er de blog De kracht van spannend schrijven over.

  • Ik ♥ van wonen (inzending blogwedstrijd)

    Ik ♥ van wonen (inzending blogwedstrijd)

    Mijn ideale huis staat in een jaren dertig woonwijk achter de duinen. Het is gelegen op een hoek en heeft een grote tuin op het zuidwesten. Achterin deze tuin, verscholen tussen hoge hortensia’s, staat een boomhut. Het is de favoriete speelplek van mijn kinderen.

    De natuur in huis

    Ikzelf ben het liefst in onze serre, een grote glazen uitbouw midden in het groen. Als je goed luistert, hoor je in de verte het ruisen van de zee. Overdag zit ik hier achter het houten bureau, dat we tijdens een vakantie op een lokale markt in Zuid-Frankrijk op de kop hebben getikt. Ik werk dan in alle rust aan mijn roman en blogs. De zon schijnt door het glazen dak naar beneden en verwarmt mijn rug, de geur van vers gezette koffie houdt mij scherp.

    Centrale ontmoetingsplek

    ´s Avonds schuift iedereen aan de hoge, witte bar, die onze open keuken van het woongedeelte scheidt. Deze bar is de centrale ontmoetingsplek van ons huis; vele mooie gesprekken zijn hier al begonnen en geëindigd.

    Na het eten lig ik languit gestrekt op de rode bank voor de open haard. Of ik kijk met echtgenoot een filmpje in televisiehoek, terwijl de kinderen in de achterkamer hun eigen ding doen. Dat is het fijne van mijn ideale huis, er is ruimte genoeg om bij elkaar te zitten, zonder dat je elkaar in de weg zit.

    Tot zoverre de fantasie.

    Hoe het echt zit

    Mijn werkelijke huis staat in een niet zo hippe, maar wel gezellige buitenwijk van Den Haag. De eerste keer dat mijn echtgenoot de wijk bij mij onder de aandacht bracht, dacht ik dat hij gek geworden was. Ik kwam uit Amsterdam, wat moest ik in de Vinex? Nog niet dood wilde ik er gevonden worden.

    Inmiddels zijn we tien jaar verder en ben ik steeds meer gehecht geraakt aan de omgeving. Mijn huis mag dan wel geen visgraat parket hebben en ook de plafonds zijn angstvallig laag vergeleken met een authentiek dertiger jaren woning, de buurt is extreem kindvriendelijk en mijn stookkosten zijn betaalbaar. Het enige punt is de ruimte of eigenlijk het gebrek eraan.

    Relatieve ruimte

    Ruimte is een relatief begrip, er zijn genoeg mensen die met veel minder vierkante meters dan ik prima uitkomen. Zelfs met drie drukke kinderen die er ook niet kleiner op worden. En ik ken ook mensen die in veel grotere huizen wonen en nog steeds ruimtegebrek ervaren, ook zonder die kinderen. Toch zit ik dagelijks te broeden op een plan om mijn huis op z’n minst groter te doen lijken.

    Onlangs dacht ik de oplossing gevonden te hebben: een glazen schuifpui aan de achterkant, zodat de zitkamer en tuin meer één geheel worden. ‘Ik dacht dat je met een goedkope oplossing zou komen,’ was de reactie van mijn echtgenoot hierop. Hij is van mening dat opruimen al een heleboel zou schelen. ‘De boekenkast eruit?’ was de hoopvolle suggestie van de oudste van elf, die onze inrichting hopeloos ouderwets vindt. Maar ik hou van mijn boeken en ik kan niet alle knutselwerkjes van de kinderen zomaar weggooien.

    Nee, ik broed op iets anders. Iets met veel glas en een hoge, witte bar en heel misschien zelfs een open haard.


    Deze blog is geschreven naar aanleiding van een oproep door VT Wonen voor nieuw blog talent. Het thema was ‘ik ♥ van wonen’. Ofschoon ik zeker niet een pur sang wonen blogger ben, vond ik het toch leuk om mee te doen.

  • Het plan (inzending Editio debutantenwedstrijd 2015)

    Het plan (inzending Editio debutantenwedstrijd 2015)

    Hij stopte zijn mobiele telefoon terug in zijn zak. Liever had hij het niet zo ver laten komen, het lag niet in zijn aard om fysiek te worden; dat liep vrijwel altijd uit de hand. Daarom was het ook geen onderdeel van het plan geweest. De lichamen zouden nu snel genoeg gevonden worden. En ze hadden hem geen keus gelaten. Dat deden ze nooit, dacht hij. Het zou gekker geweest zijn als ze het nu wel hadden gedaan. Gekker, een passend woord gezien de situatie.

    Die ochtend was er weer een gesprek geweest. Deze keer met een mevrouw die zich psychiater noemde. Ze had een duidelijk Frans accent. Dat kon hij zich goed herinneren, want ze was de hele tijd aan het woord geweest. Daarbij had ze een lijst van gedragskenmerken voorgelezen. Blijkbaar die van hem. En de uitslag was niet best. Hij kon zich de exacte woorden niet meer herinneren, maar ze deden er ook niet toe. Het zou hem toch niet veranderen. Zijn ouders hadden er meer moeite mee gehad, Zijn moeder was in tranen uitgebarsten en zijn vader had geroepen dat hun zoon niet gek was. De mevrouw met het Franse accent had begripvol geknikt en een lijst met adressen over de tafel geschoven, ze hield blijkbaar van lijstjes. Zijn vader had het papier opgepakt en zonder te kijken in zijn binnenzak gestoken. Daarna hadden ze beleefd afscheid genomen van elkaar.

    In de auto terug naar huis hadden ze gezwegen. Nu er geen publiek meer was, was ook zijn moeder gestopt met huilen. Daar was hij blij om, het geluid maakte hem nerveus en als hij nerveus werd, dan ging het vaak mis.
    Eenmaal thuis was zijn vader naar zolder gelopen waar de computer stond. Hij was met zijn moeder in de zitkamer gaan zitten, zij voor de televisie en hij achter de iPad, koptelefoon op zijn hoofd. Toen zijn vader een uur later weer naar beneden kwam, zaten ze zo nog steeds; in versteende harmonie.
    ´De verzekering dekt niet alles,´ had hij zijn vader horen zeggen en zijn moeder had geknikt, haar blik strak op het scherm van de televisie gericht.
    ´Kan hij ergens terecht?’ was haar vraag tenslotte geweest.
    ‘Als we meedoen aan de sessies voor ouders.’
    Nu had ze opgekeken. ‘Het is te gek voor woorden. Ik kan echt niet elke dag vrij nemen.´
    ´Het is wekelijks en hij gaat morgen gewoon naar school.’
    ‘Daar mag ik niet meer komen,’ hij had snel geantwoord, voordat zijn moeder iets kon zeggen. Als het over hem ging, wilde hij graag onderdeel van het gesprek zijn.
    Zijn vader had een wenkbrauw opgetrokken. ‘Hoe lang gaat die schorsing nog duren?’
    ‘Tot het eind van de week.’ Hij was zijn moeder weer voor geweest. ‘Ik mis ook de Sinterklaasintocht.´
    ´Nee hoor, daar ga je gewoon naar toe.´ Zijn moeder klonk beslist. ‘Hoeveel vragen ze?’ Dat laatste was weer tegen zijn vader gericht. Die noemde een bedrag.
    ‘Belachelijk.’
    ‘Het is inclusief weekenden en vakanties.´
    ‘En je weet zeker dat het niet goedkoper kan?’
    ‘Absoluut, ik heb ze allemaal gebeld.’
    ‘Oké, dan brengen we hem er morgen heen.’
    En daarmee was het onderwerp afgehandeld.

    En had het plan urgentie gekregen. Dat hij zijn vader die avond op de overloop tegen zou komen, had niet bij het plan gehoord.
    ‘Waar ga je naar toe?’
    ‘Ik ga weg.’
    ‘Weg?’
    ‘Ja.’
    ‘Waar naar toe?’
    ‘Dat zie ik nog wel.’
    ‘Dat zie je nog wel?’
    ‘Ja.’ Hij keek zijn vader aan. Volwassenen konden soms heel dom zijn.
    ‘Ik dacht het niet,’ zei zijn vader.
    Hij knikte begripvol. Nee, hij had ook niet verwacht dat zijn vader het er mee eens zou zijn. Niet op deze manier.
    Zijn moeder verscheen in de deuropening van de slaapkamer.
    ´Is er wat aan de hand?’
    ‘Hij gaat weg.’
    ‘Toch morgen pas?’ Ze leek oprecht verbaasd.
    ‘Ik ga,’ zei hij nogmaals. ‘Dag.’
    ‘Jij gaat helemaal niet.’ Zijn vader ging voor hem staan. Volwassenen waren vaak erg vermoeiend.
    ‘Hoe ver denk je dat je komt? Een kind ‘s avonds in het donker op straat? Wat denk je dat de mensen zullen zeggen als ze je zo laat nog buiten zien lopen?´
    Het kon hem niet schelen wat mensen er van dachten, maar hij wist dat het voor zijn ouders belangrijk was.
    ´Nou, geef je nog antwoord?’
    Hij keek naar de mond van zijn vader die open en dicht ging. Waarom sprak hij toch zo veel?
    ´Ik ga,´ zei hij, nu voor de derde keer en hij draaide zich om naar de trap.
    Een hand schoot uit en belette hem door te lopen. Hij voelde de warmte van zijn vaders huid door de mouw van zijn winterjas heen branden.
    ‘Jij blijft hier.’
    Ergens in zijn hoofd ging vuurwerk af. Het konden ook sirenes zijn, hij wist het niet zo goed. Wat hij wel wist, was dat de warmte op zijn arm ondraaglijk werd.
    Met een ruk draaide hij zich om en zag nog net hoe zijn vader achterover de trap afviel. Zijn moeder gilde. Nog meer geluid. Hij probeerde zich af te sluiten, maar het was al bij hem binnengedrongen.
    Zijn moeder rende langs hem heen de trap af. Hij volgde haar langzaam en zag hoe ze bij zijn vader neerknielde. ‘Die is tenminste stil,’ dacht hij.
    ‘Bel 112,’ hoorde hij haar roepen.
    Waarom? vroeg hij zich af, hij ging alleen maar weg. Dat was toch ook wat zij wilden?
    ‘Ik ga,’ zei hij voor de vierde keer.
    ‘Bel 112,’ ze klonk inmiddels hysterisch, hij moest nu echt weg. Voorzichtig liep hij om zijn beide ouders heen, opende de glazen tussendeur en stapte de voorhal in. Achter hem hoorde hij zijn moeder overeind komen.
    Ik ga, ik ga, ik ga, de woorden waren een mantra geworden. De tussendeur vloog open, maar hij was er op voorbereid. Met een krachtige beweging sloeg hij de deur terug. Het glas rinkelde toen het in frontaal contact met het hoofd van zijn moeder kwam. Hij kon nog net een stap opzij doen, zodat ze niet tegen hem aanviel, maar op de grond. Even bleef hij kijken naar haar lichaam, waaronder zich langzaam een donkerrode plas bloed vormde.
    Toen draaide hij zich om en opende de deur.

    De kou van de buitenlucht werkte kalmerend en eenmaal op de dijk stopte het vuurwerk. Hij voelde zich rustig, ontladen. 112 bellen zat niet in het plan, maar zijn moeder had serieus geklonken en zoals altijd na een uitbarsting wilde hij haar graag tegemoet komen. Het gesprek hield hij kort, een ambulance naar een adres. Nu ging hij echt weg, volgens plan.


    Dit korte verhaal was mijn inzending voor de Debutantenwedstrijd van Editio 2015.
    Ik werkte toen al aan mijn boek Familiegeluk, maar was nog niet aan het bloggen.

  • Zij (inzending schrijfwedstrijd)

    Zij (inzending schrijfwedstrijd)

    De ruimte was te klein geworden, één van ons zou moeten vertrekken. Op korte termijn. Ik zag niet uit naar dat moment. Zolang ik me kon herinneren waren we bij elkaar geweest: zij en ik, een onafscheidelijk duo. Ik kon me een leven zonder haar simpelweg niet voorstellen.

    Ik bewoog en hoorde iets knappen.
    Ze keek op. ‘Wat is dat?’
    ‘Ik denk dat ik iets kapot heb gemaakt.’
    Haar gezicht kreeg een verschrikte uitdrukking.
    ‘Wat is er?’ vroeg ik.
    Ze wees naar beneden. Mijn blik volgde haar hand en nu zag ik het ook. Een gevoel van paniek bekroop mij. Tegelijkertijd ging mijn verstand in rationele overlevingsmodus.
    ‘We wisten dat dit zou gebeuren,’ zei ik rustig. ‘Nu weten we ook wie van ons vertrekt.’
    Ze kon mij alleen maar angstig aankijken. Ik wilde haar geruststellen, zeggen dat ik er altijd voor haar zou zijn, maar de woorden kwamen niet uit mijn mond. Want wat wist ik er van? Met een laatste blik op alles wat mij vertrouwd en dierbaar was, draaide ik mij om en begon de tocht naar het onbekende.

    Het gat dat ik had gemaakt, was groot genoeg om mij er doorheen te wurmen. Daarna werd het lastiger. De doorgang was nauw en hoe meer ik bewoog, hoe vaster ik kwam te zitten. Op mijn netvlies stond het laatste beeld van haar gebrand, en mijn hart kromp ineen bij de gedachte nooit meer samen te zijn. ‘Nu niet opgeven,’ sprak ik mijzelf streng toe en met alle kracht die ik in mij had, duwde ik mijzelf de lange smalle tunnel door.

    Een zee van helder licht overspoelde mij.
    ‘Jullie hebben een gezonde dochter,’ klonk een lage stem.
    Ik werd tegen iemand aangelegd en opende voorzichtig mijn ogen. Ik zag een onbekend gezicht en een onbeschrijfelijk gevoel van eenzaamheid overviel mij.

    Een man kwam aanlopen met een kleine bundel in zijn armen.
    ‘Ontmoet je tweelingzus,’ zei hij.
    Het enige wat ik kon doen was staren. Een vertrouwd paar ogen keek mij vreugdevol aan en ik voelde hoe mijn hart een sprong maakte. Later zou ik wel van haar horen waarom ze ook ons veilig onderkomen had verlaten. Het belangrijkste was nu dat ze er was. Hier. Bij mij.

    De man legde ons naast elkaar.
    ‘Kijk, ze passen precies,’ zei hij.
    Dat had ik hem ook kunnen vertellen.


    Dit is mijn inzending voor de korte verhalen wedstrijd 2015 van Heel Nederland Schrijft met als thema ´mijn mooiste herinnering´.

    Naar aanleiding van mijn deelname aan deze wedstrijd schreef ik ook de blog Schrijfwedstrijd, wel of niet meedoen? en Heel Nederland Schrijft, maar één Nederlander wint.