proeflezers Archieven - barbarasevenstern.nl

Tag: proeflezers

  • Is dat boek nou nog niet af?

    Is dat boek nou nog niet af?

    Een jaar of twee geleden kreeg ik regelmatig de vraag hoe het met mijn boek was. Gevolgd door de vraag wanneer het te koop zou zijn. 

    ‘Hopelijk met de zomer,’ antwoordde ik in januari 2015, dat leek me namelijk wel een commercieel wenselijk tijdstip. Mijn verhaal Familiegeluk is tenslotte bij uitstek een vakantieboek. ‘Ik denk toch wel rond de feestdagen,’ was mijn reactie in september van dat jaar, het boek is namelijk ook zeer geschikt om cadeau te geven. Vanaf 2016 stopte ik met het noemen van een beschikbaarheidsdatum.

    Te kritisch of te weinig talent?

    Inmiddels vraagt ook niemand meer wanneer mijn boek er is. Ze vragen hooguit of ik er nog mee bezig ben. En onlangs vroeg een vriendin heel eerlijk waarom het zolang duurde. Haar stem had niet verwijtend of neerbuigend geklonken, ze was oprecht nieuwsgierig hoe het kon dat ik al drie jaar aan mijn manuscript aan het schrijven was en een andere vriendin van haar in drie maanden er een verhalenbundel had uitgepoept. Het antwoord moest ik haar schuldig blijven.

    Laat ik me te veel afleiden? Heb ik te weinig talent? Ik denk het niet. Ben ik te kritisch? Te perfectionistisch? Ik weet het niet. Wat ik wel weet, is dat ik de lat hoog leg en dat het schrijven van Familiegeluk ongemerkt mijn opleiding tot schrijver is geworden.

    Manuscriptbeoordeling

    Voor mijn boek heb ik honderden pagina’s geschreven en evenveel zijn ook weer in de prullenbak beland. Ik heb schrijfcursussen gevolgd, eindeloos research gedaan en uiteindelijk proeflezers om hun kritisch oordeel gevraagd. Dit alles heeft geleid tot een manuscript van een kleine 400 pagina’s, waarvan ik deze week de professionele beoordeling van Linda Jansma terugkreeg. Linda is een succesvolle thrillerschrijfster, haar boeken zijn vlot en goed geschreven en kenmerken zich door Spanning met een hoofdletter.

    Mijn werk nog beter maken

    Die Spanning in kwadraat voel ik als geen ander als de mail van Linda binnenkomt. Je verhaal laten lezen door weliswaar kritische, maar ook bekende mensen uit je omgeving is één ding, een beoordeling van iemand uit het vak iets heel anders. Ik hou mij braaf aan Linda’s advies eerst haar leesverslag te lezen en pas daarna mijn manuscript te bekijken (voor elke kleine wijzing wordt al een hele rode ballon aangemaakt, wat op het eerste gezicht nogal ontmoedigend kan overkomen). Ik hou mij vast aan haar woorden dat alles wat ze heeft aangestipt uitsluitend bedoeld is om mijn werk nog beter te maken dan het al is en dat ik al een hele prestatie heb geleverd. ‘Jouw verhaal verdient het om gelezen te worden.’ Waarschijnlijk geldt dit voor iedereen die zo ver gekomen is als ik, maar toch leest het als een bevestiging van mijn kunnen.

    Herkenning en handvatten

    Het leesverslag is een feest. Van herkenning, maar ook van concrete aanwijzingen. Herkenning vanwege de verbeterpunten die ik zelf al vermoedde, maar niet verder mee kwam of voor blind was geworden. Concrete aanwijzingen, omdat Familiegeluk mijn eerste boek is en Linda negen thrillers heeft geschreven. Natuurlijk dien je open te staan voor kritiek, maar wanneer deze zo constructief en helder verwoord wordt, kan ik alleen maar heel blij zijn dat iemand de tijd heeft genomen om met kennis en ervaring mijn hele manuscript door te nemen. Natuurlijk betaald, maar dubbel en dwars de investering waard.

    Serieus aan de bak

    Als de manuscriptbeoordeling mij één ding heeft geleerd dan is het wel dat ik er nog steeds niet ben. Van structuur verbeteringen tot verdieping van de hoofdpersoon en van taalhantering tot ingeslepen patronen, ik moet serieus aan de bak. En dan heb ik het nog niets eens over de mate van spanning in het verhaal; in hoeverre is die goed genoeg voor een thriller of moet ik tevreden zijn met de door mijzelf gekozen insteek van een spannende roman?

    Vragen waar ik in de loop van de komende weken antwoorden op hoop te vinden. Tot het 30 september is en ik bij Marelle Boersma op Masterclass mijn aanpassingen onder de loep kan laten nemen.

    Nee, dat boek is voorlopig nog niet af!


    Mijn manuscriptbeoordeling door Linda is onderdeel van mijn deelname aan De Schrijf Compagnie Masterclass, een samenwerkingsverband tussen thrillerauteurs Marelle Boersma en Linda Jansma en hun uitgeverij De Crime Compagnie, met als doel van een manuscript een publicatie waardig verhaal te maken.

  • Proeflezers, wat is het nut ervan?

    Proeflezers, wat is het nut ervan?

    Het moest er een keer van komen, mijn schrijverskind uit handen geven, dus dat is wat ik enkele weken geleden deed. Drie proeflezers lazen gedurende de zomervakantie het manuscript van Familiegeluk.  Inmiddels heb ik hun feedback ontvangen, de vraag is of ik er ook iets mee kan?

    Laat ik direct beginnen met te stellen dat het leuke van proeflezers is dat je direct bewondering oogst.

    ‘Je hebt gewoon een boek geschreven!’

    ‘Nou ja, boek, boek, het is een manuscript,’ antwoord ik dan snel.

    ‘Het heeft een begin, midden en eind,’ is het antwoord, ‘hoe super is dat!’

    En ze hebben gelijk, hoe super is dat? De afgelopen periode ben ik vooral bezig geweest met het comprimeren van mijn 550 pagina´s naar de 475 die het momenteel zijn. Het is makkelijk te vergeten dat het traject om zover te komen ook een hele prestatie is.

    ‘Het leest als een trein!’

    ‘Het is een echte pageturner!’

    Ik neem de complimenten in ontvangst. Het is goed ze te horen, maar nu wil ik weten wat er beter kan.

    Eigenaardigheden

    Want dat dit het geval is, weet ik zeker. Zoals ik eerder schreef ben je als schrijver op een gegeven moment blind voor de lacunes in je verhaal. Daarnaast heb je ook je eigenaardigheden. Zo blijk ik een onverwachte voorliefde voor eikenhouten tafels te hebben. En alle meelezers zijn het er over eens dat er te veel cappuccino’s en wijn gedronken wordt. Terwijl het op z´n minst opvallend is dat niemand rookt, zelfs niet begin jaren zestig, waarin een deel van mijn verhaal zich afspeelt.

    Taalgebruik

    Frappant is ook mijn soms archaïsch taalgebruik, waarschijnlijk een overblijfsel uit de tijd dat ik diep in de oudere meisjesboeken zat. Mensen zetten zich neer en deuren openen zich. Terwijl de uitdrukking dat iets je niet boeit weer ongepast is in 1963.

    Tijdens mijn eigen redactie betrapte ik mijzelf op een te veelvuldig gebruik van bijwoorden en hoewel ik daar sindsdien meer alert op ben, zijn mensen alsnog vertwijfeld of wanhopig als ze het even niet meer weten. Datzelfde geldt voor woorden en uitdrukkingen die ongemerkt in mijn hoofd zijn blijven hangen; zo opent de hoofdrolspeelster op één pagina twee keer haar mond om iets te zeggen en zijn staalblauwe ogen een te groot cliché.

    Taal Tikfouten

    Proeflezers kijken naar je verhaal. Loopt het lekker? Is het geloofwaardig? Grammatica en taalfouten (of zoals één van hen troostend zei ’tikfouten’) zijn in principe van latere zorg. Toch is het prettig als iemand ze al voor je aanstreept, want ondanks alle eigen checks blijkt ‘die versus dat’ of  ‘ij versus ei’ niet altijd even makkelijk. En zelfs de beginnersfout ‘ik wordt’ komt ook in mijn manuscript meerdere keren terug. Ik troost mij met de gedachte dat dictee nooit mijn sterkste punt is geweest en dat je simpelweg over je eigen fouten heen leest. Ik weet natuurlijk ook wel dat een bardame niet haar glazen met haar geblondeerde haren poetst.

    Meningen

    Kun je over taal nog het Groene Boekje erbij halen of de heerlijke Schrijfwijzer van Jan Renkema, voor de inhoud geldt: zoveel monniken, zoveel kappen. Ook mijn proeflezers hadden totaal verschillende meningen over een aantal gebeurtenissen in mijn verhaal. Wat de één niet meer dan een logisch gevolg vond, ging voor de ander veel te snel. Van geen van hen heb ik overigens gehoord dat de seks-scenes eruit moesten.

    Overeenkomsten waren vooral te vinden in de motivatie van personages. Zo vindt mijn hoofdpersonage Lisette een kistje met documentatie van haar overleden moeder. Een moeder met wie ze geen goede band had. Waarom wil ze dan toch de betekenis van de documentatie achterhalen? En waarom neemt de ‘slechterik’ zoveel risico?

    De feedback van de meelezers bevestigt ook dat door het verwijderen en samenvoegen van personages en scènes, relevante informatie is weggevallen. Dit zijn o zo belangrijke punten, die je als schrijver vaak niet meer opmerkt, omdat je teveel in het verhaal zit.

    Hoe nu verder?

    Het mag duidelijk zijn: er is weer werk aan de winkel. Met alle feedback in mijn achterhoofd ga ik nu zelf mijn manuscript in boekvorm doorlezen. Ik verwacht dat ik op deze manier vanzelf merk wat ik wel en wat ik niet aan moet passen. Het zou nog wel eens tot een verrassende wending kunnen leiden.