moe Archieven - barbarasevenstern.nl

Tag: moe

  • Slapeloze nachten

    Slapeloze nachten

    Ik heb ooit gelezen dat ouders met kinderen slechts aan 70% van hun slaapbehoefte komen. Of ze dit ooit op een later tijdstip inhalen, vertelde het artikel niet. Mijn persoonlijke overtuiging is dat dit dan moet gebeuren als de kinderen het huis uit zijn.

    Eerder is zeker niet het geval. Na de nachtelijke voedingen komt immers de ik-ben-bang-om-te-slapen-periode, gevolgd door de ik-wil-nog-niet-slapen-fase, die na enige tijd naadloos overgaat in het als-puber-slaap-ik-vooral-overdag tijdperk, met als gevolg dat ze tot minstens half elf naast je op de bank je avond-me-time verstoren.

    Zo’n kleine wurm heeft het ook niet gevraagd afhankelijk te zijn

    Van bovengenoemd rijtje vind ik die nachtelijke voedingen het meest natuurlijke. Niet alleen door de enorme hoeveelheid hormonen, die na negen maanden zwangerschap nog door je lijf gieren, maar vooral omdat zo’n kleine wurm het ook niet gevraagd heeft op de wereld gezet te worden zonder ook maar één vinger uit te kunnen steken.

    Met drie kinderen heb ik hierbij een hele ontwikkeling aan wat wel en wat niet mag doorgemaakt. Zo kookten echtgenoot en ik bij de oudste nog alles braaf uit en was elke fles die hij kreeg Vers met een hoofdletter. Bij nummer twee werd de nachtelijke voeding al ’s avonds voorbereid, zodat we met één greep uit de koelkast hem de gewenste fles konden geven. Nummer drie sliep vanaf week acht godzijdank de hele nacht door. Waarschijnlijk begreep ze dat je als derde kind een stuk flexibeler moet zijn.

    Met het stijgen van de vermoeidheid, daalt de mate van flexibiliteit

    Want met het stijgen van het aantal kinderen, slaat ook de vermoeidheid toe. En dus de mate van flexibiliteit. Ik geloof overigens niet dat dit per se negatief is. Zo heeft onze oudste tot zijn vierde nog een nachtelijke fles pap gekregen, terwijl de middelste na tweeëneenhalf jaar daar niet meer om vroeg. Waarom? Simpelweg vanwege het feit dat wij het niet meer opbrachten elke nacht twee keer op te staan voor die pap. Ik geloof dat hij er nog drie nachten weinig overtuigend om gehuild heeft en daarna sliep hij door.

    Natuurlijk kent dit verhaal ook zijn context. De oudste nam genoegen met een fles pap in zijn eigen handjes en gooide deze na consumptie met een grote boog uit zijn bed op de grond. Middelste verwachte in eerste instantie dat wij de fles voor hem vasthielden. Toen hij zich realiseerde dat dit niet meer het geval was, werden echtgenoot en ik op z’n minst geacht de lege fles op te ruimen. Daar huilde hij nog harder om dan om de fles pap zelf. En nog steeds is hij het type ‘Mama, mag ik een boterham?’,  ‘Ja, maar die mag je zelf maken.’, ‘O, laat dan maar.’ Terwijl de oudste vrolijk zijn eigen eieren met spek staat te bakken.

    Zijn angst is wel degelijk oprecht

    Een heel ander fenomeen zijn de ik-wil-of-ik-kan-niet-slapen en de ik-ben-bang-om-te-slapen-fases. Het bang-zijn fenomeen vind ik lastig. Onze middelste vind het eng alleen in zijn kamer, maar valt redelijk snel in slaap. In zijn geval helpt het nog wel eens om na alle vaste naar-bed-breng-rituelen nog een extra vijf á tien minuten op zijn bed te blijven zitten. Daarnaast is zijn angst weliswaar niet reëel, maar wel degelijk oprecht en geen vorm van negatieve aandacht vragen. Ik ben als ouder dan ook sneller geneigd hem tegemoet te komen.

    In het geval ik-wil-of-ik-kan-niet-slapen heb ik veel minder geduld, simpelweg omdat het omringd wordt met allerlei smoesjes en scènes. Mijn vaste antwoord is dat er ook niet geslapen hoeft te worden, als ze maar stil zijn en in hun bed blijven liggen. Afhankelijk van het tijdstip is zelf een boekje lezen ook nog een optie, helaas is dochterlief de enige die hier gehoor aan geeft.

    Met een enorm vol hoofd in bed

    Tegelijkertijd is het niet kunnen slapen ook zo herkenbaar. Het is dat moment dat je in je bed ligt en je niets meer hoeft. Dat moment dat je hoofd stopt met doorrennen en dus onmiddellijk in overdrive gaat. Ineens weet je weer wat je nog wilde vertellen en had willen doen die dag. En deze gedachten roepen onmiddellijk weer nieuwe gedachten op, zodat je met dat enorme volle hoofd en wijd opengesperde ogen in je bed vooral alles kunt doen behalve slapen.

    Ik heb het al mijn hele leven en zie het nu bij mijn kinderen terug. ‘Als je hard hebt gerend en je staat stil, dan klopt je hartje nog een tijdje heel hard door, voordat het weer rustig voelt,’ probeerde ik het gisteren mijn ogenschijnlijk zeer wakkere dochter uit te leggen. ‘Zo is het hetzelfde met je hoofdje. Die heeft de hele dag heel hard gerend en mag nu stil staan. Dan moet dat hoofdje ook even bijkomen.’ Ze knikte instemmend, pakte toen haar knuffelbeer en vroeg met haar allerliefste stemmetje ‘Mag ik even in jouw bedje liggen?’

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company | uitgelichte afbeelding Shutterstock

  • Op tijd naar bed

    Op tijd naar bed

    Op tijd naar bed. Ik neem het mijzelf elke dag weer voor wanneer ’s ochtends om tien voor zeven de wekker afgaat. Als ik hem al hoor. Meestal schrik ik om tien over zeven wakker van het geluid van de douche waar echtgenoot, meer een ochtendmens dan ik, al reeds onder is verdwenen. Opstaan! Nu!

    In ons huishouden is er een strakke verdeling van taken, de enige manier om enigszins orde in de chaos van drie naar de basisschoolgaande kinderen met sportactiviteiten te houden. Echtgenoot begeleidt het opstaan en aankleden van het nageslacht, ik verzorg ontbijt en lunchtrommels. Een prima verdeling wat mij betreft, aangezien het mij de tijd geeft om in de stilte van de nog lege keuken echt wakker te worden.

    Uren maken

    Als de kinderen eenmaal op school zitten, begint mijn werkdag, thuis achter de computer. Vaak met het ophangen van de was, die echtgenoot, gedisciplineerd als hij is, eerder die ochtend al heeft aangezet. Ik kan die was overigens ook makkelijk negeren, uitgaande van het feit dat als ik buitenshuis zou werken, overdag ook geen was zou ophangen.

    Als het goed is, kan ik vervolgens wat uren maken, met op maandag en vrijdag de onderbreking tussen twaalf en één uur van de oudste die thuis komt lunchen. ‘Mama, wil jij een tosti voor mij maken?‘ Wat ik dan toch weer doe. Ik weet het, je creëert je eigen monsters. Op woensdag is het helemaal feest.

    Soms belt school. Dat er een kind ziek is of weggelopen. Ja, dat laatste gebeurt ook wel eens. Onze oudste heeft ADHD en ODD, wat betekent dat het hem wel eens teveel wordt. Op dat soort momenten is het gedaan met mijn werkdag.

    Na schooltijd is er de chaos

    Na schooltijd is er de chaos van wel/niet met vriendjes spelen (‘Mama, ik wil óók met iemand spelen!‘), huiswerk maken (‘Dat doe ik vanavond wel.‘) en het opmaken voor de diverse sportactiviteiten (‘Ik ga je niet nog een keer vragen je om te kleden.‘). Ondertussen ruim ik de vaatwasser in en maak ik de eerste ronde van het avondeten klaar. Als wij als gezin drie keer per week gezamenlijk eten, is het veel. Iets wat ik voorheen heel ongezellig vond, maar inmiddels wel zo rustig als het gaat om het onderlinge gebekvecht en de strijd om aandacht van de kinderen.

    Terwijl de middelste zijn spaghetti naar binnen slurpt, zet ik het eten voor echtgenoot en de oudste klaar, zodat zij bij thuiskomst direct aan tafel kunnen schuiven. Er is immers straks voetbaltraining. Tussendoor laat ik de middelste weten dat we nu echt weg moeten. Ik vraag de jongste haar jas aan te trekken (‘Ik kan best alleen thuis blijven!’, ‘Nee, dat kan jij nog niet.‘) en dan zitten we in de auto richting, laten we zeggen, de hockey. Om enkele minuten later weer richting huis te rijden, om de vergeten stick op te halen.

    Kan dat niet makkelijker?

    Terug thuis laat de vaatwasser mij weten zijn taak weer te hebben volbracht en begin ik aan kookronde drie, deze keer van mijzelf en de jongste. Ik hoor je denken, kan dat niet makkelijker? Natuurlijk. Wanneer ik bereid ben elke dag gebakken eieren te eten of een bal gehakt. Of wanneer al mijn kinderen zonder zeuren hetzelfde zouden eten en vooral ook niet moeilijk zouden doen over pasta, nasi, stoofschotels en meer van dat soort makkelijk van te voren te bereiden maaltijden. Op een gegeven moment heb ik besloten dat ikzelf lekker wil eten, ongeacht de voorkeur van mijn kinderen (maaltijd één) en dat ik de mate van strijd drastisch wil beperken (maaltijd twee en drie). Ik zeg je, ook daar word je heel handig in. En het scheelt enorm in de sfeer.

    Avondrituelen

    Tegen acht uur is de hele familie weer thuis, begint de discussie over het uitgestelde huiswerk met de oudste en gaat de jongste naar boven. Hier begint het ritueel van omkleden, tandenpoetsen en verhaaltje voorlezen. Dit gaat naadloos over in hetzelfde proces bij de middelste, die vaak door echtgenoot naar bed gebracht wordt, maar vervolgens vraagt of ik nog even bij hem wil zitten. Hij is nogal bang alleen in zijn kamer. Vaak geef ik hier aan toen, omdat die vijf á tien minuten een investering zijn in een rustige avond. En laten we wel wezen, ook voor mij is het een moment van stilte in de dag.

    Eenmaal beneden kan de vaatwasser nog wel weer een keer gedraaid worden en controleer ik alle digitale apparaten of ze goed zijn afgesloten (ik heb het – wellicht misplaatste – idee dat het doorlopen van filmpjes op Youtube ten kosten gaat van de kwaliteit van mijn WiFi). Ik stem de aankomende bedtijd af met de oudste, die languit op de bank ligt en alleen maar ‘ja, ja’ mompelt. Het is het moment dat ik eigenlijk zelf daar wil liggen, maar nog niet de rust heb om toe te geven aan mijn moeheid. Immers, nummer drie moet nog gaan slapen.

    Op tijd naar bed…

    Tegen de tijd dat dit zover is, is het tien uur. Echtgenoot constateert dat er wederom niets op televisie is en stelt voor om een filmpje te kijken op Netflix. Als ik verstandig ben, ga ik nu naar boven. Maar ja, ook ik heb recht op een eigen avond.

    Morgen ga ik echt op tijd naar bed.

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De MamaCompany | Uitgelichte afbeelding van Shutterstock.