familiegeluk Archieven - barbarasevenstern.nl

Tag: familiegeluk

Familiegeluk is de (werk)titel van het boek dat ik momenteel aan het schrijven ben.

  • Rebellen en dwarsdenkers

    Rebellen en dwarsdenkers

    Ik ben hem zojuist gaan volgen, schrijver en programmamaker Özcan Akyol, maar waar ik echt nieuwsgierig naar ben, is zijn nu al veelbesproken essay voor de aankomende Boekenweek, waarin hij het boekenvak geheel binnen het thema van dit jaar (rebellen en dwarsdenkers) onderzoekt.

    Aanleiding van de commotie rondom het essay is de (mogelijke) reputatieschade van een zekere boekhandel in Veenendaal. Als je het mij vraagt is het een prachtig PR mogelijkheid, waarop de boekhandel in kwestie op gepaste wijze inhaakt. Alle klanten krijgen bij aanschaf van het essay een boekenlegger met de tekst: “elke overeenkomst met bestaande personen berust op toeval. Veel leesplezier, boekhandel Van Kooten”. Inclusief smiley. Briljant! En laat ik deze week nou heel toevallig in de buurt van Veenendaal vertoeven ;-).

    Aan de rebelse literatuur schrijvers

    Akyols vraagstuk in zijn essay richt zich echter op de rebelse literatuur schrijvers; waar zijn ze gebleven? Of zoals Toef Jaeger dinsdag in het NRC schreef ‘het essay is een tirade tegen de elitaire boekenwereld die de ontlezing aan zichzelf heeft te danken’.

    Ik ben benieuwd.

    De niet-lezer

    Ik schrijf geen literatuur. Mijn debuut Familiegeluk is een verhaal met een gedoseerde hoeveelheid spanning en romantiek. Zo’n boek dat, zo begrijp ik uit de interviews met Akyol, volgens die elitaire boekenwereld gelezen wordt door niet-lezers.

    Inmiddels is deze groep niet-lezers echter een stuk groter dan de groep lezers. Sterker nog, dankzij hen wordt er überhaupt nog een beetje gelezen. En dus is het hoog tijd om iedereen in zijn waarde te laten én om het verschil te gaan maken als literair schrijver. Dat is tenminste wat ik uit de voorgesprekken met Akyol begrijp. En o ja, iedereen kan en mag zelf zijn keus maken welk boek hij wel of niet leest.

    De schoen wringt

    AHA! Maar daar wringt in mijn ogen ook een schoen.

    Want het mag je dan een zorg zijn (of niet) dat De Bestseller 60 voor het overgrote deel bestaat uit boeken gelezen door niet-lezers, feit blijft dat zo’n lijst gedomineerd wordt door de bekende namen.

    Oké, die hebben zich in het verleden bewezen of hebben een onderwerp, naam of netwerk dat deuren opent. Good for them. Maar wanneer je weet dat de fysieke boekhandels hun inkoopbeleid baseren op deze lijst (ze moeten tenslotte verkopen), dan snap je dat het voor de beginnende auteur, zijnde geen Bekende Nederlander of schrijvend over één, behoorlijk lastig is om gezien en dus gelezen te worden.

    ‘Zorg dan dat je in die lijst terecht komt,’ zeg jij nu wellicht. En daarin heb je een punt. Maar om in die lijst te geraken, moet je eerst serieus verkopen. En om serieus te verkopen, moet je zichtbaar zijn. En dat kip-ei dilemma is precies waar de schoen wringt.

    Serieus verkopen

    Ik heb serieus verkocht tijdens mijn boekpresentatie bij Paagman in Den Haag. Zo serieus dat ik die week zelfs op nummer 1 van hun Boek Top 5 belandde. Voor Geert Mak, Simone van der Vlugt en Auke Kok’s boek over Cruijff. Hoe cool was dat. En hoe zichtbaar was mijn boek. Niet alleen in de winkel, maar ook in de nieuwsbrief en op de website. Want zo gaat dat met lijstjes.

    Dankzij de inspanning van mijn uitgever was het e-book van Familiegeluk opgenomen in de Hebban Adventskalender 2019, wat resulteerde in een vierde plaats in de Hebban Rank. Wederom een grote zichtbaarheid onder de lezersdoelgroep. En zo waren er nog meer geslaagde marketingacties rondom mijn boeklancering.

    Maar wat daarna?

    Boekmarketing

    Daarna is het toch echt aan mij als auteur zelf om met mijn boek de boer op te gaan. Boekwinkels, journalisten, bibliotheken, leesclubs en talkshow te benaderen. Haakjes zoeken, zodat mijn verhaal relevant wordt voor de aangesproken partij. Elke gebeurtenis rondom het boek bekijken vanuit PR waarde. Is die er, hup, nieuwsbericht eruit. Tijdrovende zaken en bij lange na niet iets waar elke auteur zich comfortabel onder voelt of het netwerk voor heeft.

    Ako op Schiphol

    En laten we wel wezen, in het licht van het wereldnieuws en de roddel en achterklap, valt een verhaal rondom het schrijven van Familiegeluk al snel af. Als onbekende auteur ben ik vooral afhankelijk van de gunfactor van de lokale boekhandel en media. Iets wat ik koester, maar het blijft wel regionale zichtbaarheid, die mij niet bij de Ako op Schiphol doet belanden. Een plek waar een boek als Familiegeluk juist uitermate geschikt voor is.

    Natuurlijk, er blijven onbekende auteurs doorbreken. Auteurs die wel Thriller van de Maand worden bij gerenommeerde boekhandels en besproken worden in praatprogramma’s. Van wie de rechten verkocht worden aan het buitenland. Gelukkig maar. En ik weet ook dat een grote media exposure geen garantie voor hoge verkoopcijfers is.

    Zichtbaarheid

    Toch breek ik graag een lans voor al die “onzichtbare” boeken die het verdienen om gelezen te worden. In een tijdperk waarin er steeds minder gelezen wordt en het CPNB de lezer centraal wil zetten, zou er meer zichtbaarheid moeten zijn voor (debuterende) auteurs wiens boeken geen maatschappelijke impact zullen hebben, maar wel garant staan voor een paar uur leesplezier bij een hele grote groep lezers. Niet-lezers zo uw wil. Maar die wel moeten weten dat die boeken er zijn.

    Misschien een leuk thema voor de Boekenweek 2021?

  • Loyaliteitsconflict

    Loyaliteitsconflict

    Ik betrap mijzelf op een loyaliteitsconflict. Niet in mijn dagelijks leven, maar ten opzichte van de twee hoofdpersonen uit het boek dat ik schrijf.

    Ik zal proberen het uit te leggen.

    Hoofdpersonen
    Mijn boek Familiegeluk gaat over de familie Sandvliet en kent twee hoofdpersonen: Eline en Ellen. Eline is de moeder van Ellen, en mijn boek begint op het moment dat zij net is gestorven. Het is 2014 en geschreven vanuit het perspectief van dochter Ellen.
    Het deel waarin Eline de hoofdrol heeft, speelt zich af in 1963 en 1964 en komt halverwege het boek aan de orde.

    Onthechten
    Tijdens het schrijven over Eline, groeide ik mee met mijn personage en haar strijd (een goed verhaal kent altijd een (persoonlijke) strijd die overwonnen moet worden). Tegen de tijd dat ik weer terug moest keren naar Ellen, had ik er moeite mee om Eline los te laten. Ik was aan haar gehecht geraakt en het was alsof ik voor altijd afscheid nam van een goede vriendin.
    Alles wat geschreven moest worden, had ik echter geschreven; het was de hoogste tijd het verhaal van Ellen weer op te pakken.

    En ook hier gebeurde hetzelfde, ik raakte gehecht aan Ellen en haar koppige zoektocht naar de waarheid achter het vermeende familiegeluk (oké, tijd voor een bekentenis: ik raakte niet alleen zeer gehecht Ellen, maar ook aan haar love-interest). Toen ik mijn laatste hoofdstuk schreef, voelde ik mij oprecht melancholisch, zoals je dat ook kan ervaren als lezer, aan het eind van een fijn boek.

    Herlezen
    Inmiddels zit ik in de fase van het herlezen van mijn verhaal. Van begin tot eind, opzoek naar inconsistenties, niet lekker lopende zinnen en bovenal irrelevante informatie. Omdat het verhaal begint en eindigt met Ellen, was het vrij eenvoudig om na het schrijven van de laatste hoofdstukken, mij direct weer thuis te voelen in het eerste deel van het boek. Ik had de tekst dan wel enkele maanden geleden geschreven, de hoofdpersoon was mijn new best friend, dus dat las als een trein.

    Nu ben ik in 1963 aanbeland en mis Ellen. Terwijl ze nog niet eens geboren is. Dit gedeelte van mijn verhaal gaat over haar moeder Eline, die ooit ook mijn goede vriendin was. Totdat ik mij ging hechten aan haar dochter. Ik worstel mij door de tekst heen, opzoek naar de hechte band die wij eens hadden.

    Herschrijven
    En dan realiseer ik mij ineens waar mijn ongeduld vandaan komt. Het gaat niet om een voorkeur voor Eline of Ellen. Het gaat er om dat het mij niet lukt in het verhaal van Eline te verdwijnen. Gebeurtenissen gaan te snel, waardoor ze ongeloofwaardig worden. Als schrijver was ik mij daar duidelijk niet van bewust, stond ik te dicht naast de personage. Als kritische lezer van mijn eigen verhaal merk ik dit wel. Ik zal serieus moeten herschrijven.

    Op Schrijven Online staat dat herschrijven vaak een oefening is in nederigheid en doorzettingsvermogen. Mijn manuscript mag dan klaar zijn, het blijft toch nog altijd versie 1.0.

  • National Novel Writing Month (NaNoWriMo)

    National Novel Writing Month (NaNoWriMo)

    Het is alweer week twee van National Novel Writing Month (NaNoWriMo)* en ik ben goed op stoom.  13 scènes (ca. 22.000 woorden) heb ik geschreven sinds afgelopen maandag, wat betekent dat ik er twee voorloop op schema.

    Informatie overload
    Dat is evenwel geen reden om lui achterover te hangen. Ik weet inmiddels als geen ander dat de personages in mijn verhaal de neiging hebben activiteiten te ontwikkelen die ik van te voren niet heb bedacht. De geplande 35 scènes voor november zijn slechts een indicatie van het aantal dat ik werkelijk zal schrijven en de ervaring leert dat het er eerder meer dan minder zullen worden.

    Wordt het dan niet een brei aan informatie? vraag je je nu wellicht af.
    Het is een terechte vraag waar ik zelf ook mee worstel. Zeker als ik weer ergens lees dat je het aantal personages en verhaallijnen beperkt moet houden, zodat de lezer niet in totale verwarring het boek halverwege weglegt om nooit meer te openen. Daar staat tegenover dat alles wat ik schrijf een reden heeft.

    Alle mensen en gebeurtenissen in het verhaal hebben een functie.

    Soms is zelfs voor mij die functie niet direct duidelijk. Zo schreef ik enkele dagen geleden een parkeerwachter in mijn verhaal. Een hele pagina dialoog met mijn hoofdpersoon, waarvan ik mij tijdens het schrijven afvroeg, ´is dit nu echt nodig?’

    Als ik dat al denkt, wat moet de lezer dan wel niet denken?

     Toch liet ik mijn parkeerwachter er in staan, en wat bleek? Niet alleen was hij de noodzakelijke aanleiding om mijn hoofdpersoon op een gewenste locatie te krijgen, ik weet ook dat hij een cruciale rol gaat spelen in een latere scène, die nog geschreven moet worden.

    Realiteit versus fantasie
    Vaag? Wellicht. Het is een wonderlijk proces, dat schrijven. Als ik een hele dag met mijn boek bezig ben geweest, moet ik echt weer landen in mijn eigen wereld. Een wereld die onbekend is met mijn fictie personages. Echtgenoot kijkt altijd licht glazig als ik hem enthousiast vertel hoe achterbaks mijn slechterik zich heeft gedragen en hoe ontzettend leuk de love-interest van mijn hoofdpersonage is. Die mensen zeggen hem niets, voor mij zijn het mijn collega’s van die dag. Ik weet nu al dat ik ze ga missen als het boek klaar is.

    Schrijfflow
    Vanochtend ging ik met grote vastberadenheid achter de computer zitten en begon onmiddellijk met tikken. Nu ik dagelijks veel schrijf, zit ik in een zodanige flow dat ik relatief makkelijk de draad weer kan oppakken en direct door kan schrijven. Deze keer merkte ik dat mijn gedachten steeds wegliepen van het verhaal. Mijn ergernis over de tijdrovende boodschappenronde van die ochtend zat nog enorm in mijn systeem. Ik bedacht me dat ik de was op moest hangen en het feit dat mijn internet verbinding er uit lag, zag ik niet als kans (geen afleiding), maar als duidelijke tegenwerking.

    Dergelijke onrust is funest voor mijn schrijfproces. Dan wordt het te vol in mijn hoofd en kan ik mij niet meer concentreren op mijn verhaal. En dus besloot ik deze blog te schrijven.

    Ik zou er ook de brui aan kunnen geven en een boek gaan lezen

    Onder het mom van ‘onderzoek en inspiratie bij anderen’.  Ik weet evenwel ook dat ik daar een heel ontevreden gevoel aan overhoud. Een blog schrijven houdt mij in het schrijfproces en omdat het een afgeronde activiteit is (de blog is binnen afzienbare tijd klaar en online) geeft het ook een voldaan gevoel.

    En op dat voldane gevoel kan ik weer mijn verhaal oppakken. Een verhaal waarvan ik heb gezegd dat het manuscript deze maand af is. Ik heb een deadline, en dat niet alleen: ik heb mijn deadline kenbaar gemaakt. Nu heb ik ooit gelezen dat mensen die over hun voorgenomen activiteiten praten, ze minder snel uitvoeren dan mensen die dit niet doen. Het praten erover schijnt al een dermate gevoel van voldaanheid teweeg te brengen, dat de urgentie om tot realisatie over te gaan minder wordt.

    Met andere woorden: als je iets wilt realiseren, praat er dan niet over.

    Bij mij werkt dat precies andersom. Als ik iets niet vertel, betekent het vaak dat ik het toch niet uit ga voeren. Of het op z´n minst heel vaak uitstel, er is altijd wel wat anders, meer urgent, te doen.

    Het is alweer week twee van National Novel Writing Month (NaNoWriMo) en ik heb nog 12 werkdagen om Familiegeluk af te schrijven. De hoogste tijd dus om dat nu te gaan doen!


    * National Novel Writing Month (NaNoWriMo) is een uit Amerika overgewaaid initiatief met als doel het schrijven van een roman van minstens 50.000 woorden in één maand, te weten November.  Er is een website met tutorials, peptalks, fora en zelfs merchandise. Alles om er voor te zorgen dat jij succesvol schrijvend de maand doorkomt. In Nederland hebben op dit moment 10.792 mensen een account op dit platform, of ze allemaal ook meedoen is natuurlijk de vraag 😉

  • Achter de duinen of aan de gracht?

    Achter de duinen of aan de gracht?

    Toen ik een oud collega vertelde dat ik een boek aan het schrijven was, zei ze ‘Dat speelt zich zeker af in Den Haag?’
    ‘Eh,’ stamelde ik, ietwat van mijn stuk gebracht, ‘nee, eigenlijk niet.’
    ‘Nee?,’ herhaalde ze verbaasd. ‘Het leek me een logische keus, omdat je er woont.’

    Omdat je er woont. De woorden bleven in mijn hoofd hangen toen ik die dag terug naar huis reed. En in de weken er na.

    Mijn hoofdpersoon woonde namelijk in Amsterdam, evenals enkele cruciale bij-personages.
    Waarom?
    Gewoon.

    Gewoon is geen antwoord, besefte ik mij.

    Gewoon is een automatisme en dat is op zichzelf geen reden genoeg om iets te laten gebeuren.

    Zeker niet wanneer je een boek schrijft en je het voorrecht hebt alles (maar dan ook werkelijk alles!) zelf te bepalen.

    Ik realiseerde mij dat mijn collega een punt had. Ik mocht dan wel 15 jaar lang in Amsterdam hebben gewoond, niets in mijn verhaal maakte het van cruciaal belang om het daar ‘dus dan maar’ plaats te laten vinden.

    De potentie van Den Haag
    Den Haag heeft genoeg bedrijven waar mijn personages kunnen werken, genoeg galeries en musea, evenals leuke kroegen en woonplekken. Daarnaast heeft Den Haag een echt strand.

    Inmiddels ben ik een jaar verder en is Den Haag een essentieel onderdeel van mijn verhaal geworden. Omdat ik er woon, is onderzoek naar locaties relatief eenvoudig en omdat ik er mijn jeugd heb doorgebracht, zijn veel dingen herkenbaar of snel opgezocht.

    En er is nog iets.
    Den Haag is een stuk minder populaire locatie in boeken dan onze hoofdstad.
    En dat is straks toch mooi meegenomen in de marketing!


    Welke boeken ken jij die zich in Den Haag afspelen? Laat het mij hieronder weten! 

     

     

  • Een boek schrijven: hoe lang duurt dat?

    Een boek schrijven: hoe lang duurt dat?

    Ik schrijf een boek. Het is een roman met een thriller insteek en de (werk)titel is Familiegeluk. Naast de veelgestelde vraag ‘wanneer is het af?’ krijg ik ook vaak te horen ‘hoe lang ben je daar al mee bezig?’

    Mijn eerste reactie is ‘een kleine 1,5 jaar’, maar eigenlijk is dat te makkelijk. Ja, het idee van Familiegeluk ontstond ergens in juni 2014, toen ik gelegen in een hangmat in de prachtige Oostenrijke bergen de eerste verhaallijn op papier zette. Maar om daartoe te komen had ik al vijf jaar afgelegd.

    Dromen realiseren
    Toen eind 2008 het tweede kind van echtgenoot en mijzelf werd geboren, was ik tot de conclusie gekomen dat ik niet meer alleen wilde rennen voor de baas. Ik wilde mijn dromen achterna en één daarvan was het schrijven van een boek. Met de inzet van ouderschapsverlof ging ik 27 uur werken, waarbij vrijdag mijn schrijfdag werd. Eén dag in de week is niet veel, zeker niet toen de oudste na een half jaar naar de lagere school ging en ik om kwart voor drie al mijn plekje achter de computer moest verlaten, maar het was een begin. Ik had bedacht dat ik een chicklit ging schrijven, omdat mij dit als vrouw-van-ergens-in-de-dertig een laagdrempelig debuut-genre leek. Ik kon zo uit mijn eigen verleden en heden putten en mijn leeservaring met schrijfsters als Marian Keyes, Jill Mansell en Hellen Fielding was meer dan voldoende om een goed idee van de betere chicklit te hebben.

    Droombaan
    Ik schreef een verhaallijn, synopsis, diverse karakteromschrijvingen en toen kwam kind nummer drie. En dat niet alleen, er deed zich een mogelijkheid voor van wat op dat moment mijn droombaan leek. Ik moest er alleen wel weer full-time voor gaan werken. Wat ik deed. Het boek-in-wording ging in de kast en twee jaar gingen voorbij.

    En toen begon het weer te kriebelen. De droombaan bleek in combinatie met drie kleine kinderen toch meer een nachtmerrie en daarmee kwam de schrijfdroom weer terug. Ik las over een schrijfweek in de Oostenrijkse bergen en dacht maar één ding: daar moet ik naar toe.

    Gelijkgestemden
    Ik stofte de oude papieren van de chicklit af en dook letterlijk onder in de bijzondere wereld van De Berghut, een pension voor ontmoeten, inspiratie en bergbeleving. In de veilige omgeving van gelijkgestemden, kon ik mij weer helemaal richten op mijn verhaal. En ik realiseerde mij: dat hoofdpersonage uit mijn boek, dat ben ik. Hier was een meisje dat heel graag iets wilde bereiken, maar voor de veilige zijlijn koos. In plaats van haar nek uit te steken en het te doen.

    Niet lang daarna verliet ik mijn werkplek.

    Braindump
    Met nog geen nieuwe baan, had ik alle tijd om te schrijven, maar nee. De maanden van buffelen en over grenzen gaan, braken mij op. Ik kreeg ontstressingshoofdpijnen en het duurde zeker zes weken voordat ik weer een beetje normaal naar een beeldscherm kon kijken. De inspiratie bleef uit, maar ik wilde wel schrijven. Dus dat was wat ik deed; een braindump van alles wat er de afgelopen twee jaar had plaatsgevonden, met de kernvraag ‘is dat wat je doet, het ook waard? Want ik had gemerkt dat ik niet de enige was met te veel stress en hoofdpijn.

    Hoe beraak je de lezer?
    Met 120 pagina´s tekst trok ik voor de tweede keer de bergen in. Teksten die over mij gingen en gelezen zouden worden door schrijfcoaches. Best confronterend, vond ik. De schrijfcoaches waren unaniem in hun oordeel: het verhaal lag te veel aan de oppervlakte.

    Weg van de dagelijkse hectiek op het thuisfront en met de focus op het schrijven, begreep ik gelukkig precies wat ze bedoelden.

    Schrijven is het uitvergroten van emoties.

    Mijn pakket aan papier was weliswaar de resultante van heel veel persoonlijke emotie, maar op een afstandelijke manier gebracht. Waarom? Omdat het over mijzelf ging. Het was mijn verhaal.

    Welke vorm past bij mij?
    Daarmee had ik precies de vinger op de zere plek gekregen. Zolang het letterlijk mijn verhaal bleef, zou ik niet dieper tot de emotie kunnen doordringen. Het moest dus het verhaal van iemand anders worden, waarop ik mijn eigen emoties kon projecten.

    ‘Wat is het allerergste wat je zou kunnen overkomen?’ vroeg iemand mij. ‘Schrijf daar eens over.’
    Ik liet onmiddellijk een kind dood gaan.

    Tijdens diezelfde schrijfweek was er een schrijfoefening, waarbij je een stuk tekst vanuit verschillende genres moest benaderen. Afgezien de hilarische verhalen die het opleverde, gaf het mij het inzicht dat een thriller-insteek mij uitermate goed lag.

    Familiegeluk is nu voor zo’n 70% geschreven en de feedback tijdens mijn laatste Schrijfweek, deze keer op Mallorca, heeft mij gesterkt in het vertrouwen dat ik op de goede weg zit.

    Het belang van de lange adem
    En zo ontstond, 1,5 jaar geleden, het begin voor mijn eerste boek. De weg er naar toe duurde vijf jaar. Vijf jaar van beginnen, stoppen, oppakken, wegleggen, weggooien, weer opnieuw beginnen, feedback vragen, aanpassen. Een ontwikkeling die onlosmakelijk aan mijn eerste boek verbonden is, omdat ik zonder die zoektocht niet tot de insteek van Familiegeluk had kunnen komen.

    Dus, beginnend schrijver, mocht je je afvragen of je op de goede weg zit, schroom niet je werk met anderen te delen en sta open voor hun feedback. Doe eens mee aan een schrijfoefening, zodat je meer inzicht krijgt in de vorm die het best bij jou past. En durf opnieuw te beginnen, alles wat je hebt geschreven draagt uiteindelijk bij tot het eindresultaat: jouw boek.


    Volg de ontwikkeling van mijn eerste boek Familiegeluk via Facebook: https://www.facebook.com/familiegeluk

    Ook op schrijfweek of jezelf even terug trekken (klik op de tekst)?

     

    Een verkorte versie van deze blog is ook gepubliceerd op Schrijven Online

  • Wat voor boek schrijf je?

    Wat voor boek schrijf je?

    De nominaties voor de Hebban Thriller Debuutprijs 2015 zijn bekend en dat deed me nadenken over het genre van mijn eigen boek-in-wording.

    Wat voor boek schrijf ik?
    Het wordt mij vaak genoeg gevraagd.
    En ik vind het lastig om te beantwoorden.

    Vermaak
    In het begin zei ik een roman, omdat het lekker neutraal klonk. Toch voelde dit na enige tijd niet goed. Bij een roman verwacht ik iets groots en meeslepends of op z’n minst diepgaand, en  mijn boek valt toch eerder in de meer-luchtig-vermaak categorie . Wat overigens iets anders is dan trash.

    Marathon
    Een thriller dan? Er is tenslotte sprake van een moord. Op enig moment. En dat maakt het direct lastig om het in deze misdaad categorie te plaatsen. Misdaad suggereert het constante gevoel van achterna gezeten worden. Dat broeierige sfeertje dat altijd op de achtergrond aanwezig is, omdat de hoofdpersoon zich op plekken bevindt waar hij of zij beter niet kan zijn. Of dingen doet die gevaar met zich meebrengen. Het lezen van zo’n boek voelt voor mij als een marathon, je rent van het éne hoofdstuk naar het andere om achter de dader te komen. En zelfs als je even uit kan hijgen, weet je dat je op de volgende bladzijde weer zal gaan sprinten. Zeker die Noordelijke schrijvers laten mij uitgeput achter.

    Focus
    Een psychologische thriller? Dat genre waar de Saskia Noord’s en Esther Verhoef’en van deze wereld de afgelopen jaren zo succesvol mee zijn. De vergelijking roept verwachtingen op die ik direct de kop in wil drukken. Het genoemde genre kenmerkt zich in mijn ogen door het klein-houden van het verhaal. Een beperkt aantal spelers, waarbij de hoofdrolspeler zich door een fout verleden, foute beslissing, foute man of een combinatie van die drie in de problemen werkt. Uitzonderingen daargelaten, dat is waar het verhaal over gaat. Al te bloemrijke omschrijvingen van locaties of personages zal je er niet in aantreffen. Niets mis mee, ik lees het in één ruk uit.

    Whudunnit-met-beleving
    Mijn verhaal Familiegeluk heeft twee hoofdpersonen en kent 36 personages. Dat klinkt zeer ontmoedigend, zelfs voor mij, dus laat ik daar direct aan toevoegen dat ze niet allemaal een even grote rol spelen.
    Ook speelt het zich af in twee tijdvakken: het begin van de zestiger jaren en het heden. So much for het klein houden.
    Daar komt nog eens bij dat ik dol ben op beeldende verhalen, zolang de omschrijving een doel dient anders dan de auteur zijn liefde voor het onderwerp. Ik probeer dit zelf ook toe te passen in mijn boek, zodat je als lezer niet alleen het gevoel hebt naast de betreffende personage in de kamer te staan, maar ook de koffie kan ruiken en de appeltaart kan proeven (wees gerust, een redacteur zal hier op een later tijdstip genadeloos over heen gaan).

    Laten we het er maar op houden dat mijn verhaal in het whudunnit-genre valt, want uiteindelijk zal de moord wel opgelost moeten worden. En dan maakt het ook kans op een nominatie van de Hebban Thriller Debuutprijs 2016.

    Lezen en meestemmen voor dit jaar?
    Wie de vijf genomineerden van dit jaar zijn lees je op de website van Hebban.
    Nummer zes op de shortlist wordt gekozen door de lezers van Hebban, uit een voorselectie van vijf debutanten. Als je bereid bent een account aan te maken, kun je stemmen via een stemformulier (tot 31 augustus).

     

     

  • Steamy seks op de keukenvloer?

    Steamy seks op de keukenvloer?

    Een onverwachte romance is één van de belangrijke verhaallijnen in mijn boek. De vraag die zich daarbij direct opdringt is: hoe ver ga je? Hebben ze steamy seks op de keukenvloer of eindigt het hoofdstuk bij die innige zoen?

    Past het bij mijn boek?
    Op basis van het succes van Vijftig tinten grijs, lijkt het zinvol voor de eerste optie te gaan, maar wil ik dat wel? En nog veel belangrijker: past het bij mijn boek? Ik sla er nog maar eens Rendez-vous van de onvolprezen …Esther Verhoef op na. Zij weet seksscènes dusdanig te beschrijven dat het nog herkenbaar en daarmee voor mij aansprekelijk blijft. Het is niet puur seks tussen Simone en Michel, het is de spanning van een buitenechtelijke relatie, waarvan de vrijpartijen de ontlading zijn. De seks dient het verhaal.

    E.L. James gaat een stap verder, bij haar ís de seks het verhaal. Ofschoon ik laatst iemand sprak die zei dat ze alle steamy scènes oversloeg, omdat het haar puur ging om de relatie tussen Christian en Anastasia. Het kan…

    Appetijtelijk?
    Wat Familiegeluk betreft, ik ben meer van de Simone en Michel scènes. Uiteindelijk schrijf ik een thriller en geen erotisch verhaal. Dan blijft er genoeg uitdaging over, want na de ‘hoe ver’ vraag komt de ‘hoe verwoord je het’ vraag. Een te expliciet scène leest ronduit onsmakelijk, maar je wilt als lezer wel de spanning blijven voelen.

    Inmiddels staat de eerste scène op papier en ben ik best tevreden. Ook al blijft het schrijven ervan een bizarre aangelegenheid.

    Een moord?
    Geen probleem.
    Seks?
    Het blijft lastig.

    Tenslotte zullen ook mijn ouders het boek straks lezen.

  • Onderzoek (deel 1)

    Onderzoek (deel 1)

    Onderzoek, research met een populair woord, is een groot onderdeel van mijn schrijfproces. Niet alleen helpt het mij de feiten correct weer te geven, het inspireert ook en brengt het verhaal op een hoger niveau.

    Hofstad
    Een deel van mijn boek-in-wording Familiegeluk speelt zich af in onze Hofstad.
    Den Haag in het heden, en Den Haag begin zestiger jaren. Zeker over dat laatste Google ik aardig wat af, want het Belgisch Park mag nu dan wel een chique wijk zijn, wie zegt dat dit 50 jaar geleden ook zo was?

    Ronduit gelukkig kan ik worden van oude beelden van Scheveningen (de Pier!) en de binnenstad van Den Haag. De kapsels en kleding van de nozems, maar ook van het flaneren van het chique publiek van de vermaarde Haagse tearoom Maison Krul.

    Verkenning op de fiets
    Alle online filmpjes en foto’s ten spijt, de beste manier om echt in de stemming te komen is de omgeving zelf te verkennen. En in mijn geval is dat heel makkelijk, ik woon namelijk (heel toevallig ?) in Den Haag. Dus toog ik vandaag op de fiets de stad in; Duinoord en het Statenkwartier om precies te zijn. De zon scheen en de stad toonde zich op deze mooie dag in juni van z’n beste kant. Of ik keek eindelijk eens goed naar de stad.

    Sweelinckplein, een oudere dame nodigt mij van harte uit haar koloniale huis een keer van binnen te bekijken.

    Alexander Gorgelweg en omgeving, ooit prachtig, nu wordt de weg omgeven door verhoogde politie-uitkijkposten en zijn de huizen voorzien van hoge hekwerken en beveiligingscamera’s om ongewenst bezoek buiten de ambassades te houden. Straten worden aan beide zijden ingenomen door auto’s van diverse pluimage.

    Ontdekking
    En dan fiets ik de Johan van Oldenbarneveltlaan in. En ik weet ineens, dit zou zo maar een heel belangrijke straat kunnen worden…

    Zelf ook beelden bekijken van het oude Den Haag?