demamacompany Archieven - barbarasevenstern.nl

Tag: demamacompany

  • Het geheim van een volwassen huis

    Het geheim van een volwassen huis

    Vanaf het moment dat ik haar leerde kennen, had mijn vriendin K. wat ik noem een ‘grote mensen inrichting’. Of het nou haar studentenkamer was of later een op zichzelf weinig aantrekkelijke jaren dertig flat, ze wist het altijd in te richten alsof ze die serieuze baan met dito salaris in the pocket had en daarmee dus ook haar volwassen interieur.

    Hoewel haar smaak niet die van mij was, had ik wel bewondering voor de mate van volmaaktheid van haar inrichting. Mijn huis is altijd in ontwikkeling en een voorkeur voor bij het grofvuil gevonden stoelen of vogelkooien klinkt wellicht zeer industrieel, maar heeft in de praktijk toch vaak ook iets te studentikoos.

    Grote mensen huis

    Toen kwam dat grote mensen huis. Dat eengezinshuis dat echtgenoot en ik alweer tien jaar geleden samen kochten, na 2,5 jaar vierhoog antikraak met kind te hebben gewoond. Met vier slaapkamers en een heuse zolder met werkkamer. Ik zou niet zoals vriendin N. de boel laten overnemen door mijn kinderen en eindigen tussen het ontplofte speelgoed en ik ging ook geen schommels ophangen midden in mijn woonkamer. Hier zou serieus gewoond worden!

    We kochten een bank en een vloerkleed, en aangezien de oudste de godganse dag met pannen in de weer was, ook maar een plastic keukentje voor in de kinderhoek. Kind twee kwam en daarmee de noodzaak van een box in de zitkamer. En een aparte kast voor het alsmaar groeiende kinderspeelgoed bleek ook handig. Weer twee jaar later diende kind drie zich aan en moest mijn kleding- en schoenenkamer plaats maken voor een derde kinderkamer. Kortom, naarmate het kinderaantal steeg, daalde de grote mensen factor van ons huis.

    Niet Scandinavisch wit, maar kaal wit

    In een poging tot styling, kreeg de oudste een behang met kleurrijke vissen, wat na drie dagen van de muur afrolde; het papier bleek te dun om te blijven kleven. ‘Dan maar een kleurtje’ riepen wij in koor. Echtgenoot verfde de muren in de jongenskamer donkerblauw en ik ging creatief aan de slag met een plaatje; onze oudste heeft trouwhartig tot zijn tiende tegen een Sharky’s piratenschip aangekeken. Daarna werd alles wit. Niet Scandinavisch wit, maar kaal wit, met her en der een zwarte veeg van kinderschoen of hand.

    Middelste kan geen afstand doen van dingen

    En daar waar ik ooit een beeld had van ouderwetse schoolplaten aan de muur, met een retro schoolbankje en bijpassende legerkist eronder, bestaan de kinderkamers voornamelijk uit kast en bed, met bij de oudste inmiddels een televisie en Xbox. De muren zijn nog steeds akelig kaal, ook al heeft de oudste mij onlangs verteld dat hij met zijn vader alle gebruikte onderdelen van zijn stuntstep carrière op gaat hangen. Ik wacht het rustig af en probeer ondertussen de middelste te overtuigen van het feit dat een steigerhouten hoogslaper in zijn kamer van zo’n 10 vierkante meter best krap is en dat een laag bed de mogelijkheid biedt tot een heus eigen bureau. Maar middelste kan geen afstand doen van dingen, en onder zijn huidige bed is dan wel geen ruimte voor een bureau, er is wel genoeg plek voor 35 knuffels.

    Roze is veel te meisjesachtig

    Wellicht dat ik bij mijn dochter van zes meer kans maak. Zij is vaak genoeg druk bezig haar kamer ‘gezellig’ te maken, waarbij ze het uitgangspunt hanteert dat uit het zicht, opgeruimd is. En ze wil graag een nieuwe inrichting, want roze is veel te meisjesachtig. ‘Waar denk je dan aan?’ vroeg ik gisteren geïnteresseerd. ‘Ik wil een zwarte muur, mama. Met gele bliksemflitsen, oranje vuurballen en in 3D letters mijn naam met daarbij ‘super cool’ geschreven.’

    Het laatste woord is er nog niet over gezegd.

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company | uitgelichte afbeelding van Shutterstock.com 

  • Op pad met je kind

    Op pad met je kind

    Wij mensen vinden van alles, over onszelf, maar vooral ook over anderen. Een van de meest favoriete onderwerpen in dit laatste geval is kinderen, of meer specifiek: het gedrag van de jonge monsters dat nogal eens te wensen overlaat.

    Dat laatste is natuurlijk zeer subjectief en in zichzelf dus al een mening. Vroeger vond ik kinderen per definitie leuk en schattig, zeker als ze klein waren, maar ook wanneer ze groter werden en er meer interactie ontstond. Drie eigen kinderen verder, betrap ik mijzelf op een veel lagere tolerantiegraad ten opzichte van hun gedrag. Hoe kan dat?

    Hij is er klaar mee

    Het heeft alles te maken met de opstelling van de ouders. Omdat ik mij inmiddels ook tot die categorie mag rekenen, weet ik als geen ander hoe het wel kan en hoe vooral niet en hopla, daar gaat mijn medeleven. Want het mag dan niet altijd voelen als een keuze, je kunt wel degelijk heel veel negatief gedrag voorkomen, door je eigen gedrag aan te passen. En dat heeft weer te maken met het antwoord op de waarom-vraag. Waarom is mijn kind aan het zeuren, rondrennen, kabaal maken etc. Wedden dat het antwoord negen van de tien keer zal zijn ‘hij is er klaar mee.’

    Hij besloot sprintjes naar het raam te trekken

    Onlangs zat ik te werken in een leuk tentje in het centrum van Den Haag. Ik was er niet de enige, de ruim opgezette bovenverdieping in combinatie met stopcontacten, goede WiFi en smakelijk snacks voor de innerlijke mens, trekt veel mensen met een flexibele werkplek. Achter mij zaten twee moeders bij te kletsen, terwijl hun jonge kinderen zich vermaakten met papier, stiften en wat klein speelgoed. Naarmate de tijd vorderde, steeg ook het volume van de kinderen. Het kleine jongetje bedacht zich dat de grote ruimte de ideale mogelijkheid bood om sprintjes naar het raam te trekken (toch zo’n kleine acht meter) en het meisje volgde al snel enthousiast zijn voorbeeld. Terwijl ik mij probeerde te concentreren op mijn teksten, kletsten de moeders ongestoord verder. Kijk, dat is zo’n moment dat mijn tolerantiegraad wordt bereikt. Want het was overduidelijk dat die kinderen na anderhalf uur in een café te hebben gezeten, uitgelaten moesten worden. En neem het ze eens kwalijk!

    Hij wilde mama wel met mij gaan zoeken

    Een heel ander voorbeeld is die van het jongetje dat ik gisteren bij mij in de wijk tegenkwam. Hij was een jaar of tweeëneenhalf en zat op een klein fietsje. Hier was niets geks aan behalve dat hij alleen bij de weg stond. En dat vind ik wel gek of op z’n minst verontrustend. Misschien is hij het type kind dat braaf op de stoep blijft wachten tot zijn begeleider verschijnt, maar omdat ik niemand in de directe omgeving zag, besloot ik hem toch maar aan te spreken. Ja, hij was met mama. En nee, mama was er niet. Maar hij wilde best wel met mij mee om mama te gaan zoeken. Samen draaiden we om en gingen we opzoek naar mama. Die stond meters verderop te bellen en had totaal niet in de gaten dat zoonlief was doorgefietst. Met als gevolg dat ze ook niet in de stress was, wat dan weer scheelt voor haar eigen adrenalineniveau. Het is typisch zo’n situatie waar ik wat van vind…

    Andere invulling

    Natuurlijk word ik ook wel eens gebeld als ik met de kinderen op pad ben. En kun je niet al het gejengel en scenes voorkomen. Ook ik ben wel eens een kind kwijt geraakt op het strand en heb menigmaal met een gillend exemplaar onder mijn arm door de supermarkt gelopen. Wat ik wel geleerd heb, is dat alles wat ik onderneem met kinderen om een andere invulling vraagt dan zonder, zeker wanneer ze nog klein zijn. Is dat erg? Nee, tenslotte kan ik ook terugbellen, op een ander tijdstip de boodschappen doen of op een meer kindvriendelijke locatie afspreken met een vriendin. En voor die keren dat het even echt niet anders kan, heb ik nog altijd die rol snoepjes in mijn tas om het af te kopen. Kinderen zijn tenslotte net puppies.

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company | uitgelichte afbeelding van Shutterstock.com 

  • 1 april alert

    1 april alert

    1 april, de dag waarop iedereen elkaar voor de gek mag houden. Een dag waarop ik 24 uur lang alert ben.

    Ik geef het direct toe, ik ben heel slecht in 1 april grappen. Ik blokkeer op het moment dat ik er één moet verzinnen en als ik dan uiteindelijk – na lang nadenken – iets heb bedacht, is het dermate onuitvoerbaar of niet-leuk dat ik er direct de brui aangeef. Ik ben namelijk ook niet het type dat weken van te voren al zit te broeden op de grap van het jaar. Wat ik wel ben, is het ultieme slachtoffer.

    Waarvoor ik bang was, is nu gebeurd

    ‘Mama, waar is mijn fiets?’ Mijn oudste zoon komt met een verschrikt gezicht de kamer inlopen. Ik kijk hem verward aan. ‘Toch gewoon buiten, voor het raam?’ ‘Nee, daar staat hij niet.’ Met een angstig voorgevoel volg ik hem door de hal, de voortuin in. Daar ligt de fiets van zijn jongere broertje op de grond. Mijn fiets staat schuin tegen de gevel aan en op de plek waar de vorige avond nog de fiets van de oudste stond, is nu een grote leegte. ‘Godver!’ De fiets is namelijk niet zomaar een fiets, maar mijn oude mountainbike, waar zoonlief jaren op heeft geaasd. Toen eenmaal bleek dat hij er groot genoeg voor was en zijn eigen fiets echt te klein, was de deal snel gemaakt. Ofschoon ik er dus zelf niet meer op rijd, blijf ik emotioneel verbonden met deze vrolijke, gouden tweewieler van mijn jongere ik. Hoe vaak heb ik niet geroepen dat oudste hem aan het hek of in de schuur moest zetten? Precies omdat ik bang was voor wat nu is gebeurd. Tierend loop ik rond, niet wetend op wie ik bozer moet zijn, hem of mijzelf.  Ik zei toch, ik ben het ultieme slachtoffer.

    Ik ben direct klaar wakker

    ‘Er ligt een briefje van de buurvrouw voor je op tafel.’ Het is zaterdagochtend en ik ben net uit bed. Opstaan is niet één van mijn sterkste punten en met een slaperig hoofd laat ik mij op een stoel zakken. Mijn ogen glijden over het papier, een handgeschreven berichtje van nog geen halve pagina, waarin de buurvrouw mij laat weten dat mijn auto de afgelopen nacht van de oprit is afgegleden en tegen die van haar tot stilstand is gekomen. Met serieuze schade als gevolg. Direct ben ik klaar wakker. Want wellicht dat dit klinkt als een onwaarschijnlijk voorval, het is precies wat mij nog geen week geleden is overkomen, alleen dan zonder de botsing. Afgeleid als ik ben met jonge kinderen op de achterbank, was ik vergeten de handrem aan te trekken nadat ik mijn auto had geparkeerd. Wat ik wel had gedaan, was de versnelling in zijn vrij. Combineer dit met een wat aflopende oprit en na enkele minuten gleed mijn kleine Mini vrolijk de straat op. Godzijdank liep er niemand op de stoep. ‘Ik weet niet of je hier verzekerd voor bent,’ gooit echtgenoot nog wat olie op het vuur.

    Zie hier mijn reden tot de 24 uur staat van alertheid op 1 april. Echtgenoot is namelijk wel van de 1 april. Wat zeg ik, hij leeft voor die dag.

    Waarom ben ik toch zo moe?

    Het is nog donker als de wekker gaat. Ik voel mij uitgeteld, alsof het midden in de nacht is. Na enkele minuten staat echtgenoot op en verdwijnt de badkamer in. Even later hoor ik de douche aangaan, het teken dat ik nu echt op moet staan, wil ik zonder stress het ochtendprogramma doorlopen. Beneden is het doodstil. In de staat van vermoeidheid waarin ik verkeer, bevalt mij dat prima. Ik pak acht sinaasappels uit de koelkast om uit te persen en leg de ontbijtbordjes klaar. Mijn blik glijdt naar de klok aan de muur, het is tien over zeven. Jeetje, wat ben ik gesloopt. Misschien moet ik toch minderen met de wijntjes door de week. Boven is de douche gestopt en de stilte dringt zich weer bij mij op, hij is anders dan normaal. Het is een nachtelijke stilte, zo een waarbij het buiten nog donker is en er geen vogels, vroege fietsers of automobilisten te horen zijn. Ik kijk om mij heen, de digitale klok van de oven en de magnetron geven beiden 07:13 uur aan. Waarom ben ik toch zo verschrikkelijk moe? Echtgenoot is niet iemand om iets aan het toeval over te laten. Echtgenoot weet ook dat ik pas opsta als ik denk dat hij onder de douche staat. Het enige wat hij niet kan beïnvloeden, is de klok op mijn mobiel. Ik pak de telefoon van tafel en zet hem aan. Het is kwart over vijf ’s ochtends.

    Een gewaarschuwd mens

    1 april zal ik weer alert zijn, 24 uur lang. Opgewonden kinderen zal ik kritisch ondervragen, handgeschreven briefjes op voorhand niet vertrouwen en bij alles zal ik mij eerst afvragen waar echtgenoot zich bevindt. Het wordt een lange dag.

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company | uitgelichte afbeelding van Shutterstock

  • Slapeloze nachten

    Slapeloze nachten

    Ik heb ooit gelezen dat ouders met kinderen slechts aan 70% van hun slaapbehoefte komen. Of ze dit ooit op een later tijdstip inhalen, vertelde het artikel niet. Mijn persoonlijke overtuiging is dat dit dan moet gebeuren als de kinderen het huis uit zijn.

    Eerder is zeker niet het geval. Na de nachtelijke voedingen komt immers de ik-ben-bang-om-te-slapen-periode, gevolgd door de ik-wil-nog-niet-slapen-fase, die na enige tijd naadloos overgaat in het als-puber-slaap-ik-vooral-overdag tijdperk, met als gevolg dat ze tot minstens half elf naast je op de bank je avond-me-time verstoren.

    Zo’n kleine wurm heeft het ook niet gevraagd afhankelijk te zijn

    Van bovengenoemd rijtje vind ik die nachtelijke voedingen het meest natuurlijke. Niet alleen door de enorme hoeveelheid hormonen, die na negen maanden zwangerschap nog door je lijf gieren, maar vooral omdat zo’n kleine wurm het ook niet gevraagd heeft op de wereld gezet te worden zonder ook maar één vinger uit te kunnen steken.

    Met drie kinderen heb ik hierbij een hele ontwikkeling aan wat wel en wat niet mag doorgemaakt. Zo kookten echtgenoot en ik bij de oudste nog alles braaf uit en was elke fles die hij kreeg Vers met een hoofdletter. Bij nummer twee werd de nachtelijke voeding al ’s avonds voorbereid, zodat we met één greep uit de koelkast hem de gewenste fles konden geven. Nummer drie sliep vanaf week acht godzijdank de hele nacht door. Waarschijnlijk begreep ze dat je als derde kind een stuk flexibeler moet zijn.

    Met het stijgen van de vermoeidheid, daalt de mate van flexibiliteit

    Want met het stijgen van het aantal kinderen, slaat ook de vermoeidheid toe. En dus de mate van flexibiliteit. Ik geloof overigens niet dat dit per se negatief is. Zo heeft onze oudste tot zijn vierde nog een nachtelijke fles pap gekregen, terwijl de middelste na tweeëneenhalf jaar daar niet meer om vroeg. Waarom? Simpelweg vanwege het feit dat wij het niet meer opbrachten elke nacht twee keer op te staan voor die pap. Ik geloof dat hij er nog drie nachten weinig overtuigend om gehuild heeft en daarna sliep hij door.

    Natuurlijk kent dit verhaal ook zijn context. De oudste nam genoegen met een fles pap in zijn eigen handjes en gooide deze na consumptie met een grote boog uit zijn bed op de grond. Middelste verwachte in eerste instantie dat wij de fles voor hem vasthielden. Toen hij zich realiseerde dat dit niet meer het geval was, werden echtgenoot en ik op z’n minst geacht de lege fles op te ruimen. Daar huilde hij nog harder om dan om de fles pap zelf. En nog steeds is hij het type ‘Mama, mag ik een boterham?’,  ‘Ja, maar die mag je zelf maken.’, ‘O, laat dan maar.’ Terwijl de oudste vrolijk zijn eigen eieren met spek staat te bakken.

    Zijn angst is wel degelijk oprecht

    Een heel ander fenomeen zijn de ik-wil-of-ik-kan-niet-slapen en de ik-ben-bang-om-te-slapen-fases. Het bang-zijn fenomeen vind ik lastig. Onze middelste vind het eng alleen in zijn kamer, maar valt redelijk snel in slaap. In zijn geval helpt het nog wel eens om na alle vaste naar-bed-breng-rituelen nog een extra vijf á tien minuten op zijn bed te blijven zitten. Daarnaast is zijn angst weliswaar niet reëel, maar wel degelijk oprecht en geen vorm van negatieve aandacht vragen. Ik ben als ouder dan ook sneller geneigd hem tegemoet te komen.

    In het geval ik-wil-of-ik-kan-niet-slapen heb ik veel minder geduld, simpelweg omdat het omringd wordt met allerlei smoesjes en scènes. Mijn vaste antwoord is dat er ook niet geslapen hoeft te worden, als ze maar stil zijn en in hun bed blijven liggen. Afhankelijk van het tijdstip is zelf een boekje lezen ook nog een optie, helaas is dochterlief de enige die hier gehoor aan geeft.

    Met een enorm vol hoofd in bed

    Tegelijkertijd is het niet kunnen slapen ook zo herkenbaar. Het is dat moment dat je in je bed ligt en je niets meer hoeft. Dat moment dat je hoofd stopt met doorrennen en dus onmiddellijk in overdrive gaat. Ineens weet je weer wat je nog wilde vertellen en had willen doen die dag. En deze gedachten roepen onmiddellijk weer nieuwe gedachten op, zodat je met dat enorme volle hoofd en wijd opengesperde ogen in je bed vooral alles kunt doen behalve slapen.

    Ik heb het al mijn hele leven en zie het nu bij mijn kinderen terug. ‘Als je hard hebt gerend en je staat stil, dan klopt je hartje nog een tijdje heel hard door, voordat het weer rustig voelt,’ probeerde ik het gisteren mijn ogenschijnlijk zeer wakkere dochter uit te leggen. ‘Zo is het hetzelfde met je hoofdje. Die heeft de hele dag heel hard gerend en mag nu stil staan. Dan moet dat hoofdje ook even bijkomen.’ Ze knikte instemmend, pakte toen haar knuffelbeer en vroeg met haar allerliefste stemmetje ‘Mag ik even in jouw bedje liggen?’

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company | uitgelichte afbeelding Shutterstock

  • Waar blog jij over?

    Waar blog jij over?

    Het scherm voor mij is zo blanco als een verse laag onbetreden sneeuw. Normaal gesproken geeft mij dit een gretig gevoel, zoals een nieuw schrift of een nieuwe pen mij ook in lichte vervoering kan brengen. Alles staat nog open en het is aan mij welke kant we opgaan.

    Vandaag ontbreekt echter het euforische gevoel. Want naast het scherm is ook mijn hoofd leeg. Daar waar normaal gesproken de ideeën om voorrang vechten, gebeurt momenteel helemaal niets. Of in ieder geval niets wat te maken heeft met het schrijven van een blog. Voor de eerste keer in al die maanden ben ik totaal inspiratieloos.

    De verjaardag van Helen Fielding zal weinigen interesseren

    Tijd voor mijn aantekeningenboekje, die eigenlijk een App op mijn mobiele telefoon is, waarin ik te allen tijde mijn creatieve invallen kan opschrijven. Een aanrader voor elke (aspirant) schrijver, want wat op het moment zelf heel logische lijkt, is veelal een paar minuten later weer uit het hoofd verdwenen of in het beste geval een vage herinnering aan een briljant idee.

    Een kort lijstje van onderwerpen staart mij tegemoet. Ik twijfel. Normaal gesproken zit er altijd wel één bij die er direct uitspringt. Een onderwerp dat goed voelt voor de website waar ik het voor schrijf. Deze keer niet.

    Ik pak mijn agenda, een familieplanner, waarin ik per dag de (inter)nationale feestdagen en geboorte- en sterfdata van beroemde schrijvers heb opgeschreven, ter inspiratie van mijn schrijven. Valentijnsdag is inmiddels alweer twee dagen geleden en de aankomende verjaardag van Helen Fielding zal de bezoeker van De Mama Company weinig interesseren.

    Zelf ben ik geobsedeerd met de politieke gebeurtenissen in Amerika

    De krant dan, altijd goed voor onverwachte invallen. En niets geschikter voor een blog dan de actualiteit. Zelf ben ik momenteel geobsedeerd met het huidige politieke klimaat in Amerika en in het bijzonder de manier waarmee de media ermee omgaat. Ik ben geneigd te geloven dat het inderdaad chaos is rondom Trump en dat zijn meest recente uitlatingen aan het adres van Rusland over de Krim een met Putin persoonlijk afgestemde tegenaanval is naar aanleiding van de steeds hardnekkig wordende geruchten dat hij te positieve gevoelens voor dit land zou hebben.

    Tegelijkertijd vraag ik mij af in hoeverre dit beeld mij niet opgedrongen wordt door wat de media mij laten zien. Wat weet ik immers werkelijk van de nieuwe president van Amerika en al helemaal van hetgeen er achter gesloten deuren plaatsvindt? Daar komt nog eens bij dat het totale gebrek aan respect vanuit oude en nieuwe media mij keer op keer verwondert en zorgen baart.

    Begrijp mij goed, ik heb het hier niet over hiërarchisch afgedwongen respect, daar geloof ik niet in. Ik heb het over respect in de zin dat je iemand serieus neemt, ongeacht wat je van de persoon denkt. Dat gaat verder dan roepen dat iemand iets niet kan of er grappen over maken. Want die persoon is wel gekozen door een hele grote groep ontevreden mensen en hij heeft behoorlijk wat touwtjes in handen. En als de afgelopen Amerikaanse verkiezingen één ding hebben laten zien, is dat de overtuiging dat ‘het wel los zal lopen’ of ‘mee zal vallen’ al lang achterhaald is.

    Wat wil jij je kind meegeven?

    De vraag is of de bezoekers van De Mama Company zitten te wachten op mijn politieke overpeinzingen. Zelfs al mogen wij binnen een maand allemaal een vakje aankruisen in het stemhok, het blijft nogal een droog onderwerp. En ik mag dan van mening zijn dat een gefundeerd begrip over de politiek essentieel is om een juiste keuze te maken, wat deze ook mag zijn, een website die zich voornamelijk richt op opvoeden, mode en lifestyle is daar wellicht niet het juiste podium voor.

    Of toch wel?

    Want wat geven wij onze kinderen mee als we geen gebruik maken van ons stemrecht? Of strategisch stemmen, in de ijdele hoop dat het loslaten van onze eigen, meest belangrijke opvattingen een PVV buiten de coalitie houdt? En hoe uitgekauwd het inmiddels ook mag klinken, is het niet onze taak als ouder de wereld zo goed mogelijk door te kunnen geven aan de volgende generatie?

    Niet alleen stemmen op een mening, maar op concrete, realistische plannen

    Dat betekent gaan stemmen en bewust stemmen. Niet alleen stemmen op een mening, maar op concrete, realistische plannen. Dat dat lukt zeker niet met alleen het lezen van de inwisselbare campagneslogans van onze politieke partijen. En ook de Stemwijzer geeft een zeer simplistische weergave van de werkelijkheid. Daar staat tegenover dat de verkiezingsprogramma’s geschreven lijken om te verwarren en het lijsttrekkersdebat dit jaar tussen de nummers drie tot en met zeven zal gaan.

    Ik zal eerlijk zeggen dat ik er zelf nog niet uit ben, op welke partij ik ga stemmen. En ook ik heb al helemaal niet altijd zin om mij te verdiepen in achtergronden en politieke kletspraatjes. Toch vind ik dat ik het aan mijzelf en mijn kinderen verplicht ben dit wel te doen om zo op 15 maart a.s. een gefundeerde keuze te kunnen maken. Ik hoop jij ook.


    Op internet zijn diverse websites te vinden waarin een poging wordt gedaan de aankomende Tweede Kamerverkiezingen toegankelijk te maken, hieronder een selectie:

    De verkiezingswijzer

    Prodemos

    De Correspondent

    NRC

    Volkskrant

    Telegraaf

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De MamaCompany | Uitgelichte afbeelding van Shutterstock.

  • Op tijd naar bed

    Op tijd naar bed

    Op tijd naar bed. Ik neem het mijzelf elke dag weer voor wanneer ’s ochtends om tien voor zeven de wekker afgaat. Als ik hem al hoor. Meestal schrik ik om tien over zeven wakker van het geluid van de douche waar echtgenoot, meer een ochtendmens dan ik, al reeds onder is verdwenen. Opstaan! Nu!

    In ons huishouden is er een strakke verdeling van taken, de enige manier om enigszins orde in de chaos van drie naar de basisschoolgaande kinderen met sportactiviteiten te houden. Echtgenoot begeleidt het opstaan en aankleden van het nageslacht, ik verzorg ontbijt en lunchtrommels. Een prima verdeling wat mij betreft, aangezien het mij de tijd geeft om in de stilte van de nog lege keuken echt wakker te worden.

    Uren maken

    Als de kinderen eenmaal op school zitten, begint mijn werkdag, thuis achter de computer. Vaak met het ophangen van de was, die echtgenoot, gedisciplineerd als hij is, eerder die ochtend al heeft aangezet. Ik kan die was overigens ook makkelijk negeren, uitgaande van het feit dat als ik buitenshuis zou werken, overdag ook geen was zou ophangen.

    Als het goed is, kan ik vervolgens wat uren maken, met op maandag en vrijdag de onderbreking tussen twaalf en één uur van de oudste die thuis komt lunchen. ‘Mama, wil jij een tosti voor mij maken?‘ Wat ik dan toch weer doe. Ik weet het, je creëert je eigen monsters. Op woensdag is het helemaal feest.

    Soms belt school. Dat er een kind ziek is of weggelopen. Ja, dat laatste gebeurt ook wel eens. Onze oudste heeft ADHD en ODD, wat betekent dat het hem wel eens teveel wordt. Op dat soort momenten is het gedaan met mijn werkdag.

    Na schooltijd is er de chaos

    Na schooltijd is er de chaos van wel/niet met vriendjes spelen (‘Mama, ik wil óók met iemand spelen!‘), huiswerk maken (‘Dat doe ik vanavond wel.‘) en het opmaken voor de diverse sportactiviteiten (‘Ik ga je niet nog een keer vragen je om te kleden.‘). Ondertussen ruim ik de vaatwasser in en maak ik de eerste ronde van het avondeten klaar. Als wij als gezin drie keer per week gezamenlijk eten, is het veel. Iets wat ik voorheen heel ongezellig vond, maar inmiddels wel zo rustig als het gaat om het onderlinge gebekvecht en de strijd om aandacht van de kinderen.

    Terwijl de middelste zijn spaghetti naar binnen slurpt, zet ik het eten voor echtgenoot en de oudste klaar, zodat zij bij thuiskomst direct aan tafel kunnen schuiven. Er is immers straks voetbaltraining. Tussendoor laat ik de middelste weten dat we nu echt weg moeten. Ik vraag de jongste haar jas aan te trekken (‘Ik kan best alleen thuis blijven!’, ‘Nee, dat kan jij nog niet.‘) en dan zitten we in de auto richting, laten we zeggen, de hockey. Om enkele minuten later weer richting huis te rijden, om de vergeten stick op te halen.

    Kan dat niet makkelijker?

    Terug thuis laat de vaatwasser mij weten zijn taak weer te hebben volbracht en begin ik aan kookronde drie, deze keer van mijzelf en de jongste. Ik hoor je denken, kan dat niet makkelijker? Natuurlijk. Wanneer ik bereid ben elke dag gebakken eieren te eten of een bal gehakt. Of wanneer al mijn kinderen zonder zeuren hetzelfde zouden eten en vooral ook niet moeilijk zouden doen over pasta, nasi, stoofschotels en meer van dat soort makkelijk van te voren te bereiden maaltijden. Op een gegeven moment heb ik besloten dat ikzelf lekker wil eten, ongeacht de voorkeur van mijn kinderen (maaltijd één) en dat ik de mate van strijd drastisch wil beperken (maaltijd twee en drie). Ik zeg je, ook daar word je heel handig in. En het scheelt enorm in de sfeer.

    Avondrituelen

    Tegen acht uur is de hele familie weer thuis, begint de discussie over het uitgestelde huiswerk met de oudste en gaat de jongste naar boven. Hier begint het ritueel van omkleden, tandenpoetsen en verhaaltje voorlezen. Dit gaat naadloos over in hetzelfde proces bij de middelste, die vaak door echtgenoot naar bed gebracht wordt, maar vervolgens vraagt of ik nog even bij hem wil zitten. Hij is nogal bang alleen in zijn kamer. Vaak geef ik hier aan toen, omdat die vijf á tien minuten een investering zijn in een rustige avond. En laten we wel wezen, ook voor mij is het een moment van stilte in de dag.

    Eenmaal beneden kan de vaatwasser nog wel weer een keer gedraaid worden en controleer ik alle digitale apparaten of ze goed zijn afgesloten (ik heb het – wellicht misplaatste – idee dat het doorlopen van filmpjes op Youtube ten kosten gaat van de kwaliteit van mijn WiFi). Ik stem de aankomende bedtijd af met de oudste, die languit op de bank ligt en alleen maar ‘ja, ja’ mompelt. Het is het moment dat ik eigenlijk zelf daar wil liggen, maar nog niet de rust heb om toe te geven aan mijn moeheid. Immers, nummer drie moet nog gaan slapen.

    Op tijd naar bed…

    Tegen de tijd dat dit zover is, is het tien uur. Echtgenoot constateert dat er wederom niets op televisie is en stelt voor om een filmpje te kijken op Netflix. Als ik verstandig ben, ga ik nu naar boven. Maar ja, ook ik heb recht op een eigen avond.

    Morgen ga ik echt op tijd naar bed.

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De MamaCompany | Uitgelichte afbeelding van Shutterstock.

  • Spreekbeurt

    Spreekbeurt

    Mijn zonen dienen dit jaar allebei een spreekbeurt te houden, 20 en 21 februari om precies te zijn. Dat dit direct achter elkaar valt, is geheel toevallig, maar een positief persoon zou stellen dat je er dan maar meteen van af bent. Ik klamp mij vast aan deze gedachte.

    Begrijp mij niet verkeerd, ik ben dol op spreekbeurten. Samen met boekbesprekingen en werkstukken heeft deze vorm van educatie mijn eigen cijferlijst jaarlijks overgangswaardig gemaakt. Bij spreekbeurten gaat het er immers niet om dingen domweg uit je hoofd te leren, een spreekbeurt vraagt om inzicht en presentatiekracht. Dat laatste is uiteraard direct ook een punt waar velen van ons op afknappen.

    ‘Wellicht dat ik het dan met de juf kan bespreken,’ zei mijn middelste gistermiddag, nadat wij een ruwe planning voor zijn spreekbeurt hadden opgesteld.

    ‘Wat wil je met de juf bespreken?’ vroeg ik verbaasd.

    ‘Dat ik dit soort dingen wel eng vind.’ Middelste is het typische voorbeeld van “ik heb het nog nooit gedaan, dus ik weet zeker dat ik het niet kan”.

    ´Dat weet de juf heus wel,´ antwoordde ik stellig. ´En je bent in een veilige omgeving, de klas zal je echt niet uitlachen. We gaan gewoon heel goed oefenen van te voren.´

    Met die laatste opmerking probeerde ik niet alleen hem, maar vooral ook mijzelf gerust te stellen. We hadden namelijk net daarvoor besproken waar zijn presentatie over zou gaan en dat ging ongeveer als volgt:

    ´Waar wil je het over hebben?’

    ‘De politie.’

    ‘En waarom kies je dat onderwerp uit?’

    ‘Omdat ik het leuk vind.’

    ‘Waarom vind je het leuk?’

    ‘Nou gewoon, omdat het leuk is.’

    ‘Wat is er leuk aan?’

    ‘Ze hebben pistolen en handboeien.’

    ‘Jij wilt toch later ook bij de politie?’

    ‘Ja.’

    ‘Waarom wil je bij de politie?’

    ‘Omdat het leuk is.’

    Een spreukbeurt van een kind is al snel een Project voor zijn ouder

    Toen ik twee jaar geleden voor het eerst met een spreekbeurt van één van mijn kinderen werd geconfronteerd, hield ik mijn hart vast. Spreekbeurten van kinderen zijn namelijk al snel Projecten voor ouders. Met name in relatie tot de digitale presentatie, verdenk ik sommige vaders en moeders van een enorme competitiedrang.

    Dit gezegd hebbend, heeft mijn oudste mij indertijd zeer positief verrast met zijn kennis over de opzet van een spreekbeurt en zijn behendigheid met PowerPoint. Dat ik ’s avonds nog even stiekem de plaatjes op de pagina’s uitlijnde, is in mijn ogen verwaarloosbaar.

    Pepperspray, afrekeningen en cybercrime

    Inmiddels zit deze oudste in groep zeven en tot zijn grote verontwaardiging dient zijn onderwerp uit de categorie aardrijkskunde, natuur of geschiedenis te komen. Daar ging zijn gewenste sport-onderwerp, en dus ook zijn enthousiasme voor de spreekbeurt. Ik zeg je, op zo’n moment wordt de voorbereiding niet meer een project, maar een ware bevalling.

    Echtgenoot kwam met de oplossing, waarom hij het niet over criminaliteit hield? Hè ja, waarom niet? Lekker over Cor van Hout en Holleeder. En Hitler moest daar dan ook in voorkomen, aldus onze weer gemotiveerde oudste, want die was in zijn ogen toch wel een hele grote crimineel.

    De onderwerpen zijn dus gekozen, de komende vijf weken zijn we druk met pistolen, handboeien, pepperspray, afrekeningen en cybercrime. Over twee jaar zit onze dochter in groep vijf en mag zij haar eerste spreekbeurt houden. Wederom hou ik mijn hart vast.

     

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company

  • Welk boek lees jij?

    Welk boek lees jij?

    Ik ben een enorme leesfanaat, maar sinds ik kinderen heb, is daar behoorlijk de klad ingekomen. Veelal kom ik niet verder dan een tijdschrift (en dan eerder Allerhande of VT Wonen in plaats van Psychologie of Opzij) en meestal scrol ik tussen de bedrijven door op mijn telefoon, te opgejaagd om mij te focussen op een heel boek.

    Met kinderen in de leeftijd zes tot en met elf duurt het avondritueel bij ons thuis minstens tot een uur of tien, waarna ik uitgeput op de bank val. Dit zou het uitgelezen moment voor een boek zijn, maar aangezien echtgenoot alleen leest op vakantie, kies ik er sneller voor om samen met hem Netflix te kijken (ook al praat je niet, het geeft toch een gevoel van bonding). En als ik dan wel een boek pak, omdat er bepaalde tv-programma’s gekeken moeten worden, waar mijn hart minder snel bij gaat kloppen, betrap ik mijzelf erop al snel weer afgeleid te zijn. De onmogelijkheid van een boze buurman die zijn huurder het huis uit wil zetten, trekt op één of andere manier toch mijn aandacht, evenals het overspannen leven van een hysterische vlogger.

    De voordelen van het lezen

    Veel oppervlakkige vluchtigheid en gluren-bij-de-buren dus, terwijl ik weet dat het lezen van een boek mij veel meer brengt. En mij niet alleen, onderzoek heeft uitgewezen dat lezen een groot aantal voordelen kent. Zo leef je langer, train je je brein doordat je je moet focussen op die ene taak voor je, neemt het stresshormoon in je lijf af (zelfs meer dan bij het luisteren naar muziek of het maken van een ommetje) en kan je beter slapen. Ik zeg, wie wil dat niet?

    En er is ook een ander punt. Door zelf te lezen in plaats van aan mijn mobiel gekleefd te zitten of voor de televisie te hangen, laat ik mijn kinderen zien dat lezen normaal is. En dat niet alleen, dat het vooral iets is wat leuk is. Daarnaast is lezen ook belangrijk voor hun ontwikkeling. Denk hierbij aan spelling en woordenschat, maar ook aan fantasie en inlevingsvermogen.

    Veel kinderen lezen niet vanzelf

    Dus lezen wij de twee jongsten nog elke avond voor, mogen ze tijdens de Kinderboekenweek altijd een boek uitkiezen, bezoek ik regelmatig met hen de bibliotheek en zeul ik elke vakantie een stapel kinderboeken mee naar het vakantieadres. Het gaat daarbij niet om wat ze lezen, maar dat ze lezen. Met uitzondering van boeken waar ze nog niet aan toe zijn.

    De grote vraag is natuurlijk of ze hierdoor zelf meer of minder gaan lezen? Het antwoord is voorlopig nog nee. De oudste van elf blijft van mening dat die grote boekenkast in onze zitkamer hopeloos ouderwets is en zijn drie jaar jongere broertje vindt lezen per definitie stom (maar voorgelezen worden fantastisch). Mijn hoop is gevestigd op de jongste van zes, die sinds september is begonnen aan groep 3. ‘Met de kerstvakantie kunnen ze dan ineens lezen,’ zei men toen de jongens haar voorgingen. Ik heb nooit begrepen wat daar precies mee bedoeld werd. Tot nu. Van Nijntje tot Vos en Haas, het wordt allemaal verslonden. En moet ook nog eens door haar zelf worden voorgelezen in de klas.

    De zoektocht naar jouw boek

    Daarmee blijkt maar weer dat iedereen kan lezen, maar dat een voorliefde voor lezen ook zeer persoonlijk is. En toch heb ik hoop, want hoeveel mensen waren geen lezers, tot ze dat ene boek tegenkwamen? Dat boek dat hen raakte en waarvan ze meer wilden.

    Met het huidige aanbod van zeer toegankelijk geschreven kinderboeken van schrijvers als Geronimo Stilton, Peirce Lincoln of Jeff Kinney, herkenbare verhalen van Francine Oomen, Jacques Vriens of Carry Slee en spannende verhalen van J.K. Rowling of Marcel van Driel zal het aan het aanbod niet liggen. En anders heb ik nog altijd de klassiekers van Thea Beckman, Tonke Dragt en Jan Terlouw in mijn kast staan.

     

    Deze blog werd ook gepubliceerd bij De Mama Company  | uitgelichte afbeelding: Shutterstock

  • Goede voornemens? Nee, dit jaar niet.

    Goede voornemens? Nee, dit jaar niet.

    ‘Nee, ik heb geen goede voornemens,’ antwoordde ik op de meest favoriete vraag rond de jaarwisseling. En ik meen het. Voor het eerst in jaren heb ik niet de behoefte mijn betere ik naar voren te duwen.

    Gaan sporten? Het is niet eens bij me opgekomen. Of in ieder geval niet meer dan anders (zo’n vaag idee op de achtergrond, waarvan je weet dat je je er na afloopt beter door voelt, maar op voorhand bloed chagrijnig).

    Gedoemd tot mislukken

    Yoga dan? Omdat het van alle lichamelijke activiteiten één van de beste is voor innerlijke rust. Nee, als Zen moet komen uit een goed voornemen, dan is het bij voorbaat al uit balans.

    De (digitale) stapels vakantiefoto’s en schoolwerkjes van de kinderen uitzoeken? Niet alleen leuk voor later, maar ook direct een goede slag in de opruimhoek. Ook niet. Te veel een project (net als opruimen in het algemeen) en ik heb al projecten genoeg.

    Minder alcohol, gezond eten en op tijd naar bed? Het is een illusie te denken dat dit lukt puur omdat je er een goed voornemen van hebt gemaakt.

    En dus heb ik geen voornemens voor 2017.

    Aspiratie

    Wat ik wel heb, is ambitie en plannen.

    Ik wil het manuscript van mijn debuut roman Familiegeluk bij een uitgever krijgen. En terwijl ik wacht op een reactie – don’t call us, we call you, if we call at all – wil ik mijn tweede boek schrijven. Een kinderboek over een spookje, omdat ik dat twee jaar geleden al aan mijn jongste zoon beloofd heb. Daarna wil ik heel graag een week (oké, vijf dagen is ook goed) op schrijfweek, om ongestoord na te denken over boek drie, net als Familiegeluk een roman met een spannende verhaallijn. Of het dan nog steeds 2017 is, valt te bezien.

    Ik wil deze blog barbaraschrijft.nl naar een hoger plan trekken, wat concreet een upgrade van de huidige site en een scherpere profilering betekent. En ik wil al die blogs schrijven die nu nog in aantekeningen, visitekaartjes en folders op mijn bureau liggen.

    Ook wil ik graag blijven schrijven voor andere (online) platforms zoals JM voor Ouders en De Mama Company. Daarnaast wil ik een nieuwe betaalde schrijfopdracht binnenhalen.

    Teveel?

    Ik wil een hoop in 2017. En dan heb ik het nog niet eens over mijn gezin en de noodzakelijke social & me-time.

    Ben ik te ambitieus? Wil ik teveel? Als de afgelopen jaren mij iets hebben geleerd, is dat stoorzenders een onvermijdelijk onderdeel van mijn schrijfactiviteiten zijn.

    En toch is dit wat ik wil. 2017 lijkt mij een prima jaar om daaraan te beginnen.

    Gelukkig nieuwjaar!

  • Het breinmysterie

    Het breinmysterie

    Dinsdagavond was VU-hoogleraar neuropsychologie Jelle Jolles bij RTL Late Night. Hij heeft een boek geschreven over het pubertienerbrein. Ik zat direct rechtop, niet alleen omdat ik mijn oudste verdenk van beginnend puberaal gedrag, maar ook omdat de werking van ons brein mij mateloos intrigeert.

    Waarom werkt het bij mij anders dan bij echtgenoot of mijn kinderen? Of tussen jongens en meisjes? En zien de hersenen van iemand met een gedragsstoornis er anders uit dan die van iemand zonder?

    Het menselijke brein is hot

    Vragen waar het boek van Jolles wellicht antwoord op geeft, om nog maar te zwijgen over de vele andere, laagdrempelige brein-boeken die er de afgelopen jaren op de markt zijn gekomen. Ik noem hier Het maakbare brein van Margriet Sitskoorn, Wij zijn ons brein van Dick Swaab, De vrouwelijke hersenen van Louann Brizendine of Het puberende brein van Eveline Crone, het menselijk brein is onomstotelijk hot.

    Ik geef direct toe, veel van die boeken bereiken mijn boekenkast, maar worden meer als naslag gebruikt dan van voor naar achteren uitgelezen. Informatie over de prefrontale cortex is voor mij als leek gedurende een beperkte periode te volgen en wellicht sta jij nu ook op het punt af te haken bij deze blog.

    Dan maar snel door naar de reden van mijn fascinatie voor het menselijk brein: het simpele feit dat het ons handelen bepaalt. En wie het waarom weet, kan adequaat reageren of op zijn minst meer begrip opbrengen voor ongewenst gedrag.

    Hoe braaf zijn meisjes werkelijk?

    De meeste van ons weten dat meisjes over het algemeen communicatiever zijn dan jongens. Gezien het onderwerp van deze blog zal het je niet verbazen dat de oorzaak hiervan terug te vinden is in de hersenstructuur.

    Wist jij ook dat die afwijking in de hersenstructuur tussen jongens en meisjes ervoor zorgt dat meisjes veel beter verschillende nuances in een stem horen dan jongens? Daar waar jouw zoon constant dezelfde toonhoogte hoort, heeft jouw dochter al lang door dat je flink geïrriteerd begint te raken. Zij besluit eieren voor haar geld te kiezen en bindt in, terwijl hij rustig doorgaat met het gedrag wat zo op jouw zenuwen werkt. Dochterlief lijkt op zo’n moment veel braver dan die zoon, maar ze is het niet. Haar hersenen werken simpelweg anders, waardoor ze beter hoort.

    We moeten dingen leren en dat kost tijd

    Iedereen begrijpt dat een kind die je achter de piano zet, niet direct een sonate zal spelen (en als hij dat wel doet, er iets heel bijzonders aan de hand is). En een peuter eet niet direct met mes en vork. We moeten dingen leren en dat kost tijd. Het frappante is dat we bij kleine kinderen vaak veel meer geduld op kunnen brengen dan bij grotere kinderen. We vinden het logisch dat een peuter nog niet alles kan. En als hij boos begint te krijsen, zeggen we begripvol dat hij gefrustreerd is. Naarmate die peuter groter wordt, neemt ons begrip af, zeker wanneer het kind in kwestie een grote mond begint te krijgen.

    De meeste ruzies tussen ouders en kinderen gaan over plannen, organiseren en morele kaders en grenzen bepalen. Zeker in de pubertijd, en in het geval van kinderen met een gedragsstoornis als ADHD of ODD al veel eerder. Wat heeft dit nu met ons brein te maken? Heel veel!

    Zelfstandig werkende tieners? Vergeet het maar!

    De mate waarin wij in staat zijn genoemde activiteiten toe te passen, wordt namelijk geregeld voor in de hersenen, in de eerder genoemde prefrontale cortex, en die is bij pubers nog onrijp (sinds een paar jaar is bekend dat het brein pas is uitgerijpt als je 23 of 25 jaar bent). Hun hersenen kunnen simpelweg nog niet de genoemde taken uitvoeren op het volwassen niveau dat vaak van hen verwacht wordt.

    Betekent dit dat wij hen dan maar hun gang moeten laten gaan? Nee, natuurlijk niet. In tegenstelling tot wat hun opstandige reactie doet vermoeden, hebben zij onze begeleiding juist zeer nodig. Swaab roept in zijn boek Wij zijn ons brein dan ook terecht de vraag op hoe realistisch dat zelfstandig werken in een studiehuis is?

    Ook tieners hebben houvast nodig

    Kijk, daar kan ik wat mee. Net zoals met de waarschuwing van de eerder genoemde Jolles, dat scholen en ouders geneigd zijn bij de begeleiding van kinderen primair in te zetten op cognitieve ontwikkeling: taal, rekenen, zaakvakken et cetera. Daarbij wordt te makkelijk voorbij gegaan aan de sterktes en zwaktes van kinderen op het gebied van zelfinzicht, leren hoe je moet leren en naar elkaar te luisteren, zelfregulatie en planning (de zogenoemde executieve functies). Het gaat er bij Jolles om kinderen houvast te geven, precies wat Swaab ook al eerder schreef. Hoe je dat doet? Door met ze te praten, open vragen te stellen, structuur en duidelijkheid te bieden.

    De kracht van de lange adem

    Het klinkt allemaal heel logisch. En idealistisch. Want wie met een opstandig en dwars kind te maken heeft, weet dat alles van twee kanten moet komen, wil het werken. Dat vraagt om veel flexibiliteit, relativeringsvermogen en een lange adem.

    En toch geloof ik dat ondanks alle negatieve reacties er altijd wat tot die kinderhersenen doordringt, als is het maar dat je kind ziet dat jij niet schreeuwt en hem aankijkt als je tegen hem praat. En met dat in gedachte, tel ik tot tien, haal ik diep adem en vertel hem nogmaals vriendelijk dat hij nu zijn huiswerk moet gaan maken.

    Deze blog is ook gepubliceerd bij De Mama Company