café Archieven - barbarasevenstern.nl

Tag: café

  • Aloha, wat een fijne plek!

    Aloha, wat een fijne plek!

    Gezocht: borrel- en eetplek met fijn terras in Rotterdam. Deze oproep plaatste ik op Facebook. Aloha bar in het voormalig tropisch zwemparadijs Tropicana kwam als unanieme winnaar uit de bus. Dat schept verwachtingen.

    De schildpadden bij binnenkomst roepen direct herinneringen op uit de tijd dat ik hier als kind door de wildwaterbanen roetsjte, evenals het pad dat naar de toiletten leidt (1.30 meter diep lees ik op de muur).

    Urban jungle

    Ik kom voor het terras, maar ook binnen is het fijn vertoeven. De voormalige wildwaterbaan is omgetoverd tot een urban jungle met kleine tafels om aan te werken of te eten. Ook zijn er banken en zitjes voor de meer intieme gesprekken. De grote, hoge ramen aan de boulevardkant zorgen ervoor dat het niet een donker hol wordt, maar een frisse en lichte ruimte.

    17_aloha_1

    Ik word hartelijk ontvangen door een medewerker, die als reactie op mijn enthousiasme voor de locatie onmiddellijk aangeeft dat ik zeker een rondje over het terras moet lopen. Inderdaad de moeite waard, want wie door de ramen van de ronde koepel naast het terras tuurt, kan de vergane glorie van wat ooit een mega zwemparadijs was nog steeds bewonderen. Slechts een deel van het terras is open, maar omdat het restaurant op de hoek ligt, stoort dit niet. Wel spijtig dat hierdoor de wit houten schommelbanken niet beschikbaar zijn.

    Wie een Ibiza sfeer verwacht, komt bedrogen uit. We zitten tenslotte aan de Maas en niet het strand. De inrichting is meer urban green dan bohemian. In de middag zijn het voornamelijk de twintigers en dertigers die in de plastic kuipstoelen op het terras hangen. Een internationaal ogend gezelschap, dat veelvuldig op mobieltjes kijkt. ´S avonds gaat de leeftijd omhoog en zijn het vriendinnengroepen en koppels, waarvan er één met een baby.

    17_aloha_2

    Uitzicht op stadsiconen

    Ik bestel een ijskoffie en geniet van het prachtige uitzicht op de kop van zuid met de Willemsbrug en in de verte het silouette van een van Rotterdam’s meeste bekende stadsiconen, de Zwaan. Er waait een windje, wat met 27 graden zeer welkom is, maar op wat frissere avonden wellicht wat minder aangenaam. Datzelfde geldt voor de eerder genoemde plastic kuipstoelen. Stijlvol als ze ogen, na enige tijd gaan de touwen toch te veel in benen en billen striemen. Een probleem dat overigens snel is opgelost door om een paar kussens te vragen.

    Bitterballen met oesterzammen

    Ook qua drank en eten zit je hier goed. Veel van de wijnen zijn per glas te verkrijgen en er is een ruim aanbod van cocktails, wat je ook mag verwachten van een bar die luistert naar de naam Aloha. Ik moet helaas nog rijden, dus laat de sterke drank aan mij voorbij gaan en ga voor de wijn met daarbij bitterballen van oesterzwammen en koffie mosterd. Ze zijn zeker de moeite waard om uit te proberen, zij het dat ik de voorkeur blijf geven aan normale mosterd.

    17_aloha_5
    Mijn Peking eend met hoisin saus en flensjes smaakt daadwerkelijk naar het Chinese gerecht en de portie is meer dan royaal voor één persoon. Ook de curry van mijn gezelschap doet denken aan India en is een stevige hap. We sluiten af met een cortado en muntthee (Aloha gelooft alleen in echte koffie en doet niet aan decaf).

    Het was een geslaagde avond op een ludieke locatie met prachtig uitzicht op in mijn ogen de enige echte skyline van Nederland.


    Aloha bar zit in het oude Tropicana aan de Maasboulevard 100 en is de hele week geopend vanaf 12:00 uur.  Parkeren kan op de naastgelegen parkeerplaats (na 19 uur gratis uitrijden). De foto van binnen is van de website van Aloha zelf.

  • Misschien wel het mooiste museum in Parijs

    Misschien wel het mooiste museum in Parijs

    Wie aan musea in Parijs denkt, denkt al snel aan het Louvre. Dat is toch jammer, als je je bedenkt dat de stad zo’n 150 grote en kleine musea herbergt.

    Eén van die musea is het Musée Jacquemart-André, gelegen aan de Boulevard Haussmann. Tegenwoordig is deze drukke boulevard bekend om zijn grote warenhuizen als Le Printemps en Galeries Layfayette. Zo’n 150 jaar geleden was dit, dankzij de stadsuitbreiding van prefect Haussmann, een nieuw-bij-Parijs-horend gebied, waar de rijke adel en succesvolle bankiersfamilies hun huizen lieten bouwen.

    Erfgenaam en kunstliefhebber
    Edouard André wordt in 1833 geboren in zo´n schatrijke Protestante bankiersfamilie en kan zich als enig erfgenaam van zowel zijn vaders als moeders kant wel wat veroorloven. In 1869 koopt hij een stuk grond aan de dan nog in ontwikkeling zijnde Boulevard Haussmann en geeft architect Henri Parent de opdracht een huis voor hem te bouwen dat zich kan meten met de grootste van het land. Parent, net gepasseerd door Charles Garnier voor de bouw van het nieuwe Operahuis in de stad, voert de opdracht met verve uit. In 1876 vindt de zeer succesvolle inauguratie van het huis plaats en kunnen de genodigden zich vergapen aan de theatrale smaak van de eigenaar en de architect.

    Grandeur
    Wie het huidige Musée Jacquemart-André bezoekt en door de poort het terrein oploopt, kan dat nog steeds. Het is goed voor te stellen hoe hier de koetsen via de deels overdekte helling uitkwamen op de binnenplaats. Negeer de lelijke moderne gebouwen die grenzen aan het huis en richt je blik op de ingang; Parent heeft aan zijn opdracht meer dan voldaan.

    Binnenin wordt direct duidelijk dat het hier zowel om een museum als om een (voormalig) woonhuis gaat. De privé vertrekken zijn klein, het grootste gedeelte van de benedenverdieping is gewijd aan formele ontvangstruimtes, waarbij de grootte van de kamers aangepast kan worden aan het aantal gasten. Een mijns inziens briljante constructie in een woonhuis uit die tijd.

    Blikvanger
    De absolute blikvanger in de architectuur is het trappenhuis, waarschijnlijk Parent’s zoete wraak op Garnier en zijn Operahuis. Twee sierlijke trappen kronkelen zich op symmetrische wijze een weg naar boven. Niet in het midden van de ruimte, wat in die tijd gebruikelijk was, maar geheel aan het uiteinde van het huis tussen een steunmuur en een marmeren zuil. Neem vooral de tijd dit kunstwerkje al vanuit de muziekkamer te bekijken.

    post_banner_710_270_parijs_ja03post_banner_710_270_parijs_ja04

     Kunstliefhebber met middelen
    Naast de indrukwekkende kamers is er natuurlijk de kunstcollectie. Edouard André begint zijn collectie met wat men indertijd ‘bimbelots’ noemt, oftewel ´snuisterijen´. Een relatief begrip, als je je bedenkt dat het hier gaat om kleine charmante zilverstukken, sieraden, miniaturen en tapijten. Ook verzamelt hij de typische schilderijen van zijn tijd, zoals landschappen en genre stukken van Delacroix.

    In 1872 hangt hij zijn politieke carrière aan de wilgen en richt zich volkomen op het verzamelen van kunst. Niet alleen heeft hij er het huis en de middelen voor, ook houdt hij er een voor die tijd originele kijk op na door schilderijen te combineren met beeldhouwwerken, meubelstukken en kunstvoorwerpen uit dezelfde perioden (een opstelling die het Museum des Decoratifs nu als onderscheidend bestempeld bij hun tentoonstelling Fast Forward).

    Gelukkig verstandshuwelijk
    Edouard’s huwelijk met de veel jongere kunstenares Nélie Jacquemart is cruciaal in de realisatie van het museum zoals wij dat nu kunnen bewonderen. Over deze dame zelf is weinig bekend, wat haar voor mij een zeer intrigerend persoon maakt. Ze is van eenvoudige komaf en lijkt het vaste pad te hebben gevolgd van jonge kunstenaars uit haar tijd. In 1872 ontmoet ze Edouard André wanneer hij haar inhuurt om zijn portret te schilderen en in 1981 trouwen ze. Het is een verstandshuwelijk, maar wel zeer succesvol, dankzij hun gedeelde interesse in de uitbreiding en presentatie van hun kunstcollectie. Het feit dat Nélie na enige tijd van slaapkamer ruilt, om dichter bij haar man te zijn, vind ik persoonlijk veelzeggend.

    Jacquemart-André
    Het echtpaar Jacquemart-André. De duidelijk meer flatteuze schilderijen zijn van de hand van Nélie.

    Periodekamers en een Italiaans museum
    De benedenkamers in het huis aan de Boulevard Haussmann worden ingericht als periode kamers, gewijd aan het werk van achttiende eeuwse Franse kunstenaars, zoals Nattier, Drouais, Chardin en Fragonard.

    De bibliotheek maakt hier een uitzondering op. Edouard André, zich bewust van de invloed van de zeventiende eeuwse Vlaamse en Nederlandse meesters op de Franse kunstenaars, verzamelde een aantal  schilderijen waar een groot museum zijn vingers bij af zou likken. In de intimiteit van de kleine kamer, die om voor de hand liggende reden aan het Mauritshuis in Den Haag doet denken, hangen maar liefst drie Rembrandt´s, een Jan De Bray, een Judith Leyster, twee Van Dyck´s, een Hals en een Ruysdael.

    Jacquemart-André

    Vindingrijk
    De eerste etage, die Edouard als verrassing voor zijn vrouw laat inrichten als studio, wordt op haar verzoek de plek waar de Italiaanse Renaissance kunstwerken worden tentoongesteld, die ze op hun vele reizen naar Italië verzamelen. Naast Italië zijn er reizen naar het Midden Oosten, Cairo, Luxor en Aswan, Berut, Constantinopel en Athene. Elk jaar worden er honderden kunstwerken naar Parijs getransporteerd, wat mij direct doet afvragen hoe zoiets dan gaat. ‘Nee, deze Tiepolo vond ik in Florence.’ En dan staat er ergens in Florence een huis met een muur of plafond minder.

    post_banner_710_270_parijs_ja05

    post_banner_710_270_parijs_ja07

    Rechtszaak
    In 1893 sterft Edouard, slechts zestig jaar oud, en vindt Nélie zichzelf in strijd met zijn neven, die haar ervan beschuldigden de erfenis van haar man te misbruiken. Voorzienend als deze neven zijn, hebben zij ten tijde van het huwelijk tussen Edouard en Nélie een contract laten opstellen dat voorschrijft dat Nélie bij Edouard´s overlijden niet méér krijgt dan een redelijke bruidsschat. Nélie is tenslotte arm geboren en de neven willen zich er zeker van stellen dat het familiefortuin hun kant opkomt. Helaas voor hen is ook Edouard voorzienend geweest door vlak voor zijn dood een testament op te stellen waarin hij zijn hele bezit aan zijn vrouw toekent. Een rechtszaak volgt, die uiteindelijk door Nélie gewonnen wordt.

    Openbaar museum
    Weduwe Nélie gaat weer reizen en vult de reeds bestaande collectie aan tot wat het nu is. Na haar dood in 1912 komt het privé huis in het bezit van Institution de France, die het conform de wens in haar testament in 1913 openstelt voor het grote publiek.

    Een museum én voormalige woonhuis, misschien wel het mooiste van Parijs.


    Musée Jacquemart-André
    158, bd Haussmann,  75008 Paris, Frankrijk
    Tél. : 01 45 62 11 59 /  Fax : 01 45 62 16 36
    message@musee-jacquemart-andre.com

    Wie het museum bezoekt, stapt zeker ook binnen bij Café Jacquemart-André, de theesalon in de voormalige eetkamer van het huis. Geen tijd voor lunch? Neem dan wel de tijd voor één van de overheerlijke taartjes uit de keuken van Pâtisserie Stohrer en Michel Fenet’s Petite Marquise.

    De foto geheel bovenaan is afkomstig van de website van het museum, evenals de afbeeldingen van het echtpaar zelf.